|
10.3.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 57/18 |
Advies van het Comité van de Regio's over „Territoriale ontwikkeling en de rol van plattelandsgemeenten”
(2007/C 57/04)
HET COMITÉ VAN DE REGIO'S,
gezien het besluit van zijn bureau van 25 april 2006 om de commissie Duurzame ontwikkeling (DEVE) te belasten met de opstelling van een initiatiefadvies over „Territoriale ontwikkeling en de rol van plattelandsgemeenten”, overeenkomstig artikel 265, vijfde alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
gezien het werkprogramma voor 2006 van de commissie Duurzame ontwikkeling (1), waarin gewezen wordt op de rol van plattelandsgemeenten die voor een evenwichtige territoriale ontwikkeling zorgen door bij te dragen aan economische diversificatie en door de bevolking de nodige diensten aan te bieden en waarin wordt opgeroepen speciale aandacht te besteden aan de relatie stad-platteland,
gezien de Europese landschapsconventie van de Raad van Europa (2),
gezien het verslag van het Europees Parlement van 22 mei 2003 over de multifunctionaliteit van de landbouw en de hervorming van het GLB (3),
gezien de conclusies van de Conferentie van Salzburg van november 2003,
gezien zijn advies van 23 februari 2005 over het Voorstel voor een verordening van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (4),
gezien Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO),
gezien het Besluit van de Raad van 20 februari 2006 inzake communautaire strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling (programmeringsperiode 2007-2013) (2006/144/EG),
gezien de Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: „Overbrugging van de breedbandkloof” (5),
gezien het initiatiefadvies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 15 maart 2006 over „Toerisme en cultuur: twee motoren voor groei” (CESE 400/2006);
gezien de slotverklaring van het seminar over „Plattelandsontwikkeling en de Lissabonstrategie” (6), dat de commissie DEVE op 26 juni 2006 te Alexandroupolis heeft gehouden,
gezien het voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie (7),
gezien zijn op 6 oktober 2006 door de commissie Duurzame ontwikkeling (rapporteur: de heer SANTARELLA, burgemeester van de gemeente Candela (IT/UEN-AE)) goedgekeurde ontwerp van initiatiefadvies (CdR 259/2006 rev. 1),
overwegende hetgeen volgt:
|
A. |
In grote delen van de EU-lidstaten bepalen plattelandsgemeenten het landschapsbeeld. Na de laatste uitbreiding zijn er tal van gemeenten bijgekomen en hun aantal zal later nog toenemen bij de uitbreiding van de EU met Bulgarije en Roemenië. Daarom is het zaak het beleid voor plattelandsontwikkeling steeds meer aandacht te schenken, niet alleen op nationaal, maar ook op communautair niveau. |
|
B. |
De Europese instellingen nemen de afstemming van het communautaire beleid op de daadwerkelijke belangen van de burgers uiterst serieus. Tegen deze achtergrond is het wenselijk dat de EU meer rekening houdt met de belangen van de vele lokale overheden, ook van in demografisch en economisch opzicht bescheiden gemeenten. |
|
C. |
Het huidige economische tij wordt gekenmerkt door felle concurrentie, niet alleen tussen productiesystemen, maar ook tussen regio's; plattelandsgemeenten en hun inwoners behoren tot de kwetsbaarste groepen, die in de concurrentiestrijd het onderspit dreigen te delven. |
|
D. |
Rurale gemeenten vervullen een belangrijke taak bij de bescherming van het platteland door de ontvolking van het platteland en van geografisch benadeelde gebieden tegen te gaan en het risico van een hydrogeologische crisis terug te dringen. |
|
E. |
Plattelandsgemeenten kunnen er wezenlijk toe bijdragen om de hulpbronnen ter plaatse optimaal te benutten door het geheel van culturele waarden, lokale tradities en specifieke kenmerken te beschermen en te bevorderen en door op het vlak van productie en economie initiatieven te ontplooien die het lokale karakter versterken en tegelijkertijd de economische groei en de werkgelegenheid ten goede komen. |
|
F. |
Om de problemen in verband met de beperkte bestuursmiddelen in dunbevolkte gebieden aan te pakken, hebben plattelandsgemeenten organisatie-, beheers-, partnerschaps en samenwerkingsvormen tussen gemeenten bevordert. Het zou goed zijn om deze activiteiten, ook d.m.v. passende wetgeving en financiering, te steunen en onder de aandacht te brengen. |
|
G. |
Het begrip „Duurzame gemeente” (8) is tegenwoordig het centrale thema in een nieuwe discussie over de strategische doelstellingen om op het platteland, voor een evenwichtige en duurzame sociaal-economische ontwikkeling te zorgen. Dit concept kan vooral op het platteland volledig tot zijn recht komen. |
heeft tijdens zijn 67e zitting (vergadering van 6 december 2006) met algemene stemmen het volgende advies uitgebracht.
