|
18.3.2008 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 71/25 |
Kennisgeving aan de personen, entiteiten en lichamen die zijn geplaatst op de lijst bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 243/2008 van de Raad tot instelling van beperkende maatregelen tegen de illegale autoriteiten van het eiland Anjouan in de Unie der Comoren
(2008/C 71/08)
De Raad van de Europese Unie heeft vastgesteld dat de in bijlage I genoemde ondernemingen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen:
|
a) |
leden zijn van de illegale regering van Anjouan; |
|
b) |
natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen zijn die met die personen verbonden zijn. |
De Raad heeft bijgevolg besloten deze personen, entiteiten en lichamen op de lijst in bijlage I te plaatsen.
Verordening (EG) nr. 243/2008 van de Raad (1) voorziet in de bevriezing van alle tegoeden, andere financiële activa en economische middelen die toebehoren aan de in bijlage I genoemde personen, entiteiten en lichamen en in een verbod aan hen direct of indirect tegoeden en economische middelen ter beschikking te stellen.
De in bijlage I genoemde personen, entiteiten en lichamen worden erop geattendeerd dat zij een verzoek kunnen richten tot de in de lijst van websites in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat of lidstaten, om een machtiging te verkrijgen om bevroren tegoeden te gebruiken voor essentiële behoeften of betalingen als bedoeld in artikel 4 van de verordening.
De betrokken personen, entiteiten en lichamen kunnen te allen tijde, onder overlegging van eventuele bewijsstukken, de Raad verzoeken het besluit om hen op bovengenoemde lijst te plaatsen, te heroverwegen. Dat verzoek dient aan het volgende adres te worden gericht: Raad van de Europese Unie, Wetstraat 175, B-1048 Brussel.
Dergelijke verzoeken zullen worden behandeld zodra zij zijn ontvangen. In dit verband worden de betrokken personen, entiteiten en lichamen erop gewezen dat de Raad, overeenkomstig artikel 3 van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/187/GBVB, de lijst regelmatig evalueert.
Tevens worden de betrokken personen, entiteiten en lichamen erop geattendeerd dat zij het besluit van de Raad kunnen aanvechten voor het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 230, leden 4 en 5, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
(1) PB L 75 van 18.3.2008, blz. 53.