|
13.10.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 247/19 |
Richtbedragen voor het overschrijden van de buitengrenzen bedoeld in artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)
(2006/C 247/03)
BELGIË
In de wet is bepaald dat de beschikbaarheid van voldoende middelen van bestaan dient te worden aangetoond.
De bestuurlijke praktijk is de volgende:
a) bij een particulier verblijvende vreemdeling
Het bewijs van voldoende middelen van bestaan kan worden geleverd door middel van een toezegging tot tenlasteneming, welke door de in België woonachtige gastheer van de vreemdeling is ondertekend en door het gemeentebestuur van zijn woonplaats is gelegaliseerd.
De toezegging tot tenlasteneming heeft betrekking op de verblijfskosten en de kosten voor gezondheidszorg, logiesverstrekking en teruggeleiding van de vreemdeling, indien deze daar zelf niet toe in staat zou zijn, teneinde te voorkomen dat deze kosten door de overheid dienen te worden gedragen. De toezegging dient door een kredietwaardig persoon te zijn ondertekend en, indien het om een vreemdeling gaat, vergezeld te zijn van een verblijfs- of vestigingstitel.
Zo nodig kan de vreemdeling tevens worden verzocht, bewijs te leveren van persoonlijke middelen.
Indien de betrokkene over generlei financiële middelen beschikt, moet hij voor elke dag van het voorgenomen verblijf over ongeveer 38 EUR kunnen beschikken.
b) in een hotel verblijvende vreemdeling
Indien de vreemdeling het bestaan van enigerlei financiële middelen niet kan bewijzen, moet hij voor elke dag van het voorgenomen verblijf over ongeveer 50 EUR kunnen beschikken.
Bovendien dient de betrokkene in het merendeel der gevallen een reisticket (vliegtuigticket) over te leggen, waarmee hij naar zijn land van origine of zijn land van woonplaats kan terugkeren.
TSJECHIË
De richtbedragen zijn bepaald bij Wet nr. 326/1999 Sb. betreffende het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van de Tsjechische Republiek en tot wijziging van een aantal wetten.
Overeenkomstig artikel 5 van de Wet betreffende het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van de Tsjechische Republiek is een vreemdeling verplicht op verzoek van de politie een document over te leggen waaruit blijkt dat hij over middelen van bestaan beschikt voor zijn verblijf op het grondgebied (artikel 13), dan wel een gewaarmerkte uitnodiging over te leggen die niet ouder is dan 90 dagen, gerekend vanaf de datum waarop de uitnodiging door de politie is gewaarmerkt (artikelen 15 en 180),
In artikel 13 is het volgende bepaald:
„Middelen van bestaan voor het verblijf op het grondgebied
|
1. |
Tenzij hieronder anders is bepaald, wordt het voorhanden zijn van middelen voor het verblijf op het grondgebied als volgt aannemelijk gemaakt:
|
|
2. |
In plaats van de in lid 1 bedoelde middelen kan als volgt aannemelijk worden gemaakt dat middelen voorhanden zijn voor het verblijf op het grondgebied:
|
|
3. |
Om aannemelijk te maken dat hij over middelen voor zijn verblijf beschikt, kan een vreemdeling die in de Tsjechische Republiek wenst te studeren een toezegging van een overheidsinstantie of een juridische eenheid overleggen dat zal worden voorzien in het verblijf van de vreemdeling door middelen ter beschikking te stellen die overeenkomen met het bestaansminimum voor persoonlijke behoeften voor een voorgenomen verblijf van één maand, dan wel een document waarin wordt bevestigd dat alle studie- en verblijfskosten door de ontvangende organisatie (onderwijsinstelling) worden gedragen. Indien het richtbedrag hoger is dan de in de toezegging genoemde middelen, moet de vreemdeling een document overleggen waaruit blijkt dat hij over middelen beschikt om het verschil te dekken tussen het bestaansminimum voor persoonlijke behoeften en het bedrag van de toezegging voor de duur van het voorgenomen verblijf, met een maximum van zes keer het bestaansminimum voor persoonlijke behoeften. Het document over de toekenning van een toelage voor het verblijf kan worden vervangen door een beslissing of een overeenkomst inzake de toekenning van een toelage uit hoofde van een internationaal verdrag waarbij Tsjechië partij is. |
