|
12.7.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 172/26 |
GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT (EG) Nr. 24/2005
door de Raad vastgesteld op 18 april 2005
met het oog op de aanneming van Richtlijn 2005/…/EG van het Europees Parlement en de Raad van … betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (optische straling) (19e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad)
(2005/C 172 E/02)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 137, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie (1), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Ingevolge het Verdrag kan de Raad door middel van richtlijnen minimumvoorschriften vaststellen om de verbetering van met name het arbeidsmilieu te bevorderen, teneinde een betere bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers te waarborgen. Administratieve, financiële en juridische verplichtingen die de oprichting en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen zouden kunnen hinderen, moeten in die richtlijnen vermeden worden. |
|
(2) |
In de mededeling van de Commissie over haar actieprogramma tot uitvoering van het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werknemers worden minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia in het vooruitzicht gesteld. In september 1990 heeft het Europees Parlement een resolutie over dat actieprogramma (4) aangenomen, waarin de Commissie in het bijzonder wordt verzocht voor met lawaai, trillingen en andere fysische agentia op de arbeidsplaats verbonden risico's een specifieke richtlijn op te stellen. |
|
(3) |
Op 25 juni 2002 hebben het Europees Parlement en de Raad alvast Richtlijn 2002/44/EG betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (trillingen) (16e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (5) vastgesteld. Op 6 februari 2003 hebben het Europees Parlement en de Raad vervolgens Richtlijn 2003/10/EG betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (lawaai) (17e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (6) vastgesteld. Daarna hebben het Europees Parlement en de Raad op 29 april 2004 Richtlijn 2004/40/EG betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (elektromagnetische velden) (18e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad) (7) vastgesteld. |
|
(4) |
Het wordt nu noodzakelijk geacht maatregelen in te voeren ter bescherming van werknemers tegen de risico's die verbonden zijn aan optische straling door de effecten daarvan op de gezondheid en de veiligheid van werknemers, met name schade aan de ogen en de huid. Met deze maatregelen wordt niet alleen beoogd de gezondheid en de veiligheid van elke werknemer afzonderlijk te waarborgen, maar ook om alle werknemers van de Gemeenschap een als minimum te beschouwen basisbescherming te bieden, waarmee eventuele concurrentievervalsing wordt vermeden. |
|
(5) |
Deze richtlijn stelt minimumvoorschriften vast en laat de lidstaten daarmee de keuze om stringentere bepalingen voor de bescherming van werknemers te handhaven of aan te nemen, met name waar het de vaststelling betreft van lagere grenswaarden voor blootstelling. De uitvoering van deze richtlijn mag niet dienen als rechtvaardiging voor enigerlei achteruitgang ten opzichte van de in de lidstaten reeds bestaande situatie. |
|
(6) |
Een systeem ter bescherming tegen de gevaren van optische straling moet beperkt blijven tot een omschrijving, zonder overbodige details, van de te bereiken doeleinden, de in acht te nemen beginselen en de te gebruiken basisgrootheden, teneinde de lidstaten in staat te stellen de minimumvoorschriften op equivalente wijze toe te passen. |
|
(7) |
De blootstelling aan optische straling kan doeltreffender worden verminderd door reeds bij het ontwerpen van werkplekken voor preventie te zorgen en arbeidsmiddelen, -procédés en -methoden zodanig te kiezen dat risico's bij voorrang aan de bron worden bestreden. Maatregelen met betrekking tot arbeidsmiddelen en -methoden leveren derhalve een bijdrage aan de bescherming van de werknemers. Overeenkomstig de algemene preventiebeginselen in artikel 6, lid 2, van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (8), hebben maatregelen voor collectieve bescherming voorrang boven individuele beschermingsmethoden. |
|
(8) |
Het is van belang dat werkgevers zich aanpassen aan de technische vooruitgang en de wetenschappelijke kennis inzake risico's in verband met blootstelling aan optische straling, teneinde de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers te verbeteren. |
|
(9) |
De onderhavige richtlijn is een bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk. |
|
(10) |
Deze richtlijn vormt een concrete bijdrage tot de verwezenlijking van de sociale dimensie van de interne markt. |
|
(11) |
Een aanvullende benadering om te komen tot betere beginselen voor de regelgeving en tot een hoog beschermingsniveau kan zijn om ervoor te zorgen dat producten die vervaardigd worden door de producenten van optische stralingsbronnen en bijbehorende apparatuur, voldoen aan geharmoniseerde normen die erop zijn toegesneden om de gezondheid en de veiligheid van de gebruikers te beschermen tegen de gevaren die aan dergelijke producten inherent zijn; bijgevolg is het niet noodzakelijk dat de metingen en berekeningen die de fabrikant reeds heeft verricht om na te gaan of het toestel voldoet aan de essentiële veiligheidseisen die in de toepasselijke communautaire richtlijnen aan dergelijke apparatuur worden gesteld, door de werkgevers opnieuw worden uitgevoerd. |
|
(12) |
De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (9). |
|
(13) |
Inachtneming van de grenswaarden voor blootstelling dient een hoog beschermingsniveau te bieden voor wat betreft de gezondheidseffecten van blootstelling aan optische straling. Aangezien de toepassing van grenswaarden voor blootstelling en technische maatregelen evenwel niet als geschikt worden beschouwd in geval van blootstelling aan natuurlijke bronnen van optische straling, zijn preventieve maatregelen, zoals voorlichting en opleiding van werknemers, van kritisch belang bij de risicobeoordeling en de beperking van de risico's van blootstelling aan de zon. |
|
(14) |
Overeenkomstig punt 34 van het interinstitutioneel akkoord — „Beter wetgeven” (10) worden de lidstaten ertoe aangespoord voor zichzelf en in het belang van de Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen die, voorzover mogelijk, het verband weergeven tussen deze richtlijn en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken, |
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
AFDELING I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Doel en toepassingsgebied
1. Bij deze richtlijn, die de 19e bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG is, worden minimumvoorschriften vastgesteld voor de bescherming van werknemers tegen risico's voor hun gezondheid en veiligheid die zich voordoen of kunnen voordoen door blootstelling aan optische straling tijdens het werk.
2. Deze richtlijn heeft betrekking op de risico's voor de gezondheid en de veiligheid van werknemers door negatieve effecten op de ogen en de huid die worden veroorzaakt door blootstelling aan optische straling.
3. Richtlijn 89/391/EEG is onverkort van toepassing op het gehele gebied, bedoeld in lid 1, onverminderd meer stringente en/of meer specifieke bepalingen van deze richtlijn.
Artikel 2
Definities
In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:
|
a) |
optische straling: elektromagnetische straling in het golflengtegebied tussen 100 nm en 1 mm. Het spectrum van de optische straling wordt ingedeeld in ultraviolette straling, zichtbare straling en infrarode straling:
|
|
b) |
laser (lichtversterking door gestimuleerde stralingsemissie): apparaat dat in staat is om elektromagnetische straling in het golflengtegebied van optische straling te produceren of te versterken, hoofdzakelijk via gecontroleerde gestimuleerde emissie; |
|
c) |
laserstraling: optische straling afkomstig van een laser; |
|
d) |
niet-coherente straling: optische straling die geen laserstraling is; |
|
e) |
grenswaarden voor blootstelling (GWB's): grenzen voor de blootstelling aan optische straling, die direct gebaseerd zijn op bewezen gezondheidseffecten en biologische overwegingen. Inachtneming van deze grenzen waarborgt dat aan kunstmatige bronnen van optische straling blootgestelde werknemers worden beschermd tegen alle bekende negatieve gevolgen voor de gezondheid; |
|
f) |
bestralingssterkte (E) of vermogensdichtheid: het invallend vermogen aan straling per eenheid van oppervlakte uitgedrukt in watts per vierkante meter (W m-2); |
|
g) |
bestralingsdosis (H): de tijdsintegraal van de bestralingssterkte uitgedrukt in joules per vierkante meter (J m-2); |
|
h) |
radiantie (L): de stralingsstroom of het vermogen per eenheid van ruimtehoek uitgedrukt in watts per vierkante meter per steradiaal (W m-2 sr-1); |
|
i) |
niveau: de combinatie van bestralingssterkte, stralingsblootstelling en radiantie waaraan een werknemer is blootgesteld. |
Artikel 3
Grenswaarden voor blootstelling
1. De grenswaarden voor blootstelling aan incoherente straling, anders dan die welke wordt uitgestraald door natuurlijke bronnen van optische straling, zijn vermeld in bijlage I.
2. De grenswaarden voor blootstelling aan laserstraling zijn vermeld in bijlage II.
AFDELING II
VERPLICHTINGEN VAN DE WERKGEVER
Artikel 4
Bepaling van de blootstelling en beoordeling van de risico's
1. Bij de uitvoering van de voorschriften van artikel 6, lid 3, en artikel 9, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG beoordeelt en, indien nodig, meet en/of berekent de werkgever, voor aan kunstmatige bronnen van optische straling blootgestelde werknemers, de niveaus van de optische straling waaraan de werknemers waarschijnlijk zullen worden blootgesteld, zodat de nodige maatregelen kunnen worden bepaald en uitgevoerd om de blootstelling tot de toepasselijke grenzen te beperken. De methodiek die wordt toegepast bij de beoordeling, de meting en/of de berekeningen volgt de normen van de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) met betrekking tot laserstraling en de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor Verlichtingskunde (CIE) en de Commissie voor Normalisatie (CEN) met betrekking tot incoherente straling. In blootstellingssituaties die niet door die normen en aanbevelingen worden bestreken, worden, totdat passende EU-normen of -aanbevelingen beschikbaar zijn, de beoordeling, meting en/of berekeningen uitgevoerd aan de hand van de beschikbare nationale of internationale richtsnoeren met een wetenschappelijke grondslag. In beide blootstellingssituaties mag bij de beoordeling rekening worden gehouden met door de producent van de arbeidsmiddelen opgegeven informatie, wanneer die arbeidsmiddelen onder een toepasselijke communautaire richtlijn vallen.
