52006PC0144




[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 27.3.2006

COM(2006) 144 definitief

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 51/2006, wat blauwe wijting en haring betreft

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

Bij Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad[1] zijn voor 2006 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, alsmede de bij de visserij in acht te nemen voorschriften vastgesteld.

Na overleg tussen de Gemeenschap en de Faeröer op 23 februari is een overeenkomst bereikt over een regeling inzake wederzijdse toegang tot de bestanden blauwe wijting en haring in de visserijgebieden van beide partijen. De regeling dient ten uitvoer worden gelegd.

De Raad wordt verzocht dit voorstel zo spoedig mogelijk goed te keuren om de vissers in staat te stellen hun activiteiten voor het visseizoen te plannen.

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 51/2006, wat blauwe wijting en haring betreft

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid[2], en met name op artikel 20,

Gelet op het voorstel van de Commissie[3],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad[4] zijn voor 2006 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, alsmede de bij de visserij in acht te nemen voorschriften vastgesteld.

(2) Na overleg tussen de Gemeenschap en de Faeröer op 23 februari is een overeenkomst bereikt over een regeling inzake wederzijdse toegang tot de bestanden blauwe wijting en haring in de visserijgebieden van beide partijen. De regeling dient ten uitvoer worden gelegd.

(3) Verordening (EG) nr. 51/2006 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen IA, IB en IV bij Verordening (EG) nr. 51/2006 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad,

De voorzitter

BIJLAGE

De bijlagen bij Verordening (EG) nr. 51/2006 worden als volgt gewijzigd:

1) In bijlage IA:

De tabel betreffende blauwe wijting in zone I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIabde, XII en XIV (EG-wateren en internationale wateren), wordt vervangen door:

"Soort: | Blauwe wijting | Zone: | I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIabde, XII en XIV (EG-wateren en internationale wateren) |

Micromesistius poutassou | WHB/1 X 14 |

Denemarken | 52 529 | (5) (6) |

Duitsland | 20 424 | (5) (6) | Analytische TAC. Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing. Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing. Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing. |

Spanje | 44 533 | (5) (6) |

Frankrijk | 36 556 | (5) (6) |

Ierland | 40 677 | (5) (6) |

Nederland | 64 053 | (5) (6) |

Portugal | 4 137 | (5) (6) |

Zweden | 12 994 | (5) (6) |

Verenigd Koninkrijk | 68 161 | (5) (6) |

EG | 344 063 | (5) (6) |

Noorwegen | 152 442 | (1) (2) |

Faeröer | 45 000 | (3) (4) |

TAC | 2 000 000 |

__________ |

(1) Mag worden gevangen in de EG-wateren in de zones II, IVa, VIa ten noorden van 56°30'N, VIb, VII ten westen van 12°W. (2) Waarvan maximaal 500 ton mag bestaan uit zilvervis (Argentina spp.). (3) Vangsten van blauwe wijting mogen onvermijdelijke vangsten van zilvervis bevatten (Argentina spp.). (4) Mag worden gevangen in de EG-wateren in de zones VIa ten noorden van 56°30'N, VIb, VII ten westen van 12°W. (5) Waarvan tot 61 % mag worden gevangen in de Noorse economisch zone of in de visserijzone rond Jan Mayen. (6) Waarvan tot 1,66 % mag worden gevangen in de wateren van de Faeröer, zone Vb." |

2) In bijlage IA:

Met betrekking tot de soort blauwe wijting in de EG-wateren in de zones II, IVa, VIa, VIb en VII wordt de volgende tabel ingevoegd:

"Soort: | Blauwe wijting | Zone: | EG-wateren in de zones II, IVa(2), VIa(3), VIb, VII(4) |

Micromesistius poutassou | WHB/24A567 |

Faeröer | 10 000 | (1) |

TAC | 2 000 000 |

(1) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van de Faeröer-eilanden die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten. (2) In zone IVa mag niet meer dan 2500 ton worden gevangen. (3) Ten noorden van 56°30' noorderbreedte. (4) Ten westen van 12°00' WL.” |

3) In bijlage IB:

De tabel betreffende haring in zone I en II (EG-wateren en internationale wateren) wordt vervangen door:

"Soort: | Haring | Zone: | EG-wateren en internationale wateren van zone I en II |

Clupea harengus | HER/1/2. |

België | 22 |

Denemarken | 21 243 |

Duitsland | 3 720 |

Spanje | 70 |

Frankrijk | 917 |

Ierland | 5 499 |

Nederland | 7 602 |

Polen | 1 075 |

Portugal | 70 |

Finland | 329 |

Zweden | 7 872 |

Verenigd Koninkrijk | 13 581 |

EG | 62 000 |

Faeröer | 6 196 | (1) |

TAC | Niet relevant. | De artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 zijn niet van toepassing en artikel 5, lid 2 van die verordening is van toepassing. |

