[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 20.6.2008 COM(2008) 347 definitief 2008/0121 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de ondertekening en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1 Achtergrond van het voorstel | 110 | Motivering en doel van het voorstel Ingevolge de arresten van het Hof van Justitie in de zogenoemde "Open Skies"-zaken heeft de Raad de Commissie op 5 juni 2003 een mandaat verleend om met derde landen te onderhandelen over de vervanging van sommige bepalingen in bestaande overeenkomsten door een communautaire overeenkomst[1] (het "horizontale mandaat"). Deze overeenkomsten hebben tot doel alle communautaire luchtvaartmaatschappijen niet-discriminerende toegang tot luchtroutes tussen de Gemeenschap en derde landen te verlenen en bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten tussen lidstaten en derde landen in overeenstemming te brengen met de Gemeenschapswetgeving. | 120 | Algemene context De internationale luchtvaartbetrekkingen tussen lidstaten en derde landen worden traditiegetrouw vastgelegd in bilaterale overeenkomsten met betrekking tot luchtdiensten, in bijlagen bij deze overeenkomsten en in aanverwante bilaterale of multilaterale regelingen. Lidstaten overtreden de Gemeenschapswetgeving wanneer zij traditionele bepalingen betreffende de aanwijzing van luchtvaartmaatschappijen opnemen in hun bilaterale overeenkomsten inzake luchtdiensten. Dergelijke bepalingen verlenen een derde land het recht de machtigingen en vergunningen van een luchtvaartmaatschappij te weigeren, in te trekken of op te schorten als deze luchtvaartmaatschappij door een lidstaat is aangewezen maar niet substantieel in handen is van en gecontroleerd wordt door deze lidstaat of onderdanen ervan. Dit wordt beschouwd als discriminatie van communautaire luchtvaartmaatschappijen die op het grondgebied van een lidstaat zijn gevestigd maar die in handen zijn van en gecontroleerd worden door onderdanen van andere lidstaten. Dit is in strijd met artikel 43 van het Verdrag, dat onderdanen van een lidstaat die hun recht op vrijheid van vestiging uitoefenen, garandeert dat ze in de ontvangende lidstaat dezelfde behandeling krijgen als de onderdanen van die lidstaat. Ook de verplichte commerciële overeenkomsten tussen luchtvaartmaatschappijen moeten in overeenstemming worden gebracht met de Gemeenschapswetgeving door de bestaande bepalingen in bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten tussen lidstaten en derde landen te wijzigen of aan te vullen. | 130 | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied De bepalingen van de overeenkomst vervangen de bestaande bepalingen in de 26 bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten tussen lidstaten en India, of zijn een aanvulling daarop. | 140 | Samenhang met andere beleidsgebieden van de Unie De overeenkomst dient ook een fundamentele doelstelling van het externe luchtvaartbeleid van de Gemeenschap, omdat zij de bestaande bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten in overeenstemming brengt met de Gemeenschapswetgeving. | 2 Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling | Raadpleging van belanghebbende partijen | 211 | Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten Zowel de lidstaten als het bedrijfsleven zijn geraadpleegd tijdens de volledige duur van de onderhandelingen. | 212 | Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden Er is rekening gehouden met de opmerkingen van de lidstaten en het bedrijfsleven. | 3 Juridische elementen van het voorstel | 305 | Samenvatting van de voorgestelde maatregel Overeenkomstig de mechanismen en richtsnoeren in de bijlage bij de "horizontale overeenkomst" heeft de Commissie met de Republiek India onderhandeld over een overeenkomst ter vervanging van sommige bepalingen in de bestaande bilaterale overeenkomsten inzake luchtdiensten tussen lidstaten en India. Artikel 2 van deze overeenkomst vervangt de traditionele aanwijzingsbepalingen door een communautaire aanwijzingsbepaling, waardoor alle communautaire luchtvaartmaatschappijen gebruik kunnen maken van het vestigingsrecht. Bij artikel 4 worden bepalingen in bilaterale overeenkomsten die duidelijk concurrentieverstorend zijn (verplichte commerciële overeenkomsten tussen luchtvaartmaatschappijen) in overeenstemming gebracht met de EU-mededingingsregelgeving. Tijdens de onderhandelingen over de overeenkomst met de regering van de Republiek India is benadrukt dat de overeenkomst geen invloed zal hebben op het volume of het evenwicht van de verkeersrechten. Hiertoe is een brief opgesteld die de Europese