Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (gecodificeerde versie) /* COM/2008/0873 def. - CNS 2008/0253 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 19.12.2008 COM(2008) 873 definitief 2008/0253 (CNS) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (gecodificeerde versie) (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. In de context van een Europa van de burgers hecht de Commissie groot belang aan het vereenvoudigen en verduidelijken van het Gemeenschapsrecht om het duidelijker en toegankelijker te maken voor de gewone burger, zodat deze nieuwe mogelijkheden krijgt en in staat wordt gesteld gebruik te maken van de specifieke rechten die hij aan het Gemeenschapsrecht kan ontlenen. Dit doel kan niet worden verwezenlijkt zolang talloze bepalingen die meermaals en vaak ingrijpend zijn gewijzigd, gedeeltelijk in het oorspronkelijke besluit en gedeeltelijk in de latere wijzigingsbesluiten te vinden zijn. Om dan na te gaan wat de geldende regels zijn, is veel zoekwerk vereist, waarbij een groot aantal besluiten moet worden vergeleken. Codificatie van meermaals gewijzigde regels is dan ook van essentieel belang om het Gemeenschapsrecht duidelijk en doorzichtig te maken. 2. Bij haar besluit van 1 april 1987[1] heeft de Commissie daarom haar diensten opgedragen alle wetgevingbesluiten na maximaal tien wijzigingen te codificeren , waarbij zij erop wijst dat dit een minimumregel is en dat haar diensten ter wille van de duidelijkheid en het juiste begrip van de communautaire wetgeving ernaar zouden moeten streven de teksten waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen, met nog kortere tussenpozen te codificeren. 3. De conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Edinburgh (december 1992) hebben dit bevestigd[2] en het belang van codificatie onderstreept, omdat daarmee rechtszekerheid wordt verschaft omtrent de vraag welke wet op een gegeven moment op een bepaald onderwerp van toepassing is. Bij codificatie moet het normale wetgevingsproces van de Gemeenschap volledig in acht worden genomen. Aangezien bij codificatie geen inhoudelijke wijzigingen in de betrokken wetteksten mogen worden aangebracht, zijn het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bij Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 een versnelde werkmethode voor de codificatie van wetteksten overeengekomen. 4. Dit voorstel beoogt de codificatie van Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG[3]. De nieuwe richtlijn vervangt de verschillende besluiten die erin zijn verwerkt[4]; dit voorstel laat de inhoud van de besluiten die worden gecodificeerd onverlet en beperkt zich er derhalve toe deze samen te voegen en daarin slechts de formele wijzigingen aan te brengen die voor de codificatie zelf vereist zijn. 5. Dit voorstel voor een codificatie is opgesteld op basis van een voorafgaande consolidatie , in alle officiële talen, van Richtlijn 91/496/EEG en de besluiten tot wijziging daarvan, met behulp van een gegevensverwerkingssysteem van het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen. Voorzover de artikelen zijn vernummerd, is het verband tussen de oude en de nieuwe nummering weergegeven in een concordantietabel die is opgenomen in bijlage IV bij de gecodificeerde richtlijn. ê 91/496/EEG (aangepast) 2008/0253 (CNS) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (gecodificeerde versie) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel Ö 37 Õ, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement[5], Overwegende hetgeen volgt: ê (1) Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG[6] is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd[7]. Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan. ê 91/496/EEG overweging 1 (2) Levende dieren zijn in de lijst van bijlage I van het Verdrag opgenomen. ê 91/496/EEG overweging 2 (3) De vaststelling, op communautair niveau, van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen draagt bij tot de veiligstelling van de voorziening en stabilisatie van de markten, en daarbij worden tevens de maatregelen die voor de bescherming van de gezondheid van de dieren nodig zijn, geharmoniseerd. ê 91/496/EEG (4) Voor elke partij dieren uit derde landen dienen, zodra zij op het grondgebied van de Gemeenschap wordt binnengebracht, een controle van documenten en een overeenstemmingscontrole te worden verricht. (5) Voor de gehele Gemeenschap dienen geldende beginselen te worden vastgesteld inzake de organisatie van en het gevolg dat moet worden gegeven aan de door de bevoegde veterinaire autoriteiten te verrichten fysieke controles. (6) Er dient in een stelsel van vrijwaringsmaatregelen te worden voorzien. De Commissie moet in dat kader handelend kunnen optreden, met name door zich ter plaatse te begeven en de aan de situatie aangepaste maatregelen vast te stellen. (7) Een harmonische werking van het controlesysteem impliceert een erkenningsprocedure en een inspectie van de inspectieposten aan de grens. Voorts dienen er uitwisselingen te zijn van ambtenaren die tot taak hebben de levende dieren uit derde landen te controleren. ê 91/496/EEG (aangepast) (8) De vaststelling, op communautair niveau, van gemeenschappelijke beginselen is te meer noodzakelijk omdat de controles aan de binnengrenzen Ö bij Õ de totstandbrenging van de interne markt Ö zijn Õ afgeschaft. ê 91/496/EEG overweging 11 (aangepast) (9) Ö De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[8]. Õ ê (10) Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten, ê 91/496/EEG (aangepast) HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Ö HOOFDSTUK I Õ Ö Toepassingsgebied en definities Õ ê 91/496/EEG è1 Rectificatie 91/496/EEG (PB L 50 van 25.2.1992, blz.18) Artikel 1 1. De lidstaten verrichten de veterinaire controles voor dieren van herkomst uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht overeenkomstig het bepaalde in deze richtlijn. 2. Deze richtlijn is niet van toepassing op de veterinaire controles van andere è1 gezelschapsdieren ç dan paardachtigen, die reizigers vergezellen zonder dat er sprake is van een winstoogmerk. Artikel 2 Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de definities van artikel 2 van Richtlijn 90/425/EEG van de Raad[9]. Voorts wordt verstaan onder: a) controle van de documenten: de verificatie van de veterinaire certificaten of documenten die de dieren vergezellen; b) overeenstemmingscontrole: de verificatie, door een eenvoudige visuele inspectie van de overeenstemming tussen de documenten of certificaten en de dieren alsmede van de aanwezigheid en overeenstemming van de merktekens die op de dieren moeten zijn aangebracht; c) fysieke controle: de controle van de dieren zelf, die monsterneming en een onderzoek van de monsters in een laboratorium kan omvatten, met in voorkomend geval aanvullende controles tijdens de quarantaine; d) importeur: elke natuurlijke of rechtspersoon die de dieren aanbiedt met het oog op de invoer ervan in de Gemeenschap; e) partij: een aantal dieren van dezelfde soort waarvoor een zelfde veterinair certificaat of document geldt, dat met hetzelfde vervoermiddel wordt vervoerd en dat afkomstig is uit hetzelfde derde land of hetzelfde gedeelte van een derde land; ê 91/496/EEG (aangepast) f) inspectiepost aan de grens: inspectiepost die in de onmiddellijke nabijheid van de buitengrens van een van de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG van de Raad[10] omschreven grondgebieden is gelegen en die is aangewezen en erkend overeenkomstig artikel 6 Ö van de onderhavige richtlijn Õ. ê 91/496/EEG HOOFDSTUK II Organisatie van de controles en gevolgen die aan deze controles moeten worden verbonden Artikel 3 1. De lidstaten zien erop toe dat: a) de importeurs worden verplicht het veterinaire personeel van de inspectiepost aan de grens waar de dieren ter controle zullen worden aangeboden één werkdag van tevoren mededeling te doen van het aantal en het soort dieren, alsmede van het vermoedelijke tijdstip van aankomst; b) de dieren rechtstreeks onder officieel toezicht naar de in artikel 6 bedoelde inspectiepost aan de grens of in voorkomend geval naar een in artikel 10, lid 1, eerste alinea, onder