[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 31.8.2005 COM(2005) 403 definitief 2001/0004 COD MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag inzake het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag inzake het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG 1. PROCEDUREVERLOOP Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad [COM(2000) 899 - 2001/0004 (COD)] overeenkomstig artikel 95 van het Verdrag | 26 januari 2001 | Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité | 12 september 2001 | Advies van het Europees Parlement in eerste lezing | 4 juli 2002 | Indiening van het gewijzigde voorstel [COM(2003)48 - 2001/0004 (COD)] | 11 februari 2003 | Vaststelling van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad | 18 juli 2005 | 2. DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE Het doel van oorspronkelijke voorstel was het vrije verkeer van de onder de richtlijn vallende producten te waarborgen en tegelijkertijd de gezondheid en veiligheid en de consumenten op afdoende wijze te beschermen. De eronder vallende producten zijn in hoofdzaak machines en producten die in combinatie met machines worden gebruikt. Overeenkomstig de conclusies in het Molitor-verslag van 1994 had het oorspronkelijke voorstel tot doel verschillende begrippen beter de definiëren, bepaalde aspecten te verduidelijken en te zorgen voor een meer eenvormige toepassing. Daartoe werden de procedures voor de beoordeling van de overeenstemming en voor het markttoezicht explicieter gemaakt, zodat ze niet uiteenlopend konden worden geïnterpreteerd. Het oorspronkelijke voorstel voor een herziening van de machinerichtlijn werd opgesteld op basis van voorstellen van een groep van onafhankelijke deskundigen op hoog niveau met verschillende achtergronden. In het voorstel werd ook rekening gehouden met de ervaring die was opgedaan met de praktische toepassing van de gewijzigde Richtlijn 89/392/EEG[1]. De belangrijkste elementen van het oorspronkelijke voorstel zijn de volgende: - Betere omschrijving van het toepassingsgebied van de richtlijn, verduidelijking van de scheidingslijn met andere richtlijnen, met name de laagspanningsrichtlijn[2] en de liftenrichtlijnen[3], en een duidelijker beschrijving van het concept “pseudo-machines”. - Striktere bepalingen met betrekking tot het markttoezicht en de aanmelding van instanties voor de beoordeling van de overeenstemming. - Invoering van een procedure voor volledige kwaliteitsborging voor bepaalde categorieën van machines. In haar gewijzigde voorstel heeft de Commissie tal van suggesties van het Europees Parlement overgenomen om de richtlijn verder te verbeteren. 3. OPMERKINGEN BIJ HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 3.1. Algemene opmerkingen bij het gemeenschappelijk standpunt Het gemeenschappelijk standpunt is door de Raad unaniem goedgekeurd. Het gewijzigde voorstel van de Commissie wordt hierdoor op een aantal punten aangepast, wat de tekst aanzienlijk verbetert zonder afbreuk te doen aan de oorspronkelijke doelstelling om de tekst duidelijker en makkelijker toepasbaar te maken. Het gemeenschappelijk standpunt bevat de belangrijkste amendementen die het Europees Parlement in eerste lezing had voorgesteld, zoals de invoering van de zelfcertificatie, via de verklaring van overeenstemming van de fabrikant, in plaats van certificatie door een derde partij voor machines met een hogere risicograad ingeval de geharmoniseerde normen volledig van toepassing zijn, en striktere vereisten voor aangemelde instanties. Vele wijzigingen die in het gemeenschappelijk standpunt zijn opgenomen betreffen een betere opmaak van de tekst of zijn redactionele verbeteringen zonder gevolgen voor de eigenlijke inhoud of de praktische toepassing van de richtlijn. Met name de opmaak van bijlage I over fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen is aangepast om hem zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met die van de huidige richtlijn. Bovendien zijn de fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen van de hoofdstukken 7 en 8 van bijlage I bij het gewijzigde voorstel opgenomen in de hoofdstukken 4 en 6 met betrekking tot hijs- en hefwerktuigen en het heffen van personen. 