[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 8.9.2006 COM(2006) 487 definitief 2006/0162 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD inzake de afzet van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan 12 maanden (door de Commissie ingediend) TOELICHTING I – Achtergrond De regelingen inzake de productie en afzet van vlees van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, verschillen van lidstaat tot lidstaat. Er worden door de band genomen twee productiesystemen toegepast. In het eerste krijgen de dieren vooral voeder op basis van melk en zuivelproducten en worden zij vóór ze acht maanden zijn geslacht, meestal rond de zesde à zevende maand. In het tweede systeem worden bijna uitsluitend producten op graanbasis (hoofdzakelijk maïs) vervoederd, aangevuld met enkele voedergewassen, en wordt vanaf de tiende maand geslacht. Het eerste systeem komt in bijna alle lidstaten voor; in vijf ervan op grote schaal (Frankrijk, Italië, Nederland, België en Duitsland). Het tweede is daarentegen beperkt tot een kleine groep van lidstaten en is vooral in Nederland, Denemarken en Spanje wijd verbreid. De vleesproductie kan, naar gelang van het gebruikte systeem, onder verschillende benamingen in de handel worden gebracht. In de meeste gevallen gaat het echter om één verkoopbenaming, althans op de grootste consumptiemarkten van de Gemeenschap. Over het algemeen wordt niet verwezen naar het voeder dat de dieren hebben gekregen, noch naar de leeftijd waarop zij zijn geslacht. Inmiddels is gebleken dat een dergelijke praktijk de handel kan verstoren en oneerlijke concurrentie in de hand kan werken. Deze praktijk heeft derhalve een rechtstreekse invloed op de instelling en de werking van de gemeenschappelijke markt. Zo worden tussen vlees afkomstig van het ene en van het andere productiesysteem verschillen in de prijs af slachthuis genoteerd van 2 à 2,5 euro per kg. Bovendien is het mogelijk dat de consument in verwarring wordt gebracht door deze praktijk, omdat hij misleid wordt over de echte kenmerken van het product dat hij koopt. Een aantal lidstaten heeft de Commissie gevraagd voorstellen te doen ter verbetering van de voorwaarden waaronder vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, wordt afgezet. II – Het voorstel van de Commissie De Commissie heeft in de aanloop naar het opstellen van haar voorstel frequent overleg gepleegd met regeringsdeskundigen, de betrokken beroepssectoren, consumenten en consumentenorganisaties. Aan het begin van de lente van 2005 is met name een raadplegingsronde op het internet gehouden, in juni 2005 gevolgd door een openbare hoorzitting met zowel technische deskundigen als vertegenwoordigers van de belangrijkste maatschappelijke en beroepsorganisaties die belang stellen in dit onderwerp. Tijdens de internetraadpleging bevestigden de meeste consumenten malsheid en smaak als belangrijke criteria bij hun vleesaankopen te beschouwen. De kleur bleek in de ene lidstaat een grotere rol te spelen dan in de andere. De respondenten schaalden de leeftijd van het dier en het voeder dat het heeft gekregen, eveneens in als belangrijke indicatoren voor de eigenschappen van het van die dieren afkomstige vlees. Slachtgewicht daarentegen bleek wat dat betreft minder zwaar door te wegen bij de respondenten. Uit diverse studies komt naar voren dat de organoleptische kenmerken van vlees, zoals malsheid, smaak of kleur, veranderen naar gelang van de leeftijd van het betrokken dier en het voeder dat het heeft gekregen. Dieren die rond hun zevende maand zijn geslacht en dieren die drie maanden langer hebben geleefd, leveren vlees met andere kenmerken op. De scheidslijn voor de eerste categorie van dieren werd door de meeste geraadpleegde consumenten getrokken bij een leeftijd van ten hoogste acht maanden. Dit werd bevestigd door de meeste consumentenorganisaties die zich tijdens de openbare raadpleging hebben uitgesproken. Deze leeftijdsgrens wordt eveneens gebruikt in artikel 130 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid[1], in dat geval om te bepalen of dieren in aanmerking komen voor de slachtpremie. Deze leeftijdgrens wordt bovendien in een groot aantal lidstaten gebruikt en kan