|
17.11.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 286/1 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het „Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling in burgerlijke en handelszaken”
(COM(2004) 718 def. — 2004/0251 (COD))
(2005/C 286/01)
De Raad heeft op 16 november 2004 besloten het Europees Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig art. 95 van het EG-Verdrag te raadplegen over bovengenoemd voorstel.
De gespecialiseerde afdeling „Interne markt, productie en consumptie”, die met de voorbereiding van de werkzaamheden was belast, heeft haar advies goedgekeurd op 23 mei 2005. Rapporteur was mevrouw SÁNCHEZ MIGUEL.
Tijdens zijn 418e zitting op 8 en 9 juni 2005 (vergadering van 9 juni) heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité het volgende advies uitgebracht, dat met 157 stemmen vóór en 1 stem tegen, bij 1 onthouding, werd goedgekeurd.
1. Inleiding
|
1.1 |
Sinds de Europese Raad in Tampere van 15 en 16 oktober 1999 werkt de Europese Commissie aan de harmonisatie en schepping van juridische instrumenten voor de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht om het vrije verkeer van personen binnen de grenzen van de Europese Unie te waarborgen. Eerder al (1) had de Raad een richtlijn goedgekeurd om de betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in de lidstaten te vereenvoudigen. Deze werd door het Comité positief ontvangen omdat de informatie aan de burgers hiermee werd verbeterd. |
|
1.2 |
Na de Raad van Tampere heeft de Commissie er bij de lidstaten op aangedrongen maatregelen te treffen die de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken en beslissingen mogelijk moeten maken, en om alternatieve en buitengerechtelijke procedures in het leven te roepen voor de beslechting van geschillen in burgerlijke en handelszaken die de werking van de nationale rechtssystemen verbeteren. Tegelijkertijd werden de Europese gegevensbanken en informatienetwerken versterkt met behulp van de nieuwe technologieën waarover de EU-burgers de beschikking hebben. |
|
1.3 |
M.b.t. het eerste onderwerp heeft de Raad een verordening aangenomen betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (2). Hierin werd onder meer de exequaturprocedure vereenvoudigd; ook werden enkele aanpassingen op het vlak van conservatoire maatregelen doorgevoerd die van grote waarde zijn voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken, en werd de mogelijkheid van een Europese conservatoire titel erkend. |
|
1.4 |
Vervolgens heeft de Commissie een voorstel gepresenteerd voor een beschikking betreffende de oprichting van een Europees justitieel netwerk op het gebied van burgerlijke en handelszaken (3), waarmee werd beoogd een Europees instrument in het leven te roepen voor de justitiële samenwerking en voor de verstrekking van informatie aan het publiek, beroepsbeoefenaren, instellingen en administraties over het recht en de procedures die in iedere lidstaat van toepassing zijn bij burgerlijke en handelszaken. Dit instrument is met name zeer nuttig om de grensoverschrijdende geschillenbeslechting goed te doen verlopen. |
|
1.5 |
Naar aanleiding van de presentatie van haar Groenboek in 2002 over alternatieve geschillenbeslechting in de Unie heeft de Europese Commissie zowel de lidstaten als de betrokken partijen uitgebreid geraadpleegd. Dit Groenboek was een voorbereiding op het onderhavige richtlijnvoorstel, dat een geschikt instrument is om doeltreffende resultaten te boeken, zonder de specifieke kenmerken van de nationale rechtssystemen inzake de beslechting van geschillen in burgerlijke en handelszaken geweld aan te doen. |
|
1.6 |
Met betrekking tot dit laatste aspect is de bemiddeling in consumentengeschillen (4) een nuttig precedent; deze vorm van bemiddeling wordt al geruime tijd toegepast en is zeer nuttig gebleken, onder meer omdat het een onderdeel is geworden van de consumentenbeschermingswetgeving. Dit systeem is aangepast aan de nieuwe consumentengewoonten, zodat het kan worden toegepast op verschillende sectoren, zowel voor goederen als voor diensten. |
|
1.7 |