1. Standpunten van het Comité van de Regio's
1.1 Algemene opmerkingen
|
1.1.1 |
Het Comité stelt vast dat het moeilijk is de termen platteland en plattelandsgemeente te omschrijven en merkt op dat in elke lidstaat andere definities worden gehanteerd, waarbij vaak de enige overeenkomst het contrast met het stedelijke gebied is. Als objectief criterium worden ook wel beschouwd een bepaalde bevolkingsdichtheid of een specifiek percentage agrarisch-economische activiteit in een bepaald gebied. |
|
1.1.2 |
Het herinnert aan de definitie van landelijk gebied die al opgenomen is in een eerder CvdR-advies (9), dat op zijn beurt het Europees Handvest voor plattelandsgebieden aanhaalt: „Met de term plattelandsgebied wordt bedoeld een landinwaarts gelegen gedeelte of een landelijk gelegen kustgebied, met inbegrip van kleinere steden of dorpen, waarvan het grootste gedeelte wordt gebruikt voor: landbouw, bosbouw, aquacultuur en visserij.”„De agrarische en niet-agrarische delen van een plattelandsgebied vormen een geheel te onderscheiden van een stedelijk gebied, dat gekenmerkt wordt door een hoge bevolkingsdichtheid en door verticale en horizontale structuren”. |
|
1.1.3 |
Het Comité stelt vast dat de Europese Unie het door de OESO bepaalde criterium voor plattelandsgemeenten hanteert, namelijk gemeenten met minder dan 150 inwoners per km2. Gebieden rondom steden met een hogere bevolkingsdichtheid zouden evenwel buiten deze omschrijving vallen. |
|
1.1.4 |
Het Comité wijst erop dat in dit advies de term plattelandsgemeenten in de ruimste zin des woords wordt gebruikt, waaronder dus ook de gebieden rondom steden vallen waar hoofdzakelijk sprake is van een landbouweconomie. |
|
1.1.5 |
Het Comité merkt op dat landelijke gebieden volgens de Europese Commissie goed zijn voor circa 90 % van het grondgebied en 25 % van de bevolking van de EU. Verder werken er in de nieuwe lidstaten drie keer zo veel mensen in de landbouw als in de 15 oude lidstaten; in de kandidaat-lidstaten ligt dit percentage nog hoger. |
|
1.1.6 |
Het Comité tekent overigens aan dat in deze gebieden het inkomen per hoofd van de bevolking ongeveer een derde lager ligt dan het Europees gemiddelde en dat de dienstverlening minder ontwikkeld is. In dit verband wijst het erop dat veel plattelandsgemeenten te kampen hebben met een structureel hoge werkloosheid, een laag inkomen pro capita, sterke ontvolking en een gebrekkig ontwikkelde handels-, industrie- en toeristische sector. |
|
1.1.7 |
Het aandeel van plattelandsgemeenten in het BBP is bescheiden. De kracht van de plattelandseconomieën is veeleer gelegen in het behoud van de leefbaarheid, het vermogen om investeringen en toerisme aan te trekken en in het ontplooien van initiatieven voor bescherming en behoud van deze gebieden. Dit moet meer worden erkend |
|
1.1.8 |
Het Comité benadrukt dat de plattelandsgebieden in de EU met grote veranderingen geconfronteerd worden: de globalisering en bijbehorende gevolgen in verband met de overeenkomsten van de Wereldhandelsorganisatie zullen ongetwijfeld leiden tot een forse en verdergaande verlaging van subsidies voor landbouwproducten, waardoor het GLB in zijn huidige vorm niet langer voldoet. |
|
1.1.9 |
Voorts vreest het CvdR dat, in verband met de internationale concurrentie, investeerders hun middelen waarschijnlijk meer zullen bestemmen voor gebieden waar zij hogere winsten verwachten; dit houdt in dat hun voorkeur vooral uit zal gaan naar dichtbevolkte en stedelijke gebieden, wat ten koste gaat van de plattelandsgebieden. |
2. Problemen van plattelandsgemeenten
2.1 Algemeen welzijn
|
2.1.1 |
Het Comité meent dat investeren in plattelandsontwikkeling niet beperkt moet blijven tot onmiddellijke winst in economische zin, maar een in economische zin niet te schatten „welzijn” moet opleveren, bestaande in de exploitatie van historisch en cultureel erfgoed, behoud van het landschap, biodiversiteit en een bloeiende flora en fauna. |
