Verslag van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Kwaliteit van de in het wegvervoer in de Europese Unie gebruikte benzine en dieselbrandstof: vijfde jaarverslag (Verslagjaar 2006) /* COM/2008/0799 def. */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 01.12.2008 COM(2008) 799 definitief VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT Kwaliteit van de in het wegvervoer in de Europese Unie gebruikte benzine en dieselbrandstof: vijfde jaarverslag (Verslagjaar 2006) 1. SAMENVATTING Richtlijn 98/70/EG[1] bevat ten behoeve van de gezondheid en het milieu minimale specificaties voor brandstoffen die worden gebruikt in voertuigen met motoren met elektrische ontsteking en compressieontsteking. De brandstofkwaliteit is belangrijk voor het milieu omdat zij van invloed is op de uitstoot van verontreinigende stoffen door motoren en bijgevolg op de luchtkwaliteit. Zij is voorts ook medebepalend voor het gemak waarmee de fabrikanten de gewenste emissiegrenswaarden voor verontreinigende stoffen en broeikasgassen kunnen naleven en voor de daarmee gemoeide kosten. Op grond van Richtlijn 2003/17/EG[2], die Richtlijn 98/70/EG wijzigt, moet het zwavelgehalte van benzine en diesel verder worden verlaagd. Het niet naleven van brandstofspecificaties kan leiden tot hogere emissies (een overmaat van zuurstofhoudende verbindingen kan bijvoorbeeld de NOx-uitstoot verhogen) en eventueel tot beschadiging van motoren en systemen voor de nabehandeling van uitlaatgassen (teveel zwavel is bijvoorbeeld schadelijk voor katalysatoren), met meer luchtverontreiniging tot gevolg. De lidstaten zijn verplicht bewakingssystemen in te voeren om op de naleving van de krachtens de richtlijn voorgeschreven brandstofkwaliteitsnormen te kunnen toezien. Op grond van artikel 8 van Richtlijn 98/70/EG dient de Commissie jaarlijks een verslag te publiceren over de brandstofkwaliteit in de lidstaten. In dit vijfde verslag van de Commissie wordt een overzicht gegeven van de door de lidstaten verstrekte informatie over de kwaliteit van benzine en diesel en van de totale hoeveelheden brandstof die in 2006 zijn verkocht. Alle lidstaten behalve Malta hebben een nationaal verslag over 2006 ingediend. Uit het toezicht op de brandstofkwaliteit in 2006 blijkt dat in het algemeen aan de specificaties voor benzine en diesel in Richtlijn 98/70/EG wordt voldaan en dat er ook nu weer weinig overschrijdingen zijn vastgesteld. Voor benzine waren de belangrijkste parameters waarvoor overschrijdingen werden vastgesteld: het research/motoroctaangetal (RON/MON)[3], de dampspanning in de zomer[4] en het distillatiepunt/verdamping bij 100/150°C[5]. Voor diesel waren de belangrijkste parameters waarvoor overschrijdingen werden vastgesteld: het zwavelgehalte, het 95%-distillatiepunt, het cetaangetal en de dichtheid. Hoewel verschillende lidstaten melding maakten van niet-conforme monsters, waren er over het algemeen minder monsters die de grenswaarden (en de tolerantiegrenzen van de testmethoden) overschreden dan in voorgaande jaren. Verschillende nieuwe EU10-lidstaten rapporteerden voorheen een aanzienlijk aantal monsters dat niet aan de grenswaarden voldeed, maar dit aantal is in 2006 sterk afgenomen. België meldde in 2005 een hoger percentage niet-conforme monsters (~3,5%) dan de andere lidstaten (al was dit vergeleken met eerdere jaren een verbetering), maar in 2006 zijn de verstrekte gegevens niet gedetailleerd genoeg om het aantal overschrijdingen te bepalen. Het zwavelgehalte van diesel was in eerdere jaren als gevolg van de