[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 22.2.2006 COM(2006) 76 definitief 2006/0021 (CNS) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD betreffende de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen op goederen die door uit derde landen komende reizigers worden ingevoerd (door de Commissie ingediend) TOELICHTING ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL | Motivering en doel van het voorstel Richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 ziet op de harmonisatie van de bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelasting (BTW) en accijnzen op goederen die worden ingevoerd door reizigers uit derde landen. Een dergelijke communautaire regeling van belastingverlagingen voor ingevoerde goederen is noodzakelijk gebleken in het reizigersverkeer tussen derde landen en de Gemeenschap. Zij moet nu evenwel worden aangepast om rekening te houden met de uitbreiding en het feit dat de buitengrenzen van de Gemeenschap nu onder meer bij Rusland, Oekraïne en Belarus liggen. De Commissie heeft van verschillende lidstaten het verzoek gekregen de richtlijn te wijzigen, en zij stelt voor de bepalingen betreffende de belastingvrijstellingen in het internationale reizigersverkeer te moderniseren, voornamelijk door: - de huidige drempelbedragen aan te passen aan de inflatie en tegelijkertijd een onderscheid in te voeren tussen reizigers door de lucht en over land; - een kwantitatieve beperking voor bier in te voeren en de kwantitatieve beperking voor wijn te verhogen; - een communautaire regeling in te stellen voor verlaagde kwantitatieve beperkingen voor tabaksproducten; - de kwantitatieve beperkingen voor parfum, koffie en thee af te schaffen omdat deze niet langer aansluiten bij de reële belastingheffing van accijnsgoederen in de EU van 25 lidstaten. Het voordeel van dit voorstel voor de burger ligt in het feit dat reizigers zullen kunnen profiteren van de hogere maxima en ook geen aangifte meer zullen hoeven te doen van goederen met een relatief beperkte waarde. Tegelijkertijd zal dit voorstel de lidstaten meer speelruimte bieden en is het de bedoeling de administratieve lasten voor de douaneautoriteiten, die voortvloeien uit de routinecontroles, te verminderen. Tot slot strekt dit voorstel ertoe de bepalingen en de structuur van de richtlijn te herzien teneinde deze te vereenvoudigen en in overeenstemming te brengen met de actuele regels voor de wetgevingstechniek. | Algemene context Richtlijn 69/169/EEG betrof oorspronkelijk reizigers in de Gemeenschap. Sinds de vaststelling in 1969 is deze richtlijn evenwel zeventien maal gewijzigd om de ontwikkelingen in de EU te volgen, bedragen en hoeveelheden te evalueren en aan te passen en specifieke problemen van diverse lidstaten op te lossen. Er zijn met name sinds 1993 geen beperkingen meer voor reizen binnen de EU en de buitengrenzen van de EU zijn als gevolg van de uitbreiding verschoven naar onder meer Rusland, Oekraïne en Belarus. Om de problemen van enkele lidstaten op te lossen, zijn uitzonderingen toegestaan, maar deze zijn, op één uitzondering na, niet meer van kracht; alleen Finland mag nog tot eind 2007 de invoer van bier door reizigers die uit derde landen komen, beperken tot niet minder dan 16 liter om fiscale, economische en sociale problemen en problemen op het gebied van de volksgezondheid en de openbare orde te voorkomen.. Finland zal echter ook na 2007 met deze problemen te kampen hebben en daarom moet er een oplossing op de lange termijn komen. Andere lidstaten die aan derde landen grenzen waar de prijzen ook laag liggen, kunnen dezelfde problemen hebben. Bovendien heeft een andere lidstaat verzocht om het huidige drempelbedrag van 175 EUR fors op te trekken om de administratieve lasten voor zowel reizigers als douaneautoriteiten zoveel mogelijk te beperken en de douaneautoriteiten te helpen hun inspanningen te richten op de bestrijding van grootschalige smokkel. Het