Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee /* COM/2007/0169 def. - CNS 2007/0058 */
NL Brussel, 3.4.2007 COM(2007) 169 definitief 2007/0058 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee (door de Commissie ingediend) Achtergrond van het voorstel | | Motivering en doel van het voorstelMet dit voorstel wordt beoogd het door de ICCAT vastgestelde herstelplan voor blauwvintonijn voor de gehele looptijd ervan ten uitvoer te leggen. | | Algemene achtergrondDe Europese Gemeenschap is lid van een aantal regionale visserijorganisaties die een kader hebben vastgesteld voor regionale samenwerking op het gebied van de instandhouding en het beheer van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden. Deze organisaties nemen aanbevelingen aan, waaronder totaal toegestane vangsten (TAC's) en quota, technische maatregelen voor de vaststelling van mimimummaten voor vis, gesloten gebieden en seizoenen, maatregelen ter beperking van de visserij-inspanning en controlemaatregelen. De aanbevelingen worden verbindend voor de verdragsluitende partijen die er geen bezwaar tegen aantekenen. Als verdragsluitende partij bij deze organisaties heeft de Gemeenschap een verantwoordelijkheid om aanbevelingen waartegen zij geen bezwaar heeft aangetekend, toe te passen.De Gemeenschap is lid van de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) sinds november 1997. Met het oog op een duurzaam beheer van de bestanden onder de jurisdictie van de ICCAT dienen de aanbevelingen van deze organisatie dan ook te worden omgezet in Gemeenschapsrecht.Tijdens haar jaarlijkse bijeenkomst in 2006 heeft de ICCAT een herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee vastgesteld dat een looptijd heeft van 15 jaar.Voor het herstel van het bestand voorziet het ICCAT-herstelplan in een verlaging van de TAC tot en met 2010, vangstbeperkingen in bepaalde gebieden en periodes, een nieuwe minimummaat, maatregelen betreffende recreatie- en sportvisserij alsook controlemaatregelen en de tenuitvoerlegging van de regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie om de doeltreffendheid van het plan te waarborgen. | | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebiedEen aantal door de ICCAT voor blauwvintonijn vastgestelde technische maatregelen is opgenomen in het Gemeenschapsrecht, met name in Verordening (EG) nr. 973/2001 van 14 mei 2001 van de Raad tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (PB L 137 van 19.5.2001), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 831/2004 (PB L 127 van 29.4.2004). Deze technische maatregelen betreffen onder meer de minimummaat voor blauwvintonijn en gesloten gebieden en seizoenen, die zijn gewijzigd op de jaarlijkse ICCAT-bijeenkomst in 2006. Na het op die bijeenkomst aangenomen besluit dient de momenteel geldende wetgeving dan ook te worden aangepast.Het ICCAT-herstelplan voor blauwvintonijn is voor het visseizoen 2007 op voorlopige basis omgezet in Gemeenschapsrecht bij Verordening (EG) nr. …/2007 met betrekking tot het herstelplan voor blauwvintonijn zoals aanbevolen door de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan. Bij deze Verordening wordt de TAC-verordening voor 2007 gewijzigd en worden de bepalingen van het herstelplan opgenomen, alsook de nieuwe quotatoewijzingen voor de lidstaten naar aanleiding van het op de bijeenkomst in Tokio op 29-31 januari 2007 aangenomen ICCAT-besluit over een regeling voor de toewijzing van quota aan de verdragsluitende partijen.Aangezien bovengenoemde regelgeving slechts betrekking heeft op het visseizoen 2007, dient het ICCAT-herstelplan voortaan op een duurzamere basis (voor de gehele duur van dit herstelplan) ten uitvoer te worden gelegd. | | Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EUHet voorstel past in het algemene kader van de duurzame exploitatie van tonijnbestanden overeenkomstig de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid, en draagt bij tot duurzame ontwikkeling. | Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling | | Raadpleging van belanghebbende partijen | | Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondentenTer voorbereiding van het standpunt van de Gemeenschap in het kader van de onderhandelingen tijdens de jaarlijkse ICCAT-bijeenkomsten, raadpleegt de Commissie de lidstaten, de betrokkenen in de sector en de NGO’s. | | Samenvatting van de reacties en de manier waarop daarmee rekening is gehoudenDe belangrijkste geraadpleegde sectoren hebben het standpunt van de Gemeenschap met betrekking tot de vaststelling van een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee goedgekeurd. | | Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid | | Betrokken wetenschaps- en kennisgebiedenWetenschappelijk comité van de ICCAT | | Gebruikte instrumentenHet wetenschappelijk comité evalueert de bestanden en beveelt de vaststelling van beheers- en instandhoudingsmaatregelen aan om de duurzame exploitatie van tonijnbestanden te waarborgen, met name aan de hand van technische maatregelen. | | Belangrijkste geraadpleegde organisaties en deskundigenWetenschappelijk comité van de ICCAT | | Ontvangen en gebruikte adviezenEr is gewezen op het bestaan van mogelijk ernstige risico’s met onomkeerbare gevolgen. | | Over deze risico’s bestaat eensgezindheid. Het wetenschappelijk comité van de ICCAT geeft in zijn evaluatie van het bestand van 2006 aan dat de biomassa van de paaipopulatie voor blauwvintonijn verder achteruitgaat, terwijl de visserijsterfte snel toeneemt, met name voor grote vissen.Het wetenschappelijk comité maakt gewag van een mogelijke instorting van dit bestand in de nabije toekomst, tenzij adequate beheersmaatregelen ten uitvoer worden gelegd.Het wetenschappelijk comité van de ICCAT heeft maatregelen aanbevolen om de duurzame exploitatie van blauwvintonijn te garanderen, met name door de vaststelling van minimummaten en gesloten gebieden en seizoenen. | | Wijze waarop het deskundigenadvies beschikbaar is gemaakt voor het publiekDe adviezen van het wetenschappelijk comité zijn gepubliceerd op de website van de ICCAT. | | EffectbeoordelingHet doel van het herstelplan voor blauwvintonijn bestaat erin de duurzame exploitatie van blauwvintonijn te garanderen en met name de visserijsterfte van zowel jonge als volwassen vis te reduceren door een combinatie van gesloten visseizoenen en een grotere minimummaat.Het op communautair vlak ten uitvoer gelegde herstelplan zal gelden voor vissers uit de Gemeenschap die op blauwvintonijn vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. | Juridische elementen van het voorstel | | Samenvatting van de voorgestelde maatregelOmzetting van maatregelen van de ICCAT, de organisatie voor het beheer van tonijnsoorten waarbij de Europese Gemeenschap verdragsluitende partij is, in Gemeenschapsrecht. | | RechtsgrondslagArtikel 37 van het Verdrag. | | SubsidiariteitsbeginselHet voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. | | Evenredigheidsbeginsel | | Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.De