De bemiddeling in burgerlijke en handelszaken in het kader van een gerechtelijke procedure onderscheidt zich op enkele belangrijke punten van andere vormen van bemiddeling. In de eerste plaats valt de organisatie van het gerechtelijk systeem onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten, en in de tweede plaats is bemiddeling een zinvolle geschillenbeslechtingsmethode mits de partijen in het geding deze aanvaarden. Beide punten beperken de bevoegdheid van de Commissie om een voorstel voor een richtlijn inhoud te geven. Desalniettemin is het goed om over alternatieve geschillenbeslechtingsmethodes te beschikken („alternative dispute resolution - ADR”), maar zoals de Commissie aangeeft, ontslaat dat de lidstaten niet van de verplichting „een doeltreffend en billijk rechtssysteem te handhaven dat voldoet aan de eisen van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens”. |
2. Inhoud van het voorstel
|
2.1 |
Met dit voorstel voor een richtlijn wordt ernaar gestreefd de geschillenbeslechting in burgerlijke en handelszaken op de interne markt te vereenvoudigen d.m.v. bemiddeling. Voor dat doel worden de begrippen „bemiddeling” en „bemiddelaar” gedefinieerd, terwijl de lidstaten verantwoordelijk blijven voor de regelgevingsaspecten, in het bijzonder de voorwaarden waaraan de bemiddelaars moeten voldoen. |
|
2.2 |
De bemiddeling kan op vrijwillige basis worden ingeroepen door de partijen bij een geschil, zelfs na aanvang van een gerechtelijke procedure. Dit kan zowel op voorstel van de partijen als op voorstel van de rechterlijke instantie geschieden. In beide gevallen stemmen de partijen in met bemiddeling ten einde een gerechtelijke procedure te vermijden of, als zo'n procedure eenmaal is opgestart, om deze te vereenvoudigen door te beloven de uitkomsten van de bemiddeling te respecteren. In beide gevallen kunnen de partijen verzoeken dat de tenuitvoerlegging van het compromis wordt bevestigd in een rechterlijke uitspraak, een beslissing of een authentieke akte. |
|
2.3 |
In de in artikel 6, lid 1, genoemde gevallen mag de inhoud van de bemiddelingsstukken niet als bewijs worden gehanteerd in een gerechtelijke procedure, ten einde de vertrouwelijkheid van de partijen en de actoren die bij de bemiddeling betrokken zijn, te beschermen. Desalniettemin kan hierop een uitzondering worden gemaakt als de partijen en de bemiddelaar hiermee instemmen, met name indien dat nodig is om de bescherming van kinderen te waarborgen of om schade aan de fysieke of psychologische integriteit van een persoon te voorkomen. |
|
2.4 |
Als gebruik wordt gemaakt van bemiddeling, worden de verjaringstermijnen en andere beperkende termijnen in verband met de claim die het voorwerp is van de bemiddeling geschorst zodra de partijen ermee instemmen gebruik te maken van bemiddeling, of wanneer de bemiddeling wordt gelast door een rechterlijke instantie. |
3. Opmerkingen over het voorstel voor een richtlijn
|
3.1 |
Het EESC beschouwt dit initiatief van de Commissie als een nuttig instrument, dat in de lijn ligt van de maatregelen die sinds de Raad van Tampere zijn genomen om de rechtszekerheid in de EU te vergroten. Een Europees juridisch kader voor bemiddeling in burgerlijke en handelszaken veronderstelt in feite de algemene invoering van een instrument dat reeds in sommige lidstaten wordt gebruikt – hoewel meestal slechts bij de oplossing van privaatrechtelijke geschillen – als systeem om de rechterlijke instanties de mogelijkheid te bieden een externe bemiddelaar voor te stellen, hetgeen de overeenstemming tussen partijen bij een geschil moet vergemakkelijken. |
|
3.2 |
Het richtlijnvoorstel is bedoeld om het gebruik van bemiddeling in de rechtspraak binnen de EU te bevorderen. Dit zou niet alleen economische voordelen moeten opleveren, in de zin van lagere proceskosten, maar ook sociale voordelen, in de zin van kortere termijnen: de lange termijnen van civiele procedures hebben immers nefaste gevolgen voor de partijen, vooral in het familierecht, en berokkenen de partijen bij het geschil sociale schade. In ieder geval mag bemiddeling of mediation niet worden verward met conciliatie, een in de meeste lidstaten verplichte verzoeningsprocedure vóór de aanvang van een gerechtelijke procedure, waarbij de partijen en hun advocaten, onder toezicht van de rechter, trachten tot een akkoord te komen zodat kan worden afgezien van de gerechtelijke procedure. |
|
3.3 |
