52007IP0085

Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2007 over Cambodja

Publicatieblad Nr. 301 E van 13/12/2007 blz. 0258 - 0260


P6_TA(2007)0085

Cambodja

Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2007 over Cambodja

Het Europees Parlement,

- onder verwijzing naar zijn resoluties van 13 januari 2005 [1], 10 maart 2005 [2] en 19 januari 2006 [3] over Cambodja en zijn resolutie van 1 december 2005 over de situatie van de mensenrechten in Cambodja, Laos en Vietnam [4],

- gezien de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Cambodja [5], goedgekeurd op 4 oktober 1999,

- gezien de VN-verklaring van 1998 over mensenrechtenverdedigers, goedgekeurd op 9 december 1998,

- gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, aangenomen door de Raad op 14 juni 2004,

- gezien het Internationale Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en het Internationale Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten, beide aangenomen op 16 december 1966, die Cambodja heeft ondertekend,

- gezien de overeenkomst van 6 juni 2003 tussen de VN en de Koninklijke regering van Cambodja inzake de vervolging volgens de Cambodjaanse wet van misdrijven die zijn begaan tijdens de periode van Democratisch Kampuchea;

- gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,

A. overwegende dat Hy Vuthy, voorzitter van de Free Trade Union of Workers in the Kingdom of Cambodja (FTUWKC) van de Suntex-kledingfabriek, op 24 februari 2007 na het beëindigen van zijn nachtdienst in de Suntex-fabriek in het Dangkao-district van Phnom Penh is doodgeschoten;

B. overwegende dat Chea Vichea, voorzitter van de FTUWKC, op 22 januari 2004 en Ros Sovannarith, voorzitter van de FTUWKC in de fabriek van Trinunggal Komara, op 7 mei 2004 zijn vermoord en dat andere vakbondsleden in Cambodja het afgelopen jaar het slachtoffer zijn geweest van ernstige pesterijen, intimidatie en fysiek geweld,

C. overwegende dat de moord op Chea Vichea nog steeds niet is opgelost; dat Born Sammang en Sok Sam Oeun op 28 januari 2004 zijn gearresteerd op beschuldiging van moord op Chea Vichea en later, ondanks het feit dat ieder geloofwaardig bewijs tegen hen ontbrak, tot 20 jaar opsluiting zijn veroordeeld,

D. overwegende dat Cambodja het Internationale Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten en het Internationale Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten heeft ondertekend; dat in deze verdragen het recht van alle burgers is verankerd om vakbonden op te richten en lid van te worden van de vakbond van zijn of haar keuze, alsook het recht van de vakbonden om vrij te handelen,

E. overwegende dat in de VN-verklaring over mensenrechtenverdedigers bovendien het recht van iedere burger is verankerd om individueel of tezamen met anderen te ijveren voor en te streven naar de bescherming en de naleving van de rechten van de mens (artikel 1),

F. overwegende dat het ten zeerste verontrust is over deze gebeurtenissen die aantonen dat er nog steeds geen garantie bestaat voor een onafhankelijke en onpartijdige justitie, noch voor het vermogen van de justitie om zonder inmenging van de politiek de leiders van de Rode Khmer te berechten,

G. overwegende dat de procedures voor de buitengewone kamers van de Cambodjaanse rechtbanken nog niet zijn begonnen wegens diverse meningsverschillen tussen de Cambodjaanse en de internationale rechterlijke ambtenaren over het ontwerp van intern reglement van de buitengewone kamers van de Cambodjaanse rechtbanken,

H. overwegende dat het verontrust is over de onzekere rechtspositie die de Montagnard-vluchtelingen uit Vietnam genieten in Cambodja,

1. veroordeelt de moord op Hy Vuthy en alle andere gewelddaden tegen vakbondsleden; dringt er bij de Cambodjaanse autoriteiten op aan dat zij dringend een onpartijdig en effectief onderzoek instellen naar de moord op Hy Vuthy, Chea Vichea, Ros Sovannarith en Yim Ry, de bevindingen daarvan openbaar maken en de daders berechten; verzoekt de autoriteiten Born Sammang en Sok Sam Oeum de kans te bieden spoedig opnieuw te worden berecht overeenkomstig de internationale normen;

2. dringt er bij de Cambodjaanse regering op aan dat zij een eind maakt aan het allesoverheersende klimaat van straffeloosheid en de wet effectief toepast op al diegenen die de mensenrechten en de burgerlijke vrijheden met voeten treden;

3. herinnert de Cambodjaanse regering eraan dat zij zich moet houden aan haar verplichtingen en beloftes met betrekking tot de democratische beginselen en de fundamentele mensenrechten, die een hoeksteen vormen van de Samenwerkingsovereenkomst met de Europese Gemeenschap, als bepaald in artikel 1 daarvan;

4. verzoekt de Cambodjaanse autoriteiten de politieke en institutionele hervormingen door te voeren die nodig zijn om een democratische staat op te bouwen waar de rechtsstaat geldt en die is gebaseerd op de eerbiediging van de fundamentele vrijheden, en ervoor te zorgen dat in alle omstandigheden de mensenrechten en de fundamentele vrijheden worden geëerbiedigd overeenkomstig de internationale mensenrechtennormen en internationale overeenkomsten die Cambodja heeft geratificeerd;

5. dringt er bij de Cambodjaanse regering op aan het nodige te doen opdat het Rode-Khmertribunaal onverwijld operationeel kan worden, overeenkomstig de internationale beginselen van onafhankelijke justitie, een eerlijk proces en deugdelijke rechtsgang, als overeengekomen met de VN in juni 2003;

6. steunt de inspanningen van het Comité van toezicht op het interne reglement van de Buitengewone Kamers van de Cambodjaanse rechtbanken om de meningsverschillen over een aantal punten weg te werken zodat de vervolgingen en de processen kunnen beginnen;

7. verzoekt de Raad en de Commissie tijdens hun contacten met de Cambodjaanse regering de bezorgdheid omtrent de mensenrechten en de rechtsstaat in Cambodja ter sprake te brengen;

8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regering en de Nationale Assemblee van het Koninkrijk Cambodja, de VN-Secretaris-generaal, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de speciale vertegenwoordiger van de VN-Secretaris-generaal voor de mensenrechten in Cambodja, alsook de regeringen van de lidstaten van de ASEAN.

[1] PB C 247 E van 6.10.2005, blz. 161.

[2] PB C 320 E van 15.12.2005, blz. 280.

[3] PB C 287 E van 24.11.2006, blz. 334.

[4] PB C 285 E van 22.11.2006, blz. 129.

[5] PB L 269 van 19.10.1999, blz. 18.

--------------------------------------------------