Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad - Kwaliteitsverslag op grond van Verordening (EG) nr. 501/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende financiële kwartaalrekeningen van de overheid /* COM/2007/0230 def. */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 3.5.2007 COM(2007) 230 definitief VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Kwaliteitsverslag op grond van Verordening (EG) nr. 501/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende financiële kwartaalrekeningen van de overheid VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Kwaliteitsverslag op grond van Verordening (EG) nr. 501/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende financiële kwartaalrekeningen van de overheid Artikel 9 van Verordening (EG) nr. 501/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004[1] bepaalt dat de Commissie (Eurostat) het Europees Parlement en de Raad een verslag moet toezenden waarin de betrouwbaarheid van de door de lidstaten geleverde kwartaalgegevens wordt beoordeeld. In het op 18 januari 1999 door de Ecofin-Raad goedgekeurde verslag van het Monetair Comité over de informatiebehoefte werd benadrukt dat een veelomvattend statistisch informatiestelsel, inclusief kwartaalstatistieken inzake overheidsfinanciën, vereist is om de beleidsmakers bij hun besluitvorming te ondersteunen. Hiertoe moesten de lidstaten op grond van Verordening (EG) nr. 264/2000 van de Commissie van 3 februari 2000 en Verordening (EG) nr. 1221/2002 van het Europees Parlement en de Raad niet-financiële kwartaalrekeningen van de overheid naar Eurostat sturen, d.w.z. de ontvangsten en uitgaven overeenkomstig het ESR 1995. Verordening nr. 501/2004 vult deze verordeningen aan met definities van de activiteiten op het gebied van overheidsfinanciering en de balansen die overeenkomstig het ESR 1995 moeten worden ingediend. Verordening (EG) nr. 1222/2004 van de Raad van 28 juni 2004 vult deze fiscale kwartaalverslagen aan door de indiening van gegevens over de driemaandelijkse overheidsschuld voor te schrijven. De bij Eurostat in te dienen financiële kwartaalrekeningen van de overheid omvatten een reeks gegevens die tot 300 tijdreeksen per land omvat, over transacties en bestanden van financiële vorderingen en schulden van de overheid en zijn subsectoren: centrale overheid, deelstaatoverheid[2], lagere overheid en wettelijke-socialeverzekeringsinstellingen, en over informatie per partnersector. De regelmatige indiening van gegevens is in juni 2004 is begonnen, maar de Commissie heeft afwijkingen toegestaan aan 17 landen, waaronder voor het gehele toepassingsgebied van de verordening voor Tsjechië, Estland, Griekenland, Cyprus, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije. Deze afwijkingen zijn vervallen in december 2005. Daarom ontving Eurostat toen pas alle gegevens. In het kwaliteitsverslag komen diverse aspecten van de kwaliteit aan de orde, volgens de criteria die gewoonlijk worden gebruikt om de kwaliteit van statistieken te beoordelen[3]. Het verslag kreeg algemene instemming van de leden van de gemeenschappelijke Taskforce financiële kwartaalrekeningen van de overheid van Eurostat en de Europese Centrale Bank. Het verslag bestaat uit algemene hoofdstukken, waarin de onderliggende concepten, technische kwesties en de belangrijkste resultaten per land worden uiteengezet, en uit een afsluitend hoofdstuk met een samenvatting van de conclusies en aanbevelingen per land. Uitgebreidere documentatie ter ondersteuning van deze conclusies is in de loop van 2006 beschikbaar gemaakt op de website van Eurostat. Dit verslag is gebaseerd op het gegevensbestand van Eurostat en de metagegevens die op 15 maart 2006 beschikbaar waren. De vorderingen die veel lidstaten sindsdien hebben geboekt, zijn in dit kwaliteitsverslag alleen verwerkt wat de dekking betreft. Het CSP en het CMFB zijn geraadpleegd overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 501/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004. Structuur van het kwaliteitsverslag 1. Institutionele regeling 2. Toegankelijkheid en duidelijkheid 3. Tijdigheid en dekking van de ingediende gegevens 4. Coherentie 4.1. Coherentie tussen kwartaal- en jaargegevens 4.2. Coherentie tussen financiële en niet-financiële rekeningen 4.3. Coherentie tussen effectenbestanden en transacties 4.4. Coherentie van consolidatie 5. Vergelijkbaarheid 5.1. Vergelijkbaarheid in de tijd 5.2. Vergelijkbaarheid met MUFA 5.3. Vergelijkbaarheid met overheidsschuld 6. Nauwkeurigheid en betrouwbaarheid 6.1. Dekking van de gegevensbronnen 6.2. Interne consistentie- en waarschijnlijkheidstoetsen, en het volgen van belangrijke gebeurtenissen 6.3. Bij schattingen toegepaste methoden en veronderstellingen 6.4. Aanpassing van de begrippen aan het ESR 1995 6.5. Herziening van statistieken 7. Conclusies en aanbevelingen Verslag over de kwaliteit van financiële kwartaalrekeningen van de overheid Stand op15 maart 2006 1. INSTITUTIONELE REGELING De financiële kwartaalrekeningen van de overheid worden in de meeste lidstaten door hun bureau voor de statistiek opgesteld, en in België, Duitsland, Griekenland, Spanje, Italië, Hongarije, Oostenrijk en Portugal door de centrale bank. In Frankrijk worden ze opgesteld door het ministerie van Financiën en de centrale bank samen, en in Cyprus door het ministerie van Financiën. In een aantal lidstaten behandelen werkgroepen of informele teams – voornamelijk bestaande uit vertegenwoordigers van het bureau voor de statistiek, de centrale bank en het ministerie van Financiën – kwesties rond methodiek en brongegevens, vooral om de consistentie tussen de niet-financiële en de financiële kwartaalrekeningen te verbeteren[4]. Actieve coördinatie wordt nuttig geacht om hoge kwaliteitsnormen te halen en te handhaven. Eurostat moedigt de lidstaten aan om in meer formele en permanente werkgroepen op te richten. 2. TOEGANKELIJKHEID EN DUIDELIJKHEID Twaalf lidstaten publiceren hetzij volledige financiële kwartaalrekeningen van de overheid (Spanje, Hongarije, Finland, Zweden, Verenigd Koninkrijk), hetzij een subset (België, Denemarken, Italië, Nederland, Oostenrijk) of gegevens die daar grotendeels op aansluiten (Frankrijk, Portugal). Litouwen en Luxemburg zijn van plan de rekeningen binnenkort te publiceren. De gepubliceerde statistieken zijn gewoonlijk beschikbaar op de website van de instelling die ze opstelt, soms met korte opmerkingen over de methoden of een verklarende analyse voor de gebruikers (Denemarken, Spanje, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk). In het voorjaar van 2006 heeft Eurostat de statistieken in de vorm van EU-aggregaten en een aantal nationale gegevens op zijn website gepubliceerd, samen met per land een beschrijving van de wijze waarop de statistieken worden opgesteld (bv. een handboek over financiële kwartaalrekeningen van de overheid ). Alle lidstaten hebben Eurostat een beschrijving van de bronnen en methoden gegeven, zoals voorgeschreven in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 501/2004. Tekortkomingen in de beschrijving zijn met name vastgesteld voor Duitsland, Italië en Hongarije. 3. ACTUALITEIT EN DEKKING VAN DE INGEDIENDE GEGEVENS Op grond van de verordening moeten de gegevens uiterlijk drie maanden na het eind van het kwartaal waarop ze betrekking hebben bij Eurostat worden ingediend. Bij de laatste vier indieningstermijnen hebben de meeste lidstaten hun gegevens tijdig bij Eurostat ingediend en voor zover zij te laat waren, betrof dit slechts enkele dagen. Ierland en het Verenigd Koninkrijk waren tweemaal te laat. Bij de laatste indieningstermijn was één lidstaat te laat, maar bij die ervoor geen enkele. Eurostat en de lidstaten hebben een efficiënt indienings- en controlesysteem dat een snelle gegevensverwerking en zo nodig een