|
3.2.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 28/57 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over „De mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement — Verslag over de tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie van de EU”
(COM (2005) 84 final)
(2006/C 28/11)
De Commissie heeft op 17 maart 2005 besloten het Europees Economisch en Sociaal Comité, overeenkomstig artikel 262 van het EG-Verdrag, te raadplegen over de bovengenoemde mededeling.
De gespecialiseerde afdeling „Landbouw, plattelandsontwikkeling, milieu”, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 7 oktober 2005 goedgekeurd. Rapporteur was de heer KALLIO, co-rapporteur de heer WILMS.
Het Comité heeft tijdens zijn op 26 en 27 oktober 2005 gehouden 421e zitting (vergadering van 26 oktober 2005) het volgende advies uitgebracht, dat met 97 stemmen vóór, bij 1 onthouding, is goedgekeurd:
1. Inleiding
|
1.1 |
Noch het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie noch het ontwerp voor een nieuw grondwettelijk verdrag voorziet in een gemeenschappelijk bosbouwbeleid. |
|
1.2 |
De Commissie heeft op 18 november 1998 een mededeling uitgebracht waarin zij een bosbouwstrategie voor de Europese Unie voorstelt. Op basis hiervan heeft de Raad op 15 december 1998 een resolutie betreffende een gemeenschappelijke bosbouwstrategie goedgekeurd. |
|
1.3 |
Hierin werd bepaald werd dat duurzaam bosbeheer (DBB), zoals gedefinieerd tijdens de ministersconferentie over de bescherming van de bossen in Europa te Helsinki in 1993, en de multifunctionaliteit van bossen centrale uitgangspunten zouden vormen van EU-maatregelen in het kader van een gemeenschappelijke bosbouwstrategie. |
|
1.4 |
Centrale elementen in de strategie zijn daarnaast het subsidiariteitsbeginsel, op grond waarvan de verantwoordelijkheid voor het bosbouwbeleid bij de lidstaten ligt, en de mogelijkheid voor de Europese Unie om DBB en de multifunctionaliteit van bossen te stimuleren wanneer maatregelen op EU-niveau een meerwaarde opleveren. |
|
1.5 |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft op 9 december 1999 een initiatiefadvies uitgebracht over de bosbouwstrategie van de EU. |
|
1.6 |
De Raad heeft de Commissie in zijn resolutie verzocht om binnen vijf jaar verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van de EU-bosbouwstrategie. |
|
1.7 |
De Commissie heeft op 10 maart 2005 een mededeling uitgebracht over de tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie. Het werkdocument van de diensten van de Commissie (Staff Working Document), dat bij deze mededeling is gevoegd, bevat een gedetailleerde beschrijving van de acties en activiteiten die in de periode 1999–2004 in verband met de communautaire bosbouwstrategie ten uitvoer zijn gelegd. |
|
1.8 |
Het Comité steunt de beleidslijnen die de Commissie in de mededeling heeft uitgestippeld, met name méér aandacht voor de tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie en een verbeterde coördinatie. Het Comité acht het van belang dat het voorstel van de Commissie voor een actieplan ter bevordering van duurzame bosbouw snel concreet vorm krijgt. |
2. Tenuitvoerlegging van de EU-bosbouwstrategie
2.1 Veranderingen in het beleidskader
|
2.1.1 |
Sinds 1998 zijn er nogal wat veranderingen in het beleidskader geweest, zoals de uitbreiding van de EU, de goedkeuring van strategische beleidsdoelstellingen en de ontwikkeling van het internationale bosbouw- en milieubeleid, alle zaken die in de mededeling van de Commissie genoemd worden. Deze veranderingen stellen de Europese bosbouwsector en de bosbouwstrategie voor nieuwe uitdagingen. |
|
2.1.2 |
Als gevolg van de uitbreiding van de EU is het bosareaal met 20 % toegenomen, zijn de bosopstanden vermeerderd met 30 % en is het aantal boseigenaren gestegen van 12 tot 16 miljoen. De nieuwe lidstaten zullen ter bevordering van duurzame bosbouw de institutionele capaciteit moeten versterken. De uitdaging bestaat er met name in, een structureel en institutioneel kader voor particulier boseigendom uit te werken. |
|
2.1.3 |
Tijdens de Top van Johannesburg in 2002 is gewezen op de bijdrage die duurzame bosbouw kan leveren aan duurzame ontwikkeling, en op de rol die het kan spelen om de zgn. Millennium-ontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken. Er is een voor regeringen bindend actieplan goedgekeurd met tal van voorstellen die voor bossen relevant zijn. |
|
2.1.4 |
De Europese bosbouwsector wordt geconfronteerd met markten voor bosproducten die steeds internationaler worden, en met een sterk geconcentreerde houtverwerkende sector. Dit stelt hogere efficiency-eisen aan de houtproductie. |
|
2.1.5 |
Bossen vervullen een belangrijke functie en bieden de samenleving veel voordelen. Tegelijkertijd wordt steeds meer belang gehecht aan een duurzame exploitatie van bossen en aan de milieudiensten die bossen kunnen leveren. Met name de internationale verdragen waartoe de EU en de lidstaten zich hebben verbonden, plaatsen de bosbouwsector voor nieuwe uitdagingen. |
|
2.1.6 |
De Europese Raad van Lissabon (maart 2000) heeft voor de EU een nieuwe strategische doelstelling vastgelegd om van de Unie de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te maken, die in staat is om te zorgen voor duurzame economische groei, nieuwe en betere banen en een meer solidaire samenleving. Ter aanvulling op de strategie van Lissabon heeft de Europese Raad van Göteborg (juni 2001) een Europese strategie voor duurzame ontwikkeling goedgekeurd, bedoeld om het economisch, sociaal en milieubeleid op elkaar af te stemmen ter versterking van de synergetische effecten. |
|
2.1.7 |
Tal van beleidslijnen, voorschriften en maatregelen van de EU zijn direct of indirect van invloed op de bosbouwsector. In hoeverre deze aansluiten bij en een aanvulling vormen op de tenuitvoerlegging van de EU-bosbouwstrategie is nog niet getoetst. |
2.2 Het Europese en internationale bosbouwbeleid
|
2.2.1 |
De Raad heeft in zijn resolutie over een Europese bosbouwstrategie benadrukt dat de Unie een actieve rol moet spelen bij de uitvoering van de resoluties van de ministersconferentie over de bescherming van de bossen in Europa en proactief moet deelnemen aan de internationale besprekingen en onderhandelingen over bosvraagstukken, met name in het Intergouvernementele Forum voor Bossen van de Verenigde Naties. |
|
2.2.2 |
In zijn advies uit 1999 stelt het EESC dat de EU een internationaal en juridisch bindend instrument voor het beheer, de instandhouding en de duurzame ontwikkeling van alle soorten bos dient te ontwikkelen op basis van de in Rio goedgekeurde beginselen ter bescherming van bossen. Deze doelstelling heeft nog niets aan actualiteit ingeboet als we kijken naar de internationalisering van de markt voor bosbouwproducten, de globalisering van de aanverwante houtverwerkende sector, de voortdurende ontbossing en de waarborging van de rechten van lokale gemeenschappen die op bossen zijn aangewezen. |
