52008DC0771

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - Europa kan meer energie besparen door warmtekrachtkoppeling /* COM/2008/0771 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 13.11.2008

COM(2008) 771 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Europa kan meer energie besparen door warmtekrachtkoppeling

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Europa kan meer energie besparen door warmtekrachtkoppeling

1. Inleiding

DEZE MEDEDELING HEEFT VOORNAMELIJK TOT DOEL VERSLAG TE DOEN VAN DE HUIDIGE SITUATIE MET BETREKKING TOT WARMTEKRACHTKOPPELING (OF GECOMBINEERDE WARMTEKRACHTOPWEKKING, HIERNA WKK GENOEMD) EN DE MOGELIJKHEDEN VOOR DE ONTWIKKELING DAARVAN UITEEN TE ZETTEN. DAARMEE KOMT DE COMMISSIE OOK TEGEMOET AAN HAAR RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN OP GROND VAN RICHTLIJN 2004/8/EG [1] inzake WKK, met name inzake het potentieel van WKK en de voortgang bij de realisering van dit potentieel in de lidstaten. Er vindt echter slechts een gedeeltelijke rapportage plaats, omdat zich vertragingen hebben voorgedaan bij de uitvoering van de richtlijn en omdat er in dit stadium maar weinig nationale rapportages beschikbaar zijn[2]. In de mededeling wordt uiteengezet hoe het proces in de toekomst moet worden versneld en hoe het WKK-potentieel in Europa verder kan worden uitgebouwd.

2. Wat is WKK en welke rol speelt het in de energieportefeuille van de EU?

Bij veel technologieën voor de opwekking van elektriciteit komt tegelijkertijd warmte vrij die verloren gaat, vaak via koeltorens, met schadelijke gevolgen voor het milieu. Het huidige gemiddelde rendement van elektriciteitsopwekking met conventionele thermische elektriciteitscentrales in de Europese Unie bedraagt ongeveer 40%[3]. Als de tegelijkertijd gegenereerde warmte zou kunnen worden benut, zou het rendement van de (gecombineerde) centrale bijna het dubbele bedragen.

Een beperkende factor is de onzekerheid of er een parallelle vraag naar warmte bestaat, de zogenaamde warmtebelasting. Normaal gesproken beschikken stadsverwarmingsnetten en industriële processen over een voldoende grote warmtebelasting.

WKK is een zeer efficiënte energietechnologie waarmee ten opzichte van andere technologieën energie kan worden bespaard. Bovendien blijft het verlies aan energie door vervoer en distributie gering, aangezien WKK-installaties relatief dichtbij de eindgebruiker moeten worden geplaatst, of dat nu woongebieden zijn dan wel bedrijven. Veel verschillende energiebronnen, van steenkool tot aardgas tot hernieuwbare energiebronnen[4], zijn geschikt voor gebruik voor WKK. WKK bestaat in veel verschillende capaciteitsklassen, van één kilowatt micro-WKK in particuliere huizen tot honderden megawatts voor stadsverwarming en industriële bedrijven.

Van het eindverbruik van energie in de EU[5] in 2006 maakte warmtekrachtkoppeling 13,1% uit, een cijfer waaruit geen sterke verbetering blijkt[6]. De variatie tussen de verschillende landen is aanzienlijk, namelijk van bijna nul tot 40% in Denemarken en Finland (zie figuur 1).

[pic]

Figuur 1: Aandeel van WKK-energieopbrengst ten opzichte van het eindverbruik van energie door de lidstaten (Eurostat – 2006)

De opwekkingscapaciteit van elektriciteit door middel van WKK in de EU27 bedraagt ongeveer 100 GW, ongeveer 13,6% van de totale elektriciteitsopwekkingscapaciteit in de EU27. De productie van elektriciteit door middel van WKK in de EU27 bedraagt 366 TWh, d.w.z. 10,9% van de totale elektriciteitsopwekking in 2006[7]. De productie varieert zeer sterk per lidstaat, van 0,3% in Cyprus tot meer dan 40% in Letland en Denemarken.

Het energiebesparingsvoordeel van WKK wordt op dit moment geraamd op 35 Mtoe (megaton olie-equivalent) per jaar in de EU27, vergelijkbaar met het bruto binnenlands verbruik van Oostenrijk. De besparing op de CO2-uitstoot bedraagt 100 Mt per jaar[8].

