52006SC0922

Werkdocument van de diensten van de Commissie - Samenvatting van de effectenbeoordeling - Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Tussentijdse evaluatie van het Programma voor de bevordering van de korte vaart (COM(2003) 155 def.) {COM(2006) 380 def.} {SEC(2006) 923} /* SEC/2006/0922 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 13.7.2006

SEC(2006) 922

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE Samenvatting van de effectenbeoordeling

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's Tussentijdse evaluatie van het Programma voor de bevordering van de korte vaart (COM(2003) 155 def.) {COM(2006) 380 def.}{SEC(2006) 923}

Samenvatting van de effectenbeoordeling

Dit verslag vertegenwoordigt enkel het standpunt van de diensten van de Commissie die het hebben opgesteld en loopt niet vooruit op de definitieve vorm van het door de Commissie vast te stellen besluit.

1. Probleemstelling

De snelle groei van het wegvervoer en de daarmee gepaard gaande congestie, ongevallen en verontreiniging zijn de belangrijkste economische, sociale en milieuproblemen waaraan aandacht moet worden besteed in het beleid ter bevordering van de korte vaart. Centraal in dit beleid staan ook de efficiëntie en duurzaamheid van deze vervoerswijze. Europa heeft behoefte aan een efficiënt logistiek vervoerssysteem dat de voordelen van alle vervoerswijzen combineert en de Europese concurrentiekracht en welvaart in stand houdt en verbetert overeenkomstig de Lissabon-agenda en de tussentijdse evaluatie van het Witboek over het Europese vervoersbeleid.

De korte vaart ontwikkelt zich snel, maar in optimale omstandigheden zou dit nog sneller kunnen. De ontwikkeling wordt geremd door een aantal factoren:

- de korte vaart is nog niet volledig geïntegreerd in de multimodale deur-tot-deur-bevoorradingsketen;

- de korte vaart gaat gepaard met complexe administratieve procedures;

- efficiëntere havens en een goede bereikbaarheid van het hinterland zijn onontbeerlijk voor de korte vaart.

2. BELANGHEBBENDEN

IEDEREEN WORDT GETROFFEN DOOR DEZE PROBLEMEN. DE DOOR HET WEGVERVOER VEROORZAAKTE CONGESTIE, ONGEVALLEN, GELUIDSHINDER EN MILIEUVERONTREINIGING TREFFEN ZOWEL DE BURGERS ALS HET BEDRIJFSLEVEN. DE AANLEG VAN INFRASTRUCTUUR OP HET LAND MOET VOLGENS EEN ZORGVULDIGE RUIMTELIJKE ORDENING PLAATSVINDEN. DE KORTE VAART IS EEN BELANGRIJKE BRON VAN WERKGELEGENHEID. DEZE OVERWEGINGEN SPELEN OOK EEN ROL OP POLITIEK NIVEAU.

Europa wordt in zijn geheel getroffen omdat het Europese vervoerssysteem niet evenwichtig wordt gebruikt maar vooral de voorkeur geeft aan wegvervoer, zelfs over lange afstanden. Een niet optimaal gebruik van het vervoerssysteem kan ten koste gaan van de Europese concurrentiekracht en welvaart. Er zal altijd behoefte zijn aan wegvervoer omdat schepen niet voor ieders deur kunnen aanleggen, maar een betere complementariteit van de vervoerswijzen in een co-modaal systeem[1] zou efficiëntere resultaten opleveren.

3. Verwachte ontwikkeling van het probleem

Wanneer de omstandigheden hetzelfde blijven en geen aanvullende maatregelen worden genomen, zal de huidige groei van de korte vaart vertragen; de ontwikkeling van de korte vaart zal beginnen te stagneren, zodat de doelstellingen van de tussentijdse evaluatie van het Witboek over het Europese vervoersbeleid en de Lissabon-agenda niet volledig kunnen worden verwezenlijkt.

4. Subsidiariteit en evenredigheid

Het beleid ter bevordering van de korte vaart is gebaseerd op artikel 80, lid 2, van het Verdrag.

Het nationale beleid levert niet altijd de interoperabele vervoersoplossingen op waaraan Europa behoefte heeft om tot een optimale samenwerking in een ruimte zonder grenzen te komen. Tastbare resultaten kunnen alleen worden behaald wanneer de Europese Commissie, de lidstaten en het bedrijfsleven samen werk maken van een coherent kader dat heel Europa omvat.

