Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart /* COM/2008/0310 def. - COD 2005/0239 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 11.6.2008 COM(2008) 310 definitief 2005/0239 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (door de Commissie ingediend) 2005/0239 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart 1. CHRONOLOGISCH OVERZICHT Toezending van het voorstel aan het EP en de Raad [document COM(2005) 589 definitief – 2005/0239 COD] | 9.01.2006 | Advies van het Comité van de Regio’s: | 15.06.2006 | Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: | 13.09.2006 | Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: | 25.04.2007 | Vaststelling van het gemeenschappelijk standpunt: | 6.06.2008 | 2. DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE Het voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart is onderdeel van een reeks maatregelen ter versterking en aanvulling van de bestaande wetgeving inzake maritieme veiligheid. Dit voorstel beoogt de aanvulling, versterking en verduidelijking van de bestaande Richtlijn 2002/59/EG op de volgende punten: - Verduidelijking en versterking van de bepalingen van de huidige richtlijn betreffende de opvang van schepen in nood in toevluchtsoorden. Doel is het invoeren van het principe van de opvang van schepen in nood in toevluchtsoorden, behalve als een beoordeling van de situatie tot een andere conclusie leidt. Het is tevens de bedoeling te garanderen dat onafhankelijke instanties, die verantwoordelijk zijn voor de aanduiding van het meest aangewezen toevluchtsoord, duidelijk worden geïdentificeerd en beschikken over alle nodige elementen om snel een beslissing te nemen, met inbegrip van precieze informatie over de kustzones die in aanmerking komen als toevluchtsoord. - Verplichting om apparatuur (AIS - automatische identificatiesystemen) te gebruiken die de automatische identificatie van vissersvaartuigen van meer dan 15 meter mogelijk maken. Deze systemen zullen de identificatie en de lokalisering van de vissersvaartuigen door met name koopvaardijschepen vergemakkelijken, en zo de risico's op ongevallen reduceren. - Veralgemening van het gebruik van het telematicanetwerk voor de uitwisseling van informatie, SafeSeaNet. Dit systeem, dat is ontwikkeld door de Commissie en wordt beheerd door het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, zal de maritieme autoriteiten in staat stellen om de bewegingen van de schepen en hun ladingen nauwkeurig te volgen. - Verplichting voor de verladers om de kapitein gedetailleerde informatie te verstrekken over de lading, om beter te kunnen ingrijpen in geval van milieuverontreiniging dankzij een betere kennis van de fysisch-chemische kenmerken van de producten. - Bepalingen op grond waarvan de kuststaten de nodige maatregelen kunnen treffen om de risico's van ijsgang voor de scheepvaart in bepaalde gebieden in de noordelijke wateren van de Europese Unie te beperken. Deze kwestie is bijzonder belangrijk gezien de grote risico's die verbonden zijn aan de toename van de volumes aardolie die in de Oostzee worden vervoerd. 3. OPMERKINGEN OVER HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT De Raad wijkt op een belangrijk punt aanzienlijk af van het voorstel van de Commissie, met name over de toevluchtsoorden; de Commissie kan hier niet akkoord mee gaan. De Raad heeft de draagwijdte van het voorstel van de Commissie immers aanzienlijk beperkt, enerzijds door een afwijzing van het principe dat schepen in nood opgevangen moeten worden in een toevluchtsoord, onder voorbehoud van het resultaat van de beoordeling van de situatie, en anderzijds door de verplichting voor de lidstaten om een onafhankelijke instantie op te richten om de situatie te beoordelen en een beslissing te nemen. Welnu, de Commissie is van mening dat deze onafhankelijkheid essentieel is om ervoor te zorgen dat ongeacht de lokale politieke druk tijdig de beste beslissing wordt genomen, om een schip in grote moeilijkheden in veiligheid te brengen of de milieuverontreiniging in te dijken wanneer zij niet vermeden