25.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 76/94


Donderdag, 19 februari 2009
Communautair rechtskader voor een Europese onderzoeksinfrastructuur (ERI) *

P6_TA(2009)0058

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 februari 2009 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende een communautair rechtskader voor een Europese onderzoeksinfrastructuur (ERI) (COM(2008)0467 – C6-0306/2008 – 2008/0148(CNS))

2010/C 76 E/19

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2008)0467),

gelet op artikel 171 en artikel 172, lid 1, van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0306/2008),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A6-0007/2009),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENT

Amendement 1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

(3)

Terwijl de traditionele steun voor het gebruik en de ontwikkeling van Europese onderzoeksinfrastructuren voornamelijk wordt verleend in de vorm van subsidies aan bestaande onderzoeksinfrastructuren in de lidstaten, is in de afgelopen jaren gebleken dat er extra inspanningen nodig zijn om de ontwikkeling van nieuwe structuren te stimuleren door de totstandbrenging van een passend rechtskader dat de oprichting en werking van dergelijke structuren op communautair niveau moet vergemakkelijken.

(3)

Terwijl de traditionele steun voor het gebruik en de ontwikkeling van Europese onderzoeksinfrastructuren voornamelijk wordt verleend in de vorm van subsidies aan bestaande onderzoeksinfrastructuren in de lidstaten, is in de afgelopen jaren gebleken dat er extra inspanningen nodig zijn om de ontwikkeling van nieuwe structuren of de verbetering van bestaande structuren voor een optimaler gebruik daarvan te stimuleren door de totstandbrenging van een passend rechtskader dat de oprichting en werking van dergelijke structuren op communautair niveau moet vergemakkelijken.

Amendement 2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

(4)

Dit probleem werd herhaaldelijk aangekaart zowel op politiek niveau door de lidstaten en de communautaire instellingen als door de diverse actoren binnen de Europese onderzoeksgemeenschap, zoals ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten.

(4)

Dit probleem werd herhaaldelijk aangekaart zowel op politiek niveau door de lidstaten en de communautaire instellingen als door de diverse actoren binnen de Europese onderzoeksgemeenschap, zoals ondernemingen, onderzoekscentra, universiteiten en in het bijzonder het Europees Strategieforum voor onderzoeksinfrastructuren (ESFRI) .

Amendement 3

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

 

(6 bis)

Een onderzoeksinfrastructuur die in het kader van deze verordening wordt opgezet als Europese onderzoeksinfrastructuur (ERI) moet gericht zijn op het vergemakkelijken en bevorderen van onderzoek van pan-Europees belang. Dit moet geschieden op niet-economische grondslag, te weten door geen werk te ondernemen of goederen en/of diensten te leveren die de mededinging zouden kunnen verstoren. Niettemin moet, om innovatie en kennis- en technologieoverdracht te bevorderen, worden toegestaan dat de ERI onder bepaalde voorwaarden een aantal beperkte economische activiteiten uitoefent.

Amendement 4

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

(7)

Anders dan gezamenlijke technologie-initiatieven (JTI's), die de vorm aannemen van gemeenschappelijke ondernemingen waarvan de Gemeenschap lid is en waaraan zij financiële bijdragen betaalt, moet een Europese onderzoeksinfrastructuur (hierna „ERI” genoemd) niet worden beschouwd als een communautair orgaan in de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement, maar wel als een juridische entiteit waarvan de Gemeenschap niet noodzakelijkerwijze lid is en waaraan zij geen financiële bijdragen betaalt in de zin van artikel 108, lid 2, onder f), van het Financieel Reglement.

(7)

Anders dan gezamenlijke technologie-initiatieven (JTI's), die de vorm aannemen van gemeenschappelijke ondernemingen waarvan de Gemeenschap lid is en waaraan zij financiële bijdragen betaalt, moet een ERI niet worden beschouwd als een communautair orgaan in de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement, maar wel als een juridische entiteit waarvan de Gemeenschap niet lid is en waaraan zij geen financiële bijdragen betaalt in de zin van artikel 108, lid 2, onder f), van het Financieel Reglement. Dit is niet van toepassing indien de Gemeenschap lid wordt van een ERI en een relevante financiële bijdrage levert zoals vermeld in artikel 185, lid 1, van het Financieel Reglement. In elk geval moet alle financiering door de Gemeenschap van een ERI plaatsvinden overeenkomstig de relevante bepalingen van het Financieel Reglement.