Gemeenschap en haar lidstaten na de ondertekening van de "horizontale overeenkomst" naar India zullen sturen. Deze brief, die door de lidstaten is goedgekeurd in het bijzonder comité, wordt samen met dit voorstel naar de Raad gestuurd. | 310 | Rechtsgrondslag Artikel 80, lid 2, en artikel 300, lid 2, van het EG-Verdrag. | 329 | Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel is volledig gebaseerd op het door de Raad verleende "horizontale mandaat", rekening houdend met de onder de Gemeenschapswetgeving en bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten vallende kwesties. | Evenredigheidsbeginsel Bij de overeenkomst worden bepalingen in bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten slechts in zoverre gewijzigd of aangevuld als nodig is om deze in overeenstemming te brengen met de Gemeenschapswetgeving. | Keuze van instrumenten | 342 | De Overeenkomst tussen de Gemeenschap en de Republiek India is het meest efficiënte instrument om alle bestaande bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten tussen lidstaten en India in overeenstemming te brengen met het Gemeenschapsrecht. | 4 Gevolgen voor de begroting | 409 | Het voorstel heeft geen gevolgen voor de communautaire begroting. | 5 Aanvullende informatie | 510 | Vereenvoudiging | 511 | Het voorstel voorziet in vereenvoudiging van wetgeving. | 512 | De desbetreffende bepalingen van bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten tussen lidstaten en de Republiek India worden vervangen of aangevuld door in één enkele communautaire overeenkomst ondergebrachte bepalingen. | 570 | Nadere uitleg van het voorstel Overeenkomstig de standaardprocedure voor de ondertekening en sluiting van internationale overeenkomsten wordt de Raad verzocht zijn goedkeuring te geven aan de voorgestelde besluiten in het aanhangsel over de ondertekening en voorlopige toepassing en over de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten. | Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de ondertekening en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80, lid 2, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) De Raad heeft de Commissie op 5 juni 2003 gemachtigd met derde landen te onderhandelen over de vervanging van sommige bepalingen in bestaande bilaterale overeenkomsten door een communautaire overeenkomst. (2) Overeenkomstig de mechanismen en richtsnoeren in de bijlage bij het besluit van de Raad waarbij de Commissie werd gemachtigd om met derde landen te onderhandelen over de vervanging van sommige bepalingen in bestaande bilaterale overeenkomsten door een communautaire overeenkomst, heeft de Commissie namens de Gemeenschap met de Republiek India onderhandeld over een overeenkomst inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten. (3) Onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip dient de overeenkomst die op basis van deze onderhandelingen tot stand is gekomen, te worden ondertekend en voorlopig te worden toegepast, BESLUIT: Artikel 1 De ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten wordt hierbij goedgekeurd namens de Gemeenschap, onder voorbehoud van de sluiting van de overeenkomst. De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd om de persoon aan te wijzen die bevoegd is om de overeenkomst namens de Gemeenschap te ondertekenen, onder voorbehoud van de sluiting van de overeenkomst. Artikel 3 In afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomst wordt ze toegepast vanaf de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures [2]. Artikel 4 De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de in artikel 7, lid 2, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving te verrichten. Gedaan te Brussel, op Voor de Raad De Voorzitter 2008/0121 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80, lid 2, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin, en artikel 300, lid 3, eerste alinea, Gezien het voorstel van de Commissie[3], Gezien het advies van het Europees Parlement[4], Overwegende hetgeen volgt: (1) De Raad heeft de Commissie op 5 juni 2003 gemachtigd met derde landen te onderhandelen over de vervanging van sommige bepalingen in bestaande bilaterale overeenkomsten door een communautaire overeenkomst. (2) Overeenkomstig de mechanismen en richtsnoeren in de bijlage bij het besluit van de Raad waarbij de Commissie werd gemachtigd om met derde landen te onderhandelen over de vervanging van sommige bepalingen in bestaande bilaterale overeenkomsten door een communautaire overeenkomst, heeft de Commissie namens de Gemeenschap met de Republiek India onderhandeld over een overeenkomst inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten. (3) Onder voorbehoud van eventuele sluiting op een later tijdstip is deze overeenkomst op […] namens de Gemeenschap ondertekend overeenkomstig Besluit .../…/EG van de Raad van […][5]. (4) Deze overeenkomst dient te worden goedgekeurd, BESLUIT: Artikel 1 1. De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd. 2. De tekst van de overeenkomst is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd om de persoon aan te wijzen die bevoegd is om de in artikel 7, lid 1, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving te verrichten. Gedaan te Brussel, op Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE OVEREENKOMST tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek India inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten DE EUROPESE GEMEENSCHAP enerzijds, en DE REPUBLIEK INDIA anderzijds, (hierna "de partijen" genoemd) VASTSTELLEND dat verscheidene lidstaten van de Europese Gemeenschap met de Republiek India bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten hebben gesloten die bepalingen bevatten welke in strijd zijn met de Gemeenschapswetgeving. VASTSTELLEND dat de Europese Gemeenschap exclusief bevoegd is voor diverse aspecten die mogelijk zijn opgenomen in bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap en derde landen. VASTSTELLEND dat in een lidstaat gevestigde communautaire luchtvaartmaatschappijen overeenkomstig de wetgeving van de Europese Gemeenschap het recht hebben op niet-discriminerende toegang tot luchtroutes tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap en derde landen. GELET OP de overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en bepaalde derde landen waarin onderdanen van deze derde landen de mogelijkheid wordt geboden eigendom te verwerven in luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen overeenkomstig de wetgeving van de Europese Gemeenschap. ERKENNEND dat sommige bepalingen van de tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap en de Republiek India gesloten bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten die in strijd zijn met de wetgeving van de Europese Gemeenschap met deze wetgeving in overeenstemming moeten worden gebracht om een solide rechtsgrond voor luchtdiensten tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India tot stand te brengen en om de continuïteit van dergelijke luchtdiensten te garanderen. VASTSTELLEND dat luchtvaartmaatschappijen volgens de wetgeving van de Europese Gemeenschap in principe geen overeenkomsten mogen sluiten die de handel tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap kunnen beïnvloeden en die tot doel of als gevolg hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of verstoord. ERKENNEND dat sommige bepalingen van de tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap en de Republiek India gesloten bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten die i) luchtvaartmaatschappijen verplichten of aanzetten tot overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de mededinging op de relevante routes wordt verhinderd, beperkt of vervalst; of ii) de gevolgen van dergelijke overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen versterken; of iii) waarbij de verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen die de toepassing van de regels voor mededinging tussen luchtvaartmaatschappijen op de relevante routes verhinderen, beperken of verstoren, wordt toevertrouwd aan luchtvaartmaatschappijen of andere particuliere economische operatoren, de doeltreffendheid in het gedrang brengen van de op ondernemingen toepasselijke mededingingsregels. ERKENNEND dat, wanneer een lidstaat een luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen die onder veiligheidstoezicht van een andere lidstaat staat, de rechten van de Republiek India krachtens de veiligheidsbepalingen van de overeenkomst tussen de lidstaat die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en de Republiek India ook van toepassing zijn met betrekking tot die andere lidstaat. VASTSTELLEND dat de in bijlage 1 vermelde bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten gebaseerd zijn op het algemene beginsel dat de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de partijen billijke en gelijke kansen genieten bij het exploiteren van de overeengekomen diensten op de gespecificeerde routes. VASTSTELLEND dat deze overeenkomst niet tot doel heeft het totale volume aan luchtverkeer tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India te wijzigen, noch om het evenwicht tussen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen uit de Republiek India te wijzigen, noch om te onderhandelen over wijzigingen in de bepalingen van bestaande bilaterale luchtdienstovereenkomsten inzake verkeersrechten, ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN: ARTIKEL 1 Algemene bepalingen 1. In deze overeenkomst wordt onder "lidstaten" de lidstaten van de Europese Gemeenschap verstaan. 