|
2.1.2 |
Het CvdR is derhalve van mening dat de sociale structuur van plattelandscentra behouden moet blijven ter wille van het cultureel erfgoed en ten behoeve van de exploitatie en overdracht hiervan aan de jongere generaties. |
2.2 Werkgelegenheid
|
2.2.1 |
Om de leegloop een halt toe te roepen en het platteland zich te helpen ontplooien, is het van vitaal belang dat die vormen van ondernemerschap worden gestimuleerd die passen bij landelijke gebieden en die niet op lange termijn tot verstedelijking leiden. |
|
2.2.2 |
Om de vergrijzing van de beroepsbevolking en ontvolking van het platteland tegen te gaan, dienen er voor jongeren nieuwe mogelijkheden en arbeidsplaatsen te worden geschapen. Daarom moet er op beroepsgebied steun komen voor opleidingen, bijscholing en specialisatie ter plaatse, alsook voor diversificatie van activiteiten op basis van het lokale potentieel. |
2.3 Concurrentievermogen
|
2.3.1 |
Verbetering van het concurrentievermogen van plattelandsgebieden betekent volgens het Comité investeren in de modernisering en bevordering van de kwaliteit, waarbij bescherming van het milieu, architectonisch en cultureel erfgoed niet over het hoofd worden gezien, maar de stedelijke ontwikkeling aanvult. |
|
2.3.2 |
Voor de economische ontwikkeling van plattelandsgebieden moet er geïnvesteerd worden in O&O voor de toepassing van nieuwe technologieën en nieuwe processen. Tevens is het zaak om positieve ervaringen te bundelen. |
|
2.3.3 |
Om ook in landelijke gebieden de doelstellingen van de Lissabonstrategie te helpen verwezenlijken, acht het Comité het volgende noodzakelijk: bevordering van innovatie in kleine en middelgrote ondernemingen en investeringen in apparatuur, machines en opleidingen. Dit leidt tot modernisering van de gehele productieketen en multiplicatoreffecten. |
|
2.3.4 |
Het CvdR meent dat het bovendien nuttig is om verder te gaan met de mogelijkheden die het programma-Leader biedt, namelijk samenwerking tussen overheid en particuliere sector om de lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden te stimuleren. |
|
2.3.5 |
Plattelandsgemeenten zouden steun moeten verlenen voor vormen van lokaal ondernemerschap die de plattelandsontwikkeling ten goede komen en niet op lange termijn tot verstedelijking leiden. |
2.4 Diversificatie van de landbouw
|
2.4.1 |
Het is zinvol te werken aan een breed gefundeerde lokale economie. |
|
2.4.2 |
Hiertoe is het nodig dat landbouwers worden aangemoedigd om beheersystemen in te voeren waarmee ze beter op markttendensen kunnen inspelen, ondernemerschap te bevorderen en agrarische bedrijven dynamischer te maken door nieuwe commerciële strategieën uit te werken die de uitwisseling van goede praktijken bevorderen en door maatregelen op het gebied van beroepsondersteuning en benchmarking te promoten. |
|
2.4.3 |
Het is van essentieel belang dat landbouwbedrijven gemakkelijker toegang krijgen tot kredieten, ook via speciale fondsen voor wisselbouw. |
2.5 Levensmiddelenkwaliteit
|
2.5.1 |
De kwaliteit van levensmiddelen is volgens het Comité een belangrijke factor voor het scheppen van werkgelegenheid, gezien de groeikansen voor hoogwaardige, al dan niet verwerkte landbouwproducten. |
|
2.5.2 |
Om de agro-alimentaire sector de vruchten te laten plukken van de mogelijkheden die de nieuwe technologie biedt, moet de informatie over de kwaliteit van producten worden verbeterd, moet er geïnvesteerd worden in kwaliteitslabels, in biologische landbouw en in milieu- en diervriendelijke productiemethoden. |
|
2.5.3 |
Het Comité erkent dat de biologische landbouw één van de meest dynamische sectoren van de communautaire landbouw is; er komen steeds meer bedrijven bij die zich aansluiten bij plannen waarbij landbouwgrond bestemd wordt voor de biologische productiemethode. Bijgevolg dient dit type landbouw te worden gestimuleerd. |
|
2.5.4 |
