Voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende de instelling van een procedure voor wederzijdse informatie over de maatregelen van de lidstaten op het gebied van asiel en immigratie {SEC(2005)1233} /* COM/2005/0480 def. - CNS 2005/0204 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 10.10.2005 COM(2005) 480 definitief 2005/0204 (CNS) Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD betreffende de instelling van een procedure voor wederzijdse informatie over de maatregelen van de lidstaten op het gebied van asiel en immigratie {SEC(2005)1233} (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Context en doel van het voorstel Een van de belangrijkste doelstellingen van de Europese Unie is de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. In dit verband is het van essentieel belang een gemeenschappelijk beleid inzake asiel en immigratie te ontwikkelen, zoals verklaard in het programma van Tampere, dat de Europese Raad in 1999 heeft goedgekeurd en dat in 2004 werd bevestigd in het Haags programma ("Versterking van vrijheid, veiligheid en recht in de Europese Unie"). Dit gemeenschappelijk beleid moet worden gegrondvest op de goedkeuring van gemeenschappelijke rechtsinstrumenten en op de versterking van het wederzijds vertrouwen door een betere coördinatie van nationale beleidsmaatregelen, nauwere praktische samenwerking en de regelmatige uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en met de Commissie. Sinds het Verdrag van Amsterdam van kracht werd, is een groot aantal gemeenschappelijke maatregelen op het gebied van asiel en immigratie goedgekeurd, aangezien zowel de Gemeenschap als de lidstaten wetgevende bevoegdheid terzake hebben. De rol van de lidstaten op dit gebied blijft niettemin belangrijk en zij nemen voortdurend nieuwe nationale maatregelen aan, die soms gevolgen kunnen hebben voor de andere lidstaten of de Gemeenschap in haar geheel. De afwezigheid van grenscontroles in het Schengengebied, het gemeenschappelijk visumbeleid, de nauwe economische en sociale betrekkingen tussen de EU-lidstaten en de recente ontwikkeling van een gemeenschappelijk immigratie- en asielbeleid hebben er immers indirect toe geleid dat het waarschijnlijker is dat de maatregelen van een lidstaat op het gebied van asiel en immigratie gevolgen hebben voor de andere lidstaten. Zo kan een erg restrictief migratiebeleid in een lidstaat de migratiestromen naar zijn buurlanden verleggen; of een regularisatieprocedure kan leiden tot illegale immigratie naar een lidstaat, van waaruit geregulariseerde migranten zich nadien gemakkelijk naar andere lidstaten kunnen begeven. Ook andere nationale maatregelen op het gebied van asiel en immigratie, zoals onder meer wijzigingen in de procedures voor het verlenen van internationale bescherming, de definitie van veilige landen van herkomst, toelatingsprogramma's voor onderdanen van derde landen (inclusief quota) en integratiemaatregelen kunnen gevolgen hebben voor andere lidstaten of de gehele Gemeenschap. Deze ontwikkelingen rechtvaardigen ten volle de instelling van een formele procedure voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en met de Commissie die meer mogelijkheden creëert voor het uitwisselen van informatie over en het bespreken van nationale maatregelen op het gebied van asiel en immigratie. Op 11 februari 2005 zonden de Commissie en het Luxemburgs voorzitterschap de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken een brief over de noodzaak tot het instellen van een systeem van vroegtijdige waarschuwing en wederzijdse informatie tussen de diensten van de lidstaten die bevoegd zijn op het gebied van asiel en immigratie. Een dergelijk systeem zou ertoe kunnen leiden dat het immigratie- en asielbeleid van de lidstaten onderling beter wordt gecoördineerd. Een eerste gedachtewisseling over de instelling van zulk systeem vond plaats tijdens de Raad JBZ van 24 februari 2005. Alle lidstaten stemden in beginsel in met het creëren van een dergelijk systeem en de Raad keurde op 14 april 2005 conclusies goed over de instelling van