2. Wanneer in de in bijlage 1 vermelde overeenkomsten wordt verwezen naar onderdanen van de lidstaat die partij is bij de overeenkomst, wordt dit begrepen als een verwijzing naar onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap. 3. Wanneer in de in bijlage 1 vermelde overeenkomsten wordt verwezen naar luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen van de lidstaat die partij is bij de overeenkomst, wordt dit begrepen als een verwijzing naar de door die lidstaat aangewezen luchtvervoerders of luchtvaartmaatschappijen. 4. Het verlenen van verkeersrechten blijft plaatsvinden op basis van bilaterale regelingen. ARTIKEL 2 Aanwijzing door een lidstaat 1. De bepalingen van de leden 2 en 3 van dit artikel hebben voorrang op de overeenkomstige bepalingen van de in bijlage 2, onder a) en b), genoemde artikelen wat betreft de aanwijzing van luchtvervoerders door de desbetreffende lidstaat, de vergunningen en machtigingen die door de Republiek India aan deze luchtvervoerder zijn toegekend en de weigering, intrekking, opschorting of beperking van de vergunningen en machtigingen van de luchtvervoerder. 2. Bij ontvangst van een aanwijzing door een lidstaat verstrekt de Republiek India de passende vergunningen en machtigingen met zo weinig mogelijk procedurele vertraging, wanneer: i. de luchtvervoerder, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, op het grondgebied van de aanwijzende lidstaat is gevestigd en beschikt over een geldige exploitatievergunning overeenkomstig het Europese Gemeenschapsrecht; ii. de lidstaat die verantwoordelijk is voor de afgifte van het Air Operators Certificate op doeltreffende wijze controleert of de luchtvervoerder de regelgeving naleeft en de bevoegde luchtvaartautoriteit duidelijk in de aanwijzing is vermeld; en iii. de luchtvervoerder rechtstreeks of door een meerderheidsbelang eigendom is en blijft van lidstaten en/of onderdanen van lidstaten, en/of van andere in bijlage 3 vermelde landen en/of onderdanen van die landen, en deze landen en/of onderdanen daadwerkelijk zeggenschap uitoefenen over de luchtvervoerder. 3. De Republiek India mag de vergunningen of machtigingen van een door een lidstaat aangewezen luchtvervoerder weigeren, intrekken, opschorten of beperken wanneer: i. de luchtvervoerder, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, niet op het grondgebied van de aanwijzende lidstaat is gevestigd en niet beschikt over een geldige exploitatievergunning overeenkomstig het Europese Gemeenschapsrecht; ii. de lidstaat die verantwoordelijk is voor de afgifte van het Air Operators Certificate niet op doeltreffende wijze controleert of de luchtvervoerder de regelgeving naleeft, of wanneer de relevante luchtvaartautoriteit niet duidelijk in de aanwijzing is vermeld; iii. de luchtvervoerder niet rechtstreeks of door een meerderheidsbelang eigendom is van lidstaten en/of onderdanen van lidstaten, en/of van andere in bijlage 3 vermelde landen en/of onderdanen van die landen, en deze landen en/of onderdanen niet daadwerkelijk zeggenschap uitoefenen over de luchtvervoerder; iv. de luchtvervoerder reeds over een exploitatievergunning beschikt krachtens een bilaterale overeenkomst tussen de Republiek India en een andere lidstaat en wanneer de luchtvervoerder, door krachtens de onderhavige overeenkomst verkeersrechten uit te oefenen op een traject dat een punt in die andere lidstaat omvat, de krachtens de bilaterale overeenkomst tussen de Republiek India en die andere lidstaat opgelegde beperkingen van de verkeersrechten omzeilt; of v. de aangewezen luchtvervoerder houder is van een Air Operators Certificate dat is afgegeven door een lidstaat waarmee de Republiek India geen bilaterale overeenkomst voor luchtdiensten heeft gesloten en wanneer die lidstaat de Republiek India geen verkeersrechten heeft toegekend. Bij de uitoefening van de rechten die krachtens deze alinea aan de Republiek India zijn verleend, mag India geen onderscheid maken tussen communautaire luchtvervoerders op grond van nationaliteit. ARTIKEL 3 Veiligheid 1. De bepalingen van lid 2 van dit artikel vormen een aanvulling op de desbetreffende in bijlage 2, onder c), vermelde artikelen. 