Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof /* COM/2004/0716 def. - CNS 2004/0249 */
Brussel, 12.11.2004 COM(2004) 716 definitief 2004/0249 (CNS) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. VERANTWOORDING VAN HET VOORSTEL 1.1. Bestaande regeling krachtens Richtlijn 92/3/Euratom Richtlijn 92/3/Euratom van 3 februari 1992 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen tussen lidstaten en naar en vanuit de Gemeenschap werd vastgesteld om een stelsel van strenge controles en voorafgaande vergunningen voor de overbrenging van radioactief afval in te voeren ter voorkoming van de ongeoorloofde handel in dergelijke materialen. De richtlijn geldt zowel voor overbrengingen tussen lidstaten als voor de invoer in en de uitvoer uit de Gemeenschap. De richtlijn zorgt ervoor dat de lidstaten van bestemming en van doorvoer in kennis worden gesteld van de overbrenging van radioactief afval naar of via hun land en dat zij daarvoor goedkeuring verlenen of dat zij in de gelegenheid worden gesteld er bezwaar tegen te maken. In geval van uitvoer worden de autoriteiten van het land van bestemming buiten de Gemeenschap in kennis gesteld van de overbrenging. Er is een totaal verbod op uitvoer van radioactief afval naar plaatsen zoals Antarctica of landen die partij zijn bij de Overeenkomst van Lomé. Deze richtlijn was bedoeld als aanvulling op Richtlijn 80/836/Euratom van 15 juli 1980 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren, die door Richtlijn 84/467/Euratom van de Raad werd gewijzigd. Richtlijn 80/836 werd met ingang van 13 mei 2000 vervangen en ingetrokken door Richtlijn 96/29/Euratom van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren. Het in Richtlijn 92/3 vastgelegde stelstel van strenge controles en voorafgaande vergunningen voor de overbrenging van radioactief afval voldoet weliswaar, maar in de praktijk is toch een aantal aanpassingen noodzakelijk gebleken. Hoewel niet wordt geraakt aan de essentie van de bepalingen in Richtlijn 92/3, rechtvaardigen aantal en aard van de voorgestelde wijzigingen dat een nieuwe herschikkingsrichtlijn wordt vastgesteld ter vervanging en intrekking van Richtlijn 92/3. 1.2. Behoefte aan vereenvoudiging Voor meer gebruikersvriendelijkheid en transparantie werd in 2001 een begin gemaakt met de herziening van Richtlijn 92/3/Euratom in het kader van de vijfde fase van het SLIM-initiatief (eenvoudige regelgeving voor de interne markt, SLIM V). De SLIM-herziening van de richtlijn spitste zich toe op de volgende aspecten: - het opnemen van de technische bepalingen die in latere regelgeving en met name in de richtlijn inzake de basisnormen zijn vastgesteld; - het afstemmen van de bepalingen van de richtlijn (met name de artikelen 7, 10, 11 en 12) op bepaalde internationale overeenkomsten waarbij de Gemeenschap partij is of wenst te worden; - het verduidelijken en eventueel verwijderen van tegenstrijdigheden in de bepalingen (met name artikel 12) die betrekking hebben op het recht van derde landen om te worden geraadpleegd over de voorgenomen overbrenging van radioactief afval in geval van export; - de mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn tot bestraalde splijtstof die voor opwerking is bestemd, om ze in overeenstemming te brengen met de thans geldende internationale voorschriften en instrumenten; - onderzoek en verheldering van de voorschriften in de richtlijn die betrekking hebben op de weigering van goedkeuring voor de overbrenging van radioactief afval; - vereenvoudiging van het uniforme document voor kennisgeving van het voornemen radioactief afval over te brengen; - de voordelen van een vervanging van de richtlijn door een verordening. Na bespreking van deze aspecten zijn 14 aanbevelingen voorgesteld en opgenomen in het verslag van de Commissie over de resultaten van de vijfde fase van SLIM.[1] 1.3. Voorgestelde wijzigingen Er zijn vier redenen om in de bepalingen van Richtlijn 92/3 wijzigingen aan te brengen: 1.3.1 Overeenstemming met de meest recente Euratomrichtlijnen De nieuwe richtlijn moet er uiteraard rekening mee houden dat intussen Richtlijn 96/29/Euratom is vastgesteld, en is dus bedoeld als aanvulling op die richtlijn. Ingevolge de vaststelling, op 22 december 2003, van Richtlijn 2003/122/Euratom van de Raad inzake de controle op hoogactieve ingekapselde radioactieve bronnen en weesbronnen dient ook de tekst van de bepalingen inzake de terugzending van radioactieve ingekapselde bronnen te worden aangepast. Opgemerkt moet worden dat, hoewel onder bepaalde omstandigheden dergelijke transporten kunnen worden vrijgesteld van de eisen van deze richtlijn, deze vrijstelling niet kan gelden voor splijtbare materialen, waarvoor afdoende veiligheidscontrole moet zijn gewaarborgd. 1.3.2 Overeenstemming met internationale verdragen en overeenkomsten Richtlijn 92/3/Euratom is niet beperkt tot overbrenging van radioactief afval binnen de Gemeenschap. Bij de tenuitvoerlegging ervan zijn verschillende internationale rechtsinstrumenten betrokken, zoals verdragen die op hetzelfde gebied zijn vastgesteld door de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) of internationale overeenkomsten betreffende het lucht- of zeevervoer. Deze juridische instrumenten hebben sinds 1992 een aanzienlijke ontwikkeling doorgemaakt. Consistentie is met name vereist met het oog op de geplande toetreding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) tot het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval (IAEA). 1.3.3. Verduidelijking van de procedure in de praktijk Het bestaande stelsel is aan verbetering toe. Bepaalde begrippen moeten duidelijker worden omschreven door ofwel de bestaande definities te wijzigen ofwel nieuwe definities toe te voegen. Het is voorts noodzakelijk gebleken tegenstrijdigheden weg te werken en de bestaande procedure voor de overbrenging van radioactief afval tussen lidstaten te vereenvoudigen. Naar aanleiding van de aanbevelingen in het SLIM-verslag werd het noodzakelijk geacht een oplossing te zoeken voor situaties die in het verleden over het hoofd zijn gezien. Er dient met name rekening te worden gehouden met overbrenging van en naar hetzelfde land van oorsprong met doorvoer door een ander land. Verder moet het taalgebruik in het uniforme document duidelijker worden geregeld. Een aantal lidstaten heeft de aandacht gevestigd op onzekerheden in dit verband en op het feit dat in sommige gevallen vertragingen kunnen ontstaan, wanneer de vergunningsaanvraag voor een overbrenging wordt verzonden naar een land met een andere taal dan de taal waarin de aanvraag is gesteld. De behoefte aan duidelijke voorschriften voor het taalgebruik is bijzonder acuut in een Gemeenschap met 25 lidstaten. 