herindiening mogelijk maken. Wat de dekking betreft, moeten de lidstaten kwartaalgegevens indienen vanaf het eerste kwartaal van 1999. Slechts 13 landen hebben statistieken met de volledige dekking ingediend zoals volgens de verordening vanaf eind 2005 verplicht is. Malta en Slovenië hebben geen gegevens bij Eurostat ingediend, en Cyprus zeer weinig. Duitsland, Luxemburg en in mindere mate ook Estland, Letland en Zweden hebben geen volledige informatie over de overheid en zijn subsectoren ingediend, waardoor het vaak onmogelijk was hun nettovorderingenoverschot c.q. –tekort of hun netto financiële waarde (financiële vorderingen min schulden) te berekenen. Tsjechië, Frankrijk, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk hebben bepaalde gegevens over transactiepartners niet ingediend. In Tsjechië is niet de hele periode gedekt. Daarentegen hebben de volgende landen vrijwillig langere tijdreeksen verschaft dan noodzakelijk was: Verenigd Koninkrijk, Hongarije, Spanje, Italië, Zweden, Griekenland, Luxemburg en Ierland. Opgemerkt moet worden dat sinds 15 maart 2006 de dekking van de ingediende gegevens is verbeterd in de volgende landen: Tsjechië, Duitsland, Estland, Letland, Slovenië en Zweden. 4. COHERENTIE 4.1. Coherentie tussen kwartaal- en jaargegevens Artikel 2 van Verordening 501/2004 bepaalt dat kwartaalgegevens in overeenstemming moeten zijn met de desbetreffende jaargegevens die ingevolge Verordening (EG) nr. 2223/96 worden meegedeeld (nl. financiële jaarverslagen). In theorie zijn deze statistieken identiek en moeten de meegedeelde gegevens gelijk zijn. In de praktijk kunnen verschillen tussen de instellingen die de gegevens opstellen, de gevolgen van voor de opstelling van financiële rekeningen gebruikte "herschikkingsmechanismen" en verschillen in "jaargangen" tot discrepanties leiden. Als gevolg van deze factoren kunnen er in de loop van het jaar verschillen te zien zijn. Wanneer beide gegevensreeksen perfect op elkaar aansluiten, behoren deze minstens één keer per jaar te verdwijnen. Uit een analyse van de consistentie tussen kwartaal- en jaarcijfers blijkt dat die van België, Denemarken, Spanje, Griekenland, Italië, Litouwen, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Finland en het Verenigd Koninkrijk perfect of vrijwel perfect op elkaar aansluiten, terwijl die van Duitsland en Letland aanzienlijke verschillen laten zien. In de meldingen van Tsjechië, Estland en Slowakije waren de verschillen groter waren dan wat aanvaardbaar of verklaarbaar is. 4.2. Coherentie tussen financiële en niet-financiële rekeningen Met ingang van december 2005 moesten alle lidstaten bij Eurostat een volledige reeks overheidsgegevens indienen, met enerzijds uitgaven, inkomsten en het tekort en anderzijds transacties in financiële vorderingen en schulden. Het tekort is in theorie gelijk aan de netto financiële transacties (d.w.z. dat de posten "boven de streep" gelijk zijn aan de posten "onder de streep"). In de praktijk leiden kwesties rond de brongegevens, problemen met de opstelling en institutionele regelingen tot verschillen die vaak "statistische verschillen" worden genoemd (de verschillen tussen niet-financiële en de financiële rekeningen). Terwijl de verschillen in het algemeen bij de overheid duidelijk lager zijn dan bij andere economische sectoren, bestaan er tot dusverre verschillende statistische benaderingen in Europa: bij sommige opstellers van fiscale gegevens zijn de verschillen volledig te zien, terwijl anderen deze tijdens het statistische proces uitschakelen. Eurostat is in 2005 begonnen met het beoordelen van nationale praktijken ter zake om de beste praktijk voor te stellen. In dit vroege stadium kan worden opgemerkt dat de vastgestelde verschillen aanzienlijk zijn. Hoewel twaalf van de twintig landen waarvoor de verschillen kunnen worden uitgerekend een gemiddeld verschil per kwartaal binnen een bandbreedte van +/-0,05% van het jaarlijks BBP vertonen, laat de helft van de landen ook een standaardafwijking van het verschil per kwartaal van 0,5% van het jaarlijks BBP zien. Twee landen laten onwaarschijnlijke verschillen zien die op aanzienlijke tekortkomingen in de gegevens wijzen, namelijk Griekenland en Tsjechië. Hoge standaardafwijkingen in verschillen kunnen wijzen op seizoensgevoelige patronen (Spanje en Estland) of op omvangrijke registraties voor bepaalde kwartalen (Ierland, Frankrijk en Zweden). Dit wordt nader onderzocht. 