2. Wanneer een lidstaat een luchtvervoerder heeft aangewezen die onder het wettelijk toezicht van een andere lidstaat staat, zijn de rechten van de Republiek India uit hoofde van de veiligheidsvoorschriften van de overeenkomst tussen de lidstaat die de luchtvervoerder heeft aangewezen en de Republiek India zowel van toepassing op de vaststelling, naleving of handhaving van veiligheidsnormen door die andere lidstaat als op de exploitatievergunning van die luchtvervoerder. ARTIKEL 4 Verenigbaarheid met de mededingingsregels 1. Onverminderd andersluidende bepalingen mag niets in de in bijlage 1 vermelde overeenkomsten (i) ertoe aanzetten dat overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen tot stand komen die de mededinging verhinderen, verstoren of beperken; (ii) de gevolgen van dergelijke overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen versterken; of (iii) de verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen die de mededinging verhinderen, verstoren of beperken, toevertrouwen aan particuliere economische operatoren. 2. De bepalingen in de in bijlage 1 vermelde overeenkomsten die niet verenigbaar zijn met lid 1 van dit artikel worden niet toegepast. ARTIKEL 5 Bijlagen bij de overeenkomst De bijlagen bij deze overeenkomst maken integrerend deel uit van de overeenkomst. ARTIKEL 6 Herziening of wijziging De partijen mogen deze overeenkomst op elk ogenblik met wederzijdse instemming herzien of wijzigen. ARTIKEL 7 Inwerkingtreding en voorlopige toepassing 1. Deze overeenkomst treedt in werking wanneer de partijen elkaar schriftelijk hebben meegedeeld dat zij hun interne procedures voor de inwerkingtreding van de overeenkomst hebben voltooid. 2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 stemmen de partijen ermee in deze overeenkomst voorlopig toe te passen vanaf de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures. 3. Overeenkomsten en andere regelingen tussen lidstaten en de Republiek India die op de datum van ondertekening van deze overeenkomst nog niet in werking zijn getreden en niet voorlopig worden toegepast, zijn vermeld in bijlage 1, onder b). Zodra deze overeenkomsten en regelingen in werking treden of voorlopig worden toegepast, vallen ze onder de onderhavige overeenkomst. ARTIKEL 8 Beëindiging 1. Wanneer een in bijlage 1 vermelde overeenkomst wordt beëindigd, worden ook alle bepalingen van de onderhavige overeenkomst die betrekking hebben op de desbetreffende in bijlage 1 vermelde overeenkomst tegelijkertijd beëindigd. 2. Wanneer alle in bijlage 1 vermelde overeenkomsten worden beëindigd, wordt de onderhavige overeenkomst tegelijkertijd beëindigd. TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend. Gedaan te [….] in tweevoud, op [../../….] in de Bulgaarse, Tsjechische, Deense, Nederlandse, Engelse, Estse, Finse, Franse, Duitse, Griekse, Hongaarse, Italiaanse, Letse, Litouwse, Maltese, Poolse, Portugese, Roemeense, Slowaakse, Sloveense, Spaanse, Zweedse en Indiase taal. VOOR DE EUROPESE GEMEENSCHAP: | VOOR DE REPUBLIEK INDIA: | BIJLAGE 1 Lijst van de overeenkomsten waarnaar wordt verwezen in artikel 1 van deze overeenkomst a) Overeenkomsten voor luchtdiensten tussen de regering van India en lidstaten van de Europese Gemeenschap die, op de datum van ondertekening van onderhavige overeenkomst, zijn gesloten, ondertekend en/of voorlopig worden toegepast - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de federale regering van Oostenrijk en de regering van India , ondertekend te New Delhi op 26 oktober 1989; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 17 juni 1997 te Wenen is opgesteld, hierna de "Intentieverklaring tussen India en Oostenrijk" genoemd, in bijlage 2; gewijzigd bij de aanvullende intentieverklaring die op 27 januari 2000 te Wenen is opgesteld; laatstelijk gewijzigd bij overeengekomen notulen die op 23 maart 2001 te New Delhi zijn opgesteld. - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van India , opgesteld te New Delhi op 6 april 1967, hierna de "Overeenkomst tussen India en België" genoemd, in bijlage 2; laatstelijk gewijzigd bij de intentieverklaring die op 18 mei 2005 te Brussel is opgesteld, hierna de "Intentieverklaring tussen India en België" genoemd, in bijlage 2. - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Bulgarije en de regering van de Republiek India , opgesteld te New Delhi op 16 juni 1992, hierna de "Overeenkomst tussen India en Bulgarije" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Cyprus en de regering van India , opgesteld te Nicosia op 18 december 2000, hierna de "Overeenkomst tussen India en Cyprus" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtvervoer tussen de regering van de Tsjechische