Amendement 5

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

(8)

Gelet op de nauwe samenwerking tussen de lidstaten en de Gemeenschap bij het op complementaire wijze programmeren en uitvoeren van hun respectieve onderzoeksactiviteiten, zoals is voorgeschreven in de artikelen 164 en 165 van het Verdrag, moeten de belangstellende lidstaten, afzonderlijk of samen met andere bevoegde entiteiten en rekening houdend met hun activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling en met de eisen van de Gemeenschap, omschrijven wat hun behoeften inzake de oprichting van onderzoeksinfrastructuren zijn. Om dezelfde redenen moeten belangstellende lidstaten lid kunnen worden van een ERI, eventueel met de deelname van gekwalificeerde derde landen en gespecialiseerde intergouvernementele organisaties.

(8)

Gelet op de nauwe samenwerking tussen de lidstaten en de Gemeenschap bij het op complementaire wijze programmeren en uitvoeren van hun respectieve onderzoeksactiviteiten, zoals is voorgeschreven in de artikelen 164 en 165 van het Verdrag, moeten de belangstellende lidstaten, rekening houdend met hun activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling en met de eisen van de Gemeenschap, omschrijven wat hun behoeften inzake de oprichting van onderzoeksinfrastructuren zijn. Om dezelfde redenen moeten belangstellende lidstaten lid kunnen worden van een ERI, eventueel met de deelname van gekwalificeerde derde landen en gespecialiseerde intergouvernementele organisaties.

Amendement 6

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

(9)

De taak van een krachtens deze verordening opgerichte Europese onderzoeksinfrastructuur moet zijn de oprichting en werking van een onderzoeksinfrastructuur. Zij moet dat doen op een niet-economische basis teneinde verstoring van de mededinging te voorkomen. Om innovatie en kennis- en technologieoverdracht te bevorderen, moet worden toegestaan dat de ERI onder bepaalde voorwaarden een aantal beperkte economische activiteiten uitoefent. De oprichting van onderzoeksinfrastructuren als ERI's sluit niet uit dat ook kan worden erkend dat onderzoeksinfrastructuren van pan-Europees belang die een andere rechtsvorm hebben, bijdragen aan de uitvoering van de routekaart die is ontwikkeld door het Europees Strategieforum voor onderzoeksinfrastructuren (ESFRI) en aan de vooruitgang van het Europese onderzoek. De Commissie zal ervoor zorgen dat ESFRI-leden en andere belanghebbende partijen worden geïnformeerd over deze alternatieve rechtsvormen.

(9)

De oprichting van onderzoeksinfrastructuren als ERI's uit hoofde van deze verordening sluit niet uit dat ook kan worden erkend dat onderzoeksinfrastructuren van pan-Europees belang die een andere rechtsvorm hebben, bijdragen aan de vooruitgang van het Europese onderzoek. De Commissie zal ervoor zorgen dat belanghebbende partijen worden geïnformeerd over deze alternatieve rechtsvormen.

Amendement 7

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

(10)

Onderzoeksinfrastructuren moeten de wetenschappelijke excellentie van het communautaire onderzoek en het concurrentievermogen van de Europese economie op basis van prognoses op middellange of lange termijn helpen vrijwaren door een doeltreffende ondersteuning van Europese onderzoeksactiviteiten. Daartoe moeten zij daadwerkelijk openstaan voor de gehele Europese onderzoeksgemeenschap en de ambitie hebben de Europese wetenschappelijke mogelijkheden uit te tillen boven het huidige niveau en aldus bij te dragen aan de ontwikkeling van de Europese onderzoeksruimte.

(10)

Onderzoeksinfrastructuren moeten de wetenschappelijke excellentie van het communautaire onderzoek en het concurrentievermogen van de Europese economie op basis van prognoses op middellange of lange termijn helpen vrijwaren door een doeltreffende ondersteuning van Europese onderzoeksactiviteiten. Daartoe moeten zij daadwerkelijk openstaan voor de gehele Europese onderzoeksgemeenschap overeenkomstig de in hun statuten vastgelegde regels en de ambitie hebben de Europese wetenschappelijke mogelijkheden uit te tillen boven het huidige niveau en aldus bij te dragen aan de ontwikkeling van de Europese onderzoeksruimte, met name door synergieën met het cohesiebeleid van de EU te stimuleren .