3.2. Amendementen van het Europees Parlement die geheel, gedeeltelijk of in beginsel zijn opgenomen in het gewijzigde voorstel en geheel, gedeeltelijk of in beginsel in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt De volgende amendementen zijn in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen, in sommige gevallen met wijzigingen: 14 over het toepassingsgebied en uitzonderingen (gedeeltelijk), 15 over de definities (gedeeltelijk), 16 over de verwijzing naar Richtlijn 92/59/EEG (volledig), 17 en 82 over de verplichtingen voor het in de handel brengen en het in bedrijf stellen (gedeeltelijk), 18 over het vrij verkeer (volledig), 22 over de beoordeling van de overeenstemming (in beginsel, maar ingevoerd in bijlage I, Algemene beginselen), 23 over de conformiteitsbeoordeling (volledig), 27 over de CE-markering (gedeeltelijk), 30 over de aangemelde instanties (in beginsel), 35 en 45 over veiligheid en betrouwbaarheid van bedieningssystemen (gedeeltelijk), 41 over definities in bijlage I (gedeeltelijk) , 42 over de beginselen van geïntegreerde veiligheid (volledig), 49 over vaste afschermingen (gedeeltelijk), 51 over elektriciteitsvoorziening (in beginsel), 56 over merktekens op machines (gedeeltelijk), 74 over de verklaring van overeenstemming (in beginsel), 75 over de verklaring van overeenstemming (gedeeltelijk), 80 over de minimumcriteria voor de aanmelding van instanties (gedeeltelijk). 3.3. Amendementen van het Europees Parlement die geheel, gedeeltelijk of in beginsel zijn opgenomen in het gewijzigde voorstel en niet in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt De volgende amendementen zijn opgenomen in het gewijzigde voorstel, maar zijn als dusdanig niet in het gemeenschappelijke standpunt overgenomen: 2 over de overweging waarin de uitsluiting van industriële installaties wordt uitgelegd, 3 over de overweging waarin de uitsluiting van medische apparatuur wordt uitgelegd, 47 over de stabiliteit, 59 over gebruiksaanwijzingen voor met de hand vastgehouden en/of geleide draagbare machines, 62 over de proeven voor hijs- of hefmachines, 63 over het sturen van de bewegingen van hijs- en hefmachines, 64 over belastingsbegrenzing van hijs- en hefmachines, 66 over het aanbrengen van merktekens op kettingen en kabels, 69 over het aanbrengen van merktekens op machines voor het heffen of verplaatsen van personen, 72 over de beveiliging van de door de kooi doorlopen ruimte en 76 over de CE-markering. 3.4. Amendementen van het Europees Parlement die niet in het gewijzigde voorstel zijn opgenomen en niet in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt De volgende amendementen zijn niet in het gewijzigde voorstel opgenomen, noch in het gemeenschappelijke standpunt overgenomen: 1 inzake een overweging inzake milieuprestaties, 4 inzake een overweging over machines zonder risico’s, 5 inzake een overweging over verplaatsbaar en niet-verplaatsbaar kermismaterieel, 6, 7 8 en 11 inzake overwegingen over de CE-markering en vrijwillige certificering en markering, 9, 20 en 32 inzake overwegingen over comitologie, 10 inzake een overweging over hoogspanningsapparatuur, 12 inzake een overweging over oudere apparatuur, 13 inzake een overweging over geconsolideerde versies van wetsteksten, 19 inzake geharmoniseerde normen, 24 inzake de beoordeling van de overeenstemming, 25 inzake procedures voor pseudo-machines, 26 inzake aangemelde instanties, 28 en 29 inzake markttoezicht, 31 inzake de vertrouwelijkheid, 33 en 37 inzake de liftenrichtlijn, 34 inzake de evaluatie van de nieuwe aanpak, 35 inzake de inwerkingtreding van de richtlijn, 40 inzake opmerkingen vooraf in de bijlage I, 44 inzake het hanteren en vervoeren van machines, 50 inzake zitplaatsen in machines, 55 inzake het zich ongehinderd moeten kunnen verplaatsen van blootgestelde personen, 58 inzake de gebruiksaanwijzing, 60 inzake eisen in verband met trillingen, 65 inzake hefvlakken, 67 inzake bedieningsorganen voor het heffen of verplaatsen van personen, 70 inzake machines voor het heffen van personen met een verminderde mobiliteit, 71 en 73 inzake bouwliften, 77 inzake het technisch dossier, 78 betreffende bijlage IX, 79 betreffende bijlage X, 83 inzake een overweging over de oprichting van een databank. 3.5. Amendementen van het Europees Parlement die niet in het gewijzigde voorstel zijn opgenomen en in het gemeenschappelijke standpunt zijn verwerkt De volgende amendementen zijn niet opgenomen in het gewijzigde voorstel, maar zijn in het gemeenschappelijke standpunt overgenomen: 48 inzake de vereisten voor afschermingen en veiligheidsvoorzieningen en het deel van amendement 57 over de gebruiksaanwijzing, waardoor de eis vervalt dat “ de gebruiksaanwijzing (…) uitsluitend betrekking (moet) hebben op de machine in kwestie ”. 