2. Bij de uitvoering van de voorschriften van artikel 6, lid 3, en artikel 9, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG beoordeelt de werkgever voor aan natuurlijke bronnen van optische straling blootgestelde werknemers het gezondheids- en veiligheidsrisico, zodat de nodige maatregelen kunnen worden bepaald en uitgevoerd om deze risico's tot een minimum te beperken.
3. De in lid 1 bedoelde beoordeling, meting en/of berekeningen en de in lid 2 bedoelde beoordeling worden met passende frequentie gepland en uitgevoerd door deskundige diensten of personen, met name rekening houdend met het bepaalde in artikel 7 en artikel 11 van Richtlijn 89/391/EEG inzake de vereiste deskundige diensten of personen en de raadpleging en deelneming van werknemers. De gegevens die door middel van de beoordelingen, waaronder de in lid 1 bedoelde meting en/of berekeningen van het niveau van blootstelling, zijn verkregen, worden in een passende vorm bewaard om latere raadpleging mogelijk te maken.
4. Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Richtlijn 89/391/EEG besteedt de werkgever bij de risicobeoordeling met name aandacht aan:
|
a) |
het niveau, de golflengtegebieden en de duur van de blootstelling aan kunstmatige bronnen van optische straling; |
|
b) |
de blootstelling aan natuurlijke bronnen van optische straling; |
|
c) |
de in artikel 3 van deze richtlijn bedoelde grenswaarden voor blootstelling; |
|
d) |
mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers die tot een bijzonder gevoelige risicogroep behoren; |
|
e) |
mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers van de interactie op de werkplek tussen optische straling en fotosensibiliserende chemicaliën; |
|
f) |
mogelijke indirecte effecten zoals tijdelijke blindheid, ontploffing, of brand; |
|
g) |
het bestaan van vervangende arbeidsmiddelen die ontworpen zijn om de niveaus van blootstelling aan optische straling te verminderen; |
|
h) |
via het gezondheidstoezicht verkregen informatie, met inbegrip van gepubliceerde informatie, voorzover dat mogelijk is; |
|
i) |
de blootstelling aan verscheidene bronnen van optische straling; |
|
j) |
een classificatie die wordt toegepast op lasers die worden gedefinieerd conform de desbetreffende IEC-norm, alsook soortgelijke classificaties met betrekking tot kunstmatige bronnen die soortgelijke schade kunnen toebrengen als lasers van de klasse 3B of 4; |
|
k) |
de door de producent van bronnen van optische straling en aanverwante arbeidsmiddelen opgegeven informatie in overeenstemming met de toepasselijke communautaire richtlijnen. |
5. De werkgever is in het bezit van een risicobeoordeling, overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder a), van Richtlijn 89/391/EEG, en vermeldt welke maatregelen overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de onderhavige richtlijn moeten worden getroffen. De risicobeoordeling wordt op een geschikte drager vastgelegd, overeenkomstig de nationale wetgeving en praktijk; de werkgever kan daarbij argumenten aandragen om aan te tonen dat de aard en de omvang van de aan optische straling verbonden risico's een meer uitvoerige beoordeling overbodig maken. De risicobeoordeling wordt regelmatig bijgewerkt, met name indien er ingrijpende veranderingen hebben plaatsgevonden waardoor zij achterhaald is, of wanneer uit de resultaten van het gezondheidstoezicht blijkt dat aanpassing nodig is.
Artikel 5
Maatregelen ter voorkoming of vermindering van risico's
1. De risico's die verbonden zijn aan de blootstelling aan optische straling worden geëlimineerd of tot een minimum beperkt, waarbij rekening wordt gehouden met de technische vooruitgang en de mogelijkheid om maatregelen te nemen om het risico aan de bron te beheersen.
De vermindering van de risico's die verbonden zijn aan de blootstelling aan optische straling geschiedt met inachtneming van de in Richtlijn 89/391/EEG vermelde algemene preventieprincipes.
2. Indien uit de overeenkomstig artikel 4, lid 1, uitgevoerde risicobeoordeling voor aan kunstmatige bronnen van optische straling blootgestelde werknemers blijkt dat het mogelijk is dat de blootstellingsgrenswaarden overschreden worden, gaat de werkgever over tot de opstelling en uitvoering van een actieplan dat technische en/of organisatorische maatregelen omvat. Er dient met name rekening te worden gehouden met:
|
a) |
alternatieve werkmethoden die het risico van optische straling verminderen; |
|
b) |
de keuze van arbeidsmiddelen die minder optische straling uitzenden, rekening houdend met het te verrichten werk; |
|
c) |
technische maatregelen om de emissie van optische straling te beperken, waar nodig ook door het gebruik van vergrendeling, afscherming of soortgelijke mechanismen ter bescherming van de gezondheid; |
|
d) |
passende onderhoudsprogramma's voor de arbeidsmiddelen, de werkplek en de systemen op de arbeidsplaats; |
|
e) |
het ontwerp en de indeling van de werkplek en de arbeidsplaats; |
|
f) |
de beperking van de duur en het niveau van de blootstelling; |
|
g) |
de beschikbaarheid van passende persoonlijke beschermingsmiddelen; |
|
h) |
de aanwijzingen van de fabrikant van de arbeidsmiddelen wanneer deze onder een desbetreffende communautaire richtlijn vallen. |
3. Indien de overeenkomstig artikel 4, lid 2, uitgevoerde risicobeoordeling uitwijst dat aan natuurlijke bronnen van optische straling blootgestelde werknemers risico lopen, gaat de werkgever over tot de opstelling en uitvoering van een actieplan dat technische en/of organisatorische maatregelen omvat om de gezondheids- en veiligheidsrisico's zoveel mogelijk te beperken.
4. Op basis van de overeenkomstig artikel 4 uitgevoerde risicobeoordeling worden werkplekken waar werknemers zouden kunnen worden blootgesteld aan niveaus van optische straling uit kunstmatige bronnen die de grenswaarden voor blootstelling overschrijden, overeenkomstig Richtlijn 92/58/EEG van de Raad van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften voor de veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk (negende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (11), aangegeven door middel van passende signaleringen. De betrokken zones worden afgebakend en de toegang ertoe wordt beperkt indien dit technisch mogelijk is en indien het risico bestaat dat de grenswaarden voor blootstelling worden overschreden.
5. Worden de grenswaarden voor blootstelling overschreden ondanks de maatregelen die de werkgever uit hoofde van deze richtlijn met betrekking tot kunstmatige bronnen van optische straling heeft genomen, dan neemt de werkgever onmiddellijk maatregelen om de blootstelling terug te brengen tot onder de grenswaarden. De werkgever gaat na waarom de grenswaarden zijn overschreden en past de beschermings- en preventiemaatregelen zo aan dat de grenswaarden niet opnieuw worden overschreden. Werknemers mogen in geen geval worden blootgesteld aan straling boven de grenswaarden voor blootstelling.
6. Overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 89/391/EEG stemt de werkgever de in dit artikel bedoelde maatregelen af op de vereisten voor werknemers die tot een bijzonder gevoelige risicogroep behoren.
Artikel 6
Voorlichting en opleiding van de werknemers
Onverminderd de artikelen 10 en 12 van Richtlijn 89/391/EEG zorgt de werkgever ervoor dat werknemers die aan risico's in verband met optische straling op het werk worden blootgesteld, en/of hun vertegenwoordigers, alle noodzakelijke voorlichting en opleiding ontvangen in verband met het resultaat van de in artikel 4 van deze richtlijn bedoelde risicobeoordeling, in het bijzonder betreffende:
|
a) |
maatregelen die ter uitvoering van deze richtlijn zijn genomen; |
|
b) |
de grenswaarden voor blootstelling en de gerelateerde potentiële gevaren; |
|
c) |
de resultaten van de overeenkomstig artikel 4 van deze richtlijn uitgevoerde beoordeling, meting en/of berekeningen van de niveaus van blootstelling aan optische straling, samen met een toelichting bij de betekenis en de potentiële gevaren ervan; |
|
d) |
de wijze waarop schadelijke effecten van de blootstelling voor de gezondheid moeten worden opgespoord en gemeld; |
|
e) |
de omstandigheden waarin werknemers recht hebben op gezondheidstoezicht; |
|
f) |
veilige werkmethoden om de risico's van blootstelling tot een minimum te beperken; |
|
g) |
goed gebruik van passende persoonlijke beschermingsmiddelen. |
Artikel 7
Raadpleging en deelneming van de werknemers
Bij de behandeling van de onderwerpen die onder deze richtlijn vallen, wordt overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 89/391/EEG voorzien in raadpleging en deelneming van de werknemers en/of hun vertegenwoordigers.
AFDELING III
DIVERSE BEPALINGEN
Artikel 8
Gezondheidstoezicht
1. Onverminderd artikel 14 van Richtlijn 89/391/EEG stellen de lidstaten de nodige bepalingen vast om te voorzien in een passend toezicht op de gezondheid van werknemers wanneer uit het resultaat van de risicobeoordeling bedoeld in artikel 4 van deze richtlijn, blijkt dat er een substantieel risico bestaat voor hun gezondheid. Die bepalingen, met inbegrip van de vereisten voor medische dossiers en de beschikbaarheid daarvan, worden ingevoerd overeenkomstig de nationale wetgeving en/of gebruiken.