een systeem van wederzijdse informatie voor beleidsvoerders van de lidstaten op het gebied van migratie en asiel; de Commissie werd verzocht een formeel wetgevingsvoorstel in te dienen. De Commissie heeft altijd benadrukt dat de uitwisseling van informatie over migratieverschijnselen moet verbeteren. De voorgestelde informatieprocedure zal nuttig zijn voor de lidstaten, omdat zij deze de mogelijkheid zal geven een beter inzicht in het beleid van de andere lidstaten te verwerven en tot een betere onderlinge coördinatie te komen. De lidstaten zouden elkaars standpunten kunnen leren kennen indien over een ontwerp van een nationale maatregel vangedachten wordt gewisseld voordat deze wordt aangenomen. Ook de onderhandelingen over nieuwe EU-wetgeving zullen vlotter verlopen als gevolg van een betere coördinatie van de nationale beleidsmaatregelen en een betere kennis over en een toegenomen vertrouwen in elkaar. Ten slotte moet de voorgestelde procedure voor wederzijdse informatie worden gezien in het bredere kader van de samenwerkings- en informatiemechanismen en –structuren van de lidstaten en de Commissie. De Commissie wil de bestaande systemen, structuren en netwerken vereenvoudigen en samenvoegen op communautair niveau om de administratieve verplichtingen die op de lidstaten en de Commissie rusten, niet te doen toenemen. 2. Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied - Op 8 juni 1988 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan een beschikking "tot invoering van een procedure voor voorafgaande mededeling en overleg inzake het migratiebeleid ten aanzien van derde landen" (PB 1988 L 183). De lidstaten hebben het informatie- en overlegmechanisme dat bij deze beschikking is ingesteld, nooit doeltreffend gebruikt. Het nieuwe communautaire kader voor immigratie- en asielbeleid maakt de bepalingen van de beschikking van de Commissie achterhaald. - Sommige bepalingen van het Gemeenschapsrecht[1] leggen de lidstaten de verplichting op de Commissie de tekst mee te delen van de nationale rechtsbepalingen die zij aannemen op de gebieden die onder de desbetreffende richtlijnen vallen. Aangezien soortgelijke informatie uit hoofde van deze richtlijnen en van het voorgestelde ontwerp van beschikking moet worden verstrekt, kan dubbel werk worden voorkomen door de lidstaten de bij het ontwerp van beschikking ingestelde informatieprocedure ook te laten gebruiken om te voldoen aan hun verplichtingen in het kader van de vermelde richtlijnen. 3. Raadpleging Een informele ad-hocdiscussie over de instelling van een informatie- en overlegsysteem vond plaats tijdens de Raad JBZ van 24 februari 2005. De meeste lidstaten reageerden positief op de gezamenlijke voorstellen van het voorzitterschap en de Commissie om een dergelijk systeem in te stellen. Op 17 maart 2005 vond te Brussel een ad-hocbijeenkomst van deskundigen uit de lidstaten plaats om een door de diensten van de Commissie voorbereide non-paper te bespreken, waarin de belangrijkste elementen van het voorgestelde systeem werden behandeld. 4. Samenvatting van de voorgestelde maatregel De procedure voor wederzijdse informatie zou inhouden dat lidstaten maatregelen die zij voornemens zijn te nemen op het gebied van asiel en immigratie, mededelen aan de andere lidstaten en de Commissie, uiterlijk op het tijdstip waarop deze openbaar worden gemaakt. Enkel maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor de andere lidstaten of de gehele Gemeenschap, moeten worden medegedeeld. Dit geldt tevens voor bepaalde juridische en administratieve beslissingen. Lidstaten die de hierboven bedoelde informatie verstrekken, wordt verzocht een samenvatting hiervan op te stellen in een andere officiële taal van de Gemeenschap. De informatie zal worden doorgezonden via een op internet gebaseerd netwerk, dat wordt beheerd door de Commissie. Dit netwerk zal tevens worden gebruikt om de gegevens die krachtens de in punt 2 vermelde richtlijnen moeten worden verstrekt, door te zenden naar de Commissie. Een lidstaat of de Commissie kan aanvullende informatie vragen over een bepaalde maatregel. Er kan ook over een nationale maatregel van gedachten worden gewisseld tussen de lidstaat die de maatregel heeft genomen, de Commissie en alle andere lidstaten die dit wensen. Het doel van een dergelijke gedachtewisseling is het vaststellen van problemen van gemeenschappelijk belang; de besprekingen zullen derhalve geen aanleiding geven tot eender welke stemming of aanbeveling aan de betrokken lidstaat. 