Aanbeveling voor een beschikking van de Raad betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in de Republiek Tsjechië /* SEC/2004/0831 def. */
Aanbeveling voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in de Republiek Tsjechië (door de Commissie ingediend) TOELICHTING Op 7 april 2004 heeft de Commissie haar voorjaarsprognoses 2004 [1] gepubliceerd. Volgens deze prognoses, waarin rekening is gehouden met de gegevens die de Republiek Tsjechië in maart 2004 heeft meegedeeld, steeg het Tsjechische overheidstekort van 6,4% van het BBP in 2002 tot 12,9% van het BBP in 2003 (5,9% van het BBP wanneer geen rekening wordt gehouden met een belangrijke eenmalige transactie in verband met de tenlasteneming van staatsgaranties), waardoor het hoger is uitgekomen dan de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van het BBP. [1] De voorjaarsprognoses 2004 van de Commissie zijn beschikbaar op de volgende website: http://europa.eu.int/comm/economy_finance/ publications/european_economy/2004/ee204en.pdf. Op grond van dit bewijsmateriaal heeft de Commissie op 12 mei 2004 de buitensporigtekortprocedure ten aanzien van de Republiek Tsjechië ingeleid met de goedkeuring van het verslag zoals bedoeld in artikel 104, lid 3, van het Verdrag [2]. Op 13 mei 2004 ontving de Commissie het convergentieprogramma van de Republiek Tsjechië, waarin werd bevestigd dat het tekort in 2003 12,9% van het BBP bedroeg. [2] De volledige tekst van dit verslag is beschikbaar op de volgende website: http://europa.eu.int/comm/economy_finance/ about/activities/sgp/procedures_en.htm. De toepassing van de buitensporigtekortprocedure (BTP) is geregeld bij artikel 104 van het Verdrag en bij Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad "over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten", die deel uitmaakt van het stabiliteits- en groeipact [3]. De landen die op 1 mei 2004 tot de EU zijn toegetreden, zijn lidstaten met een derogatie. Deze dienen weliswaar buitensporige tekorten te vermijden, maar sancties uit hoofde van artikel 104, leden 9 en 11, van het Verdrag kunnen aan hen niet worden opgelegd. [3] PB L 209 van 2.8.1997. In het Commissieverslag op grond van artikel 104, lid 3, van het Verdrag werd geconcludeerd dat het feit dat het Tsjechische tekort in 2003 de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van het BBP overschreed, niet werd veroorzaakt door een buiten de macht van de Tsjechische autoriteiten vallende ongewone gebeurtenis en evenmin het gevolg was van een ernstige economische neergang in de zin van het stabiliteits- en groeipact, aangezien de reële BBP-groei in 2003 2,9% bedroeg. Wat de ontwikkelingen in 2004 betreft, werd in het verslag geconcludeerd dat het overheidstekort wellicht zal dalen, maar wel boven de 3% van het BBP zal blijven. Met name wordt in de voorjaarsprognoses 2004 van de Commissie uitgegaan van een overheidstekort van 5,9% van het BBP in 2004, een percentage dat hoger ligt dan de door de Tsjechische autoriteiten in het convergentieprogramma voorspelde 5,3% van het BBP. In het Commissieverslag, dat op de voorjaarsprognoses 2004 van de Commissie is gebaseerd, wordt ook geconcludeerd dat de verhouding van de schuld tot het BBP, die in 2003 37,6% van het BBP bedroeg, ook in 2004 onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% zal blijven. In de voorjaarsprognoses 2004 van de Commissie wordt met name verwacht dat de schuldquote in 2004 zal uitkomen op 40,6% van het BBP, wat hoger is dan de door de Tsjechische autoriteiten in het convergentieprogramma voorspelde 38,4% van het BBP. In artikel 104, lid 4, van het Verdrag wordt bepaald dat "het in artikel 114 bedoelde Comité (d.i. het Economisch en Financieel Comité) advies uitbrengt over het verslag van de Commissie". Het Comité bracht advies uit op 24 mei 2004 en sloot zich daarin aan bij de beoordeling van het Commissieverslag. Het Comité kwam met name tot de conclusie dat de begrotingssituatie in de Republiek Tsjechië duidde op het bestaan van een buitensporig tekort in de zin van het eerste van de twee in artikel 104, lid 2, bedoelde criteria voor de vaststelling van dergelijke tekorten. Ook wanneer andere relevante factoren, zoals met name de budgettaire situatie op middellange termijn en de investeringsquote van de overheid, in aanmerking worden genomen, brengt dit geen verandering in de evaluatie op basis van de criteria zelf. Het Comité achtte het tevens waarschijnlijk dat het overheidstekort ook in 2004 de referentiewaarde van het Verdrag zal