|
2.2.3 |
Om illegale ontbossing en houthandel tegen te gaan, heeft de Commissie een Actieplan voor wetshandhaving, bestuur en handel in de bosbouw (Forest Law Enforcement, Governance and Trade; -FLEGT) opgesteld, alsmede een voorstel voor een verordening betreffende de invoering van een FLEGT-vergunningenstelsel gepresenteerd. Het EESC hecht zeer groot belang aan de bestrijding van illegale ontbossing en houthandel. Illegale ontbossing heeft ernstige gevolgen op ecologisch, economisch en sociaal vlak, terwijl illegale houtoogst de concurrentie op de houtmarkt vervalst. In de strijd tegen illegale ontbossing en houthandel dient prioriteit te worden gegeven aan maatregelen die de producerende landen in samenwerking met de importerende landen kunnen nemen om het bestuur efficiënter te maken en het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving te verbeteren. Dit is de beste manier om rekening te houden met de maatschappelijke factoren die van invloed zijn op de levensomstandigheden en het welzijn van gemeenschappen die op bossen zijn aangewezen. Bijzondere aandacht dient te worden besteed aan oerbossen en de instandhouding van hun diversiteit. Een duidelijkere regeling inzake exploitatierechten is een eerste voorwaarde om illegale ontbossing tegen te gaan. Het voorgestelde vergunningenstelsel neemt niet weg dat nog meer werk moet worden gemaakt van de hier genoemde maatregelen. |
|
2.2.4 |
Het internationale economische, sociale en milieubeleid en het VN-Milieuverdrag zijn een grotere rol gaan spelen t.a.v. de bossen en de bosbouwactiviteiten in de EU. In het kader van het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit is in 2002 een uitgebreid werkprogramma ter bescherming van de biodiversiteit van bossen goedgekeurd, terwijl in het kader van het VN-Verdrag inzake klimaatverandering afspraken zijn gemaakt over de bijdrage die bossen en de in bossen aanwezige koolstofreservoirs kunnen leveren om klimaatverandering tegen te gaan. Met name het Protocol van Kyoto brengt nieuwe uitdagingen en mogelijkheden met zich mee. Duurzame bosbouw biedt de mogelijkheid op een substantiële manier bij te dragen tot het nakomen van de verplichtingen die men in het kader van internationale verdragen is aangegaan. Een vereiste is wel dat de EU in het internationale economische, sociale en milieubeleid, alsook in het eigen beleid, voor een gecoördineerde en uniforme aanpak opteert met aandacht voor alle aspecten van duurzame bosbouw en met inachtneming van de verschillende exploitatievormen van bossen. |
|
2.2.5 |
Op pan-Europees niveau is de Ministersconferentie over de Bescherming van de Bossen in Europa (MCPFE) een belangrijk discussieforum inzake het bosbouwbeleid. Ze heeft al geleid tot een goed functionerend economisch, ecologisch, sociaal en cultureel raamwerk ter bevordering van duurzaam bosbeheer. |
2.3 De bosbouwstrategie van de EU en het bosbouwbeleid van de lidstaten
|
2.3.1 |
Tijdens de vierde ministersconferentie over de bescherming van de bossen in Europa (Wenen, 28-30 april 2003) is gewezen op het belang van nationale bosprogramma's voor de ontwikkeling van de samenwerking tussen de bosbouwsector en andere sectoren. Overeenkomstig de resolutie van deze ministersconferentie vormen de nationale bosprogramma's een op participatie van de betrokken actoren stoelend, alomvattend, intersectoraal en steeds evoluerend proces waarin beleid op nationaal en/of subnationaal niveau wordt geformuleerd, uitgevoerd, gecontroleerd en geëvalueerd. Hierdoor kan — zoals overeengekomen in Helsinki — het bosbeheer verder worden verduurzaamd en een bijdrage worden geleverd aan duurzame ontwikkeling. |
|
2.3.2 |
De op het subsidiariteitsbeginsel gebaseerde nationale bosprogramma's vormen een cruciaal instrument om de doelstellingen van de Europese bosbouwstrategie te verwezenlijken. Het zijn alomvattende, multisectorale kaderprogramma's waarin gekeken wordt naar de invloed van de bosbouwsector op andere sectoren en omgekeerd. In nationale bosprogramma's kan aandacht worden geschonken aan en een evenwicht worden gevonden tussen de vele exploitatiemogelijkheden van bossen en de verwachtingen van de samenleving ten aanzien van bossen (rekening houdend met specifieke nationale kenmerken). De programma's brengen uniformiteit en onderlinge samenhang in de nationale beleidsvormen en zorgen ervoor dat deze beter worden afgestemd op internationale verplichtingen. De programma's moeten worden geëvalueerd om na te gaan of ze beantwoorden aan de geformuleerde doelstellingen. |
|
2.3.3 |
Ook de milieu- en bosbouwverplichtingen die de EU en de lidstaten in internationaal verband zijn aangegaan voor de bossen en de bosbouwsector, kunnen het best worden vervuld als ze onderdeel vormen van een nationaal programma. |
|
2.3.4 |
De EU dient het opstellen van nationale bosbouwprogramma's op basis van MCPFE-richtlijnen aan te moedigen, om duurzame bosbouw te bevorderen en de basis te leggen voor een integrale aanpak ter ontwikkeling van de bosbouwsector in de lidstaten en de EU. |
2.4 Beleid voor plattelandsontwikkeling en de bosbouwsector
|
2.4.1 |
Op EU-niveau is het beleid voor plattelandsontwikkeling het voornaamste instrument ter verwezenlijking van de bosbouwstrategie. In het kader van het beleid voor plattelandsontwikkeling is voor de periode 2000-2006 4,8 miljard euro uitgetrokken voor bosbouwmaatregelen. De helft daarvan is gebruikt voor de herbebossing van landbouwgronden en de andere helft voor overige bosbouwmaatregelen. |
|
2.4.2 |
In het bijzonder verslag van de Rekenkamer (nr. 9/2004) betreffende bosbouwmaatregelen in het beleid voor plattelandsontwikkeling wordt vastgesteld dat noch de Commissie noch de lidstaten de verantwoordelijkheid op zich hebben genomen om na te gaan of er vorderingen zijn geboekt met de uitvoering van de bosbouwstrategie. |
|
2.4.3 |
In art. 29 van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling is vastgelegd dat in dit verband te nemen bosbouwmaatregelen gebaseerd dienen te zijn op nationale of subnationale bosbouwprogramma's of gelijkwaardige instrumenten. Slechts in een paar lidstaten zijn dergelijke programma's al van kracht, terwijl een aantal andere lidstaten nog maar kort geleden is begonnen met het opstellen ervan. |
|
2.4.4 |
De evaluatie van bosbouwmaatregelen in het kader van het beleid voor plattelandsontwikkeling wordt bemoeilijkt door het feit dat de Commissie niet toereikend is geïnformeerd over het bosbouwbeleid van de lidstaten. Het probleem is dat er geen goed bewakingssysteem is voor onderdelen van het nationale bosbouwbeleid die gefinancierd worden door de EU. |
|
2.4.5 |
Hoewel een groot deel van de steun naar bebossingsmaatregelen gaat, zijn er geen duidelijke operationele doelstellingen voorgeschreven omtrent de wijze waarop deze moeten worden ingepast in de bosbouwstrategie, zeker als wordt gedacht aan de milieudoelstellingen. |
|
2.4.6 |