Gemeenschap en de lidstaten kunnen zich rechtstreeks beroepen op de door de regionale visserijorganisaties aangenomen aanbevelingen. Ter wille van de duidelijkheid en de transparantie worden zij evenwel opgenomen in een verordening van de Raad om ze te verduidelijken met het oog op een betere toepassing door de lidstaten en de vissers. | | Het voorstel heeft geen financiële gevolgen. | | Keuze van instrumenten | | Voorgestelde instrumenten: verordening | | Andere instrumenten zouden om de volgende reden(en) ongeschikt zijn.Door de regionale visserijorganisaties aangenomen aanbevelingen worden omgezet in een verordening van de Raad. | Gevolgen voor de begroting | | Het voorstel heeft geen gevolgen voor de Gemeenschapsbegroting. | Aanvullende informatie | | Het voorstel nader bekekenHet voorstel strekt tot omzetting van het door de ICCAT vastgestelde herstelplan voor blauwvintonijn, dat onder meer betrekking heeft op TAC's, technische maatregelen voor de vaststelling van een minimummaat voor blauwvintonijn, gesloten gebieden en seizoenen, en controlemaatregelen. | | | 2007/0058 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement [1], Overwegende hetgeen volgt: (1) De Gemeenschap is sinds 14 november 1997 partij bij het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen [2]. (2) Tijdens haar jaarlijkse bijeenkomst in november 2006 heeft de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) aanbeveling 2006[05] aangenomen met betrekking tot een herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee dat een looptijd heeft van 15 jaar. (3) Voor het herstel van het bestand voorziet het ICCAT-herstelplan in een geleidelijke verlaging van het niveau van de totale toegestane vangst (TAC) in de periode 2007-2010, vangstbeperkingen in bepaalde gebieden en periodes, een nieuwe minimummaat voor blauwvintonijn, maatregelen betreffende recreatie- en sportvisserij alsook controlemaatregelen en in de tenuitvoerlegging van de ICCAT-regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie om de doeltreffendheid van het herstelplan te garanderen. (4) Met het oog op de nakoming van de uit de ICCAT-aanbeveling voortvloeiende internationale verplichtingen is het ICCAT-herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op voorlopige basis ten uitvoer gelegd bij Verordening (EG) nr. …/2007 betreffende het herstelplan voor blauwvintonijn zoals aanbevolen door de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan in afwachting van de goedkeuring van een verordening van de Raad inzake meerjarige maatregelen voor het herstel van het blauwvintonijnbestand in 2007. (5) Het ICCAT-herstelplan dient bijgevolg op duurzame basis ten uitvoer te worden gelegd via een Verordening van de Raad tot vaststelling van een herstelplan als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid [3], die van toepassing zal zijn met ingang van 1 januari 2008. (6) Een aantal ICCAT-maatregelen voor blauwvintonijn is omgezet in Gemeenschapsrecht bij Verordening (EG) nr. 973/2001 van 14 mei 2001 van de Raad tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden [4]. (7) Aangezien nieuwe technische ICCAT-maatregelen voor blauwvintonijn zijn goedgekeurd en de sinds de goedkeuring van bovengenoemde verordening bestaande maatregelen zijn aangepast, dient een aantal bepalingen van Verordening (EG) nr. 973/2001 te worden geschrapt en vervangen door de onderhavige verordening, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied De onderhavige verordening voorziet in de algemene uitvoeringsbepalingen van een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn (thunnus thynnus) door de Gemeenschap zoals aanbevolen door de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT). Zij is van toepassing op blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Doel van het herstelplan is een biomassa te bereiken die met een probabiliteit van meer dan 50% overeenkomt met de maximale duurzame vangst. Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities: a) "CPC's": verdragsluitende partijen bij het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen en samenwerkende niet-verdragsluitende partijen, organisaties of visserijorganisaties; b) "vissersvaartuig": elk vaartuig dat wordt ingezet of is bedoeld om te worden ingezet voor de commerciële exploitatie van tonijnbestanden, inclusief vaartuigen voor visverwerking en vaartuigen waarop vangsten worden overgeladen; c) "gezamenlijke visactie": activiteiten van twee of meer vaartuigen die de vlag voeren van verschillende CPC's of van lidstaten waarbij de vangst vanuit het vistuig van een vaartuig naar een ander wordt overgebracht; d) "overladingsactiviteiten": iedere overlading van blauwvintonijn i) van het vissersvaartuig naar het mestbedrijf voor blauwvintonijn, inclusief wanneer de vis tijdens het vervoer is gestorven of ontsnapt, ii) van een blauwvintonijnbedrijf of een tonnara naar een vaartuig voor visverwerking, naar een transportvaartuig of aan land; e) "tonnara": vast vistuig dat verankerd is aan de bodem en doorgaans een net heeft dat de vis naar vangkamers leidt; f) "kooien": het feit dat blauwvintonijn niet aan boord wordt genomen; het betreft zowel mesten als kweken; g) "mesten": het kooien van blauwvintonijn voor een korte periode van twee tot zes maanden, vooral bedoeld om het vetgehalte van de vis te verhogen; h) "kweken": het kooien van blauwvintonijn voor een langere periode dan een jaar, met als doel de totale biomassa te verhogen; i) “overlading”: het overladen van alle of bepaalde hoeveelheden vis aan boord van een vissersvaartuig op een ander vissersvaartuig; j) "vaartuigen voor visverwerking": een vaartuig aan boord waarvan visserijproducten een van de volgende behandelingen ondergaan alvorens te worden verpakt: fileren, in moten verdelen, invriezen, verwerken; k) "sportvisserij": niet-commerciële visserij waarbij de betrokkenen lid zijn van een nationale sportorganisatie of in het bezit zijn van een nationale sportvergunning; l) "recreatievisserij": niet-commerciële visserij waarbij de betrokkenen geen lid zijn zijn van een nationale sportorganisatie of niet in het bezit zijn van een nationale sportvergunning; m) "taak II": taak II zoals gedefinieerd door de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) in haar "Handleiding voor de opstelling van statistieken en de bemonstering van tonijn en verwante soorten in de Atlantische Oceaan" (derde editie, ICCAT, 1990). Hoofdstuk II Vangstmogelijkheden Artikel 3 Totaal toegestane vangsten (TAC's) De door de ICCAT voor de verdragsluitende partijen vastgestelde TAC's voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee bedragen: – voor 2008: 28.500 ton, – voor 2009: 27.500 ton, – voor 2010: 25.500 ton. Wanneer in het kader van de ICCAT evenwel nieuwe TAC's worden overeengekomen, past de Raad op voorstel van de Commissie en bij gekwalificeerde meerderheid de in het eerste lid vastgestelde TAC's dienovereenkomstig aan. Artikel 4 1. Elke lidstaat kan zijn blauwvintonijnquotum toewijzen aan zijn vlag voerende vissersvaartuigen en tonnara's die door hem zijn geregistreerd en waarmee actief op blauwvintonijn mag worden gevist. 