4.3. Coherentie tussen standen en financiële transacties Aangezien balansen tegen de marktwaarde moeten worden ingediend, hoeven de fluctuaties in de standen voor een bepaald instrument gedurende een verslagperiode niet gelijk te zijn aan de transacties met dat instrument. Herwaarderingen en andere gebeurtenissen zoals herclassificaties zijn van invloed op balansen zonder dat zij als transacties worden geregistreerd. Het volgen van al deze gebeurtenissen, ook wel "andere economische stromen" genoemd, is een andere kwestie die uiterst belangrijk is voor de kwaliteit van financiële rekeningen. Eurostat heeft met de actieve steun van de taskforce Financiële kwartaalrekeningen van de overheid de aanzet gegeven tot systematische verslaglegging van de belangrijke gebeurtenissen die ten grondslag liggen aan belangrijke "andere economische stromen". Als norm hiervoor is een drempel van 0,5% van het jaarlijks BBP (of hoger bij bepaalde specifieke instrumenten) afgesproken. Spanje, Letland, Nederland, Oostenrijk en Polen hebben al deze belangrijke gebeurtenissen gedocumenteerd. Daarentegen hebben Tsjechië, Denemarken, Hongarije en het Verenigd Koninkrijk geen enkele belangrijke gebeurtenis aan Eurostat gemeld. 4.4. Coherentie van consolidatie Alle meegedeelde gegevens, behalve die van Ierland en Slowakije, voldoen aan de interne criteria voor coherentie van consolidatie; dat wil zeggen dat de consolidatietransacties (consolidatie wordt gedefinieerd als niet-geconsolideerde waarden min geconsolideerde waarden) en de standen aan de actiefzijde identiek zijn aan die aan de passiefzijde. 5. VERGELIJKBAARHEID 5.1. Vergelijkbaarheid in de tijd Artikel 7 van Verordening (EG) nr. 501/2004 staat toe dat de retrospectieve gegevens worden gebaseerd op "zo goed mogelijke schattingen". Opgemerkt moet worden dat de herclassificaties van eenheden, die vaak worden beschouwd als onderbrekingen in de tijdreeksen, hier stelselmatig als "andere economische stromen" worden beschouwd. De meeste lidstaten hebben geen onderbrekingen in hun tijdreeksen gemeld. Zeven lidstaten hebben onderbrekingen gemeld: Tsjechië, Spanje, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk en Polen. 5.2. Vergelijkbaarheid met MUFA Eurostat controleert niet of de gegevens over de financiële kwartaalrekeningen van de overheid overeenstemmen met de financiële kwartaalrekeningen die door de nationale bureaus voor de statistiek aan de Europese Centrale Bank worden gemeld in het kader van de richtsnoeren van de ECB betreffende de financiële rekeningen van de Monetaire Unie – MUFA – (die ook financiële kwartaalverslagen van de overheid vanaf april 2006 omvatten). Niettemin is deze consistentie gedocumenteerd in de vorm van een vragenlijst per land, aangezien door de betrokkenheid van verschillende instellingen en de gevolgen van de "herschikking" die wordt toegepast om een volledige reeks van financiële kwartaalrekeningen van de Monetaire Unie op te stellen, verschillen kunnen ontstaan. Door hun actualiteit en dekking kunnen de financiële kwartaalrekeningen van de overheid worden gebruikt als een kwalitatief hoogstaande bron voor de opstelling van de financiële rekeningen van de Monetaire Unie. De meeste landen verklaren dat de twee gegevensreeksen identiek zijn of zullen worden. Vier landen melden marginale verschillen (Duitsland, Spanje als gevolg van jaargangen, Frankrijk en Portugal). 