Verschillende directoraten-generaal en eenheden van de Commissie zijn betrokken bij de procedure ter goedkeuring van ontwikkelingsprogramma's en actieplannen voor het platteland en bosbouwmaatregelen. Door de complexe besluitvormingsprocedure is het beleid voor plattelandsontwikkeling niet zo goed bruikbaar voor de uitvoering van de Europese bosbouwstrategie. |
|
2.4.7 |
Onderzocht moet ook worden of het misschien efficiënter is om de EU-gelden niet in bebossingsmaatregelen te steken, maar in de bevordering van de afzet van hout, in beloningssystemen voor milieudiensten, in onderzoek, onderwijs en advisering en in maatregelen voor plattelandsontwikkeling waarmee op lange termijn het ondernemingsklimaat en de werkgelegenheidsituatie in de bossector kunnen worden verbeterd en milieudiensten in de bos- en houtsector kunnen worden bevorderd. |
|
2.4.8 |
Tevens dient men voor ogen te houden dat de bosbouwsector en de aanverwante houtverwerkende sector open sectoren zijn waar de wetten van het marktmechanisme gelden. Met het oog op een goede werking van de interne markt mag het steunbeleid niet leiden tot concurrentievervalsing op de houtmarkt. |
2.5 Bescherming van bossen en waarborging van de voor bossen verleende „milieudiensten”
|
2.5.1 |
De bosbouw dient in economisch, ecologisch, sociaal en cultureel opzicht van duurzame aard te zijn. Bescherming van bossen, toezicht op hun toestand, herstel van beschadigde bossen en waarborging van de door bossen verleende „milieudiensten” vormen een belangrijk onderdeel van duurzame bosbouw. De duurzame exploitatie van bossen moet worden gewaarborgd door middel van een adequate heraanplant. |
|
2.5.2 |
Eén van de centrale doelstellingen in samenhang met bossen in de EU is ervoor te zorgen dat deze gezond en levenskrachtig blijven door ze te beschermen tegen luchtverontreiniging, bosbranden en andere schadelijke factoren van organische (ziekten, insecten) of anorganische (erosie) aard. |
|
2.5.3 |
Jaarlijks brandt er in de EU zo'n 0,4 miljoen hectare aan bossen af. Met name in de zuidelijke lidstaten van de Europese Unie zijn bosbranden een groot probleem. Naast de bestrijding van bosbranden heeft de EU gegevens verzameld over bosbranden en de omvang en oorzaken ervan onderzocht. Hiermee heeft zij de basis gelegd voor een systeem van dataverzameling omtrent de omvang en oorzaken van bosbranden met behulp waarvan men de door de Commissie en de lidstaten genomen maatregelen ter bestrijding van bosbranden heeft kunnen evalueren en volgen. Een efficiënte bescherming van het milieu en de bossen in de EU is niet mogelijk zonder een goed functionerend systeem voor de bewaking en bestrijding van bosbranden. |
|
2.5.4 |
De belangrijkste regelgeving voor het gezond en levensvatbaar houden van bossen zijn de richtlijn betreffende plantenbescherming, de richtlijn betreffende de handel in teeltmateriaal voor de bosbouw en de kaderverordening inzake de bewaking van bossen en milieu-interacties (Forest Focus). |
|
2.5.5 |
Deze laatste verordening vormt het kader voor een EU-actieplan waarmee de bewaking van de gezondheidstoestand van bossen in de EU en de programma's ter bestrijding van bosbranden worden voortgezet en nieuwe en veelzijdigere bewakingsprogramma's worden ontwikkeld. Doel is om in EU-verband betrouwbare en vergelijkbare gegevens te verzamelen over de toestand van bossen en de schadelijke invloeden waaraan ze worden blootgesteld. |
|
2.5.6 |
In het kader van internationale verdragen, de Voedsel- en landbouworganisatie (FAO), het ECE-houtcomité, Eurostat en de MCPFE worden nu al gegevens verzameld over de diversiteit van bossen, hulpbronnen in de bosbouw, de opname van koolstofdioxide, de koolstofcyclus, bosproducten en de effecten van beschermingsmaatregelen. Bij het ontwikkelen van een Europees bewakingssysteem dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande of nog in ontwikkeling zijnde nationale, pan-Europese en wereldwijde bewakingssystemen. Belangrijk is tevens dat de databescherming van landeigenaars bij de verwerking en publicatie van gegevens wordt gegarandeerd. |
|
2.5.7 |
De plantenbeschermingsrichtlijn bevat bepalingen m.b.t. de bestrijding van insecten die schadelijk kunnen zijn voor gewassen of plantaardige producten, en bepalingen om de verspreiding van dergelijke insecten tegen te gaan. In de richtlijn zijn tevens de voorwaarden opgenomen waaraan de internationale handel in zaden en hout moet voldoen. Klimaatverandering vergroot het risico op de vorming en de verspreiding van ongedierteplagen. Om de bossen gezond te houden en te voorkomen dat schadelijke insecten zich in de EU kunnen verspreiden zijn strenge regels voor de plantenbescherming en efficiënt toezicht nodig. Een en ander mag echter niet leiden tot verstoringen op de markt, bijv. als een dergelijke richtlijn wordt gebruikt als non-tarifaire handelsbelemmering. |
|
2.5.8 |
Bossen en hun biodiversiteit vormen een belangrijk element van de natuurlijke omgeving in Europa. De bescherming van de biodiversiteit van bossen is typisch een aangelegenheid voor het gemeenschappelijk milieubeleid. In het kader van de bosbouwstrategie denkt men de biodiversiteit in de EU grotendeels in stand te kunnen houden met behulp van adequate bosbeheersystemen. Door bosgebieden tot beschermde natuurgebieden te verklaren kan duurzame bosbouw tot de bescherming van de biodiversiteit bijdragen. De verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de biodiversiteit van bossen ligt overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel uiteindelijk bij de lidstaten. Aan hen is de taak om dit aspect op te nemen in nationale bosprogramma's en vergelijkbare instrumenten. |
|
2.5.9 |
De belangrijkste regelgevingsinstrumenten voor de bescherming van de biodiversiteit van bossen zijn de „Natura-richtlijn” (92/43/EEG) en de „Vogelrichtlijn” (79/409/EEG). De bescherming van beschermde soorten en natuurlijke habitats gebeurt op EU-niveau via het Natura 2000- netwerk, d.i. een netwerk van speciale beschermde gebieden. Belangrijk is dat bij het beheer van deze gebieden gekeken wordt naar economische en sociale voorwaarden, informatie- en communicatiemogelijkheden, financiële gevolgen en specifieke lokale en regionale aspecten. |
|
2.5.10 |
Integratie van de bescherming van de biodiversiteit in het beleid voor een duurzaam beheer van het gehele bosareaal vormt samen met het netwerk Natura 2000 de basisvoorwaarde om de doelstellingen i.v.m. de instandhouding van de biodiversiteit te realiseren en de in het kader van internationale verdragen aangegane verplichtingen na te komen. |
|
2.5.11 |
Op EU-niveau is ook de communautaire strategie betreffende biodiversiteit (COM(1998) 42 def.) van belang voor de instandhouding van de biodiversiteit van bossen. Hierin wordt benadrukt dat de aandacht op een evenwichtige manier dient te worden verdeeld over de bescherming en adequate verbetering van de biodiversiteit van bossen, het behoud van gezonde en ecologisch evenwichtige bossen en de duurzame productie van natuurlijke hulpbronnen die nodig zijn voor de goederen en diensten waar de samenleving om vraagt. Het zou ook goed zijn wanneer er in de Europese bosbouwstrategie maatregelen ter bescherming en bevordering van de biodiversiteit van bosgebieden zouden worden opgenomen. |