__________ |

(1) Mag in EG-wateren worden gevist. |

Bijzondere voorwaarden: |

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de gespecificeerde zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden: |

II, Vb benoorden 62°NB (Faeröer-wateren) (HER/2A5B-F) |

België | 2 |

Denemarken | 2 117 |

Duitsland | 371 |

Spanje | 7 |

Frankrijk | 91 |

Ierland | 548 |

Nederland | 758 |

Polen | 107 |

Portugal | 7 |

Finland | 32 |

Zweden | 784 |

Verenigd Koninkrijk | 1354 | “ |

4) In bijlage IV:

Deel I wordt als volgt gewijzigd:

"DEEL I

Kwantitatieve beperkingen inzake vergunningen en visdocumenten voor vaartuigen van de Gemeenschap in wateren van derde landen

Visserijzone | Visserijtak | Aantal visverguningen | Verdeling van vergunningen over de lidstaten | Maximumaantal vaartuigen in het gebied op ieder moment |

Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen | Haring, benoorden 62°00' NB |

Demersale soorten, benoorden 62°00' NB | 80 | FR: 18, PT: 9, DE: 16, ES: 20, UK: 14, IRL: 1 | 50 |

Makreel, bezuiden 62°00’NB, ringzegenvisserij | 11 | DE: 1[5]DK: 261 , FR: 21, NL: 11 | Niet relevant. |

Makreel, bezuiden 62°00’NB, trawlvisserij | 19 | Niet relevant. |

Makreel, benoorden 62°00’NB, ringzegenvisserij | 11 [6] | DK: 11 | Niet relevant. |

Industriële soorten, bezuiden 62°00' NB | 480 | DK: 450, UK: 30 | 150 |

Wateren van de Faeröer | Elke vorm van trawlvisserij met vaartuigen van ten hoogste 180 voet in de zone tussen 12 en 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer | 26 | BE: 0, DE: 4, FR: 4, UK: 18 | 13 |

Gerichte visserij op kabeljauw en schelvis met netten met mazen niet kleiner dan 135 mm, beperkt tot het gebied ten zuiden van 62°28' NB en ten oosten van 6°30' WL | 8 [7] | 4 |

Trawlvisserij buiten 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer. In de perioden 1 maart-31 mei en 1 oktober-31 december mogen deze vaartuigen vissen in het gebied tussen 61°20° NB en 62°00° NB en tussen 12 en 21 mijl vanaf de basislijnen. | 70 | BE: 0, DE: 10, FR: 40, UK: 20 | 26 |

Trawlvisserij op blauwe leng met netten met mazen niet kleiner dan 100 mm in het gebied ten zuiden van 61°30' NB en ten westen van 9°00' WL en in het gebied tussen 7°00' WL en 9°00' WL ten zuiden van 60°30' NB en in het gebied ten zuidwesten van een lijn tussen 60°30' NB, 7°00' WL en 60°00' NB, 6°00' WL. | 70 | DE: 84, FR: 124, UK: 04 | 205 |

Gerichte trawlvisserij op zwarte koolvis met netten met mazen niet kleiner dan 120 mm, en waarbij verstevigingsstroppen rond de kuil mogen worden gebruikt. | 70 | 22 5 |

Visserij op blauwe wijting. Het totale aantal vergunningen kan met 4 vaartuigen worden verhoogd om in spannen te vissen indien de autoriteiten van de Faeröer zouden beslissen om bijzondere toegangsregels voor een gebied, “main fishing area of blue whiting” genaamd, in te stellen. | 36 | DE: 3, DK: 19, FR: 2, UK: 5, NL: 5 | 20 |

Lijnvisserij | 10 | UK: 10 | 6 |

Makreelvisserij | 12 | DK: 12 | 12 |

Haringvisserij benoorden 62°N | 21 | DE: 1, DK: 7, FR: 0, UK: 5, IRL: 2, NL: 3, SW: 3 | 21 |

Wateren van de Russische Federatie | Alle visserijtakken | pm | pm |

Kabeljauwvisserij | 7 6 | pm |

Sprotvisserij | pm | Pm” |

5) In bijlage IV:

Deel II wordt als volgt gewijzigd:

"DEEL II

Kwantitatieve beperkingen inzake vergunningen en visdocumenten voor vaartuigen van derde landen in Gemeenschapswateren

Vlaggenstaat | Visserijtak | Aantal visvergunningen | Maximumaantal vaartuigen in het gebied op ieder moment |

Noorwegen | Haring, benoorden 62°00' NB | 18 | 18 |

Faeröer | Makreel, VIa (benoorden 56°30° NB), VIIe,f,h, horsmakreel, IV, VIa (benoorden 56°30° NB), VIIe, f, h; haring, VIa (benoorden 56° 30' NB) | 14 | 14 |

