52008PC0477

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 74/2004 tot instelling van een definitief compenserend recht op katoenhoudend beddenlinnen uit India /* COM/2008/0477 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 18.7.2008

COM(2008) 477 definitief

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 74/2004 tot instelling van een definitief compenserend recht op katoenhoudend beddenlinnen uit India

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

- Motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel betreft de toepassing van Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 van de Raad van 8 maart 2004 ("de basisverordening"), in het kader van de procedure betreffende de invoer van katoenhoudend beddenlinnen van oorsprong uit India.

- Algemene context

Dit voorstel past in het kader van de tenuitvoerlegging van de basisverordening en is het resultaat van een onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig de materiële en procedurele eisen van de basisverordening.

- Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad[1], gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2143/2004 van de Raad[2], Verordening (EG) nr. 122/2006 van de Raad[3] en Verordening (EG) nr. 1840/2006 van de Raad[4], tot instelling van een definitief compenserend recht op katoenhoudend beddenlinnen uit India.

Voorstel voor de toekenning van de behandeling als nieuwe producent/exporteur aan nieuwe exporteurs naar de Gemeenschap.

- Samenhang met andere beleidsgebieden van de EU

Niet van toepassing

2. RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

- Raadpleging van belanghebbende partijen

De indieners van het verzoek en de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn in kennis gesteld van de bevindingen van het onderzoek en zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen in te dienen.

- Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid.

- Effectbeoordeling

Dit voorstel vloeit voort uit de tenuitvoerlegging van de basisverordening.

De basisverordening voorziet niet in een algemene effectbeoordeling, maar bevat wel een uitputtende lijst van factoren die moeten worden beoordeeld.

3. JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL

- Samenvatting van de voorgestelde maatregel

Bij Verordening (EG) nr. 74/2004 stelde de Raad een definitief compenserend recht op katoenhoudend beddenlinnen uit India in.

In het oorspronkelijke onderzoek was wegens het grote aantal producenten/exporteurs van het betrokken product in India een steekproef van producenten/exporteurs geselecteerd. Voor de ondernemingen in de steekproef werden individuele rechten van 4,4 tot 10,4% ingesteld, en voor medewerkende ondernemingen die niet in de steekproef waren opgenomen een recht van 7,6%. Ondernemingen die zich niet kenbaar maakten of geen medewerking verleenden aan het onderzoek werd een residueel recht van 10,4% opgelegd.

Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad konden Indiase producenten/exporteurs die aan de in dat artikel genoemde criteria voldeden, dezelfde behandeling krijgen als de medewerkende ondernemingen die niet in de steekproef waren opgenomen ("behandeling als nieuwe producent/exporteur").

Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad werd driemaal gewijzigd, namelijk bij Verordening (EG) nr. 2143/2004 van de Raad, Verordening (EG) nr. 122/2006 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1840/2006 van de Raad. Bij alle drie de verordeningen werden aan de lijst van Indiase producenten/exporteurs in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad namen toegevoegd van ondernemingen die het betrokken product van oorsprong uit India exporteerden en aan de criteria van die verordening beantwoordden.

Twee van de twintig Indiase producenten/exporteurs die om een behandeling als nieuwe producent/exporteur hadden verzocht, legden bewijsmateriaal over dat voldoende werd geacht om Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad te wijzigen door hun namen toe te voegen aan de lijst van ondernemingen waarvoor een gewogen gemiddeld recht van 7,6% geldt.

De Raad wordt derhalve voorgesteld zo spoedig mogelijk zijn goedkeuring te hechten aan bijgaand voorstel voor een verordening, die in het Publicatieblad moet worden bekendgemaakt.

- Rechtsgrondslag

Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 van de Raad van 8 maart 2004.

- Subsidiariteitsbeginsel

Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

- Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

De vorm van de maatregel wordt voorgeschreven in bovengenoemde verordeningen en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming.

Beschrijving van de wijze waarop de financiële en administratieve lasten voor de Gemeenschap, de nationale, regionale en plaatselijke overheden, marktdeelnemers en burgers zo veel mogelijk worden beperkt en hoe zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel: niet van toepassing.

- Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn:

de basisverordening voorziet niet in andere mogelijkheden.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap.

