29.7.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 177/23


RICHTSNOEREN VOOR DE TOEWIJZING VAN BEPERKTE LUCHTVERKEERSRECHTEN

(2006/C 177/06)

1.

Deze richtsnoeren worden uitgevaardigd op grond van Verordening (EG) nr. 847/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake onderhandelingen over en de uitvoering van overeenkomsten inzake luchtdiensten tussen lidstaten en derde landen. Deze zijn van toepassing ingeval meer dan één luchtvaartmaatschappij gebruik wenst te maken van Zweedse verkeersrechten die overeenkomstig een bilaterale overeenkomst inzake luchtdiensten tussen Zweden en een derde land beperkt zijn en wanneer deze rechten niet van zodanige aard zijn dat aanvragen om de luchtdiensten uit hoofde van de overeenkomst te verlenen voor alle betrokken gegadigden kunnen worden ingewilligd. Zij zijn ook van toepassing wanneer uit hoofde van de geldende overeenkomst slechts één luchtvaartmaatschappij kan worden aangewezen maar meer dan één luchtvaartmaatschappij belangstelling daarvoor heeft getoond.

2.

Als de beperkte verkeersrechten aan de Scandinavische landen gezamenlijk toekomen, gebeurt de toewijzing overeenkomstig deze richtsnoeren wanneer de huidige routes in Zweden beginnen of eindigen. In dergelijk geval wordt echter overleg gepleegd met de betrokken instanties in Denemarken en Noorwegen.

3.

Onder luchtvaartmaatschappij wordt in deze richtsnoeren verstaan: een luchtvaartbedrijf dat in Zweden is gevestigd en beschikt over een exploitatievergunning overeenkomstig Verordening (EEG) nr 2407/92 van de Raad.

4.

Informatie over de verkeersrechten uit hoofde van de door Zweden gesloten bilaterale overeenkomsten inzake luchtdiensten en over de overeenkomstig deze richtsnoeren verleende verkeersrechten is te verkrijgen bij de Zweedse Luchtvaartdienst (Luftfartsstyrelsen) en wordt bekendgemaakt op diens website (www.luftfartsstyrelsen.se). Daar is ook informatie te vinden over geplande luchtvaartonderhandelingen. De dienst dient ook de betrokken autoriteiten in Denemarken en Noorwegen te informeren over de verzoeken die zij overeenkomstig deze richtsnoeren in behandeling zal nemen.

5.

Aanvragen i.v.m. de toewijzing van verkeersrechten overeenkomstig deze richtsnoeren worden door de Luchtvaartdienst behandeld. Het besluit dienaangaande wordt openbaar gemaakt. Tegen het besluit van de Luchtvaartdienst kan beroep worden aangetekend bij de regering (Ministerie van Economische Zaken).

6.

Een luchtvaartmaatschappij die de beperkte verkeersrechten wil gaan exploiteren, dient een schriftelijke aanvraag voor een vergunning daarvoor in bij de Luchtvaartdienst. De aanvraag moet in het Zweeds of het Engels zijn gesteld en de volgende gegevens bevatten:

a)

een kopie van de exploitatievergunning van de luchtvaartmaatschappij, wanneer deze niet door de Zweedse overheid is afgegeven;

b)

een beschrijving van de geplande luchtdienst (b.v. vliegtuigtype en nationaliteits- en registratiekenteken, vluchttijden en routes, dagen waarop gevlogen wordt);

c)

vermelding van eventuele „wet or dry leasing” van vliegtuigen die voor de verbinding zullen worden gebruikt;

d)

vermelding van eventuele samenwerking met andere luchtvaartmaatschappijen en aard en omvang daarvan;

e)

startdatum van de geplande luchtdienst;

f)

aard van de dienst (b.v. passagiers of vracht);

g)

eventuele aansluitingen;

h)

prijsbeleid voor de verbinding.

De Luchtvaartdienst kan de aanvrager verzoeken zijn aanvraag met nadere gegevens aan te vullen.

De Luchtvaartdienst informeert de betrokken instanties in Denemarken en Noorwegen omtrent de ontvangen aanvragen. Informatie over ontvangen aanvragen wordt ook op de website van de Luchtvaartdienst gezet.

7.

De behandeling van een aanvraag gebeurt volgens een transparante, niet-discriminerende procedure. Bij de selectie wordt voorrang gegeven aan luchtdiensten die:

maximale voordelen voor de reizigers opleveren,

een zo effectief mogelijke concurrentie tussen de luchtvaartmaatschappijen in de Gemeenschap bevorderen,

luchtverkeersdiensten leveren die voorzien in alle soorten luchtverkeer waar algemene vraag naar is, tegen de laagste billijke prijs,

een gezonde ontwikkeling van de luchtvaartsector en van handel en toerisme in de Gemeenschap bevorderen, en/of

de algemene doelstellingen van het vervoersbeleid verwezenlijken, b.v. in verband met regionale ontwikkeling.

8.

Bij de behandeling wordt met name rekening gehouden met de volgende gegevens:

welke diensten worden aangeboden,

de frequentie daarvan,

soort vliegtuig en configuratie,

directe of indirecte verbinding,

aanvang van de luchtdienst,

aard van de luchtdienst gedurende het jaar,

soort vervoer (b.v. passagiers of vracht),

toegankelijkheid van de luchtdienst voor de reizigers (boeking en aankoop van tickets),

mogelijkheden inzake aansluitend vervoer,

prijsbepaling,

gevolgen voor het milieu.

De Luchtvaartdienst kan ook andere gegevens in aanmerking nemen mits deze aan de aanvragers worden medegedeeld voordat een besluit wordt genomen.

9.

Bij de behandeling wordt rekening gehouden met de behoefte aan continuïteit in de dienstverlening.

10.

In het besluit over de toewijzing van de verkeersrechten overeenkomstig deze richtsnoeren moet worden aangegeven op welke gronden het besluit is genomen.

11.

De toegewezen verkeersrechten mogen niet zonder uitdrukkelijke toestemming worden overgedragen.

12.

De luchtvaartmaatschappij die overeenkomstig deze richtsnoeren de vergunning krijgt om de verkeersrechten te benutten, moet met de desbetreffende luchtdienst beginnen binnen de twee eerstvolgende programmaperioden voor de luchtdienst. Gebeurt dit niet, dan vervalt de vergunning.

13.

Een verleende vergunning vervalt ook indien:

a)

de luchtdienst wordt onderbroken en niet uiterlijk zes maanden daarna wordt hervat, voor zover de onderbreking niet is veroorzaakt door omstandigheden die de houder van de vergunning niet ten laste kunnen worden gelegd,

b)

de houder van de vergunning de Luchtvaartdienst mededeelt dat hij niet langer gebruik wenst te maken van de vergunning.

14.

De Luchtvaartdienst kan een vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken indien:

a)

de luchtdienst niet wordt verleend overeenkomstig de voorwaarden in de vergunning of het bepaalde in de bilaterale overeenkomst waarop de luchtdienst is gebaseerd,

b)

de houder van de vergunning zich voor het overige niet houdt aan de geldende bepalingen voor het luchtverkeer, of

c)

er nog andere bijzondere redenen zijn.

15.

Wanneer een vergunning overeenkomstig deze richtsnoeren vervalt of wordt ingetrokken, kan de Luchtvaartdienst een aanvraag voor een vergunning opnieuw in behandeling nemen.

16.

Deze richtsnoeren hebben geen invloed op de op dat ogenblik geldende verkeersrechten die effectief en in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht en de nationale mededingingsvoorschriften worden benut.