|
2.5.12 |
De vraag naar zogenaamde door bossen te leveren „milieudiensten” wordt steeds groter en de samenleving stelt steeds meer eisen aan dergelijke diensten. De instandhouding en ontwikkeling van de sociale en recreatieve functie van bossen is een belangrijk onderdeel van duurzame bosbouw. Burgerinitiatieven en consumentenverenigingen dienen nauwer te gaan samenwerken om ervoor te zorgen dat de producten, diensten en voordelen die de bosbouw biedt, tegemoetkomen aan de behoeften van de burger. Belangrijk is ook dat burgers en boseigenaren worden voorgelicht over de gevolgen die hun gedrag voor het milieu kan hebben, en over de milieuvriendelijkere alternatieven die er zijn. Om te kunnen aantonen hoe groot de totale economische en maatschappelijke waarde van de door bossen geleverde diensten is, zouden in alle lidstaten statistieken moeten worden opgesteld met een volledig overzicht van deze diensten. |
|
2.5.13 |
Voor het bosbeheer in de lidstaten is lange tijd gebruik gemaakt van uiteenlopende beleidsinstrumenten. Het recht van de boseigenaar om zelf binnen het wetgevend kader en met inachtneming van de regels voor duurzame bosbouw te bepalen hoe hij zijn bossen beheert en zijn bosbestanden exploiteert, moet worden gerespecteerd. Wanneer de sociale en milieuvoordelen groter zijn dan wat wettelijk is voorgeschreven voor het bosbeheer en zulks een ongunstig effect heeft op de rendabiliteit van de bosbouw en de beslissingsbevoegdheid van de boseigenaar ten aanzien van zijn eigendom, moet worden voorzien in passende compensatie- en beloningsregelingen. |
|
2.5.14 |
Door bossen verleende milieudiensten en andere nuttige functies van bossen zijn te beschouwen als producten die door de boseigenaar worden geleverd. Belangrijk is dat de milieudiensten kunnen worden gemeten en dat er actiemodellen worden ontwikkeld voor het produceren van deze milieudiensten, zulks op basis van vrijwilligheid en commercieel verantwoord. |
2.6 Bossen en klimaatverandering
|
2.6.1 |
Bossen (incl. de bosbodems) binden koolstofdioxide en hebben aldus een belangrijke functie voor de koolstofopname. Door de binding van koolstof vertragen bossen het broeikasgaseffect en de klimaatverwarming. Mits gezorgd wordt voor productieve bossen en regelmatige verjonging kunnen bossen ook op langere termijn een belangrijke rol spelen als opnamepunten van koolstofdioxide. |
|
2.6.2 |
Houtproducten zijn een alternatief voor de productie van goederen die vanuit het oogpunt van klimaatverandering schadelijker zijn. Door het gebruik van hout te bevorderen, zal de hoeveelheid in producten opgeslagen koolstof toenemen. Een grotere energiewinning uit hout kan een alternatief vormen voor het gebruik van fossiele brandstoffen en kan de belastende effecten ervan op de dampkring inperken. |
|
2.6.3 |
De klimaatverandering heeft ook gevolgen voor de ecosystemen en de basisvoorwaarden voor het uitoefenen van bosbouw. Mits bossen goed worden beheerd, kunnen ze zich aanpassen aan klimaatverandering. Aangezien bosbouw een kwestie van lange-termijndenken is, is het nodig dat tijdig een aanvang wordt gemaakt met de aanpassingen. De bosbouw kan omgekeerd ook profijt trekken van de klimaatverandering en multiplicatoreffecten produceren die gunstig zijn voor de samenleving en die de klimaatverandering helpen tegengaan. Gezien de grote variatie aan bosecosystemen en bosbouwactiviteiten in de EU kunnen zulke aanpassingsmaatregelen het best op nationaal niveau worden genomen. Deze maatregelen kunnen op EU-niveau worden ondersteund met onderzoek naar aanpassingsprocessen, uitwisseling van informatie en ontwikkeling van datasystemen. |
2.7 Concurrentiepositie van de Europese bos- en houtsector en bevordering van de werkgelegenheid
|
2.7.1 |
De bos- en houtsector is één van de belangrijkste economische sectoren in de EU. De sector in het algemeen, maar met name de arbeidsintensieve bosbouw, is een belangrijke werkgever. De kleine en middelgrote bedrijven in deze sector zijn van groot belang voor de levensvatbaarheid van plattelandsgebieden en de werkgelegenheid aldaar. De bosbouw biedt samen met de aanverwante houtverwerkende industrie werk aan ongeveer 3,4 miljoen mensen; de jaarlijkse productiewaarde van deze activiteiten bedraagt circa 356 miljard euro. |
|
2.7.2 |
Het arbeidsplaatsen genererend effect van de bosbouw beperkt zich niet tot de houtverwerkende sector, maar strekt zich uit tot de verwerking van niet-houtproducten en biologische producten. Niet-houtproducten zoals kurk, paddestoelen en bessen, en activiteiten op het gebied van ecologisch toerisme en de jacht, zijn belangrijke inkomstenbronnen. Door de ecologische en recreatieve functie van bossen uit te bouwen, kunnen nog meer nieuwe banen en inkomstenbronnen worden geschapen. |
|
2.7.3 |
Bij de tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie is men erin geslaagd milieuvraagstukken alle aandacht te geven. Een sterk communautair milieubeleid heeft het zijne ertoe bijgedragen om milieumaatregelen van de grond te krijgen. In overeenstemming met de door de Europese Raad van Göteborg goedgekeurde communautaire strategie voor duurzame ontwikkeling en de strategie van Lissabon, zouden de bosbouw en de aanverwante houtverwerkende sector zich zodanig moeten ontwikkelen dat ze mee kunnen helpen de doelstellingen te realiseren op het vlak van concurrentievermogen, economische groei, werkgelegenheid en sociale samenhang. |
|
2.7.4 |
Hoewel het zwaartepunt van de verschillende activiteiten sterk kan variëren per land en regio is de houtproductie nog steeds de voornaamste bedrijvigheid in de bosbouw. Toch wordt slechts 60 % van de jaarlijkse bijgroei geoogst. Exploitatie van deze houtvoorraad zou betekenen dat de houtproductie in de EU nog meer toeneemt zonder dat dit ten koste gaat van de duurzame ontwikkeling van de houtproductie of andere economische activiteiten in de bossector. Een efficiëntere exploitatie van de voorhanden bosbestanden in de EU zou leiden tot meer banen in de sector en tot een grotere graad van zelfvoorziening voor bos- en houtproducten. |
|
2.7.5 |
Het concurrentievermogen van de houtverwerkende sector is onderwerp van een aparte mededeling. Dit neemt niet weg dat binnen de gehele bos- en houtsector de activiteiten van de bosbouw en houtverwerkende industrie op elkaar moeten worden afgestemd. |
|
2.7.6 |
De EU heeft een goed aangeschreven houtverwerkende industrie nodig. Dit vereist samenwerking tussen de bos- en houtsector en lokale gemeenschappen om het opleidingsniveau in de sector te verbeteren. Het waarborgen van de duurzaamheid en beschikbaarheid van de grondstoffen die door bossen worden geleverd, vormt een essentiële voorwaarde voor de productie van de houtverwerkende industrie. |