Amendement 8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

 

(10 bis)

In het bijzonder moet bij nieuwe onderzoeksinfrastructuren waar passend rekening worden gehouden met het belang van de ontsluiting van het potentieel voor wetenschappelijke uitmuntendheid in de convergentieregio's, als manier om de prestaties op lange termijn van de EU op het gebied van onderzoek, innovatie en economisch concurrentievermogen te versterken.

Amendement 9

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

(12)

Ten behoeve van de transparantie moet de beschikking tot oprichting van een ERI worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Om dezelfde reden moet een uittreksel uit de statuten, waarin de essentiële elementen ervan zijn opgenomen, bij deze beschikking worden gevoegd.

(12)

Ten behoeve van de transparantie moet de beschikking tot oprichting van een onderzoeksinfrastructuur als een ERI worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Om dezelfde reden moet een uittreksel uit de statuten, waarin de essentiële elementen ervan zijn opgenomen, bij deze beschikking worden gevoegd.

Amendement 10

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

(14)

Van een ERI moeten ten minste drie lidstaten lid zijn; ook gekwalificeerde derde landen en gespecialiseerde intergouvernementele organisaties kunnen lid worden. Een ERI moet derhalve aanspraak kunnen maken op de status van internationale instelling of organisatie in de zin van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop en Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, met inachtneming van de voorschriften inzake staatssteun. Om de onderzoeksactiviteiten van de ERI doeltreffender te ondersteunen, moeten de lidstaten en deelnemende derde landen alle mogelijke maatregelen nemen om een dergelijke ERI de ruimst mogelijke vrijstelling van andere belastingen te verlenen.

(14)

Van een ERI moeten ten minste drie lidstaten lid zijn; ook gekwalificeerde derde landen en gespecialiseerde intergouvernementele organisaties kunnen lid worden. Daarom moet een belangrijke bepaling van deze verordening zijn dat een ERI aanspraak moet kunnen maken op de status van internationale instelling of organisatie in de zin van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop en Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, met inachtneming van de voorschriften inzake staatssteun. Om de onderzoeksactiviteiten van de ERI doeltreffender te ondersteunen en zo hun concurrentiepositie op wereldwijde schaal te versterken , moeten de lidstaten en deelnemende derde landen alle mogelijke maatregelen nemen om een dergelijke ERI de ruimst mogelijke vrijstelling van andere belastingen te verlenen.

Amendement 11

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

(17)

Er moet voor worden gezorgd dat een ERI voldoende flexibel is om haar statuten te kunnen wijzigen maar ook dat de Gemeenschap, die de ERI opricht, zeggenschap behoudt over bepaalde essentiële elementen. Wanneer een wijziging betrekking heeft op een aangelegenheid die wordt behandeld in het uittreksel uit de statuten dat bij de beschikking tot oprichting van de ERI is gevoegd, moet deze wijziging vóór haar inwerkingtreding worden goedgekeurd bij beschikking van de Commissie, die wordt aangenomen volgens dezelfde procedure als die voor de oprichting van de ERI, omdat de daarin opgenomen informatie als essentieel wordt beschouwd. Elke andere wijziging moet ter kennis worden gebracht van de Commissie, die daartegen bezwaar kan maken wanneer zij van mening is dat zij in strijd is met deze verordening. Indien geen bezwaar wordt gemaakt, moet een passende kennisgeving met een beknopte samenvatting van de wijziging worden bekendgemaakt.