2. De lidstaten stellen regelingen vast om te waarborgen dat er van iedere werknemer die in overeenstemming met lid 1 onder gezondheidstoezicht staat, een individueel medisch dossier wordt opgesteld, dat regelmatig wordt bijgewerkt. De medische dossiers bevatten een samenvatting van de resultaten van het uitgevoerde gezondheidstoezicht. Zij worden in een geschikte vorm bijgehouden om latere raadpleging mogelijk te maken, waarbij rekening wordt gehouden met het vertrouwelijke karakter ervan. Op verzoek wordt aan de bevoegde autoriteit een afschrift van de desbetreffende dossiers verstrekt, waarbij rekening wordt gehouden met het vertrouwelijke karakter ervan. De individuele werknemer heeft desgevraagd toegang tot de hem persoonlijk betreffende medische gegevens.
3. Wanneer uit het gezondheidstoezicht blijkt dat een werknemer aan een herkenbare ziekte lijdt of schadelijke effecten voor zijn gezondheid ondervindt die door een arts of een deskundige op het gebied van de arbeidsgezondheidszorg worden aangemerkt als het resultaat van blootstelling aan optische straling op het werk:
|
a) |
wordt de werknemer door de arts of een andere voldoende gekwalificeerde persoon geïnformeerd over het resultaat dat hem persoonlijk betreft. Hij ontvangt met name informatie en advies over het gezondheidstoezicht waaraan hij zich dient te onderwerpen na het einde van de blootstelling; |
|
b) |
wordt de werkgever geïnformeerd over significante bevindingen van het gezondheidstoezicht, waarbij rekening wordt gehouden met het vertrouwelijke karakter van de medische gegevens; |
|
c) |
is het de taak van de werkgever:
|
Artikel 9
Sancties
De lidstaten voorzien in adequate sancties op inbreuken op de ingevolge deze richtlijn vastgestelde nationale wetgeving. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend.
Artikel 10
Technische wijzigingen
1. Wijzigingen van de grenswaarden voor blootstelling in de bijlagen worden door het Europees Parlement en de Raad vastgesteld volgens de procedure van artikel 137, lid 2, van het Verdrag.
2. Zuiver technische wijzigingen in de bijlagen in verband met
|
a) |
de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie met betrekking tot het ontwerp, de bouw, de vervaardiging of de constructie van arbeidsmiddelen en/of werkplekken; |
|
b) |
de technische vooruitgang, wijzigingen in de meest toepasselijke geharmoniseerde Europese normen of internationale specificaties, en nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied van beroepsmatige blootstelling aan optische straling, |
worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 11, lid 2.
Artikel 11
Comité
1. De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 17 van Richtlijn 89/391/EEG bedoelde comité.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
AFDELING IV
SLOTBEPALINGEN
Artikel 12
Verslagen
De lidstaten brengen om de vijf jaar aan de Commissie verslag uit over de praktische toepassing van deze richtlijn, met vermelding van het standpunt van de sociale partners.
De Commissie stelt om de vijf jaar het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op de arbeidsplaats in kennis van de inhoud van deze verslagen, alsmede van haar evaluatie van de ontwikkelingen terzake en van ieder optreden dat in het licht van nieuwe wetenschappelijke kennis gerechtvaardigd kan zijn.
Artikel 13
Omzetting
1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op ... (12) aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen of reeds hebben vastgesteld.
Artikel 14
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 15
Adressaten
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te …
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
…
Voor de Raad
De voorzitter
…
(1) PB C 77 van 18.3.1993, blz. 12, en PB C 230 van 19.8.1994, blz. 3.
(2) PB C 249 van 13.9.1993, blz. 28.
(3) Advies van het Europees Parlement van 20 april 1994 (PB C 128 van 9.5.1994, blz. 146), bevestigd op 16 september 1999 (PB C 54 van 25.2.2000, blz. 75), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 18 april 2005 en besluit van het Europees Parlement van ....
(4) PB C 260 van 15.10.1990, blz. 167.
(5) PB L 177 van 6.7.2002, blz. 13.
(6) PB L 42 van 15.2.2003, blz. 38.
(7) PB L 159 van 30.4.2004, blz. 1. Richtlijn gerectificeerd in PB L 184 van 24.5.2004, blz. 1.
(8) PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
(9) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
(10) PB C 321 van 31.12.2003, blz. 1.
(11) PB L 245 van 26.8.1992, blz. 23.
(12) Vier jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn.
BIJLAGE I
INCOHERENTE OPTISCHE STRALING
De biofysisch relevante waarden voor blootstelling aan optische straling kunnen met onderstaande formules worden bepaald. Welke formule wordt gebruikt hangt af van het door de bron uitgezonden stralingsspectrum en de resultaten dienen te worden vergeleken met de desbetreffende grenswaarden voor blootstelling in tabel 1.1. Voor een bepaalde bron van optische straling kan meer dan één blootstellingswaarde met bijbehorende grenswaarde gelden.
De nummering van a) tot en met o) verwijst naar de overeenkomstige horizontale rij in tabel 1.1.
|
a) |
|
(Heff is alleen relevant in het gebied 180 tot 400 nm) |
|
b) |
|
(HUVA is alleen relevant in het gebied 315 tot 400 nm) |
|
c, d) |
|
(LB is alleen relevant in het gebied 300 tot 700 nm) |
|
e, f) |
|
(EB is alleen relevant in het gebied 300 tot 700 nm) |
|
g t/m l) |
|
(Zie tabel 1.1 voor passende waarden van λ1 en λ2) |
|
m, n) |
|
(EIR is alleen relevant in het gebied 780 tot 3 000 nm) |
|
o) |
|
(Hskin is alleen relevant in het gebied 380 tot 3 000 nm) |
Aan de doelstelling van deze richtlijn kan ook worden voldaan door bovenstaande formules te vervangen door de volgende uitdrukkingen en het gebruik van discrete waarden, zoals uiteengezet in de volgende tabellen:
|
a) |
|
en Heff = Eeff · Δt |
|
b) |
|
en HUVA = EUVA · Δt |
|
c, d) |
|
|
|
e, f) |
|
|
|
g t/m l) |
|
(Zie tabel 1.1 voor passende waarden van λ1 en λ2) |
|
m, n) |
|
|
|
o) |
|
en Hskin = Eskin · Δt |
Aantekeningen
|
Eλ (λ,t), Eλ |
spectrale bestralingssterkte of spectrale vermogensdichtheid: het invallend vermogen aan straling per eenheid van oppervlakte, uitgedrukt in watts per vierkante meter per nanometer [W m-2 nm-1]; de waarden voor Eλ (λ,t) en Eλ zijn verkregen door metingen of kunnen worden verstrekt door de fabrikant van de apparatuur; |
|
Eeff |
effectieve bestralingssterkte (UV-gebied): de berekende bestralingssterkte binnen het UV-golflengtegebied (180 tot 400 nm) door spectrale weging met S (λ), uitgedrukt in watts per vierkante meter [W m-2]; |
|
H |
bestralingsdosis: de tijdsintegraal van de bestralingssterkte uitgedrukt in joules per vierkante meter [J m-2]; |
|
Heff |
effectieve bestralingsdosis: de bestralingssterkte, blootstelling spectraal gewogen met S (λ), uitgedrukt in joules per vierkante meter [J m-2]; |
