Resolutie van het Europees Parlement over geweld en criminaliteit van het zelfuitgeroepen Ierse Republikeinse Leger (IRA) in Noord-Ierland, en met name de moord op Robert McCartney
Publicatieblad Nr. 092 E van 20/04/2006 blz. 0107 - 0108
P6_TA(2005)0169 Gerechtigheid voor de familie van Robert McCartney Resolutie van het Europees Parlement over geweld en criminaliteit van het zelfuitgeroepen "Ierse Republikeinse Leger" (IRA) in Noord-Ierland, en met name de moord op Robert McCartney Het Europees Parlement, - gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement, A. overwegende dat een burger van Belfast, Robert McCartney, op 30 januari 2005 op brute wijze is vermoord door leden van het zelfuitgeroepen "Ierse Republikeinse Leger" (IRA), die vervolgens probeerden om de sporen van de misdaad uit te wissen en alle getuigen opdracht gaven om te zwijgen over de rol van IRA-leden, B. overwegende dat de zusters van Robert McCartney, Catherine McCartney, Paula Arnold, Gemma McMa-hon, Claire McCartney en Donna Mary McCartney, en zijn partner, Bridgeen Karen Hagans weigerden de zwijgcode te accepteren, en zich tegenover de IRA op dappere en volhardende wijze hebben opgesteld door te eisen dat recht geschiedt voor de moord op Robert McCartney, C. overwegende dat in de buurt van Magennis' Bar onmiddellijk voor en na de ruzie die leidde tot de dood van Robert McCartney, ongeveer 70 getuigen aanwezig zouden zijn geweest, D. overwegende dat, naarmate de moord tot steeds meer verontwaardiging leidde, de IRA en Sinn Féin, de politieke vleugel van de IRA, een aantal leden hebben geschorst of uit de organisaties hebben gezet, E. overwegende dat de leiders van Sinn Féin erop hebben aangedrongen recht te doen geschieden, maar dat zij degenen die verantwoordelijk zijn voor de moord of degenen die daarvan getuigen waren niet hebben opgeroepen om volledig en rechtstreeks samen te werken met de politiediensten van Noord-Ierland, F. overwegende dat de IRA op 8 maart 2005 een schandalige verklaring heeft uitgebracht waarin zij stelt bereid te zijn om de moordenaars van Robert McCartney neer te schieten, G. overwegende dat zij die betrokken zijn bij de voortdurende pogingen om recht te doen geschieden voor Robert McCartney, recentelijk het voorwerp zijn geweest van een fluistercampagne waarbij wordt geprobeerd hen te intimideren en de geloofwaardigheid van hun zaak te ondermijnen, H. overwegende dat door het Vredesfonds van de EU voor Noord-Ierland en de grensregio's van Ierland waardevol werk is verricht, I. overwegende dat vrede en geweld in Noord-Ierland niet naast elkaar kunnen bestaan, 1. veroordeelt geweld en criminaliteit van het zelfuitgeroepen "Ierse Republikeinse Leger (IRA) in Noord-Ierland, en met name de moord op Robert McCartney;" 2. beklemtoont in de meest krachtige bewoordingen dat de zusters en de partner van Robert McCartney volledige steun verdienen bij hun pogingen recht te doen geschieden; 3. verzoekt de leiders van Sinn Féin erop aan te dringen dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de moord en getuigen van de moord rechtstreeks samenwerken met de politiediensten van Noord-Ierland en gevrijwaard blijven van de dreiging van represailles van de zijde van het IRA; 4. betreurt de laaghartige fluistercampagne die tot doel heeft de zusters en de verloofde van Robert McCartney in hun strijd voor gerechtigheid te intimideren en in diskrediet te brengen; 5. verzoekt de Raad en de Commissie de rechtshandhavingsautoriteiten in Noord-Ierland alle nodige steun te verlenen om ervoor te zorgen dat de moordenaars van Robert McCartney worden berecht; 6. stelt voor dat, mocht de politie van Noord-Ierland niet in staat zijn om strafrechtelijke vervolging in te stellen voor de moord op Robert McCartney, de Europese Unie overeenkomstig het Financieel Reglement een financiële bijdrage levert in de kosten die door de familie-McCartney worden gemaakt bij hun pogingen door middel van een civielrechtelijke procedure recht te doen geschieden; 7. dringt er in dit verband op aan dat de Commissie een dergelijke bijdrage verstrekt uit hoofde van de begrotingslijn in de algemene begroting van de EU die bestemd is voor steun voor slachtoffers van terrorisme; 8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de toetredingslanden en de kandidaat-lidstaten, alsmede aan de Raad van Europa. --------------------------------------------------