52004PC0446

Gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend) /* COM/2004/0446 def. - COD 2002/0306 */


Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

2002/0306 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit

Op 9 maart 2004 heeft het Europees Parlement in eerste lezing de amendementen aangenomen op het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit.

Volgens artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag kan de Commissie, zolang de Raad geen besluit heeft genomen, te allen tijde gedurende de procedures die tot aanneming van een communautair besluit leiden, haar voorstel wijzigen.

Hieronder volgt het standpunt van de Commissie over de amendementen van het Europees Parlement.

1. PROCEDUREVERLOOP

Het voorstel werd op 24 december 2002 aan de Raad en het Europees Parlement toegezonden (COM(2002) 759 def. - 2002/0306(COD)).

Op 18 juni 2003 bracht het Europees Economisch en Sociaal Comité een positief advies uit.

Op 10 november 2003 bereikte de Raad, in afwachting van het advies van het Europees Parlement in eerste lezing, met eenparigheid van stemmen overeenstemming over een algemene oriëntatie over het voorstel voor een richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit.

2. DOEL VAN HET GEWIJZIGDE COMMISSIEVOORSTEL

De doelstellingen van de bestaande EMC-richtlijn en het toepassingsgebied ervan worden gehandhaafd. Het voorstel volgt het regelgevend concept van de Nieuwe Aanpak er wordt grotendeels gebruik gemaakt van concepten die reeds in de huidige richtlijn zijn terug te vinden.

Met de nieuwe tekst wordt het volgende beoogd:

- verduidelijking van het toepassingsgebied door betere definities en duidelijker omschreven uitsluitingsgevallen;

- aparte bepalingen voor vaste installaties;

- meer duidelijkheid door meer gedetailleerde essentiële eisen;

- verduidelijking van de rol van geharmoniseerde normen;

- vereenvoudiging van de conformiteitbeoordelingsprocedure, die beperkt wordt tot één procedure voor apparaten;

- minder bureaucratie en meer keuze voor de fabrikanten door het schrappen van de verplichte beoordeling door een derde partij wanneer geen geharmoniseerde normen zijn toegepast, maar waarbij conformiteitbeoordelingsinstanties voor apparaten altijd vrijwillig ingeschakeld kunnen worden;

- beter markttoezicht via een betere traceerbaarheid van de fabrikant.

De structuur en de tekst van het voorstel zijn aangepast aan de stand van de techniek naar aanleiding van andere Nieuwe-Aanpakrichtlijnen die sinds 1989 zijn goedgekeurd.

3. STANDPUNT VAN DE COMMISSIE OVER DE AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Op 9 maart 2004 heeft de rapporteur, de heer Luis BERENGER FUSTER (PES, ES), namens de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie een verslag ingediend (nummer PE-337.416) met 38 amendementen op het voorstel van de Commissie, waaronder een aantal compromisamendementen waarover tijdens de informele contacten tussen de drie Instellingen overeenstemming was bereikt. Een ander compromisamendement (nr. 39) werd ingediend door de PES-fractie.

Volgens de vereenvoudigde procedure van artikel 158, lid 2, van het Reglement van het EP [1] werd het verslag tijdens de vergadering van 9 maart zonder debat in stemming gebracht met de volgende resultaten:

[1] Artikel 158, lid 2, van het Reglement van het EP bepaalt dat, tenzij binnen een bepaalde termijn ten minste een tiende van de leden van de commissie bezwaar maakt, het verslag geacht wordt door de commissie te zijn goedgekeurd en aan het Parlement wordt voorgelegd voor behandeling zonder debat.

- de amendementen 1-15, 17-26, 30, 32-36 en 38 werden na één stemming door de voltallige vergadering aangenomen.

- amendement nr. 39 werd na een afzonderlijke stemming aangenomen.

- de amendementen 16, 27-29, 31 en 37 werden ingetrokken.

De Commissie aanvaardt alle aangenomen amendementen van het Parlement volledig aangezien zij het Commissievoorstel verduidelijken en verbeteren, en volledig verenigbaar zijn met de binnen de Raad Concurrentievermogen van 10 november 2003 overeengekomen algemene oriëntatie.

4. TOELICHTING BIJ DE VOORNAAMSTE AMENDEMENTEN

4.1. Grotere bereidheid om specifiek radiodiensten te beschermen

Amendement 1 op overweging 2 wijst er nogmaals op dat radiodiensten die conform het ITU-radioreglement opereren, met name radio-omroepontvangst en amateurradiodiensten, moeten worden beschermd.

4.2. Verdere verduidelijkingen en wijziging van het toepassingsgebied

Conform de amendementen 2, 14 en 33 van het Europees Parlement haalt de Commissie gebruiksklare connectoren uit de werkingssfeer van de richtlijn. Bijgevolg wordt de verwijzing naar gebruiksklare connectoren uit overweging 11 geschrapt. Bovendien wordt artikel 2, lid 2, onder b), van het oorspronkelijke voorstel, waarin "gebruiksklare connectoren" werden gedefinieerd, en punt 2.3 van bijlage I, waarin de essentiële eisen voor dergelijke connectoren waren opgenomen, uit het gewijzigd voorstel verwijderd.

Overeenkomstig amendement 5 bevat artikel 1, lid 1, van het gewijzigde voorstel een ondubbelzinnige definitie van de uitrusting waarop de richtlijn van toepassing is. Bovendien verduidelijkt het gewijzigde voorstel de definitie van uitrusting die van de werkingssfeer van de richtlijn is uitgesloten:

- in artikel 1, lid 2, onder b), luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrusting als vermeld in Verordening (EG) nr. 1592/2002, zulks overeenkomstig amendement 6;

- radioapparatuur die gebruikt wordt door radioamateurs, door middel van een algehele herformulering van artikel 1, lid 2, onder c), overeenkomstig amendement 7;

- onschadelijke uitrusting door artikel 1, lid 3, onder a), overeenkomstig amendement 8 te wijzigen;

- uitrusting die geheel of gedeeltelijk valt onder andere richtlijnen, door artikel 1, lid 4, overeenkomstig amendement 9 opnieuw te formuleren.

