|
28.5.2009 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 120/17 |
Advies van het Comité van de Regio's „Denk eerst klein” — een „Small Business Act” voor Europa
2009/C 120/04
HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
|
— |
is ingenomen met de Mededeling van de Commissie over een Small Business Act (SBA) voor Europa en onderschrijft de daartoe gevolgde politieke agenda die in het streven naar een doorbraak in het Europese MKB-beleid een kader moet creëren dat meer ruimte biedt voor de bevordering van ondernemerschap en een MKB-vriendelijke wetgeving en dat kleine en middelgrote ondernemingen dankzij het principe „denk eerst klein” in staat stelt om te groeien; |
|
— |
erkent dat de SBA geen wettelijk bindende werking heeft, maar vindt dat die wel politiek bindend zou moeten zijn en ook zou moeten voorzien in een routekaart en een stabiele governance-structuur voor het MKB-beleid, wil het tot een realisering van de doelstellingen en een volledige implementatie komen. De Raad zou zijn verantwoordelijkheid in dezen op zich moeten nemen en de Commissie en de lidstaten zouden de samenwerking moeten aangaan met de lokale en regionale overheden en andere stakeholders; |
|
— |
wijst erop dat het voor het MKB als gevolg van de economische recessie en de internationale financiële crisis buitengewoon moeilijk is om toegang te krijgen tot financiering en dat de Commissie en de lidstaten daarom de banken ertoe moeten bewegen rekening te houden met de moeilijke omstandigheden waarin kleine en middelgrote ondernemingen moeten opereren. Ook zouden de aanbevelingen van de vijfde rondetafel van banken en MKB (1) voor een betere toegang tot financiële middelen voor kleine bedrijven volledig moeten worden nagekomen; |
|
— |
vindt het een goede zaak om de SBA te integreren in de Lissabon-strategie en de nationale hervormingsprogramma's, zeker ook omdat dit het toezicht kan helpen vereenvoudigen. Om ervoor te zorgen dat de SBA en de daarmee gepaard gaande doelstellingen volledig worden geïmplementeerd, zou het MKB-beleid in de lidstaten qua doelen en termijnen jaarlijks uitgebreid moeten worden geëvalueerd en zouden er aanbevelingen moeten worden gedaan voor toekomstige gezamenlijke maatregelen. |
|
Rapporteur |
: |
Constance Hanniffy (IE/EVP), lid van de graafschapsraad van Offaly, lid van de regioraad van Midland en lid van de regioraad van Border, Midland en Western |
Referentiedocument
Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — „Denk eerst klein” — een „Small Business Act” voor Europa
COM(2008) 394 final
BELEIDSAANBEVELINGEN
HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
|
1. |
Het Comité van de Regio's is ingenomen met de Mededeling van de Commissie over een Small Business Act (SBA) voor Europa en onderschrijft de daartoe gevolgde politieke agenda die in het streven naar een doorbraak in het Europese MKB-beleid een kader moet creëren dat meer ruimte biedt voor de bevordering van ondernemerschap en een MKB-vriendelijke wetgeving en dat kleine en middelgrote ondernemingen dankzij het principe „denk eerst klein” in staat stelt om te groeien. |
|
2. |
De SBA heeft geen wettelijk bindende werking, maar zou politiek wel bindend moeten zijn en ook moeten voorzien in een routekaart en een stabiele governance-structuur voor het MKB-beleid, wil het tot een realisering van de doelstellingen en een volledige implementatie komen. De Raad zou zijn verantwoordelijkheid in dezen op zich moeten nemen en de Commissie en de lidstaten zouden de samenwerking moeten aangaan met de lokale en regionale overheden en andere stakeholders. |
|
3. |
Gezien het huidige economische klimaat zijn de SBA en de daaruit voortvloeiende doelstellingen meer dan ooit van cruciaal belang, daar het MKB de drijvende kracht is achter economische groei en (het behoud van) werkgelegenheid. Bovendien biedt de SBA de EU de kans om politiek leiderschap te tonen en om het vertrouwen in het Europese bedrijfsleven te schragen. |
|
4. |