is evenwel onwaarschijnlijk dat de meerderheid van de lidstaten zal instemmen met een forse verhoging en er moet ook rekening worden gehouden met de problemen van de lidstaten die een landgrens hebben met landen zoals Rusland, Oekraïne en Belarus waar het koopkrachtniveau anders is. Om deze redenen heeft de Commissie de gelegenheid te baat genomen om de bepalingen betreffende belastingvrijstellingen in het internationale reizigersverkeer in hun geheel te evalueren en te moderniseren. Bijgevolg moeten de drempelbedragen en drempelhoeveelheden die momenteel zijn opgenomen in titel XI van Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen, in overeenstemming worden gebracht met de bepalingen van dit voorstel. | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Richtlijn 69/169/EEG van de Raad voorziet in de harmonisatie van de bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelasting (BTW) en accijnzen op goederen die worden ingevoerd door reizigers uit derde landen. Kort samengevat voorzien deze bepalingen in: - een vrijstelling van BTW en accijns voor goederen in de persoonlijke bagage van reizigers, mits deze goederen geen handelskarakter hebben en de waarde ervan niet meer dan 175 EUR bedraagt; - kwantitatieve beperkingen voor bepaalde goederen, zoals tabaksproducten en alcoholhoudende dranken maar ook parfum, koffie en thee, met uitzondering evenwel van bier; - aanvullende bepalingen voor bijzondere gevallen (minderjarigen, grensarbeiders enz.). | Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Dit voorstel is in overeenstemming met de belangrijkse beleidsvormen en doelstellingen van de Unie en strekt ertoe het beheer van de buitengrenzen van de uitgebreide Europese Unie te stroomlijnen. | RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING | Raadpleging van belanghebbende partijen | Deze bepaling is niet van toepassing op dit voorstel. Behalve de reizigers zijn de belangrijkste belanghebbenden de lidstaten die te kennen hebben gegeven dat zij deze richtlijn gemoderniseerd willen zien. | Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid | Niet van toepassing. | Effectbeoordeling Het hoofddoel van het voorstel is de aanpassing en modernisering van de bestaande regelingen. Aangezien dit voorstel slechts aanpassingen van de bestaande regels betreft en er geen nieuwe belastingregeling wordt ingesteld, is een effectbeoordeling niet dienstig. Bovendien zijn de gevolgen van het voorstel voor de begroting te verwaarlozen en/of niet meetbaar. | JURIDISCHE INHOUD VAN HET VOORSTEL | Samenvatting van de voorgestelde maatregel De Commissie stelt voor: het huidige drempelbedrag van +-175 EUR op te trekken en tegelijkertijd een onderscheid in te voeren tussen luchtreizigers (500 EUR) en andere reizigers (220 EUR). Voorgesteld wordt een onderscheid in te voeren, en derhalve ook verschillende drempelbedragen te hanteren, naar gelang van het vervoermiddel, dat wil zeggen voor land- en zeevervoer enerzijds en luchtvervoer anderzijds. Door de kosten en de inspanningen die verbonden zijn aan reizen door de lucht, lijken particulieren minder vaak op die manier te reizen dan over land of per schip. Vliegtuigpassagiers zijn ook automatisch beperkt in wat zij kunnen kopen en meenemen, dat wil zeggen dat zij geen omvangrijke artikelen kunnen vervoeren. Dit onderscheid zou problemen kunnen helpen voorkomen die lidstaten met een landgrens met derde landen waar de prijzen aanzienlijk lager liggen, zouden kunnen hebben met de verhoging van het drempelbedrag van 175 EUR. Anderzijds zouden andere lidstaten die hoofdzakelijk via de lucht door reizigers uit derde landen worden aangedaan, van het hogere drempelbedrag kunnen profiteren. De verhoging van het drempelbedrag van 175 EUR naar 220 EUR is gerechtvaardigd omdat daarmee de werkelijke waarde van dat bedrag, zoals laatst overeengekomen in 1994, wordt hersteld. De totale inflatie voor de gehele EU voor de periode 1 