Naar het oordeel van het CvdR moet de verbouw van traditionele gewassen worden beschermd en bevorderd en moeten de bronnen van inkomsten worden versterkt door bij de productie en verkoop de specifieke kenmerken van hoogwaardige typische streekproducten optimaal in de verf te zetten. |
|
2.5.5 |
Het Comité benadrukt dat plattelandsgemeenten een belangrijke rol kunnen vervullen bij het promoten van streekproducten door initiatieven en evenementen op te zetten die gericht zijn op de kwaliteit van de producten en de verspreiding ervan op markten, om te beginnen op lokale en regionale markten. |
2.6 Informatie- en communicatietechnologie
|
2.6.1 |
Volgens het Comité moeten de nieuwe technologieën ten dienste staan van de ontwikkeling van plattelandsgebieden. |
|
2.6.2 |
Het tekent aan dat zowel overheden als bedrijven in plattelandsgemeenschappen deze technologieën tot op heden nog maar weinig gebruiken. |
|
2.6.3 |
Particuliere ondernemers staan niet te trappelen om in geavanceerde technologie in plattelandsgebieden te investeren. Door de geringe bevolkingsdichtheid immers leveren investeringen op korte en middellange termijn weinig op. |
|
2.6.4 |
Het CvdR meent dat er daarom sturend communautair beleid moet komen, alsook nationaal en regionaal beleid ter ondersteuning van de verspreiding van moderne communicatiemiddelen en technologie die de meest afgelegen gebieden dichter bij de rest van het economische systeem kunnen brengen. |
|
2.6.5 |
Bijgevolg zijn investeringen voor de uitbreiding van breedbanddekking onontbeerlijk. De plattelandsbevolking moet verder kunnen beschikken over computerapparatuur en de vereiste opleidingen om deze optimaal te gebruiken. Het Comité meent dat met computertechnologie de plattelandsgebieden beter in de markt gezet kunnen worden, dat nieuwe ondernemersactiviteiten tot bloei kunnen komen en dat de afstandsverkoop van landbouwproducten kan worden gestimuleerd. |
2.7 Hernieuwbare energie
|
2.7.1 |
Het Comité beseft dat het behoud van natuurlijke hulpbronnen, alsmede het correcte (her)gebruik ervan belangrijke troeven in zich bergen voor de ontwikkeling van plattelandsgebieden. |
|
2.7.2 |
In dit verband zijn water, wind en biomassa strategische hulpbronnen. Vele overheden die rechtstreeks of als partner belast zijn met het beheer en de distributie van energiehulpbronnen kunnen de gelegenheid te baat nemen om systemen voor energievoorziening in te voeren die een alternatief bieden voor fossiele brandstoffen. |
|
2.7.3 |
Door ter plaatse aanwezige energievoorraden te benutten zouden de lokale gemeenschappen immers minder afhankelijk van derden worden en meer zekerheid krijgen over hun energievoorziening. |
|
2.7.4 |
Het Comité vindt dat deze mogelijkheden absoluut serieus moeten worden genomen. Zij kunnen immers leiden tot innovatieve groei in de zin van milieubehoud, (her)gebruik van landbouwafval en het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen. |
|
2.7.5 |
Uit recent onderzoek komt naar voren dat, naast de inmiddels klassieke alternatieve brandstoffen (afkomstig uit de rechtstreekse teelt van gewassen als koolzaad en maïs), ook de productie van brandstof die afkomstig is van land- en bosbouwafval, en van andere energiegewassen, winstgevend kan zijn. De economische en sociale voordelen voor de sector zijn maximaal indien de activiteiten in verband met verzameling, verwerking en gebruik plaatselijk worden uitgevoerd. |
2.8 Bescherming van landschap en streek
|
2.8.1 |
Het CvdR wijst op het Europees Handvest voor het landschap en herhaalt dat het landschap op het platteland een fundamenteel onderdeel is van het erfgoed van de Europese Unie. |
|
2.8.2 |
Het herinnert eraan dat met de Europese landschapsconventie beoogt wordt om het behoud, het beheer en de inrichting van landschappen te bevorderen en in Europa op dit gebied meer samen te werken ter wille van een duurzame ontwikkeling gebaseerd op een evenwicht tussen maatschappelijke behoeften, economie en milieu. |