De rol van de bemiddelaar is van groot belang voor het behalen van een goed resultaat. De bekwaamheid en billijkheid van de bemiddelaar en, zeer belangrijk, zijn/haar onafhankelijkheid t.o.v. de partijen bij het geschil alsmede zijn/haar geheimhoudingsplicht tijdens het bemiddelingsproces, zijn bepalend voor de doeltreffendheid en het goede resultaat van de bemiddeling. Toch behouden de lidstaten krachtens artikel 4 van het voorstel de bevoegdheid om de voorwaarden en vereisten vast te stellen, zodat in feite een vorm van zelfregulering op communautair niveau wordt ingevoerd, met behulp van Europese gedragscodes. Hoewel het richtlijnvoorstel niet uitsluitend op bemiddeling in grensoverschrijdende geschillen is gericht, dient te worden nagedacht over de noodzakelijke opleiding van de personen die tot bemiddelaar in Gemeenschapsrecht worden benoemd, en, bovenal, over het scheppen van een rechtskader dat de vrijheid van dienstverlening op dit gebied in alle lidstaten waarborgt. |
|
3.4 |
Het is bij bemiddeling van essentieel belang dat de kwaliteit van de dienstverlening gewaarborgd is. Daarom zou het voorstel richtsnoeren moeten bevatten om de minimale voorwaarden waaraan moet worden voldaan om als bemiddelaar te kunnen optreden, te harmoniseren. De behoefte aan bekwame en onafhankelijke bemiddelaars, overeenkomstig de aanbevelingen voor bemiddeling in consumentengeschillen, zou een van de noodzakelijke voorwaarden moeten zijn; hieraan kan worden voldaan door de Europese samenwerking te versterken, en zo te zorgen voor meer homogene systemen voor de opleiding en benoeming van bemiddelaars. |
|
3.5 |
Het gebied waarop de bemiddeling in burgerlijke en handelszaken van toepassing is wordt in de richtlijn met een negatieve formulering omschreven: in de 8e overweging staat dat deze richtlijn geen betrekking heeft „op scheidsrechterlijke procedures, zoals arbitrage, systemen van ombudsdiensten, systemen voor de behandeling van consumentenklachten, deskundigenonderzoek of procedures van instanties die al dan niet wettelijk bindende formele aanbevelingen voor de beslechting van het geschil formuleren.” Dit is waarschijnlijk omdat er voor al deze gevallen al een eigen bemiddelingsprocedure bestaat. Toch zou moeten worden overwogen om bemiddeling mogelijk te maken voor civiele procedures die voortvloeien uit straf- of belastingzaken (5); hoewel oorspronkelijk uitgesloten, zou bemiddeling de beslechting van dergelijke civiele zaken kunnen bevorderen. |
|
3.6 |
Het EESC stemt in met de bepaling dat de gegevens – met betrekking tot zowel burgerlijke als handelsaspecten – die in het kader van bemiddelingsprocedures worden verstrekt, met de grootst mogelijke vertrouwelijkheid moeten worden behandeld (art. 6, lid 1), niet alleen voor wat betreft persoonlijke gegevens, maar ook wat betreft de privacy van betrekkingen. Maar de uitsluiting van dergelijke informatie als bewijs mag in geen geval worden ingeroepen indien de bescherming van kinderen of de fysieke of psychologische integriteit van personen die partij zijn bij het geschil, gevaar lopen. |
4. Bijzondere opmerkingen
Aangezien bemiddeling een vrijwillige geschillenbeslechtingsprocedure is, die alleen doeltreffend kan zijn indien beide partijen met gebruikmaking ervan instemmen en de uitkomst ervan zullen accepteren, zou de toekomstige richtlijn meer duidelijkheid moeten verschaffen over enkele belangrijke aspecten, zodat bemiddeling een bruikbaar instrument wordt dat het vertrouwen van de Europese burgers weet te wekken. Om dit te verwezenlijken zou, volgens het EESC, met onderstaande opmerkingen rekening moeten worden gehouden.
|
4.1 |
Het voorgestelde rechtskader voor bemiddeling blijft beperkt tot burgerlijke en handelszaken (6), maar ondanks de uitgebreide jurisprudentie over burgerlijke en handelszaken, zou het wenselijk zijn indien in artikel 1, lid 2, het toepassingsgebied zou worden omschreven, en niet zou worden volstaan met de negatieve formulering in overweging nr. 8. Daarnaast zou rekening moeten worden gehouden met burgerlijke en handelszaken die voortvloeien uit andere zaken, zoals fiscale en administratieve en zelfs uit strafzaken. (7) |
|
4.1.1 |
Afhankelijk van de resultaten van de in dit voorstel bedoelde bemiddeling zou in de toekomst kunnen worden gekeken of het toepassingsgebied kan worden uitgebreid tot fiscale en administratieve procedures. |
|
4.2 |
