Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van richtlijn 68/89/EEG betreffende de aanpassing van de wetgevingen der lidstaten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout /* COM/2006/0557 def. - COD 2006/0178 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 29.9.2006 COM(2006) 557 definitief 2006/0178 (COD) Voorstel voor een BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot intrekking van Richtlijn 68/89/EEG betreffende de aanpassing van de wetgevingen der lidstaten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Op 16 maart 2005 heeft de Commissie een belangrijke mededeling over “Betere regelgeving met het oog op economische groei en meer banen in de Europese Unie” (COM (2005) 97) goedgekeurd, waarin het belang van de vereenvoudiging van de nationale en Europese wetgeving wordt benadrukt. Een betere regelgeving is van cruciaal belang voor de verbetering van het concurrentievermogen van de Europese ondernemingen en voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Lissabonagenda. Door het verbeteren van de kwaliteit van de wetgeving en door het op die manier afschaffen van onnodige kosten en slechten van obstakels die de nodige aanpassingen en innovaties verhinderen, worden de juiste stimulansen en marktrandvoorwaarden geschapen om het bedrijfsleven nieuwe impulsen te geven, zodat het de rijkdom kan creëren die onze economieën nodig hebben. Zoals aangegeven in de mededeling van de Commissie over de “Uitvoering van het Lissabon-programma van de Gemeenschap: een strategie voor de vereenvoudiging van de regelgeving” (COM (2005) 535), moet de herziening van het acquis een continu en systematisch proces worden dat de wetgever in staat stelt wetgeving te herzien met inachtneming van de rechtmatige belangen van de particuliere en openbare sector. De mededeling bevat een lopend programma dat deel uitmaakt van de nieuwe vereenvoudigingsstrategie. Dit programma geeft aan welke delen van de wetgeving de Commissie met het oog op vereenvoudiging wil herzien en evalueren. In het programma opgenomen is Richtlijn 68/89/EEG van de Raad van 23 januari 1968 betreffende de aanpassing van de wetgevingen der lidstaten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout. Na de tenuitvoerlegging en de toepassing van deze richtlijn te hebben bekeken, heeft de Commissie geconcludeerd de intrekking daarvan voor te stellen. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN BEOORDELING 2.1. Raadplegingen Bij het beantwoorden van de vraag of het nuttig was om Richtlijn 68/89/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wetgevingen der lidstaten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout al dan niet verder deel te laten uitmaken van het “acquis” is uitgegaan van de adviezen die gedurende een aantal jaren door de lidstaten, de bosbouwsector en de op de bosbouw gebaseerde bedrijfstakken zijn uitgebracht en waaruit blijkt dat de richtlijn in hun houthandel over het algemeen niet wordt toegepast. De belanghebbenden hebben aangegeven dat voor het meten van onbewerkt hout andere methoden worden gebruikt dan die welke in de richtlijn worden beschreven. Verder is nooit melding gemaakt van enig geval van belemmering van de houthandel als gevolg van het feit dat de marktdeelnemers het niet eens konden worden over het meten of indelen van onbewerkt hout. Als onderdeel van het voorbereidend werk van de Commissie en overeenkomstig de beginselen van betere regelgeving zijn de belanghebbenden geraadpleegd via het Permanent Comité voor de bosbouw van de Commissie en via de werkgroep Concurrentievermogen van het Raadgevend Comité voor het communautair beleid inzake de houtsector van de Commissie. Bovendien is naar de lidstaten en de brancheorganisaties een enquêteformulier gestuurd om na te gaan of de richtlijn al dan niet wordt toegepast en om hun mening te leren kennen over een mogelijke intrekking van de richtlijn. De enquête is in juli 2005 gelanceerd en de antwoorden zijn in het najaar van 2005 ontvangen. 