Individuele wetgevende maatregelen die voortvloeien uit het beleid voor de korte vaart moeten afzonderlijk worden getoetst aan het subsidiariteitsbeginsel. De enige nieuwe wetgevende maatregel die wordt vermeld in de tussentijdse evaluatie van het bevorderingsprogramma van 2003 en in deze effectenbeoordeling heeft betrekking op het feit dat de bijlagen bij Richtlijn 2002/6/EG (IMO FAL)[2] in overeenstemming moeten worden gebracht met de in 2005 vastgestelde IMO-maatregelen, zodra deze van kracht worden. Dit zal gebeuren via de comitéprocedure die in artikel 5 van die richtlijn is vermeld. Alle andere maatregelen zijn ofwel zachte maatregelen ofwel maatregelen ter ondersteuning van lopende wetgevingsinitiatieven (zoals het voorstel betreffende intermodale laadeenheden)[3]. Het subsidiariteitsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en de fundamentele rechten zijn in acht genomen.

5. Overleg met DE BETROKKEN PARTIJEN

HET OVERLEG MET DE LIDSTATEN ( contactpunten voor de korte vaart[4]), het bedrijfsleven (forum voor de maritieme industrie, MIF) en de centra voor de bevordering van de korte vaart[5] is in oktober 2005 van start gegaan. De lidstaten werden verzocht tegen januari 2006 schriftelijk opmerkingen te maken. In mei 2006 heeft de Commissie een vervolgvergadering met deze partijen georganiseerd.

Uit de ontvangen commentaren blijkt dat de korte vaart moet worden aangemoedigd en bevorderd. De commentaren waren over het algemeen positief en versterkten de baten van het oorspronkelijke programma voor de bevordering van de korte vaart. Sinds de presentatie van het bevorderingsprogramma van 2003 zijn positieve resultaten geboekt. de acties van het programma moeten volledig worden geïmplementeerd.

6. Algemene beleidsdoelstellingen

In het programma voor de bevordering van de korte vaart van 2003 zijn 14 acties vastgesteld die tot doel hebben deze vervoerswijze te verbeteren en hinderpalen voor de ontwikkeling ervan uit de weg te ruimen.

Naar verwachting zullen de algemene beleidsdoelstellingen leiden tot een verbetering van de efficiëntie van de korte vaart en een verschuiving van het goederenvervoer over de weg naar de korte vaart teneinde de hierboven aangehaalde niet-duurzame tendensen om te buigen. De Europese concurrentiekracht en welvaart moeten in stand worden gehouden en verbeterd. De korte vaart is een essentieel onderdeel van dit proces. De korte vaart verbetert de cohesie en de verbindingen met perifere gebieden en eilanden.

De doelstellingen in het licht van de SMART-criteria :

Specifiek: de efficiënte van de korte vaart en de integratie ervan in de multimodale deur-tot-deur logistieke keten verbeteren.

Meetbaar: kan worden gemeten aan de hand van de jaarlijkse groei van de korte vaart, het aantal weggewerkte knelpunten, de politieke prioriteit die aan de korte vaart wordt gegeven en de belangstelling van het bedrijfsleven.

Acceptabel: uit het overleg over het programma voor de bevordering van de korte vaart is duidelijk gebleken dat zowel de lidstaten als het bedrijfsleven het bevorderingsbeleid van de Gemeenschap steunen.

Realistisch: de korte vaart is de enige vervoerswijze met groeicijfers die vergelijkbaar zijn met die van het wegvervoer. De oorspronkelijke lijst van 161 knelpunten is teruggebracht tot 35. De steun van de politiek en het bedrijfsleven is behouden.

Tijdgebonden: de specifieke termijnen die waren vastgesteld in het oorspronkelijke bevorderingsprogramma van 2003 zijn nageleefd.

Het communautaire beleid ter bevordering van de korte vaart ligt volledig in de lijn van de doelstellingen van de Lissabon-agenda (welvaart en concurrentiekracht, verbetering van de regelgeving, de kosten van regelgeving voor het bedrijfsleven tot een minimum beperken) en van de tussentijdse evaluatie van het Witboek over het Europese vervoersbeleid (co-modaliteit, concurrentiekracht, duurzaamheid, veiligheid en omzeiling van knelpunten op het land).