|
2.7.7 |
Duurzaam bosbeheer dient de basis te leggen voor een concurrerende houtverwerkende industrie in Europa. Daarom dient naar manieren te worden gezocht om het bosbeheer economisch levensvatbaar te maken. |
|
2.7.8 |
De efficiëntie, de rentabiliteit en het concurrentievermogen van de Europese bosbouw en houtproductie moeten daarnaast ook los worden gezien van het concurrentievermogen van de houtverwerkende sector. In de bosbouwstrategie wordt onvoldoende aandacht geschonken aan het economische belang van bossen en aan bijvoorbeeld de werking van de houtmarkt. Voor het handhaven en vergroten van het concurrentievermogen moet de kostenefficiëntie van de bosbouw worden verbeterd, moet worden gezorgd voor gunstige operationele omstandigheden met het oog op een efficiënte exploitatie van productiebossen en moeten de houtproductiemethoden worden verbeterd. Door een rendabele houtproductie wordt het mogelijk om te investeren in het behoud en de verbetering van de ecologische en economische duurzaamheid van bossen. Toch mag dit niet ten koste gaan van een ecologisch en sociaal duurzame bosexploitatie. Er is dringend behoefte aan onderzoek om de gevolgen van een in toenemende mate gemechaniseerd bosbeheer voor de ecologische en sociale component aan het licht te brengen en negatieve effecten te voorkomen. |
|
2.7.9 |
Door de exploitatie van bossen zo veelzijdig mogelijk te maken, wordt een meerwaarde geschapen en wordt de duurzaamheid van de economie, zowel in de particuliere sector als in het algemeen vergroot. Middelen voor met name onderzoek en ontwikkeling moeten in de eerste plaats worden gebruikt voor de ontwikkeling van nieuwe exploitatiemogelijkheden van bossen en de grondstoffen die ze leveren, en voor het creëren van goed functionerende markten voor de producten en diensten van de bosbouwsector. |
2.8 Het gebruik van hout bevorderen
|
2.8.1 |
Hout is een hernieuwbare en recycleerbare grondstof waarvan producten worden gemaakt die grote hoeveelheden koolstof in zich opslaan en derhalve de opwarming van de aarde afremmen. De door bossen geleverde energie kan worden gebruikt om de milieu-onvriendelijkere energieproductie uit niet-hernieuwbare energiebronnen te vervangen. |
|
2.8.2 |
Om het gebruik van hout te bevorderen, moet een langetermijnstrategie worden geformuleerd die zich o.m. toespitst op: de wettelijke en normatieve belemmeringen die het gebruik van hout in te weg staan; onderzoek en ontwikkeling; innovatieve gebruiksmogelijkheden van hout; betere scholing, en communicatie en voorlichting. |
|
2.8.3 |
Het gebruik van hout als energiebron moet worden gestimuleerd in het kader van de communautaire strategie ter bevordering van innovatieve energievormen en het Biomassa Actieplan. De markt voor energie uit hout moet worden afgestemd op de vraag. Bij de bevordering van hout als energiebron moet rekening worden gehouden met de behoefte aan grondstoffen van de houtverwerkende industrie. |
|
2.8.4 |
Voorts moet bij het vaststellen van de rol van de bos- en houtsector en de voorwaarden waaronder deze sector opereert, worden onderkend dat een duurzaam gebruik van hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen van cruciaal belang is voor het concurrentievermogen en voor economische duurzaamheid. In de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling en in het milieubeleid van de EU — met name de strategie voor een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen — moet tevens aandacht worden geschonken aan de specifieke rol die hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen spelen bij de opbouw van een duurzamere samenleving. |
2.9 Het verhogen van de expertise en know-how in de bosbouwsector
|
2.9.1 |
Bosbezit is in Europa wijdverbreid. De overheid, andere openbare bedrijven en grote particuliere ondernemingen bezitten aanzienlijke oppervlakten aan bos, terwijl de boseigendommen op gezinsbasis klein zijn. De bosbouw die in handen is van de overheid, kan een belangrijke rol vervullen bij zowel de houtproductie als met name de dienstverlening op sociaal en milieugebied. |
|
2.9.2 |
Het is zaak de kennis en vaardigheden van de diverse belanghebbenden in de bosbouwsector (bijv. werknemers, bedrijven, boseigenaren, raadgevende en dienstverlenende organisaties, overheidsinstanties voor de bosbouw), die nodig zijn om het hoofd te bieden aan toekomstige uitdagingen, uit te breiden. Het verbeteren van de exploitatievoorwaarden en de expertise van de organisaties van deze belanghebbenden zelf, alsook het formuleren van praktische maatregelen, maakt hiervan deel uit. De samenwerking tussen de bos- en houtsector en de civiele samenleving met het oog op de ontwikkeling van een duurzame bosbouw moet worden geïntensiveerd. |
|
2.9.3 |
Ongeveer 60 % van het bos in de EU is in privébezit, en er zijn zo'n 16 miljoen particuliere eigenaars. Familiebedrijven moeten op voet van gelijkheid duurzame bosbouw kunnen bedrijven, hout kunnen produceren en toegang kunnen hebben tot de markt. Verenigingen van boseigenaren zijn een doeltreffend medium gebleken om voorlichting te geven over duurzame bosbouw en de wijze waarop deze kan worden bedreven. Dankzij de vorming van verenigingen van boseigenaren heeft men tevens de versnippering van boseigendommen kunnen tegengaan. |
2.10 Certificering van bossen
|
2.10.1 |
De certificering van bossen is een vrijwillige en marktgerichte maatregel om duurzame bosbouw te bevorderen en klanten en andere belanghebbenden te laten weten dat men zich houdt aan de beginselen van duurzame bosbouw. Boscertificering kan worden gebruikt ter ondersteuning van andere maatregelen die duurzame bosbouw bevorderen. Regelingen voor certificaten moeten voldoen aan de beginselen van vrijwilligheid, geloofwaardigheid, transparantie, kostenefficiëntie en non-discriminatie, en moeten de diverse belanghebbenden de mogelijkheid bieden om hieraan deel te nemen. |
|
2.10.2 |
Het vrijwillige karakter van boscertificering moet worden gewaarborgd. Op communautair niveau mag geen regelgeving worden ingevoerd die er in de praktijk toe leidt dat dit vrijwillige karakter van de certificering wordt opgeheven, en die aan boseigenaren en andere actoren in de bosbouwsector verplichtingen inzake bosbeheer zou opleggen welke verder gaan dan de geldende wetgeving. |
|
2.10.3 |
Aangezien de certificering van bossen een marktgericht instrument is, blijft de rol van de EU en de nationale overheden beperkt tot het ondersteunen van door de particuliere sector en NGO's genomen initiatieven ter bevordering van boscertificering. Overheden mogen echter geen voorslaggevende rol spelen bij de certificering van bossen. |
|
2.10.4 |
De EU moet ervoor zorgen dat de interne markt probleemloos functioneert. Voor de bos- en houtsector is het van belang dat de overheid in haar acties niet één speciale regeling voor boscertificering bevoordeelt. De markt moet alternatieven bieden, en de concurrentie moet vrij zijn. De overheid moet erop toezien dat er geen kunstmatige handelsbelemmeringen ontstaan. |
