52007PC0508(02)

Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Beschikking nr. 896/2006/EG tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels /* COM/2007/0508 def. - COD 2007/0186 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 11.9.2007

COM(2007) 508 definitief

2007/0185 (COD)

2007/0186 (COD)

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa, met het oog op doorreis over hun grondgebied

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Beschikking nr. 896/2006/EG tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. INLEIDING

Op 14 juni 2006 hebben het Europees Parlement en de Raad twee beschikkingen aangenomen tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle aan de buitengrenzen van de Unie van onderdanen van derde landen die krachtens Verordening (EG) nr. 539/2001[1] visumplichtig zijn:

- Beschikking nr. 895/2006/EG[2] tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de Tsjechische Republiek, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa, met het oog op doorreis over hun grondgebied, en

- Beschikking nr. 896/2006/EG[3] tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels.

Dit was de eerste keer dat gemeenschappelijke basisregels inzake de eenzijdige erkenning van visa en verblijfstitels in het communautaire acquis inzake visa werden opgenomen.

In Beschikking nr. 895/2006/EG worden de specifieke behoeften op het gebied van het visumbeleid in aanmerking genomen van de lidstaten die in 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, in het bijzonder hun visumbehoeften tijdens de overgangsperiode tot hun volledige integratie in het Schengengebied. Deze beschikking verlicht de aanzienlijke extra administratieve last die voor rekening kwam van de consulaten van deze landen, die nationale doorreisvisa dienden te verlenen voor personen die geen enkel risico voor de lidstaten vormen.

Bij Beschikking nr. 895/2006/EG wordt, zonder dat nieuwe verplichtingen worden opgelegd bovenop die welke in de Toetredingsakte van 2003 zijn vermeld, een op gemeenschappelijke regels gebaseerde facultatieve regeling ingesteld die het die lidstaten mogelijk maakt de controles aan hun buitengrenzen te vereenvoudigen voor onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van bepaalde documenten die zijn afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen alsmede van soortgelijke documenten die zijn afgegeven door andere lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen. De gemeenschappelijke regels zijn van toepassing tot het einde van de overgangsperiode, d.w.z. tot op het ogenblik waarop deze lidstaten volledig aan het gebied zonder binnengrenzen deelnemen, de datum vanaf welke dergelijke documenten verplicht wederzijds moeten worden erkend.

Deze regeling inzake eenzijdige erkenning is beperkt tot de doorreis, die niet langer mag duren dan vijf dagen. Een dergelijke beperking werd noodzakelijk geacht ter voorkoming van elk risico van verwarring of verkeerde tenuitvoerlegging van de huidige Schengenregels inzake visa tot vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een visumaanvraag (hetzij de staat op het grondgebied waarvan het hoofdreisdoel is gelegen hetzij de staat van eerste binnenkomst).

Dezelfde aanpak is gevolgd voor Beschikking nr. 896/2006/EG, waarin de administratieve moeilijkheden in aanmerking worden genomen waarmee de lidstaten te kampen hebben als zij visa moeten afgeven voor onderdanen van derde landen die legaal in Zwitserland en Liechtenstein verblijven. Gelet op de aanzienlijke seizoensgebonden mobiliteit (in de zomervakantieperiode) worden de consulaire diensten van bepaalde lidstaten in Zwitserland en Liechtenstein - die hier in het bijzonder mee te maken hebben wegens hun geografische ligging - geconfronteerd met een zware administratieve last omdat zij in de genoemde periode tijdig de benodigde visa moeten afgeven.

Bij Beschikking nr. 896/2006/EG worden gemeenschappelijke regels ingevoerd voor de eenzijdige erkenning door de lidstaten van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels als gelijkwaardig met hun doorreisvisa. De nieuwe regels zijn verplicht voor lidstaten die volledig aan het gemeenschappelijke gebied zonder binnengrenzen deelnemen en facultatief voor de lidstaten die in 2004 tot de Unie zijn toegetreden. Dit onderscheid werd noodzakelijk geacht om te voorkomen dat aan de nieuwe lidstaten tijdens de overgangsperiode tot hun volledige integratie in het Schengengebied extra verplichtingen worden opgelegd.

Zoals bepaald in artikel 5 van Beschikking nr. 895/2006/EG en in artikel 4 van Beschikking nr. 896/2006/EG[4] hebben de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije de Commissie voor beide beschikkingen in kennis gesteld van hun beslissing de gemeenschappelijke regeling toe te passen. Met name wat Beschikking nr. 895/2006/EG betreft, hebben deze landen ook gekozen voor de eenzijdige erkenning van alle in de bijlage vermelde documenten die worden afgegeven door andere lidstaten die nog niet het hele Schengenacquis volledig toepassen.

De Commissie heeft de verstrekte informatie bekendgemaakt in het Publicatieblad[5]. De begindatum voor de toepassing van de gemeenschappelijke regels verschilt per lidstaat. Omdat de beschikkingen geen specifieke bepalingen omvatten, hebben bepaalde lidstaten gekozen voor onmiddellijke toepassing van de gemeenschappelijke regels (Slovenië en Cyprus), terwijl andere om administratieve redenen hebben besloten op een latere datum met de toepassing ervan te beginnen. De gemeenschappelijke regels gelden sinds 1 december 2006 voor de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije.

Teneinde een doeltreffende toepassing van de gemeenschappelijke regels te waarborgen, hebben de lidstaten (in het kader van de bevoegde werkgroep van de Raad) vragen gesteld over specifieke kwesties in verband met Beschikking nr. 895/2006/EG en de diensten van de Commissie verzocht advies en toelichting te geven over de werkingssfeer van sommige bepalingen.