5. Rechtsgrond De beschikking van de Raad is gebaseerd op artikel 66 van het EG-Verdrag. Overeenkomstig het Protocol betreffende artikel 67 van het Verdrag van Nice worden deze maatregelen sinds 1 mei 2004 door de Raad genomen bij gekwalificeerde meerderheid en na raadpleging van het Europees Parlement. Titel IV van het EG-Verdrag is niet van toepassing in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, tenzij deze lidstaten anders beslissen overeenkomstig de procedure die is vastgesteld in het aan de verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Evenzo is Titel IV niet van toepassing op Denemarken ingevolge het aan de Verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken. 6. Subsidiariteit Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel kan het doel van het overwogen optreden, namelijk het creëren van een forum voor wederzijdse informatie en gedachtewisseling over nationale maatregelen op het gebied van asiel en immigratie, niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt en kan het derhalve wegens de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt. Het succes van de gemeenschappelijke rechtsinstrumenten op het gebied van asiel en immigratie hangt af van een betere coördinatie van de nationale beleidsmaatregelen. Voor deze coördinatie zijn nieuwe instrumenten vereist, zoals die welke in de beschikking zijn voorgesteld, met name een mechanisme dat een uitwisseling van informatie en standpunten tussen lidstaten en met de Commissie mogelijk maakt, die niet uitsluitend op nationaal niveau kan plaatsvinden. Indien de lidstaten elkaar niet op de hoogte stellen van de ontwikkeling van hun beleid inzake asiel en immigratie, bestaat het risico dat uiteenlopende en zelfs tegenstrijdige beleidsmaatregelen leiden tot verstoringen van de migratiestromen (waaronder die van asielzoekers) en dat de mogelijkheden van de lidstaten om doeltreffend gemeenschappelijke doelstellingen op dit gebied na te streven, in het gedrang komen. 7. Evenredigheid Het voorstel blijft beperkt tot het verbeteren van de uitwisseling van informatie over nationale maatregelen op het gebied van asiel en immigratie tussen de lidstaten en met de Commissie. Het voorgestelde systeem legt de lidstaten geen onevenredig zware lasten op, aangezien hun taak vooral zal bestaan in het toezenden van een aantal documenten via het op internet gebaseerde netwerk, dat bij de beschikking wordt ingesteld. Indien om een gedachtewisseling over een nationale maatregel wordt verzocht, hoeft de betrokken lidstaat enkel een vertegenwoordiger naar het overleg te sturen om alle aspecten van de desbetreffende nationale maatregel uitvoerig toe te lichten en het standpunt van de andere lidstaten hierover te vernemen. De financiële lasten blijven tot een minimum beperkt, aangezien de gedachtewisselingen waarin de voorgestelde maatregel voorziet, zullen worden samengevoegd met andere vergaderingen van adviesgroepen van de Commissie, waardoor de lidstaten kunnen besparen op reis- en verblijfskosten. Met dit voorstel voor een beschikking van de Raad streeft de Commissie naar een algemene vereenvoudiging van de bestaande structuren voor de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van asiel en immigratie. De Commissie zal het informatiesysteem beheren met behulp van het bestaande telematicanetwerk IDA, waarmee afzonderlijke communicatiekanalen tegen een minimale kostprijs kunnen worden gecreëerd zonder dat enige noemenswaardige investering vereist is. 2005/0204 (CNS) Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD betreffende de instelling van een procedure voor wederzijdse informatie over de maatregelen