Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - De activiteiten van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding op het gebied van overdraagbare ziekten: resultaten sinds de oprichting van het Centrum, geplande activiteiten en benodigde middelen {SEC(2008) 2792} /* COM/2008/0741 def. */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 13.11.2008 COM(2008) 741 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT De activiteiten van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding op het gebied van overdraagbare ziekten: resultaten sinds de oprichting van het Centrum, geplande activiteiten en benodigde middelen {SEC(2008) 2792} MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT De activiteiten van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding op het gebied van overdraagbare ziekten: resultaten sinds de oprichting van het Centrum, geplande activiteiten en benodigde middelen Inleiding Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) is een agentschap van de Europese Unie en heeft als opdracht het opsporen, het beoordelen en het meedelen van informatie over risico's voor de menselijke gezondheid als gevolg van overdraagbare ziekten. Het Centrum is gevestigd in Stockholm en is operationeel sinds mei 2005. Volksgezondheid blijft weliswaar in de eerste plaats de bevoegdheid van de lidstaten, maar het ECDC ondersteunt de werkzaamheden van de nationale centra voor ziektebestrijding. Het Centrum verzamelt epidemiologische informatie uit de hele wereld en maakt gebruik van een EU-systeem voor vroegtijdige waarschuwing over uitbraken van infectieziekten. Het stelt EU-statistieken op en maakt analyses over alle belangrijke infectieziekten. Wanneer het waarschuwingssysteem een uitbraak signaleert die van belang is voor de EU, of wanneer de statistieken een zorgwekkende trend laten zien, beoordeelt het ECDC snel in hoeverre er sprake is van een bedreiging voor de volksgezondheid in Europa. Wanneer er wetenschappelijk advies nodig is op EU-niveau, bundelt het ECDC kennis en deskundigheid in de Unie om dit advies te leveren. Op verzoek van een lidstaat zorgt het ECDC ervoor dat deskundigen de nationale instanties die zich bezighouden met een uitbraak, ter plaatse ondersteunen. Het ECDC werkt altijd nauw samen met de Europese Commissie, de lidstaten en andere partners, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), om ziekten te voorkomen en te bestrijden en om de Europese volksgezondheidssector en het Europese publiek in bredere zin op de hoogte te houden van zijn bevindingen. Uit een onafhankelijke evaluatie van de activiteiten van het ECDC blijkt dat de belangrijkste belanghebbenden – de Commissie en de lidstaten – de diensten van het Centrum op prijs stellen en vinden dat het Centrum een bijdrage van betekenis levert aan de bestrijding van infectieziekten. Niettemin verkeert het Centrum nog in de beginfase van zijn ontwikkeling. Het levert nuttige basisdiensten, maar die voldoen niet geheel aan de behoeften en verwachtingen van de belanghebbenden. Er moet bijvoorbeeld nog veel meer worden gedaan om de kwaliteit en de vergelijkbaarheid van ziektesurveillancegegevens uit de EU te verbeteren. De werkzaamheden van het ECDC op het gebied van de uitbouw van de capaciteit van de lidstaten op volksgezondheidsgebied moet worden geconsolideerd en verder worden ontwikkeld, en de specialistische ondersteuning die het Centrum de afzonderlijke nationale instanties kan bieden, is nogal beperkt. Daarnaast moet er nog veel gebeuren op het gebied van het vergaren van kennis over doeltreffende preventiemaatregelen tegen infectieziekten. In 2007 heeft de raad van bestuur van het ECDC, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van alle lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement, een strategisch meerjarenprogramma tot 2013[1] vastgesteld voor het Centrum, waarin wordt beschreven welke resultaten in 2013 worden verwacht en welke middelen daarvoor nodig zijn. In dit programma worden aanzienlijke investeringen gevraagd, die echter moeten worden afgezet tegen de gevolgen van infectieziekten voor de economie en de bevolking. Doeltreffende samenwerking binnen de EU kan bijdragen aan een betere preventie en bestrijding van ziekten in Europa, ervoor zorgen dat we grote epidemieën kunnen opvangen en kleinere uitbraken snel onder controle kunnen krijgen. Versterking van de capaciteit op dit gebied op EU-niveau is dus een verstandige investering. 1. Doel van deze mededeling Deze mededeling geeft, samen met het bijbehorende financiële memorandum, een overzicht van wat het ECDC de eerste drie jaar van zijn bestaan heeft gedaan en welke plannen het heeft voor de toekomst. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op: - de prioriteiten van het strategisch meerjarenprogramma 2007 – 2013 aan de hand waarvan het Centrum zijn opdracht om Europa weerbaarder te maken tegen infectieziekten, moet vervullen; - het financiële kader 2007-2013; - bepaalde resultaten van de externe evaluatie van het Centrum; - de Europese meerwaarde van het Centrum in de eerste jaren van zijn bestaan. 2. HUIDIGE OPDRACHT Volgens de oprichtingsverordening van het ECDC, Verordening (EG) nr. 851/2004, moet "het Centrum (…) als opdracht krijgen het opsporen, beoordelen en meedelen van reeds aanwezige en zich ontwikkelende risico's voor de menselijke gezondheid als gevolg van overdraagbare ziekten. Bij het uitbreken van ziekten van onbekende oorsprong die zich in of naar de Gemeenschap kunnen verspreiden, dient het Centrum de bevoegdheid te krijgen om, totdat de bron van de epidemie bekend is, op eigen initiatief te handelen en vervolgens zo nodig in samenwerking met de ter zake bevoegde autoriteiten op nationaal of communautair niveau". 3. Belangrijkste resultaten (2005-2007) Overzicht Voor de ziektesurveillance en de vroegtijdige waarschuwing heeft het ECDC voortgebouwd op systemen die al bestonden voordat het Centrum werd opgericht. De eerste netwerken voor het verzamelen van gegevens over infectieziekten in geheel Europa (over hiv/aids en tuberculose) bestonden al tien jaar toen het ECDC operationeel werd. In 2005, toen het ECDC met zijn werkzaamheden begon, waren er 17 specifieke surveillancenetwerken die gegevens verzamelden over verschillende ziekten of groepen ziekten. Elk netwerk had zijn eigen structuur, meldsysteem en gegevensbank. In de eerste fase van zijn bestaan heeft het ECDC veel werk gestoken in het ontwikkelen van een meer geïntegreerd systeem voor het verzamelen van EU-gegevens over infectieziekten. Het ECDC heeft de activiteiten van deze netwerken geleidelijk overgenomen en "één loket" voor EU-gegevens gecreëerd. Sinds 2007 beheert het ECDC namens de Commissie het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en maatregelen tegen gezondheidsbedreigingen (EWRS). Met dit beveiligde systeem kunnen de gezondheidsinstanties van de lidstaten elkaar waarschuwen als er uitbraken van ziekten zijn die zich over de grenzen heen kunnen verspreiden. Het netwerk zelf bestond al jaren, maar het ECDC brengt daarnaast zijn capaciteit voor het analyseren van epidemiologische informatie in – informatie uit de media en andere niet-officiële bronnen uit de gehele wereld – alsmede zijn vermogen om gesignaleerde dreigingen snel te analyseren. Dat het ECDC risicoanalyses en wetenschappelijke adviezen kan opstellen ten behoeve van de besluitvorming op EU-niveau, is een nieuwe ontwikkeling in de Europese gezondheidsbescherming. Toen de hele wereld en ook de EU-landen zich in 2003 zorgen maakten over SARS, was er geen mechanisme aan de hand waarvan een gemeenschappelijke risicobeoordeling voor Europa kon worden gemaakt of een advies kon worden geformuleerd over de maatregelen die nodig waren. De lidstaten hadden uiteenlopende standpunten over de vraag of reizigers die vanuit de getroffen landen de EU binnenkwamen, moesten worden getest op SARS, en of er een negatief reisadvies voor het Verre Oosten moest worden gegeven. Een gezamenlijk EU-standpunt over dit soort maatregelen is van belang, omdat het gezien de open grenzen tussen de EU-landen alleen zin heeft om mensen die de EU binnenkomen, te testen, als alle lidstaten dat doen. Het ECDC beschikt over capaciteit en systemen om op noodsituaties te reageren, en werkt daarnaast samen met de Commissie en de lidstaten om de paraatheid voor epidemieën te verhogen en in het algemeen de systemen voor de preventie en bestrijding van de belangrijkste infectieziekten die een gevaar vormen voor de volksgezondheid, te verbeteren. Het opbouwen van de paraatheid en het uitbreiden van de kennis over volksgezondheid zijn nieuwe activiteiten op EU-niveau. Voordat het ECDC bestond, werd het opleiden van volksgezondheidsdeskundigen weliswaar al gefinancierd in het kader van het volksgezondheidsprogramma van de EU, maar het ECDC heeft deze op capaciteitsopbouw gerichte functie aanzienlijk meer gewicht gegeven. Het behoort tot de taken van het Centrum om belangrijke lacunes in de empirische kennis over volksgezondheid te signaleren, en dit gebeurt regelmatig in de wetenschappelijke adviezen en standpunten die het ECDC uitbrengt. Om aan de behoefte aan onderzoek op het gebied van volksgezondheid te beantwoorden, werkt het Centrum nauw samen met DG SANCO (en zijn volksgezondheidsprogramma) en