|
4. |
Indien de vreemdeling jonger is dan 18 jaar, moet hij aannemelijk maken over middelen te beschikken die overeenkomen met de helft van het in lid 1 genoemd bedrag.”. |
In artikel 15 is het volgende bepaald:
„Uitnodiging
Diegene die een vreemdeling uitnodigt, zegt in de uitnodiging toe de kosten te zullen dragen van:
|
a) |
het levensonderhoud van de vreemdeling voor de duur van zijn verblijf op het grondgebied, totdat hij het grondgebied verlaat; |
|
b) |
de huisvesting van de vreemdeling voor de duur van zijn verblijf op het grondgebied, totdat hij het grondgebied verlaat; |
|
c) |
de medische verzorging van de vreemdeling voor de duur van zijn verblijf op het grondgebied, totdat hij het grondgebied verlaat, alsmede voor de overbrenging van de vreemdeling in verband met ziekte dan wel van diens lichaam indien hij overlijdt; |
|
d) |
de politiediensten, indien deze kosten verband houden met het verblijf van de vreemdeling op het grondgebied en het verlaten van het grondgebied in het geval van een bestuurlijke uitzetting.”. |
DENEMARKEN
In de Deense vreemdelingenwet is bepaald dat een vreemdeling bij binnenkomst op het Deense grondgebied over voldoende middelen van bestaan en voldoende middelen voor zijn terugkeer moet beschikken.
Ter evaluatie van die middelen verrichten de diensten die met de toegangscontrole zijn belast, per geval een concrete raming op basis van de economische situatie van de vreemdeling en rekening houdend met informatie over zijn mogelijkheden wat logies en terugkeer betreft.
De overheid heeft een bedrag bepaald om na te gaan of een vreemdeling over voldoende middelen van bestaan beschikt. Een vreemdeling moet in beginsel over 350 DKK per verblijfsdag beschikken.
De vreemdeling moet bovendien het bewijs leveren dat hij over voldoende middelen beschikt voor zijn terugkeer, bv. in de vorm van een retourbiljet.
DUITSLAND
Op grond van artikel 15, lid 2, van de Verblijfswet van 30 juli 2004 kan een vreemdeling aan de grens onder meer de toegang worden geweigerd indien hij niet voldoet aan de in artikel 5 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst genoemde voorwaarden voor binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten. Dit is bijvoorbeeld het geval, wanneer een vreemdeling niet over de nodige financiële middelen beschikt, of deze niet legaal kan verwerven, om te kunnen voorzien in zijn verblijf, met inbegrip van zijn terugkeer naar het land van herkomst dan wel naar een derde land waarvoor hij een verblijfstitel bezit die hem het recht van terugkeer naar dat land geeft.
Er zijn geen verplichte dagbedragen vastgesteld. Het met de controle belaste personeel voert per geval een afzonderlijke controle uit. Daarbij moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden, zoals aard en doel van de reis, duur van het verblijf, eventueel onderdak bij verwanten of vrienden, alsmede kosten voor levensonderhoud.
Indien de onderdaan van een derde land terzake geen bewijsstukken kan overleggen noch, ten minste, geloofwaardige informatie kan verstrekken, dan dient hij per dag over 45 EUR te beschikken. Daarnaast moet gegarandeerd zijn dat de terugreis c.q. voortzetting van de reis van de onderdaan van een derde land mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld worden aangetoond door overlegging van een reisbiljet voor het vervolg van de reis c.q. de terugreis.