1.3.4. Uitbreiding van het toepassingsgebied tot bestraalde splijtstof Met de uitbreiding van het toepassingsgebied gelden de controleprocedures voortaan uitdrukkelijk ook voor de overbrenging van bestraalde splijtstof, ongeacht of deze voor verwijdering dan wel voor opwerking is bestemd. De bepalingen in Richtlijn 92/3 hebben aanleiding gegeven tot onzekerheid in verband met de toepasselijkheid ervan op de overbrenging van bestraalde splijtstof, zodat de Commissie herhaaldelijk haar interpretatie heeft moeten verstrekken naar aanleiding van individuele verzoeken om informatie en ook parlementaire vragen. Volgens Richtlijn 92/3 wordt bestraalde splijtstof die niet voor verder gebruik bestemd is, beschouwd als “radioactief afval” en overbrenging van dergelijk materiaal is onderworpen aan de uniforme controleprocedure, zoals vastgesteld in de richtlijn. Overbrenging van bestraalde splijtstof voor opwerking daarentegen is niet aan die procedure onderworpen. Zodoende ontstaat de tegenstrijdigheid dat hetzelfde materiaal, naar gelang van het beoogde gebruik, wel of niet aan de procedure is onderworpen. In het SLIM-verslag wordt erkend dat het voorbeeld van het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval erop wijst dat het toepassingsgebied van de richtlijn moet worden uitgebreid tot voor opwerking bestemde bestraalde splijtstof. Er werd evenwel geen directe aanbeveling gedaan, omdat dit naar de mening van het SLIM-team buiten de opdracht in het kader van het SLIM V-initiatief viel. Gezien de bovengenoemde omstandigheden en omdat er uit een radiologisch oogpunt geen reden is om de procedure van Richtlijn 92/3 niet toe te passen op alle transporten van bestraalde splijtstof, wordt het dienstig geacht het toepassingsgebied van de richtlijn op de uiteengezette wijze uit te breiden. De administratieve last in verband met deze overbrenging van bestraalde splijtstof, welke alleen de lidstaten wordt opgelegd die een overeenkomst voor opwerking hebben gesloten, kan tot een minimum worden beperkt. Daaraan zijn slechts enkele kleinere verplichtingen verbonden naast die welke reeds gelden ten behoeve van afdoende veiligheidscontrole. 1.3.5. Verbetering van de structuur van de richtlijn De bestaande bepalingen in Richtlijn 92/3 moeten op een gebruikersvriendelijke manier herschikt worden. De interne structuur van de richtlijn is bijgevolg gewijzigd op basis van wetgevingstechnische overwegingen en waar nodig zijn bepalingen verplaatst of met andere gegroepeerd. 2. RECHTSGROND Als rechtsgrond voor het voorstel zijn de artikelen 31 en 32 van het Euratom-Verdrag gekozen. Artikel 31 beschrijft de procedure voor het vaststellen van de in artikel 30 bedoelde basisnormen voor de bescherming van de gezondheid van de bevolking en de werknemers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren. Artikel 32 bepaalt uitdrukkelijk dat die basisnormen kunnen worden aangevuld volgens de in artikel 31 bepaalde procedure. 3. SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID Terwijl het de taak van de Gemeenschap is op het gebied van stralingsbescherming uniforme veiligheidsnormen vast te stellen met het oog op een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de bevolking en de werknemers, dienen de lidstaten die voorschriften in hun nationale wetgeving om te zetten en toe te passen. De bestaande voorschriften inzake overbrengingen tussen lidstaten houden geen dubbelzinnigheid in ten aanzien van de rol van de Gemeenschap en die van de lidstaten volgens het bestaande stelsel van voorafgaande vergunningen voor en controles op de overbrenging van radioactief afval, zoals vastgesteld door Richtlijn 92/3. Dit voorstel voor een richtlijn brengt geen fundamentele wijzigingen aan in het bestaande stelsel van voorafgaande vergunningen. De controle op de overbrenging door middel van een specifiek mechanisme is nog steeds een bevoegdheid van de lidstaten. De voorgestelde wijzigingen geven niettemin weer dat er behoefte is aan een meer geharmoniseerde aanpak van het door de lidstaten gehanteerde stelsel van voorafgaande vergunningen, met een vereenvoudigde procedure die de efficiëntie alleen maar kan verbeteren. 4. KOSTEN VAN DE TENUITVOERLEGGING VAN HET VOORSTEL VOOR DE LIDSTATEN EN DE GEMEENSCHAP 4.1. Kosten voor de lidstaten Richtlijn 92/3/Euratom voorziet reeds in een stelsel van toezicht en controle op de overbrenging van radioactief afval, waarbij in elke lidstaat aangewezen bevoegde autoriteiten zijn betrokken. De voorgestelde wijzigingen veranderen niets aan het bestaande stelsel. De uitbreiding van de procedure tot de overbrenging van voor opwerking bestemde bestraalde splijtstof kan niet veel extra kosten voor de lidstaten veroorzaken, aangezien de daartoe vereiste administratieve infrastructuur reeds bestaat. Nu duidelijkheid is verschaft in een aantal essentiële aspecten van de procedure (zekerheid in verband met bestraalde splijtstof, algemene toepassing van de automatische goedkeuring, taalgebruik, gebruikersvriendelijke structuur van de bepalingen van de richtlijn, enz.), kunnen met de nieuwe richtlijn vertragingen in de overbrenging worden voorkomen, zodat de administratieve kosten lager uitvallen. 4.2. Kosten voor de exploitanten De uitbreiding van de vergunningsprocedure tot de overbrenging van voor opwerking bestemde bestraalde splijtstof zou voor de exploitanten van nucleaire installaties geen extra kosten mogen veroorzaken, aangezien in de lidstaten voor dit soort overbrenging reeds een of andere vorm van administratieve procedure op basis van Richtlijn 96/29 geldt. Nu duidelijkheid is verschaft in een aantal essentiële aspecten van de procedure (zekerheid in verband met bestraalde splijtstof, algemene toepassing van de automatische goedkeuring, taalgebruik, gebruikersvriendelijke structuur van de bepalingen van de richtlijn, enz.), kunnen met de nieuwe richtlijn vertragingen in de overbrenging worden voorkomen, wat de betrokken exploitanten alleen maar ten goede kan komen. 4.3. Kosten voor de Gemeenschap Er zijn geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. De verschillende verplichtingen die voor de Commissie uit deze richtlijn voortvloeien (in verband met rapportage, opstelling en bijwerking van een uniform document, publicatie van een lijst van autoriteiten) bestaan reeds op grond van Richtlijn 92/3. Zo komt ook het krachtens artikel 16 op te richten raadgevend comité overeen met het comité dat reeds bestaat op grond van artikel 19 van Richtlijn 92/3. In zeker opzicht zullen de in een vroeg stadium gemaakte kosten van een effectieve naleving van de communautaire voorschriften door toepassing van een nauwkeuriger omschreven en vereenvoudigde procedure uiteindelijk winst opleveren, omdat in een later stadium administratieve kosten worden vermeden die het gevolg zijn van de behandeling van inbreuken op het Gemeenschapsrecht vanwege gebrekkige toepassing van de voorschriften van de basisnormenrichtlijn. 5. OVERLEG MET BELANGHEBBENDE PARTIJEN Dit voorstel is gebaseerd op het verslag van het SLIM-team (zie punt 1.2). Aangezien dit voorstel in de eerste plaats ten doel heeft de richtlijn gebruikersvriendelijker en transparanter te maken, is bovendien op 18 oktober 2002 op een vergadering met de vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten die met de tenuitvoerlegging van Richtlijn 92/3 Euratom zijn belast (in artikel 19 van Richtlijn 92/3 bedoeld comité), hun advies over de ontwerp-herziening van de richtlijn ingewonnen. Overeenkomstig artikel 31 van het Euratom-Verdrag moet alle ontwerp-regelgeving in verband met basisnormen worden voorgelegd aan een groep personen (groep van deskundigen als bedoeld in artikel 31) die door het Wetenschappelijk en Technisch Comité zijn aangewezen uit wetenschappelijke deskundigen van de lidstaten, met name deskundigen op het gebied van de volksgezondheid. Deze deskundigen, die onafhankelijk van de lidstaten optreden, verstrekken de Commissie waardevolle wetenschappelijke expertise, geven advies over alle voorgenomen communautaire regelgeving en stellen wijzigingen of aanvullingen voor op grond van hun wetenschappelijke en technische deskundigheid. Deze groep van deskundigen, die op zijn bijeenkomst in december 2002 is geraadpleegd over de herziening van Richtlijn 92/3, heeft zijn steun toegezegd. 