52007PC0159

Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen /* COM/2007/0159 def. - COD 2007/0054 */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 30.3.2007

COM(2007) 159 definitief

2007/0054 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL |

110 | Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel beoogt Verordening (EEG) nr. 1408/71 aan te passen aan de wijzigingen in de nationale socialezekerheidswetgeving van de lidstaten. |

120 | Algemene context Het voorstel is een van de regelmatige aanpassingen van Verordening (EEG) nr. 1408/71, en met name van de bijlagen. Het doel is de wijzigingen in de nationale wetgevingen in de bijlagen te verwerken, met het oog op een goede coördinatie van de nationale socialezekerheidsregelingen op communautair niveau. Verordening (EEG) nr. 1408/71 is vereenvoudigd en gemoderniseerd door Verordening (EG) nr. 883/2004, die van toepassing zal worden zodra de bijbehorende toepassingsverordening van kracht wordt. Dit zal naar verwachting de laatste aanpassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 zijn voordat de twee nieuwe verordeningen van toepassing worden. |

130 | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Verordening (EEG) nr. 1408/71, die is bijgewerkt bij Verordening (EG) nr. 118/97 en laatstelijk is gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 629/2006 van het Europees Parlement en de Raad. Dit voorstel voorziet in een bijwerking en wijziging van bepaalde verwijzingen in een aantal bijlagen van de verordening naar aanleiding van wijzigingen in de nationale wetgevingen waarnaar wordt verwezen. |

141 | Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Niet van toepassing. |

RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING |

Raadpleging van belanghebbende partijen |

211 | Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten De lidstaten is gevraagd verzoeken in de dienen voor wijzigingen in de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 naar aanleiding van wijzigingen in hun nationale wetgeving. De diensten van de Commissie hebben de verzoeken geëvalueerd, hebben ze met de vertegenwoordigers van de lidstaten besproken op een vergadering van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers, en hebben waar nodig nadere details verduidelijkt met vertegenwoordigers van de betrokken lidstaten. |

212 | Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden De verzoeken die in overeenstemming met de EU-wetgeving zijn bevonden en waarmee de Administratieve Commissie heeft ingestemd, zijn goedgekeurd en in de tekst verwerkt. |

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |

221 | Betrokken wetenschaps- en kennisgebieden Coördinatie van de sociale zekerheid. |

222 | Gebruikte methode Besprekingen tijdens vergaderingen van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers en waar nodig verdere besprekingen met vertegenwoordigers van de betrokken lidstaten in de Administratieve Commissie om met name bepaalde punten van de nationale wetgeving te verduidelijken. |

223 | Belangrijkste geraadpleegde organisaties en deskundigen De Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers en een aantal vertegenwoordigers van de lidstaten in de Administratieve Commissie. |

2249 | Ontvangen en gebruikte adviezen Er zijn geen potentieel ernstige risico’s met onomkeerbare gevolgen gesignaleerd. |

225 | Er is overeengekomen voor een aantal lidstaten bepaalde vermeldingen in de bijlagen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 te wijzigen. |

226 | Wijze waarop het deskundigenadvies beschikbaar is gemaakt voor het publiek Geen. |

230 | Effectbeoordeling De lidstaten wijzigen met enige regelmaat hun socialezekerheidswetgeving. Dat heeft tot gevolg dat bepaalde verwijzingen naar de nationale wetgeving in de EU-wetgeving ter coördinatie van de socialezekerheidsregelingen achterhaald raken, wat rechtsonzekerheid schept. Dit is nadelig voor EU-burgers die zich binnen de EU verplaatsen, aangezien zij daardoor niet goed op de hoogte zijn van hun rechten. Ook bemoeilijkt het een correcte toepassing van de EU-bepalingen ter coördinatie van de sociale zekerheid door de nationale socialezekerheidsorganen. Daarom moeten de verwijzingen in de coördinerende EU-wetgeving, met name de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72, worden bijgewerkt zodat ze overeenstemmen met de nieuwe nationale wetteksten. EU-verordeningen kunnen alleen bij een verordening worden gewijzigd. Het is in het belang van de betrokken burgers dat de EU-verordeningen zo spoedig mogelijk na de wijzigingen in de nationale wetgeving worden bijgewerkt, ook al is Verordening (EG) nr. 883/2004 die Verordening (EEG) nr. 1408/71 vervangt op 20 mei 2004 van kracht geworden: deze verordening zal namelijk pas van toepassing worden als de toepassingsverordening, waarover nog onderhandeld wordt, is goedgekeurd. Qua werkbelasting of kosten verandert er met de voorgestelde wijzigingsverordening niets voor de socialezekerheidsorganen, overheidsdiensten, werknemers of werkgevers. Deze bijwerking beoogt integendeel een betere coördinatie van de socialezekerheidsregelingen en dus een betere bescherming van EU-burgers die zich binnen de EU verplaatsen. |

JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL |

305 | Samenvatting van de voorgestelde maatregel Dit voorstel beoogt een aantal bijlagen van Verordening (EEG) nr. 1408/71 aan te passen aan wijzigingen in de nationale socialezekerheidswetgeving van de lidstaten. Door de communautaire wetgeving ter coördinatie van de socialezekerheidsregelingen af te stemmen op de geldende nationale wetgeving zal dit voorstel de toepassing van de communautaire wetgeving vergemakkelijken. |

310 | Rechtsgrondslag Artikelen 42 en 308 van het EG-Verdrag. |

320 | Subsidiariteitsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voor zover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap vallen. |

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende reden(en) niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. |

321 | Overeenkomstig artikel 42 van het Verdrag zijn communautaire coördinatiemaatregelen op het gebied van de sociale zekerheid nodig om werknemers in staat te stellen hun in het Verdrag vastgelegde recht op vrij verkeer ten volle uit te oefenen. Zonder deze coördinatie zou het vrije verkeer wel eens onuitvoerbaar kunnen zijn, aangezien mensen minder van dit recht gebruik zouden maken indien ze daardoor in een andere lidstaat verworven socialezekerheidsrechten zouden verliezen. De bestaande EU-wetgeving inzake sociale zekerheid is niet bedoeld om de verschillende nationale regelingen te vervangen. Er zij op gewezen dat het voorstel geen harmonisatiemaatregel is en niet verder gaat dan wat voor een doeltreffende coördinatie nodig is. Het voorstel beoogt voornamelijk de bestaande coördinatievoorschriften aan te passen aan de wijzigingen in de nationale wetgeving. Hoewel het voorstel dus vooral op bijdragen van de lidstaten gebaseerd is, kunnen de lidstaten dergelijke bepalingen niet op nationaal niveau vaststellen, aangezien dit strijdig kan zijn met de verordening. Daarom moeten de bijlagen van de verordening worden aangepast zodat de verordening effectief kan worden toegepast in de desbetreffende lidstaten. De coördinatie van de sociale zekerheid betreft grensoverschrijdende gevallen die lidstaten niet alleen kunnen regelen. De communautaire coördinatieverordening vervangt de vele bestaande bilaterale overeenkomsten. Dit vereenvoudigt niet alleen de coördinatie van de sociale zekerheid voor de lidstaten, maar garandeert ook een gelijke behandeling van mensen die krachtens de nationale socialezekerheidswetgeving verzekerd zijn. |

De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende reden(en) beter door een optreden van de Gemeenschap worden verwezenlijkt. |

324 | De coördinatie van de socialezekerheidsregelingen heeft alleen zin op communautair niveau. Doel is ervoor te zorgen dat de socialezekerheidsregelingen in alle lidstaten effectief worden gecoördineerd. Dit berust op en wordt gerechtvaardigd door het vrije verkeer van personen binnen de EU. |

325 | Er zijn geen kwalitatieve indicatoren, maar de verordening is van belang voor alle EU-burgers die zich om welke reden dan ook binnen de EU verplaatsen. |

27 | Het voorstel is louter een coördinatiemaatregel, die alleen op communautair niveau kan worden vastgesteld. De lidstaten blijven verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van hun eigen socialezekerheidsstelsels. |

