52005IP0369

Resolutie van het Europees Parlement over de verdediging van het multi-etnisch karakter van de Vojvodina

Publicatieblad Nr. 227 E van 21/09/2006 blz. 0620 - 0621


P6_TA(2005)0369

Vojvodina

Resolutie van het Europees Parlement over de verdediging van het multi-etnisch karakter van de Vojvodina

Het Europees Parlement,

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 16 september 2004 over de vervolging van minderheden in Vojvodina [1],

- gezien het verslag van 2 maart 2005 van een onderzoeksmissie ter plaatse door zijn delegatie ad hoc naar de Vojvodina en Belgrado,

- gezien de mededeling van 12 april 2005 van de Commissie betreffende de stand van de voorbereidingen van Servië en Montenegro op de onderhandelingen over een stabilisatie- en associatieovereenkomst met de Europese Unie (COM(2005)0476),

- gelet op artikel 115, lid 5 van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Europese unie en haar lidstaten de democratisering en eerbied voor de rechten van de mens en minderheidsrechten in de republiek Servië en de statenbond Servië en Montenegro wensen te ondersteunen,

B. overwegende dat er uit politieke kringen en het maatschappelijk middenveld berichten blijven komen over schendingen van de rechten van de mens en de minderheidsrechten in Vojvodina, o.a. pesterijen en fysiek geweld tegen andere nationaliteiten als etnische Serviërs en dreigementen aan het adres van de politieke leiders van de etnische Hongaren,

C. overwegende dat de centrale en plaatselijke autoriteiten van Servië de eerbied voor de rechten van de mens en minderheidsrechten de voorbije jaren niet verbeterd hebben, noch de daders van geweld en pesterijen voor de rechter gebracht hebben,

D. overwegende dat zowel zijn resolutie van 16 september 2004 als zijn onderzoeksmissie een gunstige uitwerking op de toestand in de Vojvodina te zien gegeven hebben,

E. overwegende dat er geen echte vooruitgang te bespeuren is in het kenteren van de verslechtering van de leefomstandigheden van de nationale en etnische minderheden in de Vojvodina, waardoor hun toekomst in de regio in het gedrang komt, noch in de bevordering van de aanwezigheid van de minderheden in het onderwijs, hun vertegenwoordiging bij overheidsdiensten, gerecht en politiemacht en hun gelijke toegang tot de rechtbanken en de instellingen van een rechtstaat,

F. overwegende dat de regering van Servië, in strijd met de verklaringen van M. Kostunica in september 2004, niet 2 commissies ingesteld heeft die respectievelijk afzonderlijke incidenten met etnische drijfveren en de relaties tussen de etnische groepen in het algemeen zouden onderzoeken,

G. overwegende dat de statenbond Servië en Montenegro gebonden is door de internationale en Europese verdragen inzake de rechten van de mens en voor hun volledige tenuitvoerlegging moet zorgen, als voorwaarde voor verdere stappen in de richting van opname in de Europese Unie,

1. spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de herhaalde inbreuken op de rechten van de mens en de aanhoudende verstoring van rust en orde in de provincie Vojvodina;

2. doet een oproep tot de overheden van de republiek Servië en de statenbond Servië en Montenegro om de gewelddaden als misdaden in de zin van de geldende wetgeving te erkennen en wijst er nadrukkelijk op dat het van belang is om onmiddellijk en doeltreffend op te treden zodat dat soort gebeurtenissen in de toekomst voorkomen wordt en de gevolgen ervan niet ongestraft blijven;

3. neemt zich voor om op de toestand in de Vojvodina te blijven toezien met speciale aandacht voor de princiepen en bepalingen van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, en vraagt in de loop hiervan regelmatig overleg met de Europese commissie en de Raad;

4. spreekt zijn steun uit voor het initiatief van zijn interparlementaire delegatie voor de betrekkingen met de landen van Zuidoost-Europa, om een openbare hoorzitting over de situatie van de minderheden en de politieke toestand in de Vojvodina te organiseren;

5. verklaart zich nogmaals bereid om gebruik te maken van zijn bevoegdheid met betrekking tot de begroting om Servië-Montenegro zowel te helpen als onder druk te zetten zodat het aangemoedigd wordt om zich naar de grondrechten en vrijheden van de mens, met inbegrip van de rechten van de minderheden, te voegen;

6. vraagt de autoriteiten van de republiek Servië en de statenbond Servië en Montenegro om de autonomie te herstellen die de Vojvodina tot 1990 genoten heeft, het regionaal parlement van de Vojvodina zijn reële bevoegdheden inzake onderwijs en media terug te geven en het aldus in staat te stellen om een degelijke beleidsvoering voor dit multi-etnische gebied te ontwikkelen;

7. dringt er bij de Commissie, de Raad en de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid op aan om de ontwikkelingen in de Vojvodina van nabij op te volgen, met grotere aandacht voor het hoog veiligheidsrisico dat de pesterijen tegen minderheden in de Vojvodina betekenen, en vraagt daarom dat de Europese Unie waarnemers naar de provincie stuurt;

8. herinnert er de regering van de statenbond Servië en Montenegro en de Servische regering aan dat de princiepen van vrijheid, democratie, eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de basisprincipes van de stabilisatie- en associatieprocedure en de rechtstaat, voorafgaande voorwaarden voor de instemming van het Parlement met de sluiting van de stabilisatie- en associatieovereenkomst en het toekomstig partnerschap met de Europese Unie in het algemeen vormen;

9. verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de Commissie, de regering van Servië, de regering van de statenbond Servië en Montenegro, en de autoriteiten van de Vojvodina.

[1] PB C 140 E van 9.6.2005, blz. 163.

--------------------------------------------------