daar op een breed draagvlak rekenen. Bijgevolg lijkt het raadzaam om twee subcategorieën van dieren in te voeren, één voor dieren die niet ouder zijn dan acht maanden en een tweede voor dieren die ouder zijn dan acht maanden, maar niet ouder dan twaalf maanden. De slachtleeftijd blijkt gemakkelijker te controleren dan het gebruikte diervoeder. Bovendien zijn de productiesystemen en het soort voeder dat wordt gegeven aan dieren die niet ouder zijn dan twaalf maanden, doorgaans gekoppeld aan de voor het slachten gehanteerde leeftijd. Daarom volstaat het criterium van de slachtleeftijd om de verschillende verkoopbenamingen voor vlees afkomstig van beide subcategorieën vast te stellen. De raadpleging heeft ook aangetoond dat dezelfde verkoopbenaming bij de consumenten in de verschillende lidstaten niet noodzakelijk dezelfde verwachtingen oproept. Een letterlijke vertaling van een term die in de ene lidstaat naar een bepaald product verwijst, zegt de consument van dat product in de andere lidstaat wellicht niets, omdat dat product in zijn lidstaat nu eenmaal anders heet. Om ervoor te zorgen dat die consument een product kan kopen dat aan zijn verwachtingen voldoet, is het dus niet meer dan logisch om bij de keuze van de verkoopbenamingen zoveel mogelijk rekening te houden met culturele gewoonten en tradities. Hiertoe stelt de Commissie voor om de verkoopbenamingen vast te stellen die in elke lidstaat moeten worden gebruikt voor de afzet van vlees afkomstig van dieren van de twee hierboven omschreven subcategorieën, en om de vermelding van de slachtleeftijd van de dieren verplicht te stellen. Met het oog op een correct gebruik van de verkoopbenamingen conform deze verordening moet het vlees afkomstig van dieren van de twee hierboven omschreven subcategorieën met een letter worden gemerkt en moeten de gegevens aan de hand waarvan de juistheid van de op het etiket vermelde informatie kan worden nagegaan, worden geregistreerd. Marktdeelnemers die naast de in deze verordening vastgestelde verkoopbenamingen nog andere informatie willen vermelden, moeten zich hierbij houden aan Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie– en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad[2]. In sommige gevallen is vlees afkomstig van dieren die niet ouder zijn dan twaalf maanden, beschermd op grond van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen[3]. Dit vlees wordt op de markt gebracht onder de betrokken beschermde benaming of aanduiding, die borg staat voor een waterdichte identificatie door marktdeelnemers en consumenten. Hierbij komt nog dat dergelijk vlees vaak in het lokale verkoopcircuit terecht komt. Kortom: er moet worden gestipuleerd dat de bepalingen van de onderhavige verordening de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 510/2006 beschermde benamingen onverlet dienen te laten. Voorts moeten de lidstaten aangeven welke autoriteiten bevoegd zijn om de in deze verordening vastgestelde voorwaarden te controleren en om ervoor te zorgen dat de Commissie, zo nodig ter plaatse, de naleving van die voorwaarden kan controleren. Om de coherentie te verzekeren en elk gevaar van concurrentieverstoring te voorkomen, dient tot slot te worden bepaald dat uit derde landen ingevoerd vlees aan de bepalingen van deze verordening moet voldoen. III – Impact van het voorstel van de Commissie Het voorstel heeft tot doel de afzet van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, transparanter te maken, de werking van de interne markt te verbeteren en de consument beter voor te lichten. In het voorstel is zoveel mogelijk rekening gehouden met de geplogenheden van de lidstaten op het gebied van productie en consumptie. De instelling van twee subcategorieën met een scheidslijn bij acht maanden, mag geen problemen opleveren. Deze grens wordt namelijk al toegepast in een groot aantal lidstaten die de meeste dieren van deze eerste subcategorie produceren, maar kan in het licht van de beperking van het communautaire koeienbestand ook interessant zijn voor producenten van deze dieren in andere lidstaten. Bovendien wordt het dankzij de verplichte vermelding van de leeftijd mogelijk de verschillende soorten producten duidelijker te