2. Particuliere handelsregelingen tussen onderdanen van een lidstaat en een CPC betreffende het gebruik van een vissersvaartuig dat de vlag voert van die lidstaat, voor de visserij in het kader van een tonijnquotum van een CPC, mogen slechts worden gesloten na voorafgaande goedkeuring door de betrokken lidstaat, die de Commissie daarvan op de hoogte brengt. Hoofdstuk III Technische maatregelen Artikel 5 Gesloten seizoenen 1. Voor de periode van 1 juni tot en met 31 december geldt een verbod op de blauwvintonijnvisserij door grote pelagische beugvisserijvaartuigen van meer dan 24 m in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, met uitzondering van het gebied ten westen van 10°WL en ten noorden van 42° NB. 2. Voor de periode van 1 juli tot en met 31 december geldt een verbod op de blauwvintonijnvisserij met de ringzegen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. 3. Voor de periode van 15 november tot en met 15 mei geldt een verbod op de blauwvintonijnvisserij voor vaartuigen die met de hengel (met aas) vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. 4. Voor de periode van 15 november tot en met 15 mei geldt een verbod op de blauwvintonijnvisserij door pelagische trawlers in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan. Artikel 6 Gebruik van vliegtuigen De lidstaten nemen de nodige maatregelen om het gebruik van vliegtuigen of helikopters voor het zoeken naar blauwvintonijn in het Verdragsgebied te verbieden. Artikel 7 Minimummaat 1. De minimummaat voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee wordt vastgesteld op 30 kg. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en onverminderd artikel 10 geldt voor blauwvintonijn (Thunnus thynnus) een minimummaat van 8 kg wanneer de vis: a) wordt gevangen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan door vaartuigen die met de hengel vissen, sleepvaartuigen of pelagische trawlers; b) wordt gevangen in de Adriatische Zee voor kweekdoeleinden. 3. De aanvullende specifieke voorwaarden voor de vangst van blauwvintonijn door vaartuigen die met de hengel vissen, sleepvaartuigen of pelagische trawlers in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan, zijn vastgesteld in bijlage I. Artikel 8 Bemonsteringsplan voor blauwvintonijn 1. Elke lidstaat stelt een bemonsteringsplan op voor de raming van de aantallen gevangen blauwvintonijnen naar grootte. 2. De groottesortering in kooien vindt plaats aan de hand van een monster van 100 exemplaren per 100 ton levende vis of een monster van 10% van het totale aantal gekooide exemplaren. De bemonstering, op basis van de lengte of het gewicht, vindt plaats tijdens het oogsten op het viskweekbedrijf, en op de dode vis tijdens het vervoer volgens de door de ICCAT vastgestelde methode voor de melding van de gegevens in het kader van taak II. 3. Voor vis met een kweekperiode van meer dan één jaar worden aanvullende bemonsteringsmethoden ontwikkeld. 4. De bemonstering vindt plaats tijdens een willekeurig gekozen oogst en bestrijkt alle kooien. De gegevens voor de jaarlijks verrichte bemonstering worden uiterlijk op 31 mei van het volgende jaar aan de ICCAT gemeld. Artikel 9 Bijvangsten 1. Voor vissersvaartuigen die al dan niet actief op blauwvintonijn vissen, is een bijvangst van maximaal 8% blauwvintonijn met een gewicht van 10 tot 30 kg toegestaan. 2. Het in lid 1 vermelde percentage wordt berekend op basis van de totale bijvangst in aantal vissen per aanvoer van de totale blauwvintonijnvangsten van het vaartuig, of op basis van het gewichtsequivalent. 3. De bijvangst moet in mindering worden gebracht op het quotum van de vlaggenlidstaat. Dode vis mag niet worden teruggegooid en wordt afgeboekt op het quotum van de vlaggenlidstaat. 4. Voor de aanvoer van bijvangsten van blauwvintonijn geldt het bepaalde in artikel 14 en artikel 18, lid 1. Artikel 10 Recreatievisserij 1. In het kader van de recreatievisserij is het verboden meer dan één stuk blauwvintonijn per zeereis te vangen, aan boord te houden, over te laden en aan te voeren. 2. In het kader van de recreatievisserij gevangen blauwvintonijn mag niet op de markt worden gebracht, behalve voor liefdadigheidsdoeleinden. 3. De lidstaten registreren de vangstgegevens van de recreatievisserij en melden deze aan het Permanent Comité voor onderzoek en statistiek van de ICCAT. 4. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om, voor zover mogelijk, te garanderen dat blauwvintonijn (vooral jonge) die in het kader van de recreatievisserij levend wordt gevangen, weer wordt vrijgelaten. Artikel 11 Sportvisserij 1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen voor de regeling van de sportvisserij, met name via visvergunningen. 2. In het kader van de sportvisserij gevangen blauwvintonijn mag niet op de markt worden gebracht, behalve voor liefdadigheidsdoeleinden. 3. De lidstaten registreren de vangstgegevens van de sportvisserij en melden deze aan het Permanent Comité voor onderzoek en statistiek van de ICCAT. 4. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om, voor zover mogelijk, te garanderen dat blauwvintonijn (vooral jonge) die in het kader van de sportvisserij levend wordt gevangen, weer wordt vrijgelaten. Hoofdstuk IV Controlemaatregelen Artikel 12 Register van vaartuigen die op blauwvintonijn mogen vissen 1. Uiterlijk op 1 april 2008 verstrekken de lidstaten de Commissie langs elektronische weg een lijst van alle hun vlag voerende vissersvaartuigen die actief op blauwvintonijn mogen vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee uit hoofde van een speciale visvergunning. 2. De Commissie zendt de in lid 1 bedoelde lijst aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT zodat deze vaartuigen kunnen worden opgenomen in het ICCAT-register van vaartuigen die op blauwvintonijn mogen vissen. 3. Communautaire vissersvaartuigen die niet zijn opgenomen in het ICCAT-register, mogen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee niet vissen op blauwvintonijn, noch deze aan boord hebben, overladen, vervoeren of aanvoeren. 4. De in artikel 8 bis, leden 2, 4, 6, 7 en 8, van Verordening (EG) nr. 1936/2001 vastgestelde voorschriften betreffende visvergunningen zijn mutatis mutandis van toepassing. Artikel 13 Register van tonnara's die op blauwvintonijn mogen vissen 1. Uiterlijk op 1 april 2008 verstrekken de lidstaten de Commissie langs elektronische weg een lijst van tonnara's waarmee op blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee mag worden gevist uit hoofde van een speciale visvergunning. De lijst bevat de naam van de tonnara's en het registratienummer. 2. De Commissie zendt de lijst vóór 15 april 2008 toe aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT zodat de tonnara's kunnen worden opgenomen in het ICCAT-register van tonnara's waarmee op blauwvintonijn mag worden gevist. 