januari 1994 tot 31 december 2004 beloopt 25%. Voorts wordt voorgesteld de kwantitatieve beperkingen voor parfum, koffie en thee af te schaffen (zie verder). Bijgevolg zullen aankopen van parfum, koffie en thee, die in de huidige regeling niet worden meegerekend in het drempelbedrag omdat zij zijn onderworpen aan specifieke kwantitatieve beperkingen, voortaan ook onder het hogere drempelbedrag vallen. Wat tabaksproducten betreft, de lidstaten een onderscheid te laten maken tussen luchtreizigers en andere reizigers, en een uniforme regeling voor verlaagde kwantitatieve beperkingen in te voeren. Overeenkomstig artikel 152 van het EG-Verdrag moet bij elk beleid van de Gemeenschap een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid worden verzekerd. Voorts wordt in het Raamverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake de controle op tabak, dat door de Europese Unie op 30 juni 2005 is geratificeerd, aanbevolen dat de overeenkomstsluitende partijen de verkoop aan en/of de invoer door internationale reizigers van belasting- en accijnsvrije tabaksproducten verbieden of beperken, naar gelang van het geval. Teneinde te garanderen dat alle burgers die de Europese Unie binnenkomen, gelijk worden behandeld, omvat het voorstel tevens een uniforme regeling voor verlaagde kwantitatieve beperkingen voor tabaksproducten. Ook laat het de lidstaten een onderscheid maken tussen luchtreizigers en andere reizigers met betrekking tot de hoeveelheden voor tabaksproducten. De voorgestelde verlaagde beperkingen zijn gelijk aan de vroegere verlaagde beperkingen voor de intracommunautaire handel die golden voor personen in grensgebieden of personeel van vervoermiddelen. de kwantitatieve beperkingen voor parfum, koffie en thee af te schaffen omdat deze niet langer aansluiten bij de reële belastingheffing van accijnsgoederen in de EU van 25 lidstaten. Gelet op het feit dat slechts een beperkt aantal lidstaten deze producten aan accijns onderwerpen (geen enkele lidstaat belast parfum – dat is vrijgesteld onder het Gemeenschapsrecht –, één lidstaat belast thee en vijf lidstaten belasten koffie), is de Commissie van oordeel dat deze beperkingen, die gelden voor reizigers in 25 lidstaten, niet langer gerechtvaardigd zijn. Zij kunnen hoe dan ook worden opgenomen in het drempelbedrag. een kwantitatieve beperking van 16 liter in te stellen voor bier en de kwantitatieve beperking voor wijn op te trekken van 2 naar 4 liter. De onderhavige richtlijn voorziet niet in een beperking voor bier, ofschoon dit product in sommige lidstaten zwaar wordt belast. Anderzijds is de invoer van alle overige alcoholhoudende dranken onderworpen aan vaste vrijstellingen. Met name voor wijn geldt een beperking tot 2 liter, ofschoon de accijns op wijn in verschillende lidstaten nul bedraagt. Het zou dus logisch zijn een kwantitatieve beperking voor bier in te stellen; deze zou mede een oplossing kunnen bieden voor de problemen van sommige lidstaten die grenzen aan derde landen waar de prijzen aanzienlijk lager liggen. Om enige samenhang te bewerkstelligen voor alle alcoholhoudende dranken, wordt voorgesteld om voor bier een kwantitatieve beperking van 16 liter in te voeren en voor wijn de kwantitatieve beperking te verhogen van 2 tot 4 liter. het bedrag waarvoor de lidstaten de invoer van goederen van belasting kunnen vrijstellen, te verhogen. Het bedrag waarvoor de lidstaten kunnen besluiten geen belasting te heffen op de invoer van goederen, moet worden verhoogd om rekening te houden met de inflatie en wordt daarom opgetrokken van 5 EUR naar 10 EUR. - de mogelijkheid die de lidstaten hebben om goederen onder de GN-codes 7108 en 7109 van vrijstelling uit te sluiten, te schrappen. Deze bepaling is niet langer gerechtvaardigd in het kader van de huidige BTW-regeling. de bepalingen en de structuur van de huidige richtlijn te herzien teneinde deze te vereenvoudigen en de leesbaarheid ervan te verbeteren. Er is