|
17.8.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 200/3 |
Bericht betreffende vrijstelling van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van glyfosaat uit Taiwan voor een met name genoemde onderneming uit Taiwan
(2005/C 200/03)
De Commissie heeft gegevens ontvangen betreffende een onderneming uit Taiwan die vrijstelling heeft gekregen van de antidumpingmaatregelen die in 2002 werden uitgebreid tot de invoer van glyfosaat uit Taiwan.
1. Product en geldende maatregelen
Het betrokken product is glyfosaat vallende onder de GN-codes ex 2931 00 95 en ex 3808 30 27.
In februari 1998 stelde de Raad bij Verordening (EG) nr. 368/98 (1) definitieve antidumpingmaatregelen in op de invoer van glyfosaat uit de Volksrepubliek China. In januari 2002 heeft de Raad, na een onderzoek naar de ontduiking van de maatregelen overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (2) (hierna de „basisverordening” genoemd), bij Verordening (EG) nr. 163/2002 (3), het recht dat van toepassing was op de invoer van glyfosaat uit de Volksrepubliek China uitgebreid tot de invoer van glyfosaat uit Maleisië en Taiwan (al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië of Taiwan), met uitzondering van producten die werden geproduceerd door Sinon Corporation in Taiwan en één met name genoemde onderneming in Maleisië.
Na herzieningen overeenkomstig artikel 11, leden 2 en 3, van de basisverordening, heeft de Raad, bij Verordening (EG) nr. 1683/2004 (4), een definitief antidumpingrecht ingesteld op de invoer van glyfosaat uit de Volksrepubliek China en dit recht uitgebreid tot de invoer van glyfosaat uit Maleisië en Taiwan (al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië of Taiwan), wederom met uitzondering van producten die werden geproduceerd door Sinon Corporation in Taiwan en één met name genoemde onderneming in Maleisië.
2. Recente ontwikkelingen
De Commissie heeft gegevens ontvangen in de vorm van een verslag van een leidende onderneming die gespecialiseerd is in de levering van bedrijfsspecifieke informatie met betrekking tot onder meer zaken als participaties, waaruit blijkt dat er banden bestaan tussen Sinon Corporation en een tweede Taiwanese onderneming. Deze tweede Taiwanese onderneming, die ook betrokken is bij de uitvoer van glyfosaat, heeft niet meegewerkt aan bovengenoemd onderzoek naar de ontduiking van de maatregelen; voor deze onderneming gelden derhalve de uitgebreide maatregelen. Sinon Corporation heeft geen gegevens verstrekt over het bestaan van banden met de tweede Taiwanese onderneming of die banden erkend, niet op het moment van de ontduiking en ook niet daarna.
Het bestaan van banden tussen Sinon Corporation en een onderneming die ook betrokken is bij de uitvoer van glyfosaat en die niet heeft meegewerkt aan het onderzoek naar de ontduiking van de maatregelen zou, als dat bij het onderzoek was gebleken, de mogelijkheid hebben uitgesloten om Sinon Corporation vrijstelling te verlenen van de uitgebreide rechten. Intrekking met terugwerkende kracht van de vrijstelling is derhalve wellicht noodzakelijk als die vrijstelling gebaseerd is op verkeerde of misleidende gegevens van Sinon Corporation. Ook kan een band tussen Sinon Corporation en een onderneming waarvoor de uitgebreide rechten gelden, die tot stand is gekomen na de verlening van de vrijstelling, als blijkt dat die echt bestaat, leiden tot intrekking van de vrijstelling. Gezien het bovenstaande moet worden onderzocht of Sinon Corporation aan alle voorwaarden voldeed voor vrijstelling van de maatregelen die waren uitgebreid tot de invoer van glyfosaat uit Taiwan op het moment dat de vrijstelling werd verleend en, als dat het geval blijkt te zijn, of de onderneming nu nog steeds voldoet aan al die voorwaarden.
3. Procedure
Om de gegevens te verkrijgen die zij voor dit onderzoek nodig acht, zal de Commissie Sinon Corporation een kopie van dit bericht en een vragenlijst toezenden en de Taiwanese autoriteiten dienovereenkomstig inlichten. Deze gegevens en het bewijsmateriaal moeten door de Commissie, tenzij anders aangegeven, zijn ontvangen binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Alle belanghebbenden worden hierbij uitgenodigd hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en andere gegevens dan de antwoorden op de vragenlijst toe te zenden en bewijsmateriaal te verstrekken. Deze gegevens en het bewijsmateriaal moeten door de Commissie, tenzij anders aangegeven, zijn ontvangen binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Voorts zal de Commissie de partijen horen die daartoe een verzoek indienen en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Dit verzoek moet, tenzij anders aangegeven, worden ingediend binnen 21 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld), onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon- en faxnummer van de betrokkene. Alle schriftelijke opmerkingen, met inbegrip van de in dit bericht gevraagde informatie, antwoorden op de vragenlijst en correspondentie die op vertrouwelijke basis worden verstrekt, moeten van het opschrift „Limited” (5) zijn voorzien en moeten, overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de basisverordening, vergezeld gaan van een niet-vertrouwelijke versie waarop is vermeld „FOR INSPECTION BY INTERESTED PARTIES”.
Correspondentieadres van de Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Directoraat-generaal Handel |
|
Directoraat B |
|
Kamer: J-79 5/16 |
|
B-1049 Brussel |
|
Fax (32-2) 295 65 05. |
4. Niet-medewerking
Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.
De Commissie kan door belanghebbenden verstrekte informatie, indien deze onjuist of misleidend blijkt, buiten beschouwing laten en van beschikbare gegevens gebruik maken. Indien een belanghebbende niet of slechts ten dele medewerking verleent, en de conclusies derhalve, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, op de beschikbare gegevens worden gebaseerd, kan het resultaat voor hem minder gunstig zijn dan wanneer hij wel medewerking had verleend.
(1) PB L 47 van 18.2.1998, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1086/2000 (PB L 124 van 25.5.2000, blz. 1).
(2) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).
(3) PB L 30 van 31.1.2002, blz. 1.
(4) PB L 303 van 30.9.2004, blz. 1.
(5) Dit betekent dat het document slechts voor intern gebruik is bestemd. De inhoud ervan is beschermd overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en van de Raad (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43). Deze documenten zijn vertrouwelijk in de zin van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad (PB L 56 van 6.3.1996) en artikel 6 van de WTO-Overeenkomst inzake de tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT 1994 (antidumpingovereenkomst).