52008PC0138




[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 10.3.2008

COM(2008) 138 definitief

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot wijziging van Besluit 2005/321/EG van de Raad tot afsluiting van de procedure van overleg met de Republiek Guinee overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De Europese Unie heeft in maart 2004 besloten overleg te openen met Guinee krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou. Gedurende de daaraan voorafgaande jaren verslechterde het democratische klimaat in het land gestaag, wat een schending betekent van de essentiële elementen van artikel 9 van de overeenkomst. De EU maakte zich ook zorgen over het gebrek aan eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en het ontbreken van goed bestuur op bestuurlijk, politiek, economisch en financieel vlak.

Tijdens de openingsbijeenkomst van het overleg op 20 juli 2004 heeft de regering een memorandum gepresenteerd waarin haar verbintenissen worden beschreven, met name met betrekking tot de politieke dialoog, de kiescommissie, de liberalisering van de radiofrequenties, de versterking van de rechtsstaat en macro-economisch beheer.

Op basis van de verbintenissen van de regering van Guinee werd het overleg in 2005 afgesloten. In de conclusies van de Raad van 14 april 2005 wordt erkend dat sommige verbintenissen tot bemoedigende initiatieven hadden geleid, maar dat verschillende belangrijke maatregelen nog moesten worden uitgevoerd, met name wat betreft de politieke dialoog met de oppositie. Na het overleg werd, rekening houdend met de op dat moment uitgevoerde verbintenissen en de nog uit te voeren activiteiten, besloten de passende maatregelen te beëindigen, overeenkomstig artikel 96, lid 2, onder c), van de Overeenkomst van Cotonou. Dat besluit van de Raad verstrijkt op 14 april 2008.

De politieke dialoog heeft zich echter maar langzaam ontwikkeld en de resultaten waren tot halverwege 2006 matig. De dialoog werd zelfs geschorst na de lokale verkiezingen van december 2005, die werden gekenmerkt door gebreken en onregelmatigheden, waardoor de oppositie het vertrouwen in haar gesprekspartners verloor.

Dankzij de sinds juli 2006 waargenomen intensivering van het overleg tussen de verschillende politieke stromingen kon eind 2006 overeenstemming worden bereikt over de kieswet en de operationele voorwaarden voor de parlementsverkiezingen, die aanvankelijk waren gepland voor juni 2007. De regering beloofde toen de desbetreffende wetsvoorstellen aan het parlement voor te leggen. In augustus 2006 is de liberalisering van de radiofrequenties in werking getreden met de start van de uitzendingen van de eerste legale particuliere radiostations. Eind december 2006 besloot de EU op grond van de geconstateerde vooruitgang middelen aan Guinee ter beschikking te stellen uit hoofde van de A-portefeuille van het negende EOF (85,8 miljoen euro).

De verslechterde levensomstandigheden van de bevolking, die in 2006 al tot twee algemene stakingen hadden geleid, leidden tot een nieuwe stakingsgolf in januari-februari 2007, die nog werd versterkt door de vrijlating uit de gevangenis van een handlanger van de president. Tijdens de staking vonden opnieuw schendingen van de mensenrechten (en dus de essentiële elementen van artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou) plaats, met name gewelddadige repressie door de ordetroepen en het leger bij vreedzame manifestaties. Bij het bevolkingsoproer van januari/februari en de gewelddadige repressie vielen tussen de 137 en 183 doden en meer dan 1 500 gewonden. De apparatuur van een van de particuliere radiozenders werd vernield en een andere moest zijn uitzendingen na bedreigingen staken. Omdat de bestuurlijke situatie snel verslechterde, gingen de eisen van de beweging al snel verder dan een zuiver vakbondskader en konden slechts gedeeltelijk worden opgelost door een akkoord tussen de overheid en de vakbonden na lange bemiddelingspogingen van met name religieuze leiders en de ECOWAS.

Lansana Kouyaté, de nieuwe premier, werd eind februari benoemd en zijn regering (waarvan de leden geen deel uitmaakten van vorige regeringen) trad eind maart in functie. De nieuwe regering zal zich met name richten op: i) bevordering van een onafhankelijk en geloofwaardig justitieel apparaat; ii) herstel van het macro-economisch evenwicht; iii) ontwikkeling van infrastructuur en elementaire sociale dienstverlening; en iv) bevordering van goed bestuur.

Negen maanden na het aantreden van Kouyaté staat de sombere sfeer in schril contrast tot de euforie aan het begin van zijn mandaat. Hoewel de inflatie is teruggedrongen en de wisselkoers zich heeft hersteld, waardoor een driejarig programma met het Internationaal Monetair Fonds kon worden afgerond, heeft het aanvankelijke enthousiasme plaatsgemaakt voor twijfel over het vermogen en de wil van de regering-Kouyaté om te breken met het systeem onder Conté. De president is nog steeds de enige echte leider van de uitvoerende macht. Zijn bevoegdheden worden gegarandeerd door de grondwet. Hij ondertekent alle wetten, waardoor hij het optreden van de regering gemakkelijk kan saboteren. De functie van premier bestaat niet in de grondwet en deze heeft uitsluitend afgeleide bevoegdheden. Hij kan daarom gemakkelijk bij presidentieel decreet worden afgezet, zoals in het verleden verschillende malen is gebeurd. De premier wordt in zijn optreden maar weinig gesteund door de president en de ontevredenheid van de bevolking neemt toe. Dit zijn verontrustende fenomenen, die tot een nieuwe, grootschalige crisis dreigen te leiden (op 10 januari kon een algemene, onbeperkte staking maar nauwelijks worden voorkomen).

