52004PC0466

Voorstel voor verordening van de Raad inzake de bijzondere voorwaarden voor de handel met de delen van de republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent /* COM/2004/0466 def. - ACC 2004/0148 */


Voorstel voor VERORDENING VAN DE RAAD inzake de bijzondere voorwaarden voor de handel met de delen van de republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

De Europese Raad heeft herhaaldelijk benadrukt een groot voorstander te zijn van toetreding van een herenigd Cyprus. Tot op heden is er nog geen alomvattende regeling tot stand gekomen.

"De definitieve oplossing van de kwestie-Cyprus", zoals uitgewerkt door VN-secretaris-generaal Kofi Annan werd door de Turks-Cypriotische kiezers goedgekeurd tijdens de aparte gelijktijdige referenda die op 24 april 2004 gehouden werden. Gezien de uitslag aan Turks-Cypriotische zijde sprak de VN-secretaris-generaal in zijn verslag over zijn bemiddelingspogingen op Cyprus [1] de hoop uit dat de leden van de VN-Veiligheidsraad "het goede voorbeeld zullen geven en alle staten sterk zullen aanmoedigen zowel bilateraal als internationaal te streven naar de opheffing van onnodige beperkingen en obstakels waardoor de Turks-Cypriotische gemeenschap geïsoleerd wordt en haar ontwikkeling belemmerd wordt" (punt 93).

[1] Report of the Secretary-General on his mission of good offices in Cyprus of 28 May 2004, UN Doc S/2004/437.

Na de uitslag van de referenda verklaarde de Raad op 26 april 2004:

"De Turks-Cypriotische gemeenschap heeft zich duidelijk uitgesproken vóór een toekomst binnen de Europese Unie. De Raad is vastbesloten een einde te maken aan het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap en de vereniging van Cyprus te vergemakkelijken door de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap te stimuleren. De Raad nodigt de Commissie uit uitvoerige voorstellen daartoe te doen, waarin de nadruk ligt op de economische integratie van het eiland en het verbeteren van de contacten tussen beide gemeenschappen en met de EU."

Met het aangehechte ontwerpvoorstel voor een verordening van de Raad wordt gevolg gegeven aan deze uitnodiging. Hierin wordt een belangrijke maatregel voorgesteld om een einde te maken aan het economische isolement van de Turks-Cypriotische Gemeenschap doordat de handel tussen het noordelijke deel van Cyprus en het douanegebied van de EU vergemakkelijkt wordt.

In het ontwerpvoorstel wordt een preferentiële regeling gepresenteerd voor producten die het douanegebied van de EU binnenkomen. Er worden ondermeer gedetailleerde regels beschreven met betrekking tot de oorsprongscertificaten die afgegeven moeten worden door de Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel of een ander bevoegd orgaan, fytosanitaire controle, belastingen, informatievereisten en vrijwaringsmaatregelen in geval van geen medewerking, onregelmatigheden of fraude. Voorgesteld wordt de preferentiële regeling de vorm te geven van een tariefcontingentsysteem waarmee de economische ontwikkeling gestimuleerd wordt zonder kunstmatige handelspatronen tot stand te brengen of fraude in de hand te werken.

De verordening heeft alleen betrekking op de handel, en niet op andere kwesties zoals vervoer. De verordening geldt daarom onverminderd de vereisten waaraan voldaan moet worden in verband met internationale regels inzake de veiligheid en beveiliging van de zee- en luchtvaart. Voor zover er geen bijzondere voorwaarden worden gesteld, gelden de algemene regels voor de buitenlandse handel van de Gemeenschap, bijvoorbeeld Verordening (EEG) nr. 339/93 van de Raad betreffende controles op de ingevoerde producten met het oog op de productveiligheid.

De juridische grondslag voor deze verordening kan alleen artikel 133 van het EG-Verdrag zijn. Het volledige grondgebied van Cyprus werd lid van de Europese Unie op 1 mei 2004. Op grond van artikel 1, lid 1, van protocol nr. 10 bij de Toetredingsakte wordt de invoering van het acquis echter opgeschort voor de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent ("de zones"). Dit betekent onder andere dat het communautair douanewetboek, waarin het douanegebied van de EU wordt beschreven, niet van toepassing is in de zones. Voor de handel met de zones gelden dientengevolge de regels voor derde landen. Deze situatie is niet uniek: er zijn andere gebieden binnen de EU die niet tot het douanegebied behoren. Voor Ceuta, Melilla en Gibraltar gelden naast de bijzondere regels handelsregels op grond van artikel 133 van het EG-Verdrag, terwijl voor Büsingen, Campione d'Italia en Helgoland de relevante regels voor derde landen gelden.

