52005PC0117

Voorstel voor een verordening van de Raad houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht {SEC(2005) 426 } /* COM/2005/0117 def. - CNS 2005/0045 */


Brussel, 6.4.2005

COM(2005) 117 definitief

2005/0045 (CNS)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht

(door de Commissie ingediend) {SEC(2005) 426 }

TOELICHTING

Het is van groot belang de financiële steun die ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) wordt verleend, doeltreffender te maken. Met het oog op de coherentie en de relevantie van die financiële steun moet worden gezorgd voor meer complementariteit en eenvoudigere, uniformere en beter gecoördineerde procedures, waarbij het niet alleen om de Europese Unie zelf gaat, maar ook om de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties.

1. ONDERWERP EN TOEPASSINGSGEBIED (HOOFDSTUK I)

Het bijgaande voorstel voor een verordening van de Raad bevat de kaderregeling voor de verlening van financiële steun ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het GVB. Het vormt een aanvulling op de eerder voorgestelde verordening van de Raad tot oprichting van een Europees Visserijfonds. De steun waarin de nu voorgestelde verordening voorziet, betreft met name de volgende gebieden: controle en handhaving, instandhoudingsmaatregelen, het verzamelen van gegevens en verbetering van de wetenschappelijke adviezen, bestuur, internationale betrekkingen en het zeerecht.

2. DOELSTELLINGEN (HOOFDSTUK II)

Om de steunverlening op de genoemde gebieden te verbeteren worden in de bijgaande verordening specifieke doelstellingen voor elk van die gebieden aangegeven. Deze doelstellingen kunnen als volgt worden samengevat:

Wat controle en handhaving betreft, gaat het erom de controle van de visserijactiviteiten te verbeteren om activiteiten die nadelig zijn voor de instandhouding van de visserijhulpbronnen in en buiten de communautaire wateren, tegen te gaan. Daartoe moet de Gemeenschap financiële steun verlenen aan de lidstaten om te werken aan de zwakke punten van hun visserijcontroleprogramma’s. Voorts moeten de evaluatie en de controle van de wijze waarop de lidstaten de GVB-regels toepassen, worden gefinancierd. Ten slotte moet financiële steun worden verleend voor de coördinatie van de controlemaatregelen, waarbij de nadruk moet liggen op de gezamenlijke inzet van nationale inspectie- en bewakingssystemen met medewerking van het Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC).

Op het gebied van het verzamelen van gegevens en wetenschappelijke advisering gaat het om het verzamelen en het beheer van de gegevens die nodig zijn om de toestand van de visserijhulpbronnen en de activiteiten van de visserijsector in en buiten de communautaire wateren te kunnen evalueren. Daartoe moet de Gemeenschap aan de lidstaten financiële steun verlenen voor de samenstelling van meerjarenreeksen van geaggregeerde met wetenschappelijke methoden verkregen gegevens die biologische, milieu- en economische informatie omvatten. Wat bestuur betreft, moet financiële steun worden verleend om voorlichting te geven en om de belanghebbenden bij de beleidsontwikkeling te betrekken in alle stadia daarvan tot en met de tenuitvoerlegging.

Op het gebied van internationale betrekkingen moet de Gemeenschap financiële steun verlenen voor de sluiting van visserijovereenkomsten met derde landen, inclusief partnerschapsovereenkomsten, en voor deelneming aan de werkzaamheden van internationale organisaties die zich bezighouden met visserij of met het zeerecht. Een en ander moet de visserijhulpbronnen in de wateren van derde landen en op volle zee duurzamer helpen te maken.

3. COMMUNAUTAIRE FINANCIERINGSMAATREGELEN (HOOFDSTUK III)

Om de bovengenoemde doelstellingen te kunnen bereiken voorziet de bijgaande verordening in specifieke financieringsmaatregelen op de betrokken gebieden, waaronder met name de volgende maatregelen:

- Op het gebied van controle en handhaving zal financiële steun beschikbaar zijn voor investeringen in controleactiviteiten, voor de analyse en evaluatie van de met de handhaving gemoeide uitgaven en voor initiatieven die de communicatie en de dialoog tussen de actoren van de sector en met het grote publiek moeten verbeteren. Ook voorziet de verordening in financiële middelen voor de uitgaven in verband met de inspecties door inspecteurs van de Commissie en voor de administratieve en exploitatie-uitgaven van het Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC).

- Wat het verzamelen van gegevens en de verbetering van de wetenschappelijke adviezen betreft, zal de Gemeenschap financiële middelen beschikbaar stellen voor programma’s om de voor de uitvoering van het GVB benodigde gegevens te verzamelen, voor partnerschapscontracten met nationale onderzoeksinstellingen en voor bijdragen aan internationale instanties die op dit gebied relevant werk verrichten. Ook zal de Gemeenschap financiële steun verlenen voor regelingen met communautaire adviesorganen om het secretariaat van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) te verzorgen en om gegevens aan een preanalyse te onderwerpen en voor te bereiden voor evaluatie.

- Wat bestuur in het kader van het GVB betreft, voorziet de verordening in vergoedingen voor deelneming aan werkzaamheden van het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA) en van de regionale adviesraden (RAR’s). Ook zal in de aanloopfase van de RAR’s worden bijgedragen in hun exploitatiekosten en zullen de RAR’s subsidies voor de kosten van vertalen en tolken ontvangen. Tevens zal financiële steun worden verleend voor de verspreiding van informatie over het GVB onder de belanghebbenden.

- Wat internationale samenwerking betreft, zullen de uitgaven van de Gemeenschap in het kader van de visserijovereenkomsten met derde landen worden gefinancierd. Ook zullen financiële middelen beschikbaar zijn voor verplichte of vrijwillige bijdragen van de Gemeenschap aan internationale organisaties, waaronder organen van de Verenigde Naties. Verder zal de Gemeenschap financiële steun kunnen verlenen voor voorbereidende werkzaamheden met het oog op de totstandbrenging van nieuwe internationale organisaties of verdragen op het gebied van de visserij en het zeerecht die van bijzonder belang zijn voor de Gemeenschap.

Doordat de verschillende onderdelen van het GVB zo ingewikkeld zijn, is voor de voorbereiding en de toepassing van GVB-regelgeving vaak zeer veel deskundigheid nodig die het best door specialisten kan worden geleverd. Daartoe is in de bijgaande verordening een artikel opgenomen dat nader aangeeft welke vormen van technische bijstand door de Gemeenschap kunnen worden gefinancierd. Zo zullen onder meer financiële middelen van de Gemeenschap beschikbaar zijn voor studies, vergaderingen, door deskundigen verleende diensten en voorlichtings-, bewustmakings-, opleidings- en publicatieactiviteiten, en voorts voor informatietechnologie, inclusief computernetwerken voor de uitwisseling van gegevens. De betrokken financiële middelen kunnen ten slotte ook worden gebruikt voor de financiering van uitgaven voor tijdelijk personeel en enigerlei andere uitgaven voor administratieve of technische bijstand die eventueel door de Commissie worden gedaan.

4. MEDEFINANCIERINGSPERCENTAGES EN FINANCIERINGSPROCEDURES (HOOFDSTUKKEN IV EN V)

De verordening bevat bepalingen met betrekking tot de inhoud van communautaire en nationale programma’s, de indiening door de lidstaten bij de Commissie van jaarprogramma’s en steunaanvragen, de toekenning van steun door de Commissie, de medefinancieringspercentages met bijbehorende voorwaarden en de inhoud van uitvoeringsbepalingen en de procedure voor de vaststelling ervan.

Wat de door de lidstaten ingediende programma’s voor de toepassing van de toezicht- en controlesystemen betreft, zal de Commissie bij de toekenning van de betrokken steun voorrang geven aan de acties die zij het meest geschikt acht om tot een doelmatiger optreden op dit gebied te komen, en tevens rekening houden met de prestaties die de lidstaten hebben geleverd bij de uitvoering van de eerder goedgekeurde programma's.

5. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN (HOOFDSTUKKEN VI EN VII)

Voor de in het kader van de verordening gefinancierde acties mag geen financiële steun uit andere communautaire instrumenten worden ontvangen. De begunstigden moeten de Commissie alle in dit verband relevante informatie verstrekken.

De verordening bevat bepalingen met betrekking tot de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap. Het gaat erom ervoor te zorgen dat de communautaire middelen overeenkomstig de bij de verordening vastgestelde voorwaarden worden besteed, en fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen. De Commissie kan zo nodig de voor een actie toegekende financiële steun verlagen, schorsen of terugvorderen. Ambtenaren van de Commissie en van de Rekenkamer mogen in het kader van de verordening gefinancierde acties ter plaatse gaan controleren. Alle maatregelen op dit gebied zullen worden genomen in overeenstemming met de relevante communautaire regelgeving.

De in het kader van de verordening gefinancierde acties moeten worden geëvalueerd om na te gaan of de communautaire financiering doeltreffend is. Daartoe moet de Commissie zorg dragen voor een regelmatige onafhankelijke externe evaluatie van die acties. Ook moet zij bij het Europees Parlement en de Raad verslag uitbrengen over een tussentijdse evaluatie en een evaluatie achteraf ervan.

Het in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad genoemde Comité voor de visserij en de aquacultuur zal de Commissie bijstaan bij de uitvoering van haar taken in het kader van de bijgaande verordening.