Haring, benoorden 62°00'N | 21 | 21 |

Haring, IIIa | 4 | 4 |

Industriële visserij op kever en sprot, IV, VIa (benoorden 56°30' NB): zandspiering, IV (incl. onvermijdelijke bijvangsten van blauwe wijting) | 15 | 15 |

Leng en torsk | 20 | 10 |

Blauwe wijting, II, IVa, VIa (benoorden 56°30'NB), VIb, VII (ten westen van 12°00'WL) | 20 | 20 |

Blauwe leng | 16 | 16 |

Russische Federatie | Haring, IIId (Zweedse wateren) | pm | pm |

Haring, IIId (Zweedse wateren, niet-vissende moederschepen) | pm | pm |

Sprot | 4 1 | pm |

Barbados | Garnalen Penaeus2 (wateren van Frans-Guyana) | 5 | pm 3 |

Snappers4 (wateren van Frans-Guyana) | 5 | pm |

Guyana | Garnalen Penaeus 5 (wateren van Frans-Guyana) | pm | pm 6 |

Suriname | Garnalen Penaeus 5 (wateren van Frans-Guyana) | 5 | pm 7 |

Trinidad en Tobago | Garnalen Penaeus 5 (wateren van Frans-Guyana) | 8 | pm 8 |

Japan | Tonijn 9 (wateren van Frans-Guyana) | pm |

Korea | Tonijn 10 (wateren van Frans-Guyana) | pm | pm5 |

Venezuela | Snappers5(wateren van Frans-Guyana) | 41 | pm |

Haaien 5(wateren van Frans-Guyana) | 4 | pm |

_________________

1 Uitsluitend voor het Letse deel van de EG-wateren.

2 De vergunningen voor garnalenvisserij in de wateren van het Franse departement Guyana worden afgegeven op grond van een visplan dat door de autoriteiten van het betrokken derde land wordt ingediend en is goedgekeurd door de Commissie. De vergunningen zijn slechts geldig voor de visperiode die in het visplan op grond waarvan de vergunning is verleend, is aangegeven.

3 Het jaarlijks aantal zeedagen bedraagt maximaal 200.

4 Uitsluitend te vangen met beuglijnen of vallen (snappers) of beuglijnen of netten met een maaswijdte van ten minste 100 mm, te gebruiken op een diepte van meer dan 30 meter (haaien). Deze vergunningen mogen alleen afgegeven worden na overlegging van een bewijs dat er een geldig contract bestaat tussen de scheepseigenaar die de vergunning aanvraagt en een verwerkend bedrijf in het Franse departement Guyana en dat dit contract een verplichting bevat om minstens 75 % van alle vangsten van snappers of minstens 50 % van alle vangsten van haaien door het betrokken vaartuig in genoemd Franse departement aan te landen voor verwerking in het betrokken verwerkende bedrijf.

Bovengenoemd contract moet worden geviseerd door de Franse autoriteiten die zich ervan moeten vergewissen dat het zowel correspondeert met de capaciteit van het verwerkende bedrijf waarmee het contract is gesloten en met de doelstellingen voor de ontwikkeling van de economie in Guyana. Een afschrift van dit geviseerde contract moet bij de aanvraag van de vergunning worden gevoegd.

Wanneer de Franse autoriteiten bovenbedoelde visering weigeren, delen zij deze weigering, met redenen omkleed, mee aan de betrokkene en aan de Commissie.

5 Van toepassing van 1 januari tot en met 30 april 2006.

6 In afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2006.

7 Het jaarlijks aantal zeedagen bedraagt maximaal pm.

8 Het jaarlijks aantal zeedagen bedraagt maximaal 350.

9 Uitsluitend te vangen met de beuglijn.

10 Waarvan het aantal vaartuigen die met kieuwnetten op kabeljauw vissen, op ieder moment maximaal 10 mag bedragen."

[1] PB L 16 van 20.1.2006, blz. 1.

[2] PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

[3] PB C […] van […], blz. […]

[4] PB L 16 van 20.1.2006, blz. 1.

[5] Deze verdeling geldt voor de ringzegen- en trawlvisserij.

[6] Te kiezen uit de 11 vergunningen voor ringzegenvisserij op makreel bezuiden 62°00’NB.

[7] Volgens de Goedgekeurde Notulen van 1999 zijn de aantallen voor de gerichte visserij op kabeljauw en schelvis opgenomen in de aantallen voor "Elke vorm van trawlvisserij met vaartuigen van ten hoogste 180 voet in de zone tussen 12 en 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer".

4 Maximale aantal vaartuigen die op enig moment tegelijkertijd in het gebied aanwezig mogen zijn.

5 Dit aantal is begrepen in het aantal voor "Trawlvisserij buiten 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer".

6 Uitsluitend voor vaartuigen die de vlag van Letland voeren.