Republiek en de regering van de Republiek India , opgesteld te Delhi op 16 oktober 1997, hierna de "overeenkomst tussen India en Tsjechië" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van het Koninkrijk Denemarken en de regering van India , opgesteld te New Delhi op 19 december 1995, hierna de "Overeenkomst tussen India en Denemarken" genoemd, in bijlage 2; laatstelijk gewijzigd bij de intentieverklaring die op 30 november 2006 te New Delhi is opgesteld, hierna de "Intentieverklaring tussen India en Denemarken" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Finland en de regering van India , opgesteld te New Delhi op 18 juli 1995, hierna de "overeenkomst tussen India en Finland" genoemd, in bijlage 2; laatstelijk gewijzigd bij de intentieverklaring die op 18 mei 2006 te New Delhi is ondertekend, hierna de "Intentieverklaring tussen India en Finland" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Franse Republiek en de regering van India , ondertekend te New Delhi op 16 juli 1947, hierna de "Overeenkomst tussen India en Frankrijk" genoemd, in bijlage 2; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 20 mei 1960 te New Delhi is opgesteld; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 26 november 1997 te New Delhi is opgesteld; laatstelijk gewijzigd bij het memorandum van overleg dat op 23 februari 2005 te Parijs is opgesteld; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de regering van India , ondertekend te New Delhi op 31 mei 1963, hierna de "Overeenkomst tussen India en Duitsland" genoemd, in bijlage 2; gewijzigd bij de overeengekomen notulen die op 20 oktober 1989 te Bonn zijn opgesteld; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 10 mei 1994 te New Delhi is opgesteld; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 6 februari 2001 te Berlijn is opgesteld; laatstelijk gewijzigd bij de intentieverklaring die op 25 mei 2005 te New Delhi is opgesteld, hierna de "Intentieverklaring tussen India en Duitsland" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Volksrepubliek Hongarije en de regering van India , ondertekend te New Delhi op 23 februari 1966, hierna de "Overeenkomst tussen India en Hongarije" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van Italië en de regering van India , ondertekend te Rome op 16 juli 1959, hierna de "Overeenkomst tussen India en Italië" genoemd, in bijlage 2; gewijzigd bij overeengekomen notulen die op 27 juni 1986 te New Delhi zijn opgesteld; gewijzigd bij overeengekomen notulen die op 22 april 2002 te New Delhi zijn opgesteld; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 4 februari 2003 te Rome is opgesteld; laatstelijk gewijzigd bij de intentieverklaring die op 15 februari 2006 te New Delhi is opgesteld, hierna de "Intentieverklaring tussen India en Italië" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Letland en de regering van de Republiek India , ondertekend te New Delhi op 20 oktober 1997, hierna de "Overeenkomst tussen India en Letland" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Litouwen en de regering van de Republiek India , ondertekend te New Delhi op 20 februari 2001, hierna de "Overeenkomst tussen India en Litouwen" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van het Groothertogdom Luxemburg en de regering van de Republiek India , ondertekend te New Delhi op 8 januari 2001, hierna de "Overeenkomst tussen India en Luxemburg" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Malta en de regering van India , opgesteld te Malta op 5 oktober 1998, hierna de "Overeenkomst tussen India en Malta" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van Nederland en de regering van India , ondertekend te New Delhi op 24 mei 1951, hierna de "Overeenkomst tussen India en Nederland" genoemd, in bijlage 2; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 10 januari 1992 te New Delhi is opgesteld; laatstelijk gewijzigd bij de intentieverklaring die op 17 mei 2005 te Den Haag is opgesteld, hierna de "Intentieverklaring tussen India en Nederland" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Volksrepubliek Polen en de regering van de Republiek India , ondertekend te New Delhi op 25 januari 1977, hierna de "Overeenkomst tussen India en Polen" genoemd, in bijlage 2; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 30 september 2003 te New Delhi is opgesteld; laatstelijk gewijzigd bij de uitwisseling van diplomatieke nota's van 20 april 2006 en 22 augustus 2006; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Portugal en de regering van de Republiek India , ondertekend te New Delhi op 6 februari 1997, hierna