een aantal hoofdzakelijk tekstuele verduidelijkingen aangebracht om de formuleringen in overeenstemming te brengen met de actuele regels voor de wetgevingstechiek en aldus elke dubbelzinnigheid weg te nemen. Voorts zijn de derdelands gebieden die van wezenlijk belang zijn voor de toepassing van deze richtlijn, omschreven. | Rechtsgrondslag Artikel 93 van het Verdrag. | Subsidiariteitsbeginsel Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing voorzover het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap vallen. | De doelstellingen van het voorstel kunnen om de volgende reden(en) niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. | Met Richtlijn 69/169/EEG van de Raad heeft de EU al geharmoniseerde bepalingen aangenomen inzake invoer door particuliere reizigers en aldus haar bevoegdheid uitgeoefend. Deze bepalingen kunnen niet door een besluit van de lidstaten maar alleen door een communautair besluit worden gewijzigd. Om bovengenoemde redenen kunnen de lidstaten niet alleen optreden. | Met een communautair optreden zullen de doelstellingen van het voorstel beter worden verwezenlijkt en zal een gelijke behandeling van burgers in de Europese Unie worden gegarandeerd. | Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. | Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: | Het voorstel omvat verschillende bepalingen die de lidstaten toelaten de door het voorstel vastgestelde regeling aan te passen aan hun eigen behoeften (zoals mogelijkheden voor bijzondere bepalingen ten behoeve van personen die in grensgebieden wonen of werken, minderjarigen, lagere hoeveelheden voor tabaksproducten enz.). Een algemene verhoging van het drempelbedrag van 175 EUR is gerechtvaardigd omdat daarmee slechts de werkelijke waarde van dat bedrag, zoals laatst overeengekomen in 1994, wordt hersteld. Volgens gegevens van Eurostat over het jaarlijkse wijzigingspercentage van de geharmoniseerde consumentenprijsindex (GICP) tussen 1994 en 2004 bedroeg de totale inflatie voor de gehele EU van 1 januari 1994 tot en met 31 december 2004 25%. Het maken van een onderscheid tussen verschillende vervoerswijzen houdt voor de lidstaten een aantal voordelen in. Enerzijds worden de lidstaten die aan derde landen grenzen, door de beperking van het drempelbedrag voor reizigers over land tot 220 EUR tot op zekere hoogte beschermd tegen een mogelijke sterke toename van het winkelen in derdelands buurlanden. Anderzijds hoeven de lidstaten waarvan het reizigersverkeer uit derde landen nagenoeg volledig op rekening van het luchtvervoer komt, dankzij een hoger drempelbedrag van 500 EUR een gedeelte van hun dure middelen niet meer te gebruiken voor routinecontroles, maar kunnen zij deze inzetten voor de opsporing van grootschalige fraude en smokkel. Het voordeel voor de burger ligt in het feit dat reizigers in het algemeen zullen kunnen profiteren van de hogere maxima en ook geen aangifte meer zullen hoeven te doen van goederen met een relatief beperkte waarde. Keuze van instrumenten | Voorgesteld instrument: richtlijn. Andere instrumenten zouden om de volgende reden(en) ongeschikt zijn: Alleen met een richtlijn hebben de lidstaten voldoende mogelijkheden om het vastgestelde kader aan hun eigen behoeften aan te passen. Daarom moet opnieuw voor een richtlijn worden gekozen. | GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING | Theoretisch kan het voorstel tot een zeker verlies van BTW- en accijnsopbrengsten leiden, maar het kan tegelijkertijd ook extra inkomsten genereren door de invoering van een beperking voor bier. Anderzijds zal dit voorstel, aangezien het ertoe strekt de administratieve lasten te verminderen, dure middelen vrijmaken waardoor de douaneautoriteiten hun inspanningen zullen kunnen concentreren op de bestrijding van grootschalige smokkel, wat dan weer potentieel grotere inkomstenverliezen zal compenseren. Ofschoon dit voorstel dus geringe gevolgen voor de begroting kan hebben, worden deze niettemin als te verwaarlozen/niet-meetbaar beschouwd. | AANVULLENDE GEGEVENS | Intrekking van bestaande wetgeving De vaststelling van het voorstel heeft de intrekking van bestaande wetgeving tot gevolg. | Concordantietabel De lidstaten dienen de Commissie de tekst van de nationale bepalingen tot omzetting van de richtlijn mede te delen, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn. | 1. 