van de lidstaten op het gebied van asiel en immigratie DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 66, Gezien het voorstel van de Commissie[2], Gezien het advies van het Europees Parlement[3], Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 4 november 2004 hechtte de Europese Raad zijn goedkeuring aan een meerjarenprogramma ter versterking van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat bekend staat als het Haags programma; hierin wordt aangedrongen op de verdere ontwikkeling van de tweede fase van een gemeenschappelijk beleid op het gebied van asiel, migratie, visa en grenzen, die op 1 mei 2004 is ingegaan en onder meer is gebaseerd op een intensievere praktische samenwerking tussen de lidstaten en een betere uitwisseling van informatie. (2) De ontwikkeling van een gemeenschappelijk beleid inzake asiel en immigratie na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam heeft geleid tot een nauwere onderlinge afhankelijkheid van het beleid van de lidstaten terzake, waardoor een betere coördinatie van de nationale beleidsmaatregelen onontbeerlijk is geworden voor het versterken van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. (3) In de tijdens zijn vergadering van 14 april 2005 aangenomen conclusies drong de Raad Justitie en binnenlandse zaken aan op de instelling van een systeem van wederzijdse informatie tussen de voor het beleid inzake migratie en asiel bevoegde diensten in de lidstaten, omdat het noodzakelijk is gegevens mede te delen over maatregelen die wellicht aanzienlijke gevolgen zullen hebben voor meerdere lidstaten of voor de Europese Unie als geheel; een dergelijk systeem zou het mogelijk moeten maken dat op verzoek van eender welke lidstaat of van de Commissie overleg wordt gepleegd tussen de lidstaten onderling en met de Commissie. (4) De informatieprocedure moet zijn gebaseerd op solidariteit, transparantie en wederzijds vertrouwen. (5) Om redenen van efficiëntie en toegankelijkheid moet een op internet gebaseerd netwerk het belangrijkste element vormen van de informatieprocedure met betrekking tot nationale maatregelen op het gebied van asiel en immigratie. (6) Sommige communautaire richtlijnen op het gebied van asiel en immigratie leggen de lidstaten de verplichting op de Commissie naast de uitvoeringsmaatregelen ook de tekst mee te delen van de nationale rechtsbepalingen die zij aannemen op de gebieden die onder de desbetreffende richtlijnen vallen. Ter vereenvoudiging van de administratieve procedures zouden de lidstaten de mogelijkheid moeten hebben deze gegevens te verstrekken via het netwerk dat bij deze beschikking wordt ingesteld. (7) Aangezien de doelstellingen van deze beschikking, namelijk veilige informatie-uitwisseling en overleg tussen de lidstaten, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de gevolgen van het overwogen optreden beter op communautair niveau worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen . Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat onderhavige beschikking niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. (8) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze beschikking; deze beschikking is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing in Denemarken, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 Onderwerp en werkingssfeer Bij deze beschikking wordt een procedure ingesteld voor de wederzijdse uitwisseling van informatie over nationale maatregelen op het gebied van asiel en immigratie via een op internet gebaseerd netwerk, waardoor een gedachtewisseling over dergelijke onderwerpen mogelijk wordt. Artikel 2 In te dienen gegevens 1. De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de volgende door hen voorgenomen maatregelen op het gebied van asiel en immigratie, indien deze gevolgen kunnen hebben voor de andere lidstaten of de Gemeenschap in haar geheel: (a) ontwerpen van wetgeving, uiterlijk op het tijdstip waarop deze ter goedkeuring worden voorgelegd, en (b) ontwerpen van internationale overeenkomsten, uiterlijk op het tijdstip waarop deze worden geparafeerd. 