WKK is een energiebesparende technologie die op dit moment een bijdrage van ongeveer 2% levert aan de jaarlijkse primaire energiebesparingsdoelstelling van 20% voor 2020.

3. WKK in het energiebeleidsinstrumentarium van de EU

De EU heeft zichzelf ambitieuze energie- en klimaatbeleidsdoelstellingen opgelegd om tegen 2020 de broeikasgasemissies met 20% te verminderen, het aandeel hernieuwbare energie tot 20% te doen toenemen en 20% energie te besparen. Het Europese energiebeleid is gericht op het bevorderen van de zekerheid van de voorziening, duurzame ontwikkeling en concurrentievermogen. WKK kan een belangrijke rol spelen bij de totstandbrenging van deze doelstellingen doordat zij bijdraagt aan de energiezekerheid, duurzame energie, een beter milieu en bestrijding van de klimaatverandering. Bovendien is WKK Europese technologische knowhow met groeiende exportmogelijkheden, die het Europese concurrentievermogen bevordert en nieuwe mogelijkheden voor economische ontwikkeling schept, ook op regionaal en lokaal niveau. Om deze redenen is een specifiek wettelijk kader ingesteld om hoogrenderende warmtekrachtkoppeling (hierna HR-WKK genoemd) te bevorderen, de WKK-richtlijn.

In de WKK-richtlijn worden de voordelen van deze technologie erkend en wordt uiteengezet hoe de lidstaten deze zouden kunnen ondersteunen. De (financiële) steunregelingen, de toegang tot het elektriciteitsnet en de bijbehorende tarieven, alsmede de administratieve procedures om de WKK-marktpenetratie te faciliteren laten de naleving van de regels inzake staatssteun in het kader van die richtlijn onverlet. Om het energierendement van de bevorderde technologie te garanderen is de term "nuttige warmte" in de richtlijn gedefinieerd. In de praktijk is deze definitie opgesteld om energiebesparing te garanderen en niet om een bepaalde technologie te bevorderen.

Een belangrijk instrument in de richtlijn is de garantie van oorsprong (hierna GO genoemd). Zoals in de hernieuwbare-energiesector is gebeurd, zijn GO’s in het leven geroepen om de energieconsumenten van transparante informatie te voorzien over waar hun elektriciteit vandaan komt en om de producenten in staat te stellen aan te tonen dat de elektriciteit die zij verkopen is geproduceerd met HR-WKK. Deze GO’s zullen door de bevoegde autoriteit van elke lidstaat worden afgegeven. Zij moeten wederzijds erkenbaar zijn tussen landen. De harmonisatie van GO’s vereist nog steeds inspanningen, maar de vorm en de verantwoordelijkheid voor de afgifte ervan moeten nog helemaal worden vastgesteld.

In de GO’s wordt de hoeveelheid elektriciteit van HR-WKK gespecificeerd. Om deze hoeveelheid elektriciteit te kunnen identificeren, heeft de Commissie gedetailleerde richtsnoeren[9] ontwikkeld voor de berekening van de hoeveelheid elektriciteit die door middel van WKK wordt geproduceerd.

In de richtlijn worden ook de rapportageverplichtingen van de Commissie en de lidstaten vastgesteld. Deze mededeling vervult enkele van deze opdrachten; het onderstaande is deels een rapportage.

4. Hoe ver staat het met de bevordering van WKK?

EU-maatregelen

De WKK-richtlijn is in 2004 vastgesteld. De uitvoering ervan is vooruitgegaan, maar gaat langzamer dan oorspronkelijk verwacht. Een belangrijke uitdaging was de goedkeuring van gedetailleerde richtsnoeren voor de berekening van de elektriciteitsproductie door middel van WKK. Deze richtsnoeren zijn nu verder uitgewerkt na uitvoerige besprekingen tussen de lidstaten en de Commissie. Een onmisbaar onderdeel van de richtsnoeren was een in 2006 goedgekeurde beschikking tot vaststelling van geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte[10].