b), bedoeld quarantainestation worden gebracht; c) de dieren deze posten of stations slechts mogen verlaten indien — onverminderd de volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure vast te stellen bijzondere bepalingen — wordt aangetoond dat: i) de veterinaire controles van de dieren overeenkomstig artikel 4, lid 1 en lid 2, onder a), b) en d), en de artikelen 8 en 9 ten genoegen van de bevoegde autoriteit zijn verricht, zulks aan de hand van het in artikel 7, lid 1, onder b), of in artikel 8 bedoelde certificaat; ê 91/496/EEG (aangepast) ii) de kosten van de veterinaire controles zijn voldaan en dat, in voorkomend geval, een zekerheid is gesteld ter dekking van de eventuele kosten als bedoeld in artikel 10, lid 6, en in artikel 12, lid 4; d) de douaneautoriteit het in het vrije verkeer brengen op de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebieden slechts toestaat indien, onverminderd de bijzondere bepalingen welke volgens de in artikel 22, lid 3, Ö van de onderhavige richtlijn Õ bedoelde procedure dienen te worden vastgesteld, wordt aangetoond dat voldaan is aan de vereisten onder c) van dit lid. ê 91/496/EEG 2. Indien noodzakelijk worden de uitvoeringsbepalingen van dit artikel vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. Artikel 4 1. De lidstaten zien erop toe dat alle uit derde landen afkomstige partijen dieren door de veterinaire autoriteit in een van de, op het in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebied gelegen, erkende inspectieposten aan de grens worden onderworpen aan een controle van de documenten en aan een overeenstemmingscontrole, ongeacht de douanebestemming van deze dieren, teneinde zich te vergewissen van: a) hun oorsprong; b) hun verdere bestemming, met name in geval van doorvoer of in het geval van dieren waarvan het handelsverkeer niet op communautair niveau is geharmoniseerd of niet onderworpen is aan specifieke, bij een communautair besluit erkende vereisten met betrekking tot de lidstaat van bestemming; c) het feit dat de op de certificaten of documenten voorkomende vermeldingen overeenstemmen met de garanties die worden verlangd door de communautaire regelgeving of, indien het gaat om dieren waarvan het handelsverkeer niet op communautair niveau is geharmoniseerd, met de garanties die worden verlangd door de nationale regels die gelden voor de verschillende gevallen voorzien bij deze richtlijn; ê 92/438/EEG art. 9, punt 1 d) het feit dat deze partijen niet zijn geweigerd volgens de informatie van het systeem dat is ingesteld bij artikel 1, lid 1, eerste streepje, van Beschikking 92/438/EEG van de Raad[11]. ê 91/496/EEG 2. Onverminderd de in artikel 8 genoemde vrijstellingen dient de officiële dierenarts een fysieke controle te verrichten van de in de inspectiepost aan de grens aangeboden dieren. Deze controle dient met name het volgende te omvatten: a) een klinisch onderzoek van de dieren om na te gaan of de dieren in overeenstemming zijn met de gegevens die vermeld staan op het certificaat of het document dat hen vergezelt en of zij klinisch gezond zijn; b) eventuele door hem noodzakelijk geachte of in de communautaire regelgeving vervatte laboratoriumonderzoeken; c) eventuele officiële monsternemingen ten behoeve van het onderzoek op de aanwezigheid van residuen; deze monsters dienen zo snel mogelijk geanalyseerd te worden; ê 91/628/EEG art. 11, lid 3 d) nagaan of is voldaan aan de eisen van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad[12]. ê 91/496/EEG Met het oog op een latere controle van het vervoer en eventueel van de naleving van de aanvullende eisen in het bedrijf van bestemming dient de officiële dierenarts de noodzakelijke informatie door te geven aan de bevoegde instanties van de lidstaat van bestemming met behulp van het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG genoemde verbindingssysteem. De officiële dierenarts kan bij de uitvoering van sommige van voornoemde taken worden bijgestaan door gekwalificeerd, speciaal daartoe opgeleid personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid staat. ê 92/438/EEG art. 9, punt 2 De controle moet worden verricht na raadpleging van de bij artikel 1, lid 1, tweede streepje, van Beschikking 92/438/EEG ingestelde databases. ê 91/496/EEG 3. In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen voor dieren die via een haven of een luchthaven op een van in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebieden worden binnengebracht, de overeenstemmingscontrole en de fysieke controle in die haven of luchthaven van bestemming worden verricht, op voorwaarde dat die haven of luchthaven over een inspectiepost aan de grens als bedoeld in artikel 6 van de onderhavige richtlijn beschikt, en dat de dieren, naar gelang van het geval, met hetzelfde schip of met hetzelfde vliegtuig over zee, respectievelijk door de lucht verder reizen. In dat geval brengt de bevoegde instantie die de controle van de documenten heeft verricht, hetzij rechtstreeks, hetzij via de plaatselijke veterinaire instantie, de officiële dierenarts van de inspectiepost van de lidstaat van bestemming op de hoogte van het passeren van de dieren door middel van het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG genoemde verbindingssysteem. 4. Alle kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit artikel komen zonder schadeloosstelling van de kant van de lidstaat ten laste van de afzender, de geadresseerde of hun gemachtigde. ê 91/496/EEG art. 4, lid 2, onder a), tweede alinea (aangepast) 5. Volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure kan voor bepaalde categorieën en soorten dieren onder bepaalde voorwaarden en aan de hand van volgens dezelfde procedure vast te stellen voorschriften worden afgeweken van het beginsel van het individuele klinische onderzoek Ö , als bedoeld in lid 2, onder a), van dit artikel Õ. ê 91/496/EEG 6. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1 tot en met 5, inclusief die betreffende opleiding en kwalificatie van het hulppersoneel, worden indien nodig vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. Artikel 5 Het binnenbrengen op de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebieden is verboden indien bij die controles blijkt dat: a) het gaat om dieren van de soorten ten aanzien waarvan de regels voor de invoer zijn geharmoniseerd, onverminderd de bijzondere voorwaarden van artikel 19, punt ii), van Richtlijn [90/426/EEG] van de Raad[13] en die afkomstig zijn van het grondgebied of een gedeelte van het grondgebied van een derde land dat niet vermeld staat op de lijsten welke voor de betrokken soorten overeenkomstig de communautaire regelgeving zijn opgesteld of waaruit de invoer is verboden op grond van een communautair besluit; b) het gaat om andere dan onder a) bedoelde dieren die niet voldoen aan de eisen die gesteld zijn bij de nationale regels die gelden voor de verschillende gevallen voorzien bij deze richtlijn; c) de dieren lijden aan of ervan verdacht worden te lijden aan of te zijn besmet met een besmettelijke ziekte of met een ziekte die een risico voor de gezondheid van mens of dier met zich brengt of om andere in de communautaire regelgeving genoemde redenen; d) het uitvoerende derde land niet heeft voldaan aan de voorwaarden van de communautaire regelgeving; e) de dieren niet geschikt zijn om de reis voort te zetten; f) het certificaat of het veterinair document dat deze dieren vergezelt niet beantwoordt aan de voorwaarden gesteld krachtens de communautaire regelgeving of, bij ontstentenis van geharmoniseerde regels, aan de eisen die zijn gesteld bij de nationale regels die gelden voor de verschillende gevallen voorzien bij deze richtlijn. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. Artikel 6 1. De inspectieposten aan de grens dienen aan de bepalingen van het onderhavige artikel te voldoen. 