2005/0045 (CNS)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

houdende communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid en op het gebied van het zeerecht

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37,

Gezien het voorstel van de Commissie[1],

Gezien het advies van het Europees Parlement[2],

Overwegende hetgeen volgt:

In Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid[3] is bepaald dat het gemeenschappelijk visserijbeleid (hierna “GVB” genoemd) een exploitatie van de levende aquatische hulpbronnen die voor duurzame omstandigheden op economisch, milieu- en sociaal gebied zorgt, moet garanderen.

Het is van groot belang de financiële steun van de Gemeenschap ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het GVB zoals dit bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 en de uitvoeringsverordeningen daarvan is vastgesteld, doeltreffender te maken. Met het oog op de coherentie en de relevantie van die financiële steun moet worden gezorgd voor meer complementariteit en eenvoudigere, uniformere en beter gecoördineerde procedures, waarbij het niet alleen om de Europese Gemeenschap zelf gaat, maar ook om de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties.

Rekening moet worden gehouden met de bij de hervorming van het GVB in 2002 vastgestelde doelstellingen zoals deze door latere juridische en beleidsinstrumenten in de visserijsector zijn aangevuld.

De communautaire regelgeving moet aan die doelstellingen en aan de beleidslijnen inzake het financiële kader voor de periode 2007-2013 worden aangepast en tegelijk moet worden voldaan aan het bepaalde in Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[4] en in de bij Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002[5] vastgestelde uitvoeringsvoorschriften daarvan en aan de eisen van vereenvoudiging en betere regelgeving.

Het is nodig om op het gebied van de financiering door de Gemeenschap de doelstellingen, de actieterreinen en de verwachte resultaten duidelijk te omschrijven.

Regels moeten worden vastgesteld met betrekking tot de subsidiabiliteit van uitgaven, de hoogte van de financiële bijdrage van de Gemeenschap en de voorwaarden waarop die bijdrage beschikbaar kan worden gesteld.

Het is van gemeenschappelijk belang dat de lidstaten zo zijn uitgerust dat bij de uitvoering van de controles een hoog niveau wordt bereikt. De Gemeenschap dient de lidstaten steun te verlenen voor hun investeringen op controlegebied om ervoor te zorgen dat zij hun verplichtingen op grond van de GVB-regels kunnen nakomen.

Gegarandeerd moet worden dat de financiële middelen die nodig zijn voor het toezicht door de Commissie op de uitvoering van het GVB, beschikbaar zijn.

De Gemeenschap moet ook een bijdrage aan de begroting van het Communautair Bureau voor visserijcontrole leveren voor de uitvoering van zijn jaarlijkse werkprogramma, waarbij het mede gaat om uitrustings- en exploitatiekosten en om voor de vervulling van zijn taken noodzakelijke uitgaven.

Visserijbeheer is slechts mogelijk als gegevens beschikbaar zijn over de biologische toestand van de visbestanden en over de activiteit van de vissersvloten. De Gemeenschap moet financiële steun verlenen opdat de lidstaten de gegevens kunnen verzamelen die nodig zijn voor het voeren van het GVB, en opdat de Commissie aanvullende studies en proefprojecten kan ondernemen.

Financiële middelen moeten beschikbaar worden gesteld om op regelmatige basis wetenschappelijke adviezen te kunnen verkrijgen van de internationale wetenschappelijke organisaties die zijn belast met de coördinatie van het visserijonderzoek in de wateren waarin door communautaire vloten wordt gevist.

De hervorming van het GVB heeft geleid tot nieuwe behoeften aan wetenschappelijke adviezen, vooral met betrekking tot de invoering van een ecosysteemaanpak en het beheer van gemengde visserij. Financiële vergoedingen moeten beschikbaar worden gesteld om de erkende deskundigen op die gebieden of de instellingen waarvoor zij werken, in staat te stellen aan die extra behoeften te voldoen.

Ter bevordering van de dialoog en de communicatie met de visserijsector en met andere belangengroepen is het belangrijk ervoor te zorgen dat de sector en andere belanghebbenden in een zeer vroeg stadium over de voorgenomen initiatieven worden geïnformeerd en dat de doelstellingen en de maatregelen van het GVB duidelijk worden uiteengezet en toegelicht.

Gezien de taken van het bij Besluit 1999/478/EG van de Commissie[6] vernieuwde Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA), moet aan de in het RCVA vertegenwoordigde Europese beroepsorganisaties financiële steun voor de voorbereiding van de vergaderingen van het RCVA worden verleend met het doel de coördinatie tussen de nationale organisaties op Europees niveau te verbeteren en ten aanzien van onderwerpen van communautair belang voor meer samenhang binnen de sector te zorgen.

Om het bestuur in het kader van het GVB te verbeteren en ervoor te zorgen dat de bij Besluit 2004/585/EG van de Raad[7] opgerichte regionale adviesraden (RAR’s) doeltreffend kunnen functioneren, moeten de RAR’s tijdens hun aanloopfase financieel worden ondersteund en moet worden bijgedragen in hun kosten van tolken en vertalen.

Met het oog op coördinatie van de werkzaamheden van de RAR’s met die van het RCVA moet het gemakkelijker worden gemaakt een vertegenwoordiger van het RCVA te laten deelnemen aan de vergaderingen van de RAR’s.

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB speelt de Gemeenschap een actieve rol in de werkzaamheden van internationale organisaties en sluit zij visserijovereenkomsten, met inbegrip van partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied.

Het is van wezenlijk belang dat de Gemeenschap bijdraagt in de financiering van maatregelen voor de instandhouding op lange termijn en de duurzame exploitatie van de visserijhulpbronnen op volle zee en in de wateren van derde landen.

De uitgaven in verband met de voorbereidende, vervolg-, toezicht-, audit- en evaluatieactiviteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering en de evaluatie van de maatregelen binnen de werkingssfeer van deze verordening en voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, dienen onder de maatregelen voor de financiering van technische bijstand te vallen.

Verschillende wijzen van beheer en van steunverlening moeten mogelijk zijn om op de onderscheiden terreinen van het GVB flexibel te kunnen werken en rekening te kunnen houden met de specifieke kenmerken van die terreinen.

Voorschriften inzake de inhoud van communautaire en nationale programma’s voor diverse maatregelen op bepaalde terreinen van het GVB moeten worden vastgesteld.

De percentages van de financiële bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven van de lidstaten dienen te worden vastgesteld.

Overeenkomstig de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement “Bouwen aan onze gemeenschappelijke toekomst – Beleidsuitdagingen en begrotingsmiddelen in de uitgebreide Unie 2007-2013”[8] moet een financieel kader voor de periode 2007-2013 worden vastgesteld.

Ten aanzien van de acties die in het kader van deze verordening worden gefinancierd, moeten de financiële belangen van de Gemeenschap door een deugdelijke toepassing van de desbetreffende regelgeving worden beschermd en moeten door de lidstaten en door de Commissie passende controles worden verricht.

Om ervoor te zorgen dat de communautaire financiering doeltreffend is, moeten de in het kader van deze verordening gefinancierde acties op regelmatige basis worden geëvalueerd.

De maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van deze verordening, moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[9].

Verordening (EG) nr. 657/2000 van de Raad[10], Beschikking 2000/439/EG van de Raad[11] en Beschikking 2004/465/EG van de Raad[12] moeten met ingang van 1 januari 2007 worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I ONDERWERP EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1 Onderwerp

Bij deze verordening wordt het kader vastgesteld voor communautaire financieringsmaatregelen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid (hierna “GVB” genoemd) en van het zeerecht (hierna “communautaire financieringsmaatregelen” genoemd).

Artikel 2 Toepassingsgebied

Deze verordening geldt voor communautaire financieringsmaatregelen op de volgende gebieden :

a) controle betreffende en handhaving van de GVB-regels;

b) instandhoudingsmaatregelen, het verzamelen van gegevens en verbetering van de wetenschappelijke adviezen over een duurzaam beheer van de visserijhulpbronnen, een en ander binnen de werkingssfeer van het GVB;

c) bestuur in het kader van het GVB;

d) internationale betrekkingen op het gebied van het GVB en van het zeerecht.

HOOFDSTUK II DOELSTELLINGEN

Artikel 3 Algemene doelstellingen

De in hoofdstuk III genoemde communautaire financieringsmaatregelen dragen specifiek bij tot de verwezenlijking van de volgende algemene doelstellingen:

a) verbetering van de administratieve capaciteit en de middelen voor de controle betreffende en de handhaving van de GVB-regels;

b) verbetering van het verzamelen van de voor het GVB benodigde gegevens;

c) verbetering van de kwaliteit van de wetenschappelijke adviezen voor de doeleinden van het GVB;

d) verbetering van het beheer van de communautaire vissersvloot voor de doeleinden van het GVB;

e) verbetering van de betrokkenheid van de visserijsector en andere belangengroepen bij het GVB en bevordering van de dialoog en de communicatie tussen hen en de Commissie;

f) uitvoering van maatregelen betreffende bilaterale en multilaterale overeenkomsten voor de doeleinden van het GVB, in het bijzonder om de visserijhulpbronnen in de wateren van derde landen en op volle zee duurzamer te maken;

g) uitvoering van maatregelen betreffende het zeerecht.