2. De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van: (a) de definitieve tekst van de in lid 1, onder (a), bedoelde maatregelen op het tijdstip waarop zij worden aangenomen of onmiddellijk daarna; (b) de definitieve tekst van de in lid 1, onder (b), bedoelde maatregelen op het tijdstip waarop de lidstaat verklaart ermee in te stemmen dat hij erdoor wordt gebonden of onmiddellijk daarna. 3. De lidstaten stellen de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de volgende besluiten, indien deze gevolgen kunnen hebben voor de andere lidstaten of de Gemeenschap in haar geheel: (a) definitieve beslissingen van rechterlijke instanties die maatregelen van het nationale recht op het gebied van asiel en immigratie toepassen of uitleggen, op het tijdstip waarop deze worden gegeven of onmiddellijk daarna en (b) administratieve beslissingen op het gebied van asiel en immigratie, op het tijdstip waarop deze worden genomen of onmiddellijk daarna. 4. De in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen en de in lid 3 bedoelde beslissingen worden ter kennis van de Commissie en de andere lidstaten gebracht via het in artikel 4 ("Het netwerk") bedoelde netwerk. 5. De Commissie of een lidstaat kan verzoeken om aanvullende informatie over een bepaalde maatregel die of een bepaald besluit dat door een andere lidstaat is medegedeeld via het netwerk. In een dergelijk geval verstrekt de betrokken lidstaat uiterlijk twee weken nadat het verzoek via het netwerk werd toegezonden, aanvullende informatie over de maatregel of het besluit. Deze informatie wordt via het netwerk ter beschikking gesteld van de Commissie en de andere lidstaten. 6. Iedere lidstaat zorgt ervoor dat een samenvatting van de tekst van iedere maatregel die of ieder besluit dat hij via het netwerk mededeelt, beschikbaar is in een andere officiële taal van de Gemeenschap dan de eigen taal/talen. In deze samenvatting worden ten minste de doelstellingen en het toepassingsgebied van de betrokken maatregel of het betrokken besluit, de belangrijkste bepalingen ervan en een inschatting van de mogelijke gevolgen voor andere lidstaten of de Gemeenschap in haar geheel vermeld. Artikel 3 Verplichting om informatie te verstrekken uit hoofde van andere richtlijnen Wanneer lidstaten verplicht zijn de Commissie in kennis te stellen van de bepalingen uit hun nationale wetgeving op de gebieden die worden bestreken door de op artikel 63 van het Verdrag gebaseerde richtlijnen, wordt deze verplichting vervuld geacht indien de informatie is toegezonden via het netwerk. Artikel 4 Het netwerk 1. Het netwerk voor de uitwisseling van informatie in de zin van deze beschikking wordt gebaseerd op internet. 2. De Commissie wordt belast met de ontwikkeling en het beheer van het netwerk, inclusief de structuur en de inhoud ervan, alsmede met de toegang ertoe. De nodige maatregelen worden getroffen om de vertrouwelijkheid van het netwerk te waarborgen. 3. Bij het opzetten van het netwerk maakt de Commissie gebruik van het bestaande technisch platform binnen het communautaire kader van de trans-Europese netten voor elektronische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten. 4. De lidstaten verlenen toegang tot het netwerk in overeenstemming met de door de Commissie overeenkomstig lid 2 genomen maatregelen. 5. De lidstaten wijzen nationale contactpunten aan die toegang tot het netwerk hebben en stellen de Commissie daarvan in kennis. Artikel 5 Gedachtewisselingen 1. De Commissie kan op eigen initiatief of op verzoek van een lidstaat een gedachtewisseling met deskundigen uit de lidstaten organiseren over een bepaalde nationale maatregel waarvan overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van deze beschikking kennis is gegeven. De lidstaat waarvan de maatregel wordt besproken, is bij deze gedachtewisseling vertegenwoordigd. 