nieuwe bindende grenswaarde (< 50 ppm) vanaf begin 2005 een specifiek probleem (vooral voor de EU10). Dit probleem lijkt in 2006 echter te zijn opgelost. De Commissie is niet op de hoogte van negatieve effecten van deze overschrijdingen op de emissies van voertuigen of op het functioneren van motoren, maar zij blijft er bij de lidstaten op aandringen actie te ondernemen om volledige conformiteit te garanderen. De meeste lidstaten zijn daar al mee bezig en nadere gegevens over de in dit verband door de lidstaten genomen maatregelen zijn – voor zover zij door de betrokken lidstaat zijn verstrekt – opgenomen in de afzonderlijke hoofdstukken per land van het uitgebreide verslag over 2006[6]. De Commissie blijft de naleving van de in de richtlijn vastgelegde brandstofkwaliteitseisen controleren. Wat de vermindering van de luchtverontreiniging en de invoering van nieuwe technologie voor motoren betreft, dient te worden opgemerkt dat het aandeel van brandstof met < 10 ppm zwavel en < 50 ppm zwavel voor de EU15 van 2001 tot 2006 aanzienlijk is toegenomen. Met ingang van 2005 moest alle brandstof aan de 50 ppm-grenswaarde voor zwavel te voldoen en moest in alle lidstaten brandstof met < 10 ppm zwavel op de markt worden gebracht. Het gemiddelde zwavelgehalte lag in 2006 een stuk lager dan voor 2004 werd gerapporteerd, zoals ook blijkt uit tabel 1. Tabel 1: Jaarlijkse trend van het gemiddelde zwavelgehalte van benzine en diesel in de EU EU-gemiddelde zwavelgehalte (ppm) | EU15 | EU10 | [pic] | [pic] | Soort | % | Soort | % | 1 | Ongelode benzine min. RON=91 | 0,0% | 13 | Diesel | 0,0% | 2 | Ongelode benzine min. RON=91 (<50 ppm S) | 0,3% | 14 | Diesel (<50 ppm S) | 68,6% | 3 | Ongelode benzine min. RON=91 (<10 ppm S) | 7,0% | 15 | Diesel (<10 ppm S) | 31,4% | 4 | Ongelode benzine min. RON=95 | 0,0% | 5 | Ongelode benzine min. RON=95 (<50 ppm S) | 54,0% | 6 | Ongelode benzine min. RON=95 (<10 ppm S) | 29,3% | 7 | Ongelode benzine 95≤RON<98 | 0,0% | 8 | Ongelode benzine 95≤RON<98 (<50 ppm S) | 3,1% | 9 | Ongelode benzine 95≤RON<98 (<10 ppm S) | 0,08% | 10 | Ongelode benzine RON≥98 | 0,0% | 11 | Ongelode benzine RON≥98 (<50 ppm S) | 0,6% | 12 | Ongelode benzine RON≥98 (<10 ppm S) | 5,6% | Sedert 2001 is er in de EU als geheel meer uniformiteit tot stand gekomen wat betreft het aantal beschikbare brandstofsoorten (zie figuur 4). In 2006 waren er over het algemeen 2 of 3 benzinesoorten beschikbaar, die meestal van elkaar verschillen qua octaangetal (RON-categorie). In sommige gevallen gaat het echter ook om nieuwe zwavelvrije brandstofsoorten (bijvoorbeeld in Estland, waar van elk brandstoftype een zwavelvrije variant wordt aangeboden). In 2006 waren er net als in 2005 in 10 EU15-landen (slechts 1 in 2001) en 4 EU10-landen afzonderlijke (herkenbare) nationale zwavelvrije (< 10 ppm) brandstofsoorten verkrijgbaar (in andere lidstaten waren brandstoffen die aan de zwavelgrenswaarde voldoen wel verkrijgbaar maar voor de koper niet als zodanig herkenbaar). Figuur 2: FQMS-bemonsteringsintensiteit in de EU in 2006 (gemiddeld aantal monsters per brandstoftype) Gemiddeld aantal monsters/ brandstoftype | [pic] | Benzine | Diesel | Benzine | Diesel | Oostenrijk | 2 / 203 | < 4 maanden | België | >7 / 4722 | >5 / 5276 | 8 / 18 | < 7 maanden | Cyprus | 7 / 18 | (3) | Tsjechië | 16 / 871 | 18 / 1064 | Denemarken | 2 / 40 | Estland | 11 / 300 | 1 / 100 | < 5 maanden | (4) | Finland | 1 / 262 | 2 / 158 | Frankrijk | 3 / 175 | 1 / 122 | < 1 maand | (5) | Duitsland | 8 / 414 | < 7 maanden | Griekenland | 6 / 18 | < 