52007PC0871

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG, 86/280/EEG en 2000/60/EG /* COM/2007/0871 def. - COD 2006/0129 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 10.1.2008

COM(2007) 871 definitief

2006/0129 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het

gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG, 86/280/EEG en 2000/60/EG

2006/0129 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIEAAN HET EUROPEES PARLEMENTovereenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdragbetreffende het

gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid en tot wijziging van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG, 86/280/EEG en 2000/60/EG

(Voor de EER relevante tekst)

1- ACHTERGROND

Toezending van het voorstel aan het EP en de Raad (document COM(2006) 397 definitief – 2006/0129 COD): | 17 juli 2006 |

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité: | 15 februari 2007 |

Advies van het Europees Parlement in eerste lezing: | 22 mei 2007 |

Aanneming van het gemeenschappelijk standpunt bij gekwalificeerde meerderheid: | 20 december 2007 |

2- DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Het voorstel van de Commissie voor een richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid ("richtlijn inzake prioritaire stoffen") is een dochterrichtlijn van de kaderrichtlijn water – KRW (2000/60/EG). Het doel van het voorstel is:

- milieukwaliteitsnormen vast te stellen voor een aantal stoffen (op basis van artikel 16, lid 7, van de KRW),

- bestaande wetgeving in te trekken (overeenkomstig artikel 16, lid 10, van de KRW) en

- de lijst van prioritaire gevaarlijke stoffen te herzien (op basis van Besluit 2455/2001/EG).

Het voorstel omvat geen aanvullende emissiebeheersingsmaatregelen (in de zin van artikel 16, leden 6 en 8, van de KRW) aangezien de Commissie tussen 2000 en 2006 meer dan 30 communautaire besluiten heeft ingediend betreffende emissiebeheersingsmaatregelen voor deze stoffen (waaronder de verordening inzake de registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen – REACH (Verordening (EG) nr. 1907/2006) en de thematische strategie inzake een duurzaam gebruik van pesticiden (COM(2006) 373 definitief). Samen met de bestaande wetgeving (inclusief de richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (Richtlijn 96/61/EG) hebben de lidstaten voldoende instrumenten om de doelstellingen van de KRW te bereiken. Deze aanpak is beschreven in een mededeling (COM(2006) 398 definitief) betreffende de richtlijn inzake prioritaire stoffen en in de effectbeoordeling (SEC(2006) 947 definitief). Deze benadering en de intrekking van een aantal richtlijnen dragen bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen inzake betere regelgeving.

3 OPMERKINGEN BIJ HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT

3.1 Algemene opmerkingen

De Commissie heeft 29 van de 71 door het Europees Parlement in eerste lezing aangenomen amendementen geheel, gedeeltelijk of in beginsel aanvaard. 22 amendementen zijn nu letterlijk, gedeeltelijk of naar de geest in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt.

De Commissie heeft alle amendementen aanvaard die een verduidelijking van de werkingssfeer van het voorstel beogen. De Commissie heeft geen amendementen aanvaard die extra stoffen aan de lijst toevoegen of die de classificatie van prioritaire gevaarlijke stoffen veranderen. De Commissie is van mening dat dit niet binnen het toepassingsgebied van het voorstel en de desbetreffende bepalingen van het gemeenschapsrecht valt. Verder heeft de Commissie alle amendementen verworpen die de reeds in het kader van de kaderrichtlijn water (2006/60/EG) vervatte verplichtingen herhalen of die van invloed zijn op het initiatiefrecht van de Commissie.

De Raad heeft nu ingestemd een aantal van de amendementen van het Parlement letterlijk, gedeeltelijk of in de geest over te nemen omdat zij een verduidelijking inhouden of het voorstel van de Commissie meer in detail ontwikkelen. De meeste amendementen zijn evenwel niet in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen omdat de Raad net als de Commissie vindt dat deze onnodig en/of ongewenst zijn.

De Commissie is van oordeel dat het op 20 december 2007 bij gekwalificeerde meerderheid aangenomen gemeenschappelijk standpunt de fundamentele benadering en de doelstellingen van het voorstel niet wijzigt, en dat het bijgevolg in zijn huidige vorm kan worden aanvaard.

3.2 Specifieke opmerkingen

3.2.1 Door de Commissie aanvaarde amendementen van het Parlement die volledig, gedeeltelijk of in beginsel in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt

De amendementen 1, 4, 7, 8, 14, 21, 24, 29, 30, 35, 36, 40, 52, en 73 zijn in mindere of meerdere mate in het voorstel verwerkt. Zij geven verduidelijkingen en verdere specificaties, met name over het verband tussen deze richtlijn en de kaderrichtlijn water en andere relevante wetgeving van de Gemeenschap.

3.2.2 Door de Commissie verworpen amendementen van het Parlement die volledig, gedeeltelijk of in beginsel in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt

De amendementen 20 en 66 betreffen een verwijzing naar de kaderrichtlijn water die onverenigbaar is met de in die richtlijn vervatte bepalingen. De Raad heeft de artikelen 1 en 3 duidelijker verwoord om de verwijzingen die betrekking hebben op de amendementen in beginsel te verwerken maar tegelijkertijd de noodzakelijke coherentie te waarborgen. Zo kan het gemeenschappelijk standpunt door de Commissie worden aanvaard.

Met amendement 26 wordt flexibiliteit geboden voor de monitoring van kwaliteitsnormen in sedimenten en/of biota in plaats van water zonder de noodzakelijke duidelijkheid en waarborgen vast te stellen om hetzelfde beschermingsniveau te garanderen. Het nieuwe lid 2 van artikel 3 in het gemeenschappelijk standpunt biedt een oplossing voor deze tekortkomingen en maakt de monitoring van sedimenten en/of biota op duidelijke en transparante wijze mogelijk zodat de Commissie kan verifiëren of de mileubeschermingsdoelstellingen en de voorwaarden in de interne markt in alle lidstaten vergelijkbaar zijn. Zo kan het gemeenschappelijk standpunt door de Commissie worden aanvaard.