Bij de formulering en tenuitvoerlegging van het EU-beleid zou er rekening moeten worden gehouden met de grootte van de bedrijven, het type MKB, de geldende wet- en regelgeving, de heersende ondernemingscultuur, de verschillen in profiel van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, en de resultaten die per regio worden geboekt. Om al deze factoren volledig in aanmerking te kunnen nemen moet de SBA voorzien in een explicietere erkenning van de lokale en regionale dimensie. |
|
5. |
Het is belangrijk dat er ondersteuning wordt geboden met het oog op het voortbestaan van ondernemingen op de lange termijn en dat er niet te veel nadruk wordt gelegd op startende ondernemingen en nieuwkomers in het MKB wanneer dit ten koste gaat van gevestigde bedrijven en van ondernemingen die worden ontwikkeld of geherstructureerd. |
|
6. |
Het Comité is het ermee eens dat er een cultuur van ondernemerschap moet worden bevorderd en ontwikkeld en kan zich dan ook vinden in het voorstel voor een Europese week van het MKB en het initiatief „Erasmus voor jonge ondernemers”. Toch zullen de burgers op nationaal en Europees niveau alleen warm kunnen worden gemaakt voor het ondernemerschap, als daar op scholen al aandacht aan wordt besteed en er een zinvolle dialoog op gang wordt gebracht tussen vertegenwoordigers van het MKB, leraren en leerlingen. Daarom roept het Comité de lidstaten op om het „ondernemerschapsonderwijs” en het kweken van een ondernemingsgezinde houding bij studenten en in het lerarenonderwijs te bevorderen en om in dat verband het werkprogramma „Onderwijs en Opleiding 2010” te herzien. |
|
7. |
Het is goed dat in de SBA rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van vrouwelijke ondernemers, hoewel zeker niet voorbij mag worden gegaan aan de belangen van allochtone ondernemers die vanwege hun situatie meestal een grote ondernemingszin aan de dag leggen en sneller bereid zijn tot het nemen van risico's. Ook zou er aandacht moeten worden besteed aan de behoeften van jongeren, minderheden en oudere ondernemers, en zou er een onderscheid moeten worden gemaakt tussen de problemen en behoeften van migrantenondernemers uit de EU en hun collega's uit de derde wereld. |
|
8. |
Ten behoeve van werknemers en werkgevers in het MKB zou er in de SBA veel meer aandacht moeten worden besteed aan flexizekerheid. |
Waarborging van een hoge implementatiegraad en invoering van evaluatieprocedures
|
9. |
Het is een goede zaak om de SBA te integreren in de Lissabon-strategie en de nationale hervormingsprogramma's, zeker ook omdat dit het toezicht kan helpen vereenvoudigen. Om ervoor te zorgen dat de SBA en de daarmee gepaard gaande doelstellingen volledig worden geïmplementeerd, zou het MKB-beleid in de lidstaten qua doelen en termijnen jaarlijks uitgebreid moeten worden geëvalueerd en zouden er aanbevelingen moeten worden gedaan voor toekomstige gezamenlijke maatregelen. |
|
10. |
Het Comité zou graag volledig op de hoogte worden gehouden van deze jaarlijkse evaluaties en benadrukt dat het via zijn „Lissabon Monitoring Platform” op lokaal en regionaal niveau de vinger aan de pols zal houden. |
|
11. |
Aangezien de SBA voorziet in meer dan negentig maatregelen, moeten er prioriteiten worden gesteld, zodat er ondersteuning kan worden geboden aan de implementatie, er concrete resultaten kunnen worden geboekt voor het MKB en er geen onnodig tijdverlies wordt geleden. Het Comité zou daarbij de volgende maatregelen als prioritair willen bestempelen: (a) toegang tot financiering; (b) volledige doorvoering van het principe „denk eerst klein” ten gunste van betere regelgeving en minder administratieve rompslomp; (c) betere toegang tot markten en ook overheidsopdrachten. |
|
12. |
Het voornemen om de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel te versterken is lovenswaardig, hoewel deze beginselen niet alleen van toepassing zijn op het communautaire en nationale niveau, maar ook op het regionale en lokale niveau. |
|
13. |
De Commissie zou moeten uitleggen wat de MKB-toets in het kader van de effectbeoordeling eigenlijk behelst in termen van zowel omvang en aard van de te beoordelen effecten als niveau en perioden van raadpleging. |
|
14. |
In de Mededeling wordt onvoldoende uit de doeken gedaan wat de rol is van de MKB-vertegenwoordiger (de SME Envoy), die over voldoende politieke en financiële middelen zou moeten beschikken om een succesvolle implementatie van de SBA-doelstellingen te kunnen bewerkstelligen en om de zichtbaarheid en het bewustzijn van de beleidsmaatregelen voor het MKB te vergroten. |