De financiële middelen kunnen met name worden aangetoond door contant geld, creditcards en cheques, maar ook door:
|
— |
een bankgarantie van een kredietinstelling die in de Bondsrepubliek Duitsland tot de markt is toegelaten, |
|
— |
een persoonlijke borgstelling door de gastheer, |
|
— |
een telegrafische betalingsopdracht, |
|
— |
het deponeren van een borgsom door de gastheer of door een derde bij de voor het verblijf bevoegde vreemdelingendienst, |
|
— |
een garantstelling. |
Indien er gegronde twijfel bestaat aan de liquiditeit in een andere vorm dan contant geld, moet deze vóór de binnenkomst worden gecontroleerd.
ESTLAND
In de Estse wetgeving is bepaald dat een vreemdeling die zonder uitnodiging Estland binnenkomt, bij binnenkomst op het grondgebied op verzoek van een functionaris van de grenswacht het bewijs moet leveren over voldoende geldmiddelen te beschikken om te voorzien in de kosten van zijn verblijf in en vertrek uit Estland. Onder voldoende geldmiddelen voor elke toegestane verblijfsdag wordt verstaan, 0,2 keer het minimummaandsalaris zoals dat is vastgesteld door de regering van de Republiek, namelijk 600 EEK.
Anders draagt degene die de vreemdeling uitnodigt, de kosten van het verblijf van de vreemdeling in en het vertrek van de vreemdeling uit Estland.
GRIEKENLAND
In het Ministeriële Besluit 3011/2/1f d.d. 11 januari 1992 is de hoogte bepaald van de middelen van bestaan waarover vreemdelingen die het Griekse grondgebied wensen binnen te komen — met uitzondering van onderdanen van lidstaten van de Europese Gemeenschappen — dienen te beschikken.
Krachtens dit ministeriële besluit is voor binnenkomst op het Griekse grondgebied van onderdanen van niet-lidstaten van de Europese Gemeenschappen een bedrag vastgesteld van 20 EUR per dag (per persoon) in vreemde valuta, en een minimumbedrag van 100 EUR.
Voor minderjarige familieleden van een vreemdeling wordt het bedrag per dag met 50 % verminderd.
Ten aanzien van onderdanen van niet-lidstaten van de Europese Gemeenschappen die Griekse onderdanen verplichten tot het wisselen van deviezen aan de grenzen, wordt om redenen van wederkerigheid dezelfde maatregel toegepast.
SPANJE
Vreemdelingen dienen aannemelijk te maken dat zij ten minste over de volgende bestaansmiddelen beschikken:
|
a) |
voor hun onderhoud gedurende hun verblijf in Spanje het bedrag van 30 EUR of een wettelijk gelijkwaardige som in vreemde valuta, per dag dat zij voornemens zijn in Spanje te verblijven en per gezinslid of andere persoon dat, resp. die hen vergezelt. Het bedrag dient in elk geval ten minste 300 EUR per persoon te bedragen, ongeacht de geplande duur van het verblijf; |
|
b) |
voor terugkeer naar het land van herkomst of voor doorreis naar derde landen (een) op naam gesteld(e), onoverdraagba(a)r(e) en gesloten reisbiljet(ten) voor het vervoermiddel dat zij voornemens zijn te gebruiken. |
De beschikbaarheid van voldoende middelen kan aannemelijk worden gemaakt door deze te tonen, voor zover de vreemdeling deze bij zich draagt, of door gewaarmerkte cheques, reischeques, kredietkaarten, kredietbrieven of een door de bank afgegeven garantieverklaring betreffende deze betaalmiddelen over te leggen. Indien geen dezer betaalmiddelen kan worden overgelegd, kan op andere, door de Spaanse grensbewakingsautoriteiten bevredigend geachte wijze de beschikbaarheid van voldoende middelen aannemelijk worden gemaakt.
FRANKRIJK
Het richtbedrag inzake voldoende middelen van bestaan voor de duur van het door een vreemdeling voorgenomen verblijf of voor zijn doorreis door Frankrijk naar een derde staat, stemt in Frankrijk overeen met het bedrag van het aan de economische groei gekoppelde minimumloon (SMIC), hetwelk dagelijks op basis van het op 1 januari van het lopende jaar vastgestelde percentage wordt berekend.