2. Een inspectiepost aan de grens moet: a) gelegen zijn op de plaats van binnenkomst in een van de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebieden. De inspectiepost mag evenwel op enige afstand van de plaats van binnenkomst zijn gelegen indien dit op grond van geografische omstandigheden (zoals loskade, spoorwegstation, bergpassen) noodzakelijk is en op voorwaarde dat de inspectiepost in dat geval ver verwijderd is van veehouderijen of plaatsen waar zich dieren bevinden die door besmettelijke ziekten kunnen worden besmet; b) gelegen zijn in een douanezone, zodat de overige administratieve formaliteiten kunnen worden verricht, met inbegrip van de douaneformaliteiten die samenhangen met de invoer; c) zijn aangewezen en erkend overeenkomstig lid 3; ê 91/496/EEG è1 92/438/EEG art. 9, punt 3 d) onder het gezag van een officiële dierenarts zijn geplaatst die daadwerkelijk de verantwoordelijkheid voor de controles draagt. De officiële dierenarts mag zich laten bijstaan door speciaal daartoe opgeleide, onder zijn verantwoordelijkheid geplaatste hulpkrachten. è1 Hij zorgt ervoor dat alles wordt gedaan wat nodig is om de in artikel 1, lid 1, derde streepje, van Beschikking 92/438/EEG bedoelde databases bij te houden. ç ê 91/496/EEG 3. Na voorselectie door de nationale instanties, in samenwerking met de Commissiediensten, om te verifiëren of zij voldoen aan de in bijlage I opgenomen minimumeisen leggen de lidstaten de Commissie de lijst van de inspectieposten aan de grens voor, die worden belast met de veterinaire controles op de dieren; daarbij verstrekken zij de volgende gegevens: a) de aard van de inspectiepost aan de grens: i) haven; ii) luchthaven; iii) controlepost voor het wegverkeer; iv) post voor het vervoer per spoor; b) het soort dieren dat op grond van de beschikbare uitrusting en het beschikbare veterinair personeel in de inspectiepost aan de grens kan worden gecontroleerd, met eventuele vermelding van de dieren die niet kunnen worden gecontroleerd, alsmede, voor geregistreerde paardachtigen, de periode waarin een daartoe speciaal goedgekeurde inspectiepost aan de grens geopend is; c) het voor de veterinaire controle beschikbaar personeel: i) aantal officiële dierenartsen, met ten minste één dienstdoende officiële dierenarts tijdens de uren waarop de inspectiedienst aan de grens open is; ii) aantal hulpkrachten of assistenten met speciale kwalificatie; d) een beschrijving van de uitrusting en de ruimten die beschikbaar zijn voor: i) de controle van de documenten; ii) de fysieke controle; iii) de bemonstering; ê 91/496/EEG (aangepast) iv) de in artikel Ö 4 Õ, lid 2, onder b), bedoelde analyses van algemene aard; ê 91/496/EEG v) specifieke analyses op last van de officiële dierenarts; e) de capaciteit van de ruimtes beschikbaar voor de eventuele huisvesting van dieren in afwachting van het resultaat van de analyses; f) de aard van de uitrusting waarmee snel informatie kan worden uitgewisseld, met name met de andere inspectieposten aan de grens; g) de omvang van de handelsstromen (soorten dieren en aantallen die deze inspectiepost aan de grens passeren). 4. In samenwerking met de bevoegde nationale instanties, inspecteert de Commissie de overeenkomstig lid 3 aangewezen inspectieposten aan de grens om zich ervan te vergewissen dat de regels inzake de veterinaire controles uniform worden toegepast en dat de verschillende inspectieposten aan de grens daadwerkelijk beschikken over de noodzakelijke infrastructuur en voldoen aan de minimumeisen van bijlage I. ê 91/496/EEG (aangepast) De Commissie legt aan het in artikel 22, lid 1, bedoelde Comité een verslag voor over het resultaat van de in de eerste alinea van dit artikel bedoelde inspecties, alsmede voorstellen aan de hand van de conclusie van dit verslag om te komen tot de opstelling van een communautaire lijst van erkende inspectieposten aan de grens. Deze lijst dient volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure te worden goedgekeurd en eventueel bijgewerkt. De Commissie maakt de Ö communautaire Õ lijst van erkende inspectieposten aan de grens, alsmede eventuele bijwerkingen daarvan, bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie . ê 91/496/EEG 5. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1 tot en met 4 worden indien nodig vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. Artikel 7 1. Wanneer dieren, van de soorten ten aanzien waarvan de regels voor de invoer op communautair niveau zijn geharmoniseerd, niet zijn bestemd om op het grondgebied van de lidstaat waar de controle als omschreven in artikel 4 is verricht, in de handel te worden gebracht, moet de officiële dierenarts van de inspectiepost aan de grens, onverminderd de specifieke eisen voor geregistreerde paardachtigen die vergezeld gaan van het in Richtlijn 90/427/EEG van de Raad[14] bedoelde overeenstemmingsdocument: a) aan de betrokkene één gewaarmerkt afschrift of, bij splitsing van de partij, verscheidene — alle afzonderlijk gewaarmerkte — afschriften van de originele certificaten inzake de dieren verstrekken; de geldigheidsduur van deze afschriften bedraagt 10 dagen; ê 91/496/EEG (aangepast) b) een certificaat afgeven Ö in overeenstemming Õ met een door de Commissie volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure op te stellen model en waarin wordt verklaard dat de in artikel 4, lid 1 en lid 2, onder a), b) en d), omschreven controles zijn verricht ten genoegen van de officiële dierenarts, met vermelding van de aard van de verrichte bemonsteringen en de eventuele resultaten van de laboratoriumonderzoeken, of van de termijn waarbinnen deze resultaten verwacht worden; ê 91/496/EEG c) het originele certificaat, respectievelijk de originele certificaten die de dieren vergezellen, bewaren. 2. De uitvoeringsbepalingen van lid 1 worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. 3. Na het passeren van de inspectieposten aan de grens, dienen bij het handelsverkeer van de in lid 1 bedoelde en op de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebieden toegelaten dieren de bepalingen inzake veterinaire controle te worden nageleefd die zijn vastgesteld bij Richtlijn 90/425/EEG. In de informatie die met behulp van het verbindingssysteem van artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG aan de bevoegde instantie van de plaats van bestemming wordt toegezonden, dient met name te worden gepreciseerd of: a) dieren zijn bestemd voor een lidstaat of een gebied met specifieke eisen; b) monsternemingen hebben plaatsgevonden, maar de uitkomsten niet bekend zijn bij het vertrek van het vervoermiddel uit de inspectiepost aan de grens. Artikel 8 1. De lidstaten zien erop toe dat de veterinaire controles op de invoer van dieren van de niet in bijlage A van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde soorten geschieden overeenkomstig de volgende bepalingen: a) dieren welke rechtstreeks worden aangeboden in een van de inspectieposten aan de grens van de lidstaat die deze dieren wil invoeren, worden in deze post onderworpen aan alle in artikel 4 bedoelde controles; b) indien de dieren worden aangeboden in een inspectiepost aan de grens welke gelegen is in een andere lidstaat, en wel met voorafgaande instemming van deze laatste: i) worden alle controles als bedoeld in artikel 4 in deze post verricht voor rekening van de lidstaat van bestemming, met name teneinde na te gaan of de veterinairrechtelijke eisen van laatstgenoemde Staat in acht zijn genomen, dan wel ii) worden, indien hierover overeenstemming bestaat tussen de bevoegde centrale instanties van de beide lidstaten en, eventueel, die van de lidstaat of lidstaten van doorvoer, in deze post alleen de in artikel 4, lid 1, bedoelde controles verricht, terwijl de in artikel 4, lid 2, bedoelde controles in dat geval verricht dienen te worden in de lidstaat van bestemming. In dat laatste geval mogen de dieren de inspectiepost aan de grens waar de controle van de documenten en de overeenstemmingscontrole plaats hebben gevonden, echter alleen verlaten in verzegelde vervoermiddelen en pas nadat de officiële dierenarts van deze post - de grensoverschrijding en de verrichte controle op het afschrift of, indien de partij gesplitst is, op de afschriften van de oorspronkelijke certificaten vermeld heeft, - de veterinaire autoriteit van de plaats van grensoverschrijding of, in voorkomend geval, van de lidstaat of lidstaten van doorvoer, via het in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG genoemde verbindingssysteem van de aankomst van de aangeboden dieren op de hoogte gesteld heeft, - de bevoegde douaneautoriteit van de inspectiedienst aan de grens voor de aangeboden dieren in kwestie in afwijking van artikel 3, lid 1, onder c), heeft ontlast. Wanneer het gaat om dieren die voor de slacht bestemd zijn, kunnen de lidstaten alleen gebruikmaken van de onder i) genoemde oplossing. De lidstaten stellen de Commissie en de vertegenwoordigers van de overige lidstaten, in het kader van het in artikel 22, lid 1, bedoelde Comité bijeen, op de hoogte van de gevallen waarin gebruik gemaakt wordt van de onder ii) genoemde oplossing. 