Arti kel 4 Specifieke doelstellingen op het gebied van controle en handhaving

De in artikel 8 genoemde communautaire financieringsmaatregelen dragen bij tot de verwezenlijking van het doel de controle van de visserijactiviteiten te verbeteren om visserijactiviteiten tegen te gaan die nadelig zijn voor de instandhouding van de hulpbronnen in en buiten de communautaire wateren, door de volgende acties te financieren:

a) de door de lidstaten ondernomen acties ter uitbreiding van de controle capaciteit of ter vermindering van de geconstateerde zwakke punten van hun activiteiten op het gebied van visserijcontrole;

b) de evaluatie en controle door de diensten van de Commissie van de toepassing van de GVB-regels door de lidstaten;

c) de coördinatie van de controlemaatregelen, in het bijzonder aan de hand van de plannen voor de gezamenlijke inzet van nationale inspectie- en bewakingseenheden door tussenkomst van het Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC).

Artikel 5 Specifieke doelstellingen op het gebied van het verzamelen van gegevens en wetenschappelijke advisering

De in de artikelen 9, 10 en 11 genoemde communautaire financieringsmaatregelen dragen bij tot de verwezenlijking van het doel het verzamelen en het beheer te verbeteren van de gegevens en de wetenschappelijke adviezen die nodig zijn voor de evaluatie van de toestand van de hulpbronnen, de mate van bevissing en de invloed van de visserij op de hulpbronnen en op het mariene ecosysteem en de prestaties van de visserijsector in en buiten de communautaire wateren, door aan de lidstaten financiële steun te verlenen voor de samenstelling van meerjarenreeksen van geaggregeerde met wetenschappelijke methoden verkregen gegevens die biologische, technische, milieu- en economische informatie omvatten.

Arti kel 6 Specifieke doelstellingen op het gebied van bestuur

De in artikel 12 genoemde communautaire financieringsmaatregelen dragen bij tot de verwezenlijking van het doel de belanghebbenden bij alle stadia van het GVB, van concipiëring tot en met tenuitvoerlegging, te betrekken en hen voor te lichten over de doelstellingen en de maatregelen van het GVB, in voorkomend geval met inbegrip van de sociaal-economische impact.

Artikel 7 Specifieke doelstellingen op het gebied van internationale betrekkingen

Op het gebied van de onderhandelingen over en de sluiting van visserijovereenkomsten, met inbegrip van partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied, dragen de in artikel 13 genoemde communautaire financieringsmaatregelen bij tot de verwezenlijking van de volgende doelstellingen:

a) de ontwikkeling, op partnerschapsbasis, van de capaciteit van derde landen voor het beheer en de controle van de visserijhulpbronnen om een duurzame visserij te waarborgen en de bevordering van de economische ontwikkeling van de visserijsector in die landen door de wetenschappelijke en technische evaluatie van de betrokken visserijtakken, het toezicht op en de controle van de visserijactiviteiten en de sanitaire omstandigheden en het zakenklimaat in de sector te verbeteren;

b) het veilig stellen van de werkgelegenheid in de van de visserij afhankelijke regio’s van de Gemeenschap;

c) het waarborgen van het voortbestaan en de concurrentiekracht van de visserijsector in de Gemeenschap;

d) het verzekeren van een toereikende voorziening van de communautaire markt.

Op het gebied van de betrokkenheid van de Europese Gemeenschap bij internationale organisaties dragen de in artikel 13 genoemde communautaire financieringsmaatregelen bij tot de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visserijhulpbronnen op internationaal niveau door de aanneming van passende beheersmaatregelen voor die hulpbronnen.

HOOFDSTUK III COMMUNAUTAIRE FINANCIERINGSMAATREGELEN

Artikel 8 Maatregelen op het gebied van controle en handhaving

Op het gebied van de controle betreffende en de handhaving van de GVB-regels zijn de volgende uitgaven subsidiabel in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen:

a) de uitgaven die de lidstaten bij de toepassing van de voor het GVB geldende toezicht- en controlesystemen verrichten voor:

i) investeringen ten behoeve van de controleactiviteiten die worden ontplooid door overheidsinstanties of door de privé-sector, met inbegrip van de implementatie van nieuwe controletechnologieën en de aanschaf van controlemiddelen, en in het bijzonder de modernisering van vaartuigen en vliegtuigen;

ii) programma’s voor de opleiding en uitwisseling van ambtenaren die zijn belast met toezicht-, controle- en bewakingstaken op visserijgebied;

iii) de uitvoering van proefprogramma’s met betrekking tot inspecties en waarnemers;

iv) de kosten-batenanalyse, de evaluatie en het aan audits onderwerpen van de door de bevoegde autoriteiten verrichte uitgaven voor toezicht, controle en bewaking;

v) initiatieven, met inbegrip van seminars en het gebruik van media-instrumenten, om enerzijds de vissers en andere actoren zoals inspecteurs, openbare aanklagers en rechters, en anderzijds het grote publiek bewuster te maken van de noodzaak om onverantwoorde en illegale visserij te bestrijden en om de GVB-regels toe te passen;

b) de uitgaven in verband met administratieve regelingen die met het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek of enig ander communautair adviesorgaan worden getroffen voor de analyse van de toepassing van nieuwe technologieën;

c) alle operationele uitgaven in verband met de inspectie van de uitvoering van het GVB door de lidstaten door inspecteurs van de Commissie, en in het bijzonder de uitgaven voor inspectiebezoeken, veiligheidsvoorzieningen, de opleiding van de inspecteurs, vergaderingen en de huur of aanschaf door de Commissie van inspectiemiddelen;

d) de bijdrage aan de begroting van het Communautair Bureau voor visserijcontrole (CBVC) ter dekking van personeels- en administratieve uitgaven en exploitatie-uitgaven in verband met het werkprogramma, met inbegrip van communicatiekosten en uitgaven betreffende ruimtetechnologie.

Artikel 9 Maatregelen op het gebied van het verzamelen van basisgegevens

Op het gebied van het verzamelen van basisgegevens zijn in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen de uitgaven subsidiabel die door de lidstaten worden verricht voor het verzamelen en het beheer van de basisgegevens over de visserij die worden gebruikt voor:

i) de evaluatie van de activiteiten van de verschillende vissersvloten en van de ontwikkeling van het vangstvermogen;

ii) de opstelling van synthesen aan de hand van de op grond van de andere communautaire regelgeving inzake het GVB verzamelde gegevens; het betreft tevens het verzamelen van aanvullende gegevens en bijbehorende werkzaamheden:

- programma’s uitwerken voor het, zo nodig steekproefsgewijs, verzamelen van gegevens die de op grond van die andere communautaire regelgeving te verzamelen gegevens aanvullen of die betrekking hebben op niet door deze laatste gegevens bestreken gebieden;

- specificeren welke bewerkingen voor de verkrijging van de geaggregeerde gegevens worden uitgevoerd;

- ervoor zorgen dat de gegevens waaruit de geaggregeerde gegevens zijn verkregen, steeds beschikbaar blijven voor eventuele herberekeningen;

iii) de raming van de totale vangsten per bestand en per groep van vaartuigen, in voorkomend geval inclusief de overboord gezette hoeveelheden, en voorzover relevant de indeling van die vangsten naar geografisch gebied en naar tijdvak;

iv) de raming van de omvang en de verspreiding van de bestanden. De betrokken ramingen mogen zowel zijn gebaseerd op gegevens die afkomstig zijn van de commerciële visserij, als op gegevens die zijn verzameld door middel van wetenschappelijk onderzoek op zee;

v) de evaluatie van de invloed van de visserijactiviteiten op het milieu;

vi) de evaluatie van de sociaal-economische situatie van de sector;

vii) het volgen van de prijzen voor de verschillende aangelande vangsten, waarbij alle aanlandingen in de communautaire en de niet-communautaire havens en ook de invoer moeten worden bestreken;

viii) de evaluatie van de economische en sociale situatie van de sector op basis van studies en van steekproeven die groot genoeg zijn om de betrouwbaarheid van de betrokken ramingen te garanderen.

De op grond van lid 1, punt viii), door de lidstaten te verzamelen basisgegevens omvatten:

a) met betrekking tot de vissersvloten:

i) de opbrengsten van de verkoop en de andere ontvangsten;

ii) de productiekosten;

iii) gegevens aan de hand waarvan de arbeidsplaatsen op zee kunnen worden geteld en ingedeeld;

b) met betrekking tot de visverwerkende industrie:

i) de productie, uitgedrukt in volume en in waarde, voor volgens de in artikel 31, lid 2, bedoelde procedure te bepalen categorieën van producten;

ii) het aantal ondernemingen en het aantal arbeidsplaatsen;

iii) de ontwikkeling en de structuur van de productiekosten.

