52004PC0770

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement ingevolge artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raadinzake een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek /* COM/2004/0770 def. */


Brussel, 30.11.2004

COM(2004) 770 definitief

2003/0167 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT ingevolge artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het

gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek

2003/0167 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT ingevolge artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag betreffende het

gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek

1. ACHTERGROND

+++++ TABLE +++++

2. DOELSTELLING VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Doel van het voorstel is het verschaffen van het wetgevingskader en daarmee de mogelijkheid tot spoedige tenuitvoerlegging van versterkte veiligheidscontroles op goederen die de EU-grenzen overschrijden, waaronder eisen die verband houden met het veiligheidsinitiatief inzake containers van de Verenigde Staten (CSI – Container Security Initiative). Het voorstel houdt ook rekening met de plannen voor e-douane in de toekomst.

3. OPMERKINGEN OVER HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT EN DE AMENDEMENTEN VAN HET EP

3.1 Algemeen

Het gemeenschappelijk standpunt waarover op 18 mei 2004 politieke overeenstemming is bereikt, volgt de algemene lijnen van het gewijzigde voorstel van de Commissie. De wijzigingen zijn aangebracht om meer duidelijkheid te verschaffen en te komen tot een soepeler en passender wetgeving die een evenwicht betracht tussen douanecontroles en de versoepeling van het wettige handelsverkeer.

3.2 Overweging van de door het Parlement voorgestelde amendementen, eerste lezing

In zijn gemeenschappelijke standpunt heeft de Raad niet ingestemd met alle door het Europees Parlement voorgestelde amendementen: van de 26 amendementen zijn er nu 18 in beginsel in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen, namelijk de amendementen 1, 3, 4, 7, 11 tot en met 23 alsmede 26.

De Raad heeft de amendementen waarmee de Commissie niet heeft ingestemd, niet aanvaard, en wel om de volgende redenen:

- De amendementen 2, 5, 6, 24 en 25 omdat deze de nieuwe maatregelen slechts beperken tot invoer en de taken van de douanekantoren bij de toepassing van op risicoanalyse gebaseerde controles in verband met veiligheid en beveiliging; deze amendementen werden niet aanvaard omdat zij niet in overeenstemming zijn met de bedoelingen van de gewijzigde wetgeving.

- Amendement 9, omdat dit niet in overeenstemming is met de verbeterde wetgeving inzake vereenvoudigingen voor betrouwbare bedrijven die in het gemeenschappelijk standpunt zijn opgenomen; en

- De amendementen 8 en 10 omdat deze niet in overeenstemming zijn met de terminologie van andere bepalingen van het douanewetboek.

3. 3 Nieuwe, door de Raad voorgestelde bepalingen

Het gemeenschappelijk standpunt omvat nog enkele andere door de Raad aangebrachte wijzigingen ter versterking van de aspecten veiligheid en beveiliging, waaronder ook de eis van het indienen van aangiften ten uitvoer, voorafgaande aan het vertrek (artikelen 182bis -182quinquies) die in overeenstemming zijn met de algemene benadering van de Gemeenschap inzake veiligheid en beveiliging bij uitvoer naar alle landen en niet slechts met bepalingen die bijkomende veiligheidsmaatregelen bij invoer inhouden, zoals de VS dit doet, en met recente documenten van de Wereldouaneorganisatie over de verantwoordelijkheden van partijen in een gesloten internationale leveringsketen.

Het gemeenschappelijk standpunt past ook beter bij de voor de gehele Gemeenschap geldende regelgeving over bijv. aangiften voorafgaande aan de aankomst (artikelen 36bis – 36quater) en bevat een duidelijke omschrijving van de rol van douanekantoren (artikel 4) die in overeenstemming is met de conclusie van de Raad over de rol van de douane in het geïntegreerde beheer van de buitengrenzen.

Voorts stelt het standpunt een effectief raamwerk vast voor een programma van toegelaten ondernemers (artikel 5bis), hetgeen betekent dat betrouwbare bedrijven in aanmerking komen voor vereenvoudigingen en veiligheidscertificering, een initiatief dat ruimschoots wordt gesteund door zowel de lidstaten als het bedrijfsleven.

4. CONCLUSIE

De Commissie staat volledig achter het gemeenschappelijk standpunt dat een aantal amendementen van het EP omvat en verbetert.