Dit bedrag wordt op basis van de ontwikkeling van de kosten voor levensonderhoud in Frankrijk periodiek herzien, en wel:
|
— |
automatisch, zodra het prijsindexcijfer een stijging van meer dan 2 % vertoont; |
|
— |
bij besluit van de regering, na advies van de Commission nationale de négociation collective (Nationale Commissie voor collectieve onderhandeling), om een stijging toe te kennen welke hoger ligt dan de prijsontwikkeling. |
Per 1 juli 2005 bedraagt het dagelijkse bedrag van het aan de economische groei gekoppelde minimumloon (SMIC — Salaire Minimum Interprofessionnel de Croissance) 56,20 EUR.
Personen die in het bezit van een uitnodiging zijn, dienen voor verblijf in Frankrijk over bestaansmiddelen te beschikken die minimaal met de helft van het minimumloon, zijnde 28,10 EUR per dag, overeenkomen.
ITALIË
Artikel 4, lid 3, van de Geconsolideerde tekst van de bepalingen inzake immigratie en de status van vreemdelingen (wetsbesluit nr. 286 van 25 juli 1998) bepaalt dat „Italië, overeenkomstig de verplichtingen die aangegaan zijn door toetreding tot specifieke internationale overeenkomsten, een vreemdeling op zijn grondgebied zal toelaten wanneer deze de passende documenten kan overleggen die het doel van en de voorwaarden voor zijn verblijf aantonen en waaruit blijkt dat hij voor de duur van het verblijf over voldoende middelen van bestaan beschikt, alsmede, wanneer het geen verblijfsvergunning met het oog op tewerkstelling betreft, voor de terugreis naar het land van herkomst. De middelen van bestaan zijn omschreven in de desbetreffende richtlijn van het ministerie van Binnenlandse Zaken. (...) Een vreemdeling die niet aan die eisen voldoet of beschouwd wordt als een bedreiging voor de openbare orde of de veiligheid van de staat of een van de landen waarmee Italië overeenkomsten gesloten heeft voor het opheffen van de controles aan de binnengrenzen en het vrije verkeer van personen, met inachtneming van de beperkingen en uitzonderingen waarin die overeenkomsten voorzien, kan niet in Italië toegelaten worden.”.
De hierboven genoemde richtlijn, die op 1 maart 2000 van kracht geworden is onder de titel „Vaststelling van de middelen van bestaan voor de binnenkomst en het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van de staat” schrijft het volgende voor:
|
— |
de middelen van bestaan kunnen worden aangetoond door het overleggen van contant geld, bankgaranties, verzekeringspolissen, gelijkwaardige kredietgaranties, bewijzen van voorafbetaalde diensten of bewijzen van inkomsten op het nationale grondgebied; |
|
— |
de in deze richtlijn vastgestelde bedragen worden jaarlijks herzien aan de hand van de parameters voor de gemiddelde jaarlijkse schommelingen die door het ISTAT (Italiaans bureau voor de Statistiek) worden berekend op basis van de index van de consumptieprijzen voor levensmiddelen, drank, vervoer en huisvesting; |
|
— |
de vreemdeling moet aantonen dat hij op het nationale grondgebied over passende huisvesting beschikt en genoeg geld heeft voor de terugreis, hetgeen ook aangetoond kan worden door het overleggen van een retourbiljet; |
|
— |
de minimale middelen van bestaan per persoon voor de afgifte van het visum en toelating tot het nationaal grondgebied voor toeristische doeleinden zijn vermeld in tabel A. |
TABEL A
Tabel voor de vaststelling van de middelen van bestaan die vereist zijn voor binnenkomst op het nationale grondgebied voor toeristische doeleinden
|
Verblijfsduur |
Aantal deelnemers aan de reis |
|
|
Een deelnemer |
Twee of meer deelnemers |
|
|
EUR |
EUR |
|
|
1 t/m 5 dagen vast totaalbedrag |
269,60 |
212,81 |
|
6 t/m 10 dagen dagelijks bedrag per persoon |
44,93 |
26,33 |
|
11 t/m 20 dagen vast bedrag |
51,64 |
25,82 |
|
+ dagelijks bedrag per persoon |
36,67 |
22,21 |
|
meer dan 20 dagen vast bedrag |
206,58 |
118,79 |
|
+ dagelijks bedrag per persoon |
27,89 |
17,04 |
CYPRUS
Overeenkomstig de vreemdelingen- en immigratiereglementen (Reglement 9, 2, B) beslissen de immigratiefunctionarissen aan de grenzen over de binnenkomst van vreemdelingen met het oog op een verblijf van tijdelijke duur in de Republiek, op grond van de algemene of specifieke instructies van de minister van Binnenlandse Zaken dan wel de hierboven bedoelde regelingen. De immigratiefunctionarissen aan de grenzen nemen per geval een beslissing over de binnenkomst, rekening houdend met het doel en de duur van het verblijf, eventuele hotelreserveringsbewijzen dan wel uitnodigingen van personen die regelmatig op Cyprus verblijven.