Artikel 10 Maatregelen op het gebied van het verzamelen van aanvullende gegevens

Op het gebied van het verzamelen van aanvullende gegevens kan de Commissie studies en proefprojecten ondernemen. Onder meer de volgende actieterreinen kunnen in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen subsidiabel zijn:

a) methodologische studies en projecten om de methoden voor het verzamelen van de in artikel 9 bedoelde gegevens te optimaliseren en te standaardiseren;

b) verkennende projecten voor het verzamelen van gegevens op het gebied van met name de aquacultuur, de relatie van de visserij en de aquacultuur ten opzichte van het milieu en het banenscheppend vermogen van de visserij en de aquacultuur;

c) economische en bio-economische analysen en simulaties in verband met in het kader van het GVB overwogen besluiten en ten behoeve van de evaluatie van de impact van het GVB;

d) onderzoek naar de selectiviteit van de visserijtakken, met inbegrip van de selectiviteit die verband houdt met het ontwerp van het vistuig en met de visserijtechnieken, en onderzoek naar de relaties tussen vangstcapaciteit, visserij-inspanning en visserijsterfte in elke visserijtak;

e) verbetering van de handhaving van het GVB, met name uit het oogpunt van de kosteneffectiviteit;

f) evaluatie en beheer van de relaties tussen de visserij- en aquacultuuractiviteiten en de aquatische ecosystemen.

De financiële middelen die worden besteed aan alle overeenkomstig lid 1 uitgevoerde studies en proefprojecten, mogen niet meer bedragen dan 15% van de jaarlijkse kredieten die worden toegestaan voor de op grond van artikel 9 en het onderhavige artikel gefinancierde acties.

Artikel 11 Maatregelen op het gebied van wetenschappelijke advisering

Op het gebied van wetenschappelijke advisering zijn de volgende uitgaven subsidiabel in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen:

a) de uitgaven voor partnerschapscontracten met nationale onderzoeksinstellingen voor de verstrekking van wetenschappelijke adviezen;

b) de uitgaven voor getroffen administratieve regelingen met het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek of enig ander communautair adviesorgaan om het secretariaat voor het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) te verzorgen, om de preanalyse van gegevens te verrichten en om de voor de evaluatie van de toestand van de visserijhulpbronnen te gebruiken gegevens voor te bereiden;

c) de vergoedingen die aan de leden van het WTECV en/of de door het WTECV uitgenodigde deskundigen worden betaald om deel te nemen aan vergaderingen van werkgroepen en voltallige vergaderingen en om in het kader daarvan werkzaamheden te verrichten;

d) de vergoedingen die aan onafhankelijke deskundigen worden betaald om de Commissie wetenschappelijke adviezen te verstrekken of om administrateurs of belanghebbenden op te leiden voor de interpretatie van wetenschappelijke adviezen;

e) de bijdragen aan internationale instanties die zijn belast met bestandsevaluaties.

Artikel 12 Maatregelen op het gebied van bestuur

Op het gebied van bestuur zijn de volgende uitgaven subsidiabel in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen:

a) de reis- en verblijfkosten van de leden van Europese beroepsorganisaties die moeten reizen om vergaderingen van het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA) voor te bereiden;

b) de kosten voor deelneming aan vergaderingen van de regionale adviesraden (RAR’s) door degenen die het RCVA als zijn vertegenwoordigers in die vergaderingen heeft aangewezen;

c) de exploitatiekosten gedurende de aanloopfase (vijf jaar) en de kosten van vertalen en tolken van de RAR’s overeenkomstig het bepaalde in Besluit 585/2004/EG van de Raad;

d) de kosten voor het uitleggen van de doelstellingen en de maatregelen van het GVB, in het bijzonder de voorstellen van de Commissie, en het verstrekken van relevante informatie op dit gebied aan de visserijsector en andere betrokken groepen, met inbegrip van de volgende acties, op initiatief van de Commissie:

i) de productie en verspreiding van documentatiemateriaal dat is afgestemd op de specifieke behoeften van de betrokken groepen (schriftelijk, audiovisueel en elektronisch materiaal);

ii) de verschaffing van zeer ruime toegang tot gegevens en verklarend materiaal over met name de voorstellen van de Commissie door de internetsite van het directoraat-generaal Visserij te ontwikkelen en een periodieke publicatie te vervaardigen en ook door voorlichtings- en opleidingsseminars voor opinieleiders te organiseren.

Artikel 13 Maatregelen op het gebied van internationale betrekkingen

1. Op het gebied van internationale betrekkingen zijn de volgende uitgaven subsidiabel in het kader van de communautaire financieringsmaatregelen:

a) de uitgaven in verband met de visserijovereenkomsten en de partnerschapsovereenkomsten op visserijgebied met derde landen die de Gemeenschap heeft gesloten of wil vernieuwen of waarover zij wil onderhandelen;

b) de uitgaven in verband met de verplichte bijdragen van de Europese Gemeenschap aan de begroting van internationale organisaties;

c) de uitgaven in verband met het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap van en haar vrijwillige financiële bijdrage aan de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), afdeling visserij, met inbegrip van Globefish; voorts de uitgaven in verband met het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap van en haar vrijwillige financiële bijdrage aan enige internationale organisatie die werkzaam is op het gebied van het zeerecht;

d) vrijwillige financiële bijdragen voor de voorbereiding van nieuwe internationale organisaties of internationale verdragen die van belang zijn voor de Gemeenschap;

e) vrijwillige financiële bijdragen voor door internationale organisaties uitgevoerde wetenschappelijke werkzaamheden of programma’s die voor de Gemeenschap van bijzonder belang zijn;

f) financiële bijdragen voor activiteiten (werk-, informele of buitengewone vergaderingen van de overeenkomstsluitende partijen) die de belangen van de Gemeenschap in internationale organisaties dienen en de samenwerking met haar partners in die organisaties versterken. In dit verband worden de kosten gedragen voor deelneming door vertegenwoordigers van derde landen aan onderhandelingen en vergaderingen in internationale fora en organisaties, zodra de aanwezigheid van die vertegenwoordigers noodzakelijk wordt met het oog op de belangen van de Gemeenschap.

2. De in het kader van lid 1, onder a) en b), gefinancierde maatregelen worden uitgevoerd op grond van met name de verordeningen en besluiten betreffende de sluiting van visserijovereenkomsten en/of –protocollen tussen de Europese Gemeenschap en derde landen en de verordeningen en besluiten betreffende de ondertekening door de Europese Gemeenschap van overeenkomsten over internationale visserijorganisaties.

Artikel 14 Technische bijstand

In het kader van de communautaire financieringsmaatregelen kunnen worden gedekt de uitgaven in verband met de voorbereidings-, vervolg-, toezicht-, audit- en evaluatieactiviteiten die nodig zijn voor de uitvoering en de beoordeling van de onder deze verordening vallende maatregelen en voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, zoals studies, vergaderingen, door deskundigen verleende diensten en voorlichtings-, bewustmakings-, opleidings- en publicatieactiviteiten, de uitgaven in verband met informatietechnologie met inbegrip van computernetwerken voor de uitwisseling van gegevens, de uitgaven voor tijdelijk personeel en enigerlei andere uitgaven voor administratieve of technische bijstand die eventueel door de Commissie worden verricht.

HOOFDSTUK IV MEDEFINANCIERINGSPERCENTAGES

Artikel 15 Medefinancieringspercentages op het gebied van de toezicht- en controlesystemen

In het kader van de in artikel 8, onder a), genoemde communautaire financieringsmaatregelen wordt niet meer dan 50% van de subsidiabele uitgaven medegefinancierd. De Commissie kan echter besluiten dat voor de acties die worden genoemd in artikel 8, onder a), punt i), met uitzondering van de aanschaf van vaartuigen en vliegtuigen, punt iii) en punt v), meer dan 50% van de subsidiabele uitgaven wordt medegefinancierd.

Arti kel 16 Medefinancieringspercentages op het gebied van het verzamelen van basisgegevens

In het kader van de in artikel 9 genoemde communautaire financieringsmaatregelen bedraagt de medefinanciering niet meer dan:

a) 50% van de subsidiabele overheidsuitgaven voor de uitvoering van een minimumprogramma zoals bedoeld in artikel 23, lid 1;

b) 35% van de extra subsidiabele overheidsuitgaven voor de uitvoering van een uitgebreid programma zoals bedoeld in artikel 23, lid 1. Voor acties van het uitgebreide communautaire programma kan slechts een financiële bijdrage worden verleend indien de betrokken lidstaat volledig voldoet aan de eisen van het communautaire minimumprogramma en indien de financiële bijdrage voor het minimumprogramma de jaarlijkse communautaire kredieten niet heeft opgebruikt.

Arti kel 17 Medefinancieringspercentages op het gebied van het verzamelen van aanvullende gegevens

In het kader van de in artikel 10 genoemde communautaire financieringsmaatregelen bedraagt de medefinanciering in het geval van acties die worden ondernomen na een oproep tot het indienen van voorstellen, niet meer dan 50% van de subsidiabele uitgaven; universitaire instellingen en openbare onderzoeksinstellingen die volgens het nationale recht waaronder zij vallen, de marginale kosten in rekening moeten brengen, kunnen voorstellen op basis van een financiering tot 100% van de marginale kosten voor de uitvoering van het betrokken project indienen.

Artikel 18 Financieringspercentages voor de reis- en verblijfkosten van leden van het RCVA

Het financieringspercentage in het kader van de in artikel 12, onder a) en b), genoemde communautaire financieringsmaatregelen wordt bepaald overeenkomstig de leden 2 en 3 van het onderhavige artikel.