met DG RTD (voornamelijk het kaderprogramma). In het kader van de coördinatie met DG SANCO vinden formele bijeenkomsten plaats van het ECDC en SANCO C3 waar zij hun werkprogramma's te bespreken, met een tweemaandelijkse follow-up door middel van videoconferenties. De coördinatie met DG RTD verloopt via de directeur van het ECDC, die lid is van de adviesraad van DG RTD (en die ervoor moet zorgen dat in de uitnodigingen voor het indienen van voorstellen die door DG RTD worden uitgeschreven, rekening wordt gehouden met de door de deskundigen van het ECDC vastgestelde onderzoeksbehoeften op het gebied van volksgezondheid). Daarnaast zijn er frequente contacten tussen personeelsleden van de Commissie en van het ECDC over bepaalde initiatieven, waarbij de onderzoeksbehoeften ook worden besproken, zoals onlangs op de bijeenkomst over de behoefte aan nieuwe diagnostische instrumenten voor tuberculose en op de bijeenkomst over de behoefte aan onderzoek naar de overdracht van griep. Langs deze formele en informele kanalen probeert het ECDC synergie te creëren en overlapping met andere door de Gemeenschap gefinancierde programma's op zijn werkterrein te voorkomen. Evaluatie van het Centrum In mei 2007 heeft de Commissie via een openbare aanbesteding opdracht gegeven tot de externe evaluatie van het Centrum , om uitsluitsel te krijgen over a) de eventuele noodzaak om de opdracht van het Centrum uit te breiden tot andere werkzaamheden op Gemeenschapsniveau in de sector volksgezondheid, met name de monitoring van gezondheid, en b) het moment waarop deze onderzoeken worden uitgevoerd (artikel 31 van Verordening (EG) nr. 851/2004). Het eindverslag[2] is in september 2008 ingediend bij de raad van bestuur. De evaluatoren kwamen tot de conclusie dat het ECDC zijn werk goed heeft gedaan, zeker gezien de omstandigheid dat het pas twee jaar operationeel is. Het rapport concludeert dat het ECDC recht van bestaan heeft en dat het kan beginnen zijn activiteiten te verdiepen . Het bevestigt dat het Centrum een bijdrage van betekenis heeft geleverd aan de bestrijding van overdraagbare ziekten, dat het een naam heeft weten te vestigen als onafhankelijk wetenschappelijk expertisecentrum, dat het door belanghebbenden wordt beschouwd als een meerwaarde omdat het uiterst nuttige informatie verstrekt en netwerken opbouwt, en dat het prominent aanwezig is op het internationale toneel . In het verslag worden ook punten genoemd die voor verbetering vatbaar zijn, zoals de samenwerking bij de communicatie over risico's tussen de verschillende betrokken partijen, en de onduidelijke taakverdeling tussen de Commissie, het ECDC en de lidstaten bij risicobeoordeling en risicobeheersing. Tevens wordt het ECDC aanbevolen de efficiency verder te verbeteren door de managementinformatiesystemen verder te ontwikkelen, de coördinatie tussen de functionele eenheden en de horizontale ziektespecifieke programma's te verbeteren en de werkprocedures duidelijker te omschrijven. Wat de mogelijke aanpassing van de opdracht van het Centrum betreft, luidt de conclusie van de externe evaluatie dat het ECDC zich dient te concentreren op de consolidatie van de huidige taken, wat het Centrum de gelegenheid biedt om nieuwe activiteiten te ontplooien binnen de bestaande opdracht. 4. De uitdagingen (2007-2013) De opdracht vervullen door middel van het strategisch meerjarenprogramma Overeenkomstig artikel 14, lid 5, onder d), van de ECDC-oprichtingsverordening heeft de raad van bestuur van het Centrum in juni 2007 een strategisch meerjarenprogramma voor 2007-2013 vastgesteld, dat het kader vormt voor de uitvoering van de taken die het Centrum zijn opgedragen. De jaarlijkse werkprogramma's voor het Centrum voor 2007 en 2008 werden op basis daarvan vastgesteld. Op basis van de analyse van de stand van zaken met betrekking tot overdraagbare ziekten in de EU, die werd gemaakt in het kader van het eerste jaarlijkse epidemiologische verslag, kon het Centrum de belangrijkste uitdagingen voor Europa aanwijzen. Daaraan moet de meerjarenstrategie het hoofd bieden. Er zijn zeven operationele doelen geformuleerd. De werkzaamheden worden afgestemd op een aantal prioritaire maatregelen. Onderstaande tabel schetst de hoofdlijnen van het strategisch meerjarenprogramma en het verband met de huidige operationele structuur van het ECDC. Doelstellingen van het strategisch meerjarenprogramma 2007-2013 | ECDC-structuur (en verwijzing naar oprichtingsverordening) | 2013 | 1. Het ECDC heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de wetenschappelijke kennis over overdraagbare ziekten en hun gevolgen voor de gezondheid, de onderliggende