In antwoord op deze vragen hebben de diensten van de Commissie het doel van de invoering van de gemeenschappelijke regels in herinnering gebracht en de nadruk erop gelegd dat de werkingssfeer ervan beperkt is tot de doorreis. Deze gemeenschappelijke regeling geldt tijdens de overgangsperiode tot de betrokken lidstaten volledig in het Schengengebied zijn geïntegreerd (eerste beschikking) en tot het Schengenacquis volledig door Zwitserland en Liechtenstein wordt toegepast (tweede beschikking).

De diensten van de Commissie legden de nadruk erop dat de invoering van de gemeenschappelijke regels ten doel heeft de doorreis van bepaalde categorieën personen te vereenvoudigen en de consulaten geen onnodige administratieve lasten op te leggen voor visumaanvragers die geen risico voor de lidstaten vormen.

De invoering van deze nieuwe regels heeft geen invloed op de toepassing door de lidstaten van alle andere bepalingen van het communautaire "acquis" inzake visa en buitengrenzen, die van toepassing blijven. Deze gemeenschappelijke regels hebben met name geen invloed op de bepalingen van het "acquis" inzake visa met territoriaal beperkte geldigheid, luchthaventransitvisa of personencontroles aan de buitengrenzen.

Wat dit laatste punt betreft, onderstreepte de Commissie dat de personencontroles aan de buitengrenzen moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de artikelen 5 tot en met 13 en de artikelen 18 en 19 van Verordening (EG) nr. 562/2006[6]. De grenswachters verrichten de controles aan de buitengrenzen met inachtneming van de door de gemeenschappelijke regels ingevoerde vereenvoudiging en voorkomen elk misbruik van de bepalingen van Beschikking nr. 895/2006/EG. Deze controles moeten derhalve evenwichtig zijn en evenredig met de nagestreefde doelstellingen. De grenswachters beoordelen in elk geval afzonderlijk of de onderdanen van derde landen in aanmerking komen voor de vereenvoudigde regels, of zij voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst en of zij de in Beschikking nr. 895/2006/EG vastgestelde doorreistermijn naleven. Afhankelijk van de beoordeling van de grenswachter kan, indien een persoon zich niet houdt aan de toegestane duur van de doorreis, aan die persoon de toegang worden geweigerd. Er kunnen ook andere administratieve maatregelen worden opgelegd, die beter op dit specifieke geval zijn afgestemd (bijv. boetes).

Gezien de positieve ervaring die met deze beide beschikkingen is opgedaan, zou de EU de vereenvoudigde regeling moeten uitbreiden tot Bulgarije en Roemenië, die op 1 januari 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden en nog niet onder de huidige gemeenschappelijke regels vallen. De aan beide bovengenoemde beschikkingen ten grondslag liggende redenen gelden immers evenzeer voor Bulgarije en Roemenië.

Voor deze twee lidstaten is, zoals voor de vorige uitbreiding van 2004, de zogenaamde "uitvoeringsprocedure van Schengen in twee fasen" gevolgd in aangelegenheden die verband houden met het acquis op visumgebied (artikel 4 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (hierna "de Toetredingsakte van 2005" genoemd)). Dit houdt in dat Bulgarije en Roemenië vanaf de datum van toetreding (1.1.2007) de bepalingen van Verordening (EG) 539/2001 moeten toepassen en dus de in bijlage I bij die verordening genoemde onderdanen van derde landen aan een visumplicht moeten onderwerpen, terwijl zij hun nationale visa blijven verlenen tot op de door de Raad te bepalen datum van hun volledige integratie in het Schengengebied. Aangezien de Schengenregels inzake wederzijdse erkenning voor doorreis en kort verblijf niet vanaf hun datum van toetreding van toepassing zijn op Bulgarije en Roemenië, zijn deze lidstaten vanaf 1 januari 2007 verplicht voor toegang tot of doorreis over hun grondgebied nationale visa af te geven aan onderdanen van derde landen die krachtens Verordening (EG) 539/2001 visumplichtig zijn, zelfs als de betrokkenen in het bezit zijn van een Schengenvisum, een Schengenverblijfstitel of een door een Schengenstaat afgegeven visum voor een verblijf van langere duur. Hetzelfde geldt voor vergelijkbare documenten die zijn afgegeven door andere lidstaten die in 2004 tot de Unie zijn toegetreden en het Schengenacquis nog niet volledig toepassen.

Voorts hadden de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, die de algemene regeling van Beschikking nr. 895/2006/EG sinds 1 december 2006 toepassen en die nog niet volledig in het Schengengebied zijn geïntegreerd, niet de mogelijkheid door Bulgarije en Roemenië verleende verblijfstitels en visa eenzijdig voor doorreis over hun grondgebeid te erkennen.

De bestaande regels bieden Bulgarije en Roemenië niet de mogelijkheid door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels te erkennen.

2. TWEE VOORSTELLEN

Bij gebrek aan specifieke bepalingen die het mogelijk maken een passende oplossing te bieden voor de administratieve last waarmee de Bulgaarse en Roemeense consulaten worden geconfronteerd, en teneinde in te spelen op de specifieke behoeften van andere lidstaten na de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie, acht de Commissie het nodig de bij de Beschikkingen nrs. 895/2006/EG en 896/2006/EG vastgestelde algemene regels te herzien.

Daartoe heeft de Commissie rekening gehouden met:

- de specifieke behoeften van Bulgarije en Roemenië op het gebied van het visumbeleid, de nieuwe problemen voor de lidstaten na de recentste uitbreiding en in de periode tot de volledige integratie in het Schengengebied van lidstaten die in 2004 en 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden, en

- de strikte controles en screening waaraan de betrokken onderdanen van derde landen zijn onderworpen door de lidstaat die een visum voor kort verblijf of een verblijfstitel heeft afgegeven, alsmede het lage risico dat deze categorie personen voor andere lidstaten vormt.

Dientengevolge worden hierbij twee instrumenten voorgesteld:

2.1. een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa, met het oog op doorreis over hun grondgebied.

De voorgestelde beschikking is gebaseerd op artikel 62, punt 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en is gericht tot Bulgarije en Roemenië, alsmede tot de lidstaten die hebben besloten Beschikking nr. 895/2006/EG toe te passen.

Aangezien in de tekst van Beschikking (EG) nr. 895/2006/EG bepalingen ontbreken die het na de recentste uitbreiding van de Europese Unie mogelijk maken de vereenvoudigde regeling voor de controles aan de buitengrenzen op bepaalde categorieën personen die in het bezit zijn van bepaalde soorten documenten, uit te breiden, werd het nodig geacht de gemeenschappelijke regels te herzien om in te spelen op de specifieke behoeften die zijn gecreëerd door de toetreding op 1 januari 2007 van Bulgarije en Roemenië.

Bij de uitbreiding van de regeling inzake de eenzijdige erkenning door een communautair instrument worden aan de lidstaten geen nieuwe verplichtingen opgelegd die bovenop die zouden komen die zijn vermeld in de Toetredingsakte van 2003 en in de Toetredingsakte van 2005. Deze uitbreiding zou derhalve geen afwijking van deze twee toetredingsverdragen vormen.

De voorgestelde regeling zal op facultatieve basis worden toegepast: de betrokken lidstaten hebben de mogelijkheid het nieuwe instrument toe te passen of zij kunnen nationale visa blijven afgeven zoals voorgeschreven door de toetredingsverdragen.

Het nieuwe voorstel moet het Bulgarije en Roemenië, die in 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden, mogelijk maken visa en verblijfstitels die zijn afgegeven door Schengenstaten, alsmede vergelijkbare documenten die zijn afgegeven door deze twee landen en door in 2004 tot de Unie toegetreden lidstaten die nog niet volledig in het Schengengebied zijn geïntegreerd, eenzijdig te erkennen als gelijkwaardig met hun nationale visa.

Voorts zouden lidstaten die beslissen Beschikking nr. 895/2006/EG toe te passen en die nog niet volledig in het gebied zonder binnengrenzen zijn geïntegreerd, de mogelijkheid moeten hebben door Bulgarije en Roemenië afgegeven visa en verblijfstitels eenzijdig te erkennen. Lidstaten die niet hebben besloten Beschikking nr. 895/2006/EG toe te passen, zouden niet de mogelijkheid moeten hebben de onderhavige beschikking toe te passen, aangezien zij van mening zijn dat alleen verblijfstitels en visa die zijn afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, geacht kunnen worden voor doorreis gelijkwaardig met hun eigen nationale visa te zijn.

De vereenvoudigde regeling is gebaseerd op de overweging dat de onderdanen van derde landen voor wie de regeling zou gelden reeds door een lidstaat aan een strikt screeningproces zijn onderworpen en niet als een gevaar voor de openbare orde of als een risico op het gebied van illegale immigratie worden beschouwd.

Deze regeling geldt tot het einde van de overgangsperiode en tot de betrokken lidstaten volledig aan het gebied zonder binnengrenzen deelnemen, de datum vanaf welke dergelijke documenten verplicht wederzijds dienen te worden erkend.

Zoals in Beschikking nr. 895/2006/EG wordt de erkenningsregeling beperkt tot doorreis over het grondgebied van de betrokken lidstaat. De verblijfsduur mag niet meer dan 5 dagen per doorreis bedragen. Het is niet de bedoeling deze regeling in de plaats te stellen van de afgifte door de betrokken lidstaten van nationale visa voor kort verblijf. Voorts hebben deze lidstaten, overeenkomstig de geldende voorschriften, de mogelijkheid nationale meervoudige visa voor kort verblijf af te geven die één of verscheidene jaren geldig zijn, om de mobiliteit te vergemakkelijken van onderdanen van derde landen die houder zijn van Schengendocumenten, die vaak naar hun grondgebied moeten reizen.

De voor de erkenningsregeling in aanmerking genomen documenten zijn:

- het eenvormige visum dat door een Schengenstaat is afgegeven overeenkomstig de gemeenschappelijke regels die zijn vastgelegd in de Gemeenschappelijke instructies aan de diplomatieke en consulaire beroepsposten (doorreisvisum, visum voor kort verblijf of reisvisum, collectief visum);

- de nationale visa voor een verblijf van langere duur die door een Schengenstaat zijn afgegeven overeenkomstig zijn nationale wetgeving;

- de door een Schengenstaat afgegeven verblijfstitels die zijn vermeld in bijlage IV bij de Gemeenschappelijke instructies aan de diplomatieke en consulaire beroepsposten, waarin de lijst is opgenomen van de documenten die de houders ervan het recht geven het Schengengebied binnen te komen zonder visum;

- de nationale visa voor kort verblijf, de nationale visa voor een verblijf van langere duur en de verblijfstitels die zijn afgegeven door een lidstaat die in 2004 tot de Europese Unie is toegetreden en die zijn opgesomd in de bijlage bij Beschikking nr. 895/2006/EG;

- de nationale visa voor kort verblijf, de nationale visa voor een verblijf van langere duur en de verblijfstitels die zijn afgegeven door Bulgarije en Roemenië.

Als Bulgarije en Roemenië ervoor kiezen de algemene regeling toe te passen, moeten zij alle documenten accepteren die zijn afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, en derhalve elk onderscheid ten aanzien van de afgevende overheid voorkomen.

De betrokken lidstaten moeten hun beslissing ter kennis van de Commissie brengen. De Commissie publiceert deze informatie in het Publicatieblad van de Europese Unie en zorgt er op die manier voor dat het hele systeem transparant is. De lidstaten kunnen onderdanen van derde landen die gesignaleerd staan op hun nationale signaleringslijst niettemin de toegang tot hun grondgebied weigeren.

Dit instrument zal via de medebeslissingsprocedure worden aangenomen.

2.2 . een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Beschikking nr. 896/2006/EG tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels.

Dit voorstel voor een beschikking is gebaseerd op artikel 62, punt 2, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

In de voorgestelde beschikking wordt rekening gehouden met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie in januari 2007. Met het voorstel wordt beoogd Beschikking nr. 896/2006/EG te wijzigen, teneinde Bulgarije en Roemenië de mogelijkheid te geven voor de controle van personen aan hun buitengrenzen een vereenvoudigde regeling toe te passen, die is gebaseerd op de regeling inzake de eenzijdige erkenning door deze twee lidstaten van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels die zijn opgesomd in de bijlage bij Beschikking nr. 986/2006/EG. De voorgestelde beschikking is gebaseerd op de overweging dat onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van een verblijfstitel van Zwitserland en Liechtenstein geen bedreiging voor de openbare orde van de lidstaten of risico op het gebied van illegale immigratie vormen.

De erkenning is beperkt tot de doorreis. Wanneer Bulgarije en Roemenië besluiten deel te nemen aan de beschikking van het Europees Parlement en de Raad die hen de mogelijkheid geeft door Schengenstaten en andere lidstaten afgegeven documenten met het oog op doorreis eenzijdig te erkennen als gelijkwaardig met nationale visa, is de toepassing van dit instrument facultatief tijdens de overgangsperiode tot de door de Raad voor hun volledige integratie in het Schengengebied vast te stellen datum.

Bulgarije en Roemenië kunnen beslissen of zij aan de erkenningsregeling zullen deelnemen en moeten hun beslissing ter kennis van de Europese Commissie brengen. De Commissie zorgt voor de publicatie van de relevante informatie.

Het voorgestelde systeem heeft geen enkele invloed op de regels van het Schengenacquis met betrekking tot de procedures en controles die vereist zijn voor het overschrijden van de buitengrenzen.

Aangezien het voorgestelde systeem beperkt is tot doorreis, heeft het geen invloed op de mogelijkheid van Bulgarije en Roemenië om meervoudige visa voor kort verblijf af te geven die een of verscheidene jaren geldig zijn, om de mobiliteit te vergemakkelijken van onderdanen van derde landen die houder zijn van door Zwitserland of Liechtenstein afgegeven verblijfstitels.

Dit instrument zal via de medebeslissingsprocedure worden aangenomen.

3. SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Overeenkomstig artikel 5 van het EG-Verdrag "[gaat] het optreden van de Gemeenschap [...] niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van dit Verdrag te verwezenlijken". Voor het optreden van de Gemeenschap moet de eenvoudigste vorm worden gekozen die het mogelijk maakt de doelstelling van het voorstel te verwezenlijken en dit zo doeltreffend mogelijk ten uitvoer te leggen. In die geest zijn voor de herziening van de gemeenschappelijke regels voor de regeling inzake eenzijdige erkenning die is ingesteld bij de Beschikkingen nrs. 895/2006/EG en 896/2006/EG, de volgende voorgestelde rechtsinstrumenten gekozen:

- een beschikking die Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije de mogelijkheid biedt eenzijdig bepaalde documenten met het oog op doorreis over hun grondgebied als gelijkwaardig met hun nationale visa te erkennen tijdens de overgangsperiode tot de volledige integratie van deze lidstaten in het gemeenschappelijke gebied zonder binnengrenzen. Deelneming aan de regeling is facultatief;

- een wijziging van Beschikking nr. 896/2006/EG tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels. De voorgestelde wijziging heeft de uitbreiding tot Bulgarije en Roemenië ten doel van de vereenvoudigde regeling voor doorreis over hun grondgebied door af te zien van doorreisvisa voor houders van dergelijke verblijfstitels die door deze twee landen zijn afgegeven.

Deelneming aan de erkenningsregeling is voor de lidstaten die in 2004 en 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden facultatief tijdens de overgangsperiode tot op de datum waarop deze lidstaten volledig in het gemeenschappelijke gebied zonder binnengrenzen zijn geïntegreerd, de datum vanaf welke de regeling van wederzijdse erkenning verplicht wordt tussen de lidstaten die volledig deelnemen aan het gebied zonder binnengrenzen.

Het doel dat met bovengenoemde voorstellen wordt nagestreefd, namelijk de tijdelijke invoering van gemeenschappelijke regels inzake de eenzijdige erkenning door Bulgarije, Roemenië en andere lidstaten die Beschikking nr. 895/2006/EG reeds toepassen alsmede de uitbreiding tot Bulgarije en Roemenië van een gemeenschappelijke regeling voor de eenzijdige erkenning van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels, kan slechts via een optreden van de Gemeenschap worden bereikt, aangezien geen enkele lidstaat de mogelijkheid heeft louter nationale maatregelen te nemen die het gewenste effect zouden hebben.

Voor het communautaire optreden is gekozen voor maatregelen die het mogelijk zullen maken het beoogde doel te bereiken en het voorstel zo doeltreffend mogelijk ten uitvoer te leggen. In die geest is, zoals voor de twee beschikkingen van 14 juni 2006, voor twee verschillende rechtsinstrumenten gekozen waarin de aangegeven doelstellingen in aanmerking zijn genomen. Voor het eerste voorstel is een beschikking van het Europees Parlement en de Raad het passende rechtsinstrument voor de facultatieve toepassing door de betrokken lidstaten van gemeenschappelijke regels inzake eenzijdige erkenning, die een tijdelijke afwijking van de bestaande regels inzake wederzijdse erkenning vormen. Voor het tweede voorstel is gekozen voor de wijziging van Beschikking nr. 896/2006/EG door een nieuwe beschikking van het Europees Parlement en de Raad, met het doel de gemeenschappelijk regels uit te breiden en het Bulgarije en Roemenië mogelijk te maken bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfsvergunningen eenzijdig te erkennen.

4. GEVOLGEN MET BETREKKING TOT DE VERSCHILLENDE AAN HET VERDRAG GEHECHTE PROTOCOLLEN

De voorgestelde eerste beschikking van het Europees Parlement en de Raad is uitsluitend gericht tot Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije en stelt een specifieke overgangsregeling in die het hen mogelijk maakt bepaalde door de lidstaten afgegeven documenten eenzijdig als gelijkwaardig met hun nationale doorreisvisa te erkennen. De voorgestelde beschikking is facultatief en zou door de betrokken lidstaten worden toegepast tot op de door de Raad overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003 en artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005 te bepalen datum.

De bij dit voorstel ingestelde regeling kan, gezien de aard ervan, geen betrekking hebben op de variabele toestand die voortvloeit uit de protocollen betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken.

Deze beschikking, die uitsluitend is gericht tot de lidstaten die door het Schengenacquis zijn gebonden zonder reeds volledig in het gemeenschappelijke gebied zonder binnengrenzen te zijn geïntegreerd, vormt geen ontwikkeling van het Schengenacquis in de zin van de op 18 mei 1999 tussen de Raad, Noorwegen en IJsland ondertekende overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[7]. Ter wille van de samenhang en de goede werking van de Schengenregeling heeft deze beschikking echter ook betrekking op door Noorwegen en IJsland afgegeven visa, aangezien deze landen betrokken zijn bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis en het Schengenacquis volledig toepassen.

Deze beschikking, die uitsluitend is gericht tot de lidstaten die door het Schengenacquis zijn gebonden zonder reeds volledig in het gemeenschappelijke gebied zonder binnengrenzen te zijn geïntegreerd, vormt geen ontwikkeling van het Schengenacquis in de zin van de overeenkomst die door de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat is ondertekend inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[8] dat valt onder het gebied bedoeld in artikel 4, lid 1, van het besluit van de Raad betreffende de ondertekening van de overeenkomst namens de Europese Gemeenschap en de voorlopige toepassing ervan.

De voorgestelde beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Beschikking nr. 896/2006/EG is gericht tot Bulgarije en Roemenië, teneinde deze twee lidstaten de mogelijkheid te bieden bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels eenzijdig als gelijkwaardig met hun doorreisvisa te erkennen. De bij dit voorstel vastgestelde regeling kan, gezien de aard ervan, geen betrekking hebben op de variabele toestand die voortvloeit uit de protocollen betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken.

De beschikking vormt geen ontwikkeling van het Schengenacquis in de zin van de op 18 mei 1999 tussen de Raad, Noorwegen en IJsland ondertekende overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, aangezien het nieuwe element dat bij deze beschikking wordt ingevoerd betrekking heeft op de uitbreiding tot Bulgarije en Roemenië van de vereenvoudigde regeling van Beschikking nr. 896/2006/EG zonder dat de basisregels en de basisbeginselen worden gewijzigd.

2007/0185 (COD)

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa, met het oog op doorreis over hun grondgebied

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, punt 2,

Gezien het voorstel van de Commissie[9],

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (hierna "de Toetredingsakte van 2005" genoemd) moeten Bulgarije en Roemenië die op 1 januari 2007 tot de Unie zijn toegetreden, de onderdanen van de derde landen die zijn opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld[10], aan een visumplicht onderwerpen.

(2) Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005 zijn de bepalingen van het Schengenacquis over de voorwaarden en criteria voor het verlenen van eenvormige visa voor kort verblijf en de bepalingen over wederzijdse erkenning van visa en over de gelijkwaardigheid van verblijfstitels en visa in Bulgarije en Roemenië slechts toepasselijk op grond van een daartoe strekkend besluit van de Raad. Zij zijn echter verbindend voor deze lidstaten vanaf de datum van toetreding.

(3) Om die reden moeten Bulgarije en Roemenië voor toegang tot of doorreis op hun grondgebied nationale visa verlenen aan onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van een uniform visum, een visum voor verblijf van langere duur of een verblijfstitel, verleend door een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast, of van een soortgelijk document afgegeven door een lidstaat die het Schengenacquis nog niet volledig toepast.

(4) Personen in het bezit van documenten die zijn verstrekt door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen en van soortgelijke documenten die zijn verstrekt door lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen, vormen geen enkel risico voor Bulgarije en Roemenië, aangezien zij door andere lidstaten aan alle noodzakelijke controles zijn onderworpen. Om Bulgarije en Roemenië niet onnodig administratief te belasten, moeten de gemeenschappelijke regels die zijn ingevoerd bij Beschikking nr. 895/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de Tsjechische Republiek, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije van bepaalde documenten als gelijkwaardig met hun nationale visa, met het oog op doorreis over hun grondgebied[11] tot deze landen worden uitgebreid.

(5) De nieuwe gemeenschappelijke regels bieden Bulgarije en Roemenië de mogelijkheid bepaalde documenten die zijn afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, soortgelijke door hen afgegeven documenten en in de bijlage bij Beschikking nr. 895/2006/EG vermelde documenten die zijn afgegeven door lidstaten die in 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, eenzijdig als gelijkwaardig met hun nationale visa te erkennen en om op basis van deze eenzijdige gelijkwaardigheid een vereenvoudigde regeling voor personencontroles aan de buitengrenzen in te stellen.

(6) Aangezien de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije de Commissie in kennis hebben gesteld van hun beslissing de bij Beschikking nr. 895/2006/EG ingestelde vereenvoudigde regeling toe te passen, moeten de nieuwe gemeenschappelijke regels deze lidstaten ook de mogelijkheid bieden door Bulgarije en Roemenië verleende visa en verblijfstitels voor doorreis over hun grondgebied als gelijkwaardig met hun nationale visa te erkennen.

(7) De nieuwe gemeenschappelijk regeling moet tijdelijk van toepassing zijn tot op de datum die wordt bepaald in een besluit van de Raad, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, eerste alinea, van de Toetredingsakte van 2003 en artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005.

(8) Documenten mogen alleen worden erkend met het oog op doorreis over het grondgebied van Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije. De deelname aan de gemeenschappelijke regeling moet facultatief zijn, zonder dat aan de lidstaten extra verplichtingen worden opgelegd bovenop die welke zijn vastgelegd in de Toetredingsakte van 2003 en in de Toetredingsakte van 2005.

(9) De gemeenschappelijke regels moeten van toepassing zijn op eenvormige visa voor kort verblijf, visa voor verblijf van langere duur en verblijfstitels die zijn verleend door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, op soortgelijke documenten die zijn verleend door lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen, alsook op eenvormige visa voor kort verblijf, visa voor verblijf van langere duur en verblijfstitels die zijn verleend door Bulgarije en Roemenië.

(10) Aan de voorwaarden voor binnenkomst zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)[12] moet zijn voldaan, behalve aan die van artikel 5, lid 1, onder b), voor zover deze beschikking tot uitbreiding van de in Beschikking nr. 895/2006/EG vastgestelde gemeenschappelijke regels een regeling van eenzijdige erkenning door Bulgarije en Roemenië instelt waarbij bepaalde documenten die zijn afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, soortgelijke documenten afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen, alsook visa voor kort verblijf, visa voor verblijf van langere duur en verblijfstitels die door Bulgarije en Roemenië zijn verstrekt als gelijkwaardig worden beschouwd met het oog op doorreis, en voor zover zij de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, die de bij Beschikking nr. 895/2006/EG ingestelde vereenvoudigde regeling toepassen, bovendien de mogelijkheid biedt soortgelijke documenten die door Bulgarije en Roemenië zijn verstrekt, te erkennen.

(11) Daar de doelstelling van deze beschikking, namelijk het instellen van een regeling van eenzijdige erkenning die moet worden toegepast door de lidstaten die in 2004 en 2007 tot de Unie zijn toegetreden, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang en de gevolgen van de actie beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde subsidiariteitsbeginsel, gaat deze beschikking niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(12) Deze beschikking houdt geen verdere ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de overeenkomst die door de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen is afgesloten inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, aangezien ze alleen betrekking heeft op de lidstaten die in 2004 en 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden die het Schengenacquis nog niet volledig uitvoeren. Maar in het belang van de samenhang en goede werking van het systeem van Schengen, geldt deze beschikking ook voor visa en verblijfstitels die zijn afgegeven door derde landen die hun medewerking aan de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis verlenen en het Schengenacquis volledig uitvoeren, zoals IJsland en Noorwegen.

(13) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, nemen deze lidstaten geen deel aan de aanneming van deze beschikking.

(14) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken geen deel aan de aanneming van deze beschikking,

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij deze beschikking wordt een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen ingesteld, die:

- Bulgarije en Roemenië de mogelijkheid biedt om de documenten bedoeld in de artikelen 2 en 3, en die bedoeld in artikel 4 die door deze twee landen zijn afgegeven aan onderdanen van derde landen die krachtens Verordening (EG) nr. 539/2001 visumplichtig zijn, met het oog op doorreis eenzijdig als gelijkwaardig met hun nationale visa te erkennen;

- de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, die de Commissie in kennis hebben gesteld van hun beslissing de bij Beschikking nr. 895/2006/EG ingestelde vereenvoudigde regeling toe te passen, de mogelijkheid biedt om de documenten bedoeld in artikel 4 die door Bulgarije en Roemenië zijn afgegeven aan onderdanen van derde landen die krachtens Verordening (EG) nr. 539/2001 visumplichtig zijn, met het oog op doorreis eenzijdig als gelijkwaardig met hun nationale visa te erkennen.

Artikel 2

1. Bulgarije en Roemenië mogen de volgende documenten die zijn afgegeven door de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen, voor doorreis als gelijkwaardig met hun nationale visa beschouwen, ongeacht de nationaliteit van de houders:

i) een “eenvormig visum” als bedoeld in artikel 10 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst;

ii) een “visum voor verblijf van langere duur” als bedoeld in artikel 18 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst;

iii) een “verblijfstitel” zoals opgenomen in bijlage IV bij de Gemeenschappelijke Visuminstructies.

2. Wanneer Bulgarije en Roemenië beslissen om deze beschikking toe te passen, moeten zij alle in lid 1 bedoelde documenten erkennen, ongeacht welke staat het document heeft afgegeven.

Artikel 3

Wanneer Bulgarije en Roemenië beslissen artikel 2 toe te passen, mogen zij daarnaast ook de nationale visa voor kort verblijf, visa voor een verblijf van langere duur en verblijfstitels die zijn verleend door een of meer andere lidstaten die in 2004 tot de Unie zijn toegetreden en het Schengenacquis nog niet volledig toepassen, voor doorreis als gelijkwaardig met hun nationale visa erkennen.

Documenten die zijn afgegeven door lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen en die kunnen worden erkend, zijn vermeld in de bijlage bij Beschikking nr. 895/2006/EG.

Artikel 4

Daarnaast mogen Bulgarije en Roemenië ook door hen afgegeven nationale visa voor kort verblijf, visa voor een verblijf van langere duur en verblijfstitels voor doorreis als gelijkwaardig met hun nationale visa erkennen.

Door Bulgarije en Roemenië afgegeven documenten die overeenkomstig deze beschikking kunnen worden erkend, zijn in de bijlage vermeld.

Artikel 5

De Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije mogen ook in de bijlage bij deze beschikking vermelde Bulgaarse en Roemeense documenten voor doorreis erkennen.

Artikel 6

Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije mogen documenten voor doorreis alleen als gelijkwaardig met hun nationale visa erkennen als de doorreis van de onderdaan van een derde land over hun grondgebied niet langer duurt dan vijf dagen.

De in de artikelen 2, 3 en 4 bedoelde documenten moeten minstens geldig zijn voor de duur van de doorreis.

Artikel 7

Wanneer Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije beslissen deze beschikking toe te passen, stellen zij de Commissie hiervan in kennis binnen 10 werkdagen na de datum van inwerkingtreding van deze beschikking. De Commissie publiceert de door deze lidstaten verstrekte informatie in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 8

Deze beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing tot de datum die bij het overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005 vastgestelde besluit van de Raad wordt bepaald.

Artikel 9

Deze beschikking is gericht tot Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Cyprus, Hongarije, Letland, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije.

Gedaan te Brussel, […]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

[…]

BIJLAGE

Lijst van door BULGARIJE afgegeven documenten

- Visa

1. Виза за летищен транзит (виза вид "А") – Transitvisum voor luchthavens (type „A”)

2. Визи за транзитно преминаване (виза вид "B") - Doorreisvisum (type „B”)

- Еднократна транзитна виза – Doorreisvisum voor een enkele doorreis

- Двукратна транзитна виза – Doorreisvisum voor twee doorreizen

- Многократна транзитна виза – Meervoudig doorreisvisum

3. Визи за краткосрочно пребиваване (виза вид "C") – Visum voor kort verblijf (type „C”)

- Еднократна входна виза – Visum voor eenmalige inreis

- Многократна входна виза – Meervoudig inreisvisum

4. Виза за дългосрочно пребиваване (виза вид "D") – Visum voor verblijf van langere duur (type „D”)

- Verblijfstitels

1. Карта на продължително пребиваващ в Република България чужденец – Verblijfstitel voor verblijf van langere duur

2. Карта на постоянно пребиваващ в Република България чужденец – Permanente verblijfstitel

3. Карта на бежанец – Verblijfstitel voor vluchtelingen

4. Удостоверение за пътуване зад граница на чужденец с хуманитарен статут – Verblijfstitel voor een onderdaan van een derde land aan wie door de Republiek Bulgarije een status van humanitaire bescherming is verleend

Lijst van door ROEMENIË afgegeven documenten

- Visa

- viză de tranzit, identificată prin simbolul B (doorreisvisum, symbool B)

- viză de scurtă şedere, identificată prin simbolul C (visum voor kort verblijf, symbool C)

- viză de lungă şedere, identificată prin unul dintre următoarele simboluri, în funcţie de activitatea pe care urmează să o desfăşoare în România străinul căruia i-a fost acordată:

i) desfăşurarea de activităţi economice, identificată prin simbolul D/AE

ii) desfăşurarea de activităţi economice, identificată prin simbolul D/AP

iii) desfăşurarea de activităţi economice, identificată prin simbolul D/AC

iv) angajare în munca, identificată prin simbolul D/AM

v) studii, identificată prin simbolul D/SD

vi) reîntregirea familiei, identificată prin simbolul D/VF

vii) intrarea în România a străinilor căsătoriţi cu cetăţeni români, identificată prin simbolul D/CR

viii) activităţi religioase sau umanitare, identificată prin simbolul D/RU

ix) viză diplomatică şi viză de serviciu, identificată prin simbolul DS

x) alte scopuri, identificată prin simbolul D/AS

(visum voor verblijf van langere duur, dat een van de volgende symbolen draagt naar gelang van de activiteit die door de vreemdeling aan wie het visum wordt verstrekt in Roemenië zal worden uitgeoefend:

i) economische activiteiten, symbool D/AE

ii) beroepsactiviteiten, symbool D/AP

iii) commerciële activiteiten, symbool D/AC

iv) arbeid in loondienst, symbool D/AM

v) studies, symbool D/SD

vi) gezinshereniging, symbool D/VF

vii) binnenkomst op Roemeens grondgebied van een vreemdeling die is gehuwd met een Roemeense onderdaan, symbool D/CR

viii) religieuze of humanitaire activiteiten, symbool D/RU

ix) diplomatiek visum en dienstvisum, symbool DS

x) andere redenen, symbool D/AS)

- Verblijfstitels

- Permis de şedere temporară (tijdelijke verblijfstitel)

- Permis de şedere permanentă (permanente verblijfstitel)

- Carte de rezidenţă - pentru străinii membri de familie ai cetăţenilor români (verblijfskaart – voor vreemdelingen die geen gezinsleden van Roemeense onderdanen zijn)

- Carte de rezidenţă permanentă - pentru străinii membri de familie ai cetăţenilor români (permanente verblijfskaart – voor vreemdelingen die gezinsleden van Roemeense onderdanen zijn)

2007/0186 (COD)

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Beschikking nr. 896/2006/EG tot instelling van een vereenvoudigde regeling voor de controle van personen aan de buitengrenzen, gebaseerd op de eenzijdige erkenning door de lidstaten, met het oog op doorreis over hun grondgebied, van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 62, punt 2, onder a),

Gezien het voorstel van de Commissie[13],

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Beschikking nr. 896/2006/EG worden gemeenschappelijke regels vastgesteld inzake de eenzijdige erkenning door de lidstaten van bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels, die een vereenvoudigde regeling mogelijk maken voor de controles aan de buitengrenzen van onderdanen van derde landen die in het bezit zijn van deze documenten.

(2) Door de uitvoeringsprocedure van het Schengenacquis in twee fasen moeten de lidstaten die op 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, vanaf die datum nationale visa verlenen aan onderdanen van derde landen die een door Zwitserland of Liechtenstein afgegeven verblijfstitel bezitten en krachtens Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad visumplichtig zijn. Deze verplichting betekende een extra administratieve last voor de consulaten van deze lidstaten in Zwitserland en Liechtenstein.

(3) Het leek niet noodzakelijk om van deze categorie personen te eisen dat zij over een visum beschikken, aangezien zij voor de lidstaten een laag risico voor illegale immigratie vormen.

(4) Aangezien dezelfde redenering geldt voor Bulgarije en Roemenië, moet de bij Beschikking nr. 896/2006/EG[14] ingestelde vereenvoudigde regeling worden uitgebreid tot Bulgarije en Roemenië.

(5) Een dergelijke wijziging van Beschikking nr. 896/2006/EG moet Bulgarije en Roemenië, wanneer zij beslissen Beschikking nr. …./2007/EG toe te passen, de mogelijkheid bieden de door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels die zijn vermeld in de bijlage bij Beschikking nr. 896/2006/EG met het oog op doorreis eenzijdig als gelijkwaardig met hun nationale visa te erkennen.

(6) De erkenning dient beperkt te zijn tot doorreis over het grondgebied van Bulgarije en Roemenië, zonder de mogelijkheid van deze twee lidstaten om visa voor een kort verblijf te verlenen, aan te tasten.

(7) De mogelijkheid voor Bulgarije en Roemenië om deze beschikking niet toe te passen moet worden beperkt tot de overgangsperiode tot de door de Raad overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005 vast te stellen datum.

(8) Aan de voorwaarden voor binnenkomst zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)[15] moet zijn voldaan, behalve aan de voorwaarde van artikel 5, lid 1, onder b), voor zover deze beschikking een regeling instelt voor het gelijkstellen van door Bulgarije en Roemenië verleende doorreisvisa en bepaalde door Zwitserland en Liechtenstein afgegeven verblijfstitels.

(9) Daar de doelstelling van het overwogen optreden rechtstreeks op het communautaire “acquis” inzake visa betrekking heeft en niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, en derhalve wegens de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze beschikking niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(10) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, nemen deze lidstaten geen deel aan de aanneming van deze beschikking.

(11) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken geen deel aan de aanneming van deze beschikking; deze beschikking is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken,

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

De volgende bepaling wordt als derde alinea toegevoegd aan artikel 2 van Beschikking nr. 896/2006/EG:

"Wanneer Bulgarije en Roemenië beslissen Beschikking nr. …./2007/EG toe te passen, hebben zij de mogelijkheid de in de bijlage bij deze beschikking vermelde verblijfstitels eenzijdig als gelijkwaardig met hun nationale doorreisvisa te erkennen tot de door de Raad overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Bulgarije en Roemenië en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, vast te stellen datum."

Artikel 2

Wanneer Bulgarije en Roemenië beslissen om deze beschikking toe te passen, stellen zij de Commissie hiervan in kennis binnen 10 werkdagen na de datum van inwerkingtreding van deze beschikking. De Commissie publiceert de door Bulgarije en Roemenië verstrekte informatie in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de Bulgarije en Roemenië.

Gedaan te Brussel, […]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

[…]

[1] PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1932/2006 (PB L 405 van 30.12.2006, blz. 23).

[2] PB L 167 van 20.6.2006, blz. 1.

[3] PB L 167 van 20.6.2006, blz. 8.

[4] De in 2004 tot de Europese Unie toegetreden lidstaten dienden de Commissie uiterlijk op 1 augustus 2006 in kennis te stellen van hun beslissing de gemeenschappelijke regels toe te passen.

[5] PB C 251 van 17.10.2006, blz. 20.

[6] Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode), PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1.

[7] PB L 176 van 10.7.1999, blz. 35.

[8] Document 13054/04 van de Raad.

[9] PB C […] van […], blz. […].

[10] PB L 81 van 21.3.2001. Verordening als laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1932/2006 (PB L 405 van 30.12.2006, blz 23).

[11] PB L 167 van 20.6.2006, blz. 1.

[12] PB L 105 van 13.4.2006, blz.1.

[13] PB C […] van […], blz. […].

[14] PB L 167 van 20.6.2006.

[15] PB L 105 van 13.4.2006, blz.1.