2004/0148 (ACC)

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD inzake de bijzondere voorwaarden voor de handel met de delen van de republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,

Gezien het voorstel van de Commissie [2],

[2] PB L [...] van [...], blz. [...].

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europese Raad heeft herhaaldelijk benadrukt een groot voorstander te zijn van toetreding van een herenigd Cyprus. Tot op heden is er nog geen alomvattende regeling tot stand gekomen. Gezien het feit dat de Turks-Cypriotische gemeenschap zich in het referendum heeft uitgesproken voor een definitieve oplossing van de kwestie-Cyprus zoals voorgesteld voor de VN-secretaris-generaal en voor een toekomst binnen de Europese Unie, verklaarde de Raad op 26 april 2004 vastbesloten te zijn een einde te maken aan het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap en de vereniging van Cyprus te vergemakkelijken door de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap te stimuleren. De Raad nodigt de Commissie uit uitvoerige voorstellen daartoe te doen.

(2) In afwachting van een definitieve oplossing is de invoering van het acquis communautaire opgeschort op grond van artikel 1, lid 1, van protocol nr. 10 bij de Toetredingsakte [3], voor de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, hierna "de zones" te noemen.

[3] PB L 236 van 23.9.2003, blz. 955.

(3) Op grond van artikel 3, lid 1, van protocol nr. 10 vormt de opschorting van het acquis in geen enkel opzicht een beletsel voor maatregelen die worden getroffen ter bevordering van de economische ontwikkeling van de zones. De ontwikkeling van de handel met de zones zou bijdragen aan het proces van economische ontwikkeling in de genoemde zones. Daartoe kunnen bijzondere regels opgesteld worden ter bevordering van de handel tussen de zones en de lidstaten (anders dan Cyprus). Deze mogen de veiligheidsnormen in de EU niet ondermijnen, met name wat betreft de EU-regels op het gebied van gezondheid, veiligheid, milieu- en consumentenbescherming en het verbod op de invoer van nagemaakte of illegaal gekopieerde goederen, noch leiden tot onaanvaardbare risico's voor de fytosanitaire situatie in de Gemeenschap of de economische belangen schaden.

(4) De Commissie moet jaarlijkse tariefcontingenten vaststellen voor producten, zodat de handel zich kan ontwikkelen zonder kunstmatige handelspatronen tot stand te brengen of fraude in de hand te werken.

(5) Om de belangen van de Gemeenschap te beschermen moeten de maatregelen geheel of gedeeltelijk tijdelijk of permanent ingetrokken kunnen worden wanneer fraude of onregelmatigheden vermoed of aangetoond worden.

(6) Totdat adequate normen op het gebied van de diergezondheid en de volksgezondheid worden bereikt, zou het verkeer van dieren en dierlijke producten verboden moeten zijn.

(7) Of men in aanmerking komt voor deze maatregelen hangt af van de medewerking van de Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel of een ander door de Commissie bevoegd verklaard orgaan, en van de samenwerking met de Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten om fraude te voorkomen. Het betreffende orgaan moet hiertoe vooraf schriftelijk zijn verplichtingen vastleggen en als een of meer verplichtingen niet worden nagekomen en hierdoor de correcte toepassing van deze verordening in gevaar komt, kan de Commissie de bevoegdverklaring intrekken.

(8) Deze verordening moet, met name wat betreft de in het acquis communautaire gebruikte terminologie, geïnterpreteerd worden in het licht van de bijzondere omstandigheden in de zones.

(9) Ook bepaalde punten van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad [4], Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie [5] en Verordening (EG) nr. XX van de Commissie inzake de uitvoering van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 866/2004 van de Raad [6] zijn van toepassing in het kader van deze verordening.

[4] PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

[5] PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

[6] PB L 161 van 30.4.2004, blz. 128.

(10) Deze afspraken moeten bekeken worden in het licht van de ervaringen met de toepassing van deze verordeningen.

(11) Wanneer deze verordening niet in bijzondere voorwaarden voorziet, gelden de algemene regels voor de buitenlandse handel van de Gemeenschap.

(12) De verordening geldt onverminderd de vereisten waaraan voldaan moet worden in verband met internationale regels inzake de veiligheid en beveiliging van de zee- en luchtvaart.