(17)

Er moet voor worden gezorgd dat een ERI voldoende flexibel is om haar statuten te kunnen wijzigen maar ook dat de Gemeenschap, die een onderzoeksinfrastructuur als ERI opricht, zeggenschap behoudt over bepaalde essentiële elementen. Wanneer een wijziging betrekking heeft op een aangelegenheid die wordt behandeld in het uittreksel uit de statuten dat bij de beschikking tot oprichting van de ERI is gevoegd, moet deze wijziging vóór haar inwerkingtreding worden goedgekeurd bij beschikking van de Commissie, die wordt aangenomen volgens dezelfde procedure als die voor de oprichting van de ERI, omdat de daarin opgenomen informatie als essentieel wordt beschouwd. Elke andere wijziging moet ter kennis worden gebracht van de Commissie, die daartegen bezwaar kan maken wanneer zij van mening is dat zij in strijd is met deze verordening. Indien geen bezwaar wordt gemaakt, moet een passende kennisgeving met een beknopte samenvatting van de wijziging worden bekendgemaakt.

Amendement 12

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

(20)

ERI's kunnen worden medegefinancierd in het kader van de financieringsinstrumenten van het cohesiebeleid, conform Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999.

(20)

ERI's kunnen worden medegefinancierd in het kader van de financieringsinstrumenten van het cohesiebeleid, conform Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 en Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad van 11 juli 2006 tot oprichting van het Cohesiefonds  (1).

Amendement 13

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

(22)

Aangezien de ERI wordt opgericht op basis van het Gemeenschapsrecht, moet voor haar, naast het recht van het land van haar statutaire zetel, ook het Gemeenschapsrecht gelden. De ERI kan echter ook in een ander land activiteiten uitoefenen. In dat geval geldt het recht van dat land op het gebied van volksgezondheid en veiligheid en gezondheid op het werk, milieubescherming, de verwerking van gevaarlijke stoffen en de afgifte van de vereiste vergunningen. Voorts dient een ERI te worden beheerst door haar conform de hierboven genoemde rechtsbronnen aangenomen statuten en door uitvoeringsvoorschriften die in overeenstemming zijn met die statuten.

(22)

Aangezien de ERI wordt opgericht op basis van het Gemeenschapsrecht, moet voor haar, naast het recht van het land van haar statutaire zetel, ook het Gemeenschapsrecht gelden. De ERI kan echter ook in andere landen activiteiten uitoefenen. In dat geval geldt het recht van die landen op het gebied van volksgezondheid en veiligheid en gezondheid op het werk, milieubescherming, de verwerking van gevaarlijke stoffen en de afgifte van de vereiste vergunningen. Voorts dient een ERI te worden beheerst door haar conform de hierboven genoemde rechtsbronnen aangenomen statuten en door uitvoeringsvoorschriften die in overeenstemming zijn met die statuten.

Amendement 14

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

(23)

Om op adequate wijze te kunnen controleren of aan deze verordening is voldaan, moet een ERI de Commissie het jaarverslag van de ERI verstrekken, alsook alle informatie over omstandigheden die de uitvoering van de taken van de ERI ernstig in gevaar dreigen te brengen. Indien de Commissie, door lezing van het jaarverslag of anderszins, aanwijzingen ontvangt dat de ERI een ernstige inbreuk pleegt op deze verordening of andere toepasselijke rechtsvoorschriften, verzoekt zij de ERI en/of haar leden om uitleg en verzoekt zij haar en/of hen maatregelen te nemen. In extreme gevallen en wanneer geen corrigerende maatregelen zijn genomen, kan de Commissie de beschikking tot oprichting van de ERI intrekken; dat heeft de ontbinding van de ERI tot gevolg.

(23)

Om op adequate wijze te kunnen controleren of aan deze verordening is voldaan, moet een ERI de Commissie het jaarverslag verstrekken, alsook alle informatie over omstandigheden die de verwezenlijking van haar doelstelling ernstig in gevaar dreigen te brengen. Indien de Commissie, door lezing van het jaarverslag of anderszins, aanwijzingen ontvangt dat de ERI een ernstige inbreuk pleegt op deze verordening of andere toepasselijke rechtsvoorschriften, verzoekt zij de ERI en/of haar leden om uitleg en verzoekt zij haar en/of hen maatregelen te nemen. In extreme gevallen en wanneer geen corrigerende maatregelen zijn genomen, kan de Commissie de beschikking tot oprichting van de ERI intrekken; dat heeft de ontbinding van de ERI tot gevolg.

Amendement 15

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

 

(23 bis)

Op basis van de praktijk van haar periodieke ESFRI-mededelingen moet de Commissie het Europees Parlement een jaarlijkse mededeling voorleggen over de staat van ontwikkeling van de ERI's binnen de Europese Onderzoeksruimte, samen met haar evaluatie en aanbevelingen op dit gebied.

