Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad betreffende de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van richtlijn 2003/55/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas /* COM/2008/0907 def./2 - COD 2007/0196 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 12.1.2009 COM(2008) 907 definitief 2007/0196 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad betreffende de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas 2007/0196 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad betreffende de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas 1. PROCEDUREVERLOOP Datum van indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(2007) 529 – 2007/0196 (COD)): | 19.9.2007 | Datum van het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: | 22.4.2008 | Datum van het advies van het Comité van de Regio's: | 10.4.2008 | Datum van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing: | 9.7.2008 | Datum van aanneming met algemene stemmen van het gemeenschappelijk standpunt: | [9.1.2008] | 2. DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE Dit voorstel maakt deel uit van het derde wetgevingspakket voor een interne gas- en elektriciteitsmarkt van de EU (“derde pakket”), dat twee richtlijnen en drie verordeningen omvat. Hoofddoel van het pakket is de invoering van het regelgevingskader nodig om de openstelling van de markt volledig effectief te maken en een gemeenschappelijke gas- en elektriciteitsmarkt van de EU te creëren in het belang van de burgers en de industrie van de Europese Unie. Een en ander zal helpen de prijzen zo laag mogelijk te houden en de normen voor dienstverlening en voorzieningszekerheid te versterken. Dit gebeurt voornamelijk via de volgende maatregelen: - effectiever regulerend toezicht door onafhankelijke nationale regulerende instanties; - oprichting van een Agentschap om voor effectieve samenwerking tussen nationale regulerende instanties te zorgen en beslissingen over alle relevante grensoverschrijdende kwesties te nemen; - verplichte samenwerking tussen netwerkbeheerders om alle regels betreffende het vervoer van energie in heel Europa te harmoniseren en de investeringsplanning te coördineren; - effectieve ontvlechting van de opwekking en transmissie van energie om belangenconflicten op te heffen, netwerkinvesteringen te bevorderen en discriminerend gedrag te voorkomen; - verhoogde transparantie en betere werking van de kleinhandelsmarkt; - verhoogde solidariteit en regionale samenwerking tussen de lidstaten om voor een grotere voorzieningszekerheid te zorgen. 3. OPMERKINGEN OVER HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 3.1. Algemene opmerkingen De door de Raad betreffende de vijf teksten waaruit het derde pakket bestaat aangenomen gemeenschappelijke standpunten bevatten alle essentiële componenten van het voorstel van de Commissie die nodig zijn om de goede werking van de interne gas- en elektriciteitsmarkt te verzekeren en, meer algemeen, om de essentiële hierboven beschreven doelstellingen te bereiken. De Commissie kan zich daar bijgevolg in het algemeen bij aansluiten (zie 3.2 hierna). De eerste lezing spitste zich toe op het komen tot overeenstemming binnen de Raad. De door het Europees Parlement aangenomen amendementen zijn bijgevolg niet formeel in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt. Onderhandelingen in dat verband zullen tijdens de tweede lezing plaatsvinden. Sommige door het Europees Parlement aangenomen amendementen worden echter in het gemeenschappelijk standpunt (zie 3.3 hierna) in aanmerking genomen. De Commissie meent dat een aantal van de niet-behandelde amendementen in de tweede lezing moeten worden meegenomen (zie 3.4 hierna). 3.2. Specifieke opmerkingen De voornaamste wijzigingen ten opzichte van het voorstel van de Commissie zijn als volgt. 3.2.1 Effectieve ontvlechting Het gemeenschappelijk standpunt onderschrijft drie opties voor effectieve ontvlechting wat gas en elektriciteit betreft. De optie van de ontvlechting van de eigendom en de optie van de onafhankelijke systeembeheerder (osb) worden aangenomen. De Commissie blijft ontvlechting van de eigendom als de beste oplossing beschouwen. In zijn gemeenschappelijk standpunt heeft de Raad een derde optie opgenomen, de onafhankelijke transmissiebeheerder (otb), die de transmissiesysteembeheerders (tsb’s) in staat stelt deel te blijven uitmaken van een geïntegreerde onderneming, maar voorziet in nadere regels betreffende autonomie, onafhankelijkheid en investeringen en een specifieke herzieningsclausule die tot wetgevingsvoorstellen kan leiden. De Commissie meent dat deze nadere regels een aanvaarbaar niveau van