52008PC0891

Voorstel voor een Verordening (EG) Nr. …/… van de Raad van […] betreffende de invoering van een uniform visummodel (gecodificeerde versie) /* COM/2008/0891 def. - CNS 2008/0265 */


NL

Brussel, 19.12.2008

COM(2008) 891 definitief

2008/0265 (CNS)

Voorstel voor een

VERORDENING (EG) Nr. …/… VAN DE RAAD

van […]

betreffende de invoering van een uniform visummodel (gecodificeerde versie)

(door de Commissie ingediend)

2008/0265 (CNS)

Voorstel voor een

VERORDENING (EG) Nr. …/… VAN DE RAAD

van […]

betreffende de invoering van een uniform visummodel

(gecodificeerde versie)

TOELICHTING

1. In de context van een Europa van de burgers hecht de Commissie groot belang aan het vereenvoudigen en verduidelijken van het Gemeenschapsrecht om het duidelijker en toegankelijker te maken voor de gewone burger, zodat deze nieuwe mogelijkheden krijgt en in staat wordt gesteld gebruik te maken van de specifieke rechten die hij aan het Gemeenschapsrecht kan ontlenen.

Dit doel kan niet worden verwezenlijkt zolang talloze bepalingen die meermaals en vaak ingrijpend zijn gewijzigd, gedeeltelijk in het oorspronkelijke besluit en gedeeltelijk in de latere wijzigingsbesluiten te vinden zijn. Om dan na te gaan wat de geldende regels zijn, is veel zoekwerk vereist, waarbij een groot aantal besluiten moet worden vergeleken.

Codificatie van meermaals gewijzigde regels is dan ook van essentieel belang om het Gemeenschapsrecht duidelijk en doorzichtig te maken.

2. Bij haar besluit van 1 april 1987 [1] heeft de Commissie daarom haar diensten opgedragen alle wetgevingbesluiten na maximaal tien wijzigingen te codificeren, waarbij zij erop wijst dat dit een minimumregel is en dat haar diensten ter wille van de duidelijkheid en het juiste begrip van de communautaire wetgeving ernaar zouden moeten streven de teksten waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen, met nog kortere tussenpozen te codificeren.

3. De conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Edinburgh (december 1992) hebben dit bevestigd [2] en het belang van codificatie onderstreept, omdat daarmee rechtszekerheid wordt verschaft omtrent de vraag welke wet op een gegeven moment op een bepaald onderwerp van toepassing is.

Bij codificatie moet het normale wetgevingsproces van de Gemeenschap volledig in acht worden genomen.

Aangezien bij codificatie geen inhoudelijke wijzigingen in de betrokken wetteksten mogen worden aangebracht, zijn het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bij Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 een versnelde werkmethode voor de codificatie van wetteksten overeengekomen.

4. Dit voorstel beoogt de codificatie van Verordening (EG) nr. 1683/95 van de Raad van 29 mei 1995 betreffende de invoering van een uniform visummodel [3]. De nieuwe verordening vervangt de verschillende besluiten die erin zijn verwerkt [4]; dit voorstel laat de inhoud van de besluiten die worden gecodificeerd onverlet en beperkt zich er derhalve toe deze samen te voegen en daarin slechts de formele wijzigingen aan te brengen die voor de codificatie zelf vereist zijn.

5. Dit voorstel voor een codificatie is opgesteld op basis van een voorafgaande consolidatie, in alle officiële talen, van Verordening (EG) nr. 1683/95 en de besluiten tot wijziging daarvan, met behulp van een gegevensverwerkingssysteem van het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen. Voorzover de artikelen zijn vernummerd, is het verband tussen de oude en de nieuwe nummering weergegeven in een concordantietabel die is opgenomen in bijlage III bij de gecodificeerde verordening.

Voorstel voor een

1683/95 (aangepast)

(COD)

VERORDENING (EG) Nr. …/… VAN DE RAAD

van […]

betreffende de invoering van een uniform visummodel (gecodificeerde versie)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, punt 2, onder b), iii) ,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement [5],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EG) nr. 1683/95 van de Raad van 29 mei 1995 betreffende de invoering van een uniform visummodel [6] is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd [7]. Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze verordening te worden overgegaan.

334/2002 overweging 4 en 1683/95 overweging 2

(2) De vaststelling van een uniform visummodel is van essentieel belang voor de harmonisatie van het beleid inzake visa. In artikel 14 van het Verdrag is bepaald dat het gemeenschappelijk doel een ruimte zonder binnengrenzen is waarin het vrije verkeer van personen overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag gewaarborgd is.

1683/95 overweging 3

(3) Het is van wezenlijk belang dat het uniforme visummodel alle noodzakelijke gegevens bevat en aan zeer hoge technische normen, meer bepaald met betrekking tot de garanties tegen namaak en vervalsing, voldoet en voor alle lidstaten goed bruikbaar is. Het model moet tevens met het blote oog duidelijk waarneembare algemeen herkenbare veiligheidskenmerken hebben.

334/2002 overweging 5

(4) Voorts moet worden voorzien in gemeenschappelijke normen inzake het gebruik van het visummodel en moeten er met name gemeenschappelijke bepalingen worden vastgesteld ten aanzien van de technische methoden en normen voor de invulling van het formulier.

334/2002 overweging 6 (aangepast)

(5) In dit verband wordt door de integratie van een volgens hoge veiligheidsnormen vervaardigde foto een begin gemaakt met het gebruik van elementen waarmee een duidelijker verband wordt gelegd tussen de houder en het visum en wordt er aanzienlijk toe bijgedragen dat het uniforme visummodel ook tegen frauduleus gebruik wordt beveiligd. Er moet rekening worden gehouden met de specificaties vervat in document nr. 9303 van de ICAO (Internationale Burgerluchtvaartorganisatie) betreffende machineleesbare visa.

1683/95 overweging 4 (aangepast)

(6) Deze verordening behelst slechts de niet-geheime specificaties van het model. Deze specificaties dienen te worden aangevuld met bijkomende specificaties, uitgezonderd persoonsgegevens of verwijzingen naar dergelijke gegevens, waarvoor het mogelijk moet zijn te besluiten dat zij geheim blijven teneinde namaak en vervalsing te verhinderen. De Commissie dient de bevoegdheid tot vaststelling van bijkomende specificaties te worden verleend.

(7) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [8].

1683/95 overweging 5

(8) Het is eveneens van wezenlijk belang dat elke lidstaat niet meer dan één organisatie aanwijst die verantwoordelijk is voor het drukken van het uniforme visummodel teneinde te waarborgen dat de bedoelde informatie niet voor meer personen dan noodzakelijk, toegankelijk wordt, waarbij het de lidstaten vrij moet staan zo nodig van organisatie te veranderen. Elke lidstaat dient om veiligheidsredenen de naam van de gekozen organisatie aan de Commissie en aan de andere lidstaten mede te delen.

1683/95 overweging 6 (aangepast)

(9) Deze verordening dient, om doelmatig te zijn, voor alle in deze verordening bepaalde visa te gelden. Het moet de lidstaten daarnaast vrij staan het concept van het uniforme visummodel ook te gebruiken voor visa voor andere dan de in deze verordening bepaalde doeleinden, voor zover door middel van met het blote oog waarneembare verschillen verwarring met het uniforme visum uitgesloten wordt.

1683/95 overweging 7

(10) Met het oog op de persoonsgegevens die overeenkomstig bijlage I bij deze verordening op het uniforme visummodel moeten worden vermeld, dient gewaarborgd te worden dat de bepalingen van de lidstaten inzake de bescherming van gegevens alsmede het Gemeenschapsrecht in dezen worden nageleefd.

334/2002 overweging 10

(11) De maatregelen waarin deze verordening voorziet moeten de vigerende bepalingen inzake de erkenning van de geldigheid van reisdocumenten onverlet laten.

856/2008 overweging 5

(12) Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten Overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis [9] die vallen onder artikel 1, punt B, van Besluit 1999/437/EG van de Raad [10] inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst.

856/2008 overweging 6

(13) Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de door de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat ondertekende Overeenkomst inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 4, lid 1, van de Besluiten 2004/849/EG [11] en 2004/860/EG [12] van de Raad.

856/2008 overweging 7

(14) Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de door de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein ondertekende Protocol betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, juncto artikel 3 van Besluit 2008/261/EG van de Raad [13].

856/2008 overweging 8

(15) Overeenkomstig artikel 1 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling van deze verordening. Onverminderd artikel 4 van genoemd protocol zijn de bepalingen van deze verordening dan ook niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk en Ierland,

1683/95

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De door de lidstaten afgegeven visa in de zin van artikel 2 worden vervaardigd in de vorm van een uniform visummodel (zelfklever).

Zij moeten beantwoorden aan de in bijlage I vervatte specificaties.

1683/95 art. 5

Artikel 2

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder „visum” verstaan een door een lidstaat verleende machtiging of genomen besluit, vereist voor binnenkomst op zijn grondgebied met het oog op:

a) een voorgenomen verblijf in die lidstaat of in verscheidene lidstaten van in totaal maximum drie maanden;

b) een doorreis over het grondgebied of via de transitzone van een luchthaven van die lidstaat of van verscheidene lidstaten.