6. BEPALINGEN VAN HET VOORSTEL De titel van de richtlijn is ingekort omdat de uitdrukking “tussen lidstaten en naar en vanuit de Gemeenschap” overbodig is. Na het uitgebreide toepassingsgebied van dit voorstel en de nieuwe definitie van “overbrenging” zijn de woorden “bestraalde splijtstof” toegevoegd; waar dat nodig was, zijn dan de woorden “radioactieve afvalstoffen” geschrapt. De algemene structuur is gewijzigd en de verschillende stappen van de procedure worden thans in verschillende artikelen behandeld. Daarbij zijn sommige bepalingen van een artikel verplaatst naar een ander artikel. De bepalingen van de richtlijn zijn niet langer in titels ingedeeld. De bepaling in artikel 3 van Richtlijn 92/3, waarbij “de voor overbrenging noodzakelijke vervoersverrichtingen moeten voldoen aan de communautaire en nationale voorschriften en aan de internationale overeenkomsten die gelden op het gebied van het vervoer van radioactief materiaal”, komt te vervallen. Deze bepaling voerde geen nieuwe verplichting in naast de overige juridische bepalingen die van toepassing zijn op de vervoersverrichtingen, en was bijgevolg overbodig. In de vierde overweging van de richtlijn is in plaats daarvan een algemene verwijzing naar de betreffende verplichtingen op het stuk van vervoer en afvalbeheer opgenomen. Alle verwijzingen naar het uniforme document zijn in de verschillende artikelen geschrapt en bijeengebracht in artikel 13 ( Gebruik van het uniforme document ). Toelichtingen worden alleen verstrekt voor de bepalingen die afwijken van de bepalingen in Richtlijn 92/3/Euratom. Tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven, komen de nummers van de artikelen overeen met die in Richtlijn 92/3. 6.1. Onderwerp en toepassingsgebied (artikel 1) Artikel 1, lid 1 : om wetgevingstechnische redenen is het doel van de richtlijn nu duidelijk vermeld. Deze richtlijn vormt een aanvulling op Richtlijn 96/29/Euratom, waarbij de lidstaten een stelsel hebben ingevoerd van melding en vergunningen van handelingen waaraan een risico ten gevolge van ioniserende straling is verbonden; het doel van deze richtlijn is dus in overeenstemming met dat van Richtlijn 96/29: bescherming van de gezondheid. De richtlijn bevat daartoe administratieve voorschriften, die de lidstaten in staat moeten stellen zich van hun taken op dit gebied te kwijten; dezelfde administratieve voorschriften kunnen worden toegepast voor doeleinden van de veiligheidscontrole. Artikel 1, lid 2 : de bepaling in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 92/3 is nu zo geformuleerd dat: - rekening wordt gehouden met de nieuwe voorwaarden van artikel 3, lid 2, onder a) en b), van Richtlijn 96/29/Euratom (hoeveelheid en concentratie van radionucliden); - het duidelijk is dat overbrenging waarbij het land van oorsprong en dat van bestemming hetzelfde is, onder de richtlijn valt wanneer doorvoer via een ander land plaatsvindt; - overbrenging van bestraalde splijtstof die niet als afval wordt beschouwd, thans eveneens is onderworpen aan de procedures van de richtlijn. Artikel 1, lid 3: dit komt overeen met de inhoud van artikel 13 van Richtlijn 92/3 dat betrekking heeft op afgedankte bronnen, maar de tekst is vereenvoudigd en aan de bepalingen van Richtlijn 2003/122 aangepast. Deze uitzondering geldt thans voor alle overbrengingen van afgedankte bronnen naar een leverancier, fabrikant of erkende installatie (zoals beschreven in artikel 3, lid 2, onder a, van Richtlijn 2003/122, in het kader van het veilige beheer van een bron die niet langer wordt gebruikt) en niet alleen voor de gevallen waarin de bron “door de gebruiker ervan wordt teruggezonden naar de in een ander land gevestigde leverancier”, zoals bepaald in Richtlijn 92/3. Artikel 1 lijkt de juiste plaats van deze bepaling te zijn, omdat daardoor het toepassingsgebied van de richtlijn wordt afgebakend. 6.2. Terugzending in verband met bewerking en opwerking (artikel 2) De bepaling in artikel 14 van Richtlijn 92/3 is verplaatst naar artikel 2. De term “afvalstoffen” is vervangen door “radioactief afval”. Het woord “uitgevoerd” is vervangen door “verzonden”, zodat terugzending van een lidstaat naar een andere lidstaat eveneens onder de bepaling valt. 6.3. Definities (artikel 3) De definities zijn als volgt gewijzigd: - De definities van “radioactieve afvalstoffen/radioactief afval”, “bestraalde splijtstof”, “verwijdering/eindberging” en “opslag” zijn in overeenstemming gebracht met de definities in het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval. - “overbrenging” betekent nu zowel overbrenging van radioactief afval als overbrenging van bestraalde splijtstof. Zodoende kan voor de overbrenging van deze materialen een enkele term worden gebruikt, zonder telkens de gehele uitdrukking te herhalen. - In de definitie van “houder” is voor alle duidelijkheid “voornemen” vervangen door “plan” (zie opmerking bij artikel 4). Nieuwe definities zijn opgenomen voor “land van oorsprong” en “land van bestemming”, ter vervanging van de bestaande “plaats van herkomst en plaats van bestemming”, en voor “land van doorvoer” . - De definitie van “ ingekapselde bron” is overgenomen uit Richtlijn 96/29 en die van “afgedankte bron” en “erkende installatie” uit Richtlijn 2003/122. 6.4. Aanvragen van een overbrengingsvergunning (artikel 4) In artikel 4, lid 1, is de uitdrukking “voornemens is … over te brengen” vervangen door een minder vage tekst (“een overbrenging … heeft gepland”). Dankzij deze nieuwe formulering zullen in de praktijk moeilijkheden kunnen worden vermeden in verband met de vraag hoe concreet het “voornemen” van een overbrenging is (zie punt 3.5 van het SLIM-verslag), terwijl ervoor wordt gezorgd dat de aanvragen op het juiste tijdstip worden ingediend (zodat zij niet te lang van tevoren geschieden). Artikel 4, lid 2, komt overeen met artikel 5, lid 1, van Richtlijn 92/3. 6.5. Doorzending van de aanvraag naar de bevoegde autoriteiten (artikel 5) Artikel 5, leden 1 en 2, komen overeen met respectievelijk artikel 4, eerste alinea, tweede zin, en derde alinea van Richtlijn 92/3. 6.6. Aanvaarding en weigering (artikel 6) In tegenstelling tot het bepaalde in artikel 6, lid 4, van Richtlijn 92/3 is de automatische goedkeuringsprocedure niet langer facultatief, maar geldt zij voor alle overbrengingen. Een land van doorvoer of van bestemming dat geen antwoord geeft in verband met een voorgenomen overbrenging, wordt geacht voor die overbrenging zijn goedkeuring te hebben verleend. Voortaan wordt binnen één maand een ontvangstbericht verwacht en de termijn voor kennisgeving van de aanvaarding/weigering wordt verlengd tot 4 maanden (3 maanden voor het antwoord + 1 maand verlenging op verzoek). De bepaling in artikel 6, lid 2, van Richtlijn 92/3 is vereenvoudigd. De verwijzing naar de inachtneming van internationale overeenkomsten bij het stellen van voorwaarden is hier overbodig. In verband met de motivering van weigeringen van goedkeuring of daaraan verbonden voorwaarden is een algemene verwijzing naar de ”relevante toepasselijke voorschriften” opgenomen. Dit volstaat om willekeurige beslissingen te voorkomen. Artikel 6, lid 4, komt overeen met het bepaalde in artikel 16 van Richtlijn 92/3, alleen de formulering ervan is aangepast aan de structuur van dit voorstel. Het is nu duidelijk dat de goedkeuringsprocedure eveneens van toepassing is op terugzendingen in gevallen waarin de oorspronkelijke overbrenging niet doorgaat om de in artikel 9 uiteengezette redenen (zie punt 3.12 van het SLIM-verslag). 6.7. Overbrengingsvergunning (artikel 7) Het is logisch de vergunningsfase in een afzonderlijk artikel na de bepalingen inzake aanvaarding te behandelen. Artikel 7, lid 3, brengt onder woorden wat reeds in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 92/3 impliciet was. Artikel 7, lid 4, komt overeen met artikel 5, lid 2, van Richtlijn 92/3. 