Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2371/2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid /* COM/2006/0587 def. - CNS 2006/0190 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 13.10.2006 COM(2006) 587 definitief 2006/0190 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2371/2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (door de Commissie ingediend) TOELICHTING ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL | Motivering en doel van het voorstel De wijziging van de basisverordening betreffende het gemeenschappelijk visserijbeleid (Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid) vloeit voort uit het politieke akkoord dat de Raad bij de instelling van het Europees Visserijfonds heeft bereikt. Deze wijziging heeft tot doel sommige aanpassingen van de vloot toe te staan om de veiligheid, de arbeidsomstandigheden, de hygiëne, de productkwaliteit en de energie-efficiëntie te verbeteren. | Algemene context In het kader van het politieke akkoord dat bij de instelling van het Europees Visserijfonds voor de periode 2007-2013 is bereikt, heeft de Raad besloten de bepalingen inzake het beheer van de capaciteit van de vissersvloot te wijzigen. | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid | Samenhang met het overige beleid en de overige doelstellingen van de Unie Niet van toepassing. | RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING | Raadpleging van belanghebbende partijen | Deze wijziging is het resultaat van een door de Raad genomen politiek besluit. De raadpleging van de belanghebbende partijen heeft plaatsgevonden tijdens de procedure voor de goedkeuring van de verordening inzake het Europees Visserijfonds. | Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid | Er hoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. | Effectbeoordeling Er werd geen effectbeoordeling verricht. Dit voorstel laat geen enkele keuze, ook niet de keuze om niet te handelen, aangezien het voortvloeit uit een door de Raad genomen politiek besluit. | JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL | Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en) Er wordt voorgesteld de in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2371/2002 vastgestelde bepalingen betreffende het beheer van de vlootcapaciteit te wijzigen, en meer bepaald artikel 11 over de aanpassing van de vangstcapaciteit en artikel 13 over de regeling voor toevoeging/onttrekking aan de vloot en totale capaciteitsvermindering. De wijzigingen betreffen: a) de mogelijkheid om 4 % van de met overheidssteun gesloopte tonnage toe te wijzen aan nieuwe of bestaande vaartuigen teneinde de veiligheid, de hygiëne, de arbeidsomstandigheden en de productkwaliteit aan boord te verbeteren; b) de bepaling dat de vermindering van het vermogen die een voorwaarde is om de motor met overheidssteun te kunnen vervangen, onomkeerbaar is; deze wijziging strookt met het huidige beleid van capaciteitsvermindering. | Rechtsgrondslag Artikel 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap | Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. | Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. | Het voorstel gaat niet verder dan wat strikt noodzakelijk is om de door de Raad en de Commissie genomen politieke besluiten ten uitvoer te leggen. De lidstaten blijven bevoegd voor het beheer van de vangstcapaciteit van de afzonderlijke vissersvaartuigen. | De wijzigingen in de bepalingen inzake vlootbeheer voegen geen administratieve of financiële lasten toe ten opzichte van de vroegere bepalingen; de nieuwe voorschriften voor vlootbeheer zullen worden toegepast met dezelfde personele en financiële middelen als die welke waren toegewezen voor het beheer in het kader van de vroegere bepalingen. | Keuze van instrumenten | Voorgesteld instrument: Verordening van de Raad op grond van artikel 37 van het Verdrag. | Andere instrumenten zouden om de volgende reden(en) ongeschikt zijn. Het betreft een wijziging van een verordening van de Raad en hiervoor bestaan geen andere instrumenten. | GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING | Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. | 1. . 2006/0190 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2371/2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37, Gezien het voorstel van de Commissie[1], Gezien het advies van het Europees Parlement[2], Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid[3] zijn bepalingen betreffende het beheer van de vangstcapaciteit vastgesteld. (2) Uit ervaring is gebleken dat de huidige bepalingen betreffende het beheer van de vlootcapaciteit moeten worden aangepast. (3) De lidstaten moeten worden gemachtigd om, met het oog op de verbetering van de veiligheid, de hygiëne, de arbeidsomstandigheden en de productkwaliteit aan boord, een beperkte verhoging van de tonnage aan nieuwe of bestaande vaartuigen toe te wijzen, op voorwaarde dat de vangstcapaciteit van die vissersvaartuigen daardoor niet toeneemt en voorrang wordt gegeven aan de kleinschalige kustvisserij in de zin van artikel 26 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds[4]. Deze verhoging moet worden gekoppeld aan de inspanningen die de lidstaten zich tussen 1 januari 2003 of 1 mei 2004 en 31 december 2006 en vanaf 1 januari 2007 getroosten om de vangstcapaciteit met overheidssteun aan te passen. (4) De vermindering van het motorvermogen die krachtens artikel 25, lid 3, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1198/2006 een voorwaarde is om de motor met overheidssteun te kunnen vervangen, moet worden beschouwd als een onttrekken, met overheidssteun, van capaciteit aan de vloot wat betreft de toepassing van de regeling voor toevoeging/onttrekking aan de vloot en de aanpassing van de referentieniveaus. (5) Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 2371/2002 wordt als volgt gewijzigd: 1) artikel 11 wordt vervangen door: “Artikel 11 Aanpassing van de vangstcapaciteit 1. De lidstaten nemen maatregelen ter aanpassing van de vangstcapaciteit van hun vloten met het doel een stabiel en permanent evenwicht tussen die vangstcapaciteit en hun vangstmogelijkheden te bewerkstelligen. 