|
EUVA |
totale bestralingssterkte (UVA): de berekende bestralingssterkte binnen het UVA-golflengtegebied (315-400 nm), uitgedrukt in watts per vierkante meter [W m-2]; |
|
HUVA |
bestralingsdosis (UVA): de integraal naar tijd en golflengte, of de som van de bestralingssterkte binnen het UVA-golflengtegebied (315-400 nm), uitgedrukt in joules per vierkante meter [J m-2]; |
|
S (λ) |
spectrale weging waarbij rekening wordt gehouden met de golflengteafhankelijkheid van de gezondheidseffecten van UV-straling op ogen en huid, (tabel 1.2) [dimensieloos]; |
|
t, Δt |
tijd: duur van de blootstelling, uitgedrukt in seconden [s]; |
|
λ |
golflengte, uitgedrukt in nanometers [nm]; |
|
Δ λ |
bandbreedte, uitgedrukt in nanometers [nm], voor de berekening van de meetintervallen; |
|
Lλ (λ), Lλ |
spectrale radiantie van de bron, uitgedrukt in watts per vierkante meter per steradiaal per nanometer [W m-2 sr -1 nm-1]; |
|
R (λ) |
spectrale weging waarbij rekening wordt gehouden met de golflengteafhankelijkheid van door zichtbare en IRA-straling aan het oog toegebrachte thermische schade (hitteletsel) (tabel 1.3) [dimensieloos]; |
|
LR |
effectieve radiantie (thermische schade): berekende radiantie door spectrale weging met R (λ), uitgedrukt in watts per vierkante meter per steradiaal [W m-2 sr -1]; |
|
B (λ) |
spectrale weging waarbij rekening wordt gehouden met de golflengteafhankelijkheid van het door bestraling met blauwlicht aan het oog toegebrachte fotochemische letsel (tabel 1.3) [dimensieloos]; |
|
LB |
effectieve radiantie (blauwlicht): berekende radiantie, spectraal gewogen met B (λ), uitgedrukt in watts per vierkante meter per steradiaal [W m-2 sr -1]; |
|
EB |
effectieve bestralingssterkte (blauwlicht): berekende bestralingssterkte, spectraal gewogen met B (λ), uitgedrukt in watts per vierkante meter [W m-2]; |
|
EIR |
totale bestralingssterkte (thermische schade): berekende bestralingssterkte binnen het infrarode golflengtegebied (780 nm t/m 3 000 nm), uitgedrukt in watts per vierkante meter [W m-2]; |
|
Eskin |
totale bestralingssterkte (zichtbaar, IRA en IRB): berekende bestralingssterkte binnen het zichtbare en infrarode golflengtegebied (380 nm tot 3 000 nm), uitgedrukt in watts per vierkante meter [W m-2]; |
|
Hskin |
stralingsblootstelling, de integraal van tijd en golflengte, of de som van de bestralingssterkte in het zichtbare en infrarode golflengtespectrum (380 tot 3 000 nm), uitgedrukt in joules per vierkante meter (J m-2); |
|
α |
koordehoek: de hoek die wordt ingenomen door een schijnbare bron als gezien vanuit een punt in de ruimte, uitgedrukt in milliradialen (mrad). De schijnbare bron is het werkelijke of virtuele object dat het kleinst mogelijke beeld op het netvlies vormt. |
Tabel 1.1
Maximale blootstellingswaarde voor niet-coherente optische straling
|
Nr. |
Golflengte in nanometers |
Grenswaarde voor blootstelling |
Eenheden |
Opmerkingen |
Deel van het lichaam |
Risico |
||
|
a. |
180-400 (UVA, UVB en UVC) |
Heff = 30 Dagelijkse waarde: 8 uur |
[J m-2] |
|
|
Fotokeratitis Conjunctivitis Staarvorming Erythema Elastosis Huidkanker |
||
|
b. |
315-400 (UVA) |
HUVA = 104 Dagelijkse waarde: 8 uur |
[J m-2] |
|
|
Staarvorming |
||
|
c. |
300-700 (Blauwlicht) Zie noot 1 |
|
LB:[W m-2 sr-1] t: [seconden] |
Voor α ≥ 11 mrad |
|
fotoretinitis |
||
|
voor t ≤ 10 000 s |
||||||||
|
d. |
300-700 (Blauwlicht) Zie noot 1 |
LB = 100 voor t >10 000 s |
[W m-2 sr-1] |
|||||
|
e. |
300-700 (Blauwlicht) Zie noot 1 |
|
EB: [W m-2] t: [seconden] |
Voor α < 11 mrad Zie noot 2 |
||||
|
voor t ≤ 10 000 s |
||||||||
|
f. |
300-700 (Blauwlicht) zie noot 1 |
EB = 0,01 t > 10 000 s |
[W m-2] |
|||||
|
g. |
380-1 400 (Zichtbaar en IRA) |
|
[W m-2 sr-1] |
Cα = 1.7 voor α ≤ 1.7 mrad Cα= α voor 1.7 α ≤ 100 mrad Cα= 100 voor α > 100 mrad λ1 = 380; λ2 = 1400 |
|
Verbranding van het netvlies |
||
|
voor t > 10 s |
||||||||
|
h. |
380-1 400 (Zichtbaar en IRA) |
|
LR:[W m-2 sr-1] t: [seconden] |
|||||
|
voor 10 ≤ μs t ≤ 10 s |
||||||||
|
i. |
380-1 400 (Zichtbaar en IRA) |
|
[W m-2 sr-1] |
|||||
|
voor t < 10 μs |
||||||||
|
j. |
780-1 400 (IRA) |
|
[W m-2 sr-1] |
Cα = 11 voor α ≤ 11 mrad Cα = α voor 11 α ≤ 100 mrad Cα = 100 voor α > 100 mrad (meting gezichtsveld: 11 mrad) λ1 = 780; λ2 = 1 400 |
|
Verbranding van het netvlies |
||
|
voor t > 10 s |
||||||||
|
k. |
780-1 400 (IRA) |
|
LR: [W m-2 sr-1] t: [seconden] |
|||||
|
voor 10 ≤ μs t ≤ 10 s |
||||||||
|
l. |
780-1 400 (IRA) |
|
[W m-2 sr-1] |
|||||
|
voor t < 10 μs |
||||||||
|
m. |
780-3 000 (IRA en IRB) |
EIR = 18 000t-0.75 voor t ≤ 1 000 s |
E: [Wm-2] t: [seconden] |
|
|
Verbranding van het hoornvlies Staarvorming |
||
|
n. |
780-3 000 (IRA en IRB) |
EIR = 100 voor t >1 000 s |
[W m-2] |
|||||
|
o. |
380-3 000 (Zichtbaar, IRA en IRB) |
Hskin = 20 000t0.25 voor t <10 s |
H: [J m-2] t: [seconden] |
|
Huid |
Verbranding |
||
|
Noot 1: Het spectrum van 300 tot 700 nm omvat delen van UVB, alle UVA en de meeste van de zichtbare straling. Het eraan verbonden risico wordt echter gewoonlijk „blauwlicht”-risico genoemd. Strikt genomen bestrijkt blauwlicht slechts het spectrum van 400 tot 490 nm. Noot 2: Voor een constante fixatie op zeer kleine bronnen met een koordehoek <11 mrad, kan LB worden omgezet in EB. Dit geldt normaliter alleen voor oftalmologische instrumenten of een gestabiliseerd oog tijdens anesthesie. De maximale „staartijd” wordt gevonden door tmax = 100/EB met EB uitgedrukt in W m-2. Ten gevolge van de oogbewegingen tijdens normale visuele taken komt dit niet boven 100s. |
||||||||
Tabel 1.2
S (λ), [dimensieloos], 180 nm tot 400 nm
|
λ in nm |
B (λ) |
|
180 |
0,0120 |
|
181 |
0,0126 |
|
182 |
0,0132 |
|
183 |
0,0138 |
|
184 |
0,0144 |
|
185 |
0,0151 |
|
186 |
0,0158 |
|
187 |
0,0166 |
|
188 |
0,0173 |
|
189 |
0,0181 |
|
190 |
0,0190 |
|
191 |
0,0199 |
|
192 |
0,0208 |
|
193 |
0,0218 |
|
194 |
0,0228 |
|
195 |
0,0239 |
|
196 |
0,0250 |
|
197 |
0,0262 |
|
198 |
0,0274 |
|
199 |
0,0287 |
|
200 |
0,0300 |
|
201 |
0,0334 |
|
202 |
0,0371 |
|
203 |
0,0412 |
|
204 |
0,0459 |
|
205 |
0,0510 |
|
206 |
0,0551 |
|
207 |
0,0595 |
|
208 |
0,0643 |
|
209 |
0,0694 |
|
210 |
0,0750 |
|
211 |
0,0786 |
|
212 |
0,0824 |
|
213 |
0,0864 |
|
214 |
0,0906 |
|
215 |
0,0950 |
|
216 |
0,0995 |
|
217 |
0,1043 |
|
218 |
0,1093 |
|
219 |
0,1145 |
|
220 |
0,1200 |
|
221 |
0,1257 |
|
222 |
0,1316 |
|
223 |
0,1378 |
|
224 |
0,1444 |
|
225 |
0,1500 |
|
226 |
0,1583 |
|
227 |
0,1658 |
|
228 |
0,1737 |
|
229 |
0,1819 |
|
230 |
0,1900 |
|
231 |
0,1995 |
|
232 |
0,2089 |
|
233 |
0,2188 |
|
234 |
0,2292 |
|
235 |
0,2400 |
|
236 |
0,2510 |
|
237 |
0,2624 |
|
238 |
0,2744 |
|
239 |
0,2869 |
|
240 |
0,3000 |
|
241 |
0,3111 |
|
242 |
0,3227 |
|
243 |
0,3347 |
|
244 |
0,3471 |
|
245 |
0,3600 |
|
246 |
0,3730 |
|
247 |
0,3865 |
|
248 |
0,4005 |
|
249 |
0,4150 |
|
250 |
0,4300 |
|
251 |
0,4465 |
|
252 |
0,4637 |
|
253 |
0,4815 |