Tot op heden hebben 22 lidstaten delen van de WKK-richtlijn en de daarmee verband houdende beschikking van de Commissie inzake referentiewaarden omgezet. Waar dit nog niet is gebeurd, is dat vaak te wijten aan het specifieke rechtssysteem van het betrokken land op grond waarvan een volledige omzetting van de richtlijn en alle secundaire wetgeving in één wetgevingsprocedure moet plaatsvinden. Deze procedure kon niet plaatsvinden vóór de vaststelling van de gedetailleerde richtsnoeren in november 2008.

Andere communautaire wetgeving heeft ook invloed op de gecombineerde productie van warmte en stroom in de EU. De volgende beleidsinstrumenten verdienen hier extra aandacht:

- De energiedienstenrichtlijn[11] bevat bepalingen die de ontwikkeling van micro-WKK kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door het bevorderen van het gebruik van geavanceerde meetsystemen[12]. In de nationale energie-efficiëntieplannen die in het kader van deze richtlijn worden opgesteld, moet ook WKK als energiebesparende maatregel worden opgenomen.

- In de gebouwenrichtlijn[13] wordt geëist dat – voor nieuwe gebouwen met een totaal nuttig vloeroppervlak van meer dan 1000 m2 – de technische, milieu- en economische haalbaarheid van WKK en stads- of blokverwarmings- of -koelingssystemen ("alternatieve systemen") wordt gegarandeerd. In een herziening van deze richtlijn wordt voorgesteld de drempel van 1000 m2 voor nieuwe gebouwen in dit verband te schrappen.

- Volgens de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming[14] is financiële steun voor de investeringen in en de operationele kosten in verband met de invoering en de exploitatie van hoogrenderende warmtekrachtkoppelingsinstallaties toegestaan, alsmede voor investeringssteun voor hoogrenderende stadsverwarming. Een basisprincipe is dat er sprake moet zijn van primaire energiebesparingen die leiden tot minder CO2-uitstoot. De lidstaten passen hun steunregelingen momenteel aan de nieuwe bepalingen aan.

- De voorgestelde hernieuwbare-energierichtlijn is de eerste Europese wetgeving waarin maatregelen zijn opgenomen voor verwarming en koeling met energie uit hernieuwbare bronnen. De nationale actieplannen in het kader van deze richtlijn moeten streefcijfers bevatten voor het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen voor verwarming en koeling in 2020. WKK uit hernieuwbare bronnen moet ook worden opgenomen in de strategieën van de lidstaten om deze streefcijfers te halen.

Verslaglegging door de lidstaten

De WKK-richtlijn vraagt van de lidstaten dat zij verslag uitbrengen over het WKK-potentieel en over de administratieve structuren die zijn opgericht om warmtekrachtkoppeling te bevorderen. Bovendien moeten zij elke vier jaar over de vooruitgang met betrekking tot WKK rapporteren en moeten zij relevante statistische gegevens verstrekken. Slechts 11 lidstaten hebben tot dusverre hun analyse van het nationale potentieel ingediend. Deze verslagen volgen over het algemeen de richtsnoeren voor analyse die door het betrokken comité voor de richtlijn waren goedgekeurd.

De bestaande verslagen geven niet veel duidelijke informatie of cijfers die op zinvolle wijze kunnen worden vergeleken. Daarom is het moeilijk om een volledig beeld te krijgen van het WKK-potentieel in de EU als geheel. Het is echter duidelijk dat de WKK-capaciteit aanzienlijk kan worden vergroot, maar daarvoor moeten sommige lidstaten meer aandacht besteden aan het beleid op dat gebied en voldoen aan de verplichtingen van de WKK-richtlijn.

Op dit moment hebben de landen met een relatief grote WKK-capaciteit relatief veel stadsverwarming. Aangezien stadsverwarming momenteel in Europa niet snel groeit, zou het bevorderen van WKK in de lidstaten waar nog geen stadsverwarming is, kunnen helpen deze vorm van verwarming te stimuleren. Industriële toepassingen van WKK bieden ook kansen om deze technologie te ontwikkelen. Het toekomstige WKK-potentieel in de energiemix van een land hangt voornamelijk af van de ontwikkeling van stadsverwarming en industriële toepassingen.

Wat betreft het aandeel WKK[15] in de sectoren elektriciteitsopwekking en verwarming, blijkt dat de lidstaten in vier groepen of categorieën kunnen worden ingedeeld, op basis van hun relatieve positie binnen de EU27 in haar geheel. De ideale situatie voor lidstaten wat WKK betreft, is om zowel veel warmte- als elektriciteitsopwekking te hebben, hetgeen overeenkomt met gebied I van figuur 2.

