28.4.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 97/15


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het „Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan asbest op het werk (gecodificeerde versie)”

COM(2006) 664 final — 2006/0222 (COD)

(2007/C 97/07)

De Raad heeft op 12 december 2006 overeenkomstig artikel 262 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap besloten het Europees Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over het bovengenoemde voorstel.

De gespecialiseerde afdeling Werkgelegenheid, sociale zaken, burgerschap, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 22 januari 2007 goedgekeurd; rapporteur was de heer Verboven.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn op 15 en 16 februari 2007 gehouden 433e zitting (vergadering van 15 februari) onderstaand advies met 192 stemmen vóór en 3 stemmen tegen, bij 6 onthoudingen, goedgekeurd.

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1

Het Comité gaat akkoord met onderhavig voorstel en zou graag zien dat het snel wordt goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad.

1.2

Daarnaast herhaalt het Comité zijn verzoek aan de lidstaten om ILO-Verdrag 162 betreffende een veilig gebruik van asbest te ratificeren.

2.   Motivering

2.1   Samenvatting van het voorstel van de Commissie

2.1.1

Dit voorstel beoogt de codificatie van Richtlijn 83/477/EEG van de Raad van 19 september 1983 betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan asbest op het werk (tweede bijzondere richtlijn in de zin van artikel 8 van Richtlijn 80/1107/EEG). De nieuwe richtlijn zal de oude richtlijn, en de richtlijnen die hierin zijn opgenomen, vervangen (1). Volgens de Commissie laat dit voorstel de inhoud van de teksten die gecodificeerd worden onverlet en gaat het er slechts om de betrokken teksten samen te voegen en er de formele wijzigingen in aan te brengen die voor de codificatie nodig zijn.

2.2   Algemene opmerkingen

2.2.1

Voor verschillende werknemerscategorieën, met name de werknemers in de bouwsector, vormt blootstelling aan asbest nog steeds een grote risicofactor. Over het algemeen schat men dat er in Europa in de hele 20e eeuw enkele tientallen miljoenen tonnen asbest zijn gebruikt. Ondanks het in 1999 door de Europese Unie uitgevaardigde verbod op asbest zal blootstelling aan asbest nog decennialang mogelijk zijn. De belangrijkste oorzaak hiervan is het grote aantal asbesthoudende gebouwen. Maar ook bij het weggooien van allerlei asbesthoudende apparatuur en bij afvalbeheer is het risico op blootstelling aan asbest niet uit te sluiten.

2.2.2

Het Comité heeft zich meermaals gebogen over de bescherming van werknemers tegen asbest en de verschillende kwesties die hierbij aan de orde zijn. Verwezen zij met name naar het initiatiefadvies van 4 maart 1999 (2).

2.2.3

De eerste richtlijn ter bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan asbest dateert van 1983. De richtlijn is een aantal keren gewijzigd om het toepassingsgebied uit te breiden, de preventieve maatregelen te versterken en de grenswaarden voor blootstelling te verlagen. Door deze verschillende herzieningen kunnen de mensen voor wie de regeling is bedoeld op problemen stuiten.

2.2.4

Bij een codificatie mogen geen wezenlijke inhoudelijke wijzigingen worden aangebracht. Het Comité heeft onderhavig voorstel tegen het licht gehouden en vastgesteld dat dit basisprincipe ten volle in acht wordt genomen. De voorgestelde tekst voegt de verschillende vigerende bepalingen samen tot een coherent geheel om de regelgeving te verduidelijken en vormt dus inhoudelijk gezien geen enkel probleem.

2.2.5

Het Comité verzoekt de Commissie zo snel mogelijk de sociale partners en de leden van het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de werkplaats te raadplegen.

2.2.6

Het Comité steunt onderhavig voorstel en zou graag zien dat het snel wordt goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad.

2.3   Bijzondere opmerkingen

2.3.1

Het Comité herinnert aan zijn advies van 4 maart 1999 en spreekt met name nogmaals de wens uit dat de lidstaten ILO-Verdrag 162 betreffende een veilig gebruik van asbest ratificeren. Tot op heden hebben slechts tien van de 27 lidstaten dit verdrag goedgekeurd. Als alle lidstaten van de Europese Unie het ILO-Verdrag ratificeren, zou dat de reputatie ervan als een van de voornaamste instrumenten voor de bescherming van de gezondheid en veiligheid van werknemers over de hele wereld versterken.

Brussel, 15 februari 2007.

De voorzitter

van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Dimitris DIMITRIADIS


(1)  Richtlijn 83/477/EEG van de Raad, Richtlijn 91/382/EEG van de Raad, Richtlijn 98/24/EG van de Raad (alleen art. 13) en Richtlijn 2003/18/EG van het Europees Parlement en de Raad.

(2)  PB C 138 van 18.5.1999, blz. 24.