2.11 De EU en bosbouwkundig onderzoek
|
2.11.1 |
De bos- en houtsector kan de problemen op het gebied van bijv. concurrentievermogen en duurzame ontwikkeling slechts het hoofd bieden via het ontwikkelen van nieuwe en innovatieve activiteiten, productiemethoden en producten. In de huidige en toekomstige communautaire kaderprogramma's voor onderzoek moet het aandeel van O&TO-activiteiten die betrekking hebben op bosbouw, worden verhoogd. |
|
2.11.2 |
Het Zevende kaderprogramma voor onderzoek van de EU heeft betrekking op de periode 2007-2013. De Europese technologieplatforms vormen een nieuw instrument voor het opstellen en uitvoeren van het kaderprogramma. De Europese papierindustrie (CEPI), de houtverwerkende industrieën (Cei-Bois) en kleine particuliere boseigenaren (CEPF) hebben een gezamenlijk initiatief voor een technologieplatform ten behoeve van de bosbouwsector voorgelegd aan de Commissie („Innovatieve en duurzame exploitatie van bossen”). |
|
2.11.3 |
Het aantal onderzoeksprojecten waarin studie wordt verricht naar de effecten van klimaatverandering, de gezondheidstoestand van de bossen en desbetreffende monitoringsystemen moet omhoog. Het gaat erom dat de EU via zulke onderzoeksactiviteiten en de uitwisseling van informatie hierover de kennis en bereidheid bij boseigenaren vergroot om hun bossen aan het veranderende klimaat aan te passen |
2.12 De coördinatie van bosaangelegenheden
|
2.12.1 |
Een voorwaarde voor de aanpak van bosaangelegenheden en de tenuitvoerlegging van bosbouwmaatregelen is een efficiënte afstemming tussen de beleidsterreinen die voor bossen en bosbouw van belang zijn. De EU moet ernaar streven om méér dan tot dusverre rekening te houden met de gevolgen die haar besluiten op de diverse beleidsterreinen hebben voor de bosbouwsector. |
|
2.12.2 |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité hecht grote waarde aan de werkzaamheden van de interne coördinatiegroep „Bossen” van de Commissie (InterService Group on Forestry) ter verbetering van de afstemming van verschillende beleidsonderdelen op het gebied van bossen en bosbouw. Om deze afstemming te verbeteren en duidelijkheid te verschaffen omtrent de bevoegdheden, is één enkel orgaan nodig dat verantwoordelijk wordt voor de gecoördineerde tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie, voor de uitwisseling van informatie en interactie tussen de diverse directoraten-generaal, en voor de communicatie met en de voorlichting aan de bosbouwinstanties in de lidstaten en de relevante actoren. Er moet worden gewaarborgd dat de coördinatie op een voldoende hoog bestuursniveau plaatsvindt. Voor communautaire maatregelen ter ondersteuning van duurzame ontwikkeling moeten voldoende personele en andere middelen beschikbaar worden gesteld. |
|
2.12.3 |
Zowel het Permanent comité voor de bosbouw (Standing Forestry Committee) als de Adviescommissie voor bosbouw en kurk (Advisory Committee on Forestry and Cork) moeten passende middelen krijgen om hun werk te kunnen doen. De diverse belanghebbenden moeten tijdens regelmatige vergaderingen van deze adviesorganen sterker worden betrokken bij de besluitvorming. Bij de discussie over bosbouwvraagstukken moeten meer vakmensen uit de lidstaten vertegenwoordigd zijn in de werkgroepen van de Raad, met name in het STAR-comité. De coördinatie van de activiteiten van de comités en werkgroepen die zich bezighouden met bosbouwgerelateerde vraagstukken moet efficiënt zijn, zowel wat intracommunautaire als wat internationale kwesties betreft. De vergaderingen van de adviesorganen en werkgroepen moeten zodanig worden ingericht dat de directoraten-generaal die indirect belast zijn met bosaangelegenheden (landbouw, energie, milieu, bedrijfsleven, onderzoek) overleg kunnen plegen met de voornaamste belanghebbenden (bos- en landeigenaren, houtverwerkende sector, NGO's, belangenorganisaties etc.). |
|
2.12.4 |
Ten aanzien van de naleving van internationale verplichtingen moet de verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten worden verduidelijkt en moet het subsidiariteitsbeginsel in acht worden genomen. De lidstaten en de Commissie stemmen hun standpunten ten aanzien van internationale kwesties af binnen de Werkgroep Bossen van de Raad. De positie van deze Werkgroep moet worden versterkt en ze moet een officiële en consistente status krijgen. |
3. Actieplan voor een versterkte tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie
|
3.1.1 |
Om te komen tot een duurzame bosbouw en een optimale exploitatie van het potentieel aan bossen, is een efficiëntere aanpak vereist. Het Comité steunt het door de Commissie voorgestelde actieplan, dat zou moeten fungeren als coördinerend instrument en als referentiekader voor de tenuitvoerlegging van maatregelen in de bosbouwsector. |
|
3.1.2 |
Het EESC pleit ervoor dat de Commissie en de lidstaten in het kader van het Europese bosbouwmodel een heldere visie ontwikkelen en duidelijke strategische doelstellingen formuleren voor de bosbestanden in de EU. Deze visie en doelstellingen moeten zijn gebaseerd op en aansluiten bij de bosbouwgerelateerde besluiten zoals die zijn opgenomen in de Verklaring van Rio en Agenda 21 en zijn bekrachtigd tijdens de in Johannesburg gehouden Wereldtop over duurzame ontwikkeling. In Johannesburg werd er nogmaals op gewezen dat duurzaam bosbeheer deel uitmaakt van duurzame ontwikkeling. Bovendien moet de door bossen geleverde bijdrage aan de opbouw van een duurzame samenleving en aan ontwikkelingsdoelstellingen in het algemeen — waaronder de strategie van Lissabon, de overeenkomst van Göteborg en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling — worden ondersteund door communautaire maatregelen op bosbouwgebied. |
|
3.1.3 |
Uitgaande van de in dit advies gedane aanbevelingen moet de genoemde visie in ieder geval de volgende uitgangspunten hebben: de Europese bossen en bos- en houtsector spelen een sleutelrol bij de opbouw van een duurzame Europese samenleving; een marktgerichte, economisch levensvatbare en concurrerende bosbouw, houtproductie en houtverwerkende sector die de regionale economische netwerken versterken, zorgen voor werkgelegenheid en bestaansmiddelen en kunnen een belangrijke impuls vormen voor de regionale economie en de regionale ontwikkeling; bossen zijn van cruciaal belang voor ons bestaan en hebben tevens een belangrijke recreatieve, culturele en ecologische functie; de Europese bosbouwsector zorgt voor innovatieve kennis en geavanceerde technologie; overeenkomstig de tijdens de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg en het Bossenforum van de Verenigde Naties genomen besluiten moet de EU een actieve bijdrage leveren aan internationale ontwikkelingen op bosbouwgebied. |
|
3.1.4 |
