[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 17.06.2005 COM(2005) 272 definitief 2005/0064(SYN) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 252, onder b), eerste alinea, van het EG-Verdrag Gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid 1. ACHTERGROND Met haar mededeling van 3 september 2004 met als titel “Versterking van de economische governance en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van het stabiliteits- en groeipact” heeft de Commissie de aanzet gegeven tot een discussie over de hervorming van het stabiliteits- en groeipact (SGP). Op 20 maart 2005 heeft de Raad politieke overeenstemming bereikt over een hervorming van het SGP en zijn goedkeuring gehecht aan een verslag getiteld “De uitvoering van het stabiliteits- en groeipact verbeteren”. De Europese Raad heeft dit verslag bekrachtigd in zijn conclusies van 23 maart 2005, waarin wordt verklaard dat het verslag een bijwerking en aanvulling vormt van het SGP. In dezelfde conclusies heeft de Europese Raad de Commissie verzocht voorstellen in te dienen tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1466/97 en 1467/97 van de Raad in de zin van het verslag van de Raad. Het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid werd op 20 april 2005 door de Commissie aangenomen en op 21 april 2005 bij de Raad ingediend. Het ging vergezeld van een voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten. Het hervormingspakket is op 3 mei 2005 vervolledigd met de bijdrage van de diensten van de Commissie aan de werkzaamheden van de Raad met het oog op de opstelling van een herziene gedragscode. Op 9 juni 2005 heeft het Europees Parlement zijn advies in eerste lezing uitgebracht (verslag-Karas). Op 13 juni 2004 heeft de Raad zijn gemeenschappelijk standpunt met het oog op de aanneming van de verordening vastgesteld. 2. DOEL VAN HET COMMISSIEVOORSTEL Het voorstel van de Commissie heeft ten doel Verordening (EG) nr. 1466/97 zodanig te wijzigingen dat de overeengekomen verbeterde uitvoering van het stabiliteits- en groeipact volledig wordt toegepast. Het Commissievoorstel brengt tevens een aantal wijzigingen van technische aard aan in Verordening (EG) nr. 1466/97 om deze in overeenstemming te brengen met het verslag van de Raad van 20 maart 2005 en om de beoordeling van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s vlotter te laten verlopen. 3. OPMERKINGEN OVER HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 3.1 Eerste lezing door het Europees Parlement Het Europees Parlement heeft een reeks amendementen goedgekeurd die het belang van betrouwbare begrotingsstatistieken onderlijnen (de Commissie zou onder meer de mogelijkheid krijgen financiële auditbezoeken te verrichten), waarin wordt voorgesteld de door de lidstaten verstrekte gegevens te vergelijken met die van de nationale centrale banken en de Europese Centrale Bank, waarbij het toezicht op de verwezenlijking van de middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen wordt aangescherpt, en die ertoe leiden dat bij de beoordeling van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s sterker de nadruk wordt gelegd op de dynamiek van de overheidsschuld. 3.2 Algemene opmerkingen over het gemeenschappelijk standpunt Het gemeenschappelijk standpunt bevat een aantal wijzigingen van overwegend redactionele aard ten opzichte van het Commissievoorstel en wijkt tevens op de volgende punten af van dit voorstel: - procedure voor de vaststelling van middellangetermijndoelstellingen per land . In het kader van de hervorming van het SGP is afgesproken dat alle lidstaten een gedifferentieerde middellangetermijndoelstelling vaststellen voor hun begrotingssituatie. Bij de vaststelling van dergelijke gedifferentieerde middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen moeten passende economische afwegingen worden gemaakt en moeten de overeengekomen beginselen op consequente wijze worden toegepast. Dit laatste is alleen maar mogelijk indien de middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen in het kader van een gemeenschappelijke procedure worden besproken. De Commissie had voorgesteld (artikel 2 bis van het Commissievoorstel) om de middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen per land vast te stellen in het kader van de procedure van artikel 99, lid 2, van het Verdrag. De Raad is het er weliswaar mee eens dat een gemeenschappelijke procedure moet worden gevolgd, maar vond dat dit doel ook kan worden bereikt indien elke lidstaat zijn