onderscheiden. De vaststelling van het voorstel in deze vorm zou tot gevolg hebben dat een grote meerderheid van de lidstaten een vergelijkbare aanpak zal hanteren op het gebied van de verkoopbenamingen van vlees afkomstig van dieren die niet ouder zijn dan twaalf maanden. Voor de overige lidstaten voorziet het voorstel met name in een differentiëring voor vlees afkomstig van dieren van de tweede subcategorie, via de verplichting een andere verkoopbenaming te gebruiken. Alleen die productie ondervindt daar dus gevolgen van. Voor de meeste van die landen geldt echter dat deze producten grotendeels op het eigen grondgebied worden verbruikt. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat deze productie, als gevolg van de invoering van het hervormde GLB in 2003 en van de ontkoppelingsregeling, in een aantal van die landen zal afnemen. Er zij tevens op gewezen dat de stijging van de prijzen in de rundvleessector eind 2004, in een aantal van die lidstaten minder gunstig is uitgevallen voor vlees afkomstig van dieren van die subcategorie dan voor vlees van oudere runderen. Het prijsverschil dat vroeger bestond tussen deze twee soorten vlees, is tegenwoordig zo goed als verdwenen en de dalende trend zou in de toekomst dus nog kunnen verscherpen. Vandaar de conclusie dat het niet dit voorstel is dat die productietak het sterkst zal beïnvloeden. Dierenwelzijn valt onder de bevoegdheden van DG SANCO. Dit voorstel heeft betrekking op de vaststelling van de verkoopbenamingen voor vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, en laat de elders vastgestelde regels op het gebied van dierenwelzijn onverlet. Met betrekking tot vlees afkomstig van de hierboven omschreven subcategorieën wordt de mogelijkheid geboden om op het etiket vermeldingen inzake de naleving van dierenwelzijnregels aan te brengen die verder gaan dan de bestaande regelgeving. Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. 2006/0162 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD inzake de afzet van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan 12 maanden DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37, lid 2, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement[4], Overwegende hetgeen volgt: (1) In artikel 2, tweede alinea, juncto artikel 2, eerste alinea, onder b), van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees[5] is bepaald dat de algemene voorschriften inzake maatregelen om de productie, de verwerking en de afzet van rundvlees beter te organiseren, door de Raad moeten worden vastgesteld. (2) De systemen voor de productie van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden en de kenmerken van deze dieren ten tijde van het slachten verschillen vaak van lidstaat tot lidstaat. Op de voornaamste consumptiemarkten van de Gemeenschap wordt vlees dat in het kader van deze verschillende productiesystemen wordt geproduceerd, over het algemeen onder één verkoopbenaming afgezet. (3) Inmiddels is gebleken dat dergelijke praktijken de handel kunnen verstoren en oneerlijke concurrentie in de hand kunnen werken. Deze praktijken hebben derhalve een rechtstreekse invloed op de instelling en de werking van de gemeenschappelijke markt. (4) Deze praktijken kunnen bovendien verwarrend en misleidend zijn voor de consument. (5) Met het oog op een betere werking van de interne markt moet de afzet van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, zo transparant mogelijk worden geregeld. Hierdoor zal tegelijkertijd de organisatie van de desbetreffende productie verbeteren. Om dit te verwezenlijken dient te worden vastgesteld welke verkoopbenamingen in de talen van de lidstaten moeten worden gebruikt voor de afzet van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden. De consument wordt op die manier beter voorgelicht. (6) In sommige gevallen is vlees afkomstig van dieren die niet ouder zijn dan twaalf maanden, beschermd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen[6]. Dit vlees wordt op de markt gebracht onder de betrokken beschermde aanduiding of benaming, die borg staat voor een waterdichte identificatie door marktdeelnemers en consumenten. Daarom moet worden gestipuleerd dat de bepalingen van de