|
15. |
Het Comité staat achter de doelstellingen van het statuut voor een Europese besloten vennootschap (SPE) om ten behoeve van de grensoverschrijdende handel de kosten voor het oprichten van een onderneming te verminderen en de regelgeving te vereenvoudigen en andersoortige belemmeringen uit de weg te ruimen. |
|
16. |
Voorkomen moet worden dat SBA-maatregelen en nieuwe wetsvoorstellen in de lidstaten en op lokaal en regionaal niveau bestaande goede (bestuurs)praktijken ter bevordering van ondernemerschap en ter ontwikkeling van een MKB-vriendelijk beleid ondermijnen. |
|
17. |
Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de SBA is het niet verstandig om af te gaan op de bestaande en zeer ongelijksoortige programma's en financiële instrumenten en geen aanvullende financieringsinstrumenten ter beschikking te stellen. Er moet dan ook een specifieke begrotingslijn worden gecreëerd om maatregelen aan te sturen. |
Betere toegang tot financiële middelen
|
18. |
Het Comité wijst erop dat het voor het MKB als gevolg van de economische recessie en de internationale financiële crisis buitengewoon moeilijk is om toegang te krijgen tot financiering en dat de Commissie en de lidstaten daarom de banken ertoe moeten bewegen rekening te houden met de moeilijke omstandigheden waarin kleine en middelgrote ondernemingen moeten opereren. Ook zouden de aanbevelingen van de vijfde rondetafel van banken en MKB (2) voor een betere toegang tot financiële middelen voor kleine bedrijven volledig moeten worden nagekomen. Dit betekent: (i) meer transparantie in de relatie tussen banken en MKB; (ii) combinatie van vreemd en eigen kapitaal; (iii) hogere kredietvolume met effectisering; (iv) vereenvoudiging van grensoverschrijdende investeringen in risicokapitaal; en (v) betere regelingen voor microkredieten. |
|
19. |
Het Comité is verheugd over de inspanningen van de Commissie en de Europese Investeringsbank (EIB) om het MKB allerlei financiële instrumenten aan te reiken, maar zou de eerste willen oproepen om vooral nog eens goed te kijken naar het initiatief JEREMIE, zodat er een oplossing kan worden gevonden voor de ongelijke geografische dekking in de EU en er meer rekening kan worden gehouden met de mogelijke implicaties voor andere beleidsterreinen (bijv. het concurrentiebeleid), die de gedeeltelijke of volledige tenuitvoerlegging van het initiatief in bepaalde regio's in de weg staan. De EIB zou ook duidelijkere informatie moeten verschaffen over haar rol en haar meerwaarde én over de methoden om voor JEREMIE en het CIP-programma in aanmerking te komen. |
|
20. |
Financiële maatregelen dienen door de nodige instrumenten ondersteund te worden om ervoor te zorgen dat startende bedrijven een grotere kans van slagen hebben. De lokale en regionale overheden zijn de natuurlijke partners om deze ondersteuning te bieden. |
|
21. |
Het Comité is ingenomen met de wijziging van de richtlijn inzake betalingsachterstand, die ervoor moet zorgen dat kleine en middelgrote bedrijven tijdig worden betaald. De tenuitvoerlegging van deze richtlijn blijft echter van cruciaal belang en de lidstaten zouden er dan ook alles aan moeten doen om de betalingscultuur bij bedrijven en overheden te verbeteren. De Commissie en andere Europese instellingen zouden van hun kant werk moeten maken van de onlangs door de Europese Ombudsman geuite zorgpunten en vaart moeten zetten achter hun betalingen aan opdrachtgevers, ondernemingen en andere organisaties (3). |
|
22. |
Gezien de verschillen in grootte en capaciteiten binnen het MKB zouden bepaalde Europese programma's moeten voorzien in speciale maatregelen voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen om te voorkomen dat micro-ondernemingen bij de aanvraag van financiële en andersoortige steun moeten concurreren met middelgrote bedrijven, die profiteren van betere financieringsmogelijkheden en -voorwaarden. |
|
23. |