[pic]

Figuur 2: Aandeel WKK wat warmte en elektriciteit betreft

De verslagen van de lidstaten benadrukken enkele inherente moeilijkheden bij de ontwikkeling van de WKK-sector (die te maken hebben met de geringe en/of afnemende vraag naar WKK en het gebrek aan economische aantrekkelijkheid van deze technologie). Bijvoorbeeld:

- voor WKK is een geschikte vraag naar nuttige warmte in de nabijheid nodig;

- de hoge investeringen en de vaste kosten voor WKK zorgen voor een geringe winstmarge en lange terugverdienperioden;

- de afnemende vraag naar warmte in gebouwen is van invloed op het gebruik van WKK bij stadsverwarming.

In sommige verslagen van de lidstaten die reeds hebben gerapporteerd wordt ook melding gemaakt van belemmeringen , onder meer:

- onduidelijke langetermijnperspectieven wat betreft overheidssteun, complexe wetgevingskaders (federale/regionale niveaus), complexe en tijdrovende administratieve procedures, effecten van andere wetgeving, en

- de beschikbaarheid van aansluiting op het elektriciteitsnet voor een redelijke prijs, de beschikbare tijd en de kosten om dat netwerk voor WKK-elektriciteit aan te passen, en ongunstige voorwaarden voor reserveaanvoer van elektriciteit uit het net.

In de WKK-richtlijn worden verschillende van deze belemmeringen besproken en de volledige omzetting van die richtlijn zou derhalve tot een hoger WKK-potentieel kunnen leiden dan door de lidstaten is aangegeven.

Hoewel meer belangstelling wordt getoond voor stadskoeling, is het gebruik van warmte uit WKK-installaties voor dit doel zelden de optie waaraan de voorkeur wordt gegeven. Deze techniek bestaat weliswaar maar is niet efficiënt. Derhalve wordt niet verwacht dat stadskoeling veel aan de verdere ontwikkeling van de gecombineerde productie van warmte en kracht zal bijdragen.

Ondanks het gebrek aan volledige gegevens, zijn er aanwijzingen dat WKK-toepassingen op micro- en kleine schaal zich een plaats op de markt veroveren, bijvoorbeeld in woningen. De rapporten van de meeste lidstaten bevatten echter maar weinig informatie over het potentieel van micro-WKK in de komende decennia.

De Commissie heeft afgeleide wetgeving opgesteld om de volledige uitvoering van de richtlijn te garanderen. De lidstaten werken aan omzetting van de WKK-richtlijn maar rapporteren traag. Een groter deel van het potentieel zou kunnen worden aangeboord, maar er blijven nog administratieve en andere belemmeringen bestaan. |

- 5. De koers voor de toekomst

De gecombineerde productie van warmte en stroom is belangrijk om het energierendement te verbeteren en om bij te dragen aan de totstandbrenging van alle gebruikelijke EU-doelstellingen op het gebied van energie en klimaat. Om deze reden is het wetgevingskader tot stand gebracht om hoogrenderende warmtekrachtkoppeling te bevorderen. De uitvoering van dit wetgevingskader, met name van de WKK-richtlijn, is niet zo snel verlopen als gepland. De lidstaten moeten dringend maatregelen nemen om de wetgeving nu uit te voeren, aangezien alle belangrijke voorwaarden daarvoor reeds zijn vastgesteld in de beide eerdergenoemde besluiten van de Commissie, namelijk de beschikking van de Commissie tot vaststelling van geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte[16] en de beschikking inzake gedetailleerde richtsnoeren voor de berekening van elektriciteit uit WKK[17]. Ook is het van eminent belang dat alle landen rapporteren over hun WKK-potentieel en over de administratieve structuren die zij hebben ingesteld, zoals in die wetgeving bepaald. Verdere rapportage over de voortgang en gegevens moeten volgen.