Aan elke beroepsorganisatie die lid is van de voltallige vergadering van het RCVA, wordt door middel van een financieringsovereenkomst met de Commissie een trekkingsrecht toegekend naar evenredigheid van het aantal rechthebbenden in de voltallige vergadering van het RCVA en afhankelijk van de beschikbare financiële middelen.

Dit trekkingsrecht en de gemiddelde kosten van een reis door een lid van een beroepsorganisatie zijn bepalend voor het aantal reizen dat elke organisatie aldus kan financieren voor de voorbereiding van vergaderingen. Elke organisatie houdt forfaitair 20% van het trekkingsrecht in ter dekking van haar logistieke en administratieve kosten die strikt verband houden met de organisatie van de betrokken voorbereidende vergaderingen.

HOOFDSTUK V FINANCIERINGSPROCEDURES

AFDELING 1 PROCEDURES OP HET GEBIED VAN DE TOEZICHT- EN CONTROLESYSTEMEN

ARTI kel 19 Inleidende bepaling

De financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de nationale programma's die de lidstaten aannemen in het kader van de toepassing van de voor het GVB geldende toezicht- en controlesystemen, wordt verleend volgens de in deze afdeling vastgestelde procedures.

Arti kel 20 Programmering

De aanvragen van de lidstaten tot toepassing van de betrokken communautaire financieringsmaatregelen worden uiterlijk op 31 januari van elk jaar bij de Commissie ingediend.

Deze aanvragen gaan vergezeld van een jaarlijks visserijcontroleprogramma dat de volgende gegevens bevat:

a) de doelstellingen van het jaarlijkse visserijcontroleprogramma;

b) de beschikbare personeels middelen;

c) de beschikbare financiële middelen;

d) het aantal beschikbare vaartuigen en vliegtuigen;

e) een lijst van de projecten waarvoor om een financiële bijdrage wordt verzocht;

f) de voor de uitvoering van de projecten geplande totale uitgaven;

g) het tijdschema voor de voltooiing van elk in het jaarlijkse visserijcontroleprogramma opgenomen project;

h) een lijst van de indicatoren die zullen worden gebruikt voor de beoordeling van de doeltreffendheid van het programma.

Voor elk project moeten in het visserijcontroleprogramma een van de in artikel 8, onder a), genoemde acties en het doel, een beschrijving, de eigenaar, de locatie, de geraamde kosten, de te volgen administratieve procedure en het tijdschema voor de uitvoering worden vermeld.

Voor vaartuigen en vliegtuigen moet in het visserijcontroleprogramma ook worden vermeld:

a) in welke mate zij door de bevoegde autoriteiten voor controledoeleinden zullen worden gebruikt, uitgedrukt in procenten van het gebruik ervan bij de totale activiteiten in een jaar;

b) hoeveel uren of dagen in een jaar zij voor visserijcontroledoeleinden zullen worden gebruikt;

c) in het geval van modernisering, wat de verwachte gebruiksduur ervan is.

Artikel 21 Besluit van de Commissie

Op basis van de door de lidstaten ingediende visserijcontroleprogramma’s worden elk jaar volgens de in artikel 31, lid 2, bedoelde procedure besluiten genomen over de communautaire financiële bijdrage voor de nationale programma's.

In de in lid 1 bedoelde besluiten wordt voorrang gegeven aan de acties die het meest geschikt zijn om de toezicht-, controle- en bewakingsactiviteiten doelmatiger te maken, en daarbij wordt ook rekening gehouden met de prestaties van de lidstaten bij de uitvoering van de eerder goedgekeurde programma’s.

In de in lid 1 bedoelde besluiten worden vastgesteld:

a) het totale bedrag van de aan elke lidstaat voor de in artikel 8, onder a), genoemde acties te verlenen financiële bijdrage;

b) het percentage van de financiële bijdrage;

c) de voorwaarden die eventueel voor de financiële bijdrage gelden.

AFDELING 2 PROCEDURES OP HET GEBIED VAN HET VERZAMELEN VAN GEGEVENS

ARTI kel 22 Inleidende bepaling

De financiële bijdrage van de Gemeenschap in de uitgaven die de lidstaten verrichten voor het verzamelen en het beheer van de in artikel 9 bedoelde basisgegevens over de visserij, wordt verleend volgens de in deze afdeling vastgestelde procedures.

Artikel 23 Programmering

Volgens de in artikel 31, lid 2, bedoelde procedure worden een communautair minimumprogramma en een uitgebreid communautair programma vastgesteld; het minimumprogramma bevat de voor de wetenschappelijke evaluaties onontbeerlijke gegevens. Het uitgebreide programma bevat naast de gegevens van het minimumprogramma ook gegevens die de wetenschappelijke evaluaties waarschijnlijk aanzienlijk zullen verbeteren.

Elke lidstaat stelt een nationaal programma voor het verzamelen en het beheer van gegevens op. In het programma worden beschreven enerzijds het verzamelen van gedetailleerde gegevens, en anderzijds de bewerkingen die moeten worden uitgevoerd om geaggregeerde gegevens te verkrijgen in overeenstemming met de in artikel 5 omschreven doelstellingen.

Elke lidstaat neemt in zijn nationale programma zoveel mogelijk de op hem betrekking hebbende onderdelen van het overeenkomstig lid 1 vastgestelde communautaire minimumprogramma op.

De lidstaten kunnen om financiële steun van de Gemeenschap verzoeken voor die gedeelten van hun nationale programma die overeenstemmen met de op hen betrekking hebbende onderdelen van het communautaire minimumprogramma.

De lidstaten kunnen ook om financiële steun van de Gemeenschap verzoeken voor de aanvullende gedeelten van hun nationale programma die overeenstemmen met het uitgebreide communautaire programma, mits volledig aan de bepalingen betreffende het minimumprogramma is voldaan.

5. De lidstaten zorgen ervoor dat de geaggregeerde gegevens waarin de communautaire programma’s voorzien, worden opgenomen in computerdatabases.

Artikel 24 Wijze van beheer

1. De Commissie belast bevoegde instanties met de uitvoering van de activiteiten die in de goedgekeurde programma’s zijn opgenomen.

2. De in lid 1 bedoelde instanties voldoen ten minste aan de volgende criteria:

a) zij zijn nationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten met een openbaredienstverleningstaak die onder het recht van de lidstaten vallen;

b) zij bieden voldoende financiële garanties, bij voorkeur afkomstig van een overheidsinstantie, met name op het gebied van de integrale terugvordering van aan de Commissie verschuldigde bedragen;

c) zij werken in overeenstemming met de vereisten van goed financieel beheer;

d) zij garanderen de doorzichtigheid van de verrichte handelingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 56, lid 1, onder a) tot en met e), van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.

3. Privaatrechtelijke entiteiten met een openbaredienstverleningstaak worden door de Commissie erkend indien zijn voldoen aan het bepaalde in de leden 1 en 2. Zij worden daarnaast beoordeeld aan de hand van de volgende selectiecriteria:

a) hun technische en beroepsmatige geschiktheid;

b) hun economische en financiële geschiktheid;

c) het bewijs van hun inschrijving in een beroeps- of handelsregister;

d) het feit dat zij voldoen aan de bij de artikelen 93 en 94 van Verordening (EG) nr. 1605/2002 vastgestelde criteria.

Artikel 25 Verzending van gegevens

De lidstaten mogen de onder deze verordening vallende gegevens aan de bevoegde internationale organisaties toezenden overeenkomstig de specifieke regels van die organisaties.

De Commissie wordt van alle verzendingen van gegevens in kennis gesteld en ontvangt op verzoek een elektronische kopie van de betrokken gegevens.

De Commissie heeft computertoegang tot alle geaggregeerde gegevens waarin de communautaire programma’s voorzien, en mag die gegevens beschikbaar stellen aan het WTECV.

Gegevens die in enigerlei vorm overeenkomstig deze verordening worden verzonden of verzameld, vallen onder de geheimhoudingsplicht en komen in aanmerking voor dezelfde bescherming als die welke voor soortgelijke gegevens wordt geboden door de nationale wetgeving van de lidstaten die de betrokken gegevens ontvangen, en door de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de instellingen van de Gemeenschap.

HOOFDSTUK VI TOEWIJZING VAN FINANCIËLE MIDDELEN

Artikel 26 Begrotingsmiddelen

De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegestaan binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.

Arti kel 27 Cumulatie van communautaire steun

Voor de op grond van deze verordening gefinancierde acties kan geen steun worden ontvangen uit andere communautaire financieringsinstrumenten. De begunstigden in het kader van deze verordening verstrekken de Commissie gegevens over enigerlei andere ontvangen financiële middelen en over de lopende financieringsaanvragen.

HOOFDSTUK VII CONTROLE EN EVALUATIE

Artikel 28 Bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap

De Commissie zorgt ervoor dat bij de uitvoering van de op grond van de onderhavige verordening gefinancierde acties de financiële belangen van de Gemeenschap overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad, Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en enigerlei andere illegale activiteiten, door doeltreffende controles en door de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen en, bij ontdekking van onregelmatigheden, door het opleggen van doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties.

Voor de op grond van de onderhavige verordening gefinancierde communautaire acties geldt het bepaalde in Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 ten aanzien van elke uit een handeling of verzuim van een economisch subject voortvloeiende inbreuk op een bepaling van de communautaire regelgeving, met inbegrip van de niet-nakoming van een op basis van een programma vastgelegde contractuele verplichting, voorzover die inbreuk tot gevolg heeft of zou hebben dat door middel van een ongerechtvaardigde uitgavenpost nadeel wordt berokkend aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen of aan door hen beheerde begrotingen.