effectieve ontvlechting mogelijk maken en kan een otb-optie aanvaarden als onderdeel van een algemeen compromis mits deze optie niet zwakker is dan het gemeenschappelijke standpunt en de sterkst mogelijke elementen bevat die een politiek compromis mogelijk maakt. In tegenstelling tot het voorstel van de Commissie zijn minderheidsbelangen toegestaan bij ontvlechting van de eigendom, maar zonder stemrechten, waardoor kruisbestuiving wordt vermeden. Volgens alle opties moet de tsb door de nationale regulator worden gecertificeerd. Het gemeenschappelijk standpunt schrapt echter de bindende toeziende rol van de Commissie in de certificeringsprocedure en voorziet in plaats daarvan in een verplichting voor de nationale regulators om “ten volle rekening” te houden met het standpunt van de Commissie. Het gemeenschappelijk standpunt voorziet ook in een artikel dat de lidstaten toestaat maatregelen te nemen om voor een gelijk speelveld te zorgen mits deze maatregelen evenredig, niet-discriminerend en transparant zijn en aan het EG-Verdrag voldoen. Zij mogen uitsluitend worden toegepast na goedkeuring van de Commissie. Volgens de Commissie vindt deze bepaling het juiste evenwicht tussen erkennen dat op de interne energiemarkt verschillende modellen van ontvlechting kunnen bestaan en de lidstaten toestaan om wat deze verschillende modellen betreft te zorgen voor een gelijk speelveld binnen hun grondgebied. Zij kan bijgevolg worden aanvaard. Betreffende de “derdelandenclausule” voorzag het voorstel van de Commissie in de noodzaak van een internationale overeenkomst om investeerders uit derde landen het middel aan de hand te doen zeggenschap over het EU-transmissienet te verwerven. Investeerders uit derde landen moesten ook voldoen aan de regels inzake ontvlechting van de eigendom behoudens bindend commissietoezicht. In het gemeenschappelijk standpunt is een overeenkomst met een derde land niet langer een eerste vereiste om zeggenschap door een investeerder uit het betrokken derde land mogelijk te maken. Op grond van de certificeringsprocedure dient de lidstaat, naast de zorg voor naleving van een van de drie ontvlechtingsopties, certificering te weigeren indien dit een bedreiging vormt voor de energievoorzieningszekerheid van de betrokken lidstaat of de Gemeenschap. De nationale instantie moet de Commissie raadplegen en “ten volle rekening” houden met haar advies. Het gemeenschappelijk standpunt houdt vast aan de essentiële doelstellingen van het voorstel van de Commissie en is dan ook aanvaardbaar als onderdeel van een algemeen compromis. 3.2.2 Nationale regulators In substantie wordt het voorstel van de Commissie onderschreven houdende de instelling van nationale regulators onafhankelijk van de overheid en uitgebreide bevoegdheden voor zowel de netten als de voorzieningsmarkten. De afzwakking van het voorstel van de Commissie heeft onder meer betrekking op bevoegdheden die geen verband houden met de kerntaken van netregulering, zoals het beleid inzake hernieuwbare energiebronnen en onderzoeksontwikkeling, voorzieningszekerheid en openbaredienstverplichtingen. Er worden aan de onafhankelijkheid grenzen gesteld die niet van invloed zijn op het kernbeginsel, bv. verplichting om de rol te respecteren van andere bevoegde instanties inzake bijvoorbeeld milieuduurzaamheid of openbaredienstverplichtingen, wetgevende zeggenschap over de begroting, rechterlijke toetsing en mogelijke verlenging van het beheer van de regulator. Het gemeenschappelijk standpunt houdt globaal vast aan de essentie van het voorstel van de Commissie en is aanvaardbaar. Zoals hierna aangegeven, zou het gemeenschappelijk standpunt baat hebben bij invoeging van de amendementen van het Europees Parlement die de rol van de nationale regulators verduidelijken en aanvullen. 3.2.3 Op grond van de comitologieprocedure aangenomen richtsnoeren Sommige richtsnoeren zijn niet-bindend gemaakt en andere (betreffende openbaredienstveplichtingen, de bevoegdheden en taken van de nationale regulators, detailmarkten en effectieve ontvlechting voor systeembeheer op distributieniveau) zijn geschrapt. De resterende richtsnoeren zijn absoluut essentieel. 3.2.4 Ontheffingen De Raad heeft algemene ontheffingen voor kleine/geïsoleerde systemen ingevoerd voor Cyprus, Luxemburg en Malta alsmede voor Estland, Finland en Letland totdat een van deze lidstaten rechtstreeks verbonden wordt met het systeem van andere lidstaten dan Estland, Finland, Letland of Litouwen. 