Het Comité is zeer te spreken over het voorstel van de Commissie om het BTW-stelsel te vereenvoudigen door middel van een uniforme vrijstellingsdrempel en een richtlijn over hogere BTW-drempels. Om de cashflow en de voorwaarden voor bedrijfsoverdracht en herinvestering van winst in de onderneming te verbeteren zouden de lidstaten andere aspecten van het fiscale beleid onder de loep kunnen nemen. |
|
24. |
Het Comité is ingenomen met de nieuwe algemene groepsvrijstellingsverordening die lidstaten in staat stelt om zonder voorafgaande kennisgeving aan de Commissie staatsteun te verlenen aan het MKB en voor regionale ontwikkeling, innovatie, onderzoek, opleiding, werkgelegenheid en risicokapitaal. Het merkt daarbij op dat het plafond van de de-minimisverordening is verhoogd van 100 000 naar 200 000 euro. |
|
25. |
De Commissie en de betrokken lidstaten zouden kritisch moeten kijken naar de overvloed van ondersteunende programma's, initiatieven en netwerken voor bedrijven en meer overzicht en samenhang moeten creëren voor het MKB door, waar mogelijk, de verschillende instrumenten en fondsen te bundelen (dit punt kan worden gekoppeld aan het onder punt 46(d) genoemde voorstel voor één aanspreekpunt). |
|
26. |
In haar verdere discussies op Europees niveau dient de Commissie beslist ook aandacht te besteden aan lokale en regionale best practices. Lokale en regionale overheden kunnen het beschikbare particuliere kapitaal mobiliseren door de organisatie en financiering van netwerken van „informeel kapitaal” waarin particuliere investeerders in contact worden gebracht met bedrijven die zich in de zaai- of startfase bevinden. |
Betere regelgeving voor het MKB
|
27. |
Het Comité neemt kennis van het voorstel voor „vaste ingangsdata” voor nieuwe MKB-wetgeving, maar vraagt zich af of zoiets de administratieve lastendruk voor het MKB voelbaar zal verminderen. Dit zou na een eerste proefperiode moeten worden vastgesteld. |
|
28. |
Volgens de Commissie zou van micro-ondernemingen niet mogen worden verlangd dat zij vaker dan één keer per drie jaar aan plaatselijke statistische enquêtes deelnemen, hoewel een op feiten gebaseerde beleidsanalyse niet zonder een jaarlijkse verzameling van gegevens kan. Het zou dan ook beter zijn om het principe van „only once” zodanig toe te passen, dat het MKB niet telkens dezelfde gegevens aan diverse instanties moet verstrekken voor bijvoorbeeld fiscale of statistische doeleinden. |
|
29. |
„Goldplating” van wetgeving vormt nog steeds een aanzienlijke belemmering voor de oprichting en uitbreiding van micro-ondernemingen en er zouden dan ook maatregelen moeten worden opgenomen in de SBA om dit probleem aan te pakken. |
|
30. |
Het is goed dat er bereidheid bestaat om de belemmeringen voor de overdracht van bedrijven uit de weg te ruimen. Deze kwestie is des te nijpender als het gaat om de overdracht tussen gezinsleden, aangezien veel eigenaren in het MKB niet meer zo heel jong zijn en zich de komende tien jaar uit hun bedrijf zullen terugtrekken. Iets dergelijks geldt ook voor eigenaren-exploitanten in het MKB. |
|
31. |
Het is goed dat, zoals de Commissie voorstelt, alle lidstaten ernaar moeten streven om juridische procedures voor het liquideren van een bedrijf in geval van een niet-frauduleus faillissement binnen een jaar af te handelen en om herstarters op dezelfde wijze te behandelen als starters. De Commissie zou echter ook aandacht moeten besteden aan de tot op zekere hoogte vergelijkbare problemen waarmee falende maar officieel niet failliet verklaarde ondernemers worden geconfronteerd. |
|
32. |
Het Comité is verheugd over de EU-rechtsbevoegdheid op octrooigebied en de voorgestelde uniforme bepalingen uit het SPE-statuut, waarmee kleine en middelgrote ondernemingen tijd kunnen winnen en kosten kunnen besparen. De Commissie en de lidstaten zouden alle steun moeten geven voor het behalen van de doelstellingen. |
|
33. |
Aangezien het MKB door de hoge kosten van de reeks verzekeringen die het moet afsluiten (zoals wettelijke en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeringen en werkgeversverzekeringen tegen beroepsziekten) in zijn groei en zelfs ook in zijn overlevingskansen wordt belemmerd, zouden de Commissie en de lidstaten samen met de verzekeringsmaatschappijen passende maatregelen moeten treffen om dit probleem aan te pakken. |