2. De gedachtewisseling heeft ten doel kwesties van gemeenschappelijk belang vast te stellen. Artikel 6 Evaluatie en herziening De Commissie evalueert het functioneren van het systeem 3 jaar na de inwerkingtreding van deze beschikking en vervolgens geregeld. De Commissie brengt met regelmatige tussenpozen bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de toepassing van deze beschikking en stelt zo nodig wijzigingen voor. Artikel 7 Inwerkingtreding Deze beschikking treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Artikel 8 Adressaten Deze beschikking is gericht tot de lidstaten, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De Voorzitter LEGISLATIVE FINANCIAL STATEMENT 1. NAME OF THE PROPOSAL : Proposal for a Council Decision on the establishment of a mutual information procedure on Member States’ measures in the areas of asylum and immigration 2. ABM / ABB FRAMEWORK Policy Area(s) concerned and associated Activity/Activities: 18 03 Immigration and asylum policy 3. BUDGET LINES 3.1. Budget lines (operational lines and related technical and administrative assistance lines (ex- B..A lines)) including headings : N/A 3.2. Duration of the action and of the financial impact: The proposed legal instrument does indicate neither duration nor revision period. Application of the instrument should start in 2007. 3.3. Budgetary characteristics ( add rows if necessary ) : N/A Budget line | Type of expenditure | New | EFTA contribution | Contributions from applicant countries | Heading in financial perspective | | Year n |Year n+1 |Year n+2 |Year n+3 |Year n+4 |Year n+5 and later |TOTAL | |XX 01 02 11 01 – Missions | | | | | | | | |XX 01 02 11 02 – Meetings & Conferences |0.054 |0.054 |0.054 |0.054 |0.054 |0.054 |0.324 | |XX 01 02 11 03 – Committees[15] | | | | | | | | |XX 01 02 11 04 – Studies & consultations | | | | | | | | |XX 01 02 11 05 - Information systems | | | | | | | | | 2. Total Other Management Expenditure (XX 01 02 11) | | | | | | | | | 3. Other expenditure of an administrative nature (specify including reference to budget line) | | | | | | | | | Total Administrative expenditure, other than human resources and associated costs (NOT included in reference amount) | 0.054 |0.054 |0.054 |0.054 |0.054 |0.054 |0.324 | |Calculation - Other administrative expenditure not included in reference amount 4 meetings for exchange of views on national measures * 27 MS * 500 € [1] - artikel 8, lid 2, van Richtlijn 2001/40/EG van de Raad [onderlinge erkenning van besluiten tot verwijdering]; - artikel 7, lid 3, van Richtlijn 2001/51/EG van de Raad [aanvulling artikel 26 Schengenovereenkomst]; - artikel 27, lid 2, van Richtlijn 〲2001/55/EG van de Raad [tijdelijke bescherming]; - artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2002/90/EG van de Raad [hulpverlening bij illegale binnenkomst]; - artikel 10, lid 2, van Richtlijn 2003/110/EG van de Raad [ondersteuning bij verwijdering door de lucht]; - artikel 26, lid 2, van Richtlijn 2003/9/EG van de Raad [minimumnormen voor de opvang van asielzoekers]; - artikel 38, lid 2, van Richtlijn 2004/83/EG van de Raad [erkenning]; - artikel 19, lid 2, van Richtlijn 200x/xx/EG van de Raad [onderzoekers: nog niet formeel goedgekeurd]; - artikel 43 van Richtlijn 200x/xx/EG van de Raad [asielprocedures: nog niet formeel goedgekeurd]. [2] PB C […] van […], blz. […]. [3] PB C […] van […], blz. […]. [4] Expenditure that does not fall under Chapter xx 01 of the Title xx concerned. [5] Expenditure within article xx 01 04 of Title xx. [6] Expenditure within chapter xx 01 other than articles xx 01 04 or xx 01 05. [7] See points 19 and 24 of the Interinstitutional agreement. [8] Additional columns should be added if necessary i.e. if the duration of the action exceeds 6 years [9] If more than one method is indicated please provide additional details in the "Relevant comments" section of this point [10] As described under Section 5.3 [11] Cost of which is NOT covered by the reference amount [12] Cost of which is NOT covered by the reference amount [13] Cost of which is included within the reference amount [14] Reference should be made to the specific legislative financial statement for the Executive Agency(ies) concerned. [15] Specify the type of committee and the group to which it belongs.