factoren, de preventie- en bestrijdingsmethoden, en de elementen die de doeltreffendheid en de efficiëntie van de preventie- en bestrijdingsprogramma's verhogen. | Ziektespecifieke programma's: a. luchtweginfecties (griep en TB); b. seksueel overdraagbare infecties zoals hiv, en door bloed overgedragen virussen; c. door voedsel en water overgedragen ziekten en zoönosen; d. nieuwe en door vectoren overgedragen ziekten; e. ziekten die met vaccinatie voorkomen kunnen worden; f. antimicrobiële resistentie en met de gezondheidszorg verband houdende infecties; (artikel 2, Beschikking 2119/98/EG) | 2. Het ECDC is het centrale contactpunt voor de surveillance betreffende overdraagbare ziekten in de Europese Unie en de gezaghebbende instantie voor de verbetering van de surveillancesystemen in de lidstaten. | Surveillance (artikelen 5 en 11) | 3. Het ECDC heeft bij zijn partners op het gebied van volksgezondheid zijn reputatie gevestigd als centrum van wetenschappelijke topkwaliteit en leiderschap, en is een belangrijke bron van wetenschappelijke informatie en advies over overdraagbare ziekten voor de Commissie, het Europees Parlement, de lidstaten en de burgers. | Wetenschappelijk advies (artikel 6). | 4. Het ECDC is in de Europese Unie het toonaangevende steunpunt voor de opsporing, de beoordeling en het onderzoek van en gecoördineerde maatregelen tegen nieuwe bedreigingen in verband met overdraagbare ziekten, waaronder bedreigingen die voortvloeien uit de opzettelijke verspreiding van biologische agentia, en ziekten van onbekende oorsprong. | Paraatheid en reactie (artikelen 8 en 10) | 5. In 2013 is het ECDC het toonaangevende centrum in de Europese Unie voor de uitbreiding en de opbouw van de capaciteit voor de preventie en bestrijding van overdraagbare ziekten en ziekten van onbekende oorsprong, door middel van opleiding. | Opleiding (artikel 9) | 6. In 2013 is de informatie die het ECDC verstrekt de belangrijkste Europese bron van gezaghebbende en onafhankelijke wetenschappelijke en technische informatie op dat gebied, en het ECDC het toonaangevende centrum in de Europese Unie voor communicatie over risico's in verband met overdraagbare ziekten. | Gezondheidscommunicatie (artikelen 11 en 12) | 7. Het ECDC beschikt op het gebied van overdraagbare ziekten over een gestructureerd samenwerkingsprogramma met alle lidstaten, de Commissie en andere relevante agentschappen van de Europese Unie, en werkt regionaal en wereldwijd nauw samen met de WHO en andere partners. | Partnerschappen (artikelen 4, 5, 10 en 12) | 8. Goed bestuur en leiderschap bieden, zorgen voor gestroomlijnd management en rationele organisatie, topkwaliteit leveren bij de dienstverlening en bij de operationele activiteiten van het Centrum, zorgen voor goed en efficiënt beheer van de personele en financiële middelen en van het Centrum een prettige werkomgeving maken. | Staf van de directeur en administratieve diensten | Geplande prioritaire activiteiten en de bijbehorende personeelsbehoeften Belangrijkste streven bij de verdere ontwikkeling van het ECDC is ervoor te zorgen dat het expertise in huis heeft voor alle 55 ziektecategorieën waarvoor het verantwoordelijk is, wat nu nog niet het geval is. Daarom is het de bedoeling een groot deel van het extra personeel in te zetten voor de ziektespecifieke programma's, en worden ook de functionele eenheden uitgebreid met expertise op het gebied van de ziekten waarvoor het Centrum verantwoordelijk is. De ECDC-taken vereisen specialistische kennis, waardoor met name artsen nodig zijn, die op een bepaald niveau moeten worden ingeschaald[3] en over de nodige technische en administratieve ondersteuning moeten kunnen beschikken, zodat zij zich volledig op hun taak als deskundige kunnen richten. Werkdrukindicatoren 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | % verschil 2008/ 2010 | Toename personeel 2008/2010 | Doelstelling 1 (ziektespecifieke programma's) | 89%(a) | Aantal ziektespecifieke EU-plannen | 0 | 1 | 2 | 5 | 400% | Aantal initiatieven ter ondersteuning van ZSP-plannen* en landenversterking | 3 | 7 | 14 | 18 | 157% | Aantal landenbezoeken | 4 | 7 | 10 | 15 | 114% | ZSP-richtsnoeren | 3 | 5 | 9 | 12 | 140% | * Ziektespecifieke programma's | (a) 16 extra personeelsleden, die het totaal op 34 brengen, voornamelijk leidinggevende deskundigen op het gebied van antimicrobiële resistentie, legionellasurveillance, door voedsel en water overgedragen ziekten, en griep, de prioritaire gebieden waarop de capaciteit moet worden opgebouwd of uitgebreid. | Doelstelling 2 (surveillance) | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 45%(b) | Ondersteuning