6.8. Bevestiging van ontvangst (artikel 8) Deze bepaling komt overeen met artikel 9 van Richtlijn 92/3. 6.9. Mislukte overbrenging (artikel 9) Deze bepaling komt overeen met artikel 15 van Richtlijn 92/3. Artikel 9, lid 1, is toegevoegd: het wordt nodig geacht te vermelden dat de lidstaat van bestemming het recht heeft een overbrenging tegen te houden onder de voorwaarden die in dezelfde bepaling zijn vastgesteld. 6.10. Bijzondere voorschriften voor invoer in de Gemeenschap (artikel 10) De tekst van artikel 10 van Richtlijn 92/3 is verduidelijkt/vereenvoudigd. De verantwoordelijkheid voor de verschillende fasen van de in de richtlijn vastgelegde procedure wordt duidelijk bepaald door aan te wijzen wie als “houder” (respectievelijk ontvanger en met het beheer van de overbrenging belaste persoon) en als “land van oorsprong” (lidstaat van bestemming en lidstaat waar de afvalstoffen het eerst de Gemeenschap binnenkomen) fungeert. In de nieuwe versie is lid 3 overbodig: het feit dat de “houder” voor de doeleinden van dit artikel wordt aangewezen, houdt in dat hij de vergunningsprocedure moet inleiden door de in dit geval als “land van oorsprong” beschouwde lidstaat in kennis te stellen van de overbrenging. 6.11. Bijzondere voorschriften voor uitvoer uit de Gemeenschap (artikel 11) Dit artikel wijzigt het bepaalde in artikel 12 van Richtlijn 92/3 om het in overeenstemming te brengen met het bepaalde in artikel 27 van het Gezamenlijk Verdrag inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof; voor uitvoer uit de Gemeenschap naar een derde land zal voortaan kennisgeving en toestemming van het land van bestemming zijn vereist in plaats van kennisgeving zonder meer. 6.12. Verboden uitvoer (artikel 12) Artikel 12, lid 1, komt overeen met artikel 11 van Richtlijn 92/3, waarbij uitvoer wordt verboden naar bepaalde landen (ACS-landen) of naar andere derde landen die niet aan de voorwaarden voor veilig beheer van radioactieve afvalstoffen voldoen. Het artikel is gewijzigd om er rekening mee te houden dat de Vierde Overeenkomst van Lomé ACS-EEG is vervangen door de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) enerzijds en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds, die op 23 juni 2000 te Cotonou is ondertekend[2] en op 1 april 2003 in werking is getreden. In Verklaring IX bij de Overeenkomst van Cotonou is de volgende verbintenis van de Gemeenschap opgenomen: “De Gemeenschap ziet erop toe dat artikel 11 van Richtlijn 92/3/Euratom in die zin zal worden herzien dat het betrekking heeft op alle partijen bij de huidige overeenkomst die geen lid van de Gemeenschap zijn.” Artikel 12, lid 2, bevat de bepaling van artikel 20, vierde streepje, van Richtlijn 92/3. 6.13. Gebruik van een uniform document (artikel 13) Artikel 13, lid 1, is een aangepaste versie van artikel 20 van Richtlijn 92/3. Deze bepaling maakt het gebruik van het uniforme document algemeen verplicht, zodat afzonderlijke verwijzingen naar het gebruik van het uniforme document in de desbetreffende bepalingen van de richtlijn thans overbodig zijn. Voor alle duidelijkheid wordt de verplichting vermeld om voor de datum van omzetting een nieuw uniform document op te stellen. Mocht die termijn echter worden overschreden, dan kan volgens de overgangsbepaling in artikel 19, lid 3, het bestaande uniforme document worden gebruikt. Artikel 13, lid 3, neemt eventuele onzekerheden in verband met het taalgebruik weg. De behoefte aan duidelijke voorschriften voor het taalgebruik is bijzonder acuut in een Gemeenschap met 25 lidstaten . Voor dit vraagstuk zal later bij de opstelling van het nieuwe uniforme document een oplossing worden gezocht via de in artikel 16 bedoelde procedure van het raadgevend comité; een mogelijke oplossing is dat de verschillende punten/opschriften in alle EU-talen worden vermeld of dat het gebruik van twee- of meertalige officiële versies wordt toegestaan waarin de taal van het land van oorsprong, voor zover nodig, met een of meer andere EU-talen wordt gecombineerd. Artikel 13, lid 4, komt overeen met artikel 7, tweede alinea, van Richtlijn 92/3. Artikel 13, lid 5, komt overeen met het bepaalde in artikel 8 van Richtlijn 92/3, dat aan de nieuwe structuur van de richtlijn is aangepast. 6.14. Bevoegde autoriteiten (artikel 14) De bepaling in artikel 14 komt overeen met artikel 17 van Richtlijn 92/3, maar ingevolge artikel 6, lid 4, vervalt de verwijzing naar de automatische goedkeuringsprocedure. 6.15. Periodieke verslagen (artikel 15) Artikel 15 komt overeen met artikel 18 van Richtlijn 92/3. Er wordt verwezen naar de toe te passen procedure (dit voorstel bevat geen bepaling zoals die in artikel 20 van Richtlijn 92/3, maar een dergelijke verwijzing is in de artikelen 3, 12, 13 en 15 opgenomen). 6.16. Raadgevend comité (artikel 16) Artikel 16 komt overeen met artikel 19 van Richtlijn 92/3. 6.17. Omzetting (artikel 17) Bij de omzetting van deze richtlijn dienen de lidstaten bijzondere aandacht te besteden aan de volgende nieuwe aspecten: - Artikel 1 wordt vermeld omdat het toepassingsgebied van de richtlijn is uitgebreid tot overbrengingen van voor opwerking bestemde bestraalde splijtstof en overbrengingen van een punt in een lidstaat naar een ander punt in dezelfde lidstaat met doorvoer via een ander land; voorts wordt verwezen naar de hoeveelheden en concentratieniveaus die in Richtlijn 96/29 zijn vastgelegd. - Artikel 2, uitgebreide bepaling inzake terugzendingen voor bewerkings- en opwerkingsdoeleinden. - Artikel 6, met betrekking tot de gewijzigde aanvaardingsprocedure. - Artikel 9, lid 1, met betrekking tot niet voltooide overbrengingen. - Artikel 11, lid 1, met betrekking tot uitvoer uit de Gemeenschap, waarvoor voortaan de toestemming van de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming is vereist. - Artikel 12, met een nieuwe verwijzing naar de ACS-EG-Overeenkomst van Cotonou. - Artikel 13, met betrekking tot het gebruik van het uniforme document, en met name lid 3 inzake het taalgebruik. 6.18. Slotbepalingen (artikelen 18, 20 en 21) Standaardteksten. Na intrekking van Richtlijn 92/3 moeten alle verwijzingen naar die richtlijn worden geacht naar de onderhavige richtlijn te verwijzen. Een concordantietabel is aan de richtlijn gehecht. 6.19. Overgangsbepalingen (artikel 19) Hoewel de overgang naar de herziene procedure in de praktijk geen grote moeilijkheden zou mogen opleveren, werd het om redenen van rechtszekerheid noodzakelijk geacht duidelijk te stellen dat de bijzondere voorschriften van deze richtlijn niet van toepassing zijn wanneer de vergunningsprocedure vóór de datum van omzetting is ingeleid, met andere woorden in die gevallen waarin de vergunningsaanvraag vóór die datum in de vereiste vorm is ingediend. Voor gedurende de overgangsperiode ingediende aanvragen die betrekking hebben op meerdere overbrengingen naar een derde land van bestemming, moeten de lidstaten echter een vergunning voor meerdere overbrengingen weigeren, indien er geen objectieve reden is om ze in één aanvraag te bundelen en er vermoeden bestaat dat de exploitant de toepassing van de desbetreffende bepalingen van deze richtlijn tracht te omzeilen, en met name de verplichting de toestemming van het derde land van bestemming te verkrijgen. Zolang het nieuwe uniforme document niet is opgesteld, moet het bestaande worden gebruikt. Zo nodig moet de tekst ervan in de praktijk worden aangepast aan het vereiste in deze richtlijn (bv. verwijzing naar bestraalde splijtstof). 