|
254 |
0,5000 |
|
255 |
0,5200 |
|
256 |
0,5437 |
|
257 |
0,5685 |
|
258 |
0,5945 |
|
259 |
0,6216 |
|
260 |
0,6500 |
|
261 |
0,6792 |
|
262 |
0,7098 |
|
263 |
0,7417 |
|
264 |
0,7751 |
|
265 |
0,8100 |
|
266 |
0,8449 |
|
267 |
0,8812 |
|
268 |
0,9192 |
|
269 |
0,9587 |
|
270 |
1,0000 |
|
271 |
0,9919 |
|
272 |
0,9838 |
|
273 |
0,9758 |
|
274 |
0,9679 |
|
275 |
0,9600 |
|
276 |
0,9434 |
|
277 |
0,9272 |
|
278 |
0,9112 |
|
279 |
0,8954 |
|
280 |
0,8800 |
|
281 |
0,8568 |
|
282 |
0,8342 |
|
283 |
0,8122 |
|
284 |
0,7908 |
|
285 |
0,7700 |
|
286 |
0,7420 |
|
287 |
0,7151 |
|
288 |
0,6891 |
|
289 |
0,6641 |
|
290 |
0,6400 |
|
291 |
0,6186 |
|
292 |
0,5980 |
|
293 |
0,5780 |
|
294 |
0,5587 |
|
295 |
0,5400 |
|
296 |
0,4984 |
|
297 |
0,4600 |
|
298 |
0,3989 |
|
299 |
0,3459 |
|
300 |
0,3000 |
|
301 |
0,2210 |
|
302 |
0,1629 |
|
303 |
0,1200 |
|
304 |
0,0849 |
|
305 |
0,0600 |
|
306 |
0,0454 |
|
307 |
0,0344 |
|
308 |
0,0260 |
|
309 |
0,0197 |
|
310 |
0,0150 |
|
311 |
0,0111 |
|
312 |
0,0081 |
|
313 |
0,0060 |
|
314 |
0,0042 |
|
315 |
0,0030 |
|
316 |
0,0024 |
|
317 |
0,0020 |
|
318 |
0,0016 |
|
319 |
0,0012 |
|
320 |
0,0010 |
|
321 |
0,000819 |
|
322 |
0,000670 |
|
323 |
0,000540 |
|
324 |
0,000520 |
|
325 |
0,000500 |
|
326 |
0,000479 |
|
327 |
0,000459 |
|
328 |
0,000440 |
|
329 |
0,000425 |
|
330 |
0,000410 |
|
331 |
0,000396 |
|
332 |
0,000383 |
|
333 |
0,000370 |
|
334 |
0,000355 |
|
335 |
0,000340 |
|
336 |
0,000327 |
|
337 |
0,000315 |
|
338 |
0,000303 |
|
339 |
0,000291 |
|
340 |
0,000280 |
|
341 |
0,000271 |
|
342 |
0,000263 |
|
343 |
0,000255 |
|
344 |
0,000248 |
|
345 |
0,000240 |
|
346 |
0,000231 |
|
347 |
0,000223 |
|
348 |
0,000215 |
|
349 |
0,000207 |
|
350 |
0,000200 |
|
351 |
0,000191 |
|
352 |
0,000183 |
|
353 |
0,000175 |
|
354 |
0,000167 |
|
355 |
0,000160 |
|
356 |
0,000153 |
|
357 |
0,000147 |
|
358 |
0,000141 |
|
359 |
0,000136 |
|
360 |
0,000130 |
|
361 |
0,000126 |
|
362 |
0,000122 |
|
363 |
0,000118 |
|
364 |
0,000114 |
|
365 |
0,000110 |
|
366 |
0,000106 |
|
367 |
0,000103 |
|
368 |
0,000099 |
|
369 |
0,000096 |
|
370 |
0,000093 |
|
371 |
0,000090 |
|
372 |
0,000086 |
|
373 |
0,000083 |
|
374 |
0,000080 |
|
375 |
0,000077 |
|
376 |
0,000074 |
|
377 |
0,000072 |
|
378 |
0,000069 |
|
379 |
0,000066 |
|
380 |
0,000064 |
|
381 |
0,000062 |
|
382 |
0,000059 |
|
383 |
0,000057 |
|
384 |
0,000055 |
|
385 |
0,000053 |
|
386 |
0,000051 |
|
387 |
0,000049 |
|
388 |
0,000047 |
|
389 |
0,000046 |
|
390 |
0,000044 |
|
391 |
0,000042 |
|
392 |
0,000041 |
|
393 |
0,000039 |
|
394 |
0,000037 |
|
395 |
0,000036 |
|
396 |
0,000035 |
|
397 |
0,000033 |
|
398 |
0,000032 |
|
399 |
0,000031 |
|
400 |
0,000030 |
Tabel 1.3
B (λ), R (λ) [dimensieloos], 380 nm tot 1 400 nm
|
λ in nm |
B (λ) |
R (λ) |
|
300 ≤ λ < 380 |
0,01 |
— |
|
380 |
0,01 |
0,1 |
|
385 |
0,013 |
0,13 |
|
390 |
0,025 |
0,25 |
|
395 |
0,05 |
0,5 |
|
400 |
0,1 |
1 |
|
405 |
0,2 |
2 |
|
410 |
0,4 |
4 |
|
415 |
0,8 |
8 |
|
420 |
0,9 |
9 |
|
425 |
0,95 |
9,5 |
|
430 |
0,98 |
9,8 |
|
435 |
1 |
10 |
|
440 |
1 |
10 |
|
445 |
0,97 |
9,7 |
|
450 |
0,94 |
9,4 |
|
455 |
0,9 |
9 |
|
460 |
0,8 |
8 |
|
465 |
0,7 |
7 |
|
470 |
0,62 |
6,2 |
|
475 |
0,55 |
5,5 |
|
480 |
0,45 |
4,5 |
|
485 |
0,32 |
3,2 |
|
490 |
0,22 |
2,2 |
|
495 |
0,16 |
1,6 |
|
500 |
0,1 |
1 |
|
500 < λ ≤ 600 |
100,02·(450 - λ) |
1 |
|
600 < λ ≤ 700 |
0,001 |
1 |
|
700 < λ ≤ 1 050 |
— |
100,002·(700 - λ) |
|
1 050 < λ ≤ 1 150 |
— |
0,2 |
|
1 150 < λ ≤ 1 200 |
— |
0,2 · 100,02·(1 150 - λ) |
|
1 200 < λ ≤ 1 400 |
— |
0,02 |
BIJLAGE II
OPTISCHE LASERSTRALING
De biofysisch relevante waarden voor blootstelling aan optische straling kunnen met onderstaande formules worden vastgesteld. Welke formule wordt gebruikt hangt af van de golflengte en de duur van de door de bron uitgezonden straling en de resultaten dienen te worden vergeleken met de desbetreffende grenswaarden voor blootstelling in de tabellen 2.2 tot en met 2.4. Voor een bepaalde bron van optische laserstraling kan meer dan één blootstellingswaarde met bijbehorende grenswaarde gelden.
De coëfficiënten die in de tabellen 2.2 tot en met 2.4 ten behoeve van de berekeningen worden gebruikt, staan in tabel 2.5 en de correctiefactoren voor herhaalde blootstelling staan in tabel 2.6.
Aantekeningen
|
dP |
vermogen in watt [W]; |
|
dA |
oppervlakte in vierkante meter [m2]; |
|
E (t), E |
bestralingssterkte of vermogensdichtheid: het invallend vermogen aan straling per eenheid van oppervlakte, gewoonlijk uitgedrukt in watts per vierkante meter [W m-2]. Waarden van E(t), E zijn verkregen door metingen of kunnen door de fabrikant van de apparatuur worden verstrekt; |
|
H |
bestralingsdosis: de tijdsintegraal van de bestralingssterkte, uitgedrukt in joules per vierkante meter [J m-2]; |
|
t |
tijd: duur van de blootstelling, uitgedrukt in seconden [s]; |
|
λ |
golflengte: uitgedrukt in nanometers [nm]; |
|
γ |
de conushoek die het gezichtsveld voor de meting begrenst, uitgedrukt in milliradialen [mrad]; |
|
γm |
gezichtsveld voor de meting, uitgedrukt in milliradialen [mrad]; |
|
α |
koordehoek van een bron, uitgedrukt in milliradialen [mrad]; begrenzende opening: het cirkelvormige gebied waarvoor het gemiddelde van de bestralingssterkte en de stralingsblootstelling wordt berekend; |
|
G |
geïntegreerde radiantie: de integraal van de radiantie over een bepaalde blootstellingstijd, uitgedrukt als de stralingsenergie per oppervlakte-eenheid van een straling emiterend oppervlak per eenheid van ruimtehoek van een stralingsbron in joules per vierkante meter per steradiaal [J m-2 sr -1]. |
Tabel 2.1
Stralingsrisico's
|
Golflengte [nm] λ |
Stralingsspectrum |
Aangetast orgaan |
Risico |
Tabel voor de grenswaarden voor blootstelling |
|
180 tot 400 |
UV |
Oog |
Fotochemische beschadiging en schade door hitte |
2.2, 2.3 |
|
180 tot 400 |
UV |
Huid |
Erytheem |
2.4 |
|
400 tot 700 |
Zichtbaar |
Oog |
Schade aan het netvlies |
2.2 |
|
400 tot 600 |
Zichtbaar |
Oog |
Fotochemische beschadiging |
2.3 |
|
400 tot 700 |
Zichtbaar |
Huid |
Schade door hitte |
2.4 |
|
700 tot 1 400 |
IRA |
Oog |
Schade door hitte |
2.2, 2.3 |
|
700 tot 1 400 |
IRA |
Huid |
Schade door hitte |
2.4 |
|
1 400 tot 2 600 |
IRB |
Oog |
Schade door hitte |
2.2 |
|
2 600 tot 106 |
IRC |
Oog |
Schade door hitte |
2.2 |
|
1 400 tot 106 |
IRB, IRC |
Oog |
Schade door hitte |
2.3 |
|
1 400 tot 106 |
IRB, IRC |
Huid |
Schade door hitte |
2.4 |
Tabel 2.2
Grenswaarden voor de blootstelling van het oog aan laserstraling - Korte blootstellingsduur < 10 s
|
Golflengte (1) [nm] |
Opening |
Duur [s] |
|||||||
|
10-13 — 10-11 |
10-11 — 10-9 |
10-9 — 10-7 |
10-7 — 1,8 · 10-5 |
1,8 - 10-5 — 5 - 10-5 |
5 - 10-5 — 10-3 |
10-3 — 101 |
|||
|
UV-C |
180-280 |
1 mm voor t< 0,3 s; 1,5 · t0 375 voor 0,3<t< 10 s |
E = 3 · 1010 · [W m-2] (2) |
H = 30 [J m-2] |
|||||
|
UV-B |
280-302 |
||||||||
|
303 |
H = 40 [J m-2] |