Het voorstel is dus in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. |

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. |

331 | Verordening (EEG) nr. 1408/71 vereist dit soort maatregel omdat een verordening alleen bij een verordening kan worden gewijzigd. De lidstaten blijven echter volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van hun eigen socialezekerheidsregelingen. |

332 | Het voorstel maakt het de lidstaten makkelijker om de socialezekerheidsstelsels te coördineren en komt dus zowel de burgers als de nationale socialezekerheidsorganen ten goede. Deze bijzondere bepalingen zijn gebaseerd op voorstellen van de lidstaten. Daardoor blijven de eventuele financiële en administratieve lasten tot een minimum beperkt en staan ze in verhouding tot bovengenoemde doelstelling. Zonder deze wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 zouden de financiële en administratieve lasten waarschijnlijk groter zijn. |

Keuze van instrumenten |

341 | Voorgesteld(e) instrument(en): verordening. |

342 | Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn: Er is geen alternatief omdat een verordening zoals Verordening (EEG) nr. 1408/71 alleen door een verordening kan worden gewijzigd. |

GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING |

409 | Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. |

AANVULLENDE INFORMATIE |

520 | Intrekking van bestaande wetgeving De vaststelling van het voorstel heeft de intrekking van bestaande wetgeving tot gevolg. |

560 | Europese Economische Ruimte De voorgestelde maatregel betreft een onderwerp dat onder de EER-overeenkomst valt en moet daarom worden uitgebreid tot de Europese Economische Ruimte. |