8 maanden | (6) | Hongarije | 6 / 120 | Ierland | 8 / 115 | < 1 maand | Italië | 4 / 283 | 1 / 18 | (7) | Letland | 3 / 1382 | 3 / 1150 | < 1 maand | Litouwen | 1 / 218 | 1 / 103 | (8) | Luxemburg | 7 / 18 | < 7 maanden | Polen | 9 / 492 | 3 / 220 | Portugal | 7 / 18 | < 2 maanden | Slowakije | 16 / 237 | 2 / 102 | Slovenië | 8 / 136 | 5 / 151 | 1 / 18 | < 1 maand | (9) | Spanje | Zweden | 6 / 18 | (10) | VK | < 4 maanden | Aantal landen | 16 | 10 | 8 | 0 | 13 | Noten: (1) | Bij onvolledige rapportage kan niet worden nagegaan of alle monsters binnen de grenswaarden zijn gebleven. Als uit de ingediende gegevens niet kan worden afgeleid bij hoeveel monsters de grenswaarde werd overschreden, wordt met het symbool ‘>’ aangegeven dat het vermelde aantal niet-conforme monsters een minimale waarde is en wellicht groter was. | (2) | Richtlijn 98/70/EG bepaalt dat de lidstaten uiterlijk op 30 juni van elk jaar een verslag over het toezicht moeten indienen. | (3) | Het MON en het aantal zuurstofhoudende verbindingen (andere dan ethers met meer dan 5 koolstofatomen per molecuul) zijn niet gerapporteerd. | (4) | Het aantal DVPE-monsters voor brandstofsoort 12 is niet gerapporteerd. | (5) | In juli 2007 is een gedeeltelijk volledig verslag ingediend, maar de volledige details werden pas in januari 2008 ingediend. | (6) | Zuurstofhoudende verbindingen (andere dan ethers met meer dan 5 koolstofatomen per molecuul) zijn niet gerapporteerd. In principe worden met de testmethoden voor zuurstofhoudende verbindingen alle stoffen van de lijst gelijktijdig bepaald. Het systeem moet in dit geval worden gekalibreerd met behulp van een ijkmonster dat dezelfde zuurstofhoudende verbindingen bevat als het te onderzoeken monster, en wel in vergelijkbare verhoudingen. In de meeste gevallen is niet duidelijk of dit inderdaad is gebeurd (Portugal heeft verklaard dat er geen andere zuurstofhoudende verbindingen worden toegevoegd). De totale hoeveelheid organisch gebonden zuurstof wordt berekend uit de massapercentages van de afzonderlijke geïdentificeerde componenten. | (7) | Testmethode EN 1601 is gebruikt voor de bepaling van het gehalte van benzinemonsters aan zuurstofhoudende verbindingen. Voor EN 1601 moet elk monsterchromatogram worden onderzocht om mogelijke zuurstofhoudende bestanddelen te identificeren, voordat de feitelijke bepaling wordt uitgevoerd. Uit het onderzoek van alle chromatogrammen voor FQMS-monsters bleek dat elk monster slechts één zuurstofhoudende verbinding bevatte (MTBE, ETBE, TAME). Afgezien van deze ethers werden geen andere zuurstofhoudende verbindingen gedetecteerd. Voor benzine met < 10 ppm is geen analyse op lood ingediend. | (8) | Er zijn geen volledige gegevens over het aantal niet-conforme monsters verstrekt. | (9) | Voor RON 98 zijn geen resultaten voor de dampspanning verstrekt. | (10) | Voor benzine met RON 95: het zuurstofgehalte en 5 van de 7 zuurstofhoudende verbindingen zijn niet gerapporteerd (opmerking van Zweden: ethanol wordt in het laadportaal, maar ook in raffinaderijen toegevoegd. De DVPE is derhalve een combinatie zowel met als zonder ethanol. Door de toevoeging van ethanol tot 5% stijgt de DVPE met ongeveer 7 kPa. Het zuurstofgehalte van het eindproduct is niet beschikbaar). Voor benzine met RON 98: 6 van de 7 zuurstofhoudende verbindingen (d.w.z. andere dan ethers met meer dan 5 koolstofatomen per molecuul) zijn niet gerapporteerd. | 5. CONCLUSIES De brandstofkwaliteit is belangrijk voor het milieu omdat zij van invloed is op de uitstoot van verontreinigende stoffen