2004/0249 (CNS) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 31, lid 2, en artikel 32, Gezien het voorstel van de Commissie[3], overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag opgesteld na advies van een groep personen, aangewezen door het Wetenschappelijk en Technisch Comité uit wetenschappelijke deskundigen van de lidstaten, en na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité[4], Gezien het advies van het Europees Parlement[5], Overwegende hetgeen volgt: (1) Verrichtingen voor overbrenging van radioactief afval of bestraalde splijtstof zijn onderworpen aan een aantal voorschriften van communautaire en internationale rechtsinstrumenten welke met name betrekking hebben op het veilig vervoer van radioactief materiaal en de omstandigheden waaronder radioactief afval of bestraalde splijtstof in het land van bestemming wordt verwijderd of opgeslagen. (2) Ingevolge deze voorschriften is met het oog op de bescherming van de gezondheid van de werknemers en de bevolking vereist dat overbrenging van radioactief afval tussen lidstaten en naar en vanuit de Gemeenschap wordt onderworpen aan een dwingend en gemeenschappelijk stelsel van voorafgaande vergunningen. Op dit punt is vooral de nadruk gelegd in de resolutie van het Europees Parlement van 6 juli 1988 over de resultaten van de Onderzoekscommissie behandeling en vervoer nucleair materiaal[6] waarin onder andere wordt aangedrongen op een algemene communautaire regeling waarbij het grensoverschrijdende verkeer van kernafval wordt onderworpen aan een stelsel van strenge controles en vergunningen vanaf de plaats waar het is ontstaan tot de opslagplaats. (3) Richtlijn 92/3/Euratom van de Raad van 3 februari 1992 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen tussen lidstaten en naar en vanuit de Gemeenschap[7] werd vastgesteld om een stelsel van strenge controles en voorafgaande vergunningen voor overbrengingen van radioactief afval in te voeren ter voorkoming van stralingsgevaar als gevolg van de ongeoorloofde handel in dergelijke materialen. (4) Dit stelsel van controles en voorafgaande vergunningen voor overbrengingen van radioactief afval functioneert naar genoegen. Het dient evenwel in het licht van de ervaring te worden gewijzigd om concepten en definities te verduidelijken of toe te voegen, situaties te behandelen die in het verleden over het hoofd zijn gezien, de bestaande procedure voor de overbrenging van radioactief afval tussen lidstaten te vereenvoudigen en te zorgen voor overeenstemming met andere communautaire en internationale voorschriften. (5) In het kader van de vijfde fase van het SLIM-initiatief (eenvoudige regelgeving voor de interne markt) is een werkgroep van vertegenwoordigers van de lidstaten en gebruikers opgericht om een oplossing te vinden voor een aantal problemen waarop gebruikers van Richtlijn 92/3/Euratom hebben gewezen, terwijl de richtlijn in overeenstemming wordt gebracht met de geldende internationale voorschriften en instrumenten. (6) De procedure van Richtlijn 92/3 is in de praktijk alleen toegepast op overbrengingen van bestraalde splijtstof die niet voor verder gebruik bestemd is en die voor de doeleinden van deze richtlijn dus als “radioactief afval” wordt beschouwd. Uit een radiologisch oogpunt is het niet verantwoord die toezichts- en controleprocedure niet toe te passen op bestraalde splijtstof die voor opwerking bestemd is. Het is derhalve wenselijk het toepassingsgebied van deze richtlijn uit te breiden tot alle overbrengingen van bestraalde splijtstof, ongeacht of deze voor verwijdering dan wel opwerking bestemd is. (7) Het toepassingsgebied van Richtlijn 92/3 omvatte evenmin overbrengingen van en naar hetzelfde land met doorvoer door een ander land. Deze weglating was niet gerechtvaardigd. (8) De vaststelling van Richtlijn 2003/122/Euratom van de Raad van 22 december 2003 inzake de controle op hoogactieve ingekapselde radioactieve bronnen en weesbronnen[8] maakt een aanpassing noodzakelijk van de formulering van de bepalingen inzake de terugzending van radioactieve ingekapselde bronnen. (9) De vereenvoudiging van de bestaande procedure mag geen belemmering vormen voor de bestaande rechten van de lidstaten om bezwaar te maken tegen of voorwaarden te stellen voor een overbrenging waarvoor hun goedkeuring is vereist. Bezwaren moeten zijn gebaseerd op relevante nationale of internationale voorschriften die gemakkelijk thuis te brengen zijn. (10) De mogelijkheid voor een lidstaat van bestemming of doorvoer om de automatische goedkeuringsprocedure voor overbrengingen te weigeren, legt een onverantwoorde administratieve last op en leidt tot onzekerheid. De verplichte bevestiging van ontvangst van de aanvraag door de autoriteiten van de landen van bestemming en doorvoer, in combinatie met de verlenging van de termijn voor het verlenen van de goedkeuring, zou een hoge mate van zekerheid over de stilzwijgende goedkeuring moeten verschaffen. (11) De bescherming van de volksgezondheid en het milieu tegen de aan radioactief afval verbonden gevaren vereist dat rekening wordt gehouden met risico's die zich buiten de Gemeenschap voordoen. In het geval van radioactief afval dat de Gemeenschap verlaat, moet het derde land van bestemming niet alleen van de overbrenging in kennis worden gesteld, maar er ook zijn toestemming voor verlenen. (12) De Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) enerzijds en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds, die op 23 juni 2000 te Cotonou is ondertekend,[9] is op 1 april 2003 in werking getreden. De overeenkomst bevat specifieke bepalingen inzake uitvoer van radioactief afval naar partijen bij deze overeenkomst die geen lid van de Gemeenschap zijn. (13) Het bestaande uniforme document moet in het licht van de ervaring worden aangepast aan de vereisten van deze richtlijn. Duidelijke regels voor het taalgebruik verschaffen rechtszekerheid en voorkomen ongerechtvaardigde vertragingen. (14) Periodieke verslagen van de lidstaten aan de Commissie en van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verschaffen een nuttig overzicht van de in de Gemeenschap verleende vergunningen, terwijl de aandacht wordt gevestigd op mogelijke moeilijkheden die de lidstaten in de praktijk ondervinden en op de oplossingen die daarvoor zijn bedacht. (15) In het licht van het voorafgaande is het duidelijkheidshalve noodzakelijk Richtlijn 92/3/Euratom in te trekken en te vervangen. Deze richtlijn moet de verplichtingen van de lidstaten in verband met de termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de ingetrokken richtlijn onverlet laten, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied 1. Deze richtlijn voorziet in adequate administratieve regelingen die een afdoende bescherming van de bevolking en afdoende veiligheidscontrole voor splijtbaar materiaal waarborgen, door invoering van een uniform stelsel van toezicht en controle op overbrengingen van radioactief afval en bestraalde splijtstof. 2. Deze richtlijn is van toepassing op de overbrenging van radioactief afval of bestraalde splijtstof wanneer: a) het land van oorsprong, het land van bestemming of het land of de landen van doorvoer deel uitmaken van het grondgebied van de Gemeenschap, en b) de hoeveelheden en de concentratie van de zending de waarden overschrijden die zijn vermeld in artikel 3, lid 2, onder a) en b), van Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad[10]. 