LETLAND
Overeenkomstig de Immigratiewet kan een vreemdeling alleen de Republiek Letland binnenkomen en er verblijven indien hij bewijst over voldoende middelen van bestaan te beschikken.
De volgende bedragen zijn vereist:
|
— |
het vereiste bedrag per dag bedraagt 10 LVL indien degene die een vreemdeling uitnodigt, hem of haar logies verschaft en er voor het logies geen extra middelen vereist zijn; |
|
— |
indien de vreemdeling over een hotelreservatie beschikt, worden de middelen van bestaan berekend op basis van de hotelkosten, rekening houdend met het feit dat het vereiste bedrag per dag en de vereiste middelen voor logies in totaal ten minste 30 LVL per dag moeten bedragen. |
Indien volgens het elektronische informatiesysteem — gegevensbestand uitnodigingen — de gastheer of elke andere persoon de uitgaven in verband met de binnenkomst en het verblijf van de vreemdeling in de Republiek Letland zal dragen, behoeft de vreemdeling geen documenten over te leggen waaruit blijkt dat hij of zij over de vereiste middelen van bestaan beschikt.
LITOUWEN
Krachtens de Wet betreffende de wettelijke status van vreemdelingen moet een vreemdeling die het grondgebied van de Republiek Litouwen binnenkomt, zo nodig kunnen aantonen dat hij beschikt over voldoende bestaansmiddelen, dan wel toegang heeft tot die middelen voor zijn verblijf in de Republiek Litouwen, en voor de terugreis naar zijn land of om door te reizen naar een ander land waarvan hij het grondgebied mag betreden.
Teneinde te bepalen of een vreemdeling over voldoende bestaansmiddelen beschikt, heeft het ministerie van Sociale Zekerheid en Arbeid het bedrag aan financiële middelen per periode van 24 uur waarover een vreemdeling moet beschikken, als volgt vastgesteld: 550 LTL voor een vreemdeling die een verblijfsvergunning voor de Litouwse Republiek aanvraagt en 275 LTL voor zijn gezinsleden die jonger zijn dan 18 jaar.
Het bedrag aan middelen van bestaan waarover een vreemdeling die Litouwen binnenkomt moet beschikken is bij Besluit nr. 1V-280/V-109 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Buitenlandse Zaken van 2 september 2004 vastgesteld op 40 EUR per dag.
LUXEMBURG
In de Luxemburgse wetgeving is niet voorzien in richtbedragen voor de controles aan de grens. De controleambtenaar beslist per geval of een vreemdeling die zich aan de grens aanbiedt, over toereikende middelen van bestaan beschikt. Hiertoe houdt hij in het bijzonder rekening met het doel van het verblijf en de aard van het logies.
HONGARIJE
In de vreemdelingenwetgeving is een richtbedrag bepaald: krachtens Decreet nr. 25/2001 (XI. 21.) van de minister van Binnenlandse Zaken is voor elke binnenkomst thans een bedrag van ten minste 1 000 HUF vereist.