De strategische doelstellingen van het actieplan moeten uitgaan van het beginsel van coördinatie en een meerwaarde voor het huidige bosbouwbeleid opleveren. De bos- en houtsector moet worden erkend als een onafhankelijke sector, en in dat verband moet er een evaluatie ex-ante worden gemaakt van al de nieuwe beleidslijnen en maatregelen die hierop betrekking hebben. |
|
3.1.5 |
Het Actieplan voor duurzaam bosbeheer moet betrekking hebben op alle aspecten van duurzame bosbouw en op de gehele productieketen in de bosbouwsector. Om een efficiënt gebruik van communautaire middelen in het kader van het actieplan te waarborgen, moet kunnen worden vastgesteld voor welke activiteiten en maatregelen prioritair middelen moeten worden vrijgemaakt. |
|
3.1.6 |
Het actieplan moet ervoor zorgen dat bij de tenuitvoerlegging van andere communautaire beleidsonderdelen — op het gebied van milieu, energie, plattelandsontwikkeling, industrie e.d. — rekening wordt gehouden met de belangen van de bosbouw, en wel zodanig dat bij de bevordering van de bosbouw in gelijke mate aandacht wordt geschonken aan de economische, ecologische, sociale en culturele aspecten van duurzaamheid. |
|
3.1.7 |
De uitwisseling van informatie over diensten op milieugebied en de beoordeling daarvan moeten tot stand komen binnen het kader van het actieplan. Het actieplan moet de ontwikkeling van innovatieve en marktgerichte methoden voor dienstverlening op milieugebied ondersteunen. Er moet worden nagegaan welke marktgerichte betalingssystemen kunnen worden ingevoerd om boseigenaren te compenseren voor de door hen geleverde, niet op houtproductie gebaseerde milieudiensten (zoals de bescherming van watervoorraden en de opname van koolstof). |
|
3.1.8 |
Daarbij moet in de eerste plaats een klimaat worden geschapen waarin het concurrentievermogen en de economische levensvatbaarheid van de bos- en houtector optimaal worden gewaarborgd. In het actieplan moet worden vastgelegd op welke wijze de ontwikkeling van innovatieve praktijken met een meerwaarde voor de bosbouw kan worden ondersteund en hoe ondernemersinitiatieven in de bosbouwsector kunnen worden gestimuleerd. In het kader hiervan moet op communautair niveau een visuele houtbeurs worden opgericht die een actueel, algemeen en transparant beeld geeft van de economische tendensen (vraag en aanbod) met betrekking tot de diverse houtsoorten, en die te allen tijde via Internet kan worden geraadpleegd door boseigenaren. |
|
3.1.9 |
Een belangrijk onderdeel van het actieplan moet bestaan uit het bevorderen van het gebruik van hout en andere bosproducten als hernieuwbare en milieuvriendelijke materialen. Verder moet in het kader van het actieplan een voorlichtings- en communicatieprogramma over hout en andere bosproducten worden opgesteld en uitgevoerd. In het actieplan moet tevens aandacht worden geschonken aan hout als hernieuwbare energiebron. |
|
3.1.10 |
Daarnaast moet het actieplan voorzien in de bevordering van onderzoek en ontwikkeling op bosbouwgebied. De opname van grote onderzoeksprojecten op bosbouwgebied in het Zevende kaderprogramma voor onderzoek en de ondersteuning van een technologieplatform voor de bosbouwsector zouden hiervan deel moeten uitmaken. Door middel van in samenwerking met bosbouwhogescholen uit te voeren wetenschappelijke studies (onderzoekscontracten) moet worden vastgesteld hoeveel werknemers met welke kwalificaties de Europese bosbouwindustrie nodig heeft om op duurzame en natuurvriendelijke wijze en in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en de certificeringseisen, te kunnen functioneren. Verder moet onderzoek worden verricht naar bosbouwclusters. |
|
3.1.11 |
Ook moet het actieplan proberen na te gaan hoe de EU met eigen maatregelen een bijdrage kan leveren aan het proces dat tijdens de Europese conferentie van de voor bosbouw verantwoordelijke ministers in gang is gezet, en aan de tenuitvoerlegging van de tijdens deze conferentie genomen besluiten. Met name moet het actieplan voorzien in de versterkte tenuitvoerlegging van nationale bosbouwprogramma's, overeenkomstig de tijdens bovengenoemde ministersconferentie overeengekomen gezamenlijke aanpak. |
|
3.1.12 |
Het actieplan moet voorzien in programma's voor de uitwisseling tussen verschillende landen van personen die in de bosbouw werkzaam zijn, zodat deze de sterke en zwakke punten van elkaars nationale systemen kunnen leren kennen en aldus een nieuwe aanpak kunnen ontwikkelen voor de werkzaamheden in eigen land. |
|
3.1.13 |
Het actieplan moet voorts voorzien in praktische maatregelen ter verbetering van de coördinatie van en de communicatie over de communautaire besluitvorming inzake bosaangelegenheden. Een Europees informatie- en communicatieplatform dat tot doel heeft Europa dichter bij de burger te brengen, moet de uiteenlopende belangwekkende activiteiten van de Europese bosbouwsector bundelen en informatie hierover rechtstreeks doorgeven aan alle belanghebbenden in de bosbouw op nationaal en regionaal niveau. |
|
3.1.14 |
Voor de tenuitvoerlegging van het actieplan moeten tevens verantwoordelijkheden worden afgebakend en passende middelen worden toegewezen. |
|
3.1.15 |
Maatregelen ter bevordering en instandhouding van de biodiversiteit in bossen dienen een belangrijke plaats in te nemen in het actieplan. Enerzijds dient de biodiversiteit in beschermde gebieden te worden bevorderd via speciale steunprogramma's (bijv. met een toelage uit Natura-2000) en is het belangrijk dat burgers, boseigenaren en verenigingen hiervan sterker doordrongen raken en daarvoor een groter draagvlak ontstaat. Anderzijds moeten er, om de biodiversiteit in het overige bosareaal te waarborgen, instrumenten worden ontwikkeld voor de instandhouding en verbetering van de soortenrijkdom die eigen is aan bossen. Ook de instelling van volledig beschermde gebieden dient te worden gesteund. Vanwege de bijzondere verplichtingen die voor staatsbossen gelden, dienen deze de spil te vormen van zulke activiteiten, terwijl in particuliere bossen hiervoor passende beloningssystemen moeten worden ontwikkeld. |
|
3.1.16 |
Om het effect van de maatregelen en instrumenten te kunnen beoordelen, dienen de verschillende monitoringssystemen waarin het actieplan voorziet, te worden uitgebreid en geïntegreerd in een overkoepelend systeem. Een absoluut noodzakelijke voorwaarde is om zowel binnen als buiten de beschermde gebieden de biodiversiteit van bossen in kaart te brengen, te onderzoeken en te bewaken. Al even noodzakelijk is het om op gezette tijden de toestand van de bossen uitvoerig te analyseren. Via onderzoek en monitoring kan worden getoetst in hoeverre maatregelen in het kader van bosbeheer tot de instandhouding van de biodiversiteit kunnen bijdragen |
4. Conclusies
|
4.1 |
Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is van mening dat de bosbouwstrategie en de tenuitvoerlegging daarvan gebaseerd moeten blijven op het subsidiariteitsbeginsel en op een in economisch, ecologisch, sociaal en cultureel opzicht duurzame vorm van bosbouw. |
|
4.2 |