3.3. Aspecten van het gemeenschappelijk standpunt die de amendementen van het Europees Parlement weergeven Een aantal amendementen van het Europees Parlement komen, in dezelfde formulering of substantieel, tot uitdrukking in het gemeenschappelijk standpunt. Het gaat om de volgende amendementen: de amendementen (78, 125 rev, 135 rev, 138 rev) van het Europees Parlement waarin de otb-optie wordt voorgesteld, liggen conceptueel binnen de mogelijkheden van het gemeenschappelijke standpunt. Het Europees Parlement vereist echter de aanstelling van een gevolmachtigde om zowel de onafhankelijkheid van de tsb als de waarde van de tsb voor de verticaal geïntegreerde onderneming te waarborgen. Amendement 63 betreffende de toepassing van ontvlechting op publieke entiteiten wordt eveneens behandeld. Verder worden de volgende amendementen gedeeltelijk behandeld door het gemeenschappelijk standpunt: amendementen 55 en 104 betreffende sterkere regionale samenwerking, amendement 91 betreffende de onafhankelijkheid van de nationale regulators, amendement 93 betreffende de taken van de nationale regulators en amendementen 95 en 96 betreffende de methode voor het goedkeuren van tarieven. 3.4. Door de Commissie goedgekeurde, maar niet door de Raad onderschreven amendementen van het Europees Parlement De Commissie kan – in sommige gevallen behoudens preciezere formulering of omwerking – de meeste door het Parlement aangenomen amendementen volledig of minstens gedeeltelijk aanvaarden. Dit betreft de volgende belangrijke kwesties. 3.4.1 Rol van de regulators De Commissie staat over het algemeen achter de amendementen van het Parlement die de rol en onafhankelijkheid van de nationale regulators versterken (bv. goedkeuring en handhaving van de jaarlijkse investeringsplannen van de tsb’s, handhaving van consumentenbeschermingsmaatregelen, toezicht op restrictieve contractuele methoden, krachtige regels en interventie om de concurrentie op de voorzieningsmarkten te herstellen, autonome financiering van regulators). Langetermijncontracten zijn aanvaardbaar mits zij aan de concurrentieregels voldoen, maar zullen niet worden gestimuleerd omdat zij een potentieel afsluitend effect op de markt hebben. Hoewel prijsplafonds in uitzonderlijke gevallen en onder welbepaalde voorwaarden nuttig kunnen zijn, is het verkieslijk in de huidige context van gereguleerde prijzen geen specifieke wetsbepaling op te nemen die de openstelling van de markt in veel lidstaten verhindert. De Commissie staat over het algemeen achter de beginselen waarop de amendementen betreffende de bevordering van energie-efficiëntie steunen. Het specifieke amendement dat een zuivere verplichting verlangt om prijsstellingsformules in te voeren waarbij de tarieven stijgen bij hogere verbruiksniveaus kan echter niet worden aanvaard. Gegeven de complexiteit en economische gevolgen van zulk een verplichting en omdat er alternatieve manieren zijn om tot hetzelfde resultaat te komen die de voorkeur verdienen, moet het de markt vrij staan zijn eigen prijsstellingsformules in te voeren. 3.4.2 Consumentenrechten De Commissie staat in het algemeen achter de amendementen van het Europees Parlement die de consumentenrechten versterken. Dit betreft met name de uitbreiding van bijlage A, de verplichting voor leveranciers om adequate vooruitbetalingsvoorwaarden vast te stellen, de wederzijdse erkenning van leveringsvergunningen tussen de lidstaten, de opzet van één enkel contactpunt op nationaal niveau om de consumenten alle nodige informatie betreffende hun rechten te verschaffen en de aanstelling van een nationale ombudsman. De Commissie staat verder in beginsel achter het voorstel om binnen een periode van 10 jaar slimme meters in te voeren, hoewel de precieze reikwijdte en redactie zorgvuldig dienen te worden onderzocht. Betreffende een Handvest voor de Energieconsument erkent de Commissie dat informatie voor de consument cruciaal is voor de werking van de voorzieningsmarkt. De Commissie heeft een informatietool in de vorm van een Europese checklist voor energieconsumenten ontwikkeld, die beoogt de consumenten over hun rechten te informeren. Het Energieforum voor de Burger is de drijvende kracht achter de instelling van concurrerende detailmarkten en verzekering van de bescherming van energieconsumenten in de EU. De checklist wordt momenteel door het Forum ontwikkeld. Het consumentenhandvest zou gebaseerd zijn op bijlage A van de richtlijnen en op algemene richtlijnen inzake consumentenbescherming en heeft dan ook geen extra juridische waarde. Verder kan het handvest om juridische redenen niet in de richtlijnen worden opgenomen aangezien het een doublure is van bestaande rechten. De Commissie staat dan ook niet achter de amendementen die beogen een Handvest voor de Energieconsument in de richtlijn op te nemen. De Commissie zou echter kunnen instemmen met een evaluatieclausule die voorziet in rapportage door de Commissie over de uitvoering van maatregelen van bijlage A binnen drie jaar na toepassing van de richtlijn. De Commissie staat ook achter de doelstelling van de amendementen betreffende de rol van de distributiesysteembeheerder De voorstellen moeten echter nader worden onderzocht om ervoor te zorgen dat zij werkbaar en haalbaar zijn. 3.4.3 Bestrijding van energiearmoede Het Europees Parlement verlangt een verplichting voor de lidstaten om maatregelen te nemen om energiearmoede in het kader van hun nationale energieactieplannen aan te pakken. Deze moeten verzekeren dat het aantal mensen dat te maken heeft met energiearmoede daalt, dat gepensioneerden en gehandicapten in de winter niet kunnen worden afgesloten en dat energiearmoede op nationaal niveau moet worden gedefinieerd overeenkomstig een EG-definitie op basis van een temperatuursniveau conform de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie. De Commissie heeft geen wijziging van het huidige wettelijke kader voorgesteld, dat al een verplichting voor de lidstaten om kwetsbare afnemers te beschermen omvat. Energiearmoede als concept wordt niet in alle lidstaten gehanteerd en maatregelen om armoede aan te pakken vereisen dat alle aspecten van het energie- en sociaal beleid in aanmerking worden genomen. De Commissie gelooft dat het gebruik van het energiebeleid als enig instrument de werking van de markt voor energie zou verstoren. De lidstaten hebben de vrijheid om kwetsbare afnemers te definiëren onder verwijzing naar diegenen die met energiearmoede worden geconfronteerd. De Commissie zou achter een verplichting voor de lidstaten kunnen staan om energiearmoede binnen de grenzen van een definitie van kwetsbare afnemers op nationaal niveau te definiëren, maar is geen voorstander van een definitie van energiearmoede op EG-niveau. De Commissie gelooft verder dat een verplichting op EG-niveau om te verzekeren dat het aantal mensen dat te maken heeft met energiearmoede daalt niet adequaat zou zijn aangezien daarmee wordt voorbijgezien aan de brede beleidsrespons die nodig is om deze kwestie aan te pakken. De Commissie kan achter een algemene doelstelling staan om het aantal mensen dat met energiearmoede te kampen heeft te verminderen. De Commissie kan ook achter een verplichting voor de lidstaten staan om te zorgen voor specifieke bescherming van gepensioneerden en gehandicapten in de winter en om aan de Commissie verslag uit brengen over de in dat verband toegepaste maatregelen. De Commissie staat ook in het algemeen achter die lidstaten die hun verplichting hebben vervuld om kwetsbare afnemers in voorkomend geval onder verwijzing naar het vermijden van afsluiting van elektriciteit te definiëren, maar gelooft dat een absoluut verbod te ver zou gaan. 3.4.4 Toegang tot opslag en LNG De Commissie kan wel achter de amendementen van het Parlement die de toegangsregeling tot opslag in artikel 19 ondersteunen, maar niet achter de schrapping van juridische en functionele ontvlechting staan. Het voorstel van het Parlement om onderhandelde TPA voor LNG mogelijk te maken kan in zijn huidige vorm niet worden aanvaard. 3.4.5 Andere kwesties De door het Europees Parlement voorgestelde amendementen die de verplichtingen van de tsb’s betreffende congestiebeheer, investering in nieuwe capaciteit en transparantie onderstrepen, zijn in het algemeen aanvaardbaar voor de Commissie. De Commissie kan ook achter de eis staan van grotere samenwerking tussen de tsb’s bij het beheer van hun systemen hoewel de formulering van deze bepalingen moet worden verduidelijkt. Het Parlement wil de lidstaten toestaan ontheffingen van de regels inzake toegang voor derden voor industriegebieden te verlenen. De Commissie staat in beginsel achter de ontheffing voor industriegebieden, die ook op luchthavens en spoorwegen betrekking zou hebben. Het voorgestelde EP-amendement gaat echter te ver in zoverre het industriegebieden van bijna alle verplichtingen die voor tsb’s en dsb’s gelden ontheft. Aanvaarbaar zou zijn een ontheffing die zich beperkt tot de zwaarste administratieve verplichtingen, d.w.z. tariefgoedkeuring vooraf door de regulators. 4. CONCLUSIES De Commissie is van oordeel dat het gemeenschappelijk standpunt vasthoudt aan de hoofdpunten van het voorstel van de Commissie. De Commissie vindt dat het gemeenschappelijk standpunt op belangrijke punten doorgaans het juiste evenwicht vindt en tot een haalbaar compromis komt waardoor de interne gas- en elektriciteitsmarkt goed zullen kunnen werken. De Commissie meent evenwel dat een aantal door het Europees Parlement in eerste lezing aangenomen amendementen pas bij tweede lezing moeten worden opgenomen.