Bevordering van markttoegang
|
34. |
In de SBA zou rekening moeten worden gehouden met de belangrijke rol die lokale en regionale overheden kunnen spelen door de grensoverschrijdende groei van het MKB te bevorderen en vooral door informatie te ontsluiten (bijvoorbeeld op het gebied van regelgeving, voorschriften, belastingen, geschillenprocedures en adviserende en ondersteunende diensten) die kleine en middelgrote ondernemingen nodig hebben om internationaal te kunnen opereren. |
|
35. |
Aangezien buitenlandse directe investeringen de deuren kunnen openzetten naar de internationale markten, zou de Commissie maatregelen moeten treffen om het MKB meer te betrekken bij exportactiviteiten. Alleen al een betrokkenheid kan een grote impuls geven aan de verspreiding van technologie en efficiëntere bedrijfsmodellen en op die manier het internationale concurrentievermogen van het MKB vergroten. Het Comité staat achter de recente Mededeling over clusters van wereldklasse (4) en meer in het bijzonder het streven naar een betere integratie van het MKB in clusters en de ondersteuningsmechanismen voor kennisoverdracht en internationalisatie. |
|
36. |
Omdat de zwarte markt een steeds grotere bedreiging vormt, zou de Commissie de problemen met illegale bedrijvigheid moeten aanpakken en vooral maatregelen moeten treffen om de bescherming van intellectueel eigendom te verbeteren en de strijd tegen vervalsing op te voeren. |
Bevordering van markttoegang — meer deelname aan overheidsopdrachten
|
37. |
De markt voor overheidsopdrachten is nog altijd gefragmenteerd en het aantal grensoverschrijdende opdrachten blijft beperkt. De Commissie en de lidstaten zouden daarom een transparanter kader moeten ontwikkelen waarmee deze markt in de EU kan worden opengesteld en er extra mogelijkheden ontstaan voor het MKB. |
|
38. |
Het is een goed idee om een gedragscode uit te brengen die openbare aanbestedingen toegankelijker moet maken voor het MKB (5). Om de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen aan overheidsopdrachten te vergroten zouden de Commissie en de lidstaten indien nodig de invoering van innovatieve maatregelen, zoals verdeling van meer aanbestedingen in percelen of samenwerking bij openbare inschrijvingen, moeten bevorderen. |
|
39. |
Het is een goede zaak dat de Commissie het „Enterprise Europe Network” (EEN) wil inschakelen om in 2009 de gedragscode onder de aandacht te brengen van de lokale en regionale overheden, om de uitwisseling van goede praktijkvoorbeelden te bevorderen en om de inkoopcultuur bij de decentrale overheden weer in evenwicht te brengen. Daarbij zal het EEN in elke lidstaat wel moeten samenwerken met de betrokken vertegenwoordigende organisaties. |
|
40. |
Voor kleine en middelgrote ondernemingen is het belangrijk dat ze de eerste horden op de markt van overheidsopdrachten weten te nemen, aangezien de meest succesvolle bedrijven vaak ook de meeste ervaring hebben met aanbestedingsprocedures. Het MKB zou daarom beter moeten worden geïnformeerd over de bestaande mogelijkheden op deze markt en in staat moeten zijn om strategisch gezien goed beslagen ten ijs te komen. |
|
41. |
Aangezien het inschrijven op aanbestedingen voor het MKB een hoop administratieve rompslomp met zich meebrengt, zou er in de hele EU meer gebruik moeten worden gemaakt van formulieren voor de voorselectie. Daarmee kan veel tijd worden bespaard, doordat bij volgende aanbestedingen dezelfde informatie niet meer hoeft te worden ingevuld. |
|
42. |
Het Comité wijst op het grotendeels onaangeboorde potentieel van elektronische aanbestedingen en op het feit dat momenteel slechts een derde van alle overheidsopdrachten in de EU volledig in elektronische vorm wordt geaccepteerd, terwijl ICT-oplossingen voor het MKB juist tot kostenbesparingen leiden en dus veel meer zouden moeten worden toegepast. Het is aan de Commissie en de lidstaten om hier werk van te maken in het kader van de SBA en de tenuitvoerlegging daarvan. |
De lokale en regionale dimensie
|
43. |