7. EFFECTENBEOORDELING

NU HET BEVORDERINGSPROGRAMMA DRIE JAAR LOOPT, WORDT IN DEZE effectenbeoordeling nagegaan wat het effect is van de verschillende beleidsopties voor de ontwikkeling van de korte vaart. Met name het effect van alternatieve opties wordt onderzocht, inclusief het effect van een tussentijdse beoordeling van het bevorderingsprogramma met vier nieuwe of geheroriënteerde maatregelen. Deze alternatieve opties zijn:

- het EU-beleid ter bevordering van de korte vaart afschaffen ;

- niets nieuws ondernemen , maar het lopende bevorderingsprogramma ongewijzigd voortzetten;

- het Programma voor de bevordering van de korte vaart uit 2003 herzien en een nieuwe mededeling van de Commissie opstellen waarin nieuwe en geheroriënteerde zachte maatregelen worden gecombineerd met een wetgevingskader.

De situatie in 2006, vóór het vaststellen van eventuele nieuwe acties, wordt gehanteerd als referentie (stabiele, neutrale optie) voor de beoordeling van deze opties.

Deze opties kunnen op de volgende wijze worden beoordeeld: positief (++), enigszins positief (+), neutraal (0), enigszins negatief (-) en negatief (--).

De beoordeling heeft betrekking op de korte tot middellange termijn.

7.1. Algemene effecten

Samenvatting van de effecten |

Economisch effect | Maatschappelijk effect | Milieueffect |

Afschaffing van het EU-bevorderingsbeleid | -- | -/-- | -/-- |

Niets nieuws ondernemen | 0/- | 0/- | 0/- |

Het bevorderingsprogramma van 2003 herzien door een nieuwe mededeling van de Commissie op te stellen | + | 0/+ | 0/+ |

7.2. Specifieke effecten van eventuele nieuwe acties of maatregelen

7.2.1. Wijziging van de bijlagen bij de richtlijn betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap (IMO-FAL) – nieuwe actie

Samenvatting van de effecten |

Economisch effect | Maatschappelijk effect | Milieueffect |

Afschaffing van het EU-bevorderingsbeleid | 0/- | 0 | 0 |

Niets nieuws ondernemen | 0/- | 0 | 0 |

Deze actie opnemen in de eventuele herziening van het bevorderingsprogramma van 2003 | 0/+ | 0 | 0 |

7.2.2. Het operationeel maken van de snelwegen van de zee – nieuwe actie

Samenvatting van de effecten |

Economisch effect | Maatschappelijk effect | Milieueffect |

Afschaffing van het EU-bevorderingsbeleid | -- | - | - |

Niets nieuws ondernemen | 0/- | 0/- | 0/- |

Deze actie opnemen in de eventuele herziening van het bevorderingsprogramma van 2003 | + | 0/+ | 0/+ |

7.2.3. Het uitbreiden van de werkingssfeer van de centra ter bevordering van de korte vaart (Shortsea Promotion Centres, SPC) tot multimodaliteit van de logistieke oplossingen in het binnenland – nieuwe actie

Samenvatting van de effecten |

Economisch effect | Maatschappelijk effect | Milieueffect |

Afschaffing van het EU-bevorderingsbeleid | -- | -- | -- |

Niets nieuws ondernemen | - | 0/- | 0 |

Deze actie opnemen in de eventuele herziening van het bevorderingsprogramma van 2003 | + | 0/+ | 0/+ |

7.2.4. Heroriëntering van het imago van de korte vaart – geheroriënteerde actie

Samenvatting van de effecten |

Economisch effect | Maatschappelijk effect | Milieueffect |

Afschaffing van het EU-bevorderingsbeleid | -- | - | - |

Niets nieuws ondernemen | 0/- | 0/- | 0/- |

Deze actie opnemen in de eventuele herziening van het bevorderingsprogramma van 2003 | + | 0/+ | + |

7.3. Ranglijst van de opties

Het gezamenlijke effect vloeit voort uit de effecten van de punten 7.1 en 7.2, waarbij op elk effect een weegfactor is toegepast.