2006/0021 (CNS) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD betreffende de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen op goederen die door uit derde landen komende reizigers worden ingevoerd DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93, Gezien het voorstel van de Commissie[1], Gezien het advies van het Europees Parlement[2], Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[3], Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer[4] is een communautaire regeling van belastingvrijstellingen vastgesteld. Ofschoon deze regeling in stand moet worden gehouden om dubbele belasting te voorkomen alsook in gevallen waarin de bijzondere omstandigheden bij de invoer van de goederen de toepassing van de gebruikelijke maatregelen ter bescherming van de economie niet vereisen, dient zij uitsluitend te gelden voor de niet-commerciële invoer van goederen in de persoonlijke bagage van uit derde landen komende reizigers. (2) Gelet op het aantal vereiste wijzigingen alsmede op het feit dat de richtlijn moet worden aangepast om rekening te houden met de uitbreiding en de nieuwe buitengrenzen van de Gemeenschap, en op de noodzaak enkele bepalingen ter wille van de duidelijkheid anders te ordenen en te vereenvoudigen, is het gerechtvaardigd Richtlijn 69/169/EEG volledig te herzien en te vervangen. (3) De kwantitatieve beperkingen en de drempelbedragen waaraan de vrijstellingen zijn onderworpen, moeten aan de huidige behoeften van de lidstaten voldoen. (4) Bij de drempelbedragen dient rekening te worden gehouden met de moeilijkheden van lidstaten die aan derde landen met aanzienlijk lagere prijzen grenzen en waar bijgevolg het gemak en de aantrekkelijkheid van winkelen over de grens, tot problemen zouden kunnen leiden. Het is derhalve gerechtvaardigd voor andere wijzen van reizen dan luchtvervoer een lager drempelbedrag vast te stellen. (5) Volgens de ervaring van de Commissie zijn de hoeveelheden voor tabaksproducten en alcoholhoudende dranken in het algemeen passend gebleken en zij moeten daarom worden gehandhaafd. (6) De kwantitatieve beperkingen voor de vrijstelling van accijnsgoederen moeten de thans in de lidstaten geldende regeling inzake de belasting van dergelijke goederen weergeven. Derhalve dient een beperking te worden ingevoerd voor bier en dienen de beperkingen voor parfum, koffie en thee te worden afgeschaft. (7) Teneinde een hoog niveau van bescherming van de gezondheid te verzekeren, dient de lidstaten te worden toegestaan lagere drempelbedragen vast te stellen voor kinderen en de vrijstellingen voor tabaksproducten en alcoholhoudende dranken niet te laten gelden voor minderjarigen. (8) Daar ten behoeve van de burgers van de Gemeenschap naar een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid moet worden gestreefd, dient de lidstaten te worden toegestaan voor de vrijstelling van tabaksproducten verlaagde kwantitatieve beperkingen te hanteren. (9) Ten einde rekening te houden met de bijzondere situatie van sommige mensen met betrekking tot hun woonplaats of werkomgeving, moeten de lidstaten strengere vrijstellingen kunnen toepassen in het geval van grensarbeiders, personen die hun verblijfplaats bij de Gemeenschapgrens hebben, en personeel van in het internationale verkeer gebruikte vervoermiddelen. (10) Voor lidstaten die de euro niet hebben ingevoerd, dient een mechanisme te worden ingevoerd om in de nationale munteenheid uitgedrukte bedragen om te zetten in euro’s en aldus in alle lidstaten een gelijke behandeling te