overschrijden en dat de bruto overheidsschuld in 2004 onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% van het BBP zal blijven, maar toch verder zal stijgen tot 40,6% van het BBP. Na onderzoek van alle relevante factoren die in haar verslag in aanmerking zijn genomen en gezien het advies van het Comité is de Commissie van mening dat er in de Republiek Tsjechië een buitensporig tekort bestaat. Dit advies, dat op 24 juni 2004 door de Commissie werd goedgekeurd, is aan de Raad uitgebracht overeenkomstig artikel 104, lid 5, van het Verdrag. De Commissie beveelt de Raad aan dienovereenkomstig te besluiten conform artikel 104, lid 6, en richt hierbij een aanbeveling voor een beschikking in die zin tot de Raad. Bovendien dient de Commissie overeenkomstig artikel 104, lid 7, van het Verdrag bij de Raad een aanbeveling in voor een tot de Republiek Tsjechië te richten aanbeveling van de Raad om te bereiken dat het buitensporige tekort wordt verholpen. Aanbeveling voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in de Republiek Tsjechië DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 104, lid 6, Gezien de aanbeveling van de Commissie, Gezien de opmerkingen van de Republiek Tsjechië, Overwegende hetgeen volgt: (1) Overeenkomstig artikel 104 van het Verdrag dienen de lidstaten buitensporige tekorten te vermijden. Dit geldt ook voor lidstaten met een derogatie, wat het geval is voor alle landen die op 1 mei 2004 tot de EU zijn toegetreden. (2) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werkgelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren. (3) De buitensporigtekortprocedure van artikel 104 voorziet in een beschikking betreffende het bestaan van een buitensporig tekort en het aan het Verdrag gehechte protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten bevat nadere bepalingen betreffende de toepassing van de buitensporigtekortprocedure. Verordening (EG) nr. 3605/93 van de Raad [4], zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 475/2000 van de Raad [5] en Verordening (EG) nr. 351/2002 van de Commissie [6], bevat gedetailleerde regels en definities voor de toepassing van de bepalingen van genoemd protocol. [4] PB L 332 van 31.12.1993, blz. 7. [5] PB L 58 van 3.3.2000, blz. 1. [6] PB L 55 van 26.2.2002, blz. 23. (4) Volgens artikel 104, lid 5, van het Verdrag moet de Commissie advies uitbrengen aan de Raad indien zij van oordeel is dat er in een lidstaat een buitensporig tekort bestaat of kan ontstaan. Na onderzoek van alle relevante factoren waarmee in haar verslag op grond van artikel 104, lid 3, rekening is gehouden en gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité overeenkomstig artikel 104, lid 4, kwam de Commissie in haar advies van 24 juni 2004 tot de conclusie dat er in de Republiek Tsjechië een buitensporig tekort bestaat. (5) In artikel 104, lid 6, van het Verdrag wordt bepaald dat de Raad rekening moet houden met de opmerkingen die de betrokken lidstaat eventueel wenst te maken, alvorens, na een algehele evaluatie te hebben gemaakt, te besluiten of er al dan niet een buitensporig tekort bestaat. (6) De algehele evaluatie leidt tot de volgende conclusies. Het overheidstekort in de Republiek Tsjechië bedroeg in 2003 12,9% van het BBP (5,9% van het BBP wanneer geen rekening wordt gehouden met een belangrijke eenmalige transactie in verband met de tenlasteneming van staatsgaranties), wat een hoger percentage is dan de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van het BBP. Het feit dat het overheidstekort de referentiewaarde overschreed, werd niet veroorzaakt door een buiten de macht van de Tsjechische autoriteiten vallende ongewone gebeurtenis en was evenmin het gevolg van een ernstige economische neergang in de zin van het stabiliteits- en groeipact. In 2004 zal het overheidstekort waarschijnlijk boven 3% van het BBP blijven. Volgens de voorjaarsprognoses 2004 van de Commissie zal het tekort in 2004 met name uitkomen op 5,9% van het BBP, terwijl in het convergentieprogramma van de Republiek Tsjechië een tekort van 5,3% van het BBP wordt verwacht. De schuldquote, die in 2003 37,6% bedroeg, zal in 2004 waarschijnlijk onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% van het BBP blijven, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD: Artikel 1 Uit een algehele evaluatie volgt dat er in de Republiek Tsjechië een buitensporig tekort bestaat. Artikel 2 Deze beschikking is gericht tot de Republiek Tsjechië. Gedaan te Brussel, [5 juli] 2004. Voor de Raad De Voorzitter [...]