570 | Nadere uitleg van het voorstel, per hoofdstuk of per artikel I. Wijzigingen van bijlage I 1. Wijziging van deel I Deel I van bijlage I geeft de definities van "werknemer" en "zelfstandige" voor zover deze niet uit de nationale wetgeving kunnen worden afgeleid. Rubriek "I. Ierland" dient te worden aangepast gezien de wijzigingen van de genoemde Ierse wetsteksten als gevolg van de consolidering van de Ierse sociale wetgeving, in de vorm van de geconsolideerde wet op de sociale bescherming van 2005. 2. Wijzigingen van deel II Deel I van bijlage II definieert "gezinsleden" voor zover de nationale wetgeving geen onderscheid maakt tussen gezinsleden en andere personen. Rubriek "I. Ierland" dient te worden aangepast gezien de nieuwe Ierse wet houdende oprichting van de Health Service Executive, die in de plaats komt van de oude Health Boards/Authority. II. Wijziging van bijlage II 1. Wijziging van deel I Bijlage II, deel I, noemt de bijzondere stelsels voor zelfstandigen die van de werkingssfeer van de verordening zijn uitgesloten krachtens artikel 1, onder j), vierde alinea. Rubriek "H. Frankrijk" dient vereenvoudigd te worden aangezien de in paragraaf 2 genoemde aanvullende verzekering uiteindelijk niet is ingevoerd. Deze inkorting van een bijlage betreffende de uitsluiting van bepaalde stelsels van de werkingssfeer van de verordening draagt bij tot de vereenvoudiging van de verordening. 2. Wijziging van deel II Deel II van bijlage II definieert de bijzondere uitkeringen bij geboorte of adoptie die krachtens artikel 1, onder u), i), zijn uitgesloten van de werkingssfeer van de verordening. Rubriek "S. Polen" dient zodanig gewijzigd te worden dat de genoemde prestatie (aanvulling op uitkering bij geboorte) niet langer van de coördinatie is uitgesloten. De nieuwe vermelding die voortvloeit uit de goedkeuring van de wet van 29 december 2005 is mogelijk geworden uit hoofde van artikel 1, onder u), i). III. Wijziging van bijlage II bis Bijlage II bis vermeldt de bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties die de begunstigden overeenkomstig artikel 10 bis van Verordening (EEG) nr. 1408/71 uitsluitend genieten op het grondgebied van de lidstaat waar ze verblijven. Rubriek "I. Ierland" dient te worden aangepast gezien de wijzigingen van de genoemde Ierse wetsteksten als gevolg van de consolidering van de Ierse sociale wetgeving, in de vorm van de geconsolideerde wet op de sociale bescherming van 2005. Er zijn geen substantiële wijzigingen. IV. Wijziging van bijlage III, deel A Bijlage III vermeldt de bepalingen van bestaande bilaterale verdragen die vóór de toepassing van de verordening in de betrokken staten van kracht waren. Deel A vermeldt de bepalingen van bilaterale verdragen die van kracht blijven ondanks het feit dat Verordening (EEG) nr. 1408/71 de bepalingen van bilaterale verdragen in de regel vervangt. De tekst onder de punten "13. Duitsland-Hongarije" en "24. Hongarije-Oostenrijk" dient te worden aangepast aangezien door een wijziging van de Hongaarse wetgeving inzake pensioenen een bepaling die in beide bilaterale verdragen voorkomt, achterhaald geworden is; deze bepaling heeft betrekking op de berekening van pensioenen wanneer het tijdvak van verzekering in Hongarije korter is dan de gemiddelde duur die in de Hongaarse regeling voor de berekening van het pensioen is voorgeschreven. V. Wijzigingen van bijlage IV 1. Wijziging van bijlage IV, deel A Bijlage IV, deel A, vermeldt de wetgevingen als bedoeld in artikel 37, lid 1, van de verordening volgens welke het bedrag van de invaliditeitsuitkeringen onafhankelijk is van de duur van de tijdvakken van verzekering. Rubriek "I. Ierland" dient te worden aangepast gezien de wijzigingen van de genoemde Ierse wetsteksten als gevolg van de consolidering van de Ierse sociale wetgeving, in de vorm van de geconsolideerde wet op de sociale bescherming van 2005. Rubriek "Q. Nederland" dient te worden aangepast vanwege de nieuwe "Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen" (WIA) van 10 november 2005. 2. Wijzigingen van bijlage IV, deel C Bijlage IV, deel C, vermeldt de "gevallen als bedoeld in artikel 46, lid 1, onder b), van de verordening waarin van de berekening van de uitkering overeenkomstig artikel 46, lid 2, van de verordening kan worden afgezien", omdat deze berekening nooit tot een hoger resultaat zal leiden. Rubriek "O. Hongarije" dient te worden geschrapt aangezien uit berekeningen op basis van de gewijzigde wetgeving blijkt dat de prorataberekening tot een hoger bedrag zou kunnen leiden dan het nationale pensioen. Aangezien niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het afzien van de vergelijkende berekening, dient de vermelding in deze lijst geschrapt te worden. Rubriek "R. Oostenrijk" dient gewijzigd te worden om rekening te houden met de gevallen waar het uit hoofde van de nieuwe pensioenwet mogelijk is om af te zien van de vergelijkende berekening van de uitkering. VI. Wijzigingen van bijlage VI Bijlage VI vermeldt de bijzonderheden voor de toepassing van de wetgevingen van bepaalde lidstaten. De punten 6 en 11 van Rubriek "C. Denemarken" dienen te worden aangepast om rekening te houden met een puur formele wijziging van de Deense wetgeving. Punt 4 van rubriek "Q. Nederland" dient te worden aangepast om rekening te houden met de nieuwe "Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen" (WIA) van 10 november 2005. Punt 10 van rubriek "R. Oostenrijk" dient te worden aangevuld om te verduidelijken op welke wijze bij de pensioenrekening rekening gehouden wordt met in het buitenland vervulde tijdvakken. VII. Wijziging van bijlage VIII Bijlage VIII geeft een lijst van regelingen die voor wezen alleen voorzien in gezinsuitkeringen of aanvullende of bijzondere uitkeringen. Rubriek "I. Ierland" dient te worden aangepast gezien de nieuwe Ierse wet houdende oprichting van de Health Service Executive, die in de plaats komt van de oude Health Boards/Authority. |

1. 2007/0054 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 42 en 308,

Gezien het voorstel van de Commissie[1],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[2],

Gezien het advies van het Comité van de Regio's[3],

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag[4],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Naar aanleiding van wijzigingen in de wetgeving van bepaalde lidstaten moeten bepaalde bijlagen bij Verordening (EEG) nr. 1408/71[5] worden aangepast.