3. Deze richtlijn is niet van toepassing op de overbrenging van afgedankte bronnen naar een leverancier of fabrikant van radioactieve bronnen of naar een erkende installatie. Deze vrijstelling geldt evenwel niet voor ingekapselde bronnen die splijtbaar materiaal bevatten. Artikel 2 Terugzending in verband met bewerking en opwerking Deze richtlijn doet geen afbreuk aan het recht van een lidstaat of van een onderneming in die lidstaat, waarnaar radioactief afval voor bewerking wordt overgebracht, om dit radioactieve afval na behandeling terug te zenden naar het land van oorsprong. Zij doet evenmin afbreuk aan het recht van een lidstaat of van een onderneming in die lidstaat, waarnaar bestraalde kernsplijtstof voor opwerking wordt overgebracht, om radioactief afval en andere producten van de opwerking naar het land van oorsprong terug te zenden. Artikel 3 Definities Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder: 1) ‘ radioactieve afvalstoffen/radioactief afval ’ radioactieve stoffen in gasvormige, vloeibare of vaste vorm, waarvoor geen verder gebruik is gepland door het land van oorsprong of van bestemming of door een natuurlijke of rechtspersoon wiens beslissing door deze landen wordt aanvaard, en die door een regelgevende instantie als radioactief afval worden gecontroleerd overeenkomstig het wet- en regelgevingskader van de landen van oorsprong, doorvoer en bestemming; 2) ‘bestraalde splijtstof’ splijtstof die is bestraald in en permanent verwijderd uit een reactorkern; 3) ‘overbrenging’ alle verrichtingen voor het verplaatsen van radioactief afval of bestraalde splijtstof van de plaats van herkomst naar de plaats van bestemming, met inbegrip van het vervoer en het laden en lossen voor verwijdering of opslag; 4) ‘verwijdering/eindberging’ het plaatsen van radioactief afval of bestraalde splijtstof in een geschikte faciliteit zonder de bedoeling het terug te halen; 5) ‘opslag’ het voorhanden hebben van radioactief afval of bestraalde splijtstof in een faciliteit die in de insluiting daarvan voorziet, met de bedoeling het terug te halen; 6) ‘houder’ iedere natuurlijke of rechtspersoon die vóór de overbrenging van radioactief afval of bestraalde splijtstof de wettelijke verantwoordelijkheid draagt voor dergelijk materiaal en de uitvoering van deze overbrenging naar een ontvanger plant; 7) ‘ontvanger’ iedere natuurlijke of rechtspersoon naar wie radioactief afval of bestraalde splijtstof wordt overgebracht; 8) ‘land van oorsprong’ en ‘land van bestemming’ respectievelijk ieder land van waaruit een overbrenging is gepland te beginnen of begint, en ieder land waar een overbrenging naar is gepland of plaatsvindt; 9) ‘land van doorvoer’ ieder land buiten het land van oorsprong of het land van bestemming via het grondgebied waarvan een overbrenging is gepland of plaatsvindt; 10) ‘bevoegde autoriteiten’ alle autoriteiten die krachtens de respectieve wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van het land van oorsprong, doorvoer of bestemming gemachtigd zijn uitvoering te geven aan het toezicht- en controlesysteem dat in deze richtlijn is omschreven; deze bevoegde autoriteiten worden aangewezen overeenkomstig artikel 14; 11) ‘ingekapselde bron’ een bron met een zodanige structuur dat onder normale gebruiksomstandigheden iedere verspreiding van de radioactieve stoffen in het milieu wordt voorkomen; 12) ‘afgedankte bron’ een ingekapselde bron die niet langer wordt gebruikt, noch bestemd is om te worden gebruikt voor de handeling waarvoor een vergunning was verleend; 13) ‘erkende installatie’ een installatie op het grondgebied van een staat waaraan de bevoegde autoriteiten van die staat overeenkomstig het nationale recht een vergunning hebben verleend voor de langdurige opslag of verwijdering van bronnen of een installatie waaraan krachtens het nationale recht een vergunning is verleend voor de tijdelijke opslag van bronnen. Artikel 4 Aanvragen van een overbrengingsvergunning 1. Een houder die een overbrenging van radioactief afval of bestraalde splijtstof dan wel het doen overbrengen ervan heeft gepland, dient bij de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong een aanvraag om een vergunning in. 2. De aanvraag kan voor meer dan één overbrenging gelden mits: a) het radioactieve afval of de bestraalde splijtstof waarop de vergunning betrekking heeft, in wezen dezelfde fysische, chemische en radioactieve kenmerken vertoont, en b) de overbrenging van dezelfde houder naar dezelfde ontvanger geschiedt en er dezelfde bevoegde autoriteiten bij betrokken zijn, en c) indien bij de overbrenging derde landen zijn betrokken, de doorvoer plaatsvindt via hetzelfde douanekantoor van binnenkomst en/of uitgang van de Gemeenschap en via hetzelfde douanekantoor van het (de) betrokken derde land(en), tenzij de betrokken bevoegde autoriteiten anders zijn overeengekomen. Artikel 5 Doorzending van de aanvraag naar de bevoegde autoriteiten 1. De bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong zenden de in artikel 4 bedoelde aanvragen ter goedkeuring naar de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming en van eventuele landen van doorvoer. 2. Met de toezending van dat document wordt in geen geval vooruitgelopen op het latere besluit, als bedoeld in artikel 7. Artikel 6 Aanvaarding en weigering 1. Uiterlijk één maand na de datum van ontvangst van de naar behoren ingevulde aanvraag zenden de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming en van eventuele landen van doorvoer een ontvangstbericht. Uiterlijk drie maanden na de datum van ontvangst van de naar behoren ingevulde aanvraag stellen de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming en van eventuele landen van doorvoer de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong in kennis van ofwel hun aanvaarding ofwel de voorwaarden die zij noodzakelijk achten, ofwel hun weigering om goedkeuring te verlenen. De bevoegde autoriteiten van het land van bestemming of eventuele landen van doorvoer kunnen echter vragen de in de eerste en tweede alinea bedoelde termijn voor het meedelen van hun standpunt met maximaal één maand te verlengen. 2. Indien bij het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijnen van de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming en/of de beoogde landen van doorvoer geen antwoord is ontvangen, worden die landen geacht hun goedkeuring voor de gevraagde overbrenging te hebben verleend. 3. Weigeringen van goedkeuring of aan een goedkeuring verbonden voorwaarden moeten worden omkleed met redenen, die op de relevante toepasselijke voorschriften zijn gebaseerd. Eventuele voorwaarden gesteld door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, ongeacht of zij land van doorvoer of land van bestemming zijn, mogen niet strenger zijn dan die welke voor soortgelijke overbrengingen binnen die lidstaten zijn vastgesteld. 4. Een lidstaat die voor een bepaalde overbrenging toestemming voor doorvoer heeft verleend, kan niet weigeren toestemming voor terugzending te verlenen in de volgende gevallen: a) wanneer de aanvankelijke overbrenging werd goedgekeurd voor behandelings- of opwerkingsdoeleinden, indien de terugzending betrekking heeft op radioactief afval of andere producten die gelijkwaardig zijn aan het oorspronkelijke materiaal na behandeling of opwerking, en alle relevante voorschriften zijn nageleefd; b) onder de in artikel 9 beschreven omstandigheden, indien de terugzending op dezelfde voorwaarden en met dezelfde specificaties wordt verricht. Artikel 7 Overbrengingsvergunning 1. Indien alle nodige goedkeuringen voor de overbrenging verleend zijn, zijn de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong gerechtigd de houder vergunning tot overbrenging te geven en stellen zij de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming en eventuele landen van doorvoer daarvan in kennis. 