De Commissie blijft haar deel van de verantwoordelijkheden voor de follow-up van de richtlijn op zich nemen. De permanente voortgangscontrole van de uitvoering wordt voortgezet. De Commissie zal zo nodig inbreukprocedures inleiden om ervoor te zorgen dat deze wetgeving correct wordt uitgevoerd. Bovendien kunnen andere ondersteunende maatregelen worden overwogen om de lidstaten bij te staan. Het overlegmodel is voor veel richtlijnen een nuttig model gebleken. De lidstaten krijgen daardoor de mogelijkheid de problematiek van de uitvoering van de wetgeving aan te pakken in overleg met andere lidstaten en met de Commissie. Dit zou in het onderhavige geval ook kunnen worden toegepast om de lidstaten te ondersteunen.

De ontwikkelingen bij andere, aanverwante maatregelen op energiegebied zullen ook van invloed zijn op WKK. Voor micro-WKK: de energie-etikettering en de uitvoeringsmaatregelen voor centrale-verwarmingsketels in het kader van de richtlijn inzake ecologisch ontwerp in 2009. Voor grootschalige WKK: het voorstel voor wijziging van de ETS-richtlijn[18] en het voorstel voor een richtlijn hernieuwbare energiebronnen[19] waarin de preferentiële berekening van uitstootbesparingen wordt geregeld van WKK-installaties waarin brandstoffen uit hernieuwbare bronnen worden gebruikt.

Het actieplan voor energie-efficiëntie van 2006 bevatte enkele maatregelen ter ondersteuning van WKK. De Europese Commissie heeft in 2008 diverse studieopdrachten gegeven. De uitkomst van deze studies – gericht op de ontwikkeling van een systeem voor een geharmoniseerde elektronische WKK-oorsprongsgarantie, het opstellen van minimumrendementsvereisten voor stadsverwarmings- en -koelingssystemen en de vaststelling van minimumrendementseisen voor micro-WKK-systemen – zou kunnen bijdragen tot het aanduiden van de beleidsmaatregelen waarvoor verdere inspanningen moeten worden geleverd.

De Commissie zal het actieplan voor energie-efficiëntie in 2009 evalueren teneinde het te actualiseren. In dat verband kunnen mogelijke nieuwe voorstellen en ideeën voor warmtekrachtkoppeling worden beoordeeld. De cruciale rol van steden in het Europese en het wereldenergiebeleid wordt in dat stadium nader bekeken. Tegen 2030 woont en werkt rond 80% van alle Europeanen in stedelijke gebieden. Grote stedelijke gebieden – die veel energie verbruiken – leveren de beste kansen voor de opkomende Europese markt voor investeringen in energie-efficiëntie. In deze stedelijke gebieden is de levensvatbaarheid en de haalbaarheid van warmtekrachtkoppeling groter door de omvangrijke stadsverwarmingssystemen en de grote vraag naar elektriciteit aldaar, gekoppeld aan de nabijheid van zeer veel eindgebruikers. Naast deze wetgeving moet ook verdere steun worden verleend aan activiteiten als het initiatief "Convenant van burgemeesters", die bijdragen tot de ontwikkeling van WKK in stedelijke gebieden.

Bovendien stimuleert warmtekrachtkoppeling als gedecentraliseerde technologie de plaatselijke en de regionale ontwikkeling en de plaatselijke werkgelegenheid. In plattelands- of geïsoleerde gebieden biedt met name WKK waarbij hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt, kansen voor economische ontwikkeling en het scheppen van banen.

Bij gelegenheid van de actualisering van het actieplan voor energie-efficiëntie kan ook worden overwogen de nationale actieplannen voor energie-efficiëntie een grotere rol te laten spelen. Deze plannen moeten een belangrijk beleidsinstrument worden waarin alle activiteiten in verband met energie-efficiëntie, en dus ook warmtekrachtkoppeling, zijn opgenomen. Zij moeten het algemene beleidskader voor een bepaald land gaan leveren, en het enige instrument voor rapportage aan de Commissie worden. Dit moet in principe de administratieve last voor de regeringen van de lidstaten verlichten.