(13) De maatregelen maken deel uit van de eerder genoemde uitvoerige voorstellen in verband met de specifieke situatie op Cyprus. Ze scheppen geen precedent wat betreft het handelsbeleid van de Gemeenschap,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Behandeling van goederen van oorsprong uit de zones

1. Producten van oorsprong uit de zones in de zin van artikel 23 en 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad die rechtstreeks van daaruit vervoerd worden, kunnen in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebracht worden en vrijgesteld van douanerechten en heffingen van gelijke werking binnen de jaarlijkse tariefcontingenten die op grond van artikel 4 vastgesteld worden, mits zij vergezeld gaan van het in artikel 2, lid 2, beschreven document en mits zij niet in aanmerking komen voor uitvoerrestituties of interventiemaatregelen. Dit geldt onverminderd indirecte invoerbelastingen.

2. In afwijking op het voorgaande kan de Commissie, overeenkomstig de relevante procedure van het beheerscomité in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, preferentiële voorwaarden en voorschriften vaststellen in verband met de toegang van producten die in aanmerking komen voor uitvoerrestituties of interventiemaatregelen.

3. Levende dieren en dierlijke producten waarop de communautaire veterinaire wetgeving van toepassing is mogen niet ingevoerd worden uit de zones totdat adequate normen op het gebied van de diergezondheid en de volksgezondheid zijn bereikt. Om dit verbod op te heffen moet de Commissie een besluit nemen overeenkomstig artikel 58 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad [7], waarin de voorschriften voor de handel zijn vastgelegd.

[7] PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

4. Omwille van de voedselveiligheid is het niet toegestaan diervoeder vanuit de zones in te voeren in de Gemeenschap.

5. Omwille van de voedselveiligheid is het verboden goederen die vallen onder de in bijlage IV genoemde beschikkingen van de Commissie vanuit de zones in te voeren in de Gemeenschap. Hetzelfde geldt voor goederen waarvoor een gelijkaardig besluit wordt genomen in het kader van toekomstige vrijwaringsmaatregelen op grond van Richtlijn 93/43/EG [8] of Verordening 178/2002/EG. Voor andere voedingsmiddelen geldt dat de keuringsmethoden en voedselveiligheidscontroles zoals beschreven in de maatregelen in het kader van artikel 95 van het EG-Verdrag volledig gerespecteerd moeten worden.

[8] PB L 175 van 19.7.1993, blz. 1.

6. Het is verboden goederen in de Gemeenschap in te voeren waarvoor de EU handelsbeschermende maatregelen heeft genomen, evenals goederen waarin materialen verwerkt zijn waarvoor dergelijke maatregelen gelden. Dit geldt onverminderd de toepassing van communautaire antidumping-, antisubsidie-, vrijwarings- of andere handelsbeschermingsinstrumenten.

Artikel 2

Voorwaarden voor speciale behandeling

1. De in artikel 1 bedoelde regelingen worden toegepast op voorwaarde dat er vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening in de zones geen nieuwe rechten of heffingen die een vergelijkbaar effect hebben worden ingevoerd, dat de bestaande rechten en heffingen niet verhoogd worden, dat er geen kwantitatieve beperkingen of maatregelen die een vergelijkbaar effect hebben worden ingesteld en dat er geen andere beperkingen worden ingevoerd met betrekking tot goederen van oorsprong uit de Gemeenschap.

2. De Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel of een ander door de Commissie overeenkomstig artikel 5 bevoegd verklaard orgaan zal een begeleidend document afgeven waaruit blijkt dat de in artikel 1, lid 1, bedoelde goederen van oorsprong zijn uit de zones in de zin van artikel 23 en 24 van Verordening (EG) nr. 2913/92 van de Raad. Dit document wordt op een formulier gesteld waarvan het model in bijlage I is opgenomen.

3. Ondernemingen kunnen dit document aanvragen door een schriftelijke aanvraag in te dienen bij de eerdergenoemde instanties van afgifte. Deze aanvraag wordt op een formulier gesteld waarvan het model in bijlage II is opgenomen.

4. De Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel of een ander bevoegd orgaan informeren de Commissie maandelijks over het soort, de hoeveelheid en de waarde van de goederen waarvoor het in artikel 2, lid 2, bedoelde document is afgegeven, en over eventuele onregelmatigheden die daarbij ontdekt werden, alsmede de in verband daarmee opgelegde sancties.