middellangetermijnbegrotingsdoelstelling uiteenzet in zijn stabiliteits- of convergentieprogramma, na een bespreking in het Economisch en Financieel Comité. In hun beoordeling van en hun advies over de programma’s beoordelen de Commissie en de Raad of de door de lidstaten gepresenteerde middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen adequaat zijn; - inaanmerkingneming van pensioenhervormingen die gepaard gaan met de invoering van een meerpijlerstelsel dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking omvat. De Raad heeft bepalingen in de verordening ingevoegd die meer duidelijkheid scheppen over deze kwestie (lid 1 van de artikelen 5 en 9). Thans wordt bepaald dat lidstaten die dergelijke hervormingen doorvoeren, wordt toegestaan van het aanpassingstraject in de richting van hun middellangetermijnbegrotingsdoelstelling of van de doelstelling zelf af te wijken, met dien verstande dat de afwijking de nettokosten van de hervorming van de openbaar beheerde pijler moet weerspiegelen en een tijdelijk karakter moet hebben, en dat een passende veiligheidsmarge ten opzichte van de referentiewaarde voor het tekort dient te worden aangehouden; - invoering van een benchmark voor de begrotingsaanpassing voor tot de eurozone of tot WKM II behorende lidstaten die de middellangetermijnbegrotingsdoelstelling nog niet hebben bereikt. De Commissie had voorgesteld om in de verordening (lid 1 van artikel 5) het beginsel op te nemen dat lidstaten die de middellangetermijnbegrotingsdoelstelling nog niet hebben bereikt, een minimale jaarlijkse begrotingsinspanning moeten leveren, zonder evenwel de omvang van de te leveren inspanning te specificeren. De Raad is een stap verder gegaan door in de verordening (lid 1 van de artikelen 5 en 9) een percentage van 0,5% van het BBP op te nemen als benchmark voor de jaarlijkse verbetering van het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, welke moet worden nagestreefd door tot de eurozone of WKM II behorende lidstaten die de middellangetermijnbegrotingsdoelstelling nog niet hebben bereikt. Dit percentage wordt ook genoemd in het verslag van de Raad van 20 maart 2005; - invoering van een marge voor de middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen van de lidstaten die tot de eurozone of WKM II behoren. In het Commissievoorstel was geen verwijzing naar een marge voor de middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen opgenomen. De Raad heeft besloten om in de verordening (artikel 2 bis) te bepalen dat voor de lidstaten die tot de eurozone of tot WKM II behoren, middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen per land moeten worden bepaald die binnen een vastgestelde marge tussen –1% van het BBP en evenwicht of overschot liggen, na correctie voor conjunctuurschommelingen en ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen. Deze marge wordt ook genoemd in het verslag van de Raad van 20 maart 2005. In zijn gemeenschappelijk standpunt met het oog op de vaststelling van de verordening heeft de Raad geen bepalingen opgenomen waarin met de amendementen van het Europees Parlement rekening werd gehouden. Er zij evenwel op gewezen dat de door de Raad in het Commissievoorstel aangebrachte wijzigingen in de richting gaan van een verdere verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de preventieve instrumenten van het SGP en daarmee in de lijn liggen van de algemene strekking van de amendementen van het Parlement. Andere door het Parlement voorgestelde wijzigingen, namelijk die op statistisch gebied, zijn door de Raad in overweging genomen bij de definitieve vaststelling van besluiten die directer verband houden met statistieken van de overheidsfinanciën. 3. CONCLUSIES EN ALGEMENE OPMERKINGEN De Commissie is van oordeel dat het gemeenschappelijk standpunt van de Raad alle essentiële onderdelen van haar oorspronkelijke voorstel bevat en al met al als een evenwichtig compromis kan worden bestempeld. Zij kan alle door de Raad in haar voorstel aangebrachte wijzigingen aanvaarden. Zij is evenwel ook van mening dat de overneming van sommige van de door het Europees Parlement voorgestelde amendementen, en met name die met betrekking tot de bewaking van de ontwikkeling van de overheidsschuld, de voorgestelde verordening nog zou hebben aangescherpt. De verordening zal bijdragen tot een effectieve uitoefening van het multilaterale toezicht en een doelmatige coördinatie van het economisch beleid in de EU, met name wat het begrotingsbeleid betreft.