indien t < 2,6 · 10-9 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (3) |
|||||||
|
304 |
H = 60 [J m-2] |
indien t < 1,3 · 10-8 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (4) |
|||||||
|
305 |
H = 100 [J m-2] |
indien t < 1,0 · 10-7 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (4) |
|||||||
|
306 |
H = 160 [J m-2] |
indien t < 6,7 · 10-7 dan H = 5,6 · 103 t 0,25[J m-2] (4) |
|||||||
|
307 |
H = 250 [J m-2] |
indien t < 4,0 · 10-6 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (4) |
|||||||
|
308 |
H = 400 [J m-2] |
indien t < 2,6 · 10-5 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (4) |
|||||||
|
309 |
H = 630 [J m-2] |
indien t < 1,6 · 10-4 dan H = 5,6 · 103 t 0,25[J m-2] (4) |
|||||||
|
310 |
H = 103 [J m-2] |
indien t < 1,0 · 10-3 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (4) |
|||||||
|
311 |
H = 1,6·103 [J m-2] |
indien t < 6,7 · 10-3 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (4) |
|||||||
|
312 |
H = 2,5·103 [J m-2] |
indien t < 4,0 · 10-2 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (4) |
|||||||
|
313 |
H = 4,0·103 [J m-2] |
indien t < 2,6 · 10-1 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (4) |
|||||||
|
314 |
H = 6,3·103 [J m-2] |
indien t < 1,6 · 100 dan H = 5,6 · 103 t 0,25 [J m-2] (4) |
|||||||
|
UV-A |
315-400 |
H = 5,6 ·103 t0,25 [J m-2] |
|||||||
|
Zichtbaar en IRA |
400-700 |
7 mm |
H = 1,5·10-4CE [Jm-2] |
H = 2,7·104 t0,75 CE [Jm-2] |
H = 5·10-3 CE [Jm-2] |
H = 18 · t0,75 CE [Jm-2] |
|||
|
700-1 050 |
H = 1,5·10-4 CA CE [Jm-2] |
H=2,7·104 t0,75 CA CE [Jm-2] |
H = 5·10-3 CA CE [Jm-2] |
H = 18 · t0,75 CA CE [Jm-2] |
|||||
|
1 050-1 400 |
H = 1,5·10-3 CC CE [Jm-2] |
H =2,7·105 t0,75 CC CE [Jm-2] |
H = 5·10-2 CC CE [Jm-2] |
H = 90 · t0,75 CC CE [Jm-2] |
|||||
|
IRB en IRC |
1 400-1 500 |
E = 1012 [W m-2] c |
H = 103 [Jm-2] |
H=5,6·103 · t0,25 [Jm-2] |
|||||
|
1 500-1 800 |
E = 1013 [W m-2] c (3) |
H = 104 [Jm-2] |
|||||||
|
1 800-2 600 |
E = 1012 [W m-2] c (3) |
H = 103 [Jm-2] |
H=5,6·103 · t0,25 [Jm-2] |
||||||
|
2 600-106 |
E = 1011 [W m-2] (3) |
H=100 [Jm-2] |
H = 5,6·103 · t0,25 [Jm-2] |
||||||
Tabel 2.3
Grenswaarden voor de blootstelling van het oog aan laserstraling - Lange blootstellingsduur 10 s
|
Golflengte (5) [nm] |
Opening |
Duur [s] |
|||||||||
|
101 — 102 |
102 — 104 |
104 — 3 · 104 |
|||||||||
|
UVC |
180-280 |
3.5 mm |
H = 30 [J m-2] |
||||||||
|
UVB |
280-302 |
||||||||||
|
303 |
H = 40 [J m-2] |
||||||||||
|
304 |
H = 60 [J m-2] |
||||||||||
|
305 |
H = 100 [J m-2] |
||||||||||
|
306 |
H = 160 [J m-2] |
||||||||||
|
307 |
H = 250 [J m-2] |
||||||||||
|
308 |
H = 400 [J m-2] |
||||||||||
|
309 |
H = 630 [J m-2] |
||||||||||
|
310 |
H = 1,0 103 [J m-2] |
||||||||||
|
311 |
H = 1,6 103 [J m-2] |
||||||||||
|
312 |
H = 2,5 103 [J m-2] |
||||||||||
|
313 |
H = 4,0 103 [J m-2] |
||||||||||
|
314 |
H = 6,3 103 [J m-2] |
||||||||||
|
UVA |
315-400 |
H = 104 [J m-2] |
|||||||||
|
Zichtbaar 400-700 |
400-600 Fotochemische (6) beschadiging van het netvlies |
7 mm |
H = 100 CB [Jm-2] (γ = 11 mrad) (8) |
E = 1CB [Wm-2]; (γ = 1,1 t0,5 mrad) (8) |
E = 1CB [Wm-2] (γ = 110 mrad) (8) |
||||||
|
400-700 Thermische (6) beschadiging van het netvlies door hitte |
|
||||||||||
|
IRA |
700-1 400 |
7 mm |
|
||||||||
|
IRB en IRC |
1 400-106 |
zie (7) |
E = 1 000 [Wm-2] |
||||||||
Tabel 2.4
Grenswaarden voor de blootstelling van de huid aan laserstraling
|
Golflengte (9) [nm] |
Opening |
Tijd [s] |
||||||
|
< 10-9 |
10-9 — 10-7 |
10-7 — 10-3 |
10-3 — 101 |
101 — 103 |
103 — 3 · 104 |
|||
|
UV (A, B, C) |
180-400 |
3,5 mm |
E = 3 · 1010 [W m-2] |
Dezelfde grenswaarden als voor blootstelling van de ogen |
||||
|
Zichtbaar en IRA |
400-700 |
3,5 mm |
E = 2 · 1011 [W m-2] |
H = 200 CA [J m-2] |
H = 1,1 · 104 CA t 0,25 [J m-2] |
E = 2 · 103 CA [W m-2] |
||
|
700-1 400 |
E = 2 · 1011 CA [W m-2] |
|||||||
|
IRB en IRC |
1 400-1 500 |
E = 1012 [W m-2] |
Dezelfde grenswaarden als voor blootstelling van de ogen |
|||||
|
1 500-1 800 |
E = 1013 [W m-2] |
|||||||
|
1 800-2 600 |
E = 1012 [W m-2] |
|||||||
|
2 600-106 |
E = 1011 [W m-2] |
|||||||
Tabel 2.5
Toegepaste correctiefactoren en andere parameters
|
ICNIRP-benaming parameter |
Geldig spectraalgebied (nm) |
Waarde |
|
CA |
λ < 700 |
CA = 1,0 |
|
700-1 050 |
CA = 100,002(λ — 700) |
|
|
1 050-1 400 |
CA = 5,0 |
|
|
CB |
400-450 |
CB = 1,0 |
|
450-700 |
CB = 100,02(λ — 450) |
|
|
CC |
700-1 150 |
CC = 1.0 |
|
1 150-1 200 |
CC = 100,018(λ — 1150) |
|
|
1 200-1 400 |
CC = 8,0 |
|
|
T1 |
λ < 450 |
T1 = 10 s |
|
450-500 |
T1 = 10 · [100,02 ( λ — 450)] s |
|
|
λ > 500 |
T1 = 100 s |
|
|
ICNIRP-benaming parameter |
Geldig voor biologisch effect |
Waarde |
|
αmin |
Alle thermische effecten |
αmin = 1,5 mrad |
|
ICNIRP-benaming parameter |
Geldige waarden voor de openingshoeken (mrad) |
Waarde |
|
CE |
α < αmin |
CE = 1,0 |
|
αmin < α < 100 |
CE = α/αmin |
|
|
α > 100 |
C E = α 2 /(α min · α max ) mrad met α max = 100 mrad |
|
|
T2 |
α < 1,5 |
T2 = 10 s |
|
1,5 < α < 100 |
T2 = 10 · [10(α — 1,5)/98,5] s |
|
|
α > 100 |
T2 = 100 s |
|
|
ICNIRP-benaming parameter |
Geldige blootstellingsperiodes (s) |
Waarde |
|
γ |
t ≤ 100 |
γ = 11 [mrad] |
|
100 < t < 104 |
γ = 1,1 t 0, 5 [mrad] |
|
|
t > 104 |
γ = 110 [mrad] |
Tabel 2.6
Correctie voor herhaalde blootstelling
Bij iedere herhaalde blootstelling zoals deze plaatsvinden bij lasersystemen met herhaalde pulsen of beeldontleding door middel van laser (scanning), dient elk van de drie volgende algemene regels te worden toegepast:
|
1. |
De blootstelling ten gevolge van elke afzonderlijke puls in een reeks pulsen mag de blootstellingsgrenswaarde voor een enkele puls met dezelfde pulstijd niet overschrijden. |
|
2. |
De blootstelling ten gevolge van een groep van pulsen (of subgroep van pulsen in een reeks) die in tijd t worden afgegeven, mag de grenswaarde voor de blootstelling voor tijd t niet overschrijden. |
|
3. |
De blootstelling ten gevolge van een enkele puls binnen een groep pulsen mag niet hoger zijn dan de grenswaarde voor blootstelling aan een enkele puls vermenigvuldigd met de cumulatieve thermische correctiefactor Cp = N-0,25, waarbij N het aantal pulsen is. Deze regel is alleen van toepassing op grenswaarden voor blootstelling die moeten beschermen tegen thermische beschadiging, waarbij alle pulsen die in minder dan Tmin worden afgegeven, behandeld worden als een enkele puls. |
|
Parameter |
Geldig spectraalgebied (nm) |
Waarde |
|
|
Tmin |
315 < λ ≤ 400 |
Tmin = 10-9 s |
(= 1 ns) |
|
400 < λ ≤ 1 050 |
Tmin = 18 · 10-6 s |
(= 18 μs) |
|
|
1 050 < λ ≤ 1 400 |
Tmin = 50 · 10-6 s |
(= 50 μs) |
|
|
1 400 < λ ≤ 1 500 |
Tmin = 10-3 s |
(= 1 ms) |
|
|
1 500 < λ ≤ 1 800 |
Tmin = 10 s |
|
|
|
1 800 < λ ≤ 2 600 |
Tmin = 10-3 s |
(= 1 ms) |
|
|
2 600 < λ ≤ 106 |
Tmin = 10-7 s |
(= 100 ns) |
|
(1) Indien voor de golflengte van de laser twee grenswaarden gelden is de meest beperkende van toepassing.