|
2.8.3 |
Het Comité benadrukt dat het landschap niet alleen deel uitmaakt van de lokale cultuur, maar ook een belangrijke economische hulpbron is die bijdraagt aan de werkgelegenheid, doordat de natuurlijke en culturele rijkdommen kunnen worden aangegrepen voor activiteiten die duurzaam toerisme aantrekken. |
|
2.8.4 |
Het CvdR wijst er opnieuw op dat de lokale gemeenschappen tot taak hebben het gebied te beschermen, onder meer tegen het risico van een hydrogeologische catastrofe; daartoe is het zaak dat de beheerders van het gebied doordrongen zijn van de risico's en alert optreden. |
|
2.8.5 |
Er worden steeds meer initiatieven ontplooid waarbij de exploitatie van landschap en streek centraal staat en die de gehele sector agro- en plattelandstoerisme ten goede komen, hetgeen benadrukt is in het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité, „Toerisme en cultuur: twee motoren voor groei”. In dit verband kunnen gemeenten hun streek promoten door duurzaam toerisme te stimuleren als hulpbron die de regionale economie op milieuvriendelijke wijze kan versterken. |
|
2.8.6 |
Door middel van stimulerende maatregelen moet het herstel van in onbruik geraakte gebouwen worden aangemoedigd. De ontvolking heeft er in de laatste decennia toe geleid dat kleine gemeenten zijn teruggelopen. Om bewoners aan te trekken en de dorpen weer leefbaar te maken, is grootschalige renovatie van woningen en historische gebouwen geboden. |
2.9 Diensten van algemeen belang op lokaal niveau
|
2.9.1 |
Het CvdR stelt vast dat het in sommige delen van Europa met de afnemende bevolking moeilijk is om in plattelandsgemeenten een aanvaardbaar dienstenaanbod te handhaven. Netwerkinfrastructuur, met name voor de watervoorziening, maar ook voor afvalverwerking en -recyclage en openbaar vervoer zijn gebaseerd op een minimumaantal gebruikers. In geval van ontvolking ligt het voor de hand dat de vraag zal dalen en de kosten voor de gebruikers zullen stijgen. Om het platteland als ruimte voor wonen en werken te handhaven, moet er gewerkt worden aan praktische oplossingen op grond van het subsidiariteitsbeginsel. |
|
2.9.2 |
Publiek-private partnerschappen tussen lokale overheden en economische actoren zijn een optie om de infrastructuur en de verbinding met energie- en informatienetwerken te ontwikkelen, waarmee de levenskwaliteit in plattelandsgemeenschappen wordt verbeterd. |
|
2.9.3 |
Het CvdR meent dat de lokale aanwezigheid van een toereikend niveau van openbare maatschappelijke dienstverlening nieuwe gezinnen ertoe kan aanzetten om op het platteland te gaan wonen, ook al werken zij in de stad; dit ter bestrijding van de leegloop van het platteland, die gepaard gaat met een gestage daling van essentiële voorzieningen, zoals scholen, postkantoren en ziekenhuizen. |
|
2.9.4 |
Gewezen moet worden op de fundamentele rol die het onderwijs vervult; hoogwaardig menselijk kapitaal, dat als potentieel op het platteland wordt ondergewaardeerd, is een voorwaarde voor ontwikkeling. Daarom dienen de scholen voor voortgezet onderwijs te worden gehandhaafd en dienen onderwijsinstellingen toegankelijk te worden gemaakt. |
|
2.9.5 |
Het is ook van essentieel belang dat de voorzieningen voor kleine kinderen worden uitgebreid: het tekort aan structuren voor kinderopvang op het platteland kan een belemmering zijn voor vrouwen om te gaan werken en van invloed zijn op de gebrekkige ontwikkeling van de arbeidsmarkt op het platteland. |
|
2.9.6 |
Het plaatselijke openbaar vervoer is van strategische betekenis: steden op het platteland met een efficiënt openbaar vervoer van en naar de aangrenzende stedelijke gebieden dragen ook bij aan de bestrijding van de leegloop van het platteland en kunnen wellicht het tegenovergestelde bewerkstelligen. |
|
2.9.7 |