5.3. Vergelijkbaarheid met overheidsschuld De gegevens over de driemaandelijkse overheidsschuld die de lidstaten op grond van Verordening (EG) nr. 1222/2004 bij Eurostat indienen, moeten overeenstemmen met de in de financiële kwartaalrekeningen van de overheid vermelde overheidsschulden, voor zover de definities van de overheidsinstrumenten en van de financiële instrumenten dezelfde zijn. Zij moeten echter afwijken omdat de waarderingsmethode verschillend is: de schulden van de overheid worden vermeld tegen de marktwaarde, terwijl de overheidsschuld wordt weergegeven in de nominale waarde (deze sluit rente uit, terwijl effecten naar hun nominale waarde worden beoordeeld). Bij een kwantitatieve analyse bleken de overheidsschuld en de schulden van de overheid in slechts vier landen (Griekenland, Spanje, Luxemburg en Finland) consistent te zijn voor alle vijf onderzochte instrumenten (kort- en langlopende leningen, kort- en langlopende effecten, en chartaal geld en deposito's[5]) , terwijl ook drie landen in drie categorieën inconsistenties vertonen: Ierland, Oostenrijk en Zweden. 6. NAUWKEURIGHEID EN BETROUWBAARHEID 6.1. Dekking van de gegevensbronnen Wat het gebruik van gegevensbronnen betreft, bepaalt artikel 2 van Verordening (EG) nr. 501/2004 dat kwartaalgegevens zoveel mogelijk gebaseerd moeten zijn op informatie die direct bij de overheid beschikbaar is, zoals uit openbare rekeningen of administratieve bronnen. Er is ruimte voor flexibiliteit wat de opstelling van aandelenposities betreft, behalve voor beursgenoteerde aandelen en onderdelen van onderlinge verzekeringsmaatschappijen. De meeste lidstaten melden een volledige of vrijwel volledige dekking van gegevensbronnen wat overheidseenheden en -instrumenten betreft. Dit wordt op verschillende manieren gerealiseerd, in de eerste plaats door middel van toegang tot directe bronnen, zoals de eigen rekeningen van elke eenheid, centrale gegevensbestanden of enquêtes. Griekenland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk (voor de lagere overheid) baseren zich in sterke mate op enquêtes. Er wordt gebruik gemaakt van indirecte informatie uit bancaire en monetaire statistieken, betalingsbalansen of algemene gegevensbestanden over effecten, om gegevens over transactiepartners op te stellen, maar soms ook om instrumenten te schatten. Dit geldt met name voor Estland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Oostenrijk (uitgebreid gebruik van security by security -gegevensbestanden) en Portugal en ook – zij het in mindere mate – voor Duitsland, Nederland, Polen, Slovenië en Finland. De meeste opstellers melden problemen bij het schatten van posities van financiële derivaten (standen of transacties) en gebruiken indirecte brongegevens voor technische reserves van verzekeraars. Transacties worden gewoonlijk afgeleid van informatie over de effectenbestanden, hetgeen in het algemeen niet de meest optimale situatie is. Toch hebben Spanje, Nederland, Portugal, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk, en in mindere mate Duitsland, Ierland, Oostenrijk, Finland en Zweden toegang tot informatie over de stromen, wat een beter beeld schept. 6.2. Interne consistentie- en waarschijnlijkheidstoetsen, en het volgen van belangrijke gebeurtenissen In de meeste landen maken consistentie- en waarschijnlijkheidstoetsen deel uit van de compilatiewerkzaamheden. Consistentietoetsen worden door middel van tabel 3 van de procedure bij buitensporige tekorten uitgevoerd, met de financiële jaarrekeningen of bij de consolidatie. Waarschijnlijkheidstoetsen worden uitgevoerd op de verschillen, de groeipercentages van de standen of de andere economische stromen. Tsjechië en Hongarije hebben hun praktijken niet gedocumenteerd. De lidstaten volgen belangrijke gebeurtenissen die aan omvangrijke transacties of omvangrijke "andere economische stromen" ten grondslag liggen en melden deze aan