TESSy* / opleiding lidstaten | 0 | 215 | 150 | 150 | -30%** | Meer meldingen in het kader van TESSy (47 ziekten) | 8 | 12 | 18 | 27 | 125% | Aantal verslagen | 2 | 4 | 8 | 11 | 175% | Aantal vergaderingen van deskundigen | 14 | 17 | 28 | 28 | 65% | (coördinatiegroepen, surveillancewerkgroepen) | *TESSy: The European Surveillance System | **Basisjaar 2008 is het jaar van invoering van TESSy, daarom zijn er meer cursussen in dat jaar | (b) 10 extra personeelsleden, die het totaal op 32 brengen en die nodig zijn om de coördinatiecapaciteit en de expertise uit te breiden zodat alle netwerken kunnen worden ondergebracht bij het ECDC; hoofdzakelijk posten voor deskundigen op het gebied van gegevensbeheer en algemene surveillance | Doelstelling 3 (wetenschappelijk advies) | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 59%(c) | Aantal wetenschappelijke adviezen en richtsnoeren aan lidstaten | 10 | 12 | 14 | 20 | 67% | Aantal snelle adviezen op verzoek van Commissie/EP | 8 | 20 | 30 | 30 | 50% | Aantal nieuwe wetenschappelijke bevindingen/bijwerkingen op basis van wetenschappelijke bewijzen | 50 | 75 | 120 | 150 | 100% | Aantal vergaderingen van deskundigen | 7 | 10 | 25 | 35 | 250% | Aantal uren wetenschappelijke ondersteuning per week | 100 | 150 | 180 | 200 | 33% | (c) 10 extra personeelsleden, die het totaal op 27 brengen, nodig voor wetenschappelijk advies en uitbreiding van de werkzaamheden op het gebied van milieufactoren (klimaatverandering) en van de economische capaciteit om de ziektedruk op te vangen, allemaal kernpunten van het werkprogramma | Doelstelling 4 (paraatheid en reactie) | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 57% (d) | Gevolgde bedreigingen | 168 | 300 | 350 | 400 | 33% | Meldingen bijgewerkte nieuwsitems | 1 360 | 2 400 | 2 800 | 3 200 | 33% | Dreigingsanalyses | 142 | 250 | 300 | 330 | 32% | Bedreigingen die een specifieke reactie vereisen | 66 | 110 | 130 | 150 | 36% | Aan EWRS/website doorgegeven dreigingsanalyses | 9 | 16 | 18 | 20 | 25% | (d) 8 extra personeelsleden, die het totaal op 22 brengen, met name om de capaciteit voor paraatheid en reactie uit te breiden, expertise te ontwikkelen op het gebied van bioterrorisme, de capaciteit voor het opsporen van bedreigingen te vergroten en zorgen voor volledig bereik in alle lidstaten | Doelstelling 5 (opleiding) | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 33% (e) | Aantal in het kader van EPIET (European Programme for Intervention Epidemiology Training) opgeleide personen | 18 | 19 | 22 | 27 | 42% | Deelnemers uit de lidstaten | 185 | 280 | 320 | 400 | 43% | Aantal opleidingsweken | 15 | 20 | 23 | 26 | 30% | (e) 2 extra personeelsleden, die het totaal op 8 brengen, om de opleidingscapaciteit verder uit te breiden | Doelstelling 6 (gezondheidscommunicatie) | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 67% (f) | Aantal internationale bijeenkomsten | 4 | 6 | 7 | 75% | Aantal Eurosurveillance-abonnees | 10 256 | 14 300 | 16 000 | 17 500 | 22% | Aantal in Eurosurveillance gepubliceerde artikelen | 254 | 310 | 335 | 360 | 16% | Aantal items op het web | 2 484 | 3 500 | 10 000 | 15 000 | 329% | Aantal meertalige items op het web | 0 | 400 | 2 000 | 3 000 | 650% | Aantal toolkits voor volksgezondheidscampagne | 1 | 2 | 3 | 3 | 50% | Aantal infostands bij wetenschappelijke bijeenkomsten | 9 | 18 | 25 | 30 | 67% | Aantal persberichten/verklaringen | 40 | 45 | 50 | 60 | 33% | Aantal multimedia nieuwsberichten/webcasts | 7 | 5 | 8 | 12 | 140% | (f) 10 extra personeelsleden, die het totaal op 25 brengen, om de communicatie over gezondheid te verbeteren, ook nodig volgens externe evaluatie om te zorgen voor efficiënte communicatie, meer weerklank in de lidstaten, voorlichting aan de media en het grote publiek; posten voor deskundigen op het gebied van wetenschappelijke communicatie en webdiensten, en editors | Doelstelling 7 (partnerschappen) | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 50% (g) | Aantal betrekkingen met bevoegde instanties | 75 | 85 | 90 | 95 | 12% | Bijeenkomsten/videoconferenties met Commissie/EP/EU-organen | 52 | 65 | 77 | 82 | 26% | Bijeenkomsten/videoconferenties met WHO | 18 | 24 | 30 | 30 | 25% | Bijeenkomsten/videoconferenties met kandidaat-landen | 0 | 10 | 18 | 24 | 140% | (g) 2 extra personeelsleden, die het totaal op 6 brengen, om de werkdruk op te vangen die is toegenomen als gevolg van de oprichting van bevoegde instanties en de noodzakelijke intensivering van de betrekkingen met EU-instellingen, onder andere op het gebied van het nabuurschapsbeleid | Doelstelling 8 (intern) | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 