3.6. Overige door het gemeenschappelijk standpunt van de Raad ingevoerde wijzigingen in vergelijking met het gewijzigde voorstel Wijzigingen in de overwegingen Overweging 1 in het gewijzigde voorstel werd voor de duidelijkheid enigszins aangepast. Overweging 4 in het gewijzigde voorstel werd geschrapt aangezien ze niet meer gegrond was in het licht van de wijzigingen in de tekst van het gemeenschappelijk standpunt. De overwegingen 6 en 7 in het gewijzigde voorstel werden niet opgenomen in het gemeenschappelijk standpunt. Overweging 8 in het gewijzigde voorstel werd opgesplitst in de nieuwe overwegingen 5 en 6 in het gemeenschappelijk standpunt. De nieuwe overweging 6 in het gemeenschappelijk standpunt werd voor de duidelijkheid gewijzigd. Overweging 9 in het gewijzigde voorstel werd als overbodig beschouwd en geschrapt. Een nieuwe overweging 7 waarin de relatie met Richtlijn 89/655/EEG van de Raad wordt verduidelijkt, werd toegevoegd aan het gemeenschappelijk standpunt. Een nieuwe overweging 11 met betrekking tot artikel 9 werd toegevoegd aan het gemeenschappelijk standpunt. Overweging 13 in het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt enigszins gewijzigd. Overweging 14 in het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt enigszins gewijzigd. Overweging 19 werd enigszins gewijzigd om de wijzigingen in artikel 16 van het gemeenschappelijk standpunt weer te geven. Overweging 24 in het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt gewijzigd en vernummerd tot 28. Overweging 27 in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd in een op interinstitutioneel niveau overeengekomen standaardtekst en vernummerd tot 26 in het gemeenschappelijk standpunt. Er werd een nieuwe overweging 27 aan het gemeenschappelijk standpunt toegevoegd waarin de lidstaten worden opgeroepen tabellen op te stellen en te publiceren die het verband weergeven tussen de richtlijn en hun nationale omzettingsmaatregelen. Wijzigingen in de artikels Artikel 1, lid 1, van het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt gewijzigd om een eenduidige opsomming te geven van alle productcategorieën die onder de richtlijn vallen. Artikel 1, lid 2, van het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt gewijzigd om het toepassingsgebied van de richtlijn te verduidelijken, door: - overbodige uitsluitingen van productcategorieën te verwijderen, zoals gewone “ componenten ” onder a), “ industriecomplexen als geheel ” onder m) en “ medische hulpmiddelen ” onder n). Geen daarvan komt overeen met een in artikel 1, lid 1, opgesomde categorieën; - onder d) alle wapens uit te sluiten, aangezien de veiligheidscriteria van de richtlijn niet geschikt zijn voor dit soort producten; - onder e) te verklaren dat landbouw- en bosbouwtrekkers uitgesloten zijn voor de risico’s die onder Richtlijn 2003/37/EG[4] vallen, teneinde de veiligheid van dergelijke machines te verbeteren en een overzicht te maken van de nieuwe wetgevingsbesluiten. - uitzondering h) in te voeren voor “ machines die specifiek zijn ontworpen en gebouwd voor onderzoeksdoeleinden voor tijdelijk gebruik in laboratoria ”. Voor deze machines zou de toepassing van de richtlijn onredelijk zijn. - “ alle soorten motoren ” onder l) van het gewijzigde voorstel te verwijderen, aangezien die reeds in de categorie “ pseudo-machines ” vervat zijn. Artikel 2 in het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt gewijzigd om de juridische duidelijkheid en de leesbaarheid te verbeteren en de tekst beter in overeenstemming te brengen met de beginselen van de nieuwe aanpak: - de inleidende zin werd aangepast zodat duidelijk blijkt wat in deze richtlijn onder " machines " wordt verstaan, namelijk de producten bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met f); - de definities a) en b) van “ machines ” in het gewijzigde voorstel werden redactioneel verbeterd en samengevoegd tot definitie a) in het gemeenschappelijk standpunt; - de definitie d) van “ veiligheidscomponent ” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd en vernummerd tot c) in het gemeenschappelijk standpunt. Daarnaast werd de lijst van veiligheidscomponenten verschoven naar een nieuwe bijlage V en in het gemeenschappelijk standpunt indicatief gemaakt; - er werd een nieuwe definitie e) van “ kettingen, kabels en banden " in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen; - de definitie f) van “ verwijderbare mechanische overbrengingsinrichting” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd; - de definitie g) van “ afscherming van verwijderbare mechanische overbrengingssystemen ” in het gewijzigde voorstel werd als overbodig beschouwd en verwijderd in het gemeenschappelijk standpunt, aangezien dit slechts een van de vele categorieën van veiligheidscomponenten is; - de definitie h) van “ draagbaar werktuig met explosieve lading ” in het gewijzigde voorstel werd als overbodig beschouwd en verwijderd in het gemeenschappelijk standpunt, aangezien dit slechts een van de vele categorieën van machines is; - de definitie i) van “ pseudo-machine ” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd zodat ze beter aansluit bij het begrip “ machine ” en vernummerd tot g) in het gemeenschappelijk standpunt; - de definitie j) van “ in de handel brengen ” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd zodat ze beter afgestemd is op de marktrealiteit voor de producten die onder de machinerichtlijn vallen, en werd vernummerd tot h) in het gemeenschappelijk standpunt; - de definitie k) van “ fabrikant ” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd en vernummerd tot i) in het gemeenschappelijk standpunt; - de definitie m) van “ inbedrijfstelling ” in het gewijzigde voorstel werd aangepast omdat het laatste deel als overbodig werd beschouwd, en vernummerd tot k) in het gemeenschappelijk standpunt; - de definitie n) van “ geharmoniseerde norm ” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd en vernummerd tot l) in het gemeenschappelijk standpunt. Artikel 3 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd. Artikel 4 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd. Artikel 5 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd. Artikel 6 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd. Artikel 8 in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd door rekening te houden met de bijwerking van de lijst van veiligheidscomponenten in artikel 8, lid 1, onder a), door de in artikel 8, lid 1, onder b), bedoelde maatregelen te verschuiven van de regelgevingsprocedure naar de adviesprocedure in artikel 8, lid 2, en door de maatregelen in artikel 8, lid 1, onder c) en d), te schrappen aangezien zij door de wijzigingen aan bijlage I overbodig waren geworden. Ingevolge de bovenstaande wijzigingen werd lid 1, punt e), van artikel 8 van het gewijzigde voorstel vernummerd tot lid 1, punt b). Artikel 9 in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd om de procedure duidelijker te maken. In het gemeenschappelijk standpunt wordt met name als voorwaarde voor de goedkeuring van specifieke maatregelen opgenomen dat de Commissie, overeenkomstig de in artikel 10 bedoelde procedure voor het aanvechten van een geharmoniseerde norm, van mening is dat een geharmoniseerde norm niet geheel voldoet aan de fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen waarop deze norm betrekking heeft, of dat de Commissie, overeenkomstig de in artikel 11 bedoelde procedure, van oordeel is dat een vrijwaringsclausule tegen een product verantwoord is. Artikel 11 in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd zodat de betrokken partijen beter in kennis kunnen worden gesteld van het besluit van de Commissie over de vraag of de door de lidstaten genomen maatregelen al dan niet gerechtvaardigd zijn. Artikel 12 in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd om de leesbaarheid en de praktische toepassing van de richtlijn te verbeteren. - lid 1) van het gewijzigde voorstel werd redactioneel aangepast om rekening houden met de gewijzigde procedures; - de procedure in lid 2) van het gewijzigde voorstel werd geschrapt omdat ze als te bureaucratisch werd beschouwd; - lid 3) in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd en vernummerd tot 2) in het gemeenschappelijk standpunt; - lid 4) in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd, de alternatieve procedure onder b) “ de in bijlage IX bedoelde procedure voor de beoordeling van de geschiktheid wat de geharmoniseerde normen betreft ” werd geschrapt omdat ze geen toegevoegde waarde bood en het lid werd vernummerd tot 3) in het gemeenschappelijk standpunt; - lid 5) in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd en vernummerd tot 4) in het gemeenschappelijk standpunt. Artikel 13 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd en er werden eisen toegevoegd aan het gemeenschappelijk standpunt om een betere traceerbaarheid en een grotere rechtszekerheid te waarborgen. Artikel 14 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd. Artikel 15 in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd door het tweede lid te schrappen. Artikel 16 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd om de praktische toepassing ervan te vergemakkelijken. Artikel 17 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd. Artikel 18 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd. In artikel 19 werd een tweede lid toegevoegd aan het gemeenschappelijk standpunt om het belang van de coördinatie van het markttoezicht te benadrukken. Artikel 22 in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd in een op interinstitutioneel niveau overeengekomen standaardbepaling. Artikel 24 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd en gewijzigd om een eenduidige scheidingslijn te trekken met andere richtlijnen en de terminologie van de machinerichtlijn af te stemmen op die van de liftenrichtlijn. Artikel 25 in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd. Artikel 26 in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd in een op interinstitutioneel niveau overeengekomen standaardformulering. Een nieuw artikel 27 werd toegevoegd aan het gemeenschappelijk standpunt om de geleidelijke opheffing van nationale bepalingen over draagbare bevestigingswerktuigen met explosieve lading en andere slagwerktuigen te vergemakkelijken. Wijzigingen in de bijlagen In bijlage I van het