3. Communautaire tonnara's die niet zijn opgenomen in het ICCAT-register, mogen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee niet vissen op blauwvintonijn, noch deze aan boord hebben, overladen of aanvoeren. 4. Het bepaalde in artikel 8 bis, leden 2, 4, 6, 7 en 8, van Verordening (EG) nr. 1936/2001 is mutatis mutandis van toepassing. Artikel 14 Aangewezen havens 1. De lidstaten wijzen een aanvoerplaats of een plaats dichtbij de kust aan (aangewezen havens) waar de aanvoer of overlading van blauwvintonijn is toegestaan. 2. De lidstaten verstrekken de Commissie vóór 1 april van elk jaar een lijst van aangewezen havens. De Commissie deelt de lijst vóór 15 april van elk jaar mee aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT. Latere wijzigingen in de lijst moeten worden gemeld aan de Commissie, die deze gegevens ten minste 15 dagen vóór de inwerkingtreding van de wijziging doorzendt naar het uitvoerend secretariaat van de ICCAT. 3. In het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevangen blauwvintonijn mag door in artikel 12 bedoelde vaartuigen niet op andere plaatsen dan de door CPC's aangewezen havens worden aangevoerd en/of overgeladen. 4. Deze bepaling is niet van toepassing op aanvoer of overlading door vaartuigen die met de hengel vissen, sleepvaartuigen of pelagische trawlers die op blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan hebben gevist. Artikel 15 Registratievoorschriften 1. De kapiteins van de in artikel 13 bedoelde vaartuigen moeten voldoen aan de artikelen 6 en 8 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 en de in bijlage II vermelde gegevens in hun logboek noteren. 2. De kapiteins van de in artikel 13 bedoelde vaartuigen die betrokken zijn bij een gezamenlijke visactie, noteren de volgende gegevens in hun logboek: a) wanneer de vangst aan boord is genomen of is gekooid: - de datum en het tijdstip, - de positie (lengtegraad/breedtegraad), - de hoeveelheid aan boord genomen of gekooide vangsten, - de naam en internationale radioroepnaam van het vissersvaartuig met het vistuig waarvan de vangst is gedaan, b) wanneer de vangst niet aan boord is genomen of zich in afwachting van de overladingsactiviteiten of het kooien in een net bevindt: - de datum en het tijdstip, - de positie (lengtegraad/breedtegraad), - de vermelding dat geen vangsten aan boord zijn genomen of zijn gekooid, - de naam en internationale radioroepnaam van het visserijvaartuig met het vistuig waarvan de vangst is gedaan. Artikel 16 Gezamenlijke visacties 1. Voor gezamenlijke visacties voor blauwvintonijn waarbij vaartuigen betrokken zijn die de vlag van een lidstaat voeren, is de instemming van de betrokken vlaggenlidstaat vereist. 2. Vaartuigen die deelnemen aan de gezamenlijke visactie, verstrekken hun vlaggenlidstaat gedetailleerde gegevens betreffende de duur van de gezamenlijke actie en de identiteit van de betrokken deelnemers. 3. De lidstaten delen de in lid 2 bedoelde gegevens mee aan het secretariaat van de ICCAT en aan de Commissie. Artikel 17 Vangstaangiften 1. De kapiteins van vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 12 zenden een vangstaangifte met daarin de hoeveelheid blauwvintonijn, inclusief nulvangsten, toe aan de bevoegde autoriteiten van hun vlaggenlidstaat. 2. De vangstaangifte wordt voor het eerst hetzij uiterlijk tien dagen na het binnenvaren van het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, hetzij na het begin van de visreis toegezonden. In het geval van gezamenlijke visacties geeft de kapitein het vaartuig of de vaartuigen aan waarvoor de vangsten in mindering moeten worden gebracht op het quotum van de vlaggenstaat. 3. Met ingang van 1 juni van elk jaar zenden de kapiteins van vissersvaartuigen de vangstaangifte met daarin de hoeveelheid blauwvintonijn, inclusief nulvangsten, om de 5 dagen toe. 4. De vangstaangifte wordt door de lidstaat onmiddellijk na ontvangst langs elektronische weg aan het ICCAT-secretariaat doorgestuurd. 5. De lidstaten stellen de Commissie vóór de vijftiende van elke maand in computerleesbare vorm in kennis van de in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevangen hoeveelheden blauwvintonijn die in de voorgaande maand zijn aangevoerd, overgeladen of gekooid door vaartuigen die hun vlag voeren. Artikel 18 Aanvoer 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 stelt de kapitein van een in artikel 12 van de onderhavige verordening bedoeld vaartuig of zijn vertegenwoordiger de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan hij de haven of aanvoervoorzieningen wenst te gebruiken, ten minste 4 uur vóór de vermoedelijke aankomst in de haven in kennis van: a) het verwachte tijdstip van aankomst, b) de geraamde hoeveelheid aan boord gehouden blauwvintonijn, c) gegevens betreffende het geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan. 2. De bevoegde autoriteit van de lidstaat zendt binnen 48 uur na de aanvoer een aanvoeraangifte toe aan de autoriteiten van de vlaggenstaat van het vaartuig. 3. Deze bepaling is niet van toepassing op aanvoer door vaartuigen die met de hengel vissen, sleepvaartuigen of pelagische trawlers die op blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan hebben gevist. Artikel 19 Overlading 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 is overlading van blauwvintonijn op zee in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee verboden, behalve voor grote beugvaartuigen die de tonijnvisserij beoefenen overeenkomstig ICCAT-aanbeveling 2005[06] tot vaststelling van een programma voor overlading voor grote beugvaartuigen voor de tonijnvisserij, zoals gewijzigd. 2. De kapitein van een ontvangend vaartuig (visserijvaartuig of vaartuig voor visverwerking) of zijn vertegenwoordiger doet de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan hij de haven wenst te gebruiken of de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het betrokken viskweekbedrijf ten minste 48 uur vóór zijn vermoedelijke aankomst in de haven melding van: a) het verwachte tijdstip van aankomst, b) de geraamde hoeveelheid aan boord gehouden blauwvintonijn, c) gegevens betreffende het geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan, d) de naam van het visserijvaartuig en het nummer ervan in het ICCAT-register van vaartuigen die op blauwvintonijn mogen vissen, e) de naam van het ontvangende vaartuig en het nummer ervan in het ICCAT-register van vaartuigen die op blauwvintonijn mogen vissen, f) de hoeveelheid over te laden blauwvintonijn, 3. Visserijvaartuigen mogen niet overladen zonder voorafgaande toestemming van hun vlaggenstaat. 4. Op het moment van de overlading stelt de kapitein van het visserijvaartuig de vlaggenlidstaat in kennis van: a) de hoeveelheden overgeladen blauwvintonijn, b) de datum en de haven van overlading, c) de naam, het registratienummer en de vlag van het ontvangende vaartuig en het nummer ervan in het ICCAT-register van vaartuigen die op blauwvintonijn mogen vissen, d) het geografische gebied waar de tonijn is gevangen. 5. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat in de haven waarvan de overlading plaatsvindt, of de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het betrokken viskweekbedrijf inspecteren het ontvangende vaartuig bij aankomst en controleren de lading en de documentatie betreffende de overlading. 6. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat in de haven waarvan de overlading plaatsvindt, of de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van het betrokken viskweekbedrijf zenden binnen 48 uur na de overlading een verslag betreffende de overladingen toe aan de autoriteiten van de vlaggenlidstaat van het visserijvaartuig. 7. De kapitein van een vaartuig als bedoeld in artikel 12 vult een aangifte van overlading in en zendt deze toe aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan het vaartuig de vlag voert. De aangifte wordt binnen 15 dagen na de datum van overlading in de haven toegezonden volgens het model in bijlage III. Artikel 20 Kooien 1. De lidstaat onder de jurisdictie waarvan het blauwvintonijnbedrijf valt, dient binnen een week na het kooien een door een waarnemer gevalideerde kooiaangifte in bij de lidstaat of verdragsluitende partij onder de vlag waarvan vaartuigen op blauwvintonijn hebben gevist, en bij het ICCAT-secretariaat. De aangifte bevat de op grond van artikel 4 ter van Verordening (EG) nr. 1936/2001 in de kooiverklaring te vermelden gegevens. 2. Wanneer een mestbedrijf gelegen is buiten de wateren die onder de jurisdictie van de lidstaten vallen, gelden de bepalingen van lid 1 mutatis mutandis voor de lidstaat waar de voor het mestbedrijf verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersonen gevestigd zijn. 3. Vóór elke overladingsactiviteit wordt de vlaggenlidstaat van het visserijvaartuig door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het bedrijf in kennis gesteld van de hoeveelheden door zijn vlag voerende vissersvaartuigen gevangen tonijn die worden gekooid. De vlaggenlidstaat van het visserijvaartuig verzoekt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het bedrijf de vangsten in beslag te nemen en de vis weer vrij te laten wanneer hij na ontvangst van die gegevens van oordeel is dat: a) het vissersvaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, niet over een toereikend quotum voor de gekooide blauwvintonijn beschikte, b) de hoeveelheid vis niet naar behoren is gemeld en niet is afgeboekt op de eventuele quota, c) het vissersvaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, niet op blauwvintonijn mag vissen. 4. De kapitein van een in artikel 12 bedoeld vissersvaartuig vult een verklaring van overlading in en zendt deze uiterlijk 15 dagen na de datum van overlading naar sleepvaartuigen of naar de kooi toe aan de vlaggenlidstaat, volgens het model in bijlage III. De overgeladen vis gaat tijdens het vervoer naar de kooien vergezeld van de verklaring van overlading. Artikel 21 Activiteiten van de tonnara's 1. Na elke visserijactiviteit met tonnara's worden de vangsten geregistreerd en wordt de vangstaangifte langs elektronische of op een andere wijze binnen 48 uur na elke visserijactiviteit aan de bevoegde autoriteit toegezonden. 2. De vangstaangifte wordt door de lidstaat onmiddellijk na ontvangst langs elektronische weg aan het ICCAT-secretariaat doorgestuurd. Artikel 22 Inspectie in de haven of op het bedrijf 1. De lidstaten zorgen ervoor dat alle vaartuigen die zijn opgenomen in het ICCAT-register van vaartuigen die op blauwvintonijn mogen vissen en die een van hun aangewezen havens binnenvaren om in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevangen blauwvintonijn aan te voeren of over te laden, in de haven worden geïnspecteerd. 2. De lidstaten inspecteren het kooien in de onder hun jurisdictie vallende bedrijven. 3. Wanneer een bedrijf gelegen is buiten de wateren die onder de jurisdictie van de lidstaten vallen, geldt het bepaalde in lid 2 mutatis mutandis voor de lidstaten waar de voor het bedrijf verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersonen gevestigd zijn. Artikel 23 Kruiscontrole 1. De lidstaten controleren, mede aan de hand van gegevens van het satellietvolgsysteem (VMS), de logboeken en de gegevens die zijn opgenomen in de logboeken van hun vlag voerende vissersvaartuigen, in het document betreffende de overlading en in de vangstdocumenten. 2. Telkens wanneer blauwvintonijn wordt aangevoerd en overgeladen of gekooid, verrichten de lidstaten administratieve kruiscontroles tussen de per soort in het logboek van het vaartuig geregistreerde hoeveelheden of de in de aangifte van overlading geregistreerde hoeveelheden en de hoeveelheden die zijn geregistreerd in de aanvoeraangifte of de kooiverklaring, en elk ander relevant document zoals facturen en/of verkoopdocumenten. Artikel 24 ICCAT-regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie 1. De door de ICCAT tijdens haar vierde gewone vergadering (Madrid, november 1975) vastgestelde regeling inzake gezamenlijke internationale inspectie zoals vermeld in bijlage IV bij de onderhavige verordening, is van toepassing in de Gemeenschap. 2. De lidstaten waarvan de vissersvaartuigen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op blauwvintonijn mogen vissen, wijzen inspecteurs aan om inspecties op zee te verrichten in het kader van de regeling. 3. De Commissie kan voor de regeling inspecteurs van de Gemeenschap aanwijzen. 4. De Commissie zorgt voor de coördinatie van de toezicht- en inspectiewerkzaamheden in het kader van de regeling voor de Gemeenschap. Zij kan daartoe, in overleg met de betrokken lidstaten, gezamenlijke inspectieprogramma's opstellen waarmee de Gemeenschap haar verplichtingen in het kader van de regeling kan nakomen. De lidstaten waarvan de vaartuigen op gereglementeerde bestanden vissen, nemen de nodige maatregelen om de uitvoering van die programma's te vergemakkelijken, met name met betrekking tot de vereiste personele en materiële middelen, alsmede de perioden en zones waarin deze middelen moeten worden ingezet. 5. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 1 april van elk jaar de namen mee van de inspecteurs en van de inspectievaartuigen die zij in het volgende jaar voor de regeling willen inzetten. Op basis van deze gegevens stelt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, voor elk jaar een voorlopige planning op voor de deelname van de Gemeenschap aan de regeling, die zij aan het ICCAT-secretariaat en aan de lidstaten toezendt. Artikel 25 Waarnemingsprogramma 1. Elke lidstaat zorgt ervoor dat op vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15m waarnemers aanwezig zijn voor ten minste: a) 20% van zijn actieve ringzegenvaartuigen. In het geval van gezamenlijke visacties is de aanwezigheid van een waarnemer tijdens de visserijactiviteit verplicht, b) 20% van zijn actieve pelagische trawlers, c) 20% van zijn actieve beugvisserijvaartuigen, d) 20% van zijn actieve vaartuigen die met de hengel vissen, e) 100% van de tonnara's gedurende de oogst. De taken van de waarnemer bestaan er met name in: a) na te gaan of een vaartuig aan alle bepalingen van de onderhavige verordening voldoet, b) de visserijactiviteit te registreren en te melden, c) vangsten te observeren en te ramen en de in het logboek vermelde gegevens te verifiëren, d) vaartuigen die vissen op een wijze die indruist tegen de ICCAT-instandhoudingsmaatregelen, te observeren en te registreren. Daarnaast verricht de waarnemer wetenschappelijk werk, onder meer het verzamelen van gegevens in het kader van taak II, wanneer dat door de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan wordt voorgeschreven, op basis van de instructies van het ICCAT-Permanent Comité voor onderzoek en statistiek. 