35% (h) | De indicatoren voor doelstelling 8 zijn eerder kwantitatief dan kwalitatief van aard en hebben te maken met de vraag in hoeverre (wat tijd en kwaliteit betreft) adequaat wordt ingespeeld op de operationele behoeften | Onderstaande indicatoren zijn echter afhankelijk van een budget- en personeelstoename: | Aantal vastleggingen | 359 | 450 | 500 | 550 | 22% | Aantal betalingen | 3 885 | 5 000 | 6 500 | 7 000 | 40% | Aantal geboekte dienstreizen | 660 | 810 | 950 | 1 050 | 30% | Aantal hulpvragen aan ICT-helpdesk per dag | 15 | 35 | 50 | 55 | 57% | Aantal deelnemers aan bijeenkomsten/seminars etc. | 1 571 | 1 704 | 1 800 | 1 950 | 14% | Aantal sollicitatiegesprekken | 470 | 390 | 390 | 290 | -26%* | * minder aanwervingen nadat personeel is aangenomen, maar verschuiving naar meer leer- en ontwikkelingsbehoeften verwacht | (h) 12 extra posten, onder andere voor een specialist strategisch management, een wetenschappelijk hoofd, een gebouwbeheerder, ICT-, veiligheids- en bedrijfscontinuïteitspecialisten, die nodig zijn om te voldoen aan de behoeften die voortvloeien uit de groei van de organisatie en haar werkterrein | Personeelsontwikkeling Nr. 2 | Surveillance | 13 | 22 | 10 | 32 | Nr. 3 | Wetenschappelijk advies | 12 | 17 | 10 | 27 | Nr. 4 | Paraatheid en reactie | 11 | 14 | 8 | 22 | Nr. 5 | Opleiding | 5 | 6 | 2 | 8 | Nr. 6 | Gezondheidscommunicatie | 7 | 15 | 10 | 25 | Nr. 7 | Partnerschappen | 2 | 4 | 2 | 6 | Nr. 8 (intern) | Bestuur, management, administratieve diensten | 8 20 | 8 26 | 2 10 | 10 36 | Totaal | 90 | 130 | 70 | 200 | De financiële gevolgen van de personeelsuitbreiding zijn al verwerkt in de begrotingsprognoses van het Centrum. De hoogte van de verwachte subsidie uit de Gemeenschapsbegroting is volledig in overeenstemming met de financiële programmering van de Commissie volgens het meerjarig financieel kader 2007-2013. Bedragen in miljoen euro Basisbegroting ECDC (lopende prijzen) volgens financieel kader 2007-2013 Onderstaande tabel schetst de ontwikkeling van de begrotingstoewijzing in de periode 2007-2013. Bedragen in duizend euro 17 03 03 01 | Niet verplicht | Gesplitste kredieten | NEE | JA | NEE | Nr. 3b | 17 03 03 02 | Niet verplicht | Gesplitste kredieten | NEE | JA | NEE | Nr. 3b | 4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN 4.1. Financiële middelen 4.1.1. Overzicht van de vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK) in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Beleidsuitgaven[4] | EER/EVA-staten | f | 0,604 | 0,935 | 1,000 | 1,450 | 1,500 | 1,530 | 1,550 | 8,569 | TOTAAL VK inclusief medefinanciering | a+c+d+e+f | 28,309 | 40,235 | 50,700 | 57,850 | 59,000 | 60,230 | 61,350 | 355,719 | 4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering ( Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering. ( Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten. ( Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[5] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten). 4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten: 4.2. Personele middelen in voltijdequivalenten (VTE; ambtenaren, tijdelijk en extern personeel) – zie punt 8.2.1. Niet van toepassing. 5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN 5.1. Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien De EU staat bloot aan een hele reeks overdraagbare ziekten, ziekten die ook in de nabije toekomst een bedreiging voor de menselijke gezondheid zullen blijven vormen. Nu mensen, dieren en goederen nagenoeg onbeperkt door de Unie kunnen reizen, wordt het steeds noodzakelijker/vanzelfsprekender een gemeenschappelijke aanpak te ontwikkeling om de verspreiding van ziekten te voorkomen. Hoewel preventie en gezondheidszorg nog sterk volgens het subsidiariteitsbeginsel worden geregeld, bestaat er duidelijk behoefte aan een centrum zoals het ECDC om een gecoördineerde aanpak tot stand te helpen brengen. Infectieziekten veroorzaken niet alleen veel ellende onder de bevolking, maar eisen ook een zware economische tol van de nationale begrotingen: bacteriën die resistent zijn tegen antibiotica veroorzaken infecties die een langer verblijf in het ziekenhuis en speciale medische procedures noodzakelijk maken; een nieuwe grieppandemie zal naar verwachting in de betrokken landen een economische schade aanrichten van verschillende procentpunten van het bbp; behandeling van hiv-infecties brengt in verschillende lidstaten aanzienlijke kosten met zich. Ook de preventie van infectieziekten heeft zijn prijs: de kosten van de inenting van bijna alle kinderen in de Unie met een zestal vaccins moeten niet worden onderschat. Het ECDC staat voor de taak de beste en doelmatigste preventiemethoden te helpen ontwikkelen en de lidstaten bij te staan bij het toepassen daarvan. Uiteindelijk doel is de uitroeiing van de ziekte, wat, net als bij de uitroeiing van pokken dertig jaar geleden, grote economische voordelen oplevert. Voor veel ziekten is dat misschien onmogelijk, maar de uitroeiing van mazelen in de EU is bijvoorbeeld een doel dat goed is te verwezenlijken. 