De voor een actie toegekende financiële steun wordt door de Commissie verlaagd, geschorst of teruggevorderd indien de Commissie onregelmatigheden constateert, zoals de niet-naleving van deze verordening of van het individuele besluit, het contract of de overeenkomst waarbij de betrokken financiële steun is toegekend, of indien de actie zonder dat de Commissie om goedkeuring is verzocht, een wijziging blijkt te hebben ondergaan die strijdig is met de aard ervan of met de uitvoeringsvoorwaarden die ervoor gelden.

Arti kel 29 Controles en financiële correcties

Onverminderd de controles die de lidstaten overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen verrichten, kunnen ambtenaren van de Commissie en van de Rekenkamer of hun vertegenwoordigers de op grond van deze verordening gefinancierde acties te allen tijde gedurende een periode van maximaal drie jaar na de eindbetaling door de Commissie aan controles ter plaatse onderwerpen.

Indien op grond van deze verordening toegekende communautaire financiële steun vervolgens wordt toegewezen aan een derde als eindbegunstigde, verstrekt de oorspronkelijke begunstigde, dit is de ontvanger van de communautaire financiële steun, de Commissie alle relevante informatie over de identiteit van die eindbegunstigde.

Met het oog op de bovenbedoelde controles moeten de begunstigden alle betrokken documenten gedurende de bovengenoemde periode beschikbaar houden.

De Commissie kan ook verlangen dat de betrokken lidstaat de op grond van deze verordening gefinancierde acties zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9 aan controles ter plaatse onderwerpt. Ambtenaren van de Commissie en van de Rekenkamer of hun vertegenwoordigers mogen aan dergelijke controles deelnemen.

Indien de Commissie van mening is dat communautaire middelen niet in overeenstemming met de bij deze verordening of bij enig ander toepasselijk communautair besluit vastgestelde voorwaarden zijn gebruikt, stelt zij de begunstigden, met inbegrip van eventuele eindbegunstigden in de zin van lid 1, daarvan in kennis, welke begunstigden over een maand vanaf de datum van die kennisgeving beschikken om hun opmerkingen aan de Commissie toe te zenden.

Indien de begunstigden niet binnen die termijn antwoorden of indien hun opmerkingen de Commissie geen aanleiding geven om haar mening te wijzigen, verlaagt de Commissie de toegekende financiële bijdrage of trekt zij deze in of schorst zij de betalingen.

Elk onverschuldigd betaald bedrag moet aan de Commissie worden terugbetaald. Niet tijdig terugbetaalde bedragen worden overeenkomstig het bepaalde in de Financiële Verordening vermeerderd met rente.

De Commissie zorgt ervoor dat ter uitvoering van artikel 53, lid 7, en artikel 165 van Verordening (EG) nr. 1605/2002 passende regelingen bestaan voor de controle en audit van de betrokken gefinancierde acties.

Overeenkomstig het beginsel van de nationale soevereiniteit kan de Commissie de middelen die aan derde landen worden betaald voor op grond van artikel 13, onder a), gefinancierde maatregelen, slechts in overeenstemming met het betrokken derde land aan financiële audits onderwerpen of laten onderwerpen.

Arti kel 30 Evaluatie en verslaglegging

Op de op grond van deze verordening gefinancierde acties wordt een regelmatig toezicht uitgeoefend om de uitvoering van die acties te kunnen volgen.

De Commissie draagt zorg voor een regelmatige onafhankelijke externe evaluatie van de gefinancierde acties.

De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad in:

a) uiterlijk op 31 maart 2011, een verslag over een tussentijdse evaluatie dat betrekking heeft op de behaalde resultaten en de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de uitvoering van de op grond van deze verordening gefinancierde acties;

b) uiterlijk op 30 augustus 2012, een mededeling over de voortzetting van de op grond van deze verordening gefinancierde acties;

c) uiterlijk op 31 december 2014, een verslag over een evaluatie achteraf.

HOOFDSTUK VIII SLOTBEPALINGEN

Artikel 31 Comité

De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 30, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 genoemde Comité voor de visserij en de aquacultuur.

Wanneer naar het onderhavige lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op 20 werkdagen.

Artikel 32 Uitvoeringsbepalingen

Uitvoeringsbepalingen voor deze verordening kunnen volgens de in artikel 31, lid 2, bedoelde procedure worden vastgesteld voor de in artikel 8, onder a), en artikel 9 genoemde maatregelen.

Artikel 33 Intrekking van besluiten die moeten komen te vervallen

Verordening (EG) nr. 657/2000, Beschikking 2000/439/EG en Beschikking 2004/465/EG worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2007.

Arti kel 34 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

LEGISLATIVE FINANCIAL STATEMENT

NAME OF THE PROPOSAL:

Proposal for a Council Regulation establishing Community financial measures for the implementation of the Common Fisheries Policy and in the area of the Law of the Sea

ABM / ABB FRAMEWORK

Policy Area(s) concerned and associated Activity/Activities:

11: Fisheries

11 03: International Fisheries

11 04: Governance of the Common Fisheries Policy

11 07: Fisheries Conservation, Control and Enforcement

BUDGET LINES

Budget lines (operational lines and related technical and administrative assistance lines (ex- B.A lines)) including headings:

Administrative expenditure:

11 01 04 02: Closer dialogue with the fishing industry and those affected by the common fisheries policy — Expenditure on administrative management

11 01 04 03: Support for the management of fish resources (collection of basic data and improvement of scientific advice) — Expenditure on administrative management

11 01 04 04: International fisheries agreements — Expenditure on administrative management

11 01 04 05: Contributions to international organisations — Expenditure on administrative management

11 01 04 06: Inspection and surveillance of fishing activities in Community waters and elsewhere – Expenditure on administrative management

International fisheries

11 03 01: International fisheries agreements

11 03 02: Contributions to international organisations

11 03 03: Preparatory work for new international fisheries organisations and other non-compulsory contributions to international organisations

11 03 04: European Community financial contribution to the bodies set up by the United Nations Convention on the Law of the Sea, 1982

Governance of the Common Fisheries Policy

11 04 01: Closer dialogue with the fishing industry and those affected by the common fisheries policy

Fisheries Conservations, Control and Enforcement

11 07 01: Support for the management of fishery resources (collection of basic data and improvement of scientific advice)

11 07 02: Financial contribution to the Member States for expenses in the field of control

11 07 03: Inspection and surveillance of fishing activities in Community waters and elsewhere

11 07 04: Community Fisheries Control Agency (CFCA)

Duration of the action and of the financial impact:

2007 - 2013

Budgetary characteristics ( add rows if necessary ):

Budget line | Type of expenditure | New | EFTA contribution | Contributions from applicant countries | Heading in financial perspective |

11010401 | Non-comp | Non-diff | NO | NO | NO | No 2 |

11010402 | Non-comp | Non-diff | NO | NO | NO | No 3 |

11010403 | Non-comp | Non-diff | NO | NO | NO | No 3 |

11010404 | Comp | Non-diff | NO | NO | NO | No 4 |

11010405 | Comp | Non-diff | NO | NO | NO | No 4 |

11010406 | Non-comp | Non-diff | NO | NO | NO | No 3 |

110301 | Comp | Diff | NO | NO | NO | No 4 |

110302 | Comp | Diff | NO | NO | NO | No 4 |

110303 | Non-comp | Diff | NO | NO | NO | No 4 |

110304 | Comp | Diff | NO | NO | NO | No 4 |

110401 | Non-comp | Diff | NO | NO | NO | No 3 |

110701 | Non-comp | Diff | NO | NO | NO | No 3 |

110702 | Non-comp | Diff | NO | NO | NO | No 3 |

110703 | Non-comp | Diff | NO | NO | NO | No 3 |

110704 | Non-comp | Diff | NO | NO | NO | No 3 |

SUMMARY OF RESOURCES

Financial Resources

Summary of commitment appropriations (CA) and payment appropriations (PA)

EUR million (to 3 decimal places)

Expenditure type | Section no. | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 & 2013 | Total |

Operational expenditure[13] |

Commitment Appropriations (CA) | 8.1 | a | 368,5 | 368,5 | 368,5 | 368,5 | 368,5 | 737 | 2579,5 |

Payment Appropriations (PA) | b | 368,5 | 368,5 | 368,5 | 368,5 | 368,5 | 737 | 2579,5 |

Administrative expenditure within reference amount[14] |

Technical & administrative assistance (NDA) | 8.2.4 | c | 6,5 | 6,5 | 6,5 | 6,5 | 6,5 | 13 | 45,5 |

TOTAL REFERENCE AMOUNT |

Commitment Appropriations | a+c | 375 | 375 | 375 | 375 | 375 | 750 | 2625 |

Payment Appropriations | b+c | 375 | 375 | 375 | 375 | 375 | 750 | 2625 |

Administrative expenditure not included in reference amount[15] |

Human resources and associated expenditure (NDA) | 8.2.5 | d |

Administrative costs, other than human resources and associated costs, not included in reference amount (NDA) | 8.2.6 | e |

Total indicative financial cost of intervention

TOTAL CA including cost of Human Resources | a+c+d+e | 375 | 375 | 375 | 375 | 375 | 750 | 2625 |

TOTAL PA including cost of Human Resources | b+c+d+e | 375 | 375 | 375 | 375 | 375 | 750 | 2625 |

Co-financing details

If the proposal involves co-financing by Member States, or other bodies (please specify which), an estimate of the level of this co-financing should be indicated in the table below (additional lines may be added if different bodies are foreseen for the provision of the co-financing):

EUR million (to 3 decimal places)

Co-financing body | Year n | n + 1 | n + 2 | n + 3 | n + 4 | n + 5 and later | Total |

…………………… | f |

TOTAL CA including co-financing | a+c+d+e+f |

Compatibility with Financial Programming

( Proposal is compatible with existing financial programming.