de "overeenkomst tussen India en Portugal" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van de Roemenië en de regering van India , opgesteld te New Delhi op 4 december 1993, hierna de "overeenkomst tussen India en Roemenië" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor geregelde luchtdiensten tussen de regering van de Slowaakse Republiek en de regering van India , ondertekend te Bratislava op 9 oktober 1996, hierna de "Overeenkomst tussen India en Slowakije" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor geregelde luchtdiensten tussen de regering van de Republiek Slovenië en de regering van India , ondertekend te New Delhi op 16 februari 2004, hierna de "Overeenkomst tussen India en Slovenië" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtvervoer tussen de regering van Spanje en de regering van India , ondertekend te New Delhi op 10 april 1987, hierna de "overeenkomst tussen India en Spanje" genoemd, in bijlage 2; laatstelijk gewijzigd bij de intentieverklaring die op 8 november 2006 te New Delhi is opgesteld, hierna de "Intentieverklaring tussen India en Spanje" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van het Koninkrijk Zweden en de regering van India , ondertekend te New Delhi op 19 december 1995, hierna de "Overeenkomst tussen India en Zweden" genoemd, in bijlage 2; laatstelijk gewijzigd bij de intentieverklaring die op 30 november 2006 te New Delhi is opgesteld, hierna de "Intentieverklaring tussen India en Zweden" genoemd, in bijlage 2; - Overeenkomst voor luchtdiensten tussen de regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de regering van India , ondertekend te New Delhi op 1 december 1951, hierna de "Overeenkomst tussen India en het VK" genoemd, in bijlage 2; gewijzigd bij de overeengekomen notulen die op 22 april 2002 te New Delhi zijn opgesteld; gewijzigd bij het overeengekomen verslag dat op 21 juni 2002 te Londen is opgesteld; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 17 september 2004 te Londen is opgesteld; gewijzigd bij de intentieverklaring die op 13 april 2005 te New Delhi is opgesteld; laatstelijk gewijzigd bij de intentieverklaring die op 26 augustus 2005 te Londen is opgesteld, hierna de "Intentieverklaring tussen India en het VK" genoemd; b) Geparafeerde of ondertekende overeenkomsten voor luchtdiensten en andere regelingen tussen de regering van India en lidstaten van de Europese Gemeenschap die, op de datum van ondertekening van onderhavige overeenkomst, nog niet zijn van kracht zijn geworden en niet voorlopig worden toegepast - Overeenkomst voor luchtvervoer tussen de regering van de Helleense Republiek en de regering van de Republiek India , geparafeerd te Athene op 23 oktober 1997, hierna de "overeenkomst tussen India en Griekenland" genoemd, in bijlage 2; laatstelijk gewijzigd bij overeengekomen notulen die op 30 maart 2007 te Athene zijn opgesteld. - Overeenkomst voor luchtvervoer tussen de regering van Ierland en de regering van India , ondertekend te [ plaats ] op [ datum ], hierna de "overeenkomst tussen India en Ierland" genoemd, in bijlage 2; BIJLAGE 2 Lijst van artikelen die zijn opgenomen in de in bijlage 1 vermelde overeenkomsten en waarnaar wordt verwezen in de artikelen 2 tot en met 5 van deze overeenkomst a) Aanwijzing door een lidstaat: - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Oostenrijk; - Artikel 3, leden 1 tot en met 5, van de overeenkomst tussen India en België; - Artikel III van de overeenkomst tussen India en Bulgarije; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Cyprus; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Tsjechië; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Denemarken; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Finland; - Artikel 2 van de overeenkomst tussen India en Frankrijk; - Artikel 3, onder (i), van de intentieverklaring tussen India en Duitsland; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Griekenland; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Hongarije; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Ierland; - Artikel 4.1 van de overeenkomst tussen India en Italië; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Letland; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Litouwen; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Luxemburg; - Artikel 2 van de overeenkomst tussen India en Nederland; - Artikel IV van de overeenkomst tussen India en Polen; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Portugal; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Roemenië; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Slowakije; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Slovenië; - Artikel 