5.2. Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie De meerwaarde van de betrokkenheid van de Gemeenschap en de noodzaak van intensievere samenwerking van de lidstaten werden beargumenteerd in het voorstel van 2003 dat heeft geleid tot de oprichting van het Centrum. Sindsdien heeft het ECDC de verwachtingen op al zijn werkterreinen waar gemaakt. De meerwaarde van het ECDC op EU-niveau bestaat erin dat het Centrum een geconsolideerde analyse en een geconsolideerd overzicht kan verschaffen van de gegevens waarop de preventie en bestrijding van overdraagbare ziekten is gebaseerd. Samen met de bevoegde instanties signaleert het lacunes en helpt het de onderzoeksagenda op het gebied van volksgezondheid op te stellen en uit te breiden. Met een gecoördineerde aanpak van surveillance op Europees niveau kunnen op gestandaardiseerde wijze en goedkoper gegevens worden verzameld, zodat beleidsmakers de beschikking krijgen over vergelijkbare gegevens over doeltreffende preventie- en bestrijdingsmaatregelen. Het Centrum fungeert ook als platform waar de lidstaten informatie kunnen uitwisselen over goede methoden, op basis van wetenschappelijk gefundeerde maatregelen. Bij het ECDC worden centraal beoordelingen en richtsnoeren ontwikkeld voor de gehele Unie; daar hebben kleine landen of landen met een beperkte capaciteit op dit gebied nadrukkelijk om gevraagd. In het kader van zijn werkzaamheden op het gebied van paraatheid verstrekt het Centrum de lidstaten regelmatig bijgewerkte gegevens over de epidemiologische situatie, waardoor het op termijn misschien niet langer nodig is dat elk land afzonderlijk veel middelen investeert in epidemiologische signalering. Omdat het ECDC ontwikkelingen op het gebied van de volksgezondheid snel kan beoordelen, komt ook gemakkelijker een gecoördineerde reactie tot stand op bedreigingen die verschillende lidstaten treffen. De surveillance- en de reactiefunctie kunnen beide beter worden vervuld met behulp van de gemeenschappelijke EU-methoden die het Centrum de nationale deskundigen bijbrengt in zijn diverse cursussen. Het ECDC helpt de Commissie bij de ontwikkeling van een actief netwerk voor risicocommunicatie, want als er degelijke communicatienetwerken worden opgezet in "rustige tijden", kan op Europees en nationaal niveau bij toekomstige grote gezondheidscrises voor tijdige, betrouwbare, samenhangende en gezaghebbende informatieverstrekking worden gezorgd. 5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM Het Centrum draagt bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het volksgezondheidsprogramma (hoofdstuk 17 03 van de Gemeenschapsbegroting) . De korte- en middellangetermijndoelstellingen van het Centrum worden geschetst in het kader van het strategisch meerjarenprogramma 2007-2013, zoals aangegeven in de mededeling. 5.4. Wijze van uitvoering (indicatief) ( Gecentraliseerd beheer ( rechtstreeks door de Commissie ( gedelegeerd aan: ( uitvoerende agentschappen ( door de Gemeenschappen opgerichte organen als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement ( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak ( Gedeeld of gedecentraliseerd beheer ( met lidstaten ( met derde landen ( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke) 6. TOEZICHT EN EVALUATIE 6.1. Toezichtssysteem De gespecialiseerde kwaliteitsdiensten die het ECDC wordt geacht te leveren (via transparante procedures), vereisen zorgvuldig toezicht op basis van resultaatindicatoren op korte termijn. Dit toezichtssysteem moet antwoord geven op de vraag of de werkzaamheden van het ECDC hebben geleid tot de positieve veranderingen die in de oprichtingsverordening en het strategisch meerjarenprogramma 2007 – 2013 werden nagestreefd. De raad van bestuur heeft (in maart 2008) de bij het begin van het strategisch meerjarenprogramma aan hem voorgelegde specifieke indicatoren goedgekeurd. Deze zullen gedurende de gehele periode worden gebruikt om de voortgang te volgen en de belangrijkste bron van informatie zijn voor de eindevaluatie van de mate waarin de doelstellingen zijn verwezenlijkt in 2013. Bij de ontwikkeling van deze indicatoren zijn de volgende beginselen gehanteerd: Voor elke doelstelling is één set indicatoren