2. Elke lidstaat onder de jurisdictie waarvan het blauwvintonijnbedrijf valt, zorgt ervoor dat steeds een waarnemer aanwezig is bij het kooien van blauwvintonijn en het oogsten van vis uit de kooi. De taken van de waarnemer bestaan er met name in: a) te observeren en na te gaan of het mesten in overeenstemming met artikel 4 bis, 4 ter en 4 quater van Verordening (EG) nr. 1936/2001 gebeurt, b) de in artikel 20 bedoelde kooiaangifte te valideren, c) wetenschappelijk werk te verrichten, onder meer het nemen van monsters, zoals door de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan wordt voorgeschreven op basis van de instructies van het ICCAT-Permanent Comité voor onderzoek en statistiek. Artikel 26 Handhaving 1. De lidstaten nemen handhavingsmaatregelen met betrekking tot een hun vlag voerend vissersvaartuig wanneer op grond van hun wetgeving is geconstateerd dat het vaartuig niet voldoet aan het bepaalde in de artikelen 5, 7, 14, 15, 17 en 19. Deze maatregelen kunnen met name, afhankelijk van de ernst van de overtreding en overeenkomstig hun nationale wetgeving, het volgende omvatten: a) geldboeten, b) inbeslagneming van illegaal vistuig en illegale vangsten, c) conservatoir beslag op het vaartuig, d) schorsing of intrekking van de visvergunning, e) in voorkomend geval, vermindering of intrekking van de visquota. 2. De lidstaat onder de jurisdictie waarvan het blauwvintonijnbedrijf valt, neemt handhavingsmaatregelen ten aanzien van dat bedrijf wanneer op grond van de nationale wetgeving is geconstateerd dat het bedrijf niet voldoet aan het bepaalde in artikel 20 en artikel 25, lid 2, van de onderhavige verordening en de artikelen 4 bis, 4 ter en 4 quater van Verordening (EG) nr. 1936/2001. Deze maatregelen kunnen met name, afhankelijk van de ernst van de overtreding en overeenkomstig de nationale wetgeving, het volgende omvatten: a) geldboeten, b) schorsing of schrapping uit het register van mestbedrijven, c) verbod om de betrokken hoeveelheden blauwvintonijn te kooien of op de markt te brengen. Artikel 27 Marktmaatregelen 1. Binnenlandse handel in en aanvoer, invoer, uitvoer, kooien voor kweek- en mestdoeleinden, wederuitvoer en overlading van blauwvintonijn (thunnus thynnus) uit het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee zonder accurate, volledige en gevalideerde documentatie zoals vereist op grond van deze verordening, zijn verboden. 2. Binnenlandse handel in en invoer, aanvoer, kooien voor kweek- en mestdoeleinden, verwerking, uitvoer, wederuitvoer en overlading van blauwvintonijn (thunnus thynnus) uit het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee die is gevangen door vissersvaartuigen waarvan de vlaggenstaat hetzij niet over een quotum, een vangstbeperking of een beperking van de visserij-inspanning voor blauwvintonijn uit het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee beschikt in het kader van de voorwaarden van de beheers- en instandhoudingsmaatregelen van de ICCAT, hetzij zijn vangstmogelijkheden heeft opgebruikt, zijn verboden. 3. Binnenlandse handel in en invoer, aanvoer, verwerking en uitvoer van blauwvintonijn van bedrijven die niet voldoen aan ICCAT-aanbeveling 2006 [07] inzake de kweek van blauwvintonijn, zijn verboden. Artikel 28 Omrekeningsfactoren De door het ICCAT-Permanent Comité voor onderzoek en statistiek vastgestelde omrekeningsfactoren gelden voor de berekening van het equivalente afgeronde gewicht van de verwerkte blauwvintonijn. Hoofdstuk V Slotbepalingen Artikel 29 Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 973/2001 Verordening (EG) nr. 973/2001 wordt als volgt gewijzigd: (1) de artikelen 5 en 5 bis worden geschrapt; (2) in bijlage IV worden de gegevens betreffende blauwvintonijn geschrapt. Artikel 30 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2008. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE I Specifieke voorwaarden voor vaartuigen die met de hengel vissen, sleepvaartuigen en pelagische trawlers in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan 1. De lidstaten beperken het maximumaantal tot de blauwvintonijnvisserij gemachtigde vaartuigen die met de hengel vissen, sleepvaartuigen en pelagische trawlers tot het aantal vaartuigen dat in 2006 de gerichte visserij op blauwvintonijn heeft beoefend. 2. De lidstaten beperken het maximumaantal pelagische trawlers dat blauwvintonijn mag vangen als bijvangst. 3. Uiterlijk op 1 april 2008 stellen de lidstaten het ICCAT-secretariaat in kennis van het overeenkomstig de leden 1 en 2 vastgestelde aantal vissersvaartuigen. 4. a) De lidstaten zien erop toe dat in de leden 1 en 2 bedoelde vaartuigen waaraan een speciaal visdocument is afgegeven, worden opgenomen in een lijst met vermelding van hun naam en het nummer van het vaartuig in het communautaire vlootregister zoals gedefinieerd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 26/2004 van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot. [5] De lidstaten geven het speciale visdocument slechts af wanneer een vaartuig is opgenomen in het ICCAT-register van vaartuigen die op blauwvintonijn mogen vissen. b) De lidstaten zenden de onder a) bedoelde lijst en alle daaropvolgende wijzigingen in computerleesbare vorm toe aan de Commissie. c) Wijzigingen in de in punt 4, onder a), bedoelde lijst worden ten minste vijf dagen vóór de datum waarop het aan de lijst toegevoegde vaartuig het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee binnenvaart, aan de Commissie toegezonden. De Commissie zendt deze wijzigingen onverwijld door aan het ICCAT-secretariaat. 5. De lidstaten wijzen niet meer dan 10% van hun quotum voor blauwvintonijn aan overeenkomstig punt 4 gemachtigde vaartuigen toe, waarbij een maximum geldt van 200 ton blauwvintonijn met een gewicht van ten minste 6,4 kg die is gevangen door met de hengel vissende vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 17 m. 6. De lidstaten mogen niet meer dan 2% van hun quotum voor blauwvintonijn aan de ambachtelijke kustvisserij voor verse vis toewijzen. 