2. Deze vergunning doet geenszins af aan de aansprakelijkheid van de houder, de vervoerder, de eigenaar, de ontvanger of enige andere natuurlijke of rechtspersoon die bij de overbrenging betrokken is. 3. Eén vergunning kan voor meer dan één overbrenging gelden mits aan de voorwaarden van artikel 4, lid 2, is voldaan. 4. Een vergunning geldt voor ten hoogste drie jaar. Artikel 8 Bevestiging van ontvangst van de zending 1. Binnen 15 dagen na ontvangst stuurt de ontvanger de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat een bevestiging van ontvangst van de zending. 2. De bevoegde autoriteiten van het land van bestemming sturen een afschrift van de ontvangstbevestiging naar de andere landen die bij de verrichting betrokken zijn. 3. De bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong sturen een afschrift van de ontvangstbevestiging naar de oorspronkelijke houder. Artikel 9 Mislukte overbrenging 1. De lidstaat van bestemming kan in een van de volgende omstandigheden besluiten dat de overbrenging niet kan doorgaan: a) wanneer aan de voorwaarden voor overbrenging niet wordt voldaan overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn, of b) wanneer de eigenschappen van het radioactieve afval of de bestraalde splijtstof niet beantwoorden aan de technische specificaties waarvoor de overbrenging werd goedgekeurd, of c) wanneer de eigenschappen van het radioactieve afval of de bestraalde splijtstof niet beantwoorden aan de criteria waarvoor geen goedkeuring is vereist. 2. Wanneer een overbrenging niet kan doorgaan of indien niet is voldaan aan de voorwaarden voor overbrenging overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn, zien de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending erop toe dat het radioactieve afval of de bestraalde splijtstof in kwestie door de houder van dat radioactieve afval wordt teruggenomen. 3. In geval van overbrenging van een derde land naar een bestemming binnen de Gemeenschap zien de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming erop toe dat de ontvanger met de in het derde land gevestigde houder een clausule bedingt waarbij deze houder wordt verplicht het radioactieve afval of de bestraalde splijtstof terug te nemen indien een overbrenging niet kan worden voltooid. Artikel 10 Bijzondere regels voor invoer in de Gemeenschap 1. Wanneer radioactief afval dat of bestraalde splijtstof die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt, vanuit een derde land de Gemeenschap binnenkomt en het land van bestemming een lidstaat is, dient de ontvanger bij de bevoegde autoriteiten van die lidstaat een vergunningsaanvraag in. De ontvanger treedt op als de houder en de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming treden op alsof zij de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong zijn. 2. Wanneer radioactief afval dat of bestraalde splijtstof die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt, vanuit een derde land de Gemeenschap binnenkomt en het land van bestemming geen lidstaat is, wordt de lidstaat op het grondgebied waarvan het radioactieve afval of de bestraalde splijtstof het eerst de Gemeenschap binnenkomt, voor die overbrenging als land van oorsprong beschouwd. De persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van de overbrenging in die lidstaat, treedt op als de houder. Artikel 11 Bijzondere regels voor uitvoer uit de Gemeenschap 1. Wanneer radioactief afval of bestraalde splijtstof uit de Gemeenschap naar een derde land moet worden uitgevoerd, stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong de autoriteiten van het land van bestemming daarvan in kennis en verzoeken zij om hun toestemming voordat tot overbrenging wordt overgegaan. 2. Indien alle voorwaarden voor de overbrenging vervuld zijn, verlenen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van oorsprong de houder vergunning voor de overbrenging en stellen zij de autoriteiten van het land van bestemming in kennis van deze overbrenging. 3. Deze vergunning doet geenszins af aan de aansprakelijkheid van de houder, de vervoerder, de eigenaar, de ontvanger of enige andere natuurlijke of rechtspersoon die bij de overbrenging betrokken is. 4. De houder stelt de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong er binnen twee weken na de datum van aankomst van in kennis dat het radioactieve afval of de bestraalde splijtstof zijn bestemming in het derde land heeft bereikt en vermeldt het laatste douanekantoor in de Gemeenschap via welk de overbrenging is verricht. Deze kennisgeving gaat vergezeld van een verklaring of bevestiging van de ontvanger dat het radioactieve afval of de bestraalde splijtstof de juiste bestemming heeft bereikt, met vermelding van het douanekantoor van binnenkomst in het derde land. Artikel 12 Verboden uitvoer 1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verlenen geen vergunning voor overbrenging: a) naar een bestemming die zich ten zuiden van 60° zuiderbreedte bevindt; b) naar een land buiten de Gemeenschap dat partij is bij de ACS-EG-Overeenkomst van Cotonou, behoudens het bepaalde in artikel 2; c) naar een derde land dat, naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong, overeenkomstig de in artikel 2 bedoelde criteria, niet beschikt over de technische, wettelijke of bestuurlijke middelen om het radioactieve afval veilig te beheren. 2. Criteria aan de hand waarvan de lidstaten kunnen beoordelen of aan de eisen voor uitvoer is voldaan, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 16. Artikel 13 Gebruik van een uniform document 1. Voor alle overbrengingsverrichtingen die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, wordt een uniform document gebruikt. 2. Het uniforme document wordt opgesteld volgens de procedure van artikel 16 en wordt uiterlijk (zelfde datum als in artikel 17, lid 1-omzettingsdatum) in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. Indien nodig wordt het volgens dezelfde procedure bijgewerkt. 3. De vergunningsaanvraag wordt ingevuld en eventuele verdere documentatie en informatie als bedoeld in artikel 7, wordt verstrekt in een taal die voor de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong aanvaardbaar is. De houder verstrekt op verzoek van de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming een authentieke vertaling in een voor hen aanvaardbare taal. 4. Eventuele aanvullende eisen voor een overbrengingsvergunning worden aan het uniforme document gehecht. 5. Onverminderd alle andere begeleidende documenten uit hoofde van andere ter zake dienende wettelijke voorschriften, moet het ingevulde uniforme document waaruit blijkt dat aan de vergunningsprocedure is voldaan, elke onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallende overbrenging vergezellen, ook wanneer de goedkeuring voor meerdere overbrengingen in een enkel document geldt. 