vastgesteld, die zo zijn gekozen dat op basis van de informatie die zij opleveren, duidelijk kan worden vastgesteld of/in hoeverre de doelstelling is verwezenlijkt. Elk criterium is helder en zo beknopt mogelijk geformuleerd. Er is geprobeerd het aantal criteria tot een minimum te beperken maar wel zo dat de resultaten op elk gebied kunnen worden beoordeeld. De criteria zijn meetbaar op een realistische wijze en met een redelijke inspanning. Voor elke indicator is een analyse gemaakt van de voorgestelde gegevensbron en van de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid ervan, en bij het ECDC is een specifiek informatiesysteem voor de systematisch verzameling en analyse van de gegevens ingesteld. Halverwege de looptijd van het programma 2007-2013 (dus in 2010) wordt de voortgang beoordeeld door de raad van bestuur. De eindevaluatie van het meerjarenprogramma in 2013 zal zo worden gepland dat de raad van bestuur over de resultaten beschikt tegen de tijd dat over het volgende strategische meerjarenprogramma (voor 2014-2020) wordt beslist. Ten slotte wordt aan het einde van elk jaar de uitvoering van het werkprogramma voor dat jaar geëvalueerd, waarbij zowel de kwaliteit van de producten als de efficiëntie van de uitvoering wordt beoordeeld. De directeur zal in zijn jaarlijks verslag aan de raad van bestuur ook fragmenten van deze evaluatie opnemen. 6.2. Evaluatie 6.2.1. Evaluatie vooraf Niet van toepassing. 6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan) Op 20 mei 2007 werd opdracht gegeven tot de externe evaluatie, zoals aangekondigd in Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004. "Artikel 31: Uiterlijk op 20 mei 2007 geeft het Centrum opdracht tot een onafhankelijke externe evaluatie van zijn functioneren op basis van de door de raad van bestuur in overeenstemming met de Commissie vastgestelde richtsnoeren. De evaluatie betreft: a) de eventuele noodzaak om de omvang van de opdracht van het Centrum uit te breiden tot andere desbetreffende werkzaamheden op Gemeenschapsniveau in de sector volksgezondheid, met name de monitoring van gezondheid; en b) het moment waarop deze onderzoeken worden uitgevoerd." Het Centrum heeft een openbare aanbesteding uitgeschreven. De opdracht werd geformuleerd door de werkgroep van de raad van bestuur, met instemming van de Commissie. De contractant heeft meer dan 80 betrokkenen geïnterviewd (EU-instellingen en -agentschappen, internationale organisaties, EU-surveillancenetwerken, nationale surveillance-instanties, nationale ministeries van Volksgezondheid en ECDC-personeelsleden). De conclusies van deze eerste externe evaluatie zijn te vinden op http://ecdc.europa.eu/en/About_us/Key_documents/ 6.2.3. Voorwaarden en frequentie van toekomstige evaluaties Om de vijf jaar vindt een onafhankelijke externe evaluatie van het Centrum plaats. 7. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN Om fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten te bestrijden is Verordening (EG) nr. 1037/1999 onverkort op het ECDC van toepassing. Het Centrum is partij bij het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken door OLAF. De financieringsbesluiten, alsmede alle contracten en uitvoeringsinstrumenten die uit de besluiten voortvloeien, bepalen uitdrukkelijk dat de Rekenkamer en OLAF indien nodig controles ter plaatse kunnen verrichten bij de ontvangers van middelen van het Centrum en bij degenen die deze middelen verdelen. 8. MIDDELEN 8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel Zie punt 4 van de mededeling, waarin in tabelvorm een overzicht wordt gegeven van de doelstellingen voor de periode 2007-2013. De verwachte resultaten per doelstelling worden beschreven in een afzonderlijk werkdocument, waarin de verdere ontwikkeling van het Centrum voor de programmeringsperiode 2009-2013 nader wordt uitgewerkt. 8.2. Administratieve uitgaven De maatregel heeft geen gevolgen voor de administratieve uitgaven van de Gemeenschapsbegroting en er is geen sprake van directe toewijzing van personeel door de Commissie. De administratieve kosten van het Centrum, met inbegrip van de personeelkosten, worden gedekt door begrotingsonderdeel 17 03 03 01. [1] http://ecdc.europa.eu/en/About_us/Key_documents/Documents/ECDC_MAS_.pdf [2] http://ecdc.europa.eu/en/About_us/Key_documents/..... [3] Het Centrum zal de toekomstige personeelsplannen in het kader van het meerjaren personeelsbeleidsplan naar behoren documenteren en toelichten, en ze baseren op de richtsnoeren van de Commissie. [4] Uitgaven die niet onder hoofdstuk xx 01 van de betrokken titel xx vallen. [5] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord.