52007PC0260




[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 16.5.2007

COM(2007) 260 definitief

2007/0093 (CNB)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 974/98 in verband met de invoering van de euro in Malta

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. achtergrond van het voorstel

Op 16 mei 2007 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een voorstel voor een beschikking van de Raad overeenkomstig artikel 122, lid 2, van het EG-Verdrag, waarin wordt bepaald dat Malta voldoet aan de nodige voorwaarden voor de aanneming van de eenheidsmunt en dat de derogatie van Malta met ingang van 1 januari 2008 wordt ingetrokken.

In geval van een positief besluit zal de Raad vervolgens de overige maatregelen moeten nemen die voor de invoering van de euro in Malta noodzakelijk zijn.

Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad over de invoering van de euro[1] regelt de oorspronkelijke invoering van de euro in de eerste groep lidstaten van het eurogebied en in Griekenland[2]. Deze verordening werd gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2169/2005 om toekomstige uitbreidingen van het eurogebied voor te bereiden, alsook bij Verordening (EG) nr. 1647/2006 om Slovenië te bestrijken, die op 1 januari 2007 de euro heeft aangenomen. Op 16 mei 2007 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 974/98 om het toepassingsgebied van deze verordening uit te breiden tot Cyprus, dat, na intrekking van de derogatie van het land met ingang van 1 januari 2008, op die datum de euro zal aannemen.

Opdat Malta eveneens onder Verordening (EG) nr. 974/98 valt, dient in deze verordening een verwijzing naar de betrokken lidstaat te worden ingevoegd. Met dit voorstel worden de nodige wijzigingen in de verordening in kwestie aangebracht.

In het overgangsplan van Malta wordt gepreciseerd dat het zogeheten "big bang"-scenario zal worden toegepast, hetgeen betekent dat het invoeren van de euro als munteenheid van Malta en het in omloop brengen van eurobankbiljetten en -munten in deze lidstaat zullen samenvallen.

2. Juridische aspecten

2.1. Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor het onderhavige voorstel is artikel 123, lid 5, van het EG-Verdrag, dat machtiging verleent voor het nemen van de overige maatregelen die nodig zijn voor de invoering van de euro in de lidstaat waarvan de derogatie overeenkomstig artikel 122, lid 2, van het EG-Verdrag is ingetrokken.

De Raad handelt met eenparigheid van stemmen van de lidstaten zonder derogatie en de betrokken lidstaat op voorstel van de Commissie en na raadpleging van de ECB.

2.2. Subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel

Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Dit initiatief gaat niet verder dan hetgeen nodig is om de doelstelling ervan te bereiken. Bijgevolg is het in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

2.3. Keuze van het rechtsinstrument

Als rechtsinstrument is een verordening gekozen omdat dit het enige geschikte rechtsinstrument is om Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad over de invoering van de euro te wijzigen.

3. Gevolgen voor de begroting

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap.

4. Artikelsgewijze toelichting

4.1. Artikel 1

In artikel 1, onder a), en in artikel 1 bis van Verordening (EG) nr. 974/98 is bepaald dat in de tabel in de bijlage bij deze verordening de deelnemende lidstaten worden vermeld en tevens voor elk van deze deelnemende lidstaten de datum waarop de euro wordt ingevoerd, de datum waarop naar de chartale euro wordt omgeschakeld, en de eventuele geleidelijkeaanpassingsperiode worden vastgesteld. Volgens artikel 1, onder i), van Verordening (EG) nr. 974/98 kan een geleidelijkeaanpassingsperiode alleen gelden in lidstaten waar de datum waarop de euro wordt ingevoerd en de datum waarop naar de chartale euro wordt omgeschakeld, samenvallen. Dit was niet het geval voor de elf lidstaten die de euro op 1 januari 1999 hebben ingevoerd en voor Griekenland, die de euro op 1 januari 2001 heeft aangenomen. In Slovenië vielen de datum waarop de euro is ingevoerd en de datum waarop naar de chartale euro is omgeschakeld, wel samen (1 januari 2007), maar het land heeft van een geleidelijkeaanpassingsperiode afgezien. Ook in de overgangsplannen van Cyprus en Malta vallen de datum waarop de euro wordt ingevoerd en de datum waarop naar de chartale euro wordt omgeschakeld, samen (1 januari 2008), maar beide lidstaten hebben eveneens besloten van een geleidelijkeaanpassingsperiode af te zien.

Dit artikel voegt Malta en de volgende desbetreffende gegevens voor deze lidstaat in protocollaire volgorde toe aan de tabel in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 974/98:

Lidstaat | Invoeringsdatum euro | Datum waarop naar de chartale euro wordt omgeschakeld | Lidstaat met een geleidelijke-aanpassingsperiode van de nationale munteenheid |

"Malta | 1 januari 2008 | 1 januari 2008 | Nee" |

4.2. Artikel 2

Dit artikel stelt de datum van inwerkingtreding van de verordening vast op 1 januari 2008 en draagt er aldus zorg voor dat de verordening van toepassing zal zijn op de datum waarop de overige besluiten van de Raad in verband met de aanneming van de euro door Malta in werking treden, namelijk de datum waarop de derogatie wordt ingetrokken en de datum waarop de omrekeningskoers van de Maltese lire van kracht wordt.

2007/0093 (CNB)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 974/98 in verband met de invoering van de euro in Malta

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 123, lid 5,

Gezien het voorstel van de Commissie[3],

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank[4],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro[5] voorziet in de vervanging door de euro van de munteenheden van de lidstaten die bij de overgang van de Gemeenschap naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie voldeden aan de nodige voorwaarden voor de aanneming van de ene munt.

(2) Verordening (EG) nr. 974/98 is gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2596/2000 van de Raad[6] met het oog op de vervanging van de munteenheid van Griekenland door de euro.

(3) Verordening (EG) nr. 974/98 is gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2169/2005 van de Raad[7] ter voorbereiding van latere invoeringen van de euro in lidstaten die de euro nog niet als eenheidsmunt hebben aangenomen.

(4) Verordening (EG) nr. 974/98 is gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1647/2006 van de Raad[8] met het oog op de vervanging van de munteenheid van Slovenië door de euro.

(5) Verordening (EG) nr. 974/98 is gewijzigd bij Verordening (EG) nr. xxx/2007 van de Raad[9] met het oog op de vervanging van de munteenheid van Cyprus door de euro.

(6) Overeenkomstig artikel 4 van het Toetredingsverdrag van 2003 is Malta een lidstaat met een derogatie als bedoeld in artikel 122 van het Verdrag.

(7) Krachtens Beschikking 2007/…/EG van de Raad van … … 2007 overeenkomstig artikel 122, lid 2, van het Verdrag betreffende de aanneming van de eenheidsmunt door Malta op 1 januari 2008[10] voldoet Malta aan de nodige voorwaarden voor de aanneming van de eenheidsmunt en wordt de derogatie van Malta met ingang van 1 januari 2008 ingetrokken.

(8) De invoering van de euro in Malta vereist de uitbreiding tot Malta van de bestaande bepalingen betreffende de invoering van de euro die in Verordening (EG) nr. 974/98 zijn vervat.

(9) In het overgangsplan van Malta wordt gepreciseerd dat de eurobankbiljetten en -munten in deze lidstaat wettig betaalmiddel zouden moeten worden op de dag van de invoering van de euro als munteenheid van Malta. Zowel de datum waarop de euro wordt ingevoerd als de datum waarop naar de chartale euro wordt omgeschakeld, is derhalve 1 januari 2008. Er geldt geen geleidelijkeaanpassingsperiode.

(10) Verordening (EG) nr. 974/98 dient bijgevolg dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Verordening (EG) nr. 974/98 wordt overeenkomstig de bijlage bij deze verordening gewijzigd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

Bijlage

In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 974/98 wordt de volgende regel ingevoegd tussen de regels voor Luxemburg en Nederland:

Lidstaat | Invoeringsdatum euro | Datum waarop naar de chartale euro wordt omgeschakeld | Lidstaat met een geleidelijke-aanpassingsperiode van de nationale munteenheid |

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

"Malta | 1 januari 2008 | 1 januari 2008 | Nee" |

[1] PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1647/2006 van de Raad van 7 november 2006 (PB L 309 van 9.11.2006, blz. 2).

[2] Zie Verordening (EG) nr. 2596/2000 van de Raad van 27 november 2000 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad over de invoering van de euro (PB L 300 van 29.11.2000, blz. 2).

[3] PB C

[4] PB C

[5] PB L 139 van 11.5.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. xxxx/2007 van de Raad (PB […] van […], blz. […]).

[6] PB L 300 van 29.11.2000, blz. 2.

[7] PB L 346 van 29.12.2005, blz. 1.

[8] PB L 309 van 9.11.2006, blz. 2.

[9] PB L […] van […], blz. […].

[10] PB L […] van […], blz. […].