The proposal is compatible with the Communication from the Commission to the Council and the European Parliament - Building our common Future - Policy challenges and Budgetary means of the Enlarged Union 2007-2013 (COM (2004) 101 final of 10.02.2004), and in particular with Heading 2 ‘Sustainable management and protection of natural resources: agriculture, fisheries and environment’

( Proposal will entail reprogramming of the relevant heading in the financial perspective.

( Proposal may require application of the provisions of the Interinstitutional Agreement[16] (i.e. flexibility instrument or revision of the financial perspective).

Financial impact on Revenue

( Proposal has no financial implications on revenue

( Proposal has financial impact – the effect on revenue is as follows:

EUR million (to one decimal place)

Prior to action [Year n-1] | Situation following action |

Total number of human resources |

CHARACTERISTICS AND OBJECTIVES

Need to be met in the short or long term

The present proposal will regroup existing legal instruments with a view to make Community financial interventions for the implementation of the CFP more effective, transparent and easier to manage, both for the Commission and for the competent authorities of the Member States and other beneficiaries, in accordance with the principle of sound financial management and the rules laid down in the financial regulation and in line with the requirements of better regulation and simplification of Community legislation. Community financial intervention for the CFP must become more effective, consistent and streamlined through uniform and coordinated procedures wherever that’s possible. Moreover, there is a need to simplify programming through a clearer definition of objectives, areas of action and expected results for Community funding. Objective rules have to be laid down governing the eligibility of expenditure, the level of the Community contribution and the terms on which it will be made available.

In preparing this proposal account has been taken of previously established objectives. These are the objectives established in the 2002 CFP reform complemented by sectoral, legal and policy instruments that have been adopted since then[18].

Value-added of Community involvement and coherence of the proposal with other financial instruments and possible synergy

The proposals on stepping up controls on fishing activities, data collection, strengthening scientific advice, governance and international relations are an integral part of the common fisheries policy, and are thus included in Heading 2 of the new financial perspective. They are indispensable for implementing an effective policy for the sustainable management of fishery resources under the exclusive authority of the Community. They are the result of the decisions adopted by the Council under the CFP reform of December 2002.

A single regulatory framework option has been chosen because it provides for greater transparency of objectives and means as well as for better and simplified procedures, including simplification of programming and improvement of the delivery systems, without overseeing the specific needs and characteristics of each policy domain covered by the proposal.

Objectives, expected results and related indicators of the proposal in the context of the ABM framework

The proposal does not envisage changes to the objectives, principles and decision-making rules governing the different areas that will be supported by Community financial interventions. These are laid down in the EC Treaty and the rules of the CFP following its reform in December 2002[19].

The reflection on possible policy options was already made within the reform of the CFP.

However, the existing financial interventions need to be extended in several areas in order to ensure the sustainable management of the fisheries resources all over the world as aimed in the CFP Reform.

In the area of control and enforcement :

- The new Member States (actual and future ones) need to be brought up to speed with the standards required by the CFP and which are in place in the other Member States. This will need an investment in heavy equipment (vessels and aircrafts, …) and networks in those new Member States. The programmes in the new Member States will only be put in place from 2006 on. It has to be noted that a huge investment is necessary in those countries for heavy equipment in order to be up to speed with the other Member States. Moreover, Cyprus and Malta have to cover an extensive protection zone (50 miles from their coast line) which necessitates an increase of their heavy equipment. The forthcoming enlargement with Bulgaria and Romania will extend the Common Fisheries Policy to the Black Sea, including control measures and relating investments in this area.

In the coming years it will also be necessary to renew and modernise the present equipment in the other Member States in conformity with new technology used in the area of control and enforcement in the coming years.

Moreover, the creation of the Agency and the reinforced cooperation between Member States that will encourage the joint cooperation in the area on control by the Member States in Community waters, the control of the fisheries activities on migratory species between Community waters and adjacent waters (NEAFC area, Mediterranean, …) and our control obligations within the Regional Fisheries Organisations (NAFO, ICCAT, CCAMLR, etc.) will need an increase of the heavy equipment in the Member States to be able to respond to these obligations.

In addition, the Commission would like to put an emphasis within the national programs on audits and evaluations carried out by Member States.

In order to finance those measures the Commission has foreseen a gradual increase of the Community contribution to the Member States of 35 M€ in 2006 to 40 M€ in 2013.

- The introduction of e-recording and e-reporting (e-logbooks) need an update of existing networks and an investment in software on board of more than 12.000 vessels. Moreover, it is intended to extend those measures relating to electronic equipment to all vessels (< 15 m), which means more than 50.000 vessels.

An investment is also necessary by the national Fisheries Monitoring Centres of the Member States to be able to analyse the e-data and use it as an effective control tool.

Experience has shown that Member States are sometimes reluctant to apply new technologies in the area of control and a financial incentive is necessary to apply those in order to improve the control of the fishing technologies used by the fishermen.

A Community contribution of 5M€ is foreseen from 2007 on.

- A gradual increase is also foreseen to cover arrangements with the JRC on the development and follow-up of new technologies (2M€ in 2007 – 5 M€ in 2013), in order to preserve the stocks, it will be necessary to improve the control technology by using satellite images in addition to the Vessel Monitoring System. Moreover, the development of systems to identify and control the origin of the catches (traceability) will be necessary. The added value of the use of those satellite images is that they are independent from the data provided by the fishermen themselves and constitute a useful tool of comparison and verification of the reliability of the latter.

- In the area of inspection, no increase of the budget is foreseen (5 M€). However, the setting up of the Agency will change the present role of the Commission inspectors. Direct control will be taken over by the Agency (joint-co-operation between Member States) but an emphasis will be necessary on the control of the control. At this end, an investment in training of the Commission inspectors will be necessary as well as communication networks with the Agency.

- In order to make the Agency fully operational, it will be necessary to equip it with all the installations necessary to permit the monitoring at long distance in order to be able to analyse the information relative to the fisheries activities at long distance. This will need the set up of a Fisheries Monitoring Centre, secured network lines and extended databases. Moreover, important expenses in the area of telecommunication and satellite images will be necessary. The Agency will probably need to charter inspection means to be able to fulfil its commitments in the area of control and enforcement. A gradual increase of the budget is foreseen (5 to 10 M€) to meet those needs. The increase of the budget is in conformity with the conclusions of the feasibility study on the Agency that pointed out a need to increase the foreseen budget.

- An increase is also foreseen to cover additional audits and arrangements with the JRC on the development and follow-up of new technologies.

In the area of data-collection the increase of the budget is driven by the need to extend the current programmes with environmental data on the impact of fisheries on the marine ecosystem and to include two new Member States in 2007, and possibly more before the end of the programming period in 2013. With the forthcoming enlargement it will be necessary to apply the CFP in a whole new area, namely the Black Sea. This will require additional effort and support from the Community (an increase of 4 M€ by 2013 has been foreseen).

In addition, it is important to increase the collection of environmental and economic data so that the socio-economic impact of management decisions can be taken more fully into account (a gradual increase to cover this expenditure has been foreseen (5M€ in 2007 – 10 M€ in 2013).

The move towards an increased integration of environmental concerns and the application of an ecosystem approach will necessitate the collection of new data, such as sampling programmes to estimate by-catches and discards. The latter will demand an increase of very costly sampling programmes with on-board observers (a gradual increase till 5 M€ has been foreseen).

The reform of the CFP has put a greater emphasis on a mixed fisheries approach instead of a stock by stock approach. This has created substantial additional demands for fisheries advice .

This measure will only be fully implemented from 2007 onwards with the reinforcement of the Scientific, Technical and Economic Committee for Fisheries, consultation of independent experts on specific issues, contracts with national research institutes, …

The involvement of all relevant stakeholders in the CFP at all stages is one of the key elements of the reform of the CFP. The need to inform and involve the stakeholders in the decision making process is increasing rapidly. Moreover, there is a already a request of the Member States at this stage to continue Community aid to the RACs after the five years, actually foreseen in Council Decision 585/2004/EC. Without anticipating a decision, it will probably be necessary to continue financing the Regional Advisory Councils.

In the area of international relations, already at this stage negotiations are taking place to conclude new partnership fisheries agreements. Moreover, the role of the International Organisations in the sustainable management of the fisheries resources all over the world is increasing steadily with an increase of the obligatory and non-obligatory contributions as a result.

Method of Implementation (indicative)

Show below the method(s)[20] chosen for the implementation of the action.