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 74/2004 tot instelling van een definitief compenserend recht op katoenhoudend beddenlinnen uit India

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn[5] ("de basisverordening"),

Gelet op artikel 2 van Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad van 13 januari 2004 tot instelling van een definitief compenserend recht op katoenhoudend beddenlinnen uit India[6],

Gezien het voorstel van de Commissie, ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. VOORAFGAANDE PROCEDURE

(1) Bij Verordening (EG) nr. 74/2004[7] ("de oorspronkelijke verordening) heeft de Raad een definitief compenserend recht ingesteld op katoenhoudend beddenlinnen, vallende onder de GN-codes ex 6302 21 00 (TARIC-codes 6302 21 00 81, 6302 21 00 89), ex 6302 22 90 (TARIC-code 6302 22 90 19), ex 6302 31 00 (TARIC-code 6302 31 00 90) en ex 6302 32 90 (TARIC-code 6302 32 90 19), van oorsprong uit India. Gezien het grote aantal medewerkende producenten/exporteurs van het betrokken product in India werd overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EG) nr. 2026/97[8] ("de basisverordening") een steekproef van Indiase producenten/exporteurs samengesteld en voor de ondernemingen in de steekproef werden individuele rechten ingesteld variërend van 4,4% tot 10,4%, terwijl voor de andere medewerkende ondernemingen die geen deel uitmaakten van de steekproef een recht van 7,6% werd vastgesteld. Voor alle andere ondernemingen werd een residueel recht van 10,4% ingesteld.

(2) Artikel 2 van Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad bepaalt dat wanneer een nieuwe producent/exporteur in India ten genoegen van de Commissie aantoont dat hij het in artikel 1, lid 1, omschreven product in het onderzoektijdvak (1 oktober 2001 tot en met 30 september 2002) niet naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd (eerste criterium), hij geen banden heeft met exporteurs of producenten in India waarop de bij deze verordening ingestelde compenserende maatregelen van toepassing zijn (tweede criterium), en hij het betrokken product na het onderzoektijdvak waarop de maatregelen zijn gebaseerd naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd of dat hij een onherroepelijke contractuele verplichting heeft een aanzienlijke hoeveelheid van dit product naar de Gemeenschap uit te voeren (derde criterium), artikel 1, lid 3, van die verordening kan worden gewijzigd door de nieuwe producenten/exporteurs het recht toe te kennen dat van toepassing is op de medewerkende ondernemingen die niet in de steekproef zijn opgenomen, dat wil zeggen 7,6 %.

(3) De oorspronkelijke verordening is drie keer gewijzigd: bij Verordening (EG) nr. 2143/2004 van de Raad[9], Verordening (EG) nr. 122/2006 van de Raad[10] en Verordening (EG) nr. 1840/2006 van de Raad[11]. Bij alle drie de verordeningen werden in de bijlage de namen toegevoegd van ondernemingen die het betrokken product exporteerden en aan de criteria van de oorspronkelijke verordening beantwoordden.

B. VERZOEKEN OM BEHANDELING ALS NIEUWE PRODUCENT/EXPORTEUR

(4) Twintig Indiase ondernemingen hebben sinds de bekendmaking van de vorige wijzigingsverordening een verzoek ingediend om dezelfde behandeling te krijgen als de ondernemingen die aan het oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt en niet in de steekproef zijn opgenomen ("behandeling als nieuwe producent/exporteur").

(5) De twintig onderstaande ondernemingen dienden een dergelijk verzoek in:

Onderneming die een verzoek heeft ingediend | Stad |

K.K.P. Textiles Limited | Tamil Nadu |

Kashmiri Lal Tarun Khanna PVT LTD | Amritsar |

Premier Polyweaves Private Limited | Coimbatore |

Home Fashions International | Kerala |

Y.J. Enterprises | Mumbai |

KaLaM Designs | Ahmedabad |

Himatsingka Linens | Bangalore |

S.K.T. Textile Mills | Coimbatore |

Shetty Garments Private Ltd. | Mumbai |

TAVOY Workwear | Mumbai |

Orient Craft Limited | Haryana |

GHCL Limited | Gujarat |

Indo Count Industries Limited | Mumbai |

Vijayeswari Textiles Limited | Coimbatore |

Nest Exim | Mumbai |

Prakash Textiles | Coimbatore |

Prakash Woven Private Limited. | Coimbatore |

Sotexpa Qualidis Textiles India Private Ltd | Coimbatore |

BKS Textiles Pvt. Ltd | Coimbatore |

JDA Textiles | Chennai |

(6) Elf ondernemingen hebben niet geantwoord op de vragenlijst die bedoeld was om na te gaan of zij voldeden aan de in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad vastgestelde voorwaarden; hun verzoeken zijn daarom afgewezen.