2. De lidstaten zorgen ervoor dat, in afwachting van de specifieke besluiten bedoeld in de communautaire regelgeving, dieren waarvoor het handelsverkeer op communautair niveau geharmoniseerd is, doch die afkomstig zijn uit een derde land waarvoor de eenvormige veterinairrechtelijke voorwaarden nog niet zijn vastgesteld, ingevoerd worden onder de volgende voorwaarden: a) zij moeten in het derde land van verzending hebben verbleven gedurende de periodes bedoeld in artikel 7, onder c), van Richtlijn 2004/68/EG van de Raad[15]; b) zij dienen te worden gecontroleerd overeenkomstig artikel 4; c) zij mogen de inspectiepost aan de grens of het quarantainestation slechts verlaten indien uit deze controles blijkt dat het dier of de partij dieren: i) voor wat betreft in de Gemeenschap niet inheemse ziekten, onverminderd de specifieke eisen welke voor de betrokken derde landen gelden, voldoet aan de veterinairrechtelijke voorwaarden welke in het handelsverkeer voor de betrokken soort van toepassing zijn krachtens de in bijlage A van Richtlijn 90/425/EEG genoemde richtlijnen, of de in Richtlijn 2004/68/EG vastgestelde veterinairrechtelijke voorwaarden; dan wel, ii) voor wat een of meer bepaalde ziekten betreft, voldoet aan de gelijkwaardigheidsvoorwaarden die volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure, op basis van wederkerigheid tussen de eisen van het derde land en die van de Gemeenschap, zijn erkend; d) zij dienen, indien zij bestemd zijn voor een lidstaat waarvoor de in artikel 3, lid 1, onder e), punten iii) en iv), van Richtlijn 90/425/EEG genoemde aanvullende voorwaarden gelden, te voldoen aan de ter zake voor het intracommunautaire handelsverkeer vastgelegde eisen; e) zij dienen na de grensoverschrijding bij de inspectiepost aan de grens naar het slachthuis van bestemming te worden gevoerd wanneer het gaat om slachtdieren, of naar het bedrijf van bestemming wanneer het gaat om fok- en gebruiksdieren of aquacultuurdieren; 3. De lidstaten zorgen ervoor dat, indien uit de in de leden 1 en 2 bedoelde controles blijkt dat het dier of de partij dieren niet beantwoordt aan de daar genoemde eisen, dit dier of de partij de inspectiepost aan de grens of het quarantainestation niet verlaat. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 12 van toepassing op dit dier of op de partij. 4. De lidstaten zorgen ervoor dat, indien de in lid 1 bedoelde dieren niet bestemd zijn om op het grondgebied van de lidstaat welke de veterinaire controles heeft verricht, op de markt gebracht te worden, de bepalingen van artikel 7, en met name die welke betrekking hebben op de afgifte van het certificaat, van toepassing zijn. 5. De lidstaten zorgen ervoor dat, fok- en gebruiksdieren op de plaats van bestemming onder officieel toezicht van de bevoegde veterinaire instanties blijven. Na een observatieperiode welke vastgesteld wordt volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure mogen de dieren in het intracommunautaire handelsverkeer worden gebracht onder de voorwaarden van Richtlijn 90/425/EEG. Slachtdieren worden in het slachthuis van bestemming onderworpen aan de communautaire voorschriften betreffende het slachten van de betrokken soorten. 6. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1 tot en met 5 worden indien nodig vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. Artikel 9 ê Toetredingsakte van 2003, art. 20 en bijlage II, blz. 389 1. De lidstaten geven toestemming voor het vervoer van dieren uit een derde land naar een ander derde land of naar hetzelfde derde land, mits ê 91/496/EEG a) voor dit vervoer vooraf toestemming is verleend door de officiële dierenarts van de inspectiepost aan de grens van de lidstaat op het grondgebied waarvan de dieren dienen te worden aangeboden om er aan de in artikel 4 bedoelde controles te worden onderworpen, en in voorkomend geval door de bevoegde centrale autoriteit van de lidstaat of lidstaten van doorvoer; b) de belanghebbende aantoont dat het eerste derde land waarnaar de dieren worden vervoerd, na doorvoer over de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebieden, de verplichting op zich neemt de dieren waarvan het de invoer of de doorvoer toestaat in geen geval te weigeren of terug te zenden en op de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebieden te voldoen aan de eisen van de communautaire regelgeving inzake bescherming tijdens het vervoer; ê 91/496/EEG (aangepast) c) uit de in artikel 4 bedoelde Ö controles Õ, eventueel na een verblijf in een quarantainestation ten genoegen van de veterinaire dienst, is gebleken dat de dieren voldoen aan de voorschriften van deze richtlijn of — wanneer het gaat om de in bijlage A van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde dieren — volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure erkende gezondheidsgaranties bieden die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van de genoemde voorschriften; ê 91/496/EEG è1 92/438/EEG art. 9, punt 4 d) de bevoegde instantie van de inspectiepost aan de grens de bevoegde instanties van de lidstaat of de lidstaten van doorvoer via het è1 in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG ç bedoelde systeem voor informatie-uitwisseling op de hoogte brengt van het passeren van de dieren en van de grenspost waar zij het grondgebied weer verlaten; e) het vervoer bij de doorgang door een van de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebieden plaatsvindt onder de regeling voor extern communautair douanevervoer of onder een andere in de communautaire regelgeving vastgestelde regeling voor douanevervoer; de enige tijdens dit vervoer toegestane handelingen zijn die welke onderscheidenlijk op het punt van binnenkomst in of vertrek uit het betrokken grondgebied worden verricht en die welke dienen om het welzijn van de dieren te verzekeren. 2. Alle kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit artikel, komen zonder schadeloosstelling van de kant van de lidstaat ten laste van de afzender, de geadresseerde of hun gemachtigde. Artikel 10 ê 91/496/EEG 1. Wanneer in de communautaire voorschriften, of, op de nog niet geharmoniseerde gebieden in de nationale voorschriften is bepaald dat levende dieren op de plaats van bestemming in quarantaine of in isolatie moeten worden geplaatst kan dat geschieden: a) voor andere ziekten dan mond- en klauwzeer, rabies en pseudo-vogelpest in een quarantainestation in het derde land van oorsprong, mits dit station is goedgekeurd volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure en het regelmatig gecontroleerd wordt door veterinaire deskundigen van de Commissie; b) in een quarantainestation op het grondgebied van de Gemeenschap dat voldoet aan de eisen van bijlage II; c) op het bedrijf van bestemming. Volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure kunnen bijzondere waarborgen worden vastgesteld waaraan moet worden voldaan tijdens het vervoer tussen het quarantainestation, de boerderijen van oorsprong en van bestemming en de inspectieposten aan de grens, alsmede in de in de eerste alinea, onder a), bedoelde quarantainestation. 2. Indien de officiële dierenarts die verantwoordelijk is voor de inspectiepost aan de grens besluit tot plaatsing in quarantaine, geschiedt deze plaatsing in quarantaine, naar gelang van het door de officiële dierenarts gediagnostiseerde risico, a) ofwel in de inspectiepost aan de grens zelf of in de onmiddellijke nabijheid van deze post, b) ofwel op het bedrijf van bestemming, c) ofwel in een quarantainestation in de nabijheid van het bedrijf van bestemming. 