6. In geval van overbrenging per spoor moeten deze documenten beschikbaar zijn voor de bevoegde autoriteiten van alle betrokken landen. Artikel 14 Bevoegde autoriteiten De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op (zelfde datum als artikel 17, lid 1) in kennis van de namen en de adressen van de bevoegde autoriteiten en van alle gegevens die noodzakelijk zijn voor snelle communicatie met deze autoriteiten. De lidstaten stellen de Commissie regelmatig in kennis van wijzigingen in deze gegevens. De Commissie deelt deze gegevens en wijzigingen daarvan mede aan alle bevoegde autoriteiten in de Gemeenschap. Artikel 15 Periodieke verslagen Vóór 1 april 2007 en vervolgens om de twee jaar brengen de lidstaten bij de Commissie verslag uit over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn. Zij vullen deze verslagen aan met informatie over de situatie in verband met overbrengingen binnen hun respectieve grondgebied. Op basis van deze verslagen legt de Commissie, in overeenstemming met de procedure van artikel 16, een samenvattend verslag voor aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Artikel 16 Raadgevend comité Bij de uitvoering van de taken als bedoeld in de artikelen 12, 13 en 15 wordt de Commissie bijgestaan door een comité van raadgevende aard, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de betreffende kwestie, advies uit over dit ontwerp, zo nodig door middel van een stemming. Het advies wordt in de notulen opgenomen. Iedere lidstaat heeft het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen. De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het advies van het comité. Zij stelt het comité in kennis van de wijze waarop rekening is gehouden met het advies. Artikel 17 Omzetting 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om voor (één jaar na de datum van vaststelling) aan deze richtlijn te voldoen. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. In deze mededeling verstrekken de lidstaten een concordantietabel, waaruit blijkt welke vastgestelde nationale bepalingen overeenkomen met de bepalingen van deze richtlijn. Artikel 18 Intrekking Richtlijn 92/3/Euratom wordt ingetrokken met ingang van (zelfde datum als de datum in artikel 17, lid 1), onverminderd de verplichtingen van de lidstaten in verband met de termijn voor omzetting in nationaal recht en toepassing van die richtlijn. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de in de bijlage opgenomen concordantietabel. Artikel 19 Overgangsbepalingen 1. Indien de vergunningsaanvraag bij de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong in de vereiste vorm is ingediend vóór (zelfde datum als artikel 17, lid 1), is Richtlijn 92/3/Euratom van toepassing op alle overbrengingsverrichtingen die onder dezelfde vergunning vallen. 2. Bij het nemen van een besluit over aanvragen die vóór ( zelfde datum als artikel 17, lid 1) zijn ingediend en betrekking hebben op meer dan één overbrenging van radioactief afval naar een derde land van bestemming, houdt de lidstaat van oorsprong rekening met alle relevante omstandigheden en met name: a) met het geplande tijdschema voor de uitvoering van alle overbrengingen die onder dezelfde aanvraag vallen; b) met de motivering voor het bundelen van alle overbrengingen in dezelfde aanvraag; c) met de vraag of het niet wenselijk is een vergunning te verlenen voor een aantal overbrengingen dat lager is dan het aantal waarop de aanvraag betrekking heeft. 3. Indien het in artikel 13 van deze richtlijn bedoelde uniforme document niet vóór (zelfde datum als artikel 17, lid 1) is gepubliceerd, wordt het uniforme document zoals vastgesteld bij Beschikking 93/552/Euratom[11] van de Commissie mutatis mutandis voor de doeleinden van deze richtlijn gebruikt. Artikel 20 Inwerkingtreding Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Artikel 21 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, op Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE Concordantietabel Richtlijn 92/3/Euratom | Deze richtlijn | Aard van de verandering[12] | artikel 1, lid 1 | nieuwe bepaling | artikel 1, lid 1 | artikel 1, lid 2 | gewijzigd | artikel 2 | artikel 3 | aangepast | artikel 3 | eerste overweging | aangepast | artikel 4, lid 1, eerste zin | artikel 4, lid 1 | aangepast | artikel 4, lid 1, tweede zin | artikel 5, lid 1 | aangepast | artikel 4, lid 2 | artikel 13, lid 1 | aangepast | artikel 4, lid 3 | artikel 5, lid 2 | artikel 5, lid 1 | artikel 4, lid 2 | aangepast | artikel 5, lid 2 | artikel 7, lid 4 | aangepast | artikel 6, lid 1, eerste alinea | artikel 6, lid 1, tweede alinea | gewijzigd | artikel 6, lid 1, tweede alinea | artikel 13, lid 1 | aangepast | artikel 6, lid 2, eerste alinea | artikel 6, lid 3, tweede alinea | gewijzigd | artikel 6, lid 2, tweede alinea | artikel 6, lid 3, eerste alinea | gewijzigd | artikel 6, lid 3 | artikel 6, lid 1, derde alinea | aangepast | artikel 6, lid 4 | artikel 6, lid 2 | gewijzigd | artikel 7, lid 1 | artikel 7, lid 1 | aangepast | artikel 7, lid 2, eerste zin | artikel 13, lid 1 | aangepast | artikel 7, lid 2, tweede zin | artikel 13, lid 4 | aangepast | artikel 7, lid 3 | artikel 7, lid 2 | artikel 8, lid 1 | artikel 13, lid 5 | aangepast | artikel 8, lid 2 | artikel 13, lid 6 | artikel 9, lid 1, eerste deel van de zin | artikel 8, lid 1 | aangepast | artikel 9, lid 1, laatste deel van de zin | artikel 13, lid 1 | aangepast | artikel 9, lid 2 | artikel 8, lid 2 | artikel 10, lid 1 | artikel 10, lid 1 | aangepast | artikel 10, lid 1, einde van de eerste zin | artikel 13, lid 1 | aangepast | artikel 10, lid 2 | artikel 10, lid 2 | aangepast | artikel 10, lid 3, verwijzing naar lid 1 | artikel 10, lid 1 | aangepast | artikel 10, lid 3, verwijzing naar lid 2 | artikel 10, lid 2 | aangepast | artikel 11 | artikel 12, lid 1 | aangepast | artikel 12, lid 1 | artikel 11, lid 1 | gewijzigd | artikel 12, lid 2 | artikel 11, lid 2 | aangepast | artikel 12, lid 3 | artikel 11, lid 3 | artikel 12, lid 4 | artikel 13, lid 1 | aangepast | artikel 12, lid 5 | artikel 11, lid 4 | aangepast | artikel 12, lid 6 | artikel 11, lid 5 | aangepast | artikel 13, lid 1 | artikel 1, lid 3, eerste zin | gewijzigd | artikel 13, lid 2 | artikel 1, lid 3, tweede zin | artikel 14 | artikel 2 | gewijzigd | artikel 9, lid 1 | nieuwe bepaling | artikel 15, lid 1 | artikel 9, lid 2 | aangepast | artikel 15, lid 2 | artikel 9, lid 3 | aangepast | artikel 16, eerste streepje | artikel 6, lid 4, sub a) | aangepast | artikel 16, tweede streepje | artikel 6, lid 4, sub b) | aangepast | artikel 17, lid 1 | artikel 14, lid 1 | aangepast | artikel 17, lid 2 | artikel 14, lid 2 | artikel 17, lid 3 | artikel 14, lid 3 | artikel 18, lid 1 | artikel 15, lid 1 | aangepast | artikel 18, lid 2 | artikel 15, lid 2 | artikel 18, lid 3 | artikel 15, lid 3, eerste zin | artikel 19, lid 1 | artikel 16, lid 1 | aangepast | artikel 19, lid 2 | artikel 16, lid 2 | artikel 19, lid 3 | artikel 16, lid 3 | artikel 19, lid 4 | artikel 16, lid 4 | artikel 20, eerste streepje | artikel 13, lid 2 | aangepast | artikel 20, tweede streepje | artikel 13, lid 2 | aangepast | artikel 20, derde streepje | artikel 13, lid 2 | aangepast | artikel 20, vierde streepje | artikel 12, lid 2 | aangepast | artikel 20, vijfde streepje | artikel 15, lid 3 | aangepast | artikel 21 | artikel 17 | aangepast | artikel 22 | artikel 21 | artikel 13, lid 3 | nieuwe bepaling | artikel 18 | nieuwe bepaling | artikel 19 | nieuwe bepaling | artikel 20 | nieuwe bepaling | [1] Werkdocument van de Commissiediensten, Simpler Legislation for the Internal Market (SEC (2001)1977), op 5 december 2001 ingediend bij de Raad en het Europees Parlement. [2] 2000/483/EG, PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. [3] PB C […] van […], blz. […]. [4] PB C […] van […], blz. […]. [5] PB C […] van […], blz. […]. [6] PB C 235 van 12. 9. 1988, blz. 70. [7] PB L 35 van 12.2.1992, blz. 24. [8] PB L 346 van 31.12.2003, blz. 57. [9] 2000/483/EG, PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3. [10] PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1. [11] PB L 268 van 29.10.1993, blz. 83. [12] "Aangepast" geeft aan dat de tekst anders is geformuleerd zonder de draagwijdte van de tekst van de ingetrokken richtlijn te veranderen. Veranderingen in de draagwijdte van de bepalingen van de ingetrokken richtlijn zijn aangegeven door het woord "gewijzigd".