garanderen. (11) Het bedrag waarvoor de lidstaten vrij zijn geen belasting bij de invoer van goederen te heffen, dient te worden verhoogd om rekening te houden met de actuele monetaire waarden. (12) Daar de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Hoofdstuk I ONDERWERP EN DEFINITIES Artikel 1 Deze richtlijn stelt de regels vast met betrekking tot de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en accijnzen voor goederen die worden ingevoerd in de persoonlijke bagage van reizigers die komen uit landen of gebieden waar de geharmoniseerde regels inzake BTW respectievelijk accijnzen niet van toepassing zijn. Artikel 2 1. Wanneer een reiziger in zijn persoonlijke bagage goederen vanuit een andere lidstaat binnenbrengt en zijn reis over het grondgebied van een derde land loopt of een van de in lid 2 genoemde gebieden als vertrekpunt heeft, is deze richtlijn van toepassing indien deze reiziger niet kan aantonen, dat de in zijn bagage meegevoerde goederen zijn verkregen onder een voor de binnenlandse markt van een lidstaat geldende algemene belastingregeling en dat zij niet voor teruggaaf van BTW of accijnzen in aanmerking komen: Het overvliegen zonder landing van een grondgebied wordt niet als een reis over dat grondgebied aangemerkt. 2. De in lid 1 genoemde gebieden zijn de volgende: a) de berg Athos; b) de Canarische eilanden; c) de Franse overzeese departementen; d) de Ålandseilanden; e) de Kanaaleilanden; f) het eiland Helgoland; g) het gebied Büsingen; h) Ceuta; i) Melilla; j) Livigno; k) Campione d’Italia; l) de Italiaanse wateren van het meer van Lugano; m) Gibraltar; n) San Marino, uitsluitend ten aanzien van de heffing van BTW. Artikel 3 Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder: 1. luchtreizigers: personen die reizen door middel van luchtvaart, met uitzondering van de particuliere plezierluchtvaart; 2. particuliere plezierluchtvaart: het gebruik van een luchtvaartuig door de eigenaar daarvan of door de natuurlijke of rechtspersoon die het gebruik daarvan geniet door huur of anderszins, voor andere dan commerciële doeleinden en met name voor andere doeleinden dan voor het vervoer van personen of goederen of voor het verrichten van diensten onder bezwarende titel, dan wel ten behoeve van overheidsinstanties; 3. grensgebied: een gebied dat zich in rechte lijn niet verder dan 15 kilometer vanaf de grens van een lidstaat uitstrekt, en dat de gemeenten die slechts gedeeltelijk binnen dat gebied vallen, in hun geheel omvat; 4. grensarbeider: eenieder die zich voor zijn gewone werkzaamheden op werkdagen naar de andere zijde van de grens dient te begeven. Hoofdstuk II VRIJSTELLINGEN Afdeling 1 Gemeenschappelijke bepalingen Artikel 4 De lidstaten verlenen, in de vorm van drempelbedragen of kwantitatieve beperkingen, vrijstelling van BTW en accijnzen voor in de persoonlijke bagage van reizigers ingevoerde goederen, mits de invoer geen handelskarakter heeft. Artikel 5 Voor de toepassing van de vrijstellingen wordt onder persoonlijke bagage verstaan alle bagage die de reiziger bij zijn aankomst bij de douane kan aangeven, alsmede de bagage die hij later bij die douane aangeeft, mits hij kan bewijzen dat deze bij zijn vertrek als begeleide bagage is ingeschreven bij de maatschappij die zijn vervoer heeft verzorgd. Artikel 6 Voor de toepassing van de vrijstellingen wordt onder invoer die geen handelskarakter heeft, verstaan de invoer die: a) een incidenteel karakter heeft; b) uitsluitend betrekking heeft op goederen, bestemd voor persoonlijk gebruik van de reizigers dan wel voor gebruik door hun gezinsleden of bestemd om ten geschenke te worden aangeboden. Blijkens de aard of de hoeveelheid van de goederen mogen aan die invoer geen commerciële overwegingen ten grondslag liggen. Artikel 7 Voor de toepassing van de vrijstellingen wordt de waarde van de persoonlijke goederen die tijdelijk worden ingevoerd of na tijdelijke uitvoer worden wederingevoerd, buiten beschouwing gelaten. Afdeling 2 Drempelbedragen Artikel 8 1. De lidstaten verlenen vrijstelling van BTW en accijnzen voor de invoer van andere dan de in afdeling 3 bedoelde goederen waarvan de totale waarde niet meer dan 220 EUR per persoon bedraagt. In het geval van luchtreizigers bedraagt het in de eerste alinea genoemde drempelbedrag 500 EUR. 2. De lidstaten mogen het drempelbedrag verlagen voor reizigers jonger dan vijftien jaar, ongeacht de vervoerswijze. Het drempelbedrag mag evenwel niet lager zijn dan 110 EUR . 