door motoren en bijgevolg op de luchtkwaliteit, alsook op het gemak waarmee de fabrikanten de gewenste emissiegrenswaarden voor verontreinigende stoffen en broeikasgassen kunnen naleven en op de daarmee gemoeide kosten. Uit het toezicht op de brandstofkwaliteit in 2006 blijkt dat in het algemeen aan de specificaties voor benzine en diesel in Richtlijn 98/70/EG wordt voldaan en dat er bijzonder weinig overschrijdingen zijn vastgesteld. De Commissie is niet op de hoogte van negatieve effecten van deze overschrijdingen op de emissies van voertuigen of op het functioneren van motoren. De Commissie blijft bezorgd over de overschrijdingen en zal de naleving van de in de richtlijn vastgelegde brandstofkwaliteitseisen blijven controleren. De Commissie zal blijven zoeken naar een gedetailleerdere statistische analyse van de gerapporteerde gegevens. Het aandeel van brandstoffen met een zwavelgehalte van < 10 ppm en < 50 ppm is van 2001 tot 2005 gestaag toegenomen. In 2006 is dit aandeel significant gestegen door het van kracht worden van een bindende grenswaarde van 50 ppm zwavel en de eis tot invoering van brandstoffen met < 10 ppm zwavel in de hele EU. Zwavelvrije brandstoffen waren in 2006 in de meeste lidstaten verkrijgbaar (het VK, Malta en Cyprus moeten ze nog invoeren). Uit de huidige gegevens blijkt echter dat deze brandstoffen in bepaalde lidstaten soms nog niet als zodanig herkenbaar zijn. Dit gebrek aan herkenbaarheid kan een belemmering vormen voor de introductie van voertuigen met technologie waarvoor zwavelvrije brandstof nodig is, vóór de volledige verplichte invoering daarvan in 2009, aangezien de consument deze brandstof niet kan kiezen als deze niet als zodanig herkenbaar is. Dit is met name belangrijk voor de eigenaars van voertuigen met technologie waarvoor zwavelvrije brandstof nodig is, en ondergraaft in ernstige mate het nut van de verkrijgbaarheid van brandstof die aan dit criterium voldoet. Als gevolg hiervan dreigen de mogelijkheden tot vermindering van de CO2-uitstoot in de sector wegvervoer slechts zeer gedeeltelijk te worden gerealiseerd. België, Tsjechië, Ierland, Letland, Luxemburg, Slowakije en Slovenië zijn landen waar actie zou kunnen worden ondernomen om ervoor te zorgen dat zwavelvrije brandstof de komende jaren als zodanig herkenbaar wordt. Rapportage hierover kan bij de auto-industrie meer vertrouwen wekken in de verkrijgbaarheid van deze brandstof, zodat voertuigen die de voordelen van zwavelvrije brandstof ten volle benutten op grotere schaal worden geïntroduceerd, wat dan weer milieuwinst oplevert door een lagere uitstoot van verontreinigende stoffen en broeikasgassen. Over het algemeen hebben de lidstaten heel weinig informatie verstrekt over het geografisch patroon van de verkrijgbaarheid van zwavelvrije brandstof. De meeste lidstaten verklaren gewoon dat deze brandstoffen "algemeen verkrijgbaar" zijn, maar verstrekken geen extra gegevens om deze verkrijgbaarheid in geografisch opzicht te kunnen kwantificeren. De in de lidstaten toegepaste systemen voor toezicht op de brandstofkwaliteit verschillen aanzienlijk van elkaar en zouden verder moeten worden geharmoniseerd om doorzichtige en vergelijkbare resultaten te verkrijgen. De uitvoering van Richtlijn 2003/17/EG heeft geleid tot een betere verslaglegging, doordat de lidstaten op grond van die richtlijn over het uitgeoefende toezicht moeten rapporteren volgens de nieuwe Europese norm EN 14274 of volgens een systeem dat even betrouwbaar is. Lidstaten die voor de rapportage geen gebruik maken van het