Uit de WKK-landenrapporten kwam naar voren dat de bredere invoering van WKK op een aantal hardnekkige belemmeringen stuit. De lidstaten zouden veel van deze belemmeringen onmiddellijk kunnen verhelpen. Invoering van lichte administratieve procedures en transparante steunregelingen zijn bijvoorbeeld van groot belang om energie-efficiëntie en WKK te stimuleren. Een gemeenschappelijk kader van regels inzake nettoegang zou alle belanghebbenden tot nut zijn. Uiteraard hebben de autoriteiten zeggenschap over het planologische kader dat als uitgangspunt dient voor stadsverwarmingsnetwerken. Ontoereikende toegang tot de netwerken en ontoereikende onderlinge aansluiting daarvan zetten een rem op de ontwikkeling van WKK-technologieën, met name in die lidstaten waar recent stringentere operationele regels zijn goedgekeurd om redenen van netwerkbeveiliging.

De lidstaten moeten de uitvoering van de WKK-richtlijn afronden. De Commissie ziet toe op de uitvoering ervan en biedt ondersteuning. In het geactualiseerde actieplan voor energie-efficiëntie worden mogelijke nieuwe maatregelen nader bekeken. |

- 6. Conclusie

De Commissie ziet de WKK-richtlijn als een belangrijk instrument voor het zoeken naar Europese oplossingen voor de energieproblematiek. Dankzij het voortdurende toezicht op de uitvoering en ondanks het uitblijven van of de te late rapportage door de lidstaten, erkent de Commissie de administratieve en andere belemmeringen die de ontwikkeling van WKK in de weg staan. De Commissie heeft reeds enkele belemmeringen aangepakt, onder meer door het opzetten van geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden en de goedkeuring van eerder genoemde gedetailleerde communautaire richtsnoeren voor de berekening van de elektriciteitsproductie door middel van WKK. De lidstaten zouden zich echter ook meer kunnen inspannen om de ontwikkeling van WKK te bevorderen.

De Commissie zal het proces blijven volgen en zal zo nodig verdere voorstellen doen om WKK te stimuleren. Een eerste stap daarbij is dat de Commissie het actieplan voor energie-efficiëntie in 2009 zal evalueren teneinde het te actualiseren.

WKK brengt de totstandbrenging van de energiedoelstellingen van de Europese Unie dichterbij. Het is een beproefd hulpmiddel waarmee het energierendement wordt vergroot en energie wordt bespaard. Tegelijkertijd helpt het bij de bestrijding van de klimaatverandering door de CO2-uitstoot te beperken en de netwerkverliezen te verkleinen. Bovendien kan WKK het concurrentievermogen verbeteren door de ontwikkeling van hoogrenderende warmtekrachttechnologieën die exportpotentieel hebben en zo bijdragen tot de economische ontwikkeling door groei te genereren en banen te scheppen. Daarom is het belangrijk voor de EU dat het potentieel van WKK in alle lidstaten volledig wordt benut.

[1] Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt; ook wel WKK-richtlijn genoemd.

[2] Slechts 8 lidstaten hebben rapporten ingediend over alle gevraagde onderwerpen (voortgangsverslag, nationaal potentieel, garanties van oorsprong en belemmeringen): BE, DK, DE, EE, PL, SI, SK en VK.

[3] Tenzij anders vermeld, zijn de gegevens in dit document afkomstig van Eurostat.

[4] Energiebronnen in de EU27 (2006): 38% gas, 34% vaste brandstoffen, 12% hernieuwbare energie, 6% olie en 10% andere.

[5] Zonder het energieverbruik van de vervoerssector.

[6] Het aandeel van WKK bedroeg in 2004 (EU25) 12,0% en in 2002 (EU15) 13,2%.

[7] Het aandeel van door middel van WKK opgewekte elektriciteit bedroeg in 2004 (EU25) 10,2% en in 2002 (EU15) 14,1%.

[8] Consumptie van 1 Mtoe brandstof zorgt voor ongeveer 3 Mt CO2-uitstoot.

[9] Beschikking van de Commissie [in november 2008 goed te keuren].

[10] Beschikking 2007/74/EG van de Commissie.

[11] Richtlijn 2006/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten en houdende intrekking van Richtlijn 93/76/EEG van de Raad.

[12] Artikel 13 van Richtlijn 2006/32/EG.

[13] Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen.

[14] PB C 82 van 1.4.2008, blz. 1.

[15] ESTAT – gegevens 2006.

[16] Beschikking 2007/74/EG van de Commissie.

[17] Beschikking van de Commissie [in november 2008 goed te keuren].

[18] Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de Gemeenschap te verbeteren en uit te breiden, COM(2008)16 definitief.

[19] Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, COM(2008) 19 definitief.