3. Voor de toepassing van de drempelbedragen mag de waarde van een afzonderlijk goed niet worden gesplitst. Afdeling 3 Kwantitatieve beperkingen Artikel 9 1. De lidstaten verlenen vrijstelling van BTW en accijnzen voor de invoer van de volgende tabaksproducten, met inachtneming van de volgende maximale dan wel minimale kwantitatieve beperkingen: a) 200 sigaretten of 40 sigaretten; b) 100 cigarillo’s of 20 cigarillo’s; c) 50 sigaren of 10 sigaren; d) 250 gram rooktabak of 50 gram rooktabak. Elke onder a) tot en met d) genoemde hoeveelheid vertegenwoordigt voor de toepassing van lid 3, 100% van de totale vrijstelling voor tabaksproducten. Cigarillo’s zijn sigaren die per stuk niet meer dan 3 gram wegen. 2. De lidstaten mogen een onderscheid maken tussen luchtreizigers en andere reizigers door de in lid 1 genoemde minimale kwantitatieve beperkingen alleen toe te passen op andere reizigers dan luchtreizigers. 3. Voor iedere reiziger mag de vrijstelling worden toegepast voor alle combinaties van tabaksproducten, mits de som van de van elke afzonderlijke vrijstelling gebruikte percentages niet meer dan 100% bedraagt. Artikel 10 1. De lidstaten verlenen vrijstelling van BTW en accijnzen voor de invoer van de volgende soorten alcohol en alcoholhoudende dranken, met inachtneming van de volgende kwantitatieve beperkingen: a) in totaal 1 liter gedistilleerde en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22% vol of niet gedenatureerde ethylalcohol van 80% vol en hoger; b) in totaal 2 liter tussenproducten en mousserende wijnen. Elke onder a) en b) genoemde hoeveelheid vertegenwoordigt voor de toepassing van lid 2, 100% van de totale vrijstelling voor alcohol en alcoholhoudende dranken. 2. Voor iedere reiziger mag de vrijstelling worden toegepast voor alle combinaties van de in lid 1 bedoelde soorten alcohol en alcoholhoudende dranken, mits de som van de van elke afzonderlijke vrijstelling gebruikte percentages niet meer dan 100% bedraagt. 3. Behalve de in lid 1 gebruikte percentages vastgestelde vrijstelling verlenen de lidstaten vrijstelling van BTW en accijnzen voor een maximale hoeveelheid van 4 liter niet-mousserende wijnen en 16 liter bier. Artikel 11 De vrijstellingen uit hoofde van de artikelen 9 of 10 gelden niet voor reizigers jonger dan zeventien jaar. Artikel 12 De lidstaten verlenen voor elk motorvoertuig vrijstelling van BTW en accijnzen voor de brandstof die zich in de brandstoftank van dat voertuig bevindt, alsmede voor een maximale hoeveelheid van tien liter brandstof in een draagbaar reservoir, onverminderd de nationale bepalingen inzake het bezit en vervoer van brandstof. Artikel 13 Wanneer een reiziger de in de artikelen 9, 10 of 12 bedoelde goederen met zich meevoert, wordt de waarde van deze goederen bij de toepassing van de in artikel 8, lid 1, vastgestelde vrijstelling buiten beschouwing gelaten. Hoofdstuk III BIJZONDERE GEVALLEN Artikel 14 1. De lidstaten mogen de drempelbedragen of de kwantitatieve beperkingen of beide verlagen in het geval van reizigers die tot de volgende categorieën behoren: a) personen die in het grensgebied hun verblijfplaats hebben; b) grensarbeiders; c) het personeel van voor reizen uit een derde land gebruikte vervoermiddelen. 