Lokale en regionale overheden kunnen een belangrijke rol spelen bij de verwezenlijking van de SBA-doelstellingen. Het advies aan de lidstaten is dan ook om op constructieve wijze met dergelijke overheden samen te werken en er vooral voor te zorgen dat het principe „denk eerst klein” een vaste plaats krijgt in de publieke beleidsvorming, zodat overheidsdiensten op alle niveaus ondersteuning kunnen bieden aan ondernemers. |
|
44. |
Het zijn de lokale en regionale overheden die een gunstig klimaat scheppen waarin kleine en middelgrote ondernemingen goed kunnen gedijen, die veel van hun goederen en diensten afnemen en die behalve geld en advies ook allerlei andere vormen van ondersteuning bieden, zoals betaalbare bedrijfsruimte. |
|
45. |
Lokale en regionale overheden zouden hun verantwoordelijkheid met betrekking tot de SBA op zich moeten nemen en waar mogelijk een nog grotere politieke verantwoordelijkheid aan de dag moeten leggen door de kleine en middelgrote ondernemingen te steunen, hen te helpen bij hun problemen, te luisteren naar hun ideeën, tegemoet te komen aan hun behoeften en ruimte te bieden voor groei. |
|
46. |
Dit betekent dat alle lokale en regionale overheden proactief dienen in te spelen op de behoeften van het MKB door:
|
Bevordering van O&O, innovatie en vaardigheden
|
47. |
De SBA moet zich richten op de moeilijkheden rond de overdracht van technologie tussen het hogere onderwijs en het MKB. Voor het behoud van de concurrentiekracht, de ontwikkeling van nieuwe ondernemingsplannen, de bestrijding van werkloosheid en een snellere groei van het MKB moet er absoluut een omgeving en infrastructuur worden gecreëerd waarin kennis van (technologische) innovaties kan worden overgedragen. |
|
48. |
De huidige discussie over onderzoek en ontwikkeling (O&O) en innovatie lijkt te draaien om grote ondernemingen en potentieel krachtige start-ups, waardoor de aandacht te veel uitgaat naar de reeds bestaande economische activiteiten in de grote stedelijke gebieden. De Commissie en de lidstaten zouden de negatieve gevolgen daarvan voor kleine en middelgrote ondernemingen buiten de economische centra moeten aanpakken. |
|
49. |
Aangezien de definitie van „innovatie” in de SBA zeer beperkt is en niet verder strekt dan het terrein van hightech, zou de Commissie dit begrip breder moeten definiëren en moeten verwijzen naar de verschillende niveaus en soorten innovatie die in de hele EU in allerlei bedrijfstakken en activiteiten van het MKB plaatsvindt. |
|
50. |
Het Comité is ingenomen met het plan om de toekomstige behoeften aan vaardigheden in de EU in kaart te brengen, maar dringt er bij de Commissie op aan om dit niet alleen op het niveau van de lidstaten, maar ook op regionaal en eventueel lokaal niveau te doen, aangezien er grote verschillen bestaan tussen de regionale economieën en de eisen omtrent kwalificaties en vaardigheden. |
Milieuproblemen als kansen voor het MKB
|
51. |
De Commissie zou in haar Mededeling moeten verwijzen naar het Ondersteuningsprogramma voor de naleving van milieunormen, om ervoor te zorgen dat de geldende voorschriften in verhouding staan tot de impact die bedrijven hebben op het milieu. |
|
52. |
Via stimulerende maatregelen en een innovatiever gebruik van het fiscale beleid in de lidstaten zou het MKB ertoe kunnen worden aangezet om te investeren in milieuvriendelijke producten en processen, waardoor kleine en middelgrote ondernemingen vaker een beroep zullen doen op dergelijke producten en processen en het bewustzijn hieromtrent toeneemt. |
Brussel, 12 februari 2009.
De voorzitter
van het Comité van de Regio's
Luc VAN DEN BRANDE
(1) Europese Commissie, rondetafel banken en MKB, mei 2007.
(2) Europese Commissie, rondetafel banken en MKB, mei 2007.
(3) De Commissie heeft haar percentage achterstallige betalingen tussen 2005 en 2007 met de helft weten te reduceren. In 2007 kwam echter nog meer dan 22 % van alle betalingen door de Commissie te laat.
(4) Mededeling van de Europese Commissie — Naar clusters van wereldklasse in de Europese Unie (COM(2008) 652).
(5) Werkdocument van de diensten van de Commissie: European code of best practices facilitating access by SMEs to public procurement contracts (Europese gedragscode ter bevordering van de toegang van het MKB tot overheidsopdrachten), SEC(2008) 2193.