334/2002 art. 1, punt 1

Artikel 3

1. Overeenkomstig de in artikel 6, lid 2, bedoelde procedure worden aanvullende technische specificaties voor het uniforme visummodel vastgesteld voor:

a) aanvullende elementen en vereisten inzake beveiliging, met inbegrip van hogere normen ter bestrijding van vervalsing en namaak;

b) technische methoden en normen voor de invulling van het uniforme visum.

2. De kleuren van de visumzelfklever kunnen worden gewijzigd overeenkomstig de in artikel 6, lid 2, bedoelde procedure.

856/2008 art. 1, punt 1 (aangepast)

3. Overeenkomstig de in artikel 6, lid 2, bedoelde procedure kan worden besloten dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde specificaties geheim zijn en niet worden bekendgemaakt. In dat geval worden zij uitsluitend aan de door de lidstaten aangewezen organisaties die verantwoordelijk zijn voor het drukken en aan door een lidstaat of de Commissie naar behoren gemachtigde personen verstrekt.

1683/95 art. 3

Artikel 4

Elke lidstaat wijst één organisatie aan die voor het drukken van de visa van die lidstaat de verantwoordelijkheid draagt. De lidstaat deelt de naam van die organisatie mee aan de Commissie en aan de andere lidstaten. Twee of meer lidstaten kunnen daartoe één zelfde organisatie aanwijzen. Elke lidstaat heeft het recht om van organisatie te veranderen. Hij deelt dit aan de Commissie en aan de andere lidstaten mee.

1683/95 art. 4

Artikel 5

1. Onverminderd de relevante verdergaande bepalingen inzake gegevensbescherming hebben de personen aan wie een visum is afgegeven het recht de op het visum vermelde persoonsgegevens te verifiëren en zo nodig te verzoeken dat deze worden gecorrigeerd dan wel geschrapt.

2. Het uniforme visummodel bevat geen machineleesbare informatie die niet eveneens voorkomt in de rubrieken welke in de punten 6 tot en met 12 van bijlage I zijn beschreven, of in het desbetreffende reisdocument.

334/2002 art. 1, punt 2

Artikel 6

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG, bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.

1683/95

Artikel 7

Indien de lidstaten het uniforme visummodel ook voor andere dan de onder artikel 2 vallende doeleinden gebruiken, moeten zij er door middel van passende maatregelen voor zorgen dat verwarring met het in artikel 2 bedoelde visum uitgesloten is.

Artikel 8

Verordening (EG) nr. 1683/95 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

1683/95 art. 8 (aangepast)

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2009 .

1683/95

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Brussel, […]

Voor de Raad

De Voorzitter

[…]

1683/95

BIJLAGE I

856/2008 art. 1, punt 3

(...PICT...)

Veiligheidskenmerken

1. Er wordt een volgens hoge veiligheidsnormen vervaardigde foto geïntegreerd.

2. In deze zone komt een optisch variabel beeldmerk ("kinegram" of soortgelijk beeldmerk). Afhankelijk van de gezichtshoek worden twaalf sterren, het "E"-teken en een aardbol zichtbaar in verschillende grootten en kleuren.

3. In deze zone komt het logo dat bestaat uit een letter of letters die de afgevende lidstaat (of "BNL" in het geval van de Beneluxstaten, namelijk België, Nederland en Luxemburg) aanduiden met een latent beeldeffect. Dit logo is licht wanneer het horizontaal wordt gehouden en donker wanneer het 90° is gedraaid. De volgende logo's worden gebruikt: A voor Oostenrijk, BG voor Bulgarije, BNL voor Benelux, CY voor Cyprus, CZE voor Tsjechië, D voor Duitsland, DK voor Denemarken, E voor Spanje, EST voor Estland, F voor Frankrijk, FIN voor Finland, GR voor Griekenland, H voor Hongarije, I voor Italië, IRL voor Ierland, LT voor Litouwen, LVA voor Letland, M voor Malta, P voor Portugal, PL voor Polen, ROU voor Roemenië, S voor Zweden, SK voor Slowakije, SVN voor Slovenië, UK voor het Verenigd Koninkrijk.

4. In het midden van deze zone komt het woord "visum" in hoofdletters in optisch variabele inkt. Afhankelijk van de gezichtshoek is de kleur groen of rood.

5. Deze rubriek bevat het negencijferige nationale nummer van de visumzelfklever, dat is voorgedrukt. Er wordt een bijzonder karakter gebruikt.

5a. Deze rubriek bevat de drieletterige landencode conform ICAO-document 9303 betreffende machineleesbare reisdocumenten [14], ter aanduiding van de afgevende lidstaat.

Het "visumzelfklevernummer" is de drieletterige landencode van rubriek 5a en het nationale nummer van rubriek 5.