Eurostat. België, Estland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Letland, Nederland, Oostenrijk, Polen en Portugal documenteren de meeste van hun omvangrijke transacties. Daarentegen doen Tsjechië, Griekenland, Ierland en het Verenigd Koninkrijk dit niet. Ook volgen veel lidstaten de belangrijke andere economische stromen (zie boven, punt 4.4), 6.3. Bij schattingen toegepaste methoden en veronderstellingen Artikel 2 van Verordening nr. 501/2004 staat het gebruik van interpolatie- en extrapolatietechnieken voor enkele specifieke instrumenten expliciet toe. Een aantal lidstaten gebruikt deze technieken niet (Griekenland, Litouwen, Malta, Oostenrijk, Slovenië en het Verenigd Koninkrijk), maar de andere doen dit van tijd tot tijd wel voor de schatting van aandelenposities, andere te ontvangen/te betalen posten, of informatie die alleen op jaarbasis beschikbaar is, zoals soms het geval is bij de lagere overheid. 6.4. Aanpassing van de begrippen aan het ESR 1995 De gehanteerde begrippen moeten worden aangepast om de kwartaalgegevens in overeenstemming te brengen met de begrippen uit het ESR 1995. Deze aanpassingen stemmen overeen met die in jaarrekeningen. Indeling De meeste lidstaten (behalve Tsjechië, Frankrijk en Slowakije) rapporteren brongegevens die in het algemeen overeenstemmen met de indeling van instrumenten van het ESR 1995, zodat geen aanpassingen nodig zijn. Voor Frankrijk overschrijdt de maturiteit van kortlopende effecten duidelijk één jaar. Waardering Volgens het ESR 1995 moet de balans worden gewaardeerd tegen marktwaarde voor deelnemingen en andere effecten. De lidstaten , behalve België, Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen en Slowakije, waarderen passiva in de vorm van langlopende effecten tegen de marktwaarde. Veel lidstaten waarderen hun kortlopende passiva tegen de nominale waarde, hetgeen ook incorrect is hoewel dit beperktere kwantitatieve consequenties heeft (België, Tsjechië, Duitsland, Letland, Litouwen, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk). De lidstaten moeten deelnemingen tegen de marktwaarde of een gelijke waarde waarderen, met gebruikmaking van equivalenten voor niet-beursgenoteerde aandelen. Ierland waardeert niet-beursgenoteerde deelnemingen als netto-activa tegen marktwaarde, Hongarije tegen aangepaste boekwaarde. Tsjechië, Estland, Griekenland, Italië, Letland, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk waarderen niet-beursgenoteerde deelnemingen als netto-activa tegen boekwaarde en Slovenië tegen aankoopwaarde. Dit zijn geen optimale praktijken. Moment van registratie Het ESR 1995 schrijft de registratie van transacties op transactiebasis voor, en registratie van het verschil met contante betalingen onder handelskredieten en transitorische posten. De beste praktijk is volgens het ESR 1995 het registreren van de opgebouwde rente op het onderliggende instrument; dit is een voorschrift in het Handboek overheidstekort en overheidsschuld[6] . Slechts een minderheid van de landen volgt deze aanbevelingen op voor alle schulden, aangezien de meerderheid bij bepaalde schuldinstrumenten kiest voor de registratie van de opgebouwde rente onder nog te betalen posten. 6.5. Herziening van statistieken De lidstaten dienen metagegeven over omvangrijke herzieningen en hun oorzaken bij Eurostat in. De mate van herziening is een essentieel kwaliteitbeoordelingsinstrument, zowel voor de gebruiker als voor de opsteller. Herzieningen tussen twee gegevensverstrekkingen (met name tussen de eerste schatting en de tweede) worden hier geanalyseerd, aangezien zij kwesties rond brongegevens betreffen. Berekeningen van herzieningen tussen de eerste schatting en het definitieve gegeven – in de praktijk gemeten over acht kwartalen – konden in dit stadium nog niet worden gemaakt aangezien minder dan twee jaar geleden was begonnen met de regelmatige indiening van gegevens over de