Artikel 3

Oorsprongsregels

De oorsprong van de producten waarop deze verordening van toepassing is wordt vastgesteld overeenkomstig de geldende communautaire bepalingen inzake de definitie van niet-preferentiële oorsprong.

Artikel 4

Tariefcontingenten

1. De Commissie zal, overeenkomstig de procedure van artikel 248 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad, jaarlijks tariefcontingenten vaststellen voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde artikelen, zodanig dat de handel zich kan ontwikkelen zonder kunstmatige handelspatronen tot stand te brengen of fraude in de hand te werken. Bij het vaststellen van de productcategorieën en de bijbehorende tariefcontingenten zal de Commissie uitgaan van door de Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel of andere relevante organen verstrekte informatie over de bestaande productiecapaciteit en hun groeimogelijkheden, traditionele consumptiepatronen en andere relevante gegevens.

2. De tariefcontingenten worden door de Commissie beheerd overeenkomstig artikel 308 bis en 308 quater van Verordening (EEG) nr. 2454/93.

Artikel 5

Toestemming

1. In verband met de in artikel 2, lid 2, bedoelde toestemming moet de Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel of een ander bevoegd orgaan vooraf schriftelijk vastleggen dat zij de communautaire wetgeving inzake niet-preferentiële oorsprong overeenkomstig artikel 23 en 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad en de daarbij behorende uitvoeringsbepalingen op de juiste wijze zal toepassen en erop toe zal zien dat de ondernemingen die een aanvraag indienen dat ook doen. Dit houdt onder andere in:

(a) waar nodig controles uitvoeren om na te gaan of de door de onderneming op het in artikel 2, lid 3, bedoelde aanvraagformulier verstrekte gegevens juist zijn;

(b) het begeleidende document afgeven en ondubbelzinnig verklaren dat de goederen waarop het document betrekking heeft van oorsprong zijn uit de in artikel 1, lid 1, van protocol nr. 10 bij de Toetredingsakte van 2003 bedoelde gebieden, overeenkomstig artikel 23 en 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad en de daarbij behorende uitvoeringsbepalingen;

(c) de Commissie voorbeelden sturen van de stempels die gebruikt worden voor de afgifte van het begeleidende document;

(d) de aanvraagformulieren voor het begeleidende document en alle ondersteunende documenten gedurende minimaal drie jaar bewaren;

(e) samenwerken met de Commissie en de bevoegde instanties in de lidstaten wat betreft de controle van de echtheid en juistheid van het begeleidende document en de voorkoming van fraude of andere onregelmatigheden;

(f) op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie of de administratie in een lidstaat gedegen onderzoek doen wanneer er aanwijzingen zijn dat inbreuk gemaakt wordt op deze verordening;

(g) controles, boekhoudkundige controles en onderzoeken binnen de organisatie toestaan en vergemakkelijken en controles of onderzoeken uitvoeren bij de ondernemingen die een aanvraag voor een begeleidend document hebben ingediend om na te gaan of dat document terecht wordt afgegeven;

(h) de Commissie maandelijks informeren over het soort, de hoeveelheid en de waarde van de goederen waarvoor een begeleidend document is afgegeven, en over eventuele onregelmatigheden die daarbij ontdekt werden en eventuele opgelegde sancties.

2. Wanneer het bevoegde orgaan deze verplichting niet nakomt en hierdoor de correcte toepassing van deze verordening in gevaar komt, trekt de Commissie de bevoegdverklaring in.

Artikel 6

Fytosanitaire controle en verslaglegging

1. Wanneer de goederen bestaan uit planten, plantaardige producten of andere onderdelen waarop deel B van bijlage V van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad [9] van toepassing is, worden de goederen tijdens het groeiproces, op het moment van oogsten en tijdens de voorbereiding van het op de markt brengen gecontroleerd door onafhankelijke, door de Commissie benoemde deskundigen, die samenwerken met de Turks-Cypriotische Kamer van Koophandel of een ander bevoegd orgaan.

[9] PB L 169 van 19.7.2000, blz. 1.

Voor aardappelen zullen deze deskundigen nagaan of deze rechtstreeks geteeld werden uit pootaardappelen die gecertificeerd zijn in een van de lidstaten of uit pootaardappelen die gecertificeerd zijn in een ander land waarvoor de invoer van aardappelen in de Gemeenschap niet verboden is op grond van bijlage III bij Richtlijn 2000/29/EG.