In te vullen rubrieken

6. Deze rubriek begint met de woorden: "geldig voor". De afgevende overheid geeft het grondgebied of de grondgebieden aan waarvoor het visum geldig is.

7. Deze rubriek begint met het woord "van" en verder op de lijn komt het woord "tot". De afgevende overheid dient hier de geldigheidsduur van het visum aan te geven.

8. Deze rubriek begint met de woorden "type visum". De afgevende overheid vermeldt de visumcategorie overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2 en 7. Verder op de lijn komen de woorden "aantal binnenkomsten", "verblijfsduur" (d.w.z. door de aanvragers beoogde verblijfsduur) en "dagen".

9. Deze rubriek begint met de woorden "afgegeven te" en dient om de plaats van afgifte te vermelden.

10. Deze rubriek begint met het woord "op" (gevolgd door de datum van afgifte die door de afgevende overheid wordt ingevuld) en verder op de lijn komt het woord "paspoortnummer" (gevolgd door het paspoortnummer van de houder).

11. Deze rubriek begint met de woorden "voornaam, naam".

12. Deze rubriek begint met de woorden "opmerkingen". Zij wordt door de afgevende overheid gebruikt voor bijkomende gegevens die zij noodzakelijk acht, mits beantwoordend aan het bepaalde in artikel 5. De volgende twee en een halve lijn worden voor dergelijke opmerkingen opengelaten.

13. Deze rubriek bevat relevante machineleesbare informatie om controles aan de buitengrenzen te vergemakkelijken. Het machineleesbare gedeelte bevat in ondergrondbedrukking een gedrukte tekst ter aanduiding van de lidstaat die het document afgeeft. Deze tekst mag de technische elementen van de machineleesbare zone of de leesbaarheid ervan niet beïnvloeden.

Het papier heeft een natuurlijke kleur met rode en blauwe tekens.

De bewoordingen die de rubrieken aanduiden zijn in het Engels en in het Frans gesteld. De afgevende lidstaat kan een derde officiële taal van de Gemeenschap daaraan toevoegen. Het woord "visum" op de bovenste lijn mag evenwel in eender welke officiële taal van de Gemeenschap voorkomen.

_____________

BIJLAGE II

Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Verordening (EG) nr. 1683/95 van de Raad (PB L 164 van 14.7.1995, blz. 1) | |

Verordening (EG) nr. 334/2002 van de Raad (PB L 53 van 23.2.2002, blz. 7) | uitsluitend de artikelen 1 en 3 |

Punt 18.B.1 van bijlage II bij de Toetredingsakte van 2003 (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 718) | |

Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1) | uitsluitend wat de verwijzing naar Verordening (EG) nr. 1683/1995 in artikel 1, lid 1, elfde streepje, en bijlage, punt 11, onder B. 1 betreft |

Verordening (EG) nr. 856/2008 van de Raad (PB L 235 van 2.9.2008, blz. 1) | |

_____________

BIJLAGE III

Concordantietabel

Verordening (EG) nr. 1683/95 | De onderhavige verordening |

Artikel 1, eerste zin | Artikel 1, eerste alinea |

Artikel 1, tweede zin | Artikel 1, tweede alinea |

Artikel 2 | Artikel 3 |

Artikel 3, lid 2 | Artikel 4 |

Artikel 4 | Artikel 5 |

Artikel 5, aanhef | Artikel 2, aanhef |

Artikel 5, eerste streepje | Artikel 2, onder a) |

Artikel 5, tweede streepje | Artikel 2, onder b) |

Artikel 6, leden 1 en 2 | Artikel 6, leden 1 en 2 |

Artikel 6, lid 3 | - |

Artikel 7 | Artikel 7 |

- | Artikel 8 |

Artikel 8, eerste alinea | Artikel 9 |

Artikel 8, tweede alinea | - |

Artikel 8, derde alinea | - |

Bijlage | Bijlage I |

- | Bijlage II |

- | Bijlage III |

_____________

[1] COM(87) 868 PV.

[2] Zie bijlage 3 bij deel A van die conclusies.

[3] Uitgevoerd overeenkomstig de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Codificatie van het Acquis communautaire, COM(2001) 645 definitief.

[4] Zie bijlage II bij dit voorstel.

[5] PB C […] van […], blz. […].

[6] PB L 164 van 14.7.1995, blz. 1.

[7] Zie bijlage II.

[8] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

[9] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

[10] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31.

[11] PB L 368 van 15.12.2004, blz. 26.

[12] PB L 370 van 17.12.2004, blz. 78.

[13] PB L 83 van 26.3.2008, blz. 3.

[14] Uitzondering voor Duitsland: overeenkomstig ICAO-document 9303 betreffende machineleesbare reisdocumenten is de landencode van Duitsland "D".

--------------------------------------------------