2.2. Resultaten van de enquête 19 lidstaten en 11 nationale brancheorganisaties hebben aan de enquête deelgenomen. Het voornaamste resultaat van de enquête is dat, volgens een meerderheid van de lidstaten (2/3) en de nationale brancheorganisaties (4/5) die hebben gereageerd, de richtlijn in de houthandel niet wordt toegepast. De door de lidstaten en het bedrijfsleven voor de niet-toepassing van de richtlijn aangevoerde belangrijkste redenen waren: - de door de richtlijn vastgestelde meet- en indelingsmethoden verschillen van die welke door de ondernemingen in de sector worden toegepast; - de door de richtlijn vastgestelde indelingen naar afmetingen en naar kwaliteit zijn niet gedetailleerd genoeg en zijn te abstract; - de door de richtlijn vastgestelde indelingen houden geen rekening met de beoogde toepassingen van het hout en zijn niet aan de marktbehoeften aangepast; - Europese kwaliteits- en meetnormen worden als een betere optie beschouwd. Slechts twee lidstaten waren het niet eens met het voorstel om de richtlijn in te trekken. Alle organisaties die de boseigenaren en de op de bosbouw gebaseerde bedrijfstakken vertegenwoordigen waren het op één na met het intrekkingsvoorstel eens. Hoewel de leden van deze organisatie geen gebruik maken van de in de richtlijn vastgestelde meetmethoden, vindt de organisatie echter dat het niet “nodig” is om de richtlijn in te trekken. Op grond van de resultaten van deze enquête is het duidelijk dat de richtlijn niet algemeen wordt toegepast. Nadere bijzonderheden over de antwoorden op de enquêtevragen zijn te vinden op de website: http://ec.europa.eu/enterprise/forest_based/index_en.html 2.3. Beoordeling Richtlijn 68/89/EEG betreffende de aanpassing van de wetgevingen der lidstaten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout is goedgekeurd als maatregel ter ontwikkeling van de interne markt voor de levering van houtgrondstof aan de op de bosbouw gebaseerde bedrijfstakken. De toepassing van de richtlijn is echter beperkt geweest, aangezien zij niet verplicht is en de deelnemers aan de houtmarkten andere meet- en indelingsmethoden hebben goedgekeurd en toegepast. De interne markt voor houtgrondstof en de handel met derde landen hebben zich, blijkbaar ongehinderd door de toepassing van verschillende meet- of indelingsmethoden, verder uitgebreid. Er worden andere meet- en indelingsmethoden gebruikt en de handel in onbewerkt hout zou door de opheffing niet negatief worden beïnvloed. Verder zijn Europese normen voor het meten en indelen van hout opgesteld, die eventueel voor transacties op de houtmarkt kunnen worden gebruikt en als een betere oplossing worden beschouwd. Richtlijn 68/89/EEG is niet nodig voor de handel op de interne markt of de handel met derde landen en in de desbetreffende sector zijn geen obstakels als gevolg van de gebruikte meet- of indelingsmethoden geconstateerd. Daarom is besloten om de richtlijn niet door andere wetgevende maatregelen te vervangen of te wijzigen. Een intrekking van de richtlijn is daarom nodig om de regelgeving te vereenvoudigen door het afschaffen van een niet-essentieel instrument dat op zeer beperkte schaal wordt toegepast en niet voor de interne markt nodig is. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL 3.1. Subsidiariteits- en evenredigheidsbeginselen Uit de resultaten van de raadpleging en de beoordeling blijkt dat de doelstellingen van Richtlijn 68/89/EEG op passende wijze kunnen worden verwezenlijkt zonder communautaire wetgeving. 3.2. Keuze van instrumenten: de vorm van de rechtsbeslissing Wanneer een rechtsbeslissing wordt ingetrokken is over het algemeen het beginsel van “parallelle vormen” van toepassing, dat wil zeggen dat de intrekking van Richtlijn 68/89/EEG geschiedt door middel van een intrekkingsrichtlijn. Gezien de bijzondere omstandigheden van dit geval, namelijk: - de richtlijn in kwestie werd ongeveer veertig jaar geleden ingevoerd; - de bij de richtlijn ingevoerde indelings- en meetsystemen zijn achterhaald en ook is gebleken dat deze systemen niet door het bedrijfsleven worden gebruikt; - de bepalingen van de richtlijn betreffende de indeling en de meting van onbewerkt hout zijn bovendien niet verplicht; wordt een tot de lidstaten gerichte