Amendement 16

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

(24)

Daar de doelstellingen van het overwogen optreden, namelijk de vaststelling van een rechtskader voor Europese onderzoeksinfrastructuren tussen meerdere lidstaten, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt in het kader van hun nationale grondwettelijke stelsels, kunnen deze doelstellingen derhalve wegens het transnationale karakter van het probleem, beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt. De Gemeenschap kan dus, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(24)

Daar de doelstellingen van het overwogen optreden, namelijk de vaststelling van een rechtskader voor ERI's die gezamenlijk zijn opgezet door meerdere lidstaten, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt in het kader van hun nationale grondwettelijke stelsels, kunnen deze doelstellingen derhalve wegens het transnationale karakter van het probleem, beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt. De Gemeenschap kan dus, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Amendement 17

Voorstel voor een verordening

Artikel 1

1.   Bij deze verordening wordt een kader vastgesteld met de voorschriften en procedures voor en de gevolgen van de oprichting van een Europese onderzoeksinfrastructuur (hierna „ERI” genoemd).

2.     Zij is van toepassing op onderzoeksinfrastructuren van pan-Europees belang.

1.   Bij deze verordening worden de voorschriften en procedures vastgesteld voor een onderzoeksinfrastructuur van pan-Europees belang, op te richten als een Europese onderzoeksinfrastructuur (hierna „ERI” genoemd).

Amendement 18

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis     Een onderzoeksinfrastructuur van pan-Europees belang is een faciliteit, met inbegrip van middelen en verwante diensten, die kan worden gebruikt door de wetenschappelijke gemeenschap om op hun respectieve onderzoeksgebieden onderzoek van topniveau te verrichten. Deze definitie omvat de belangrijkste apparatuur of instrumenten die voor wetenschappelijke doelen worden gebruikt; bij wetenschappelijk onderzoek gebruikte kennisgebaseerde hulpbronnen zoals verzamelingen, archieven of gestructureerde wetenschappelijke informatie; op ICT gebaseerde infrastructuren zoals Grid, computers, software en verbindingen; andere speciale apparatuur die onontbeerlijk is voor onderzoek op topniveau. Dergelijke onderzoeksinfrastructuren kunnen zich „op één enkele plaats” bevinden dan wel „verspreid zijn” over meerdere plaatsen (een georganiseerd netwerk van middelen).

Amendement 19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – titel

Taak en andere activiteiten

Doelstelling en activiteiten van een ERI

Amendement 20

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

1.   Een ERI heeft tot taak de oprichting en werking van een onderzoeksinfrastructuur .

1.   Een ERI heeft als doelstelling het vergemakkelijken en stimuleren van onderzoek van pan-Europees belang, ofwel in een bestaande Europese infrastructuur ofwel in een nieuwe infrastructuur die door verscheidene lidstaten gezamenlijk is opgericht.

Amendement 21

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

2.   Een ERI verricht haar taak op een niet-economische basis . Zij mag evenwel beperkte economische activiteiten uitoefenen die nauw met haar taak zijn verbonden, mits deze activiteiten de vervulling van die taak niet in gevaar brengen.

2.    De door een ERI uitgevoerde activiteiten zijn van niet-economische aard . Zij mag evenwel beperkte economische activiteiten uitoefenen die nauw met haar doelstelling zijn verbonden, mits deze activiteiten de vervulling van die doelstelling niet in gevaar brengen en inkomsten uit dergelijke activiteiten uitsluitend gebruikt worden om deze doelstelling te verwezenlijken.

Amendement 22

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3 bis (nieuw)

 

3 bis     ERI's besteden bijzondere aandacht aan octrooien en andere waardevolle intellectuele-eigendomsrechten en belangen voortvloeiend uit hun activiteiten en lichten de Commissie in over dergelijke intellectuele-eigendomsrechten door middel van een jaarverslag.