RANGLIJST VAN DE OPTIES |

Totaal gezamenlijk effect |

Afschaffing van het EU-bevorderingsbeleid | Van enigszins negatief tot negatief |

Niets nieuws ondernemen | Van neutraal tot enigszins negatief |

Het bevorderingsprogramma van 2003 herzien door een nieuwe mededeling van de Commissie op te stellen | Enigszins positief |

7.4. De te prefereren optie

De te prefereren optie is het opstellen van een mededeling van de Commissie tot herziening van het Programma voor de bevordering van de korte vaart uit 2003. Naar het voorbeeld van de in 2003 gehanteerde aanpak moet deze herziening een combinatie van zachte maatregelen en een wetgevingskader omvatten.

8. Toezicht en evaluatie

8.1. Belangrijkste voortgangsindicatoren

Tijdens het recentste Spaanse en Nederlandse voorzitterschap (2002 en 2004) is prioriteit gegeven aan de korte vaart en zijn informele vergaderingen van de EU-ministers van vervoer over dit thema georganiseerd. Finland heeft eveneens aangekondigd tijdens zijn voorzitterschap (tweede helft van 2006) prioritaire aandacht aan de korte vaart te zullen besteden.

Het is belangrijk dat de lidstaten, het bedrijfsleven en de centra voor de bevordering van de korte vaart in kennis worden gesteld van de algemene voortgang en verdere acties plannen. Dit zal enerzijds de ontwikkeling van de korte vaart stimuleren en anderzijds de aandacht helpen toespitsen op het oplossen van de belangrijkste problemen.

De belangrijkste voortgangsindicator is de voortzetting van de positieve ontwikkeling van de korte vaart.

De ontwikkeling van de korte vaart kan worden gemeten door de groei van deze vervoerswijze te vergelijken met die van het wegvervoer. Op dit ogenblik groeit de korte vaart bijna even sterk als het wegvervoer.

Een andere aanvaardbare meetfactor is het gewicht dat de lidstaten in hun vervoersbeleid toekennen aan de korte vaart. Dit gewicht is momenteel behoorlijk groot. In deze context kan ook rekening worden gehouden met de prioriteit die de lidstaten in het kader van TEN-V-projecten toekennen aan snelwegen van de zee, in vergelijking met andere vervoerswijzen.

Een andere meetfactor is het niveau van aanvaarding van de acties ter bevordering van de korte vaart. Dit niveau is momenteel hoog.

De voortgang kan ook redelijk goed worden gemeten door te kijken naar de voortgang die andere acties van het bevorderingsprogramma van 2003 hebben gemaakt.

8.2. Overzicht van de toezichts- en beoordelingsmogelijkheden

De Commissie zal samen met de lidstaten, het bedrijfsleven en de centra voor de bevordering van de korte vaart deze vervoerswijze blijven aanmoedigen, de voortgang blijven volgen en de resultaten van het Programma voor de bevordering van de korte vaart blijven beoordelen. Dit zal gebeuren tijdens regelmatige vergaderingen van de contactpunten voor de korte vaart, het bedrijfsleven en de centra voor de bevordering van de korte vaart, onder voorzitterschap van de Commissie.

Naar verwachting zal in 2008 een nieuwe mededeling worden opgesteld waarin conclusies worden getrokken uit het programma en de plannen voor de toekomst worden uiteengezet.

[1] "Co-modaliteit" betekent het efficiënte gebruik van vervoerswijzen die afzonderlijk worden geëxploiteerd of op intermodale wijze worden geïntegreerd in het Europese vervoerssysteem teneinde de middelen optimaal en duurzaam te benutten.

[2] Richtlijn 2002/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 februari 2002 betreffende meldingsformaliteiten voor schepen die aankomen in en/of vertrekken uit havens van de lidstaten van de Gemeenschap, PB L 67 van 9.3.2002, blz. 31.

[3] Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende intermodale laadeenheden, COM(2003) 155 def. van 7.4.2003, zoals gewijzigd bij COM(2004) 361 def. van 30.4.2004.

[4] Contactpunten voor de korte vaart zijn vertegenwoordigers van nationale maritieme administraties die binnen hun administratie verantwoordelijk zijn voor de korte vaart.

[5] Deze centra worden gedreven door zakelijke belangen en bieden neutraal, onpartijdig advies inzake het gebruik van de korte vaart om tegemoet te komen aan de behoeften van de gebruikers van vervoer. Deze 21 nationale centra zijn op Europees niveau gegroepeerd in het Europees netwerk voor de korte vaart (European Shortsea Network, ESN).