financiële kwartaalrekeningen van de overheid. Een eerste analyse van de afgelopen zeven regelmatige indieningen laat zien dat de mediaan van de herziening, over alle lidstaten en alle indieningen genomen, ongeveer 0,2% van het jaarlijks BBP bedraagt voor de netto financiële waarde van de overheid voor de eerste schatting en de laatste vier kwartalen, en ongeveer 0,1% van het jaarlijks BBP voor het netto vorderingenoverschot c.q. –tekort van de overheid. De mate waarin de eerste schatting wordt herzien, is dan ook niet abnormaal in vergelijking met die van de volgende kwartalen. Er zijn weinig aanwijzingen dat er vertekeningen zijn, met name in het netto vorderingenoverschot c.q. –tekort. Vaak zijn de herzieningen van gegevens van de centrale overheid als gevolg van de omvang en de complexiteit van de financiële transacties het grootst. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen de landen: de herzieningen zijn bij sommige ingrijpender, nl. Frankrijk, Italië, Hongarije en Portugal (plus Denemarken en Luxemburg voor de netto financiële waarde), en bij sommige aanzienlijk geringer, nl. Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Aangezien de ervaringen beperkt zijn, aangezien veel landen tot voor kort nog profiteerden van afwijkingen of zich in de ontwikkelingfase bevonden, moeten de analyses van herzieningen met de nodige voorzichtigheid worden gehanteerd. Het is te vroeg om stellige conclusies te trekken. 7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN[7] Er is veel vooruitgang geboekt bij de opstelling van de financiële kwartaalrekeningen van de overheid. De gegevens van de meeste landen zijn van behoorlijke kwaliteit, bruikbaar voor analytische doeleinden en geschikt voor een zinnige compilatie voor de Eurozone of de EU als geheel. Zij dienen derhalve te worden verspreid. In sommige lidstaten zijn specifieke maatregelen nodig om de kwaliteit van de ingediende gegevens te verbeteren. In sommige gevallen is verbetering mogelijk door te voldoen aan de communautaire verplichting om tijdreeksen bij Eurostat in te dienen. Dan hoeft de Commissie ook geen inbreukprocedure op grond van het Verdrag in te leiden om ervoor te zorgen dat de communautaire voorschriften volledig worden uitgevoerd. De publicatie van de financiële kwartaalrekeningen van de overheid moet worden gepropageerd, met passende richtsnoeren voor de gebruikers: verschaffing van metagegevens die de nationale praktijken weergeven, gebruikers waarschuwen tegen de veranderlijkheid van deze kwartaalcijfers, en helpen bij de uitlegging van verschillen. Publicatie zou de kwaliteit bevorderen. Deze beoordeling moet in de toekomst worden herhaald om de vooruitgang in de lidstaten te volgen. In onderstaande tabel zijn specifieke beoordelingen en aanbevelingen per lidstaat opgenomen. Lidstaat | Kwaliteit van de gegevens en de metagegevens: | Punten van verbetering: | België | algemene kwaliteit goed | waardering van schuldbewijzen | Tsjechië | algemene kwaliteit onvoldoende | verstrekking van complete tijdreeksen coherentie met financiële jaarrekeningen en met niet-financiële rekeningen verslagen van belangrijke gebeurtenissen waardering van schuldbewijzen en niet-beursgenoteerde deelnemingen | Denemarken | algemene kwaliteit goed | verslagen van belangrijke gebeurtenissen | Duitsland | algemene kwaliteit voldoende; dekking onvoldoende | dekking beschrijvingen voor land consistentie met financiële jaarrekeningen en met schulden | Estland | algemene kwaliteit onvoldoende; aanzienlijke tekortkomingen, waarbij de kwartaalgegevens vaak geen echte kwartaalstatistieken zijn | dekking coherentie met financiële jaarrekeningen en met niet-financiële rekeningen waardering van schuldbewijzen en niet-beursgenoteerde deelnemingen gebruik van rechtstreekse brongegevens | Ierland | algemene kwaliteit redelijk | consistentie van consolidatie met niet-financiële rekeningen en met