(2) Verordening (EEG) nr. 1408/71 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3) Om de nodige maatregelen te nemen op het gebied van de sociale zekerheid van niet-werknemers voorziet het Verdrag niet in andere bevoegdheden dan die welke zijn vervat in artikel 308,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen I, II, II bis, III, IV, VI en VIII bij Verordening (EEG) nr. 1408/71 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, […]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

BIJLAGE

De bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1408/71 worden als volgt gewijzigd:

1. In bijlage I, deel I, wordt de rubriek "I. IERLAND" vervangen door:

"I. IERLAND

1. Als werknemer in de zin van artikel 1, onder a), ii), van de verordening wordt aangemerkt degene die verplicht of vrijwillig verzekerd is overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 12, 24 en 70 van de geconsolideerde wet op de sociale bescherming van 2005 ( Social Welfare Consolidation Act 2005 ).

2. Als zelfstandige in de zin van artikel 1, onder a), ii), van de verordening wordt aangemerkt degene die verplicht of vrijwillig verzekerd is overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 20 en 24 van de gconsolideerde wet op de sociale bescherming van 2005 ( Social Welfare Consolidation Act 2005 )."

2. In bijlage I, deel II, wordt de rubriek "I. IERLAND" vervangen door:

"I. IERLAND

Voor de vaststelling van het recht op verstrekkingen bij ziekte en moederschap op grond van de verordening, wordt onder "gezinslid" verstaan een ieder die voor de toepassing van de Health Acts (volksgezondheidswetgeving) van 1947 tot en met 2004 wordt aangemerkt als persoon ten laste van de werknemer of de zelfstandige."

3. In bijlage II, deel I, wordt de rubriek "H. FRANKRIJK" vervangen door:

"H. FRANKRIJK

Aanvullende uitkeringsstelsels voor zelfstandigen in handwerks-, industriële of commerciële beroepen of de vrije beroepen, aanvullende ouderdomspensioenregelingen voor zelfstandigen in de vrije beroepen, aanvullende invaliditeits- of overlijdensverzekeringen voor zelfstandigen in de vrije beroepen, en aanvullende ouderdomspensioenregelingen voor artsen en andere werkers in de gezondheidszorg die in dienstverband werkzaam zijn, als respectievelijk bedoeld in de artikelen L 615-20, L 644-1, L 644-2, L 645-1 en L 723-14 van het Wetboek van Sociale Zekerheid."

4. In bijlage II, deel II, wordt de rubriek "S. POLEN" vervangen door:

"S. POLEN

Eenmalige geboortetoelage (Wet inzake gezinstoeslagen)".

5. In bijlage II bis wordt de rubriek "I. IERLAND" vervangen door:

"I. IERLAND

a) Steun bij werkloosheid (geconsolideerde wet van 2005 op de sociale bescherming, deel drie, hoofdstuk 2);

b) Niet op bijdrage- of premiebetaling berustend ouderdomspensioen (geconsolideerde wet van 2005 op de sociale bescherming, deel drie, hoofdstuk 4);

c) Niet op bijdrage- of premiebetaling berustend weduwen- en weduwnaarspensioen (geconsolideerde wet van 2005 op de sociale bescherming, deel drie, hoofdstuk 6);

d) Uitkering voor gehandicapten (geconsolideerde wet van 2005 op de sociale bescherming, deel drie, hoofdstuk 10);

e) Mobiliteitstoelage (Volksgezondheidswet van 1970, artikel 61);

f) Blindenpensioen (geconsolideerde wet van 2005 op de sociale bescherming, deel drie, hoofdstuk 5)."