Krachtens artikel 5 van de Vreemdelingenwet (Wet XXXIX van 2001 betreffende de binnenkomst en het verblijf van vreemdelingen) kunnen de voor binnenkomst en verblijf vereiste middelen van bestaan aannemelijk worden gemaakt door overlegging van:
|
— |
Hongaarse valuta, vreemde valuta of andere betaalmiddelen dan contant geld (bv. cheque, kredietkaart, enz.); |
|
— |
een geldige uitnodiging van een Hongaars onderdaan, een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning of vestigingsvergunning dan wel een juridische eenheid, mits degene die de vreemdeling uitnodigt, verklaart de kosten van huisvesting, logies, ziekte en terugkeer (repatriëring) te zullen dragen. De uitnodiging dient vergezeld te gaan van een officiële goedkeuring van de bevoegde vreemdelingeninstantie; |
|
— |
bevestiging van een via een reisbureau gereserveerd en vooraf betaald logies met vol pension (voucher); |
|
— |
andere geloofwaardige bewijsstukken. |
MALTA
Het is gebruikelijk dat wordt nagegaan of personen die de grens overschrijden, ten minste over een bedrag van 20 MTL per dag voor de duur van hun verblijf beschikken.
NEDERLAND
Het bedrag dat door de grensbewakingsambtenaren als uitgangspunt wordt gehanteerd bij de controle ten aanzien van het vereiste te beschikken over voldoende middelen van bestaan bedraagt thans 34 EUR per persoon per dag.
De aan voormeld uitgangspunt verbonden soepele toepassing blijft gehandhaafd, aangezien het antwoord op de vraag of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn afhankelijk is en blijft van onder meer de duur van het voorgenomen verblijf, het reisdoel en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene.
OOSTENRIJK
Overeenkomstig artikel 42, lid 2, van de Vreemdelingenwet dienen vreemdelingen bij een grenscontrole te worden teruggewezen, indien zij geen woonplaats op het Oostenrijkse grondgebied hebben en niet over de middelen ter bestrijding van de kosten voor levensonderhoud en voor hun terugreis beschikken.
Richtbedragen bestaan evenwel niet. Naar gelang van het doel, de aard en de duur van het verblijf wordt per geval een beslissing genomen, waarbij naast baar geld naar gelang van de concrete omstandigheden ook reischeques, kredietkaarten, verklaringen van bankinstellingen of garantstellingen van in Oostenrijk levende personen met voldoende kredietwaardigheid als bewijs kunnen worden aanvaard.
POLEN
De voor grensoverschrijding vereiste bedragen zijn vastgesteld bij decreet van de minister van Binnenlandse Zaken en Bestuurszaken van 29 september 2003 betreffende de middelen ter dekking van de kosten in verband met de binnenkomst, de doorreis, het verblijf en het vertrek van vreemdelingen die de grens van de Poolse Republiek overschrijden en de voorwaarden inzake de overlegging van documenten ter staving van de beschikbaarheid van die middelen (Dz.U. 2003, nr. 178, poz. 1748 en nr. 232, poz. 2341).