Amendement 23

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – titel

Voorschriften voor de infrastructuur

Algemene voorschriften

Amendement 24

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – inleidende formule

De door een ERI op te richten onderzoeksinfrastructuur voldoet aan de volgende voorschriften:

De als ERI op te richten onderzoeksinfrastructuur voldoet aan de volgende voorschriften:

Amendement 25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter b

b)

zij biedt een toegevoegde waarde voor de ontwikkeling van de Europese onderzoeksruimte en zorgt op internationaal niveau voor een aanzienlijke verbetering op de relevante wetenschappelijke en technologische gebieden;

b)

zij biedt een toegevoegde waarde voor de ontwikkeling van de Europese onderzoeksruimte, onder andere door het onderzoekspotentieel in alle regio's van de EU te ontsluiten, en zorgt, door de onderzoeksmethodes te verbeteren, op internationaal niveau voor een aanzienlijke verbetering op de relevante specialistische wetenschappelijke en technologische gebieden;

Amendement 26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter c

c)

de Europese onderzoeksgemeenschap, die bestaat uit onderzoekers van de lidstaten en van landen die zijn geassocieerd met communautaire programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, heeft daadwerkelijk toegang tot deze infrastructuur, en

c)

de Europese onderzoeksgemeenschap, die bestaat uit onderzoekers van de lidstaten en van landen die zijn geassocieerd met communautaire programma's voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie, heeft daadwerkelijk toegang tot deze infrastructuur, in overeenstemming met de in haar statuten vastgelegde regels;

Amendement 27

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)

 

c bis)

zij draagt bij tot de opleiding van jonge onderzoekers; en

Amendement 28

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d bis (nieuw)

 

d bis)

het verhoogt de doeltreffendheid van interdisciplinair onderzoek door de concentratie van onderzoeksprojecten in een bepaalde tijdspanne.

Amendement 29

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 bis (nieuw)

 

De als ERI op te richten onderzoeksinfrastructuur moet bij haar verzoek een effectbeoordeling indienen.

Amendement 30

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 ter (nieuw)

 

De leden van een als ERI op te richten onderzoeksinfrastructuur leveren de nodige menselijke en financiële hulpbronnen voor de oprichting en werking ervan.

Amendement 31

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – titel

Verzoek om oprichting van een ERI

Verzoek

Amendement 32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule

1.   De entiteiten die een ERI willen oprichten , dienen daartoe een verzoek in bij de Commissie (hierna de „verzoekers” genoemd). Het verzoek wordt schriftelijk ingediend in een van de officiële talen van de Gemeenschap en bevat de volgende gegevens:

1.   De entiteiten die een onderzoeksinfrastructuur wensen op te richten als ERI, dienen daartoe een verzoek in bij de Commissie (hierna de „verzoekers” genoemd). Het verzoek wordt schriftelijk ingediend in een van de officiële talen van de Gemeenschap en bevat de volgende gegevens:

Amendement 33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter a

a)

een aan de Commissie gericht verzoek tot oprichting van de ERI;

a)

een aan de Commissie gericht verzoek tot oprichting van een onderzoeksinfrastructuur als ERI;

Amendement 34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – letter c

c)

een technische en wetenschappelijke beschrijving van de door de ERI op te richten en in werking te stellen onderzoeksinfrastructuur, waarbij met name nader wordt ingegaan op de in artikel 3 vermelde voorschriften;

c)

een technische en wetenschappelijke beschrijving van de als ERI in het leven te roepen onderzoeksinfrastructuur, de socio-economische effecten en de bijdrage aan de convergentiedoelstellingen van de EU, waarbij met name nader wordt ingegaan op de in artikel 3 vermelde voorschriften;

Amendement 35

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

2.     De Commissie beoordeelt het verzoek. In het kader van deze beoordeling kan zij het advies inwinnen van onafhankelijke deskundigen, met name op het gebied van de voorgenomen activiteiten van de ERI. Het resultaat van deze beoordeling wordt meegedeeld aan de verzoekers, waaraan zo nodig wordt gevraagd het verzoek binnen een redelijke termijn aan te vullen of te wijzigen.

Schrappen

Amendement 36

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Beschikking op het verzoek

Beoordeling van en besluit over het verzoek

Amendement 37

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid -1 (nieuw)

 

-1.     De Commissie beoordeelt het verzoek. In het kader van deze beoordeling wint zij het advies in van onafhankelijke deskundigen, met name op het gebied van de voorgenomen activiteiten van de ERI. Het resultaat van deze beoordeling wordt meegedeeld aan de verzoekers, aan wie indien nodig wordt gevraagd het verzoek binnen een redelijke termijn aan te vullen of te wijzigen.