gewijzigde voorstel werden de “Opmerkingen vooraf” omgedoopt tot “Algemene beginselen” en redactioneel verbeterd in het gemeenschappelijk standpunt. Bovendien werd in lid 1 van het gemeenschappelijk standpunt het steeds terugkerende proces van risicobeoordeling en –beperking geschetst. In bijlage I, punt 1.1.1 van het gewijzigde voorstel werden de definities gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met de geijkte normalisatieterminologie en werden voor de duidelijkheid definities van "beoogd gebruik" en "redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik" toegevoegd in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.1.2 – “Beginselen van geïntegreerde veiligheid” in het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt redactioneel verbeterd. Bijlage I, punt 1.1.3 – “Ergonomie” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd en vernummerd tot 1.1.6 in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.1.5 – “Verlichting” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd en vernummerd tot 1.1.4 in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.1.6 – “Ontwerp van de machine met het oog op het hanteren ervan” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd en vernummerd tot 1.1.5 in het gemeenschappelijk standpunt. Voor bijlage I, punt 1.2.1 – “Veiligheid en betrouwbaarheid van de bedieningssystemen” in het gewijzigde voorstel werd het concept beter omschreven in het gemeenschappelijk standpunt in het licht van de ervaringen met de toepassing van de richtlijn. Punt 1.2.2 – “Bedieningsorganen” van bijlage I in het gewijzigde voorstel kreeg in de Engelse versie van het gemeenschappelijk standpunt opnieuw zijn oorspronkelijke naam “Control devices” en werd gewijzigd rekening houdend met de praktische ervaringen met de toepassing van de richtlijn. Bijlage I, punt 1.2.3 – “In werking stellen” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt rekening houdend met de industriële praktijk. Bijlage I, punt 1.2.4 – “Stopzetting” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd en een punt 1.2.4.2 “Operationele stop” werd in het gemeenschappelijk standpunt toegevoegd om veilige bedrijfspraktijken te bevorderen. Bijlage I, punt 1.2.5 – “Keuzeschakelaar voor de bedieningswijze of bedrijfsmodus” in het gewijzigde voorstel kreeg als nieuw titel “Keuze van de bedienings- of bedrijfsmodus” en werd enigszins gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.2.6 – “Defecten in de energievoorziening” in het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt verder uitgewerkt. Bijlage I, punt 1.2.7 – “Defecten in het bedieningscircuit” in het gewijzigde voorstel werd geschrapt aangezien werd geoordeeld dat dit risico genoegzaam is behandeld in het nieuwe punt 1.2.1 “Veiligheid en betrouwbaarheid van de bedieningssystemen” van het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.2.8 – “Programmatuur” in het gewijzigde voorstel werd geschrapt aangezien werd geoordeeld dat dit risico genoegzaam is behandeld in het nieuwe punt 1.7.1.1 “Informatie en informatiesystemen” van het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.3 – “Maatregelen ter beveiliging tegen mechanische gevaren” in het gewijzigde voorstel werd voor de duidelijkheid redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.4 – “Vereiste eigenschappen van de afschermingen en veiligheidsvoorzieningen” in het gewijzigde voorstel werd voor de duidelijkheid redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.5 – “Vereiste eigenschappen van de werkplekken en/of bestuurdersplaatsen” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd en verduidelijkt, aangezien ervan werd uitgegaan dat sommige delen onder het nieuwe punt 1.2 – “Besturingssystemen” van het gemeenschappelijk standpunt vallen. De daaruit voortvloeiende tekst werd verschoven naar punt 1.1.7 - ”Bedienerspost” en 1.1.8 – “Zitplaats” in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.6 – “Risico's ingevolge andere gevaren” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel verbeterd en vernummerd tot 1.5 in het gemeenschappelijk standpunt. Daarnaast werden de punten 1.6.9 – “Geluidsoverlast”, 1.6.10 – “Trillingen”, 1.6.11 – “Straling”, 1.6.14 – “Emissie van gevaarlijke materialen en stoffen” en 1.6.16 – “Risico van uitglijden, struikelen of vallen” in het gewijzigde voorstel enigszins gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt, om ze te vereenvoudigen en de toepassing ervan doeltreffender te maken. Bijlage I, punt 1.7 – “Onderhoud” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd en vernummerd tot 1.6 in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.8 – “Informatie en waarschuwingen op de machine” en 1.9 - “Merktekens op machines” in het gewijzigde voorstel werden ter vereenvoudiging en voor de duidelijkheid gewijzigd en opgenomen in het nieuwe punt 1.7 – “Informatie” in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 1.10 – “Gebruiksaanwijzing” in het gewijzigde voorstel werd aanzienlijk verbeterd en verduidelijkt rekening houdend met de ervaringen bij de praktische toepassing van de richtlijn, en in punt 1.7 van het gemeenschappelijk standpunt opgenomen als 1.7.4 – “Gebruiksaanwijzing”. Bijlage I, punt 2.1 – “Machines voor levensmiddelen en machines bestemd voor cosmetische en farmaceutische producten” in het gewijzigde voorstel werd enigszins aangepast in het gemeenschappelijk standpunt op grond van de praktische ervaringen met de toepassing van de richtlijn. Bijlage I, punt 2.2 – “Met de hand vastgehouden en/of handgeleide draagbare machines” in het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt gewijzigd. Bijlage I, punt 2.3 – “Draagbare werktuigen met explosieve lading” in het gewijzigde voorstel werd in het gemeenschappelijk standpunt gewijzigd en vernummerd tot 2.2.2 – “Draagbare bevestigings- en andere slagwerktuigen”. Bijlage I, punt 2.4 – “Machines voor de bewerking van hout en soortgelijke materialen” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd en vernummerd tot 2.3 “Machines voor de bewerking van hout en materialen met gelijkaardige fysieke kenmerken” in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 3.1 – “Algemeen” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 3.1.2 – “Verlichting” in het gewijzigde voorstel werd geschrapt, aangezien werd geoordeeld dat dit risico genoegzaam is behandeld in algemene eis 1.1.4 - “Verlichting” in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 3,2 – “Werkplaatsen” in het gewijzigde voorstel werd enigszins gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 3.3 – “Bedieningssystemen” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 3.4 – “Maatregelen ter beveiliging tegen mechanische gevaren” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt in het licht van de ervaringen met de toepassing van de richtlijn en om het te vereenvoudigen en de innovatie te bevorderen. Bijlage I, punt 3.5 – “Maatregelen ter beveiliging tegen andere gevaren” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 3.6 – “Aanduidingen” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Voor bijlage I, punt 4.1 – “Algemeen” in het gewijzigde voorstel werd een aantal redactionele wijzigingen aangebracht in het gemeenschappelijk standpunt. Bovendien werd bijlage I, punt 4.1.1 – “Definities” in het gewijzigde voorstel in het gemeenschappelijk standpunt gewijzigd om het beter in overeenstemming te brengen met de geijkte normalisatieterminologie. De definities van “Strop”, “Hijs- of hefhulpstuk” en “Nominale belasting” in het gewijzigde voorstel werden als overbodig beschouwd en geschrapt, terwijl de definitie van "Drager” werd verschoven van 6.1.1 – “Definitie” in het gewijzigde voorstel naar 4.1.1 – “Definities” in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 4.1.2.1 – “Risico's door onvoldoende stabiliteit” werd aan het gemeenschappelijk standpunt toegevoegd omdat werd geoordeeld dat het in Richtlijn 98/37/EG nuttig was geweest. Daarnaast werd punt 4.1.2.8 - “Machines die vaste stopplaatsen bedienen” aan het gemeenschappelijk standpunt toegevoegd omdat het nuttige algemene eisen bevat voor dergelijke hijs- en hefmachines. Bijlage I, punt 4.1.3 – “Geschiktheid voor het beoogde gebruik” werd aan het gemeenschappelijk standpunt toegevoegd omdat werd geoordeeld dat het in Richtlijn 98/37/EG nuttig was geweest. Bijlage I, punt 4.2.4 – “Gevaren voor de blootgestelde personen” in het gewijzigde voorstel werd geschrapt, aangezien werd geoordeeld dat het is behandeld in het nieuwe punt 4.1.2.8 - “Machines die vaste stopplaatsen bedienen”. Bijlage I, punt 4.3 – “Merktekens” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt om de terminologie af te stemmen op die van de thans gebruikte normen. Bijlage I, punt 4.4 – “Gebruiksaanwijzing” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt om de terminologie af te stemmen op die van de thans gebruikte normen. Bijlage I, punt 5. – “Aanvullende essentiële veiligheids- en gezondheidseisen voor machines die bestemd zijn voor gebruik bij ondergrondse werkzaamheden” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt en punt 5.3 – “Verlichting” in het gewijzigde voorstel werd geschrapt, omdat werd geoordeeld dat het risico genoegzaam is behandeld in algemene eis 1.1.4 - “Verlichting” in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 6.1. – “Algemeen” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt door er algemene eisen uit hoofdstuk 8 van het gewijzigde voorstel in op te nemen, en punt 6.1.1 – “Definitie” in het gewijzigde voorstel werd verschoven naar 4.1.1 – “Definities” in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 6.2 – “Bedieningsorganen” in het gewijzigde voorstel werd enigszins gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage I, punt 6.3 – “Gevaren voor de personen die zich in de drager bevinden” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt en 6.3.3 – “Risico in verband met voorwerpen die op de drager vallen” werd in het gemeenschappelijk standpunt overgenomen uit 8.1 “Kooi” in het gewijzigde voorstel. Bijlage I, punt 6.4 – “Machines die vaste stopplaatsen bedienen” in het gewijzigde voorstel werd aan het gemeenschappelijk standpunt toegevoegd waardoor eisen uit hoofdstuk 7 en 8 van het gewijzigde voorstel meer algemeen worden opgenomen. Bijlage I, punt 6.5 – “Merktekens” in het gewijzigde voorstel werd enigszins gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt, waarbij essentiële informatie nader werd omschreven. In bijlage I werden de fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen in de hoofdstukken 7 en 8 van het gewijzigde voorstel herwerkt tot meer algemene eisen in de hoofdstukken 4 en 5 van het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage II – “Inhoud van de verklaringen” in het gewijzigde voorstel werd enigszins gewijzigd en de eisen in punt 2. – “Bewaring” van het gemeenschappelijk standpunt zijn er overgebracht uit de bijlagen VII, X en XI van het gewijzigde voorstel. Bijlage III – “CE-markering” in het gewijzigde voorstel werd enigszins gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt en de eisen in de laatste alinea met betrekking tot het identificatienummer van de aangemelde instantie zijn er overgebracht uit bijlage XI van het gewijzigde voorstel. Bijlage IV – “Categorieën machines waarvoor een van de in artikel 12, leden 4 en 5, bedoelde procedures moet worden gevolgd” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt en drie categorieën die reeds aanwezig waren in Richtlijn 98/37/EG – “21. Logische eenheden voor veiligheidsfuncties”, “22. Kantelbeveiligingsinrichtingen (ROPS)” en “23. Constructies ter bescherming tegen vallende voorwerpen (FOPS)” werden nuttig geacht en aan de lijst toegevoegd. Bijlage V – “Indicatieve lijst van de veiligheidscomponenten bedoeld in artikel 2, punt c)” zijn er overgebracht uit artikel 2 van het gewijzigde voorstel en redactioneel gewijzigd in het gemeenschappelijk standpunt. Bovendien werden de categorieën “2. Beveiligingsinrichtingen voor de detectie van personen”, “8. Bewakingsvoorzieningen voor belastingsbegrenzing en beheersing van de bewegingen bij hijs- en hefmachines”, “11. Ontladingssystemen om accumulatie van potentieel gevaarlijke elektrostatische lading te voorkomen”, “12. Energiebeperkingsvoorzieningen en voorzieningen voor drukontlasting als bedoeld in de punten 1.5.7, 3.4.7 en 4.1.2.6 van bijlage I”, “13. Systemen en voorzieningen om geluidsemissies en trillingen te beperken”, “14. Kantelbeveiligingsinrichtingen (ROPS)”, “15. Constructies ter bescherming tegen vallende voorwerpen (FOPS)”, “16. Met twee handen te bedienen bedieningsorganen” en “17. In de volgende lijst opgenomen componenten voor machines voor het heffen en/of laten dalen van personen tussen verschillende stopplaatsen …” toegevoegd aan de indicatieve lijst in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage VI – “Technisch dossier voor machines” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd rekening houdend met de praktische ervaringen met de toepassing van de richtlijn en vernummerd tot bijlage VII in het gemeenschappelijk standpunt. Deel B waarin de eisen worden geschetst met betrekking tot “Relevante technische documenten voor niet voltooide machines” werd aan het gemeenschappelijk standpunt toegevoegd. Bijlage VII – “Beoordeling van de overeenstemming met interne controle van de bouw van een machine” in het gewijzigde voorstel werd redactioneel gewijzigd en vernummerd tot Bijlage VIII in het gemeenschappelijk standpunt. Daarnaast werden bepaalde verplichtingen met betrekking tot de EG-verklaring van overeenstemming, de CE-markering en het technisch dossier geschrapt omdat zij reeds behandeld waren in artikel 5 en in de nieuwe bijlage VII in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage VIII – “Beoordeling van de overeenstemming voor een machine zonder intrinsiek gevaar voor de veiligheid en gezondheid” in het gewijzigde voorstel werd geschrapt aangezien de procedure voor de beoordeling van de overeenstemming in artikel 12 waarin verwezen werd naar deze bijlage was geschrapt. Bijlage IX – “Beoordeling van de geschiktheid van een in bijlage IV bedoelde machine wat de geharmoniseerde normen betreft” in het gewijzigde voorstel werd geschrapt aangezien de procedure voor de beoordeling van de overeenstemming in artikel 12 waarin verwezen werd naar deze bijlage was geschrapt. Bijlage X – “EG-typeonderzoek van een in bijlage IV bedoelde machine” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd en vernummerd tot bijlage IX “ EG-typeonderzoek” in het gemeenschappelijk standpunt. Bepaalde verplichtingen met betrekking tot de EG-verklaring van overeenstemming, de CE-markering en het technisch dossier werden geschrapt omdat zij reeds behandeld waren in artikel 5. Daarnaast werden eisen met betrekking tot de geldigheid van de verklaring van EG-typeonderzoek en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden van de fabrikant en de aangemelde instantie toegevoegd. Bijlage XI – “Volledige kwaliteitsborging voor een in bijlage IV bedoelde machine” in het gewijzigde voorstel werd gewijzigd en vernummerd tot bijlage X - “Volledige kwaliteitsborging” in het gemeenschappelijk standpunt. Bepaalde verplichtingen met betrekking tot de EG-verklaring van overeenstemming, de CE-markering en het technisch dossier werden geschrapt omdat zij reeds behandeld waren in artikel 5 en de nieuwe bijlage III. Bijlage XII – “Door de lidstaten in acht te nemen minimumcriteria voor de aanmelding van keuringsinstanties” in het gewijzigde voorstel werd enigszins gewijzigd en vernummerd tot bijlage XI in het gemeenschappelijk standpunt. Bijlage XIII – “Concordantietabel” in het gewijzigde voorstel, waarin het verband wordt aangegeven tussen delen van Richtlijn 98/37/EG en de delen van de herziene richtlijn met betrekking tot hetzelfde onderwerp, werd bijgewerkt en vernummerd tot bijlage XII in het gemeenschappelijk standpunt. 4. CONCLUSIE De Commissie is van mening dat in het gemeenschappelijk standpunt dat op 18 juli 2005 unaniem werd goedgekeurd, bepaalde kwesties en begrippen verder worden verduidelijkt en de formulering van bepaalde eisen wordt verbeterd, zonder afbreuk te doen aan de doestellingen en de opzet van haar voorstel. De Commissie kan dan ook instemmen met het gemeenschappelijk standpunt. 5. VERKLARINGEN De Commissie heeft de volgende verklaringen afgelegd: Ad artikel 1, lid 2, onder e), eerste streepje, met betrekking tot de uitsluiting van landbouw- en bosbouwtrekkers van het toepassingsgebied van de richtlijn: "De Raad en de Commissie verklaren dat Richtlijn 2003/37/EG betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers en aanhangwagens, verwisselbare getrokken machines, systemen, onderdelen en technische eenheden daarvan, moet worden gewijzigd teneinde alle gezondheidsaspecten en aspecten betreffende de veiligheid van landbouw- en bosbouwtrekkers in eenzelfde harmonisatierichtlijn te beschouwen en alle relevante risico's van de machinerichtlijn te behandelen. Bij de wijziging van Richtlijn 2003/37/EG dient ook de machinerichtlijn te worden gewijzigd; met name de zinsnede "voor de risico's" in artikel 1, lid 2, onder e), eerste streepje, dient te worden geschrapt." Ad artikel 7 met betrekking tot het vermoeden van overeenstemming en geharmoniseerde normen: "De Commissie verklaart dat zij, bij het verstrekken van normalisatieopdrachten als bedoeld in artikel 2, punt l), al het mogelijke zal doen opdat voor iedere norm waarvan de gegevens in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt, aan potentiële gebruikers van die normen informatie over de samenhang tussen de bepalingen ervan en de fundamentele gezondheids- en veiligheidseisen wordt verstrekt. In het kader van de herziening van de nieuwe aanpak zal verder worden verduidelijkt hoe die geharmoniseerde informatievereisten op horizontaal niveau in alle "nieuwe-aanpakrichtlijnen" moeten worden nagekomen." Ad artikel 16, lid 3 met betrekking tot de CE-markering: "In het kader van de herziening van de nieuwe aanpak zal de Commissie, onverminderd de inachtneming van de communautaire regelgeving, de voorwaarden verduidelijken voor het aanbrengen van andere – nationale, Europese en particuliere – markeringen in verband met de CE-markering." [1] Richtlijn 89/392/EEG van de Raad van 14 juni 1989 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines, PB L 183 van 29.6.1989, blz. 9. Deze richtlijn werd gecodificeerd door Richtlijn 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines, PB L 331 van 23.7.1998, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 98/79/EG (PB L 331 van 7.12.1998, blz. 1). [2] Richtlijn 73/23/EEG van de Raad van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen, PB L 77 van 26.3.1973, blz. 29. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 93/68/EEG (PB L 220 van 30.08.2003, blz. 1). [3] Richtlijn 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende liften, PB L 213 van 7.09.1995, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1). [4] Richtlijn 2003/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de typegoedkeuring van landbouw- of bosbouwtrekkers en aanhangwagens, verwisselbare getrokken machines, systemen, onderdelen en technische eenheden daarvan. PB L 171 van 9.7.2003, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2004/66/EG van de Raad (PB L 168 van 1.5.2004, blz. 35).