onderhavige verordening de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 510/2006 beschermde benamingen onverlet dienen te laten. (7) Uit diverse studies komt naar voren dat de organoleptische kenmerken van vlees, zoals malsheid, smaak of kleur, veranderen naar gelang van de leeftijd van het betrokken dier en het voeder dat het heeft gekregen. (8) In een openbare raadpleging die de Commissie in 2005 heeft gehouden, bestempelden de meeste consumenten de leeftijd van het dier en het voeder dat het heeft gekregen, als belangrijke indicatoren voor de eigenschappen van het van die dieren afkomstige vlees. Slachtgewicht bleek in dat verband minder zwaar door te wegen. (9) De slachtleeftijd blijkt gemakkelijker te controleren dan het gebruikte diervoeder. Bovendien zijn de productiesystemen en het soort voeder dat wordt gegeven aan dieren die niet ouder zijn dan twaalf maanden, doorgaans gekoppeld aan de voor het slachten gehanteerde leeftijd. De transparantie is bijgevolg voldoende gediend indien het gebruik van op de leeftijd van de dieren gebaseerde verkoopbenamingen wordt opgelegd. (10) Tijdens de hierboven bedoelde raadpleging bleek dat de groep runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, door de meeste consumenten werd opgesplitst en dat de maximumleeftijd van acht maanden daarbij als scheidslijn functioneerde. Deze leeftijdsgrens wordt eveneens gebruikt in artikel 130 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001[7], in dat geval om te bepalen of dieren in aanmerking komen voor de slachtpremie. Het lijkt dan ook raadzaam deze leeftijdsgrens te hanteren om de categorie van dieren die niet ouder zijn dan twaalf maanden in twee subcategorieën op te splitsen. (11) De raadpleging heeft ook aangetoond dat dezelfde verkoopbenaming bij de consumenten in de verschillende lidstaten niet noodzakelijk dezelfde verwachtingen oproept. Om ervoor te zorgen dat de consument een product kan kopen dat aan zijn verwachtingen voldoet, is het dus niet meer dan logisch om bij de keuze van de verkoopbenamingen zoveel mogelijk rekening te houden met de culturele gewoonten en tradities. (12) Bovendien moet het vlees afkomstig van dieren die niet ouder zijn dan twaalf maanden, met het oog op de identificatie ervan, worden gemerkt met een per subcategorie verschillende letter en moet de slachtleeftijd worden vermeld op de op het vlees aangebrachte etiketten. (13) Marktdeelnemers die naast de in deze verordening vastgestelde verkoopbenamingen nog andere informatie willen vermelden, moeten zich hierbij houden aan de procedure als bedoeld in artikel 16 of artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad[8]. (14) Met het oog op een correct gebruik van de overeenkomstig deze verordening op de etiketten te vermelden informatie, moeten de gegevens aan de hand waarvan de juistheid van deze informatie in alle productie- en afzetfasen kan worden nagegaan, worden geregistreerd. (15) Voorts moeten de lidstaten aangeven welke autoriteiten bevoegd zijn om de in deze verordening vastgestelde voorwaarden te controleren en moet ervoor worden gezorgd dat de Commissie, zo nodig ter plaatse, de naleving van die voorwaarden kan controleren. (16) Met het oog op de coherentie moeten bepalingen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat uit derde landen ingevoerd vlees eveneens aan deze verordening voldoet. Met het oog daarop moet worden bepaald dat, wanneer de controles door een onafhankelijke dienst worden verricht, deze dienst alle nodige garanties inzake deskundigheid, onpartijdigheid en objectiviteit biedt. (17) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[9], HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Onderwerp en werkingssfeer 1. Deze verordening bevat de voorwaarden voor de afzet, op het grondgebied van de Gemeenschap, van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, en met name de verkoopbenamingen die in dit verband moeten worden gebruikt. Zij is van toepassing op vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden en dat in de Gemeenschap wordt geproduceerd of uit derde landen in de Gemeenschap wordt ingevoerd. 2. De onderhavige verordening is van toepassing onverminderd de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1208/81 van de Raad[10]. 3. Deze verordening is niet van toepassing op vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, waarvoor een beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding is geregistreerd overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006. Artikel 2 Definitie Met het oog op de toepassing van deze verordening wordt onder "vlees" verstaan, geslachte dieren, vlees met of zonder been en slachtafvallen, al dan niet versneden, afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, aangeboden in verse, gekoelde of bevroren toestand, al dan niet voorzien van een onmiddellijke verpakking of verpakking. Artikel 3 Indeling van de runderen in het slachthuis Op het moment van het slachten delen de marktdeelnemers, onder toezicht van de in artikel 8, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteit, alle runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, in in één van de in bijlage I opgenomen categorieën. Artikel 4 Verkoopbenamingen 1. Vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, mag in de verschillende lidstaten slechts in de handel worden gebracht onder de in bijlage II opgenomen verkoopbenaming(en) die voor elke lidstaat is/zijn vastgesteld. De in de eerste alinea bedoelde verkoopbenamingen mogen worden aangevuld met de vermelding van de benaming of de aanduiding van de betrokken stukken vlees of van het betrokken slachtafval. 2. Noch de in bijlage II, onder A), opgenomen verkoopbenamingen, noch van die verkoopbenamingen afgeleide nieuwe benamingen mogen worden gebruikt voor de afzet van vlees afkomstig van runderen die ouder zijn dan twaalf maanden. Evenmin mag in een verkoopbenaming of op een etiket van vlees afkomstig van runderen die ouder zijn dan twaalf maanden, gebruik worden gemaakt van de termen "veau", "ternera", "kalv", "Kalb", "veal", "vitello", "kalf", "μοσχάρι", "vitella" en "vitela". Artikel 5 Verplichte vermeldingen op het etiket 1. Onverminderd artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame [11] en onverminderd de artikelen 13, 14 en 15 van Verordening (EG) nr. 1760/2000, brengen de marktdeelnemers in elk stadium van de productie en de afzet de volgende gegevens aan op het etiket van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden: a) de identificatieletter van de betrokken, in bijlage I bij deze verordening omschreven categorie; b) de verkoopbenaming overeenkomstig artikel 4 van deze verordening; c) de slachtleeftijd van de dieren, door middel van de vermelding "slachtleeftijd: minder dan of gelijk aan n maanden" voor vlees afkomstig van dieren die niet ouder zijn dan acht maanden, of "slachtleeftijd: meer dan acht maanden en minder dan of gelijk aan n maanden" voor vlees afkomstig van dieren die ouder zijn dan acht maanden, maar niet ouder dan twaalf maanden, waarbij n staat voor het aantal maanden. 2. De voorschriften voor het aanbrengen van de in lid 1 bedoelde vermeldingen op het etiket van vlees dat afkomstig is van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden en dat in niet-voorverpakte vorm in de detailhandel wordt aangeboden aan de eindverbruiker, worden door de lidstaten vastgesteld. Zij mogen de vermelding van de in lid 1, onder a), bedoelde gegevens facultatief maken, op voorwaarde dat wordt toegezien op een correcte voorlichting van de consument. Artikel 6 Facultatieve vermeldingen op het etiket De marktdeelnemers mogen de in artikel 5 bedoelde verplichte vermeldingen aanvullen met facultatieve vermeldingen die zijn goedgekeurd volgens de in artikel 16 of artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 bedoelde procedure. Artikel 7 Registratiesysteem In elk stadium van de productie en de afzet van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, zetten de marktdeelnemers een gedetailleerd registratiesysteem op. De toepassing van het in de eerste alinea bedoelde systeem staat borg voor de juistheid van de in de artikelen 5 en 6 bedoelde vermeldingen op het etiket. Met name de volgende gegevens moeten worden geregistreerd: a) het identificatienummer en de geboortedatum van het dier; b) een referentienummer voor de vaststelling van het verband tussen, enerzijds, de