Een aspect dat voor problemen kan zorgen zijn afwijkingen tussen de verschillende taalversies van het richtlijnvoorstel, die de omzetting naar nationaal recht kunnen bemoeilijken. (8) Er moet rekening mee worden gehouden dat de organisatie van het gerechtelijk systeem onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten valt, en dat de rechtspraak derhalve van lidstaat tot lidstaat kan variëren. Het is zaak erop te wijzen dat niet alleen rechtbanken maar alle rechterlijke instanties bemiddeling kunnen aanbevelen, en dat zij niet als enige toezien op de naleving van het bereikte compromis, maar dat iedere overheidsinstantie die daartoe krachtens nationale wetgeving bevoegd is dat kan doen. |
|
4.3 |
Het EESC onderstreept de belangrijke rol die in de hele procedure wordt gespeeld door de bemiddelaar, die moet zorgen voor de toepassing en doeltreffendheid ervan. Het is dan ook van mening dat de Commissie richtsnoeren dient voor te stellen om te komen tot een zekere harmonisatie tussen de lidstaten, en om de kwaliteit en autoriteit van de bemiddelaars te waarborgen. De minimumvereisten waaraan bemiddelaars moeten voldoen, en die in artikel 4 zouden moeten worden opgenomen, zijn onder meer:
Daarbij is het met name zaak dat de vrijheid van dienstverlening in alle lidstaten gewaarborgd is, wat zeker in kleine landen de onafhankelijke positie van de bemiddelaar t.o.v. de partijen zal versterken. |
|
4.3.1 |
De keuze om de voorschriften voor bemiddelaars vast te leggen in een Europese gedragscode lijkt op zich een juiste keuze, maar om deze doeltreffend te doen zijn moet de Commissie ervoor zorgen dat de professionaliteit, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid van de natuurlijke en rechtspersonen die als bemiddelaar optreden gewaarborgd zijn, bijvoorbeeld door middel van de door ons voorgestelde toevoeging aan artikel 4. |
|
4.4 |
Het probleem i.v.m. de kosten van de bemiddeling kan niet eenvoudig worden opgelost door de bemiddelingskosten onder te brengen bij de proceskosten, naargelang van de rechtsgang in iedere lidstaat. Ofwel zouden er verschillende tarieven moeten worden vastgesteld, afhankelijk van het onderwerp en de omvang van de zaak, ofwel zou een verplichte voorafgaande raming moeten worden opgesteld, zodat de partijen kunnen beoordelen of zij belang hebben bij een bemiddelingsprocedure. In ieder geval mogen de bemiddelingskosten nooit hoger zijn dan de kosten van een gerechtelijke procedure. |
Brussel, 9 juni 2005
De voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
A.-M. SIGMUND
(1) Zie de Richtlijn van de Raad inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken [COM(1999) 219 def.]. EESC-advies van rapporteur Hernández Bataller. PB C 368 van 20-12-1999.
(2) EESC-advies van rapporteur Malosse. PB C 117 van 26-4-2000.
(3) COM(2000) 592 def. EESC-advies van rapporteur Retureau, in PB C139 van 11-5-2001.
(4) Aanbeveling van de Commissie van 4 april 2001 met betrekking tot de beginselen voor de buitengerechtelijke organen die bij de consensuele beslechting van consumentengeschillen betrokken zijn, PB L 109 van 19-4-2001.
(5) Advies CESE, par. 3.7, van rapporteur Retureau, in PB C 139 van 11-5-2001.
(6) Tijdens de overeenkomst van Brussel van 27 september is de rechterlijke bevoegdheid in burgerlijke en handelszaken afgebakend.
(7) EESC-advies van rapporteur Retureau, PB C 139 van 11-5-2001. In par. 3.7 van dit advies wordt m.b.t. de inhoud van civiel- en handelsrechtelijke begrippen aanbevolen „dat in de beschikking expliciet naar de desbetreffende definities van het Hof van Justitie wordt verwezen. In straf- of belastingzaken ingestelde civiele procedures vallen binnen de werkingssfeer van de voorgestelde regeling en ook is het mogelijk dat documenten nodig zijn die door het bevoegde rechterlijke orgaan niet zonder meerjuridisch kunnen worden gekwalificeerd. Daarom verdient het aanbeveling om, ten einde de rechten van betrokkenen te beschermen, een als volgt luidende bepaling in te voegen: „Stukken die niet zonder meer als civiel- of handelsrechtelijk kunnen worden gekwalificeerd maar wel aanknopingspunten voor een dergelijke kwalificatie bieden, worden door de ontvangende instantie zo flexibel mogelijk gekwalificeerd”.”
(8) In de Duitse versie van het richtlijnvoorstel wordt veelvuldig het begrip „Streitschlichtung” (= ± geschillenbeslechting) gebruikt. Geschillenbeslechting kan echter niet worden gelijkgesteld met bemiddeling, omdat de uitspraak in een geschil een gefundeerd voorstel voor de oplossing van het conflict omvat, terwijl de bemiddelaar in klassieke zin geen inhoudelijk standpunt inneemt. Daarom zou in de Duitse versie van het richtlijnvoorstel het begrip „Streitbeilegung” (= ± minnelijke schikking) moeten worden gebruikt.