Amendement 38

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – inleidende formule

1.   Rekening houdend met de resultaten van de in artikel 4, lid 2 , bedoelde beoordeling en volgens de procedure van artikel 21:

1.   Rekening houdend met de resultaten van de in artikel 5, lid -1 , bedoelde beoordeling en met de behoeften die zijn vastgesteld in de routekaart voor het Europees strategieforum voor onderzoeksinfrastructuren (ESFRI), en volgens de procedure van artikel 21:

Amendement 39

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter a

a)

stelt de Commissie een beschikking tot oprichting van de ERI vast, nadat zij heeft geconstateerd dat aan de voorschriften van deze verordening is voldaan, of

a)

stelt de Commissie een beschikking tot oprichting van de onderzoeksinfrastructuur als ERI vast, nadat zij heeft geconstateerd dat aan de voorschriften van deze verordening is voldaan, of

Amendement 40

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2

2.   De beschikking op het verzoek wordt ter kennis gebracht van de verzoekers. De beschikking tot oprichting van de ERI wordt ook bekendgemaakt in de L-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   De beschikking op het verzoek wordt ter kennis gebracht van de verzoekers. De beschikking tot oprichting van de onderzoeksinfrastructuur als ERI wordt ook bekendgemaakt in de L-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie. Bij weigering krijgen verzoekers toegang tot het beoordelingsrapport.

Amendement 42

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis     Bij infrastructuren met een verschillende rechtsvorm houdt de oorspronkelijke rechtspersoon op te bestaan op de in lid 1 bedoelde dag, en treedt de ERI op als rechtverkrijgende door middel van rechtsopvolging;

Amendement 43

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

2.   Een ERI heeft een naam met de woorden „Europese onderzoeksinfrastructuur” of de afkorting „ERI”.

2.   Een ERI heeft een naam met de woorden „Europese onderzoeksinfrastructuur” of de afkorting „ERI” en een referentie naar het onderzoeksgebied .

Amendement 44

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

2.   Een ERI heeft te allen tijde ten minste drie lidstaten als lid. Andere lidstaten kunnen op elk ogenblik lid worden onder billijke en redelijke voorwaarden die in de statuten zijn vastgesteld.

2.   Een ERI heeft te allen tijde ten minste drie lidstaten als lid. Andere lidstaten, derde landen en internationale organisaties kunnen op elk ogenblik lid worden onder billijke en redelijke voorwaarden die in de statuten zijn vastgesteld.

Amendement 45

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

4.   Lidstaten of derde landen kunnen, met het oog op de uitoefening van bepaalde rechten en de uitvoering van bepaalde verplichtingen als lid van de ERI, worden vertegenwoordigd door een of meer publieke entiteiten, met inbegrip van regio's of particuliere instanties met een openbaredienstverleningstaak.

4.   Lidstaten of derde landen kunnen, met het oog op de uitoefening van bepaalde rechten en de uitvoering van bepaalde verplichtingen als lid van de ERI, worden vertegenwoordigd in de ledenvergadering door een of meer publieke entiteiten, met inbegrip van regio's of particuliere instanties met een openbaredienstverleningstaak.

Amendement 46

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 5

5.   Derde landen en intergouvernementele organisaties die lid willen worden van een ERI erkennen dat de ERI rechtspersoonlijkheid en rechtsbevoegdheid heeft conform artikel 6, leden 1 en 2, en dat de ERI is onderworpen aan de in artikel 16 bedoelde rechtsvoorschriften.

5.   Derde landen en intergouvernementele organisaties die lid willen worden van een ERI erkennen dat de ERI rechtspersoonlijkheid en rechtsbevoegdheid heeft op hun respectievelijke grondgebieden en binnen hun respectievelijke organisaties conform artikel 6, leden 1 en 2, en dat de ERI is onderworpen aan de in artikel 16 bedoelde rechtsvoorschriften.

Indien een ERI gemeenschapsmiddelen gebruikt, kunnen de internationale of intergouvernementele leden van de ERI hun ERI-status alleen handhaven indien zij toezeggen hun interne en externe accountantscontroles toe te zenden aan de Europese Rekenkamer en aan de interne controleur van de Commissie.