2. De lidstaten dragen er zorg voor dat de overeenkomstig dit artikel en artikel 12 vastgestelde referentieniveaus voor de vangstcapaciteit, uitgedrukt in BT en kW, niet worden overschreden. 3. Er mag geen vaartuig met overheidssteun aan de vloot worden onttrokken tenzij de visvergunning zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1281/2005 van de Commissie[5] en, in voorkomend geval, de machtigingen tot vissen zoals gedefinieerd in de desbetreffende verordeningen, van tevoren zijn ingetrokken. Onverminderd lid 6 kan de capaciteit die overeenkomt met de vergunning en, zo nodig, met de machtigingen tot vissen voor de betrokken visserijtakken, niet worden vervangen. 4. Indien overheidssteun wordt verleend voor intrekkingen van vangstcapaciteit die verdergaan dan de capaciteitsverlaging die nodig is om de overeenkomstig dit artikel en artikel 12 vastgestelde referentieniveaus in acht te nemen, wordt de ingetrokken hoeveelheid capaciteit automatisch van de referentieniveaus afgetrokken. De aldus verkregen referentieniveaus worden de nieuwe referentieniveaus. 5. Tussen 1 januari 2003 en 31 december 2006 mag de tonnage van vissersvaartuigen van 5 jaar en ouder toenemen door modernisering van het hoofddek ter verbetering van de veiligheid aan boord, de arbeidsomstandigheden, de hygiëne en de productkwaliteit, op voorwaarde dat de vangstcapaciteit van het vaartuig daardoor niet toeneemt. De overeenkomstig dit artikel en artikel 12 vastgestelde referentieniveaus worden daaraan aangepast. Met de corresponderende capaciteit hoeft geen rekening gehouden te worden als de lidstaten overeenkomstig artikel 13 de balans van de toevoeging/onttrekking opmaken. 6. Vanaf 1 januari 2007 mogen de lidstaten, om de veiligheid aan boord, de arbeidsomstandigheden, de hygiëne en de productkwaliteit te verbeteren, de volgende, in tonnage uitgedrukte, capaciteit opnieuw toewijzen aan nieuwe of bestaande vaartuigen op voorwaarde dat de vangstcapaciteit van de vissersvaartuigen daardoor niet toeneemt: - 4 % van de gemiddelde jaarlijkse tonnage die met overheidssteun is onttrokken tussen 1 januari 2003 en 31 december 2006 voor de lidstaten die op 1 januari 2003 deel uitmaakten van de Gemeenschap en 4 % van de jaarlijkse gemiddelde tonnage die met overheidssteun is onttrokken tussen 1 mei 2004 en 31 december 2006 voor de lidstaten die op 1 mei 2004 tot de Gemeenschap zijn toegetreden, en - 4 % van de tonnage die vanaf 1 januari 2007 met overheidssteun aan de vloot wordt onttrokken. De overeenkomstig dit artikel en artikel 12 vastgestelde referentieniveaus worden dienovereenkomstig aangepast. Met de corresponderende capaciteit hoeft geen rekening gehouden te worden als de lidstaten overeenkomstig artikel 13 de balans van de toevoeging/onttrekking opmaken. Als de lidstaten krachtens dit lid vangstcapaciteit toewijzen, geven zij voorrang aan de kleinschalige kustvisserij in de zin van artikel 26 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad. 7. Eventuele bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure.” 2) artikel 13 wordt vervangen door: “Artikel 13 Regeling voor toevoeging/onttrekking aan de vloot en totale capaciteitsvermindering 1. De lidstaten beheren de toevoegingen aan de vloot en de onttrekkingen aan de vloot op zodanige wijze dat met ingang van 1 januari 2003 2. de toevoegingen van nieuwe capaciteit aan de vloot zonder overheidssteun voordien gecompenseerd worden door onttrekkingen zonder overheidssteun die ten minste gelijk zijn aan de omvang van de nieuwe capaciteit; 3. de toevoegingen van nieuwe capaciteit aan de vloot met na 1 januari 2003 verleende overheidssteun voordien gecompenseerd worden door onttrekkingen zonder overheidssteun die: 4. i) ten minste gelijk zijn aan de omvang van de nieuwe capaciteit, voor de toevoeging van nieuwe vaartuigen van hoogstens 100 BT, dan wel 5. ii) ten minste 1,35 maal de omvang van die nieuwe capaciteit bedragen, voor de toevoeging van nieuwe vaartuigen van meer dan 100 BT; 6. de vervanging van een motor met overheidssteun krachtens artikel 25, lid 3, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1198/2006 wordt gecompenseerd door een vermindering van het motorvermogen ten belope van 20 % van het vermogen van de vervangen motor. De vermindering van het motorvermogen met 20 % wordt van de referentieniveaus afgetrokken overeenkomstig artikel 11, lid 4. 2. Eventuele bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure.” Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter[pic][pic][pic] [1] PB C […] van […], blz. […]. [2] PB C […] van […], blz. […]. [3] PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59. [4] PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1. [5] PB L 203 van 4.8.2005, blz. 3-5.