6. Bijlage III, deel A, wordt als volgt gewijzigd:

a) Punt 13 "DUITSLAND-HONGARIJE" wordt vervangen door:

"13. DUITSLAND-HONGARIJE

a) Artikel 40, lid 1, punt b), van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 2 mei 1998.

b) Punt 16 van het Slotprotocol bij genoemd verdrag."

b) Punt 24 "HONGARIJE-OOSTENRIJK" wordt vervangen door:

"24. HONGARIJE-OOSTENRIJK

Artikel 36, lid 3, van het Verdrag inzake sociale zekerheid van 31 maart 1999."

7. Bijlage IV, deel A, wordt als volgt gewijzigd:

a) de rubriek "I. IERLAND" wordt vervangen door:

"I. IERLAND

Deel II, hoofdstuk 17, van de geconsolideerde wet van 2005 op de sociale bescherming."

b) Aan de rubriek "Q. NEDERLAND" wordt de volgende tekst toegevoegd:

"c) de "Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen" (WIA) van 10 november 2005."

8. Bijlage IV, deel C, wordt als volgt gewijzigd:

a) de rubriek "O. HONGARIJE" wordt geschrapt.

b) de rubriek "R. OOSTENRIJK" wordt vervangen door:

"1. Alle aanvragen om uitkeringen uit hoofde van de federale wet van 9 september 1955 inzake de sociale verzekering (Allgemeines Sozialversicherungsgesetz, ASVG), van de wet van 11 oktober 1978 inzake sociale verzekering voor zelfstandigen in de handel en het handwerk (Gewerbliches Sozialversicherungsgesetz, GSVG) en de federale wet van 11 oktober 1978 inzake sociale verzekering voor zelfstandigen in de land- en bosbouw (Bauern-Sozialversicherungsgesetz, BSVG), voor zover de artikelen 46 ter en 46 quater van de verordening niet van toepassing zijn of voor zover het mogelijk is om, overeenkomstig artikel 45 van de verordening, een ander type pensioen in aanmerking te nemen waarvan de regels voor de berekening gunstiger zijn.

2. Alle aanvragen om de hieronder genoemde uitkeringen op basis van een pensioenrekening uit hoofde van de algemene pensioenwet (APG) van 18 november 2004, voor zover de artikelen 46 ter en 46 quater van de verordening niet van toepassing zijn of voor zover het mogelijk is om, overeenkomstig artikel 45 van de verordening, een ander type pensioen in aanmerking te nemen waarvan de regels voor de berekening gunstiger zijn, dan wel hetzelfde type pensioen volgens gunstiger berekeningsregels:

a) ouderdomspensioenen;

b) invaliditeitspensioenen;

c) nabestaandenpensioenen, voor zover geen verhoging van de uitkering op basis van aanvullende verzekeringsmaanden berekend dient te worden overeenkomstig artikel 7, lid 2, van de APG."

9. Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:

a) In de rubriek "C. DENEMARKEN"

i) wordt onder punt 6 de zinsnede "van 20 december 1989" geschrapt.

ii) wordt punt 11 vervangen door:

"11. De overbruggingsuitkering voor werklozen die deelnemen aan de "flexjob"-regeling (ledighedsydelse) (overeenkomstig de wet betreffende actief sociaal beleid) valt onder de bepalingen van titel III, hoofdstuk 6 (werkloosheidsuitkeringen). Wat betreft werklozen die zich naar een andere lidstaat begeven, zijn de bepalingen van de artikelen 69 en 71 van deze verordening van toepassing wanneer de betrokken lidstaat vergelijkbare regelingen voor dezelfde categorie personen kent."

b) In de rubriek "Q. NEDERLAND" wordt punt 4 vervangen door:

"4. Toepassing van de Nederlandse wetgeving inzake arbeidsongeschiktheid

a) Een werknemer of zelfstandige die verzekerd is geweest ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) van 11 december 1975, de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) van 24 april 1997, de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van 18 februari 1966, en/of de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) van 10 november 2005, wordt met het oog op de toepassing van titel III, hoofdstuk 3, van de verordening geacht op het tijdstip waarop de verzekerde gebeurtenis zich voordoet ingevolge deze wetten verzekerd te zijn, indien hij ingevolge de wetgeving van een andere lidstaat wegens hetzelfde risico verzekerd is, of, indien zulks niet het geval is, een uitkering krachtens de wetgeving van een andere lidstaat wegens hetzelfde risico verschuldigd is. Laatstgenoemde voorwaarde wordt echter geacht te zijn vervuld in het in artikel 48, lid 1, bedoelde geval.