(2) Indien 1 400 λ < 105 nm: openingsdiameter = 1 mm voor t 0,3 s en 1,5 t0,375 mm voor 0,3 s < t < 10 s; indien 105 λ < 106 nm: openingsdiameter = 11 mm.
(3) Gezien het gebrek aan gegevens in verband met deze pulslengten beveelt de ICNIRP de toepassing van een maximale bestralingsduur van 1 ns aan.
(4) De tabel geeft waarden aan voor enkelvoudige laserpulsen. In het geval van meervoudige laserpulsen moet de duur van de pulsen binnen een interval Tmin (genoemd in tabel 2.6) worden opgeteld en de daaruit resulterende tijdwaarde moet voor t worden ingevuld in de formule: 5,6 · 103t 0,25.
(5) Indien voor de golflengte of een andere parameter van de laser twee grenswaarden gelden wordt de meest beperkende toegepast.
(6) Voor kleinere bronnen die een hoek van 1,5 mrad of minder omspannen, worden de dubbele grenswaarden E voor zichtbare bestraling in het 400 nm tot 600 nm-gebied beperkt tot de grenswaarden voor hitte wanneer 10s t < T1 en tot de fotochemische grenswaarde voor een langere tijdsduur. Voor T1 en T2 zie tabel 2.5. De grenswaarde voor fotochemische beschadiging van het netvlies kan ook worden uitgedrukt als tijdsintegraal van de radiantie G = 106 CB [J m-2 sr-1] voor t > 10 s tot t = 10 000 s en L = 100 CB [W m-2 sr-1] voor t > 10 000 s.Voor de meting van G en L moet γm worden gebruikt als gemiddelde voor het gezichtsveld. De officiële grens tussen zichtbaar en infrarood licht is 780 nm volgens de definitie van de CIE. De kolom met de namen van de verschillende golflengtespectra is alleen bedoeld om de gebruiker een beter overzicht te geven. (De schrijfwijze G wordt door de CEN gebruikt; de schrijfwijze Lt wordt gebruikt door de CIE; de schrijfwijze LP wordt gebruikt door de IEC en het Cenelec.)
(7) Voor golflengten van 1 400-105 nm: openingsdiameter = 3,5 mm; voor golflengten 105 — 106 nm: openingsdiameter = 11 mm.
(8) Voor de meting van de blootstellingswaarde moet γ als volgt in aanmerking worden genomen: indien α (de door een stralingsbron omspannen hoek) > γ (de maximale conushoek als aangegeven tussen haken in de desbetreffende kolom) dan dient het gezichtsveld voor de meting γm gelijk te zijn aan de desbetreffende waarde van γ. (Indien er voor de meting een groter gezichtsveld wordt toegepast, zou het risico worden overdreven.)
Indien α < γ dan moet het gezichtsveld voor de meting γm breed genoeg zijn om de bron volledig te omvatten, maar is in andere opzichten niet beperkt en kan groter zijn dan γ.
(9) a Indien voor de golflengte of een andere parameter van de laser twee grenswaarden gelden, moet de meest beperkende worden toegepast.
MOTIVERING VAN DE RAAD
I. INLEIDING
Op 8 februari 1993 heeft de Commissie op basis van artikel 118 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de Raad een voorstel ingediend voor een richtlijn van de Raad betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia.
Het voorstel was bedoeld als aanvulling op Richtlijn 89/391/EEG en bevatte nadere regels betreffende de wijze waarop een aantal bepalingen van die richtlijn in het specifieke geval van blootstelling aan fysische agentia moest worden toegepast.
Het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité hebben hun adviezen respectievelijk uitgebracht op 20 april 1994 en 30 juni 1993. Het Europees Parlement heeft deze eerste lezing op 16 september 1999 bevestigd (1).
Op 8 juli 1994 heeft de Commissie een gewijzigd voorstel ingediend.
Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam was de rechtsgrond niet langer het voormalige artikel 118 bis, maar artikel 137, lid 2; dit artikel voorziet in medebeslissing met het Europees Parlement en raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.
Het Comité van de Regio's heeft in een brief d.d. 13 januari 2000 laten weten dat het geen advies zou uitbrengen over het richtlijnvoorstel.
Het belangrijkste kenmerk van het voorstel was dat vier soorten fysische agentia (lawaai, mechanische trillingen, optische straling en elektromagnetische velden) in één instrument werden ondergebracht; voor elk van deze agentia zou een afzonderlijke bijlage worden opgesteld.
Aangezien de vier fysische agentia sterk van aard verschillen, is in 1999 besloten om bij de voortzetting van de besprekingen uit te gaan van afzonderlijke richtlijnen; de richtlijnen betreffende trillingen, lawaai en elektromagnetische velden zijn inmiddels aangenomen. De Raad heeft daarop besloten zich te concentreren op optische straling, het vierde en laatste onderdeel.
De Raad heeft op 18 april 2005 een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag.
II. DOEL
Het richtlijnvoorstel, dat volgt op de opsplitsing van het oorspronkelijke voorstel, heeft als doel bij te dragen tot de verbetering van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan optische straling.
III. ANALYSE VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT
1. Algemeen
Volgens artikel 137, lid 1, van het Verdrag „wordt het optreden van de lidstaten (...) door de Gemeenschap ondersteund en aangevuld:” wanneer het gaat om „de verbetering van met name het arbeidsmilieu, om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen;” enz.
In artikel 137, lid 2, van het Verdrag staat dat „de Raad door middel van richtlijnen minimumvoorschriften (kan) vaststellen die geleidelijk van toepassing zullen worden, met inachtneming van de in elk van de lidstaten bestaande omstandigheden en technische voorschriften.”.
Het gemeenschappelijk standpunt van de Raad is in overeenstemming met de doelstellingen van artikel 137, lid 2, van het Verdrag op het betrokken gebied, aangezien het voorziet in de invoering van minimumvoorschriften ter bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan optische straling.
Voorts strookt het gemeenschappelijk standpunt met de door de Commissie geformuleerde en door het Parlement gesteunde doelstellingen, hoewel de structuur door de opsplitsing van het oorspronkelijke voorstel is gewijzigd. Het gemeenschappelijk standpunt bevat verscheidene amendementen die het Parlement in eerste lezing van het Commissievoorstel had voorgesteld.
2. Opzet en belangrijkste elementen
2.1. Algemene opzet
De algemene opzet van het gemeenschappelijk standpunt, bijvoorbeeld waar het gaat om de invoering van grenswaarden voor blootstelling, de artikelen betreffende voorlichting en opleiding van de werknemers, de raadpleging en deelneming van de werknemers en de diverse bepalingen, sluit nauw aan op de bepalingen van de richtlijnen betreffende trillingen, lawaai en elektromagnetische velden. Ook wordt de algemene opzet van het gewijzigde Commissievoorstel gevolgd.
Volgens artikel 1 heeft het gemeenschappelijk standpunt betrekking op risico's voor de gezondheid en de veiligheid van werknemers ten gevolge van negatieve effecten op de ogen en de huid die worden veroorzaakt door blootstelling aan optische straling. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen effecten op de lange en op de korte termijn, omdat het toepassingsgebied van de richtlijn zowel de acute als de chronische negatieve effecten voor de gezondheid bestrijkt. Dit strookt met het reële gegeven dat bijvoorbeeld overmatige blootstelling aan UV-straling op de lange termijn onder meer huidmelanomen kan veroorzaken.
2.2. De grenswaarden voor de blootstelling
Het gemeenschappelijk standpunt is gebaseerd op de invoering van grenswaarden voor de blootstelling zoals omschreven in artikel 2, en vervat in de tabellen in de bijlagen overeenkomstig artikel 3. Deze waarden zijn feitelijk gebaseerd op de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor bescherming tegen niet-ioniserende straling (ICNIRP). Op de gebieden waarvoor de ICNIRP geen waarden heeft opgesteld, zijn de door de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) vastgestelde waarden gebruikt. Deze wetenschappelijk onderbouwde, voorzichtig gewaardeerde richtsnoeren zijn bedoeld om de acute en lange-termijneffecten voor huid en ogen die zich bij extreem hoge blootstellingsniveaus kunnen voordoen, te voorkomen. De in de ICNIRP-richtsnoeren voorgeschreven grenswaarden voor de blootstelling komen overeen met de grenswaarden die ontwikkeld zijn door andere onafhankelijke wetenschappelijke adviesorganen die op dit gebied werkzaam zijn, met name de American Conference of Governmental Industrial Hygienists (ACGIH), de (Britse) National Radiological Protection Board (NRPB) en de (Nederlandse) Gezondheidsraad.
De grenswaarden voor blootstelling aan incoherente straling, anders dan die welke wordt uitgestraald door natuurlijke bronnen van optische straling, zijn vermeld in bijlage I; de grenswaarden voor blootstelling aan laserstraling zijn vermeld in bijlage II.
Grenswaarden voor blootstelling noch technische maatregelen worden geschikt geacht om te worden toegepast op blootstelling aan natuurlijke bronnen van optische straling; preventieve maatregelen, zoals de voorlichting en opleiding van werknemers, zijn dan ook van cruciaal belang voor de risicobeoordeling en de beperking van de risico's bij dit soort blootstelling (zon, vulkanische activiteit, natuurlijke vuurbronnen, bliksem enz.).