3. De algemene voorwaarden voor de erkenning van de in lid 1, onder a) en b), bedoelde quarantainestations zijn vervat in bijlage II. De voor de verschillende diersoorten geldende bijzondere voorwaarden voor de erkenning worden volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure vastgesteld. 4. De goedkeuring en de eventuele latere bijwerkingen van de lijst van quarantainestations als bedoeld in lid 1, onder a), geschieden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure. De Commissie maakt de lijst van deze quarantainestations en de eventuele bijwerkingen daarvan bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie . Quarantainestations als bedoeld in lid 1, onder b), en in lid 2, onder a), die voldoen aan de eisen van bijlage II, worden door de lidstaten erkend, waarbij aan elk quarantainestation een erkenningsnummer wordt toegekend. Elke lidstaat stelt een lijst van erkende quarantainestations met hun erkenningsnummer op, houdt deze lijst actueel en stelt ze ter beschikking van de andere lidstaten en van het publiek. Quarantainestations worden onderworpen aan de inspectie als bedoeld in artikel 19. De bepalingen voor de uniforme toepassing van de tweede alinea kunnen volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure worden vastgesteld. 5. Lid 1, tweede alinea, en de leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op de quarantainestations die zijn gereserveerd voor dieren als bedoeld in artikel 8, lid 1. 6. Alle kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit artikel komen zonder schadeloosstelling van de kant van de lidstaat ten laste van de afzender, de geadresseerde of hun gemachtigde. 7. Vóór 1 januari 1996 dient de Commissie bij de Raad een verslag in met eventuele voorstellen met betrekking tot de vraag of communautaire quarantainestations en een financiële deelname van de Gemeenschap aan het functioneren daarvan wenselijk zijn. Artikel 11 ê 91/496/EEG (aangepast) 1. Onverminderd de Ö andere Õ bepalingen van dit hoofdstuk verricht de officiële dierenarts of de bevoegde autoriteit, indien het vermoeden bestaat dat de veterinaire wetgeving niet wordt nageleefd of bij twijfel over de overeenstemming van een dier, alle veterinaire controles die nodig worden geacht. ê 91/496/EEG 2. De lidstaten treffen passende bestuursrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen om aan elke overtreding van de veterinaire wetgeving door natuurlijke personen of rechtspersonen sancties te verbinden indien blijkt dat de communautaire voorschriften niet in acht zijn genomen, en in het bijzonder wanneer wordt geconstateerd dat de opgestelde certificaten of documenten niet overeenstemmen met de feitelijke staat van de dieren, dat de identificatiemerktekens niet aan die voorschriften voldoen, dat de dieren niet ter inspectie zijn aangeboden in de grenspost of dat is afgeweken van de oorspronkelijke bestemming van de dieren. Artikel 12 1. Wanneer uit bij de in deze richtlijn omschreven controles blijkt dat een dier niet aan de voorwaarden van de communautaire voorschriften of, voor gebieden waarvoor nog geen harmonisatie op communautair niveau heeft plaatsgevonden, aan de voorwaarden van de nationale voorschriften voldoen, of wanneer blijkt dat onregelmatigheden zijn begaan, besluit de bevoegde autoriteit na overleg met de importeur of diens vertegenwoordiger om: a) ofwel de dieren onder te brengen, te voeden, te drenken en, indien nodig, te laten verzorgen; b) in voorkomend geval de dieren in quarantaine te plaatsen of te isoleren; c) ofwel de partij binnen een door de bevoegde nationale autoriteit vast te stellen termijn door te zenden naar een plaats die buiten het in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebied gelegen is, wanneer veterinairrechtelijke overwegingen of het welzijn van de dieren zich daar niet tegen verzetten. 2. In geval van doorzenden als bedoeld in lid 1, onder c), moet de officiële dierenarts van de inspectiepost aan de grens: ê 92/438/EEG art. 9, punt 5 a) het in artikel 1, lid 1, eerste streepje, van Beschikking 92/438/EEG bedoelde informatiesysteem in werking stellen; ê 91/496/EEG b) het veterinair certificaat of document dat de geweigerde partij vergezelt, intrekken op de wijze die zal worden bepaald volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. 3. Indien het, met name in verband met het welzijn van de dieren, onmogelijk is de partij door te zenden a) kan de officiële dierenarts met instemming van de bevoegde autoriteit en na de keuring vóór de slachting, onder de in de communautaire regelgeving vastgelegde voorschriften, toestemming verlenen voor het slachten van de dieren ten behoeve van de menselijke consumptie; b) moet de officiële dierenarts in het tegenovergestelde geval opdracht geven tot het slachten van de dieren voor andere doeleinden dan voor menselijke consumptie of tot vernietiging van de karkassen of kadavers, waarbij hij nadere voorschriften met betrekking tot de controle op het gebruik van de aldus verkregen producten vaststelt. De bevoegde centrale autoriteit stelt de Commissie overeenkomstig lid 6 in kennis van de gevallen waarin gebruik is gemaakt van deze afwijking. De Commissie stelt het in artikel 22, lid 1, bedoelde Comité regelmatig op de hoogte van deze gegevens. ê 91/496/EEG (aangepast) 4. De kosten in verband met de in de leden 1 Ö , 2 en 3 Õ, genoemde maatregelen, met inbegrip van de vernietiging of het gebruik van het vlees voor andere doeleinden, komen ten laste van de importeur of diens vertegenwoordiger. ê 91/496/EEG De opbrengst van de verkoop van de in lid 3, eerste alinea, bedoelde producten gaat na aftrek van de bovengenoemde kosten naar de eigenaar van de dieren of naar diens vertegenwoordiger. 5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden indien nodig vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. ê 92/438/EEG art. 9, punt 7 6. De bepalingen van Beschikking 92/438/EEG zijn van toepassing. ê 91/496/EEG 7. De bevoegde autoriteiten doen, in voorkomend geval, mededeling van de gegevens waarover zij beschikken overeenkomstig Richtlijn 89/608/EEG van de Raad[16]. Artikel 13 ê 91/496/EEG (aangepast) De Commissie stelt, volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure, op basis van de in de tweede alinea Ö van dit artikel Õ bedoelde plannen, de voorschriften vast voor de invoer van voor lokaal gebruik bestemde slachtdieren, alsmede van fok- en gebruiksdieren in bepaalde delen van de in bijlage I van Richtlijn 97/78/EG omschreven grondgebieden, teneinde rekening te houden met de bijzondere natuurlijke situatie van die gebieden, en met name met de afstand tussen die gebieden en het continentale gedeelte van het grondgebied van de Gemeenschap. ê 91/496/EEG Te dien einde leggen de lidstaten de Commissie uiterlijk op 31 december 1991 een plan voor, waarin wordt vermeld hoe uit derde landen afkomstige dieren bij invoer in de in de eerste alinea bedoelde gebieden zullen worden gecontroleerd. In deze plannen moet worden gepreciseerd welke controles worden verricht om te vermijden dat de in de betrokken gebieden binnengebrachte dieren of de van deze dieren afkomstige producten naar de rest van het grondgebied van de Gemeenschap worden gezonden. Artikel 14 Voor de uitvoering van de in artikel 7, lid 3, van de onderhavige richtlijn bedoelde controles, moeten de in artikel 3, lid 1, onder c), van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde identificatie en registratie van andere dieren dan slachtdieren en geregistreerde paardachtigen worden uitgevoerd op de plaats van bestemming van de dieren, eventueel na de in artikel 8, lid 5, van de onderhavige richtlijn voorgeschreven observatieperiode. De wijze waarop de overeenstemming van slachtdieren wordt bepaald en deze dieren worden gemerkt, wordt vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. ê 96/43/EG art. 2, lid 2 Artikel 15 De lidstaten zien erop toe dat bij de invoer van de in deze richtlijn bedoelde dieren overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG van de Raad[17] een retributie voor de veterinaire en gezondheidscontroles wordt geheven. ê 91/496/EEG Artikel 16 Volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure en onverminderd de controle op de naleving van de eisen inzake het welzijn tijdens het vervoer kan, onder bepaalde voorwaarden op basis van wederkerigheid, een lagere frequentie van de overeenstemmingscontrole en de fysieke controles worden toegepast. Voor het toekennen van dergelijke afwijkingen neemt de Commissie de volgende criteria in aanmerking: a) de door het derde land geboden garanties ten aanzien van de naleving van de communautaire voorschriften, met name die van de Richtlijnen 2004/68/EG en [90/426/EEG]; b) de gezondheidssituatie van de dieren in het derde land; c) de informatie over de gezondheidssituatie van het derde land; d) de aard van de door het derde land toegepaste maatregelen inzake controle en inzake bestrijding van de ziekten; e) de structuur en de bevoegdheden van de veterinaire dienst; f) de voorschriften inzake toelating van bepaalde stoffen en de naleving van de in artikel 29 van Richtlijn 96/23/EG opgenomen eisen; g) het resultaat van de communautaire inspectiebezoeken; h) de resultaten van de bij invoer verrichte controles. Artikel 17 Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de rechtsmiddelen voorzien bij de wetgeving van de lidstaten tegen beslissingen van de bevoegde autoriteiten. De door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming getroffen beslissingen moeten, met opgave van redenen, worden medegedeeld aan de importeur of aan diens gemachtigde. Indien de betrokken importeur of diens gemachtigde daarom verzoekt, moeten de met redenen omklede beslissingen hem schriftelijk worden medegedeeld met opgave van de rechtsmiddelen die de wetgeving van de lidstaat van de inspectiepost aan de grens voor hem openstelt, alsmede van de vorm en de termijnen waarbinnen deze rechtsmiddelen moeten worden ingesteld. HOOFDSTUK III Vrijwaringsmaatregelen Artikel 18 1. Indien zich op het grondgebied van een derde land een in Richtlijn 82/894/EEG van de Raad [18] bedoelde ziekte, een zoönose of een ziekte of een risico voordoet of verspreidt waaraan ernstige gevaren voor de gezondheid van dieren of mensen kunnen zijn verbonden, of indien zulks om andere ernstige veterinairrechtelijke redenen is gerechtvaardigd, met name wegens door haar veterinaire deskundigen gedane constateringen, stelt de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat onverwijld, naar gelang van de ernst van de situatie, een van de volgende maatregelen vast: a) schorsing van de invoer uit het gehele grondgebied van het betrokken derde land of een deel daarvan en, in voorkomend geval, van het derde land van doorvoer; b) vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de dieren afkomstig uit het gehele grondgebied van het betrokken derde land of een deel daarvan. 2. Indien bij een van de controles voorzien bij deze richtlijn blijkt dat een partij dieren een gevaar kan vormen voor de gezondheid van dieren of mensen neemt de bevoegde veterinaire autoriteit onmiddellijk de volgende maatregelen: a) beslag en vernietiging van de betrokken partij; b) onmiddellijke kennisgeving aan de andere inspectieposten aan de grens en aan de Commissie van de gedane constateringen en van de oorsprong van de dieren overeenkomstig Beschikking 92/438/EEG. 3. De Commissie kan in het in lid 1 bedoelde geval conservatoire maatregelen nemen ten aanzien van de in artikel 9 bedoelde dieren. 4. Vertegenwoordigers van de Commissie kunnen zich onmiddellijk ter plaatse begeven. 5. Wanneer een lidstaat de Commissie officieel in kennis stelt van de noodzaak om vrijwaringsmaatregelen te nemen en laatstgenoemde geen gebruik heeft gemaakt van de bepalingen van de leden 1 en 3 of de aangelegenheid niet overeenkomstig lid 6 heeft voorgelegd aan het in artikel 22, lid 1, bedoelde Comité, kan deze lidstaat conservatoire maatregelen treffen ten aanzien van de invoer van dergelijke dieren. Wanneer een lidstaat uit hoofde van dit lid conservatoire maatregelen neemt ten aanzien van een derde land, stelt hij de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis overeenkomstig Richtlijn 89/608/EEG. 6. De in de leden 1, 3 en 5 bedoelde maatregelen worden binnen 10 werkdagen voorgelegd aan het in artikel 22, lid 1, bedoelde Comité; het Comité beslist of die maatregelen volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure moeten worden verlengd, gewijzigd of ingetrokken. 7. De besluiten tot verlenging, wijziging of intrekking van de maatregelen genomen krachtens de leden 1, 2, 3 en 6 , worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure. 8. De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot dit hoofdstuk worden, zo nodig, vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. HOOFDSTUK IV Inspectie Artikel 19 1. Veterinaire deskundigen van de Commissie kunnen, in samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten, en voor zover dit voor de uniforme toepassing van de voorschriften van deze richtlijn noodzakelijk is, nagaan of de overeenkomstig artikel 6 erkende inspectieposten aan de grens en de overeenkomstig artikel 10 erkende quarantainestations voldoen aan de criteria genoemd in respectievelijk bijlage I en II. 2. Veterinaire deskundigen van de Commissie kunnen, in samenwerking met de bevoegde autoriteiten, controles ter plaatse verrichten. 3. De lidstaat op het grondgebied waarvan een inspectie wordt verricht, verleent de veterinaire deskundigen van de Commissie alle nodige bijstand voor de vervulling van hun taak. 4. De Commissie stelt de lidstaten van de uitkomsten van de verrichte controles in kennis. 5. Wanneer de Commissie van oordeel is dat de uitkomsten van de controle zulks rechtvaardigen bespreekt zij de situatie in het in artikel 22, lid 1, bedoelde Comité. Zij kan de nodige besluiten nemen volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure. 6. De Commissie volgt het verloop van de situatie en naar gelang hiervan worden de in lid 5 bedoelde besluiten volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure door haar gewijzigd of ingetrokken. 7. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1 tot en met 6 worden, zo nodig, vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. Artikel 20 Wanneer een bevoegde autoriteit van een lidstaat gezien de uitkomsten van de controles op de plaats van afzet van de dieren van oordeel is dat de bepalingen van deze richtlijn in een inspectiepost aan de grens van een andere lidstaat niet in acht worden genomen, treedt zij onverwijld met de bevoegde centrale autoriteit van die lidstaat in contact. Deze autoriteit treft alle nodige maatregelen en doet de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde lidstaat mededeling van de aard van de verrichte controles, van de genomen besluiten en van de gronden daarvan. Indien de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde lidstaat vreest dat deze maatregelen ontoereikend zijn, zoekt zij met de bevoegde autoriteit van de in het geding gebrachte lidstaat, in voorkomend geval door een bezoek ter plaatse, naar de wegen en middelen om de situatie te verhelpen. Wanneer bij de in de eerste alinea vermelde controles herhaalde inbreuken op de bepalingen van deze richtlijn worden geconstateerd, stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de overige lidstaten daarvan in kennis. De Commissie moet, op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming of op eigen initiatief, in samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten een inspectiemissie ter plaatse zenden. Afhankelijk van de aard van de geconstateerde inbreuken kan deze missie ter plaatse blijven totdat de in de achtste alinea bedoelde besluiten zijn genomen. In afwachting van de conclusies van de Commissie moet de in het geding gebrachte lidstaat, op verzoek van de lidstaat van bestemming, de controles in de betrokken inspectiepost aan de grens of het betrokken quarantainestation verscherpen. De lidstaat van bestemming kan zijnerzijds de controles ten aanzien van dieren van dezelfde herkomst intensiveren. De Commissie moet, op verzoek van één van de betrokken lidstaten, en indien de in de vijfde alinea bedoelde inspectie de tekortkomingen bevestigt, volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure passende maatregelen nemen. Deze maatregelen moeten zo spoedig mogelijk worden bevestigd of herzien volgens dezelfde procedure. Artikel 21 1. Iedere lidstaat stelt een programma op voor de uitwisseling van personeelsleden die zijn aangewezen voor het verrichten van veterinaire controles op dieren uit derde landen. 