4.3. Verbetering van definities

In het gewijzigd voorstel worden nieuwe definities opgenomen en de bestaande verbeterd:

- overeenkomstig amendement 10 wordt in artikel 2, lid 1, onder e), het begrip "elektromagnetische storing" verduidelijkt door opnieuw de in Richtlijn 89/336/EEG vastgelegde definitie te introduceren;

- overeenkomstig amendement 11 introduceert artikel 2, lid 1, onder f) bis, het begrip "veiligheidsdoeleinden", dat ook in artikel 4, lid 2, voorkomt;

- overeenkomstig amendement 13 introduceert artikel 2, lid 1, onder g) bis het begrip "elektromagnetische omgeving". De gebruikte definitie is rechtstreeks ontleend aan die van de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) (IEC50, International Electrotechnic Vocabulary (IEV), Hoofdstuk 161: Electromagnetic compatibility, 2.1.5).

- overeenkomstig amendement 15 introduceert artikel 2, lid 2, onder a) bis, het begrip "mobiele installaties". Mobiele installaties worden als apparaten beschouwd.

4.4. Verduidelijking van de rol van geharmoniseerde normen (amendementen 3, 12, 19, 20 en 38)

Het gewijzigd voorstel verduidelijkt verder de rol van geharmoniseerde normen door de tekst anders te structureren. In detail zijn de volgende wijzigingen opgenomen:

- overeenkomstig amendement 3 verduidelijkt overweging 13 de inhoud van geharmoniseerde normen en de wijze van toepassing ervan;

- alle elementen betreffende geharmoniseerde normen zijn neergelegd in artikel 6 en bijlage V wordt bijgevolg geschrapt, daarmee volledig uitvoerig gevend aan de amendementen 12,19,20 en 38.

4.5. Verduidelijking van de werkingssfeer van speciale maatregelen die door de lidstaten kunnen worden genomen

Overeenkomstig amendement 17 wordt artikel 4, lid 2, zodanig gewijzigd dat de lidstaten die de in dit artikel bedoelde speciale maatregelen goedkeuren, verplicht worden die ter kennis van de Commissie te brengen en dat deze maatregelen na goedkeuring in het Publicatieblad van de Europese Unie worden gepubliceerd.

4.6. Demonstratie op beurzen van producten zonder CE-markering

Overeenkomstig amendement 18 wordt artikel 4, lid 3, gewijzigd om de fabrikant de mogelijkheid te bieden uitrusting zonder CE-markering tijdens beurzen te demonstreren. Het gewijzigd voorstel behelst voorts de verplichting voor de fabrikant om ervoor te zorgen dat er in dergelijke gevallen geen storing optreedt.

4.7. Informatievereisten

Overeenkomstig amendement 23 is in het gewijzigd voorstel een speciaal artikel met informatievereisten opgenomen, zodat deze uit de lijst van essentiële eisen konden worden geschrapt.

4.8. Verduidelijking van de conformiteitbeoordelingsprocedure

Overeenkomstig de amendementen 34, 35 en 39 worden in het gewijzigd voorstel de bepalingen inzake de conformiteitbeoordeling geherstructureerd. Dit is niet wezenlijk van invloed op het voorstel van de Commissie.

Artikel 7 van het gewijzigd voorstel biedt de mogelijkheid om enerzijds de conformiteitbeoordelingsprocedure van bijlage I bis toe te passen, die is gebaseerd op een zelfbeoordeling door de fabrikant, en bovendien op vrijwillige basis ook de procedure van bijlage I ter, die voorziet in de inschakeling van een aangemelde instantie.

4.9. Verdere essentiële eisen voor vaste installaties

Overeenkomstig amendement 32 moet de ter zake verantwoordelijke persoon volgens bijlage I van het gewijzigde voorstel de voor de installatie van vaste installaties gebruikte werkmethoden van de techniek documenteren teneinde aan de essentiële eisen van de EMC-richtlijn te voldoen, en deze op een met redenen omkleed verzoek ter beschikking stellen van de markttoezichtautoriteiten. Overeenkomstig amendement 30 hoeft een apparaat dat bestemd is om in een bepaalde vaste installatie te worden geïntegreerd en anders niet in de handel verkrijgbaar is, niet te voldoen aan de beschermings- en informatievereisten. Overweging 20 is overeenkomstig amendement 4 verduidelijkt.

4.10. Verduidelijking van de rol van de aangemelde instantie

Overeenkomstig amendement 26 moeten de lidstaten volgens artikel 11 van het gewijzigd voorstel duidelijk de taken van de aangemelde instanties aangeven en ook of de taken van de aangemelde instanties beperkt blijven tot bepaalde specifieke aspecten en/of een bepaalde categorie apparaten. Overeenkomstig amendement 35 heeft de aangemelde instantie tot taak de door de fabrikant verstrekte technische documentatie naar keuze van de fabrikant geheel of gedeeltelijk te evalueren.

4.11. Algehele consistentie van de tekst

De amendementen 21, 22, 24, 25 en 36 zijn volledig overgenomen om de algehele consistentie van de tekst te waarborgen.

5. Conclusie

Overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel op de hierboven aangegeven wijze, zodat alle door het Europees Parlement aangenomen amendementen erin zijn verwerkt.