52007AP0188

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 22 mei 2007 betreffende het gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van het besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een specifiek programma ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen en ter bescherming van slachtoffers en risicogroepen voor de periode 2007-2013 (het Daphne III-programma), als onderdeel van het algemene programma "Grondrechten en justitie"(16367/1/2006 - C6-0089/2007 - 2005/0037A(COD))

Publicatieblad Nr. 102 E van 24/04/2008 blz. 0088 - 0088


P6_TA(2007)0188

Daphne III-programma: algemeen programma "Grondrechten en justitie" — geweldbestrijding *** II

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 22 mei 2007 betreffende het gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van het besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een specifiek programma ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen en ter bescherming van slachtoffers en risicogroepen voor de periode 2007-2013 (het Daphne III-programma), als onderdeel van het algemene programma "Grondrechten en justitie"(16367/1/2006 — C6-0089/2007 — 2005/0037A(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

- gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (16367/1/2006 — C6-0089/2007) en de daarop betrekking hebbende verklaring van de Raad en het Europees Parlement,

- gezien zijn in eerste lezing geformuleerd standpunt [1] inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0122) [2] en inzake het gewijzigde voorstel (COM(2006)0230) [2],

- gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

- gelet op artikel 67 van zijn Reglement,

- gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A6-0147/2007),

1. hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt en bevestigt de aan deze wetgevingsresolutie gehechte verklaring;

2. constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt;

3. verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1 van het EG-Verdrag te ondertekenen;

4. verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en samen met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

[1] PB C 305 E van 14.12.2006, blz. 75.

[2] Nog niet in het PB gepubliceerd.

--------------------------------------------------

BIJLAGE

VERKLARING VAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

Geweld en het dreigen met geweld vormen een inbreuk op het recht op leven, veiligheid, vrijheid, waardigheid en lichamelijke en emotionele integriteit en zijn een ernstige bedreiging voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de slachtoffers van dergelijk geweld. De gevolgen van dergelijk geweld doen zich in de gehele Gemeenschap sterk voelen en houden een echte schending van de grondrechten en een echte aantasting van de gezondheid in en beletten dat iedereen een veilig, vrij en rechtvaardig burgerschap kan genieten. Het programma Daphne III moet geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen voorkomen en bestrijden en slachtoffers en risicogroepen beschermen. Om de verwezenlijking van deze doelstellingen dichter bij te brengen, verzoeken het Europees Parlement en de Raad de Europese Commissie om te zien of er een initiatief kan worden genomen voor een Europees Jaar voor de bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen.

--------------------------------------------------