(7) De resterende negen ondernemingen hebben volledige antwoorden op de vragenlijst ingediend en zijn daarom in aanmerking genomen om als nieuwe producent/exporteur te worden behandeld.

(8) Het bewijsmateriaal dat twee van bovengenoemde Indiase producenten/exporteurs hebben overgelegd, wordt voldoende geacht om aan te tonen dat zij aan de criteria van de oorspronkelijke verordening voldoen en bijgevolg om hun het recht toe te kennen dat van toepassing is op de medewerkende ondernemingen die niet in de steekproef zijn opgenomen (7,6 %) en hen toe te voegen aan de lijst van producenten/exporteurs in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2143/2004 van de Raad, Verordening (EG) nr. 122/2006 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1840/2006 van de Raad.

(9) De door de zeven resterende ondernemingen ingediende verzoeken om als nieuwe producent/exporteur te worden behandeld, zijn om onderstaande redenen afgewezen.

(10) Twee ondernemingen konden niet aantonen dat zij het betrokken product na het onderzoektijdvak naar de EG hadden uitgevoerd of dat zij onherroepelijke contractuele verplichtingen hadden aangegaan om aanzienlijke hoeveelheden van het betrokken product naar de EG uit te voeren. Zij voldeden bijgevolg niet aan het derde criterium.

(11) Eén onderneming legde het verkoopgrootboek voor de beoordelingsperiode niet voor en kon dus niet aantonen dat zij het betrokken product tijdens het onderzoektijdvak niet had geëxporteerd. Een andere onderneming bleek het betrokken product tijdens het onderzoektijdvak te hebben geëxporteerd. Deze ondernemingen voldeden bijgevolg niet aan het eerste criterium.

(12) Eén onderneming stuurde het antwoord op de vragenlijst na de termijn in en er ontbraken cruciale documenten in het verzoek. Eén andere onderneming antwoordde niet op een schriftelijke ingebrekestelling waarin om meer informatie werd verzocht. Deze twee ondernemingen legden dus onvoldoende bewijsmateriaal over om aan te tonen dat zij beantwoordden aan de criteria van de oorspronkelijke verordening.

(13) Tot slot werd vastgesteld dat één onderneming verbonden was met een onderneming die in de oorspronkelijke verordening werd genoemd; haar verzoek om behandeling als nieuwe producent/exporteur werd dan ook afgewezen aangezien zij niet aan het tweede criterium voldeed.

(14) Ondernemingen die geen behandeling als nieuwe producent/exporteur hadden verkregen, werden op de hoogte gebracht van de redenen voor dit besluit en werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken.

(15) Alle argumenten en standpunten van belanghebbenden werden onderzocht en waar nodig werd er terdege rekening mee gehouden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De volgende ondernemingen worden toegevoegd aan de lijst van Indiase producenten die in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 74/2004 van de Raad is opgenomen:

Onderneming | Stad |

Home Fashions International | Kerala |

GHCL Ltd. | Gujarat |

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, […].

Voor de Raad

De voorzitter […]

[1] PB L 12 van 17.1.2004, blz. 1.

[2] PB L 370 van 17.12.2004, blz. 1.

[3] PB L 22 van 26.1.2006, blz. 3.

[4] PB L 355 van 15.12.2006, blz. 4.

[5] PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

[6] PB L 12 van 17.1.2004, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1840/2006 (PB L 355 van 15.12.2006, blz. 4).

[7] PB L 12 van 17.1.2004, blz. 1.

[8] Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad (PB L 228 van 21.10.1997, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

[9] PB L 370 van 17.12.2004, blz. 1.

[10] PB L 22 van 26.1.2006, blz. 3.

[11] PB L 355 van 15.12.2006, blz. 4.