De amendementen 32, 33 en 45 belemmeren een passende aanpak en druisen in tegen het initiatiefrecht van de Commissie. Deze aspecten zijn in beginsel in het gemeenschappelijk standpunt verwerkt met de invoering van een nieuw artikel 7 inzake de herziening van de behoefte aan regelmatige emissiebeheersing in de gehele Gemeenschap. Dit sluit aan bij de in artikel 18 van de kaderrichtlijn water vastgestelde verplichtingen en is derhalve voor de Commissie aanvaardbaar.

Krachtens amendement 47 moet de Commissie een verslag opstellen over uit derde landen afkomstige verontreiniging. Het gemeenschappelijk standpunt behandelt dit punt in beginsel in de nieuwe artikelen 6 en 7. Beide artikelen kunnen in beginsel door de Commissie worden aanvaard. De Commissie geeft echter de voorkeur aan een meer verfijnde bewoording, in het bijzonder van artikel 6. Daarmee kan juridische duidelijkheid worden geschapen zodat de bepalingen van Richtlijn 2000/60/EG, in het kader waarvan de lidstaten zich met grensoverschrijdende vervuilingskwesties kunnen bezighouden, duidelijk uiteengezet zijn en gewaarborgd wordt dat de lidstaten de bepalingen van de voorgestelde richtlijn niet schenden.

De amendementen 50 en 51 stellen voor de delen A en B van bijlage I bij het voorstel van de Commissie samen te voegen. Dit is niet aanvaardbaar omdat de kaderrichtlijn water (KRW) andere verplichtingen voorziet, bijvoorbeeld ten aanzien van monitoring, voor de stoffen in de verschillende delen van de bijlagen bij de KRW. In het gemeenschappelijk standpunt zijn de twee delen van de bijlagen samengevoegd maar de verschillende verplichtingen voor de verschillende stoffen in detail gespecificeerd. Hoewel dit minder transparant lijkt, wordt het voorstel van de Commissie daardoor niet inhoudelijk gewijzigd en is het daarom aanvaardbaar.

3.2.3 Door de Commissie en de Raad verworpen amendementen die niet in het gemeenschappelijk standpunt zijn verwerkt

De amendementen 2, 5, 6, 9, 10, 11, 19, 27, 28, 37, 39, 41, 44, 46, 47, 49, 53, 54, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 65, 67, 69, 70, 71, 72, 74 en 76 zijn door beide instellingen verworpen en dus niet in het voorstel verwerkt. Deze amendementen beogen bepaalde stoffen toe te voegen aan de lijst of een aantal prioritaire gevaarlijke stoffen op een andere wijze te classificeren. Verder voeren zij aspecten toe die incoherent zijn of die al zijn voorzien in de bepalingen van de kaderrichtlijn water of andere Gemeenschapswetgeving. Bovendien druisen sommige amendementen in tegen het initiatiefrecht van de Commissie.

3.2.4 Door de Commissie geheel, gedeeltelijk of in beginsel aanvaarde amendementen van het Parlement die evenwel niet in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt

De amendementen 3, 12, 13, 16, 17, 18, 22, 23, 25, 31, 34, 38, 43, 48 en 79 zijn door de Commissie gedeeltelijk of in beginsel aanvaard, maar niet in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen. Hoewel de Commissie instemt met de achterliggende gedachte, beschouwt zij deze amendementen vooral als verduidelijkingen of redactionele aanpassingen van haar voorstel.

De Raad heeft deze amendementen niet in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen omdat hij ze onnodig en/of ongewenst vond.

3.2.5 Aanvullende wijzigingen van het voorstel door de Raad

Met het nieuwe artikel 2 wordt duidelijk dat de definities van Richtlijn 2000/60/EG ook voor deze richtlijn gelden.

Het mandaat van de Commissie voor het wijzigen van delen van de bijlage is vastgesteld in artikel 3, lid 5. In het licht van de recente wijzigingen van Richtlijn 1999/468/EG (zoals gewijzigd bij Richtlijn 2006/512/EG van de Raad) is een regelgevingsprocedure met toetsing ingevoerd.

Ten aanzien van de artikelen 4 (mengzone) en 5 (inventaris) voorzag het voorstel van de Commissie dat de Commissie via de comitéprocedure methodes of richtsnoeren zou goedkeuren. Deze alinea's zijn geschrapt omdat is besloten dat een dergelijke harmonisatie niet nodig is. De Commissie heeft wel verklaard dat zij een informatie-uitwisseling tussen de lidstaten over deze kwesties zal organiseren.

Overweging 25 is ingevoerd om tekst op te nemen over concordantietabellen die aansluit op paragraaf 34 van de interinstitutionele overeenkomsten inzake betere regelgeving.

4- CONCLUSIE

De door de Raad ingevoerde veranderingen dragen bij aan de duidelijkheid van het voorstel en specificeren een aantal bepalingen om de coherentie met de kaderrichtlijn water te waarborgen. De aanvullende bepalingen betreffende monitoring van sedimenten en/of biota zijn aanvaardbaar omdat de Commissie het eens is met de achterliggende gedachte en waarborgt dat de Commissie kan nagaan of de lidstaten hetzelfde beschermingsniveau toepassen en zij aldus de werking van de interne markt waarborgen. De Commissie kan dan ook instemmen met het gemeenschappelijk standpunt.