Het Comité vindt dat diensten voor ouderen van doorslaggevend belang zijn om ervoor te zorgen dat gepensioneerden op het platteland komen wonen, waar zij een leefbaarder en gezonder klimaat kunnen aantreffen; bovendien zouden de inkomsten van deze gebieden dan stijgen. De aanwezigheid van ouderen in plattelandsgemeenten moet volgens het CvdR ondersteund worden met de ontwikkeling van infrastructuur als: gezondheids-, ontmoetings- en ontspanningscentra, en ondersteunende diensten. |
|
2.9.8 |
Alles dient in het werk gesteld te worden om cultuur in plattelandsgemeenten te ontwikkelen en toegankelijk te maken. |
2.10 Nieuwe governance op het platteland
|
2.10.1 |
De ontwikkeling van lokaal bestuur op het platteland verdient serieus aandacht. |
|
2.10.2 |
Het Comité stelt vast dat er zich in de laatste decennia in vele lidstaten uiteenlopende organisatievormen ter versterking van het lokale bestuur hebben ontwikkeld; doorgaans zijn zij kleinschalig van opzet en van bescheiden demografische omvang, met name via diverse vormen van intercommunale verenigingen. Het Comité meent dat dit verschijnsel, dat vooral plaatsvindt op het niveau van administratieve decentralisatie, nauwgezet gevolgd dient te worden, in samenwerking met nationale verenigingen van lokale overheden. |
|
2.10.3 |
Door dit verschijnsel zijn er allerlei bestuurs- en beheersstructuren ontstaan voor samenwerking tussen gemeenten. Hieronder vallen verenigingen van gemeenten, verbonden, consortia en andere samenwerkingsvormen waarbij activiteiten in netwerken worden gebundeld. |
|
2.10.4 |
Het Comité benadrukt dat deze werkwijze soms hoogwaardige basisvoorzieningen kan waarborgen: met de nieuwe verenigingen worden immers de voorwaarden geschapen om middelen en voorheen afzonderlijke en zo zuinig mogelijk beheerde diensten te optimaliseren. |
|
2.10.5 |
Het CvdR merkt op dat er in bijna alle lidstaten al nieuwe verbanden zijn opgericht, hetzij openbare, hetzij samen met particuliere organen voor het gezamenlijk beheer van diensten van algemeen belang, bijv. op het gebied van energie- en watervoorziening, vervoer, afvalverwerking, onderwijs, beheer van sociale structuren en ziekenhuizen, milieubescherming, beheer van sportvoorzieningen en ruimtelijke ordening. Het is ook van mening dat deze vormen van samenwerking tussen gemeenten meer moeten worden gestimuleerd, ook aan de hand van communautaire programma's en initiatieven voor benchmarking. |
|
2.10.6 |
Het Comité stelt verder vast dat er organisaties worden opgericht op basis van bundeling van middelen, solidariteit en samenwerking tussen gemeenten in het kader van dynamisch bestuur van lagere overheden. Het moedigt deze vormen van samenwerking (tussen gemeenten) aan, ook aan de hand van communautaire programma's en initiatieven voor benchmarking. |
3. Aanbevelingen van het Comité van de Regio's
|
3.1 |
Het CvdR acht de oprichting van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) een zeer goede zaak voor de toekomstige ontwikkeling van plattelandsgebieden en met name gemeenten, ook al zijn de toegekende middelen ver bij de verwachtingen achtergebleven, maar beschouwt dit fonds niet als de sluitsteen van het EU-beleid voor plattelandsontwikkeling. Om tot concrete en duurzame resultaten te komen zou de Commissie de strategie voor plattelandsontwikkeling en het ELFPO moeten combineren met de investeringen in onderzoek, cultuur en milieu ten behoeve van het platteland die al ondersteund worden via andere structuurfondsen en andere communautaire beleidsgebieden. Er zou meer nadruk moeten worden gelegd op het ESF, onderwijs en werkgelegenheid. |
|
3.2 |
Het zou zinvol zijn als de acties van het cohesiebeleid de acties van ELFPO aanvullen, met name wat betreft de derde pijler, ten aanzien van de levenskwaliteit en economische diversificatie, en de Leader-pijler. De Commissie heeft immers al bepaald dat de lidstaten en de regio's zorgen voor de samenhang tussen de acties van de structuurfondsen en die van de drie ELFPO-pijlers. Elke vorm van financiering, hetzij communautair, nationaal of regionaal, dient voor de plattelandsgemeenten, die over weinig middelen en personeel beschikken, een economisch instrument te zijn dat kan bijdragen aan het behoud en ontwikkeling van deze gemeenschappen. |