2. Lid 1 is niet van toepassing wanneer een reiziger die tot één van de in dat lid genoemde categorieën behoort, het bewijs levert dat hij verder reist dan naar het grensgebied van de lidstaat of dat hij niet terugkeert uit het grensgebied van het aangrenzende derde land. Lid 1 is echter van toepassing wanneer grensarbeiders of het personeel van de in het internationale verkeer gebruikte vervoermiddelen goederen invoeren ter gelegenheid van een verplaatsing in het kader van hun beroepsbezigheden. Hoofdstuk IV Algemene en slotbepalingen Artikel 15 De lidstaten mogen besluiten de BTW of de accijnzen niet te heffen bij de invoer van goederen door een reiziger wanneer het belastingbedrag dat zou moeten worden geheven, gelijk is aan of lager is dan 10 EUR. Artikel 16 1. De voor de toepassing van deze richtlijn in aanmerking te nemen tegenwaarde in de nationale munteenheid van de euro wordt eenmaal per jaar vastgesteld. De toe te passen koersen zijn die van de eerste werkdag van oktober; zij worden met ingang van 1 januari van het jaar daarop van kracht. 2. De lidstaten mogen de bedragen in nationale munteenheid, voortvloeiende uit de omrekening van de in artikel 8 vastgestelde bedragen in euro, afronden met ten hoogste 2 euro. 3. De lidstaten mogen de drempelbedragen die op het tijdstip van de in lid 1 bedoelde jaarlijkse aanpassing van toepassing zijn, onveranderd laten indien de omrekening van de overeenkomstige in euro’s uitgedrukte bedragen, vóór de in lid 2 bedoelde afronding, zou leiden tot een wijziging van de in de nationale munteenheid uitgedrukte vrijstelling met minder dan 5 % of tot een verlaging van deze vrijstelling. Artikel 17 Richtlijn 69/169/EEG wordt ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de in de bijlage opgenomen concordantietabel. Artikel 18 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2006 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 19 Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Artikel 20 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE CONCORDANTIETABEL Richtlijn 69/169/EEG | De onderhavige richtlijn | Artikel 1, lid 1 Artikel 1, lid 2 Artikel 1, lid 3 | Artikel 8, lid 1 Artikel 8, lid 2 Artikel 8, lid 3 | Artikel 2 | ------------- | Artikel 3, punt 1 Artikel 3, punt 2 Artikel 3, punt 3, eerste alinea Artikel 3, punt 3, tweede alinea | Artikel 7 Artikel 6 Artikel 5 Artikel 12 | Artikel 4, lid 1, aanhef Artikel 4, lid 1, tweede kolom Artikel 4, lid 1, onder a), eerste kolom | Artikel 9, lid 1, aanhef, artikel 10, lid 1, aanhef ------------ Artikel 9, lid 1 | Artikel 4, lid 1, onder b), eerste kolom | Artikel 10, lid 1 | Artikel 4, lid 1, onder c), d) en e), eerste kolom | ----------- | Artikel 4, lid 2, eerste alinea | Artikel 11 | Artikel 4, lid 2, tweede alinea | ----------- | Artikel 4, lid 3 | Artikel 13 | Artikel 4, lid 4 | Artikel 2, leden 1 en 2 | Artikel 4, lid 5 | ----------- | Artikel 5, lid 1 | ----------- | Artikel 5, lid 2 | Artikel 14, lid 1 | Artikel 5, lid 3 | ----------- | Artikel 5, lid 4 | Artikel 14, lid 2 | Artikel 5, lid 5 | ----------- | Artikel 5, lid 6, aanhef, eerste streepje | Artikel 3, punt 3 | Artikel 5, lid 6, aanhef, tweede streepje | Artikel 3, punt 4 | Artikel 5, lid 7 | ----------- | Artikel 5, lid 8 | ----------- | Artikel 5, lid 9 | ----------- | Artikel 7, lid 1 | ----------- | Artikel 7, lid 2 | Artikel 16, lid 1 | Artikel 7, lid 3 | Artikel 16, lid 2 | Artikel 7, lid 4 | Artikel 16, lid 3 | Artikel 7, lid 5 | ---------- | Artikel 7 bis, lid 1 | ---------- | Artikel 7 bis, lid 2 | Artikel 15 | Artikel 7 ter | ---------- | Artikel 7 quater | ---------- | Artikel 7 quinquies | ---------- | Artikel 8, lid 1 | Artikel 18, lid 1, eerste alinea | Artikel 8, lid 2, eerste alinea | Artikel 18, lid 1, eerste alinea | Artikel 8, lid 2, tweede alinea | ---------- | Artikel 9 | Artikel 20 | _____________ [1] PB C [...] van [...], blz. [...]. [2] PB C [...] van [...], blz. [...]. [3] PB C [...] van [...], blz. [...]. [4] PB L 133 van 4.6.1969, blz. 6. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2005/93/EG. (PB L 346 van 29.12.2005, blz. 16).