Voor citrusvruchten zullen deze deskundigen nagaan of het fruit ontdaan is van blaadjes en steeltjes en voorzien zijn van de juiste oorsprongsvermelding.

2. Als deze deskundigen naar beste vermogen en voor zover mogelijk vaststellen dat de betreffende planten, plantaardige producten en andere onderdelen van de zending vrij zijn van de in bijlage I vermelde schadelijke organismen en, waar van toepassing, de aangepaste Bijlage II van Richtlijn 2000/29/EC, en voldoen aan de bepalingen van punt 2 en 3 van lid 1, zullen zij hun bevindingen meedelen aan de hand van het in bijlage III opgenomen model voor het "Verslag van de fytosanitaire inspectie". Dit verslag wordt als bijlage aan het in artikel 2, lid 2, bedoelde begeleidende document gehecht.

De deskundigen zullen geen verslag van de fytosanitaire inspectie afgeven voor planten bestemd voor opplant, waaronder knollen van Solanum tuberosum L.

3. De deskundigen verzegelen of sluiten de verpakking of de gebruikte vervoerswijze zodanig dat de producten tijdens het transport niet aangetast of besmet kunnen worden en niet kunnen veranderen. Zonder volledig ingevuld en door minimaal een van de deskundigen ondertekend verslag zullen geen producten waarop deze verordening van toepassing is naar het douanegebied van de Gemeenschap worden overgebracht.

4. Op het moment van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap wordt de lading onderzocht door de bevoegde autoriteit. Indien van toepassing zal het verslag van de fytosanitaire inspectie vervangen worden door een plantenpaspoort, afgegeven overeenkomstig Richtlijn 92/105/EEG [10] en 93/51/EEG [11] van de Commissie.

[10] PB L 4 van 8.1.1993, blz. 22.

[11] PB L 205 van 17.8.1993, blz. 24.

5. Als aardappels deel uitmaken van de lading zal een representatief deel onderzocht worden op Ralstonia solanacearum (Smith) Yabuuchi et al. en Clavibacter michiganensis ssp. sepedonicus (Spieckermann et Kotthoff) Davis et al., overeenkomstig de communautaire methoden voor de detectie en diagnose van deze schadelijke organismen.

Artikel 7

Tijdelijke schorsing

1. De Commissie kan de in artikel 5, lid 2, bedoelde toestemming intrekken. Los daarvan kan de Commissie de speciale regeling in het kader van deze verordening tijdelijk buiten werking stellen wanneer zij op basis van objectieve informatie vaststelt dat er reden is om aan te nemen dat er sprake is van onregelmatigheden of fraude.

2. Aanleiding voor een vermoeden van onregelmatigheden of fraude in de zin van dit artikel kan onder meer zijn een plotselinge stijging, zonder bevredigende verklaring, van de hoeveelheid ingevoerde goederen uit de zone in het douanegebied van de Gemeenschap, die de gebruikelijke productiecapaciteit in de zones te boven gaat. Hierbij moet objectieve informatie over onregelmatigheden of fraude beschikbaar zijn.

3. Voor een tijdelijke schorsing moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

(a) Wanneer de Commissie op basis van objectieve informatie onregelmatigheden of fraude vaststelt, brengt zij onmiddellijk het op grond van artikel 247 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad ingestelde Comité Douanewetboek op de hoogte van haar bevindingen en de objectieve informatie.

(b) Tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel mogen alleen dienen ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap. De schorsing mag gedurende ten hoogste zes maanden worden toegepast. Deze periode kan indien nodig worden verlengd.

4. De Commissie zal een bericht voor de ondernemingen publiceren in het Publicatieblad van de Europese Unie. Hierin moet worden vermeld dat onregelmatigheden of fraude zijn geconstateerd op basis van objectieve informatie.

Artikel 8

Uitvoeringsbepalingen

De Commissie kan uitvoeringsbepalingen goedkeuren overeenkomstig de in artikel 4, lid 12, laatste zin, van Verordening (EG) nr. 866/2004 ingestelde procedure, met betrekking tot artikel 4, 5 en 7 kunnen uitvoeringsbepalingen worden goedgekeurd overeenkomstig de in Verordening (EEG) nr. 2913/92 ingestelde procedures.

Artikel 9

Herziening, toezicht en samenwerking

1. De Commissie zal jaarlijks verslag uitbrengen aan de Raad, voor de eerste keer uiterlijk één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, over de tenuitvoerlegging van de verordening en de gevolgen daarvan. Aan dit verslag worden passende voorstellen voor wijzigingen toegevoegd indien noodzakelijk.