identificatie van het dier waarvan het vlees afkomstig is en, anderzijds, de op het etiket van het vlees vermelde verkoopbenaming, slachtleeftijd en identificatieletter van de betrokken categorie; c) de datum waarop het dier en het vlees de inrichting respectievelijk binnengekomen zijn en verlaten hebben, met vermelding van de respectieve hoeveelheden, zodat kan worden gegarandeerd dat deze met elkaar in overeenstemming zijn. Artikel 8 Officiële controles 1. Vóór [1 juli 2007] wijzen de lidstaten de bevoegde autoriteit(en) aan die bevoegd is/zijn voor de controles betreffende de toepassing van deze verordening en delen zij de betrokken gegevens mee aan de Commissie. 2. De Commissie gaat samen met de bevoegde autoriteiten na of de lidstaten de bepalingen van deze verordening naleven. De deskundigen van de Commissie voeren, zo nodig, samen met de betrokken bevoegde autoriteiten en, in voorkomend geval, met deskundigen van de lidstaten, controles ter plaatse uit om zich ervan te vergewissen dat deze verordening ten uitvoer wordt gelegd. De lidstaten op het grondgebied waarvan een controle wordt uitgevoerd, verlenen de Commissie alle medewerking die zij bij het verrichten van haar taak nodig heeft. Artikel 9 Uit derde landen ingevoerde vlees 1. Uit derde landen ingevoerd vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, wordt overeenkomstig de bepalingen van deze verordening op de markt van de Gemeenschap afgezet. 2. Marktdeelnemers uit een derde land, die in lid 1 bedoeld vlees op de markt van de Gemeenschap willen afzetten, laten hun activiteiten controleren door de bevoegde autoriteit die door dat derde land is aangewezen, of, bij gebrek daaraan, door een onafhankelijke dienst. Deze dienst moet de nodige garanties bieden waaruit blijkt dat hij zich houdt aan de Europese norm EN 45011 of ISO/IEC Guide 65 (Algemene voorschriften voor instanties die productcertificeringssystemen toepassen). De aangewezen bevoegde autoriteit of, in voorkomend geval, de onafhankelijke dienst garanderen dat de in deze verordening vastgestelde voorwaarden in acht worden genomen. Artikel 10 Uitvoeringsbepalingen 1. De voor de tenuitvoerlegging van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 43, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde procedure. Deze maatregelen betreffen met name: a) de instructies over waar en in welke lettergrootte de in artikel 5 bedoelde slachtleeftijd van de dieren en identificatieletter van de betrokken categorie moeten worden vermeld; b) de controle op de naleving van deze verordening in het kader van de in artikel 9 bedoelde handel met derde landen. 2. Wijzigingen van de bijlagen I en II worden vastgesteld volgens de in artikel 43, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde procedure. Artikel 11 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Zij is met ingang van [1 juli 2007] van toepassing op alle dieren die niet ouder zijn dan twaalf maanden. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE I Categorieën van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden Runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, worden bij het slachten ingedeeld in een van de volgende categorieën: A) Categorie X: runderen die niet ouder zijn dan acht maanden Identificatieletter voor deze categorie: X; B) Categorie Y: runderen die ouder zijn dan acht maanden maar niet ouder dan twaalf maanden Identificatieletter voor deze categorie: Y. In de lidstaten vindt deze indeling plaats op basis van het paspoort waarvan de runderen vergezeld gaan, of, bij gebrek daaraan, op basis van de gegevens uit het in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 bedoelde gecomputeriseerde gegevensbestand. BIJLAGE II Lijst van de in artikel 4 bedoelde verkoopbenamingen A) Voor vlees afkomstig van runderen uit categorie X: Land van afzet | Verplichte verkoopbenaming | België | veau, viande de veau / kalfsvlees / Kalbfleisch | Bulgarije | месо от малки телета* | Tsjechië | telecí | Denemarken | lyst kalvekød | Duitsland | Kalbfleisch | Estland | vasikaliha | Griekenland | μοσχάρι γάλακτος | Spanje | ternera blanca (o lechal), carne de ternera blanca (o lechal) | Frankrijk | veau, viande de veau | Ierland | veal | Italië | vitello, carne di vitello | Cyprus | µοσχαράκι | Letland | teļa gaļa | Litouwen | veršiena | Luxemburg | veau, viande de veau / Kalbfleisch | Hongarije | borjúhús | Malta | vitella | Nederland | kalfsvlees | Oostenrijk | Kalbfleisch | Polen | cielęcina | Portugal | vitela | Roemenië | carne de vitel* | Slovenië | teletina | Slowakije | teľacie mäso | Finland | vasikanliha / kalvkött | Zweden | kalvkött | Verenigd Koninkrijk | veal | * Op voorwaarde dat het Verdrag inzake de toetreding van Bulgarije en Roemenië in werking is getreden op de datum van vaststelling van deze verordening. | B) Voor vlees afkomstig van runderen uit categorie Y: Land van afzet | Verplichte verkoopbenaming | België | jeune bovin, viande de jeune bovin / jongrundsvlees / Jungrindfleisch | Bulgarije | телешко месо* | Tsjechië | hovězí z mladého dobytka | Denemarken | kalvekød | Duitsland | Jungrindfleisch | Estland | noorloomaliha | Griekenland | μοσχάρι | Spanje | ternera , carne de ternera | Frankrijk | jeune bovin, viande de jeune bovin | Ierland | beef | Italië | vitellone, carne di vitellone | Cyprus | μοσχάρι | Letland | liellopu gaļa | Litouwen | jautiena | Luxemburg | jeune bovin, viande de jeune bovin / Jungrindfleisch | Hongarije | marhahús | Malta | canga | Nederland | rose kalfsvlees | Oostenrijk | Jungrindfleisch | Polen | wołowina | Portugal | vitelão | Roemenië | carne de tineret bovin* | Slovenië | meso mlade govedi | Slowakije | mäso z mladého dobytka | Finland | nuori nauta / nötkött | Zweden | nötkött | Verenigd Koninkrijk | beef | * Op voorwaarde dat het Verdrag inzake de toetreding van Bulgarije en Roemenië in werking is getreden op de datum van vaststelling van deze verordening. | FINANCIEEL MEMORANDUM | 1. | BEGROTINGSONDERDEEL: 05 02 13 | KREDIETEN: 388 mln EUR | 2. | TITEL VAN DE MAATREGEL: Verordening van de Raad inzake de afzet van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden | 3. | RECHTSGRONDSLAG: Artikel 37 van het Verdrag | 4. | DOEL VAN DE MAATREGEL: Deze verordening bevat de voorwaarden voor de afzet, op het grondgebied van de Gemeenschap, van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, en met name de verkoopbenamingen die in dit verband moeten worden gebruikt. | 5. | FINANCIELE CONSEQUENTIES: | PERIODE VAN 12 MAANDEN (mln EUR) | LOPEND BEGROTINGS-JAAR 2006 (mln EUR) | VOLGEND BEGROTINGS-JAAR 2007 (mln EUR) | 5.0 | UITGAVEN TEN LASTE VAN: – BEGROTING EG (RESTITUTIES/INTERVENTIES) – NATIONALE BEGROTINGEN – ANDERE SECTOREN | – | – | – | 5.1 | ONTVANGSTEN – EIGEN MIDDELEN EG (HEFFINGEN/DOUANERECHTEN) – OP NATIONAAL VLAK | – | – | – | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 5.0.1 | RAMING VAN DE UITGAVEN | – | – | – | – | 5.1.1 | RAMING VAN DE ONTVANGSTEN | – | – | – | – | 5.2 | BEREKENINGSMETHODE: – | 6.0 | FINANCIERING MOGELIJK UIT KREDIETEN DIE IN HET BETROKKEN HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING ZIJN OPGEVOERD? | JA/NEE | 6.1 | FINANCIERING MOGELIJK DOOR OVERSCHRIJVING VAN EEN HOOFDSTUK NAAR EEN ANDER HOOFDSTUK VAN DE LOPENDE BEGROTING? | JA/NEE | 6.2 | AANVULLENDE BEGROTING NODIG? | JA/NEE | 6.3 | MOETEN OP DE VOLGENDE BEGROTING KREDIETEN WORDEN OPGEVOERD? | JA/NEE | OPMERKINGEN: Het voorstel tot vaststelling van de verkoopbenamingen van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, heeft geen consequenties voor de communautaire begroting. | [1] PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 319/2006 (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 32). [2] PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Akte van Toetreding van 2003. [3] PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. [4] PB C … van …, blz. …. [5] PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2). [6] PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. [7] PB L 270 van 21.10.2003, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 319/2006 (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 32). [8] PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Akte van Toetreding van 2003. [9] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. [10] PB L 123 van 7.5.1981, blz. 3. [11] PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.