|
3.3 |
Het CvdR zou graag zien dat twee DG's van de Commissie, te weten DG Regionaal beleid en DG Landbouw, nauwer gaan samenwerken om het resultaat van financiële acties van de Unie voor de ontwikkeling van plattelandscentra en -gebieden te optimaliseren. Zoals hiervoor al uiteen is gezet, biedt het ELFPO alléén geen soelaas voor alle problemen van de plattelandsgebieden; er moet dus worden uitgegaan van acties van diverse fondsen. |
|
3.4 |
De financiële steunverlening aan het platteland dient verder in het algemeen te worden vereenvoudigd. |
|
3.5 |
De Commissie zou de representatieve verenigingen van gemeenten moeten erkennen als gesprekspartners die kunnen bijdragen aan de uitwerking van nieuwe prioriteiten, de verspreiding van kennis van de programma's van het ELFPO en de structuurfondsen, en de uitvoering ervan op het platteland, ook in afgelegen en dunbevolkte gebieden. |
|
3.6 |
Het Comité hoopt dat het advies bijdraagt aan de uitwerking van een strategie om van de Europese plattelandsgemeenten moderne „duurzame gemeenschappen” te maken. Deze gemeenten zouden zo, in Europees verband, de juiste zichtbaarheid krijgen, alsook erkenning voor hun rol en steun voor hun groei. Met deze benadering kunnen de belangrijkste regionale milieuvoorzieningen worden versterkt en kan er welvaart worden geschapen door werkgelegenheid en ondernemerschap op het platteland te bevorderen. Tevens zou hiermee het geheel van culturele waarden, tradities en lokale gewoonten kunnen worden versterkt en zou het aldus mogelijk blijven om er een gezondere leefwijze op na te houden. |
|
3.7 |
De Europese Unie, die haar acties baseert op het beginsel van territoriale en sociale samenhang, dient aandacht te schenken aan de problemen waarmee kleine gemeenschappen te kampen hebben om hun burgers alsook aan de komende generaties geschikte inkomstenbronnen en een passend dienstenniveau te bieden, zodat zij niet wegtrekken. |
|
3.8 |
Ook tussen plattelandsgemeenten onderling bestaan er aanzienlijke verschillen in welvaart; het CvdR acht het nodig dat de financiële ondersteuning een maximale meerwaarde oplevert ter verbetering van de levensomstandigheden van de burgers op het platteland. |
|
3.9 |
Ten behoeve van een decentralere uitvoering van de Lissabonstrategie moet er meer rekening worden gehouden met de behoeften van plattelandsgebieden, met het oog op een beleid dat, bij de uitstippeling van programma's, een beter evenwicht tracht te vinden tussen stedelijke gebieden en het platteland (10). |
|
3.10 |
Het platteland in Europa staat onder enorme druk van de gebieden rondom steden; er dient een evenwicht te komen tussen duurzame landbouw en de dynamische economie in de steden. |
|
3.11 |
Het Comité is voorstander van instrumenten en van structuren voor overleg en samenwerking tussen kleine gemeenten en regionale hoofdsteden om gemeenschappelijke oplossingen te vinden voor de betrekkingen tussen de gebieden, vooral wanneer er grote stadsagglomeraties bij betrokken zijn, door tegelijkertijd de netwerken van kleine steden te versterken, die het platteland structuur verlenen. |
|
3.12 |
Het is verder zaak de verbindingen tussen stedelijke centra en de omliggende gebieden te verbeteren ter ontlasting van de grote centra, om de keuze te bieden om zich buiten die centra te vestigen en om de afzet van producten uit plattelandsgebieden te bevorderen. |
|
3.13 |
Het CvdR herhaalt dat de betrokkenen op het platteland breed moeten overleggen over de uitwerking, invoering, controle en evaluatie van de programma's. In dit verband dient de rol van de plaatselijke overheden te worden versterkt om het structurele beleid te kunnen beïnvloeden, aangezien zij in een bevoorrechte positie verkeren om de problemen en verwachtingen in hun streek in kaart te brengen en te evalueren. |