2. De Commissie coördineert in het in artikel 22, lid 1, bedoelde Comité, samen met de lidstaten, de in lid 1 genoemde programma's. 3. De lidstaten treffen alle maatregelen die nodig zijn om de uitvoering van de programma's die uit de in lid 2 bedoelde coördinatie voortvloeien, mogelijk te maken. 4. De uitvoering van de programma's wordt jaarlijks aan de hand van verslagen van de lidstaten door het in artikel 22, lid 1, bedoelde Comité besproken. 5. De lidstaten houden met de opgedane ervaring rekening om de uitwisselingsprogramma's te verbeteren en verder te ontwikkelen. 6. De Gemeenschap kan met het oog op een doeltreffend verloop van de uitwisselingsprogramma's financiële bijstand verlenen. De bepalingen inzake deze bijstand en de geraamde uitgaven daarvoor ten laste van de begroting van de Europese Gemeenschappen zijn vastgesteld bij Beschikking [90/424/EEG] van de Raad[19]. 7. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1, 4 en 5 worden, zo nodig, vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. HOOFDSTUK V Algemene bepalingen ê 91/496/EEG (aangepast) Ö Artikel 22 Õ Ö 1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 58 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad[20] ingestelde Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid (hierna „het comité” genoemd). Õ Ö 2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing. Õ Ö De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op 15 dagen. Õ Ö 3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing. Õ Ö De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden. Õ ê 91/496/EEG Artikel 23 De bijlagen kunnen, zo nodig, worden gewijzigd volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde procedure. Artikel 24 Deze richtlijn laat de verplichtingen die uit de douaneregelingen voortvloeien onverlet. Artikel 25 De lidstaten kunnen voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn een beroep doen op de in artikel 38 van Beschikking [90/424/EEG] bedoelde financiële bijdrage van de Gemeenschap, in het bijzonder voor het instellen van het systeem voor informatie-uitwisseling tussen de veterinaire diensten en de inspectieposten aan de grens. ê Artikel 26 Richtlijn 91/496/EEG, zoals gewijzigd bij de in bijlage III, deel A, genoemde besluiten, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV. Artikel 27 Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Zij is van toepassing met ingang van 2 januari 2010. ê 91/496/EEG Artikel 28 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De Voorzitter […] ê 91/496/EEG BIJLAGE I Algemene voorwaarden voor de erkenning van inspectieposten aan de grens Om voor communautaire erkenning in aanmerking te komen, dienen de inspectieposten aan de grens te beschikken over: 1. een speciaal voor het vervoer van levende dieren gereserveerde rijstrook naar de inspectiepost om te voorkomen dat de dieren onnodig moeten wachten; 2. gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten installaties voor het in- en uitladen van de diverse vervoermiddelen, de controle, bevoorrading en verzorging van de dieren, waarvan de oppervlakte, de verlichting, verluchting en bevoorradingsruimte in verhouding staan tot het aantal te controleren dieren; 3. een, de door de inspectiepost aan de grens behandelde aantallen dieren in aanmerking genomen, voldoende aantal dierenartsen en speciaal opgeleide hulpkrachten om de begeleidende documenten te controleren en de in de artikelen 4, 5, 8 en 9 voorgeschreven klinische controles te verrichten; 4. voldoende grote ruimten, met inbegrip van kleedkamers, douches en toiletten, voor het personeel dat met de veterinaire controles is belast; 5. een passende ruimte en passende installaties voor het nemen en behandelen van monsters voor de in de communautaire voorschriften voorziene routinecontroles; 6. de diensten van een gespecialiseerd laboratorium dat in staat is speciale analyses te verrichten op de in die inspectiepost genomen monsters; 7. de diensten van een onderneming in de onmiddellijke nabijheid die beschikt over installaties en uitrusting om de dieren te huisvesten, te voederen, te drenken, te verzorgen en, zo nodig, te slachten; 8. passende installaties om — indien deze posten worden gebruikt als halte- of overlaadplaats voor op transport gestelde dieren — de dieren uit te laden, te drenken, te voederen, in voorkomend geval passend te huisvesten, ze de eventuele noodzakelijke verzorging te geven of ze, zo nodig, ter plaatse te slachten op zo'n wijze dat elk onnodig lijden wordt voorkomen; 9. passende apparatuur voor de snelle uitwisseling van informatie met andere inspectieposten aan de grens en de bevoegde veterinaire autoriteiten, als bedoeld in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG; 10. uitrusting en installaties voor reiniging en ontsmetting. _________________ ê 91/496/EEG BIJLAGE II Algemene voorwaarden voor de erkenning van quarantainestations 1. Het bepaalde in bijlage I, punten 2, 4, 5, 7, 9 en 10, is van toepassing. 2. Bovendien moet het quarantainestation: - onder permanente controle staan van een officiële dierenarts die tevens de verantwoordelijkheid draagt voor het station; - gelegen zijn op een plaats die ver verwijderd is van veehouderijen of andere plaatsen waar zich dieren bevinden die met besmettelijke ziekten kunnen worden besmet; - beschikken over een efficiënt systeem om op passende wijze toezicht te houden op de dieren. _________________ é BIJLAGE III Deel A Ingetrokken richtlijn met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan(bedoeld in artikel 26) Richtlijn 91/496/EEG van de Raad (PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56) | Richtlijn 91/628/EEG van de Raad (PB L 340 van 11.12.1991, blz. 17) | Uitsluitend artikel 11, lid 3, in zijn oorspronkelijke bewoording | Beschikking 92/438/EEG van de Raad (PB L 243 van 25.8.1992, blz. 27) | Uitlsuitend artikel 9 | Punt V.E.I.1.2 van bijlage I bij de Toetredingsakte van 1994 (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 132) | Richtlijn 96/43/EG van de Raad (PB L 162 van 1.7.1996, blz. 1) | Uitsluitend artikel 2, lid 2 | Punt 6.B.I.21 van bijlage II bij de Toetredingsakte van 2003 (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 381) | Richtlijn 2006/104/EG van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 352) | Uitsluitend wat de verwijzing in artikel 1 naar Richtlijn 91/496/EEG en punt I.5 van de bijlage betreft | Richtlijn 2008/73/EG van de Raad (PB L 219 van 14.8.2008, blz. 40) | Uitsluitend artikel 13 | Deel B Termijnen voor omzetting in nationaal recht(bedoeld in artikel 26) Richtlijn | Omzettingstermijn | 91/496/EEG | 1 december 1991[21] 1 juli 19921 | 91/628/EEG | 1 januari 1993 | 96/43/EG | 1 juli 1997 | 2006/104/EG | 1 januari 2007 | 2008/73/EG | 1 januari 2010 | _____________ BIJLAGE IV Concordantietabel Richtlijn 91/496/EEG | De onderhavige richtlijn | ___ | Hoofdstuk I | Artikel 1 | Artikel 1 | Artikel 2, lid 1 | Artikel 2, eerste alinea | Artikel 2, lid 2 | Artikel 2, tweede alinea | Hoofdstuk I | Hoofdstuk II | Artikel 3 | Artikel 3 | Artikel 4, lid 1, aanhef | Artikel 4, lid 1, aanhef | Artikel 4, lid 1, eerste streepje | Artikel 4, lid 1, onder a) | Artikel 4, lid 1, tweede streepje | Artikel 4, lid 1, onder b) | Artikel 4, lid 1, derde streepje | Artikel 4, lid 1, onder c) | Artikel 4, lid 1, vierde streepje | Artikel 4, lid 1, onder d) | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, aanhef | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, aanhef | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder a), eerste alinea | Artikel 4, lid 2, onder a) | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder a), tweede alinea | Artikel 4, lid 5 | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder b) | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder b) | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder c) | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder c) | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d) | Artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d) | Artikel 4, lid 2, tweede alinea | Artikel 4, lid 2, tweede alinea | Artikel 4, leden 3 en 4 | Artikel 4, leden 3 en 4 | Artikel 4, lid 5 | Artikel 4, lid 6 | Artikel 5 | Artikel 5 | Artikel 6, leden 1 en 2 | Artikel 6, leden 1 en 2 | Artikel 6, lid 3, aanhef | Artikel 6, lid 3, aanhef | Artikel 6, lid 3, onder a), aanhef | Artikel 6, lid 3, onder a), aanhef | Artikel 6, lid 3, onder a), eerste streepje | Artikel 6, lid 3, onder a), punt i) | Artikel 6, lid 3, onder a), tweede streepje | Artikel 6, lid 3, onder a), punt ii) | Artikel 6, lid 3, onder a), derde streepje | Artikel 6, lid 3, onder a), punt iii) | Artikel 6, lid 3, onder a), vierde streepje | Artikel 6, lid 3, onder a), punt iv) | Artikel 6, lid 3, onder b) | Artikel 6, lid 3, onder b) | Artikel 6, lid 3, onder c), aanhef | Artikel 6, lid 3, onder c), aanhef | Artikel 6, lid 3, onder c), eerste streepje | Artikel 6, lid 3, onder c), punt i) | Artikel 6, lid 3, onder c), tweede streepje | Artikel 6, lid 3, onder c), punt ii) | Artikel 6, lid 3, onder d), aanhef | Artikel 6, lid 3, onder d), aanhef | Artikel 6, lid 3, onder d), eerste streepje | Artikel 6, lid 3, onder d), punt i) | Artikel 6, lid 3, onder d), tweede streepje | Artikel 6, lid 3, onder d), punt ii) | Artikel 6, lid 3, onder d), derde streepje | Artikel 6, lid 3, onder d), punt iii) | Artikel 6, lid 3, onder d), vierde streepje | Artikel 6, lid 3, onder d), punt iv) | Artikel 6, lid 3, onder d), vijfde streepje | Artikel 6, lid 3, onder d), punt v) | Artikel 6, lid 3, onder e), f) en g) | Artikel 6, lid 3, onder e), f) en g) | Artikel 6, lid 4, eerste alinea | Artikel 6, lid 4, eerste alinea | Artikel 6, lid 4, tweede alinea | Artikel 6, lid 4, tweede alinea | Artikel 6, lid 4, derde alinea | ___ | Artikel 6, lid 4, vierde alinea | ___ | Artikel 6, lid 4, vijfde alinea | Artikel 6, lid 4, derde alinea | Artikel 6, lid 5 | Artikel 6, lid 5 | Artikel 7, lid 1, aanhef | Artikel 7, lid 1, aanhef | Artikel 7, lid 1, eerste streepje | Artikel 7, lid 1, onder a) | Artikel 7, lid 1, tweede streepje | Artikel 7, lid 1, onder b) | Artikel 7, lid 1, derde streepje | Artikel 7, lid 1, onder c) | Artikel 7, lid 2 | Artikel 7, lid 2 | Artikel 7, lid 3, eerste alinea | Artikel 7, lid 3, eerste alinea | Artikel 7, lid 3, tweede alinea, aanhef | Artikel 7, lid 3, tweede alinea, aanhef | Artikel 7, lid 3, tweede alinea, eerste streepje | Artikel 7, lid 3, tweede alinea, onder a) | Artikel 7, lid 3, tweede alinea, tweede streepje | Artikel 7, lid 3, tweede alinea, onder b) | Artikel 8 A, aanhef | Artikel 8, lid 1, aanhef | Artikel 8 A, punt 1, aanhef | Artikel 8, lid 1, aanhef | Artikel 8 A, punt 1, onder a) | Artikel 8, lid 1, onder a) | Artikel 8 A, punt 1, onder b) | Artikel 8, lid 1, onder b) | Artikel 8 A, punt 2, aanhef | Artikel 8, lid 2, aanhef | Artikel 8 A, punt 2, eerste streepje | Artikel 8, lid 2, onder a) | Artikel 8 A, punt 2, tweede streepje | Artikel 8, lid 2, onder b) | Artikel 8 A, punt 2, derde streepje | Artikel 8, lid 2, onder c) | Artikel 8 A, punt 2, vierde streepje | Artikel 8, lid 2, onder d) | Artikel 8 A, punt 2, vijfde streepje | Artikel 8, lid 2, onder e) | Artikel 8 A, punt 3 | Artikel 8, lid 3 | Artikel 8 A, punt 4 | Artikel 8, lid 4 | Artikel 8 A , punt 5 | Artikel 8, lid 5 | Artikel 8 B | Artikel 8, lid 6 | Artikel 9 | Artikel 9 | Artikel 10, lid 1, eerste alinea, aanhef | Artikel 10, lid 1, eerste alinea, aanhef | Artikel 10, lid 1, eerste alinea, eerste streepje | Artikel 10, lid 1, eerste alinea, onder a) | Artikel 10, lid 1, eerste alinea, tweede streepje | Artikel 10, lid 1, eerste alinea, onder b) | Artikel 10, lid 1, eerste alinea, derde streepje | Artikel 10, lid 1, eerste alinea, onder c) | Artikel 10, lid 1, tweede alinea | Artikel 10, lid 1, tweede alinea | Artikel 10, lid 2, aanhef | Artikel 10, lid 2, aanhef | Artikel 10, lid 2, eerste streepje | Artikel 10, lid 2, onder a) | Artikel 10, lid 2, tweede streepje | Artikel 10, lid 2, onder b) | Artikel 10, lid 2, derde streepje | Artikel 10, lid 2, onder c) | Artikel 10, lid 3 | Artikel 10, lid 3 | Artikel 10, lid 4, onder a) | Artikel 10, lid 4, eerste alinea | Artikel 10, lid 4, onder b), eerste alinea | Artikel 10, lid 4, tweede alinea | Artikel 10, lid 4, onder b), tweede alinea | Artikel 10, lid 4, derde alinea | Artikel 10, leden 5, 6 en 7 | Artikel 10, leden 5, 6 en 7 | Artikel 11 | Artikel 11 | Artikel 12, lid 1, aanhef | Artikel 12, lid 1, aanhef | Artikel 12, lid 1, onder a) en b) | Artikel 12, lid 1, onder a) en b) | Artikel 12, lid 1, onder c), eerste alinea | Artikel 12, lid 1, onder c) | Artikel 12, lid 1, onder c), tweede alinea, aanhef | Artikel 12, lid 2, aanhef | Artikel 12, lid 1, onder c), tweede alinea, eerste streepje | Artikel 12, lid 2, onder a) | Artikel 12, lid 1, onder c), tweede alinea, tweede streepje | Artikel 12, lid 2, onder b) | Artikel 12, lid 1, onder c), derde alinea, aanhef | Artikel 12, lid 3, eerste alinea, aanhef | Artikel 12, lid 1, onder c), derde alinea, eerste streepje | Artikel 12, lid 3, eerste alinea, onder a) | Artikel 12, lid 1, onder c), derde alinea, tweede streepje | Artikel 12, lid 3, eerste alinea, onder b) | Artikel 12, lid 1, onder c), vierde alinea | Artikel 12, lid 3, tweede alinea, eerste zin | Artikel 12, lid 1, onder c), vijfde alinea | Artikel 12, lid 3, tweede alinea, tweede zin | Artikel 12, lid 2 | Artikel 12, lid 4 | Artikel 12, lid 3 | Artikel 12, lid 5 | Artikel 12, lid 4 | Artikel 12, lid 6 | Artikel 12, lid 5 | Artikel 12, lid 7 | Artikelen 13 tot en met 17 | Artikelen 13 tot en met 17 | Artikel 17 bis | ___ | Hoofdstuk II | Hoofdstuk III | Artikel 18, lid 1, aanhef | Artikel 18, lid 1, aanhef | Artikel 18, lid 1, eerste streepje | Artikel 18, lid 1, onder a) | Artikel 18, lid 1, tweede streepje | Artikel 18, lid 1, onder b) | Artikel 18, lid 2, aanhef | Artikel 18, lid 2, aanhef | Artikel 18, lid 2, eerste streepje | Artikel 18, lid 2, onder a) | Artikel 18, lid 2, tweede streepje | Artikel 18, lid 2, onder b) | Artikel 18, leden 3 tot en met 8 | Artikel 18, leden 3 tot en met 8 | Hoofdstuk III | Hoofdstuk IV | Artikelen 19, 20 en 21 | Artikel 19, 20 en 21 | Hoofdstuk IV | Hoofdstuk V | Artikel 22 | Artikel 22, leden 1 en 2 | Artikel 23 | Artikel 22, leden 1 en 3 | Artikel 24 | Artikel 23 | Artikel 25 | Artikel 24 | Artikel 26 | ___ | Artikel 27 | ___ | Artikel 28 | ___ | Artikel 29 | Artikel 25 | Artikel 30 | ___ | ___ | Artikel 26 | ___ | Artikel 27 | Artikel 31 | Artikel 28 | Bijlage A | Bijlage I | Bijlage B | Bijlage II | ___ | Bijlage III | ___ | Bijlage IV | _________________ [1] COM(87) 868 PV. [2] Zie bijlage 3 bij deel A van die conclusies. [3] Uitgevoerd overeenkomstig de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Codificatie van het Acquis communautaire, COM(2001) 645 definitief. [4] Zie bijlage III, deel A, bij dit voorstel. [5] PB C […] van […], blz. […]. [6] PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56. [7] Zie bijlage III, deel A. [8] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. [9] PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29. [10] PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9. [11] PB L 243 van 25.8.1992, blz. 27. [12] PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1. [13] PB L 224 van 18.8.1990, blz. 42. [14] PB L 224 van 18.8.1990, blz. 55. [15] PB L 139 van 30.4.2004, blz. 321. [16] PB L 351 van 2.12.1989, blz. 34. [17] PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10. [18] PB L 378 van 31.12.1982, blz. 58. [19] PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. [20] PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. [21] Artikel 30, lid 1, eerste alinea, van Richtlijn 91/496/EEG„1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijk bepalingen in werking treden oma) op 1 december 1991 aan de bepalingen van artikel 6, lid 3, en de artikelen 13, 18 en 21 te voldoen;b) op 1 juli 1992 aan de overige bepalingen van deze richtlijn te voldoen.”