b) Indien een belanghebbende met toepassing van het bepaalde onder a) aanspraak kan maken op een Nederlandse arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt het uitkeringsbedrag berekend volgens artikel 46, lid 2, van de verordening:

i) indien de betrokkene voordat de arbeidsongeschiktheid zich voordeed werkzaam was als werknemer in de zin van artikel 1, punt a), van de verordening, overeenkomstig de bepalingen van de WAO indien de arbeidsongeschiktheid is ingetreden vóór 1 januari 2004. Indien de arbeidsongeschiktheid op 1 januari 2004 of daarna is ingetreden, wordt het bedrag van de uitkering berekend op basis van de WIA;

ii) indien de betrokkene voordat de arbeidsongeschiktheid zich voordeed niet werkzaam was als werknemer in de zin van artikel 1, punt a), van de verordening, overeenkomstig de bepalingen van de WAZ.

c) Bij de berekening van uitkeringen die zijn vastgesteld overeenkomstig de genoemde wet van 18 februari 1966 (WAO) of de wet van 10 november 2005 betreffende werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of de wet van 24 april 1997 betreffende de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (WAZ) houden de Nederlandse organen rekening met:

- de tijdvakken van arbeid in loondienst en de daarmee gelijkgestelde tijdvakken die vóór 1 juli 1967 in Nederland zijn vervuld;

- de tijdvakken van verzekering vervuld krachtens de genoemde Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van 18 februari 1966;

- de tijdvakken van verzekering door de betrokkene vervuld na het bereiken van de vijftienjarige leeftijd krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) van 11 december 1975, voor zover zij niet samenvallen met de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van 18 februari 1966.

- de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) van 24 april 1997.

- de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) van 10 november 2005.

d) Bij de vaststelling van de Nederlandse invaliditeitsuitkering overeenkomstig artikel 40, lid 1, van de verordening wordt door de Nederlandse organen geen rekening gehouden met de eventueel krachtens de Toeslagenwet aan de uitkeringsgerechtigde toe te kennen toeslag. Het recht op deze toeslag en de hoogte ervan worden uitsluitend vastgesteld op grond van de bepalingen van de Toeslagenwet."

c) Aan de rubriek "R. Oostenrijk" wordt het volgende punt toegevoegd:

"10. Voor de berekening van het in artikel 46, lid 2, onder a), van de verordening bedoelde theoretische bedrag voor wat betreft uitkeringen op basis van een pensioenrekening uit hoofde van de algemene pensioenwet (APG) van 18 november 2004 houdt het bevoegde orgaan rekening, voor elk onder de wetgeving van een andere lidstaat vervuld tijdvak van verzekering, met het aandeel in het totale krediet, zoals overeenkomstig de APG bepaald, op de dag dat het recht op een pensioen ingaat, dat overeenkomt met het quotiënt van het totale krediet en van het aantal maanden van verzekering waarop het totale krediet gebaseerd is."

10. In bijlage VIII wordt de rubriek "I. IERLAND" vervangen door:

"I. IERLAND

De kinderbijslagen, de (premiegebonden) uitkering voor wezen en de (premiegebonden) aanvullende weduwen- en weduwnaarspensioenen die verschuldigd zijn ten aanzien van kinderen die voldoen aan de voorwaarden van de geconsolideerde wet van 2005 op de sociale bescherming en de latere wijzigingen daarvan."

[1] PB C […] van […], blz. […].

[2] PB C […] van […], blz. […].

[3] PB C […] van […], blz. […].

[4] PB C […] van […], blz. […].

[5] PB L 149 van 5.7.1971; verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1992/2006 (PB L 392 van 30.12.2006, blz. 1).