Het betreft de volgende bedragen:
|
— |
100 PLN per dag verblijf voor personen ouder dan 16 jaar, met een minimumbedrag van 500 PLN, of het equivalent daarvan in buitenlandse valuta; |
|
— |
50 PLN per dag verblijf voor personen jonger dan 16 jaar, met een minimumbedrag van 300 PLN, of het equivalent daarvan in buitenlandse valuta; |
|
— |
20 PLN per dag verblijf, met een minimumbedrag van 100 PLN, of het equivalent daarvan in buitenlandse valuta, voor personen die deelnemen aan toeristische excursies, jeugdkampen of sportwedstrijden, van wie de kosten van het verblijf in Polen zijn gedekt of die naar Polen komen om in een sanatorium te worden behandeld; |
|
— |
300 PLN, of het equivalent daarvan in buitenlandse valuta, voor personen ouder dan 16 jaar die niet langer dan drie dagen in Polen verblijven (inclusief doorreis); |
|
— |
150 PLN, of het equivalent daarvan in buitenlandse valuta, voor personen jonger dan 16 jaar die niet langer dan drie dagen in Polen verblijven (inclusief doorreis). |
Vreemdelingen moeten bewijzen dat zij over de bovengenoemde bestaansmiddelen beschikken door deze in contant geld te tonen of door het overleggen van:
|
— |
reischeques of een kredietkaart, |
|
— |
een bankgarantie van een Poolse bankinstelling (waarin het bestaan van de middelen wordt bevestigd), |
|
— |
een persoonlijke borgstelling door de gastheer, |
|
— |
een reisbiljet dat de houder ervan het recht geeft naar een land van herkomst of enig ander land te reizen, |
|
— |
een document dat de houder ervan het recht geeft een in het bezit van de betrokken persoon zijnd transportmiddel te gebruiken. |
Voorts moet een vreemdeling die het grondgebied van de Republiek Polen binnenkomt voor elke verblijfsdag over 300 PLN, of het equivalent daarvan in buitenlandse valuta, beschikken om medische kosten te dekken. Documenten die kunnen bevestigen dat de vreemdeling over de vereiste financiële middelen beschikt om de kosten van medische behandeling te dekken zijn:
|
— |
het origineel van de uitnodiging; |
|
— |
een verzekeringspolis die geldig is op het grondgebied van Polen. |
Een vreemdeling die de staat binnenkomt voor studiedoeleinden of om zijn studies voort te zetten, door deel te nemen aan wetenschappelijke research of opleiding, moet beschikken over:
|
— |
1 600 PLN, of het equivalent daarvan in vreemde valuta, om de kosten van verblijf en levensonderhoud te dekken gedurende de eerste twee maanden van verblijf op het grondgebied van de Republiek Polen; |
|
— |
300 PLN, of het equivalent daarvan in vreemde valuta, om de medische kosten te dekken voor elke verblijfsdag tijdens de periode van één maand die begint vanaf de dag van binnenkomst. |
PORTUGAL
Met het oog op binnenkomst en verblijf op het Portugese grondgebied dienen vreemdelingen over betaalmiddelen ter waarde van onderstaande bedragen te beschikken:
|
— |
75 EUR — voor elke binnenkomst; |
|
— |
40 EUR — voor elke verblijfsdag. |
Deze bedragen kunnen worden kwijtgescholden, indien de vreemdeling aantoont gedurende zijn verblijf over kost en inwoning te kunnen beschikken.
SLOVENIË
Volgens artikel 7 van de instructies over het weigeren van toegang aan vreemdelingen, de voorwaarden voor het afgeven van visa aan grensovergangen, de voorwaarden voor het afgeven van visa om humanitaire redenen en de procedure voor het intrekken van visa (Staatscourant van de Republiek Slovenië, nr. 2/01, hierna te noemen „de instructies”), moet een vreemdeling, alvorens het land binnen te komen, op verzoek van een politiefunctionaris informatie verstrekken over hoe de middelen van bestaan en middelen voor terugkeer naar het eigen land of doorreis naar een derde land worden gewaarborgd tijdens het verblijf van de vreemdeling in Slovenië.
Als afdoend bewijs voor het bestaan van de vereiste bestaansmiddelen moet een vreemdeling aantonen dat hij over het voorgeschreven bedrag beschikt in de vorm van contant geld, reischeques, internationaal erkende debet- of kredietkaarten, kredietbrieven of een ander geverifieerd bewijs van het bestaan van deze middelen in de Republiek Slovenië.
Om op afdoende wijze aan te tonen dat een vreemdeling naar zijn land kan terugkeren of naar een derde land kan doorreizen, moet hij betaalde reisbiljetten of voldoende middelen om de reiskosten te betalen, overleggen.