Het EESC benadrukt dat bij er de tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie op moet worden toegezien dat de doelstellingen aansluiten bij de strategieën van Lissabon en Göteborg. |
|
4.3 |
Het EESC is van mening dat de Europese Unie consequent moet streven naar een wereldwijd geldende en juridisch bindende overeenkomst inzake het beheer, het behoud en de duurzame ontwikkeling van alle soorten bossen. Deze overeenkomst moet de beginselen die zijn goedgekeurd tijdens de in 1992 gehouden Conferentie over milieu en ontwikkeling van de VN, onderschrijven, en de door het Intergouvernementele Panel voor Bossen en het Intergouvernementeel Forum voor Bossen goedgekeurde voorstellen voor maatregelen steunen. Ook benadrukt het EESC dat de Europese Unie ervoor moet zorgen dat in de internationale milieuverdragen ten volle rekening wordt gehouden met bestaande instrumenten ter bevordering van duurzame bosbouw. |
|
4.4 |
Het EESC merkt op dat ministersconferenties over de bescherming van de Europese bossen een belangrijke rol moeten spelen in de samenwerking op bosbouwgebied tussen de Europese landen, en dat de tijdens deze conferenties genomen besluiten waar nodig moeten worden opgenomen in de communautaire bosbouwstrategie. |
|
4.5 |
Het EESC wijst op de positieve effecten van de bosbouwsector op de werkgelegenheid, op de levensvatbaarheid van plattelandsgebieden en op de ontwikkeling van economische activiteiten op het platteland. De in het kader van het beleid inzake de plattelandsontwikkeling uitgevoerde bosbouwmaatregelen moeten zijn gebaseerd op nationale bosbouwprogramma's die de verwezenlijking van de doelstellingen van de communautaire bosbouwstrategie dichterbij moeten brengen. Het EESC pleit tevens voor instrumenten waarmee toezicht kan worden gehouden op bosbouwmaatregelen die in het kader van de richtlijn inzake plattelandsontwikkeling door lidstaten worden genomen en die worden medegefinancierd door de EU. Ook moet met deze instrumenten de impact van deze maatregelen in kaart worden gebracht. Het EESC beklemtoont dat de in het kader van het beleid inzake plattelandsontwikkeling verleende steun aan de bosbouwsector niet mag leiden tot verstoorde concurrentieverhoudingen op de markt voor hout en andere bosproducten. |
|
4.6 |
Het EESC benadrukt de positieve invloed die bossen uitoefenen op de gezondheid van de mens. Ze dragen bij tot het geestelijk welzijn van de burgers en bieden personen die werken, de mogelijkheid zich te ontspannen. Daarom worden de lidstaten opgeroepen zich te houden aan het beginsel van vrije toegang tot de natuur, zodat iedereen zonder belemmering in bosgebieden kan vertoeven, zij het met inachtneming van de wettelijke en door boseigenaren vastgelegde openstellingsregels en de geldende natuurbeschermingsbepalingen. |
|
4.7 |
Volgens het EESC moeten de in het kader van het communautaire milieubeleid en de doelstellingen van de Europese bosbouw genomen besluiten op elkaar worden afgestemd en dienen elkaar aan te vullen om de bosbouwstrategie op evenwichtige wijze ten uitvoer te kunnen leggen. |
|
4.8 |
Het EESC merkt op dat de bescherming van bossen en de waarborging van de door bossen geleverde maatschappelijke en milieudiensten belangrijke aspecten van duurzame bosbouw vormen, en dat in het kader hiervan middelen moeten worden toegewezen ter ontwikkeling van praktische instrumenten die bevorderlijk zijn voor een op vrijwilligheid gebaseerde en marktgerichte aanpak. De door bosbouw verkregen maatschappelijke en milieuvoordelen waaraan de samenleving behoefte heeft, mogen niet onnodig inbreuk maken op de eigendomsrechten en de zeggenschap van boseigenaren of een bedreiging vormen voor de rentabiliteit van de bosbouw, zolang deze wordt bedreven in overeenstemming met de wetgeving en met de beginselen van duurzame bosbouw. |
|
4.9 |
Het EESC vindt dat het aandeel van bossen en bosproducten in het beheersen van de klimaatverandering moet worden erkend, en dat de EU onderzoeksactiviteiten en uitwisseling van informatie met betrekking tot aanpassing aan de klimaatverandering moet bevorderen. |
|
4.10 |
Het EESC is van mening dat de Europese Commissie speciale aandacht moet schenken aan zaken die de inspanningen van de EU om gunstige randvoorwaarden voor duurzame bosbouw te scheppen, kunnen ondersteunen. Volgens het EESC moet met het oog op een evenwichtige tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie en van de strategieën van Göteborg en Lissabon sterker worden ingezet op bevordering van de commerciële exploitatie van bossen en op de winstgevendheid, het concurrentievermogen en het werkgelegenheidsaspect van de bos- en houtsector. |
|
4.11 |
Het EESC acht het noodzakelijk om het gebruik van hout en andere bosproducten als hernieuwbare en milieuvriendelijke materialen en energiebronnen te stimuleren, en om hiertoe een langetermijnstrategie te formuleren. |
|
4.12 |
Het EESC hecht er sterk aan dat de know-how van actoren met het oog op de totstandbrenging van een duurzame bosbouw wordt vergroot. Volgens het EESC moeten kleine boseigenaren in de gelegenheid worden gesteld om de duurzaamheid van hun bosbouw te vergroten door de positie van de organisaties van particuliere boseigenaren te versterken. De nieuwe lidstaten zullen ter bevordering van duurzame bosbouw de institutionele capaciteit moeten vergroten. De uitdaging bestaat er met name in, een structureel en institutioneel kader voor particulier bosbezit uit te werken. |
|
4.13 |
Het EESC wijst erop dat de certificering van bossen een marktgericht en op vrijwilligheid gebaseerd instrument is voor het bevorderen van duurzame bosbouw. Volgens het EESC is het voor de EU van belang om een goed functioneren van de interne markt te waarborgen en erop toe te zien dat boscertificering geen kunstmatige handelsbelemmering wordt. |
|
4.14 |
Het EESC acht het van belang om de duurzaamheid, de know-how en het concurrentievermogen van de bos- en houtsector te vergroten door middel van onderzoek en ontwikkeling. |
|
4.15 |
Volgens het EESC is het van cruciaal belang om de diverse belangrijke beleidsvraagstukken nog beter op elkaar af te stemmen en om bij de besluitvorming op de diverse beleidsterreinen meer rekening te houden met de gevolgen voor de bos- en houtsector. Ter verbetering van deze onderlinge afstemming van beleidsvraagstukken moet een orgaan worden aangewezen dat verantwoordelijk wordt voor de tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie en voor de communicatie met de diverse directoraten-generaal, de lidstaten, de bosbouwinstanties en de belangenorganisaties. |
|
4.16 |
Het EESC steunt het Commissievoorstel om een speciaal actieplan voor de tenuitvoerlegging van de bosbouwstrategie op te stellen. Volgens het EESC is het van belang dat de prioriteiten en verantwoordelijkheden in dit actieplan worden omschreven, en dat voldoende middelen worden vrijgemaakt voor de tenuitvoerlegging ervan. |
Brussel, 26 oktober 2005
De voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Anne-Marie SIGMUND