en rechtstreeks van toepassing zijnde beschikking als de passende vorm van de rechtsbeslissing beschouwd. Het voordeel van een beschikking is dat zij het standpunt versterkt dat de lidstaten rekening moeten houden met hun binnenlandse positie om te zorgen voor de nodige samenhang tussen de regelingen op nationaal en op communautair niveau als gevolg van de intrekking van Richtlijn 68/89/EEG. 3.3. Gevolgen voor de begroting Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting. 4. CONCLUSIE Het voorstel tot intrekking van Richtlijn 68/89/EEG betreffende de aanpassing van de wetgevingen der lidstaten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout is in lijn met de resultaten van de raadpleging van de lidstaten, de boseigenaren en het bedrijfsleven. Het is echter van belang dat de intrekking van Richtlijn 68/89/EEG wordt gevolgd door de intrekking van de overeenkomstige nationale uitvoeringsmaatregelen om het gewenste praktische effect te krijgen. Het merk “volgens de EEG-normen ingedeeld” zal niet langer voor gebruik beschikbaar zijn. Bovendien moet ervoor worden gezorgd dat de voordelen van de intrekking niet teniet worden gedaan door nieuwe nationale regels of nieuwe technische barrières. Bijgevolg zij erop gewezen dat nationale regels voor de indeling van onbewerkt hout in overeenstemming moeten zijn met artikel 28 van het Verdrag en geen handelsbarrières mogen vormen. Aldus mogen nationale regels voor metingen naar volume of gewicht of voor de indeling naar soort en gebruikelijke benaming of naar afmetingen of kwaliteit bijvoorbeeld geen obstakels opwerpen voor het vrije verkeer van onbewerkt hout op de interne markt. Bovendien moeten nationale maatregelen die als technische voorschriften in de zin van Richtlijn 98/34/EG kunnen worden beschouwd, in hun ontwerp-vorm aan de Commissie worden meegedeeld. 2006/0178 (COD) Voorstel voor een BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot intrekking van Richtlijn 68/89/EEG betreffende de aanpassing van de wetgevingen der lidstaten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95, Gezien het voorstel van de Commissie[1], Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[2], Gezien het advies van het Comité van de Regio's[3], Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag[4], Overwegende hetgeen volgt: (1) De communautaire beleidsmaatregelen inzake betere regelgeving onderstrepen het belang van de vereenvoudiging van de nationale en communautaire wetgeving als cruciaal element voor de verbetering van het concurrentievermogen van de ondernemingen en voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Lissabonagenda. (2) De meet- en indelingsmethoden, als vastgesteld bij Richtlijn 68/89/EEG van de Raad van 23 januari 1968 betreffende de aanpassing van de wetgevingen der lidstaten ten aanzien van de indeling van onbewerkt hout[5] verschillen van de meet- en indelingsmethoden die thans algemeen worden toegepast bij transacties tussen ondernemingen in de bosbouwsector en de op de bosbouw gebaseerde bedrijfstakken en zijn niet meer aan de marktbehoeften aangepast. (3) De meet- en indelingsmethoden, als vastgesteld bij Richtlijn 68/89/EEG, zijn niet langer nodig voor de interne markt. (4) Richtlijn 68/89/EEG moet derhalve worden ingetrokken. (5) De intrekking van Richtlijn 68/89/EEG heeft tot gevolg dat het merk “volgens de EEG-normen ingedeeld” na 31 december 2008 niet langer beschikbaar is voor gebruik bij het in de handel brengen van onbewerkt hout en dat de overeenkomstige nationale uitvoeringsmaatregelen uiterlijk op 31 december 2008 dienovereenkomstig moeten worden ingetrokken, HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 Richtlijn 68/89/EEG wordt ingetrokken met ingang van 31 december 2008. Artikel 2 Deze beschikking is gericht tot de lidstaten. Artikel 3 Deze beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Gedaan te Brussel, […] Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter [1] PB C […] van […], blz. […]. [2] PB C […] van […], blz. […]. [3] PB C […] van […], blz. […]. [4] PB C […] van […], blz. […]. [5] PB L32 van 6.2.1968, blz.12-15.