Het adequate bedrag aan contant geld wordt verkregen door de dagelijkse middelen van bestaan te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat een vreemdeling in Slovenië verblijft. Indien een vreemdeling geen gewaarborgde middelen van bestaan heeft (familie, betaalde accommodatie in het kader van een tourpakket enz.) worden de dagelijkse middelen van bestaan vastgesteld op 70 EUR, omgerekend in SIT overeenkomstig de geldende dagkoers.
Het voorgeschreven bedrag voor een minderjarige die door zijn ouders of zijn wettige vertegenwoordiger wordt vergezeld, is 50 % van het hierboven voorgeschreven bedrag.
SLOWAKIJE
Krachtens artikel 4, lid 2, onder c), van Wet nr. 48/2002 Z. z. betreffende het verblijf van vreemdelingen is een vreemdeling, indien hij daarom wordt verzocht, verplicht aan te tonen dat hij over geldmiddelen, in convertibele valuta, beschikt voor een bedrag van ten minste de helft van het minimuminkomen in Slowakije dat is bepaald bij Wet nr. 90/1996 Z. z. betreffende het minimuminkomen, zoals gewijzigd, voor elke verblijfsdag. Een vreemdeling die jonger is dan 16 jaar is verplicht aan te tonen dat hij voor zijn verblijf over financiële middelen beschikt voor een bedrag van ten hoogste de helft van het minimuminkomen.
Het minimuminkomen in Slowakije bedraagt momenteel 6 900 SKK.
FINLAND
Krachtens de Vreemdelingenwet (301/2004, paragraaf 11) moet een vreemdeling bij binnenkomst bewijzen dat hij/zij beschikt over voldoende middelen van bestaan, rekening houdend met de duur van het voorgenomen verblijf en de terugkeer naar het land van herkomst, of over voldoende middelen voor de doorreis naar een derde land waar hij/zij met zekerheid zal worden toegelaten, dan wel dat hij/zij dergelijke middelen op wettige wijze kan verkrijgen. Of voldoende middelen beschikbaar zijn, wordt per geval beoordeeld. Naast de middelen, of biljetten, die nodig zijn voor het vertrek en het logies tijdens het verblijf, wordt ongeveer 30 EUR per dag noodzakelijk geacht, afhankelijk van de getroffen regelingen voor logies en het eventueel hebben van een sponsor.
ZWEDEN
Het richtbedrag voor het overschrijden van de grens is door de Zweedse wetgeving met ingang van 1 oktober 2006 vastgesteld op 370 SEK per dag.
IJSLAND
De IJslandse wet bepaalt dat vreemdelingen het bewijs dienen te leveren dat zij over voldoende financiële middelen beschikken om in IJsland in hun behoeften te voorzien en om terug te reizen. In de praktijk is het referentiebedrag vastgestel op 4 000 ISK per persoon. Indien de verblijfskosten van de betrokkene door een derde ten laste worden genomen, wordt dit bedrag gehalveerd. Het totaalbedrag is minimaal 20 000 ISK voor elke binnenkomst.
NOORWEGEN
Overeenkomstig artikel 27, onder d), van de Noorse immigratiewet kan iedere vreemdeling die niet kan bewijzen dat hij over voldoende middelen voor zijn verblijf op het Noorse grondgebied en voor zijn terugkeer beschikt, noch dat hij over dergelijke middelen zal kunnen beschikken, aan de grens de toegang worden geweigerd.
De vereiste bedragen worden per geval vastgelegd; besluiten worden eveneens per geval genomen. Er wordt rekening gehouden met de duur van het voorgenomen verblijf, met het feit dat de vreemdeling logies heeft bij familie of vrienden, met het feit dat de vreemdeling over een vervoerbewijs voor zijn terugkeer beschikt, alsmede met het feit dat iemand zich garant heeft gesteld voor zijn verblijf (ter informatie: een bedrag van 500 NOK per verblijfsdag wordt voldoende geacht voor bezoekers die niet bij familieleden of vrienden verblijven).