7.a) In het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee gevangen blauwvintonijn mag door in de punten 1 en 2 van deze bijlage bedoelde vaartuigen niet op andere plaatsen dan de door CPC's aangewezen havens worden aangevoerd en/of overgeladen. b) De lidstaten wijzen een aanvoerplaats of een plaats dichtbij de kust aan (aangewezen havens) waar de aanvoer of overlading van blauwvintonijn is toegestaan. c) De lidstaten verstrekken de Commissie vóór 1 april van elk jaar een lijst van aangewezen havens. De Commissie deelt deze gegevens vóór 15 april van elk jaar mee aan het uitvoerend secretariaat van de ICCAT. Latere wijzigingen in de lijst moeten worden gemeld aan de Commissie, die deze gegevens ten minste 15 dagen vóór de inwerkingtreding van de wijziging doorzendt naar het uitvoerend secretariaat van de ICCAT. 8. In afwijking van het bepaalde in artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 stellen de kapiteins van de in de punten 1 en 2 bedoelde communautaire vaartuigen of hun vertegenwoordigers de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan zij de havens of aanvoervoorzieningen wensen te gebruiken, ten minste 4 uur vóór de vermoedelijke aankomst in de haven in kennis van: a) het verwachte tijdstip van aankomst, b) de geraamde hoeveelheid aan boord gehouden blauwvintonijn, c) gegevens betreffende het geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan, 9. De lidstaten leggen een regeling inzake de vangstaangiften ten uitvoer die een doeltreffende controle op het gebruik van het quotum van elk vaartuig garandeert. 10. Blauwvintonijnvangsten mogen, ongeacht de toegepaste verkoopmethode, slechts voor verkoop in het klein aan de eindverbruiker worden aangeboden mits door middel van een adequate affichering of etikettering de volgende gegevens worden verstrekt: a) de soort en het gebruikte vistuig, b) het vangstgebied en de datum. 11. Met ingang van 1 juli 2008 stellen lidstaten waarvan vaartuigen die met de hengel op blauwvintonijn mogen vissen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan, de volgende eisen inzake het staartmerk vast: a) op elke blauwvintonijn wordt onmiddellijk na het lossen een staartmerk aangebracht, b) elk staartmerk heeft een uniek identificatienummer en wordt opgenomen in statistische documenten betreffende blauwvintonijn en aangebracht op de buitenkant van elke verpakking die tonijn bevat. BIJLAGE II Specificatie voor logboeken: Minimumspecificaties voor logboeken 1. De bladzijden van het logboek moeten genummerd zijn. 2. Het logboek moet elke dag worden ingevuld (om middernacht) en in elk geval vóór de aankomst in de haven. 3. In geval van inspecties op zee moet het logboek worden aangevuld. 4. Eén kopie van de bladzijden moet aan het logboek gehecht blijven. 5. Logboeken aan boord moeten een heel jaar bestrijken. Minimumstandaardinformatie voor logboeken: 1. Naam en adres van de kapitein 2. Data en havens van vertrek, data en havens van aankomst 3. Naam van het vaartuig, registratienummer, ICCAT-nummer en IMO-nummer (indien beschikbaar). In het geval van gezamenlijke visserijactiviteiten: naam van de vaartuigen, registratienummer, ICCAT-nummer en IMO-nummer (indien beschikbaar) van alle bij de activiteit betrokken vaartuigen. 4. Vistuig: a) soort naar FAO-code b) Afmetingen (lengte, maaswijdte, aantal haken, …) 5. Activiteiten op zee met (ten minste) één lijn per dag van de visreis: a) activiteit (vissen, doorkruisen, …) b) Functie: exacte dagelijkse posities (in graden in minuten), voor elke visserijactiviteit of op de middag op dagen waarop niet is gevist. c) Vangstgegevens: 6. Identificatie van soorten: a) naar FAO-code b) afgerond gewicht in kg per dag 7. Handtekening van de kapitein 8. Handtekening van de waarnemer (in voorkomend geval) 9. Manier van wegen: schatten, wegen aan boord. 10. In het logboek wordt het gewicht in equivalent levend gewicht genoteerd en worden de in de evaluatie gebruikte omrekeningsfactoren vermeld. Minimuminformatie in het geval van aanvoer en overlading: 1. Data en haven van aanvoer/overlading 2. Producten a) aanbiedingsvorm b) aantal vissen of kratten en hoeveelheid in kg 3. Handtekening van de kapitein of de gemachtigde BIJLAGE III ICCAT-AANGIFTE VAN OVERLADING Document nr. ICCAT-AANGIFTE VAN OVERLADING Sleepvaartuig/transportvaartuigNaam van het vaartuig en radioroepnummer: Vlag:Nr. vergunning van de vlaggenstaatNr. nationaal registerNr. ICCAT-registerIMO- nr. | | VissersvaartuigNaam van het vaartuig en radioroepnummer:Vlag:Nr. vergunning van de vlaggenstaatNr. nationaal registerNr. ICCAT-registerExterne identificatieNr. bladzijde visserijlogboek | Dag Maand Uur Jaar2_0_____ Naam kapitein vissersvaartuig: Naam kapitein sleepvaartuig/transportvaartuig: PLAATS VAN OVERLADING Vertrekt ____ ____ ____ van __________ Terugkeer ____ ____ ____ naar __________ Handtekening: Handtekening: Overlading ____ ____ ____ __________ Geef in het geval van overlading het gewicht in kilogram of de gebruikte eenheid aan (b.v. doos, mand) en het aangevoerde gewicht in kilogram van deze eenheid: ___ kilogram. Geef in het geval van overdracht van levende vis het aantal eenheden en het levend gewicht aan Haven | ZeeBreedtegr.Lengtegr. | Soort | Aantal eenhedenvis | Soortlevend product | Soortproduct(heel) | Soortproduct(gestript) | Soortproduct(zonder kop) | Soortproduct(gefileerd) | Soortproduct | Verdere overladingDatum: Plaats/positie:Nr. vergunning CPC:Handtekening kapitein vaartuig van waarop overlading plaatsvindtNaam van het ontvangende vaartuig:VlagNr. ICCAT-registerIMO-nr.Handtekening kapiteinDatum: Plaats/positie:Nr. vergunning CPC:Handtekening kapitein vaartuig van waarop overlading plaatsvindtNaam van het ontvangende vaartuig:VlagNr. ICCAT-registerIMO- nr.Handtekening kapitein | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | Handtekening van de ICCAT-waarnemer (in voorkomend geval): Verplichtingen bij overlading: 1. Het origineel van de aangifte van overlading wordt aan het ontvangende vaartuig (sleepvaartuig, vaartuig voor visverwerking/transportvaartuig) afgegeven 2. Het corresponderende visserijvaartuig bewaart een kopie van de aangifte van overlading 3. Voor verdere overladingsactiviteiten is de goedkeuring van de betrokken CPC vereist die het vaartuig heeft gemachtigd om visserijactiviteiten te beoefenen 4. Het origineel van de aangifte van overlading wordt bewaard door het ontvangende vaartuig dat de vis aan boord heeft tot het viskweekbedrijf of de plaats van aanvoer 5. De overlading wordt geregistreerd in het logboek van alle bij de activiteit betrokken vaartuigen. BIJLAGE IV ICCAT-REGELING INZAKE GEZAMENLIJKE INTERNATIONALE INSPECTIE Tijdens haar vierde gewone vergadering (Madrid, november 1975) is de commissie het volgende overeengekomen: Overeenkomstig lid 3 van artikel IX van het verdrag beveelt de Commissie aan de volgende bepalingen vast te stellen inzake internationale controle buiten de wateren onder nationale jurisdictie met het oog op de toepassing van het verdrag en de maatregelen in het kader daarvan: 1. De controles moeten worden verricht door inspecteurs van de visserijcontrolediensten van de verdragsluitende regeringen. De naam van de daartoe door de respectieve regeringen aangewezen inspecteurs moet aan de Commissie worden gemeld. 