EN 14274-format, dienen dit te motiveren. BIJLAGE: Verkoop van brandstof per brandstofsoort in de EU in 2006 (in miljoen liter) Nr. | Miljoen liter | Oostenrijk | België | Denemarken | Finland | Frankrijk | Duitsland | Griekenland | Ierland | Italië | Luxemburg | Nederland | Portugal | Spanje | Zweden | VK | EU15 | EU15 | | |Brandstofsoort | AU | BE | DK | FI | FR | DE | EL | IE | IT | LU | NL | PT | ES | SE | VK | EU15 | % Totaal | |1 |Ongelode benzine min. RON=91 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |2 |Ongel. benz. min. RON = 91 (< 50 ppm S) |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |3 |Ongel. benz. min. RON = 91 (< 10 ppm S) |694 |- |513 |- |- |8.504 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |9.711 |7,7% | |4 |Ongelode benzine min. RON = 95 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |5 |Ongel. benz. min. RON = 95 (< 50 ppm S) |- |793 |- |- |10.040 |- |4.500 |1.599 |15.025 |494 |5.647 |- |8.196 |- |23.658 |69.951 |55,4% | |6 |Ongel. benz. min. RON = 95 (< 10 ppm S) |1.927 |684 |1.920 |2.261 |- |21.232 |- |750 |1.313 |- |- |- |- |4.994 |- |35.082 |27,8% | |7 |Ongelode benzine 95 ≤ RON < 98 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |8 |Ongel. benz. 95 ≤ RON < 98 (< 50 ppm S) |- |- |- |- |- |- |581 |- |- |- |1 |1.891 |16 |- |1.066 |3.555 |2,8% | |9 |Ongel. benz. 95 ≤ RON < 98 (< 10 ppm S) |- |- |- |- |109 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |109 |0,1% | |10 |Ongelode benzine RON ≥ 98 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |11 |Ongel. benz. RON ≥ 98 (< 50 ppm S) |- |253 |- |- |- |- |34 |- |- |116 |217 |- |- |- |- |619 |0,5% | |12 |Ongel. benz. RON ≥ 98 (< 10 ppm S) |76 |253 |13 |221 |3.529 |870 |343 |- |- |- |- |375 |1.173 |354 |- |7.207 |5,7% | | | Benzine (normaal) | 0 |0 | 0 |0 |0 |0 |0 |0 |0 |0 | 0 |0 |0 |0 |0 |0 | 0,0% | | | Benzine (< 50 ppm zwavel) | 0 |1.046 | 0 |0 |10.040 |0 |5.114 |1.599 |15.025 |610 | 5.864 |1.891 |8.212 |0 |24.724 |74.126 | 58,7% | | | Benzine (< 10 ppm zwavel) | 2.697 |937 | 2.446 |2.483 |3.638 |30.605 |343 |750 |1.313 |0 | 0 |375 |1.173 |5.348 |0 |52.110 | 41,3% | | | Totaal benzine | 2.697 |1.984 | 2.446 |2.483 |13.678 |30.605 |5.458 |2.349 |16.339 |610 | 5.864 |2.266 |9.385 |5.348 |24.724 |126.235 | 100,0% | | 13 | Diesel |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |14 | Diesel (< 50 ppm zwavel) |1.031 |6.865 |- |- |36.230 |- |2.574 |1.979 |28.739 |2.111 |7.851 |5.377 |29.350 |- |24.286 |146.394 |71,4% | |15 | Diesel (< 10 ppm zwavel) |6.331 |706 |3.071 |2.459 |1.510 |35.616 |42 |920 |1.670 |- |1.493 |316 |0 |4.422 |- |58.557 |28,6% | | |Totaal diesel | 7.362 |7.572 | 3.071 |2.459 |37.740 |35.616 |2.616 |2.899 |30.409 |2.111 | 9.345 |5.693 |29.350 |4.422 |24.286 |204.950 | 100,0% | | Nr. | Miljoen liter | Cyprus | Tsjechië | Estland | Hongarije | Letland | Litouwen | Malta | Polen | Slowakije | Slovenië | EU10 | EU10 | | Europese Unie | Europese Unie | | |Brandstofsoort | CY | CZ | EE | HU | LV | LT | MT | PL | SK | SI | EU10 | % Totaal | |EU | % Totaal | |1 |Ongelode benzine min. RON=91 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |0 |0,0% | |2 |Ongel. benz. min. RON = 91 (< 50 ppm S) |- |258 |- |- |15 |94 |- |- |14 |- |380 |2,7% | |380 |0,3% | |3 |Ongel. benz. min. RON = 91 (< 10 ppm S) |- |- |36 |- |- |- |- |- |69 |- |105 |0,7% | |9.816 |7,0% | |4 |Ongelode benzine min. RON = 95 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |0 |0,0% | |5 |Ongel. benz. min. RON = 95 (< 50 ppm S) |388 |2.715 |- |- |404 |386 |- |1.967 |97 |- |5.958 |41,8% | |75.909 |54,0% | |6 |Ongel. benz. min. RON = 95 (< 10 ppm S) |- |- |381 |1.969 |1 |4 |- |3.188 |602 |- |6.145 |43,1% | |41.227 |29,3% | |7 |Ongelode benzine 95 ≤ RON < 98 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |0 |0,0% | |8 |Ongel. benz. 95 ≤ RON < 98 (< 50 ppm S) |- |- |- |- |- |- |- |- |- |785 |785 |5,5% | |4.340 |3,1% | |9 |Ongel. benz. 95 ≤ RON < 98 (< 10 ppm S) |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |109 |0,1% | |10 |Ongelode benzine RON ≥ 98 |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |0 |0,0% | |11 |Ongel. benz. RON ≥ 98 (< 50 ppm S) |46 |30 |- |- |10 |- |- |- |1 |77 |165 |1,2% | |785 |0,6% | |12 |Ongel. benz. RON ≥ 98 (< 10 ppm S) |- |- |48 |175 |34 |10 |- |440 |16 |- |722 |5,1% | |7.928 |5,6% | | | Benzine (normaal) | 0 |0 |0 |0 |0 |0 |- |0 |0 |0 |0 |0,0% | |0 | 0,0% | | | Benzine (< 50 ppm zwavel) | 434 |3.003 |0 |0 |430 |479 |- |1.967 |113 |862 |7.289 |51,1% | |81.414 | 57,9% | | | Benzine (< 10 ppm zwavel) | 0 |0 |464 |2.143 |35 |14 |- |3.627 |687 |0 |6.971 |48,9% | |59.080 | 42,1% | | | Totaal benzine | 434 |3.003 |464 |2.143 |464 |493 |- |5.595 |800 |862 |14.259 |100,0% | |140.495 | 100,0% | | 13 | Diesel |- |- |- |- |- |- |- |- |- |- |0 |0,0% | |0 |0,0% | |14 | Diesel (< 50 ppm zwavel) |398 |4.909 |129 |- |792 |913 |- |755 |511 |1.149 |9.556 |42,4% | |155.949 |68,6% | |15 | Diesel (< 10 ppm zwavel) |- |- |300 |3.236 |3 |113 |- |9.000 |327 |- |12.979 |57,6% | |71.536 |31,4% | | |Totaal diesel | 398 |4.909 |429 |3.236 |795 |1.026 |- |9.755 |838 |1.149 |22.535 |100,0% | |227.485 | 100,0% | | [1] Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad, PB L 350 van 28.12.1998, blz. 58. [2] Richtlijn 2003/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 2003 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof, PB L 76 van 22.3.2003, blz. 10. [3] Het researchoctaangetal (RON) is een kwantitatieve maat voor de maximale compressieverhouding waarbij benzine in een motor kan worden gebruikt zonder dat een deel van het mengsel in de motor spontaan ontbrandt. Zelfontbranding leidt tot overmatig brandstofverbruik en tot een verhoogde uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) en koolmonoxide. [4] De dampspanning is een maat voor de vluchtigheid van de brandstof. Het gereguleerde aspect heeft betrekking op zomerse omstandigheden omdat de temperaturen in dat jaargetijde kunnen leiden tot hoge emissies van VOS, dat de temperaturen in dat jaargetijde kunnen leiden tot hoge emissies van VOS, die precursoren zijn van ozon in de onderste laag van de atmosfeer. Overschrijding leidt tot een verhoogde VOS-uitstoot. [5] De distillatieparameter geeft de verhouding aan tussen de hoeveelheid brandstof die verdampt bij 100˚C resp. 150˚C. Deze verhouding bepaalt het maximumgehalte aan lichtere componenten in het benzinemengsel. Overschrijding kan leiden tot dampbelvorming en slechtere rijeigenschappen. [6] Zie http://ec.europa.eu/environment/air/transport/pdf/fqm_summary_2006.pdf. [7] EN 14274:2003 – Brandstoffen voor wegvoertuigen – Beoordeling van de kwaliteit van benzine en diesel – Systeem voor periodiek kwaliteitsonderzoek (FQMS). [8] Zie http://ec.europa.eu/environment/air/transport/fuel_quality_monitoring.htm. [9] EN 14275:2003 – Brandstoffen voor wegvoertuigen – Beoordeling van de kwaliteit van benzine en diesel – Bemonstering van brandstofstations in de detailhandel en op bedrijfsterreinen. [10] De term “laagzwavelig” wordt gebruikt bij een zwavelgehalte van < 50 ppm en de term “zwavelvrij” bij een zwavelgehalte van < 10 ppm.