De oorspronkelijk voor juni 2007 geplande parlementsverkiezingen zijn herhaaldelijk uitgesteld en er is nog geen officiële datum vastgesteld. De wet tot instelling van de Nationale Onafhankelijke Kiescommissie (CENI) is op 28 november door president Conté ondertekend en de 25 leden van de CENI zijn benoemd. Een vertegenwoordiger van het maatschappelijk middenveld, Ben Sékou Sylla, is gekozen tot voorzitter van de CENI. Met dit onafhankelijke orgaan, dat onmisbaar is voor de organisatie van de komende parlementsverkiezingen, kan de volkstelling van start gaan, waarmee het verkiezingsproces in gang wordt gezet. Op zijn vroegst in het najaar van 2008 zouden dan parlementsverkiezingen moeten worden gehouden.

De controleperiode van 36 maanden verstrijkt op 14 april 2008. Er moet een besluit worden genomen over de verlenging van het besluit van de Raad gezien de instabiele situatie in Guinee en de vertraging van de verkiezingen. Het lijkt in de geest van het besluit van de Raad om de controleperiode te verlengen tot de verkiezingen. De artikel-96-procedure en de passende maatregelen zouden idealiter worden beëindigd met vrije en transparante verkiezingen.

De maatregelen van de Guinese autoriteiten zijn in het algemeen positief. Door de volksopstand van januari en februari 2007 kon het oorspronkelijke tijdschema niet worden gerespecteerd, maar gezien de huidige dynamiek zouden deze verbintenissen binnen twaalf maanden moeten kunnen worden uitgevoerd.

In het licht van het bovenstaande en overeenkomstig de artikelen 9 en 96 van de Overeenkomst van Cotonou stelt de Commissie de Raad voor de geldigheidsduur van het besluit van de Raad van 14 april 2005 met twaalf maanden te verlengen en het aangehechte ontwerpbesluit goed te keuren.

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot wijziging van Besluit 2005/321/EG van de Raad tot afsluiting van de procedure van overleg met de Republiek Guinee overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend in Cotonou op 23 juni 2000[1] en herzien in Luxemburg op 25 juni 2005[2], en met name op artikel 96,

Gezien het interne akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeengekomen met betrekking tot de te nemen maatregelen en de te volgen procedures ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst[3], en met name artikel 3,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Besluit 2005/321/EG van de Raad van 14 april 2005[4] tot afsluiting van de procedure van overleg met de Republiek Guinee overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou voorziet in een geldigheidsperiode van 36 maanden, te rekenen vanaf de dag van goedkeuring voor de controle op de passende maatregelen.

(2) Aan het eind van deze controleperiode is gebleken dat talloze verbintenissen zijn nagekomen en dat de belangrijkste resterende verbintenissen tot concrete initiatieven hebben geleid. Enkele belangrijke maatregelen met betrekking tot de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou moeten echter nog worden genomen,

BESLUIT:

Artikel 1

Besluit 2005/321/EG van de Raad tot afsluiting van de procedure van overleg met de Republiek Guinee overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou wordt met twaalf maanden verlengd. Het wordt tweemaal per jaar getoetst.

Artikel 2

De maatregelen die bij Besluit 2005/321/EG zijn goedgekeurd als passende maatregelen in de zin van artikel 96, lid 2, onder c), van de Overeenkomst van Cotonou blijven ongewijzigd.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen. Het wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE

Aan de premier, regeringsleider van de Republiek Guinee

Excellentie,

De Europese Unie hecht groot belang aan de bepalingen van artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou. Eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat, waarop het ACS-EU-partnerschap is gebaseerd, zijn essentiële onderdelen van deze overeenkomst en vormen derhalve de grondslag van onze betrekkingen.

De Europese Unie heeft in 2004 vastgesteld dat de politieke situatie in Guinee van dien aard was dat deze essentiële elementen worden geschonden en in juli 2004 overleg geopend uit hoofde van artikel 96 van de overeenkomst. Het overleg heeft geleid tot conclusies die ter kennis zijn gebracht van de regeringsleider bij brief van 14 april 2005.

De passende maatregelen voorzien in een controleperiode van 36 maanden, die op 14 april 2008 verstrijkt. Tijdens deze periode heeft een versterkte politieke dialoog plaatsgevonden, zoals onder andere blijkt uit de gezamenlijke controlemissies van de Raad en de Commissie in mei 2005, februari 2006 en mei 2007 en het bezoek van commissaris Michel in oktober 2006. Eind december 2006 besloot de EU op grond van de geconstateerde vooruitgang een bedrag van 85,8 miljoen euro aan Guinee ter beschikking te stellen uit hoofde van de A-portefeuille van het negende EOF.

De maatregelen van de Guinese autoriteiten zijn in het algemeen positief. De organisatie van parlementsverkiezingen, waaronder het bepalen van een datum, is echter een van de belangrijkste verbintenissen van de Guinese regering die nog niet is uitgevoerd. Gezien de huidige dynamiek zouden deze verbintenissen binnen twaalf maanden moeten kunnen worden nagekomen.

Gezien de positieve dynamiek die zich in Guinee heeft ontwikkeld en de weg die nog moet worden afgelegd, heeft de Europese Unie besloten de in het besluit van 14 april 2005 genoemde periode te verlengen tot 48 maanden, teneinde de Guinese autoriteiten in de gelegenheid te stellen al hun verbintenissen na te komen.

In dit verband blijven de passende maatregelen zoals beschreven in de brief van 14 april 2005 van kracht.

Met bijzondere hoogachting,

Gedaan te Brussel,

Voor de Commissie Voor de Raad

[1] PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

[2] PB L 287 van 28.10.2005, blz. 4.

[3] PB L 317 van 15.12.2000, blz. 376.

[4] PB L 104 van 23.4.2005, blz. 33.