2. Vaartuigen met inspecteurs aan boord voeren een speciale door de Commissie goedgekeurde vlag of wimpel om aan te geven dat de inspecteurs internationale controletaken uitvoeren. De naam van de voorlopig voor inspectie gebruikte vaartuigen (speciale inspectievaartuigen of vissersvaartuigen) moet zo snel mogelijk aan de Commissie worden gemeld. 3. Elke inspecteur moet in het bezit zijn van een door de Commissie goedgekeurd en door de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat verstrekt identiteitsbewijs dat hem is afgegeven bij zijn aanstelling en waarin wordt verklaard dat hij bevoegd is om in het kader van de door de Commissie goedgekeurde regelingen op te treden. 4. Onverminderd het bepaalde in punt 9 moet een vaartuig dat tijdelijk wordt ingezet voor de visserij op tonijn of tonijnachtigen in het verdragsgebied buiten de onder nationale jurisdictie vallende wateren, halt houden wanneer het passende sein uit het internationale seinboek is gegeven door een vaartuig dat een inspecteur aan boord heeft, tenzij het daadwerkelijk visserijactiviteiten beoefent, in welk geval het moet halt houden zodra deze activiteiten beëindigd zijn. De kapitein [6] van het vaartuig staat de inspecteur, eventueel vergezeld van een getuige, toe om aan boord van het vaartuig te komen. De kapitein stemt in met de controles van vangsten, vistuig en relevante documenten door de inspecteur, voor zover deze door laatstgenoemde noodzakelijk worden geacht om de naleving van de geldende aanbevelingen ten aanzien van de vlaggenstaat van het betrokken vaartuig na te gaan, en de inspecteur mag om nadere uitleg verzoeken indien hij dit noodzakelijk acht. 5. De inspecteur toont het in punt 3 hierboven bedoelde document wanneer hij aan boord gaat. De inspecties worden op zodanige wijze verricht dat een vissersvaartuig niet onnodig lang wordt opgehouden, de werkzaamheden van het vissersvaartuig zo min mogelijk worden verstoord en kwaliteitsverlies van de vis wordt vermeden. Bij dit onderzoek gaat de inspecteur alleen na of de geldende aanbevelingen van de Commissie ten aanzien van de vlaggenstaat van het betrokken vaartuig worden nageleefd. Hierbij kan de inspecteur de kapitein eventueel om bijstand verzoeken. Hij stelt een inspectieverslag op in een door de Commissie goedgekeurde vorm. Hij ondertekent het verslag in aanwezigheid van de kapitein van het vaartuig die gemachtigd is opmerkingen die hij nuttig acht, toe te voegen of te laten toevoegen, en ondertekent deze opmerkingen. Een kopie van het verslag wordt aan de kapitein van het vaartuig en aan de regering van de inspecteur verstrekt, die op zijn beurt een kopie doet toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat van het vaartuig en aan de Commissie. Wanneer een inbreuk op de aanbevelingen wordt vastgesteld, stelt de inspecteur, voor zover dit mogelijk is, ook de bevoegde autoriteiten van de aan de Commissie gemelde vlaggenstaat, alsook elk inspectievaartuig van de vlaggenstaat dat zich in de nabijheid bevindt, hiervan in kennis. 6. Verzet tegen een inspecteur of niet-uitvoering van zijn instructies wordt door de vlaggenstaat van het vaartuig behandeld als verzet tegen eender welke inspecteur van die staat of als niet-naleving van zijn instructies. 7. Inspecteurs voeren de in het kader van deze regelingen aan hen toevertrouwde taken uit overeenkomstig de voorschriften in deze aanbeveling, doch blijven onder het operationele toezicht van hun nationale autoriteiten staan en zijn hun verantwoording verschuldigd. 8. De verdragsluitende regeringen hechten aan verslagen die door inspecteurs van andere verdragsluitende partijen in het kader van deze regelingen zijn opgemaakt overeenkomstig hun nationale wetgeving, dezelfde waarde en geven er hetzelfde gevolg aan als aan de door hun eigen inspecteurs opgemaakte verslagen. Deze bepaling verplicht de verdragsluitende regering niet om aan een verslag dat is opgesteld door een inspecteur die niet door die verdragsluitende partij is aangewezen, grotere bewijskracht toe te kennen dan het in het eigen land van de inspecteur zou hebben. De verdragsluitende regeringen werken samen ten einde gerechtelijke of andere procedures die voortvloeien uit een in het kader van deze regelingen door een inspecteur ingediend rapport, te vergemakkelijken. 9. i) De verdragsluitende regeringen stellen de Commissie uiterlijk op 1 maart van elk jaar op de hoogte van de voorlopige plannen voor de deelname aan de uitvoering van deze regelingen in het volgende jaar en de Commissie kan de verdragsluitende regeringen suggesties doen voor de coördinatie van nationale activiteiten op dit gebied, ook ten aanzien van het aantal inspecteurs en het aantal vaartuigen met inspecteurs aan boord. ii) De in deze aanbeveling vastgestelde regelingen en de plannen voor de deelname daaraan zijn van toepassing tussen de verdragsluitende partijen, tenzij zij onderling anders zijn overeengekomen; de Commissie wordt hiervan in kennis gesteld. De uitvoering van de regeling wordt evenwel geschorst tussen twee verdragsluitende regeringen indien één van hen de Commissie hiervan in kennis heeft gesteld, in afwachting van de sluiting van een overeenkomst. 10. i) Het vistuig wordt geïnspecteerd overeenkomstig de verordeningen die van toepassing zijn op de sector waar de inspectie plaatsvindt. De inspecteur geeft de aard van deze inbreuk aan in zijn rapport. ii) Inspecteurs zijn gemachtigd om gebruikt of gebruiksklaar vistuig te inspecteren. 11. De inspecteurs brengen een door de Commissie goedgekeurd identificatiemerk aan op elk geïnspecteerd vistuig dat in strijd met de geldende aanbevelingen van de Commissie ten aanzien van de vlaggenstaat van het betrokken vaartuig lijkt te zijn gebruikt en meldt dit in zijn rapport. 12. Inspecteurs mogen het vistuig zo fotograferen dat kenmerken die volgens hen niet in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving, duidelijk in beeld worden gebracht; in dat geval worden de gefotografeerde elementen vermeld in de rapporten en worden kopieën van de foto's aan de kopie van het rapport aan de vlaggenstaat gehecht. 13. De inspecteur is, onder voorbehoud van door de Commissie opgelegde beperkingen, gemachtigd om de kenmerken van de vangsten te onderzoeken teneinde vast te stellen of de aanbevelingen van de Commissie zijn nageleefd. Hij meldt zijn bevindingen zo snel mogelijk aan de autoriteiten van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig. (Tweejaarlijks verslag 1974-75, deel II). Opmerkingen Er is overeengekomen de datum van inwerkingtreding van de regeling inzake internationale inspectie op te schorten totdat de Commissie anders beslist. ICCAT-wimpel: (...PICT...) [1] [2] PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33. [3] PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59. [4] PB L 137 van 19.5.2001, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 831/2004 (PB L 127 van 29.4.2004, blz. 33). [5] PB L 5 van 9.1.2004, blz. 25. [6] Onder kapitein wordt verstaan de persoon die verantwoordelijk is voor het vaartuig --------------------------------------------------