schuld consistente verslagen van belangrijke gebeurtenissen | Griekenland | algemene kwaliteit onvoldoende | coherentie met niet-financiële rekeningen verslagen van belangrijke gebeurtenissen waardering van niet-beursgenoteerde deelnemingen | Spanje | algemene kwaliteit zeer goed | coherentie met niet-financiële rekeningen | Frankrijk | algemene kwaliteit goed | toepassing van een geschikt maturiteitscriterium beperking van herzieningen van eerste schattingen coherentie met niet-financiële rekeningen | Italië | algemene kwaliteit goed | beschrijvingen voor land consistentie met schuld waardering van niet-beursgenoteerde deelnemingen gebruik van rechtstreekse brongegevens | Cyprus | Eurostat heeft beperkte gegevens en documentatie ontvangen. | Er moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen om aan de EU-regelgeving te voldoen. | Letland | algemene kwaliteit goed; dekking onvolledig | dekking waardering van schuldbewijzen en niet-beursgenoteerde deelnemingen coherentie met financiële jaarrekeningen | Litouwen | algemene kwaliteit goed | waardering van schuldbewijzen | Luxemburg | algemene kwaliteit goed; dekking onvoldoende | dekking beschrijvingen voor land gebruik van rechtstreekse brongegevens | Hongarije | algemene kwaliteit goed; metagegevens onvoldoende | beschrijvingen voor land verslagen van belangrijke gebeurtenissen | Malta | Eurostat heeft geen gegevens ontvangen. | Er moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen om aan de EU-regelgeving te voldoen. | Nederland | algemene kwaliteit goed | coherentie met niet-financiële rekeningen waardering van niet-beursgenoteerde deelnemingen gebruik van rechtstreekse brongegevens | Oostenrijk | algemene kwaliteit goed | consistentie met schulden waardering van niet-beursgenoteerde deelnemingen gebruik van rechtstreekse brongegevens | Polen | algemene kwaliteit goed | consistentie met schulden waardering van niet-beursgenoteerde deelnemingen gebruik van rechtstreekse brongegevens | Portugal | algemene kwaliteit goed | consistentie met niet-financiële rekeningen en met schulden gebruik van rechtstreekse brongegevens | Slovenië | Eurostat heeft geen gegevens ontvangen. | Er moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen om aan de EU-regelgeving te voldoen. | Slowakije | algemene kwaliteit onvoldoende; grote tekortkomingen bij de opstelling van gegevens over transacties | consistentie van consolidatie met niet-financiële rekeningen en met financiële jaarrekeningen waardering van schuldbewijzen en deelnemingen verslagen van belangrijke gebeurtenissen | Finland | algemene kwaliteit goed | waardering van niet-beursgenoteerde deelnemingen gebruik van rechtstreekse brongegevens | Zweden | algemene kwaliteit goed; dekking onvolledig | dekking consistentie met niet-financiële rekeningen en met schulden waardering van niet-beursgenoteerde deelnemingen | Verenigd Koninkrijk | algemene kwaliteit goed | indieningsprocedures verslagen van belangrijke gebeurtenissen waardering van niet-beursgenoteerde deelnemingen consistentie met schulden | [1] PB L 81 van 19.3.2004, blz.1 [2] Geldt alleen voor België, Duitsland, Spanje en Oostenrijk. [3] Zie Eurostat CIRCA Interest Group “Quality in Statistics”, http://forum.europa.eu.int/Public/irc/dsis/Home/main. [4] In veel lidstaten worden de rekeningen door dezelfde instelling opgesteld. [5] Muntgeld wordt vaak beschouwd als schulden van de centrale overheid, en de overheid kan deposito's aanvaarden, die in zeldzame gevallen deel uitmaken van de monetaire aggregaten. [6] Het handboek is te vinden onder het hoofdstuk Statistieken inzake overheidsfinanciën (paragraaf II.3) van de Eurostat-website: http://epp.eurostat.ec.europa.eu/portal/page?_pageid=2373,47631312,2373_58674363&_dad=portal&_schema=PORTAL#II.2. [7] Latere verbeteringen die sinds 15 maart 2006 door veel lidstaten zijn aangebracht, zijn in dit kwaliteitsverslag niet opgenomen.