2. De Commissie zal met name de handelspatronen onderzoeken die als gevolg van deze verordening ontstaan, waaronder de omvang en de waarde van de handel en de verhandelde producten.

3. De lidstaten en de Commissie zien in nauwe samenwerking toe op de naleving van deze verordening.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de tiende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, [...]

Voor de Raad

De voorzitter

[...]

BIJLAGE I

Voorbeeld van het in artikel 2, lid 2, bedoelde begeleidende document

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

Voorbeeld van het in artikel 2, lid 3, bedoelde aanvraagformulier

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

Voorbeeld van het in artikel 6, lid 2, bedoelde "Verslag van de fytosanitaire inspectie"

1. Verslag van de fytosanitaire inspectie in het kader van Verordening (EG) nr. XXX/2004 Nummer

2. Naam of naam van firma en volledig adres van de afzender // 3. Naam of naam van firma en volledig adres van de geadresseerde

4. Registratienummer van de producent (bij de fytosanitaire deskundigen) en plaats van productie) // 5. Naam en volledig adres van de plaats waar verpakking plaatsvindt

6. Beschrijving van de goederen (onderscheidende kenmerken, naam van het product, botanische naam) // 7. Aangegeven hoeveelheid

8. Vervoerswijze // 9. Behandeling na de oogst (behandeling, actieve ingrediënten, concentratie, temperatuur)

10. Ondergetekende, fytosanitair deskundige in het kader van Verordening (EG) nr. XXX/2004,

- na inspectie van de hierboven vermelde producten volgens de geëigende procedures, tijdens het groeiproces, op het moment van oogsten en tijdens de voorbereiding van het op de markt brengen,

- was aanwezig toen de producten gereed werden gemaakt voor transport en heeft de lading verzegeld,

en verklaart hierbij naar beste vermogen en voor zover mogelijk vastgesteld te hebben dat de goederen

- in overeenstemming zijn met de huidige fytosanitaire voorschriften van de EU en met name

- vrij zijn van de schadelijke organismen die vermeld worden in bijlage I en indien van toepassing bijlage II van Richtlijn 2000/29/EG, zoals gewijzigd,

- de aardappelen rechtstreeks geteeld zijn uit pootaardappelen die gecertificeerd zijn in een van de lidstaten of uit pootaardappelen die gecertificeerd zijn in een ander land waarvoor de invoer van aardappelen in de Gemeenschap niet verboden is op grond van bijlage III bij Richtlijn 2000/29/EG,

- de citrusvruchten ontdaan zijn van blaadjes en steeltjes en voorzien zijn van de juiste oorsprongsvermelding.

Naam en handtekening van de fytosanitaire deskundige(n) Plaats en datum van afgifte

(1) .........................

(2) (eventueel handtekening van tweede deskundige)

BIJLAGE IV

Lijst van in artikel 1, lid 5, bedoelde beschikkingen van de Commissie

- Beschikking nr. 2002/80/EG van de Commissie, gewijzigd bij Beschikking nr. 2004/429/EG, tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van vijgen, hazelnoten, pistachenoten en bepaalde daarvan afgeleide producten van oorsprong uit of verzonden uit Turkije

- Beschikking nr. 2002/79/EG van de Commissie, gewijzigd bij Beschikking nr. 2004/429/EG, houdende speciale voorwaarden voor de invoer van grondnoten en bepaalde van grondnoten afgeleide producten van oorsprong uit of verzonden uit China

- Beschikking nr. 2000/49/EG van de Commissie, laatstelijk gewijzigd bij Beschikking nr. 2004/429/EG, houdende speciale voorwaarden voor de invoer van grondnoten en bepaalde van grondnoten afgeleide producten van oorsprong uit of verzonden uit Egypte

- Beschikking nr. 2003/493/EG van de Commissie, laatstelijk gewijzigd bij Beschikking nr. 2004/428/EG, tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van paranoten in de dop van oorsprong uit of verzonden uit Brazilië

- Beschikking nr. 1997/830/EG van de Commissie, laatstelijk gewijzigd bij Beschikking nr. 2004/429/EG, houdende vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van pimpernoten (pistaches) en bepaalde daarvan afgeleide producten van oorsprong of herkomst uit Iran

- Beschikking nr. 2004/92/EG van de Commissie van 21 januari 2004 inzake noodmaatregelen met betrekking tot Spaanse peper en producten daarvan