kan worden, en aldus het effect ervan te beperken, ook voor de buurlanden. De Commissie neemt dus nota van het unaniem goedgekeurde gemeenschappelijke standpunt van de Raad, maar onderstreept tegelijk haar afwijkende visie omtrent dit fundamentele probleem van de toevluchtsoorden. De Commissie merkt niettemin op dat de Raad het eens is met andere aspecten van haar voorstel, en met name instemt met de verplichting om vissersvaartuigen van meer dan 15 meter uit te rusten met automatische-identificatiesystemen (AIS), om het risico van aanvaringen te voorkomen; en erkent dat moet worden gegarandeerd dat SafeSeaNet, het communautaire netwerk voor uitwisseling van scheepsgegevens, -bewegingen en -ladingen, 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 ononderbroken werkt. 4. GEDETAILLEERDE OPMERKINGEN VAN DE COMMISSIE 4.1. Amendementen die door de Commissie zijn aanvaard en volledig of gedeeltelijk in het gemeenschappelijk standpunt zijn opgenomen De amendementen 17, 20 en 22 vormen nuttige verduidelijkingen van het voorstel van de Commissie, met name wat betreft de definitie van het LRIT-systeem en het toevoegen van de internationale referentietekst (amendement 17). 4.2. Door de Commissie aanvaarde amendementen die echter niet in het gemeenschappelijk standpunt zijn opgenomen De amendementen 1, 4, 12, 16, 18, 25, 26, 27, 28, 30, 36, 42, 43 en 48 vormen volgens de Commissie nuttige verduidelijkingen en/of aanvullingen ten opzichte van de tekst van het voorstel. De amendementen 5, 31 en 33 betreffende het instellen van bevoegde instanties die over de vereiste expertise beschikken en onafhankelijk zijn in die zin dat zij op eigen initiatief beslissingen over de opvang van schepen in nood in een toevluchtsoord kunnen nemen, krijgen de volledige steun van de Commissie. Hetzelfde geldt voor de amendementen 8, 34, 39 en 40 betreffende het principe van de opvang in een toevluchtsoord. De Commissie onderschrijft tevens de amendementen 13, 14 en 24 betreffende de oprichting van een Europees datacentrum LRIT. 4.3. Door de Commissie verworpen amendementen die niet in het gemeenschappelijk standpunt zijn opgenomen De amendementen 2, 45 en 46, die de installatie van AIS'en aan boord van vissersvaartuigen vertragen, zijn niet verenigbaar met de algemene doelstelling van het voorstel van de Commissie, aangezien de installatie van AIS een belangrijke maatregel is die mensenlevens kan redden. Amendement 3 over de oprichting, voor de uitrusting van de bestaande vloot met AIS, van een begrotingspost buiten het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij, wordt door de Commissie niet gesteund. Zij herinnert eraan dat het instrument dat op communautair niveau moet worden aangewend voor financiële steun voor de installatie van veiligheidsuitrustingen zoals AIS, het Europees Visserijfonds is. Amendement 6 over schepen die bijstand nodig hebben, valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn; de routineacties met betrekking tot schepen die bijstand nodig hebben, moeten op grond van het subsidiariteitsbeginsel de bevoegdheid van de lidstaten blijven. Het voorstel van de Commissie heeft betrekking op de toevluchtsoorden voor schepen in nood. Amendement 11, dat niet-verzekerde schepen de toegang tot de territoriale wateren van de lidstaten ontzegt, is in strijd met het internationale recht en wordt dus niet door de Commissie aanvaard. De amendementen 21, 50, 51, 52, 53 en 54 betreffende de installatie van AIS-uitrusting op vissersvaartuigen van meer dan 24 meter (tegenover 15 meter in het voorstel van de Commissie) beperken de draagwijdte van het voorstel en zijn dus onaanvaardbaar. De kleinste schepen (minder dan 24 m) zijn immers het meest vatbaar voor aanvaringen. 5. CONCLUSIES De Commissie neemt nota van het unaniem goedgekeurde gemeenschappelijke standpunt van de Raad, maar wijst tevens op haar afwijkende visie omtrent het fundamentele probleem van de toevluchtsoorden (principe van de opvang van schepen in nood in een toevluchtsoord en verplichting voor de lidstaten om een onafhankelijke instantie op te richten).