Amendement 47

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 6 bis (nieuw)

 

6 bis     Indien de Gemeenschap rechtstreeks of via een tussenpersoon lid wordt van een ERI, brengt de Commissie de twee takken van de begrotingsautoriteit hier onverwijld van op de hoogte.

Amendement 48

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1 – letter b

b)

taken en activiteiten van de ERI;

b)

doelstelling en activiteiten van de ERI;

Amendement 49

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1 – letter e

e)

rechten en verplichtingen van de leden, waaronder de verplichting bij te dragen aan een sluitende begroting;

e)

rechten en verplichtingen van de leden, waaronder de verplichting bij te dragen aan een sluitende begroting en stemrechten ;

Amendement 50

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – alinea 1 – letter h – punt i

i)

het beleid inzake toegang voor gebruikers;

i)

het beleid inzake toegang voor gebruikers op basis van wetenschappelijke excellentie ;

Amendement 51

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – letter h – punt i bis (nieuw)

 

i bis)

investeringsbeleid;

Amendement 52

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – letter h – punt vi bis (nieuw)

 

vi bis)

antidiscriminatiebeleid, in het bijzonder rekening houdend met gendergelijkheid en gelijke kansen voor gehandicapten;

Amendement 53

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – letter j bis (nieuw)

 

j bis)

een overeenkomst over de persoon die gemachtigd is octrooien en andere intellectuele-eigendomsrechten en belangen voortvloeiend uit activiteiten van de ERI af te handelen, alsmede over het gebruik dat wordt gemaakt van het inkomen uit dergelijke rechten;

Amendement 54

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 6

6.   Een ERI sluit de nodige verzekeringen af tegen alle specifieke risico's die inherent zijn aan haar werking.

6.   Een ERI sluit de nodige verzekeringen af tegen alle specifieke risico's die inherent zijn aan de oprichting van de infrastructuur en haar werking.

Amendement 55

Voorstel voor een verordening

Artikel 14

Communautaire financiering van een ERI is alleen mogelijk conform titel VI van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Ook financiering in het kader van het cohesiebeleid is mogelijk conform de relevante Gemeenschapswetgeving.

Communautaire financiering van een ERI is alleen mogelijk conform titel VI van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Ook financiering in het kader van het cohesiebeleid is mogelijk conform de relevante Gemeenschapswetgeving.

Indien de Gemeenschap rechtstreeks of via een tussenpersoon lid wordt van een ERI, dan wordt die ERI behandeld als orgaan met rechtspersoonlijkheid uit hoofde van artikel 185 van het Financieel Reglement. Dit geldt eveneens voor een ERI die bijdragen (werksubsidies) ontvangt uit hoofde van artikel 185 van het Financieel Reglement.

Amendement 56

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 – letter a

a)

het Gemeenschapsrecht, meer bepaald deze verordening en de in artikel 5, lid 1, onder a), en artikel 10, lid 1, bedoelde beschikkingen;

a)

het Gemeenschapsrecht, meer bepaald deze verordening en de in artikel 5, lid 1, onder a), en artikel 10, lid 1, bedoelde beschikkingen, alsmede, indien toepasselijk, het Financieel Reglement ;

Amendement 57

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 5

5.   Indien er geen corrigerende maatregelen worden genomen, kan de Commissie de beschikking tot oprichting van de ERI intrekken. Een dergelijke beschikking wordt meegedeeld aan de ERI en bekendgemaakt in de L-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie. Dat heeft de ontbinding van de ERI tot gevolg.

5.   Indien er geen corrigerende maatregelen worden genomen, kan de Commissie de beschikking tot oprichting van de onderzoeksinfrastructuur als ERI intrekken. Een dergelijke beschikking wordt meegedeeld aan de ERI en bekendgemaakt in de L-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie. Dat heeft de ontbinding van de ERI tot gevolg.

Amendement 58

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 5 bis (nieuw)

 

5 bis     De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad het jaarlijkse activiteitenverslag in, evenals stelt hen in kennis van eventuele besluiten die zijn genomen krachtens leden 3 tot en met 5.


(1)   PB L 210 van 31.7.2006, blz. 79.