|
3.14 |
De plattelandsgemeenten dienen actief deel te nemen aan door de lidstaten of regio's opgezette lokale partnerschappen om bij te dragen aan de nationale strategische plannen en de nationale programma's voor plattelandsontwikkeling. Daarom is een benadering „van onderaf” geboden, die alle actoren bij de uitstippeling van deze plannen een stevige vinger in de pap geeft. |
|
3.15 |
Hopelijk komen er steeds meer uitwisselingen en jumelages tussen plattelandsgebieden in Europa; deze initiatieven zijn belangrijke kansen om nieuwe kennis op te doen, goede praktijken en ervaringen uit te wisselen en een grotere culturele integratie te verwezenlijken. Cultuurtoerisme in plattelandsgebieden dient absoluut te worden bevorderd door de plaatselijke bevolking te steunen bij het ontwikkelen van hun capaciteiten om de toerismesector uit te bouwen en door in de hele Europese Unie informatie te verspreiden over unieke toeristische attracties. |
|
3.16 |
Veel communautaire samenwerkingsprogramma's zijn nog steeds hoofdzakelijk op stedelijke gebieden gericht. Het CvdR hoopt dat de regio's en lokale overheden de oprichting van meer partnerschappen op het platteland zullen steunen zodat een groter aantal vernieuwende ervaringen op het gebied van samenwerking ook beschikbaar komt voor het platteland. |
|
3.17 |
Het Comité zou graag zien dat plattelandsgemeenten plaatsen worden die meer openstaan voor experimenten met innovatief energiebeleid, gericht op hernieuwbare energiebronnen. Financierings- en andere maatregelen zouden hun kunnen helpen om te investeren in hernieuwbare energiebronnen, zoals met name zonnepanelen, biomassa en windenergie, om zelfvoorziening op energiegebied te verwezenlijken en om het inkomenspeil van de plaatselijke bevolking op te trekken. |
|
3.18 |
Het Comité wil dat de Commissie met een programma komt voor de uitwisseling van innovatieve goede praktijken op economisch gebied tussen de plattelandsgemeenten in de EU. |
|
3.19 |
Het zou een goede zaak zijn als het communautaire beleid kleine en ambachtelijke ondernemers geen onhaalbare voorschriften oplegt ten aanzien van typische streekproducten. |
|
3.20 |
Het Comité roept de Europese Unie op om steun te verlenen aan de oprichting en ontwikkeling van zeer kleine ondernemingen die werk maken van traditionele producten en om gelijke behandeling van mannen en vrouwen in ondernemingen en de integratie van jongeren te bevorderen. |
|
3.21 |
2008 wordt volgens het CvdR een cruciaal jaar in verband met de te nemen besluiten over het GLB, met name die betreffende de overheveling van middelen van de eerste naar de tweede pijler. Het roept daarom de Commissie, de Raad en het Europees Parlement op om terdege rekening te houden met de behoeften van het platteland bij de uitwerking van hun toekomstige voorstellen. |
|
3.22 |
Het verzoekt de Commissie de landelijke gebieden te steunen aan de hand van adequaat beleid en inspanningen die groei en duurzaamheid combineren en die het platteland in staat stellen om een eigen ontwikkelingssysteem op te bouwen, zodat het niet uitsluitend in het kielzog van stedelijke gebieden vaart. |
|
3.23 |
Met de toekomst van plattelandsgebieden dient terdege rekening te worden gehouden in de lopende overwegingen voor de opstelling van de territoriale agenda van de Unie, met name aan de hand van een operationele reflectie over het partnerschap platteland — stad, die aandacht schenkt aan de rol van kleine steden als evenwichtspool. |
Brussel, 6 december 2006.
De voorzitter
van het Comité van de Regio's
M. DELEBARRE
(1) CdR 54/2006.
(2) Florence, 20.10.2000, CETS nr. 176.
(3) PE 322.192 A5-0189/2003.
(4) CdR 255/2004.
(5) COM(2006) 129 final.
(6) CdR 209/2006.
(7) COM(2006) 386 final.
(8) Akkoord van Bristol inzake „Duurzame gemeenten”, Bristol, 12.12.2005.
(9) CdR 389/96 fin.
(10) CdR 11/2006, blz. 4.