Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake een communautaire vergunning voor luchtverkeersleiders (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend) /* COM/2005/0293 def. - COD 2004/0146 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 23.06.2005 COM(2005) 293 definitief 2004/0146 (COD) Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake een communautaire vergunning voor luchtverkeersleiders (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend) 2004/0146 (COD) Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake een communautaire vergunning voor luchtverkeersleiders Achtergrond Verzending van de voorstellen naar de Raad en het Europees Parlement (COM(2004) 0473 – 2004/0146(COD)) overeenkomstig artikel 80, lid 2, van het Verdrag | 12 juli 2004 | Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité | 9 maart 2005 | Advies van het Comité van de Regio's | Geen advies | Advies van het Europees Parlement - eerste lezing | 8 maart 2005 | DOEL VAN HET VOORSTEL Het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake een communautaire vergunning voor luchtverkeersleiders is een van de belangrijkste onderdelen van het pakket over het gemeenschappelijk luchtruim. De vergunning draagt ertoe bij dat de specifieke vaardigheden van luchtverkeersleiders op communautair niveau worden erkend. Geharmoniseerde vaardigheden van hoge kwaliteit maken deel uit van een breder communautair veiligheidsbeleid en dragen bij tot een flexibeler organisatie van het personeelsbestand, met name met het oog op grensoverschrijdende dienstverlening en de oprichting en het beheer van functionele luchtruimblokken. OPMERKINGEN OVER DE AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT Inleiding Het Europees Parlement heeft 21 amendementen goedgekeurd, waarvan er 18 door de Commissie worden aanvaard (zie 3.2 en 3.3) en 3 verworpen (zie 3.4). Door de Commissie aanvaarde amendementen De Commissie aanvaardt alle amendementen die betrekking hebben op het opstellen van veiligheidsnormen of waarin het belang van deze normen wordt onderstreept, namelijk de amendementen 1, 2, 3, 5, 7, 8, 9, 11, 12, 13 en 15. De Commissie steunt ook het standpunt van het Parlement met betrekking tot amendementen waarin een delicaat evenwicht wordt nagestreefd tussen veiligheidseisen en mobiliteitsverwachtingen, zoals amendement 16 (inzake "nationale" aantekeningen) en amendementen 10 en 17 (inzake taalkennis). Naar aanleiding van amendement 10 wordt in het gewijzigde voorstel de volledige certificeringsprocedure vervangen door een specifieke goedkeuringsprocedure van de taalkennistest, zoals voorgesteld door het Parlement. De amendementen 10 en 17 hebben tot gevolg dat artikel 8, lid 4, als volgt wordt herschreven: Artikel 8 4. De lidstaten kunnen eisen inzake kennis van de plaatselijke taal stellen wanneer dit noodzakelijk voor de veiligheid wordt geacht. Onverminderd het bepaalde in lid 1 kunnen de lidstaten in bepaalde gevallen en om […] veiligheidsredenen eisen dat niveau 5 van de […] schaal voor de beoordeling van talenkennis , zoals gespecificeerd in bijlage II , voor het Engels en/of de plaatselijke taal wordt behaald, wanneer de operationele omstandigheden voor de [..] beoordeling of de vermelding zulks rechtvaardigen. Een dergelijke eis moet met redenen worden omkleed en moet niet-discriminerend, proportioneel en transparant zijn. De talenkennis moet worden aangetoond aan de hand van een certificaat dat wordt afgegeven na een transparante en objectieve beoordelingsprocedure die door de nationale toezichthoudende instantie is goedgekeurd. [1] De Commissie steunt amendement 18 met betrekking tot boekhoudnormen, waarin wordt voorgesteld artikel 11, lid 1, te schrappen. Door de Commissie gedeeltelijk of in beginsel aanvaarde amendementen De Commissie stemt in met het voorstel de uitvoering van de Richtlijn te laten volgen door sociale partners (amendement 6) en met de verwijzing naar de nationale sociale wet- en regelgeving inzake mobiliteit (amendement 20), voorzover deze ideeën worden opgenomen in de overwegingen en overeenkomstig de passende regels voor het opstellen van wetteksten worden geformuleerd. Het idee om te voorzien in opleiding in veiligheid, beveiliging en crisisbeheer, zoals vermeld in amendement 14, wordt opgenomen in bijlage I, deel A, waarin de vereisten voor de initiële opleiding tot luchtverkeersleider zijn vastgesteld. De amendementen 6, 14 en 20 hebben tot gevolg dat overweging 16 en bijlage I, deel A, worden herschreven en dat een nieuwe overweging 16 bis wordt toegevoegd: (16) Verder kan deze richtlijn van invloed zijn op de dagelijkse werkpraktijk van de luchtverkeersleiders. De sociale partners moeten op passende wijze worden geïnformeerd en geraadpleegd over alle maatregelen met grote maatschappelijke consequenties. Daarom is overleg gepleegd en moet over alle toekomstige ontwikkelingen overleg worden gepleegd met het Comité voor de sectoriële dialoog dat is ingesteld bij Besluit 1998/500/EG van de Commissie van 20 mei 1998 betreffende de oprichting van Comités voor de sectoriële dialoog tussen de sociale partners op Europees niveau. Bijlage I, deel A Alinea 2: De initiële opleiding heeft betrekking op de volgende thema's: luchtvaartwetgeving, luchtverkeersbeheer, inclusief procedures voor samenwerking tussen militaire en burgerluchtvaart, meteorologie, navigatie, luchtvaartuigen en beginselen van de luchtvaart, inclusief heldere communicatie tussen luchtverkeersleiders en piloten, menselijke factoren, uitrusting en systemen, beroepsomgeving, ongewone en noodsituaties, inclusief beveiliging en crisisbeheer , systeemdefecten, talenkennis, inclusief radiotelefoniejargon. (16 bis) De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat de rechten en verplichtingen die van toepassing zijn op de arbeidsrelatie tussen de luchtverkeersleider en de werkgever in overeenstemming zijn met de nationale bepalingen die van toepassing zijn in de lidstaat waar de luchtverkeersleider zijn werkzaamheden gewoonlijk verricht, ongeacht het luchtruim waarvoor de luchtverkeersleider verantwoordelijk is. Afgewezen amendementen De Commissie kan amendement 19 niet aanvaarden. Zij is van mening dat andere communautaire wetgeving reeds voldoende garandeert dat de internationale boekhoudnormen worden nageleefd. De Commissie kan ook de amendementen 4 en 21 niet aanvaarden. Amendement 4 zou tot gevolg hebben dat de invoering van de communautaire normen vertraging oploopt en dat de communautaire en de nationale vergunningssystemen naast elkaar bestaan. Dit is niet aanvaardbaar vanuit het oogpunt van de veiligheid. Amendement 21 wordt verworpen omdat het afwijkt van de standaardbepaling inzake sancties. Conclusie Krachtens artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel zoals hierboven aangegeven. [1] Wijzigingen die door het Parlement zijn aangebracht in het voorstel van de Commissie zijn cursief en vet gedrukt. De wijzigingen die de Commissie in haar voorstel heeft aangebracht naar aanleiding van de door het Parlement aangebrachte wijzigingen zijn onderstreept.