2.3. Bepaling van de blootstelling en beoordeling van de risico's
Een essentieel onderdeel van het gemeenschappelijk standpunt vormen de voorschriften betreffende de bepaling van de blootstelling en de beoordeling van de risico's in artikel 4. Belangrijke elementen waaraan de werkgever bij de risicobeoordeling bijzondere aandacht dient te besteden, zijn onder andere werknemers die tot bijzonder gevoelige risicogroepen behoren, en blootstelling aan verscheidene bronnen (artikel 4, lid 4).
Krachtens artikel 4, lid 1, beoordeelt de werkgever de niveaus van de blootstelling aan optische straling en meet en/of berekent hij deze indien nodig. Het artikel behelst ook aanwijzingen over de toe te passen methodiek: de normen en aanbevelingen van de IEC, de CIE of de CEN (2) moeten worden gebruikt indien zij beschikbaar zijn; indien zij niet beschikbaar zijn, moeten nationale of internationale richtsnoeren met een wetenschappelijke grondslag worden gevolgd. Om doublures te voorkomen, mag bij de beoordeling rekening worden gehouden met door de producent van de arbeidsmiddelen opgegeven informatie, wanneer die arbeidsmiddelen onder een toepasselijke communautaire richtlijn vallen.
2.4. Maatregelen bij vaststelling van een risico
Het gemeenschappelijk standpunt is bedoeld om de risico's als gevolg van blootstelling aan optische straling te elimineren of tot een minimum te beperken. In artikel 5, lid 2, wordt verwezen naar aan kunstmatige bronnen van optische straling blootgestelde werknemers en in artikel 5, lid 3, naar aan natuurlijke bronnen van optische straling blootgestelde werknemers. In beide gevallen dient de werkgever een actieplan op te stellen en uit te voeren dat technische en/of organisatorische maatregelen omvat.
Wat betreft kunstmatige bronnen, worden in artikel 5, lid 2, als specifieke onderdelen van een dergelijk actieplan onder meer genoemd: alternatieve werkmethoden, de keuze van arbeidsmiddelen, technische beperkingsmaatregelen, en het ontwerp en de indeling van de werkplek. In artikel 5, lid 5, wordt, voortbouwend op het concept van grenswaarden voor de blootstelling, duidelijk bepaald dat werknemers niet mogen worden blootgesteld aan straling boven de grenswaarden voor blootstelling. Worden de grenswaarden voor blootstelling toch overschreden, dan dient de werkgever onmiddellijk maatregelen te nemen om de blootstelling terug te brengen tot onder de grenswaarden; hij dient na te gaan waarom de grenswaarden zijn overschreden en de beschermings- en preventiemaatregelen aan te passen om herhaling van een dergelijk incident te voorkomen.
Voorts is de werkgever bij de vaststelling van een risico verplicht de betrokken zones af te bakenen, deze aan te geven door middel van passende signaleringen en de toegang ertoe te beperken (artikel 5, lid 4).
Door bij kunstmatige bronnen van optische stralings de grenswaarden voor blootstelling te eerbiedigen en bij natuurlijke stralingsbronnen de nodige voorzorgen consequent in acht te nemen, kan een hoog niveau van bescherming tegen elk mogelijk negatief effect worden verschaft.
2.5. Belangrijkste verschillen ten opzichte van het gewijzigde Commissievoorstel
De belangrijkste verschillen tussen het gemeenschappelijk standpunt en het gewijzigde Commissievoorstel betreffen:
|
— |
de nieuwe structuur, die is ontstaan doordat optische straling in een afzonderlijke richtlijn wordt behandeld; |
|
— |
de nieuwe structuur en de nieuwe omschrijving van de grenswaarden voor blootstelling, met inbegrip van de schrapping van de actiewaarden en de drempels; |
|
— |
de tabellen en bepalingen in de bijlagen, die nauw aansluiten bij de aanbevelingen van de ICNIRP; |
|
— |
de verwijzing naar de normen, aanbevelingen en wetenschappelijk onderbouwde richtsnoeren voor de beoordeling, meting en berekening van het niveau van blootstelling aan kunstmatige bronnen van optische straling in het kader van de risicobeoordeling; |
|
— |
de schrapping van de bepaling dat bepaalde werkzaamheden geacht moeten worden een verhoogd risico op te leveren en bij de verantwoordelijke autoriteit moeten worden gemeld; |
|
— |
de toekenning van hetzelfde beschermingsniveau aan buitenshuis en binnenshuis werkende personen. |
3. De amendementen van het Europees Parlement in eerste lezing
Aangezien het gemeenschappelijk standpunt uitsluitend betrekking heeft op optische straling, valt een aantal van de amendementen van het Europees Parlement buiten dit verband. Daarom hoefden alleen de volgende amendementen te worden besproken voordat het gemeenschappelijk standpunt werd aangenomen: 1, 4 t/m 21, 25, 27 en 34 t/m 36.
3.1. Door de Raad overgenomen amendementen van het Europees Parlement
De amendementen nrs. 1, 5, 9, 14, 16 en 25 zijn in hun geheel overgenomen in het gemeenschappelijk standpunt, zo niet letterlijk dan toch naar de geest.
Voorts is amendement nr. 4 ten dele verwerkt in artikel 2, onder e). In plaats van de tekst van amendement nr. 4 letterlijk over te nemen, verkoos de Raad te stellen dat inachtneming van de grenswaarden voor blootstelling waarborgt dat werknemers worden beschermd tegen alle bekende negatieve gevolgen voor de gezondheid.
Amendement nr. 10 is naar de geest verwerkt in de tekst van artikel 5, lid 6, hoewel de Raad een exclusieve doelstelling in de vorm van preventieve maatregelen voor bijzonder gevoelige risicogroepen niet passend achtte.
Amendement nr. 12 is naar de geest verwerkt in artikel 5, lid 1, want in het gemeenschappelijk standpunt wordt nu verwezen naar het elimineren of het tot een minimum beperken van de blootstelling.
Amendement nr. 13 is gedeeltelijk overgenomen in artikel 5, lid 5. De Raad vond het niet nodig om collectieve maatregelen specifiek te noemen, aangezien de werkgever rekening dient te houden met alle mogelijke preventiemaatregelen wanneer hij maatregelen neemt om de blootstelling tot onder de grenswaarden voor blootstelling terug te brengen.
Amendement nr. 17 is naar de geest verwerkt in artikel 4, lid 4, onder f), dat een lijst bevat van een aantal mogelijke indirecte effecten van blootstelling aan optische straling.
3.2. Door de Raad niet overgenomen amendementen van het Europees Parlement
De Raad achtte het om de volgende redenen niet gewenst de amendementen nrs. 6, 7, 8, 11, 15, 18, 19, 20, 21, 27, 34, 35 en 36 in het gemeenschappelijk standpunt over te nemen:
|
— |
een drempel of een actiewaarde zoals die in het gewijzigde Commissievoorstel en in de amendementen nrs. 6 en 7 staan, zijn niet nodig, omdat alle bekende negatieve effecten voor de gezondheid reeds uitgesloten zijn door inachtneming van de door de ICNIRP aanbevolen grenswaarden voor blootstelling. Er zijn weinig gebieden in de arbeidsgezondheidszorg die zo grondig bestudeerd zijn en waarover tussen de nationale en internationale autoriteiten inzake gezondheidsadvies zo'n duidelijke overeenstemming bestaat over een veilig blootstellingsniveau, als optische straling; |
|
— |
amendement nr. 8 is niet overgenomen omdat er geen behoefte is aan een afzonderlijke definitie van „beoordeling” naast de beoordelingsbepalingen in artikel 4; |
|
— |
amendement nr. 11 is niet overgenomen omdat volgens artikel 4 niet het blootstellingsniveau moet worden beoordeeld, maar het risico voor de gezondheid van de werknemer; |
|
— |
amendement nr. 15, betreffende het toezicht op de gezondheid, is niet overgenomen omdat de Raad de voorkeur gaf aan een algemene verwijzing naar artikel 14 van Kaderrichtlijn 89/391/EEG boven een al te dwingende verplichting voor werknemers. Artikel 8 van het gemeenschappelijk standpunt bevat echter een aantal bepalingen inzake gezondheidstoezicht; |
|
— |
de amendementen nrs. 18, 19 en 20 zijn overbodig aangezien het gemeenschappelijk standpunt geen speciale bepaling bevat betreffende afwijkingen of vrijstellingen; |
|
— |
de Raad vond de standaardbepaling in artikel 11 betreffende een comité dat de Commissie moet bijstaan, voldoende en heeft derhalve amendement nr. 21 niet overgenomen; |
|
— |
amendement nr. 27 is overbodig omdat het gemeenschappelijk standpunt geen speciale bepaling over gevaarlijke activiteiten bevat; |
|
— |
de amendementen nrs. 34, 35 en 36 zijn niet overgenomen aangezien de bijlagen zijn aangepast overeenkomstig de aanbevelingen van de ICNIRP. |
IV. CONCLUSIE
De Raad is van mening dat het gemeenschappelijk standpunt als geheel beantwoordt aan de fundamentele doelstellingen van het gewijzigde Commissievoorstel. Ook is de Raad van mening dat, rekening houdend met het feit dat voor elk van de vier soorten fysische agentia een afzonderlijke tekst is opgesteld, hij de voornaamste doelstellingen die het Europees Parlement met de amendementen op het oorspronkelijke Commissievoorstel op het oog had, in aanmerking heeft genomen.
(1) PB C 54 van 25.2.2000, blz. 75.
(2) IEC: Internationale Elektrotechnische Commissie.
CIE: Internationale Commissie voor Verlichtingskunde.
CEN: Europese Commissie voor Normalisatie.