( Centralised Management

( Directly by the Commission

( Indirectly by delegation to:

ٱ Executive Agencies

ٱ Bodies set up by the Communities as referred to in art. 185 of the Financial Regulation

( National public-sector bodies/bodies with public-service mission

ٱ Shared or decentralised management

ٱ With Member states

ٱ With Third countries

( Joint management with international organisations (please specify)

Relevant comments:

The methods of implementation used to allocate the budget to the actions financed under this Regulation, are pursuant to the financial regulation applicable to the general to the European Communities and its implementing rules.

The Commission implements the budget in the following way in the different areas:

a) on a centralised direct basis, in particular in the areas of control and enforcement, scientific advice, governance, international relations;

b) on a centralised indirect basis with Member States, in particular in the area of data-collection;

c) by joint management in particular in the area of some non-obligatory contributions to international organisations.

MONITORING AND EVALUATION

Monitoring system

The actions financed under this Regulation will be monitored regularly. The Commission shall ensure the regular, independent and external evaluation of the actions financed.

Evaluation

Impact assessment

An impact assessment accompanies this proposal, which is part of the new financial perspectives package covering the period 2007-2013. The purpose of the proposal is to provide the legal basis for the continuation of Community financing to support the objectives of the Common Fisheries Policy (hereafter the CFP) beyond 31.12.2006, in the areas of control and enforcement of CFP rules, conservation, data collection, scientific advice, fisheries governance and international fisheries relations, including law of the sea matters. It also aims at providing a transparent, clear and simplified framework for the execution of Community financial interventions.

The proposal does not envisage changes to the objectives, principles and decision-making rules governing the different areas that will be supported by Community financial interventions. These are laid down in the EC Treaty and the rules of the CFP following its reform in December 2002[21]. For this reason, the assessment of the impact of the proposed Regulation does not focus on the economic, social and environmental consequences of the actions that must be financed in order to ensure the implementation of the CFP. In other words, the economic, social and environmental impacts of these actions have already been assessed and taken into account at the time of the adoption of the CFP reform.

The reflection on possible policy options was already made when this extended impact assessment was undertaken. The Commission had in fact already decided in the course of 2004 to promote the simplification of the legal bases for Community financial interventions in the area of the CFP through, inter-alia, the reduction of the number of legal instruments available for that purpose.

Terms and frequency of future evaluation

The Commission will submit to the European Parliament and the Council

An interim evaluation report on the results obtained and the qualitative and quantitative aspects of the implementation of the actions financed under this Regulation no later than 31 March 2011;

A Communication on the continuation of the actions financed under this Regulation no later than 30 August 2012;

An ex-post evaluation report no later than 31 December 2014.

ANTI-FRAUD MEASURES

The Commission shall ensure that, when actions financed under the present Regulation are implemented, the financial interests of the Community are protected by the application of preventive measures against fraud, corruption and any other illegal activities, by effective checks and by the recovery of the amounts unduly paid and, if irregularities are detected, by effective, proportional and dissuasive penalties, in accordance with Council Regulations (EC, Euratom) No 2988/95 and (EC, Euratom) No 2185/96, and with Regulation (EC) No 1073/1999 of the European Parliament and of the Council.

For the Community actions financed under this Regulation, the notion or irregularity referred to in Article 1(2) of Regulation (EC, Euratom) No 2988/95 shall mean any infringement of a provision of Community law or any breach of a contractual obligation resulting from an act or omission by an economic operation, which has, or would have, the effect of prejudicing the general budget of the Communities or budgets managed by them, by an unjustified item of expenditure.

The Commission shall reduce, suspend or recover the amount of financial assistance granted for an action if it finds irregularities, including non-compliance with the provisions of this Regulation or the individual decision or the contract or agreement granting the financial support in question, or if it transpires that, without Commission approval having being sought, the action has been subjected to change which conflicts with the nature or implementing conditions of the actions financed.

Moreover, without prejudice to checks carried out by the Member States in accordance with national laws, regulations and administrative provisions, officials of the Commission and of the Court of Auditors, or their representatives, may carry out on-the-spot checks on actions financed by this Regulation at any time up to three years after the final payment made by the Commission. For this purpose, all documents related have to be kept available by the beneficiaries during that period.

The Commission may also require the Member State concerned to carry out on-the-spot checks. Officials of the Commission and of the Court Auditors, or their representatives, may take part in such checks.

If the Commission considers that Community funds have not been used in accordance with the conditions laid down in this Regulation or in any other applicable regulation, it shall inform the beneficiary, which will have a month to send its observations to the Commission.

If the beneficiary does not reply or if its observations do not lead the Commission to modify its opinion, the Commission shall reduce or cancel the financial contribution granted or suspend payments.

Any amount unduly paid shall be repaid to the Commission. Interest shall be added to any sums not repaid in due time under the conditions laid down in the Financial Regulation.

The Commission shall ensure that suitable arrangements exist of the control and audit of the actions financed pursuant to Articles 53(7) and 165 of Council Regulation (EC) N° 1605/2002.

However, under the principle of national sovereignty, only by agreement with the third country may the Commission carry out, or have carried out, financial audits of funds paid to third countries.

DETAILS OF RESOURCES

Objectives of the proposal in terms of their financial cost

Commitment appropriations in EUR million (to 3 decimal places)

(Headings of Objectives, actions and outputs should be provided) | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 & 2013 | TOTAL |

Description of tasks deriving from the action

Sources of human resources (statutory)

Posts allocated to the execution of the actions described in this Regulation will be subject to a yearly evaluation in the framework of the APS/PDB exercise

( Posts currently allocated to the management of the programme to be replaced or extended

( Posts pre-allocated within the APS/PDB exercise for year n

( Posts to be requested in the next APS/PDB procedure

( Posts to be redeployed using existing resources within the managing service (internal redeployment)

( Posts required for year n although not foreseen in the APS/PDB exercise of the year in question

Other Administrative expenditure included in reference amount (XX 01 04/05 – Expenditure on administrative management)

EUR million (to 3 decimal places)

Budget line (number and heading) | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 1012 & 2013 | TOTAL |

Data Collection and Scientific advice | 1 | 1 | 1 | 1 | 1 | 2 | 7 |

Governance | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 0,5 | 1 | 3,5 |

International relations | 2,5 | 2,5 | 2,5 | 2,5 | 2,5 | 5 | 17,5 |

Total Technical and administrative assistance | 6,5 | 6,5 | 6,5 | 6,5 | 6,5 | 13 | 45,5 |

Financial cost of human resources and associated costs not included in the reference amount

EUR million (to 3 decimal places)

Type of human resources | Year n | Year n+1 | Year n+2 | Year n+3 | Year n+4 | Year n+5 and later |

Officials and temporary staff (XX 01 01) |

Staff financed by Art XX 01 02 (auxiliary, END, contract staff, etc.) (specify budget line) |

Total cost of Human Resources and associated costs (NOT in reference amount) |

Calculation– Officials and Temporary agents

Reference should be made to Point 8.2.1, if applicable

Calculation– Staff financed under art. XX 01 02

Reference should be made to Point 8.2.1, if applicable

8.2.6 Other administrative expenditure not included in reference amount EUR million (to 3 decimal places) |

XX 01 02 11 02 – Meetings & Conferences |

XX 01 02 11 03 – Committees[25] |

XX 01 02 11 04 – Studies & consultations |

XX 01 02 11 05 - Information systems |

2 Total Other Management Expenditure (XX 01 02 11) |

3 Other expenditure of an administrative nature (specify including reference to budget line) |

Total Administrative expenditure, other than human resources and associated costs (NOT included in reference amount) |

Calculation - Other administrative expenditure not included in reference amount

[1] PB C […] van […], blz. [ …].

[2] PB C […] van […], blz. [ …].

[3] PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

[4] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

[5] PB L 357 van 31.12.2002.

[6] PB L 187 van 20.7.1999, blz. 70.

[7] PB L 256 van 3.8.2004, blz. 17.

[8] COM (2004) 101 definitief van 10.2.2004.

[9] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

[10] PB L 80 van 31.3.2000, blz. 7.

[11] PB L 176 van 15.7.2000, blz. 42.

[12] PB L 157 van 30.4.2004, blz. 117.

[13] Expenditure that does not fall under Chapter xx 01 of the Title xx concerned.

[14] Expenditure within article xx 01 04 of Title xx.

[15] Expenditure within chapter xx 01 other than articles xx 01 04 or xx 01 05.

[16] See points 19 and 24 of the Interinstitutional agreement.

[17] Additional columns should be added if necessary i.e. if the duration of the action exceeds 6 years

[18] See in particular, Roadmap on the reform of the CFP - COM(2002) 181, Communication on improving scientific and technical advice for Community fisheries management - COM(2003) 625, Communication on an integrated framework for fisheries partnership agreements with third countries - COM(2002) 637, Communication on compliance with the rules of the CFP - COM(2003) 344.

[19] See in particular Council Regulation (EC) No 2371/2002.

[20] If more than one method is indicated please provide additional details in the "Relevant comments" section of this point.

[21] See in particular Council Regulation (EC) No 2371/2002.

[22] Cost of which is NOT covered by the reference amount.

[23] Cost of which is NOT covered by the reference amount.

[24] Cost of which is included within the reference amount.

[25] Specify the type of committee and the group to which it belongs.