2.5, onder (i), van de intentieverklaring tussen India en Spanje; - Artikel 3 van de overeenkomst tussen India en Zweden; - Bijlage B, artikel 4, van de intentieverklaring tussen India en het VK; b) Weigering, intrekking, opschorting of beperking van vergunningen of machtigingen: - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Oostenrijk; - Artikel 3, lid 6, van de overeenkomst tussen India en België; - Artikel IV van de overeenkomst tussen India en Bulgarije; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Cyprus; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Tsjechië; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Denemarken; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Finland; - Artikel 9 van de overeenkomst tussen India en Frankrijk; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Duitsland; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Griekenland; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Hongarije; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Ierland; - Artikel 4, leden 4 tot en met 6, van de overeenkomst tussen India en Italië; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Letland; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Litouwen; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Luxemburg; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Malta; - Artikel 8 van de overeenkomst tussen India en Nederland; - Artikel V van de overeenkomst tussen India en Polen; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Portugal; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Roemenië; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Slowakije; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Slovenië; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Spanje; - Artikel 4 van de overeenkomst tussen India en Zweden; - Bijlage B, artikel 5, van de intentieverklaring tussen India en het VK; c) Veiligheid: - Aanhangsel B van de intentieverklaring tussen India en Denemarken; - Aanhangsel H van de intentieverklaring tussen India en Finland; - Aanhangsel C van de overeenkomst tussen India en Griekenland; - Artikel 2.5, onder (iv), van de intentieverklaring tussen India en Spanje; - Aanhangsel B van de intentieverklaring tussen India en Zweden; - Bijlage B, artikel 7, van de intentieverklaring tussen India en het VK; BIJLAGE 3 Lijst van andere landen waarnaar wordt verwezen in artikel 2 van deze overeenkomst a) De Republiek IJsland (krachtens de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte); b) Het Vorstendom Liechtenstein (krachtens de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte); c) Het Koninkrijk Noorwegen (krachtens de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte); d) De Zwitserse Bondsstaat (krachtens de Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat). AANHANGSEL Brief van de EG en haar lidstaten aan India Geachte… Ingevolge de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (de "horizontale overeenkomst") op … hebben wij de eer het volgende te bevestigen: 1. De horizontale overeenkomst brengt geen verandering in het totale volume aan verkeersrechten tussen de Europese Gemeenschap en India of tussen individuele lidstaten en India en heeft geen invloed op het uit de bestaande bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten voortvloeiende evenwicht inzake verkeersrechten tussen communautaire luchtvaartmaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen uit India. 2. Wat dit betreft, garanderen de bepalingen van artikel 2.3.iv van de horizontale overeenkomst dat communautaire luchtvaartmaatschappijen de bepalingen van de horizontale overeenkomst niet mogen gebruiken om bestaande beperkingen op verkeersrechten te omzeilen. 3. Indien een partij ondanks deze garanties van mening is dat de horizontale overeenkomst een negatief effect heeft of zal hebben, mag zij gebruik maken van de procedures van artikel 6 van de horizontale overeenkomst. 4. In dergelijke gevallen zullen zowel India als de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, in het kader van hun bilaterale betrekkingen, gevolg geven aan alle verzoeken om onvoorziene negatieve effecten te verhelpen op basis van de beginselen van gelijke kansen en wederzijdse baten. [1] Besluit 11323/03 van de Raad van 5 juni 2003 (niet publiek toegankelijk). [2] Het Secretariaat-generaal van de Raad maakt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend vanaf welke datum de overeenkomst voorlopig wordt toegepast. [3] PB C van , blz. . [4] PB C van , blz. . [5] PB C van , blz. .