Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (gecodificeerde versie) /* COM/2004/0232 def. - COD 2004/0074 */
Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (gecodificeerde versie) (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. In de context van een Europa van de burgers hecht de Commissie groot belang aan het vereenvoudigen en verduidelijken van het Gemeenschapsrecht om het duidelijker en toegankelijker te maken voor de gewone burger, zodat deze nieuwe mogelijkheden krijgt en in staat wordt gesteld gebruik te maken van de specifieke rechten die hij aan het Gemeenschapsrecht kan ontlenen. Dit doel kan niet worden verwezenlijkt zolang talloze bepalingen die meermaals en vaak ingrijpend zijn gewijzigd, gedeeltelijk in het oorspronkelijke besluit en gedeeltelijk in de latere wijzigingsbesluiten te vinden zijn. Om dan na te gaan wat de geldende regels zijn, is veel zoekwerk vereist, waarbij een groot aantal besluiten moet worden vergeleken. Codificatie van meermaals gewijzigde regels is dan ook van essentieel belang om het Gemeenschapsrecht duidelijk en doorzichtig te maken. 2. Bij haar besluit van 1 april 1987 [1] heeft de Commissie daarom haar diensten opgedragen alle wetgevingbesluiten na maximaal tien wijzigingen te codificeren, waarbij zij erop wijst dat dit een minimumregel is en dat haar diensten ter wille van de duidelijkheid en het juiste begrip van de communautaire wetgeving ernaar zouden moeten streven de teksten waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen, met nog kortere tussenpozen te codificeren. [1] COM(87) 868 PV. 3. De conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Edinburgh (december 1992) hebben dit bevestigd [2] en het belang van codificatie onderstreept, omdat daarmee rechtszekerheid wordt verschaft omtrent de vraag welke wet op een gegeven moment op een bepaald onderwerp van toepassing is. [2] Zie bijlage 3 bij deel A van die conclusies. Bij codificatie moet het normale wetgevingsproces van de Gemeenschap volledig in acht worden genomen. Aangezien bij codificatie geen inhoudelijke wijzigingen in de betrokken wetteksten mogen worden aangebracht, zijn het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bij Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 een versnelde werkmethode voor de codificatie van wetteksten overeengekomen. 4. Dit voorstel beoogt de codificatie van Richtlijn 95/18/EG van de Raad van 19 juni 1995 betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen [3]. De nieuwe richtlijn vervangt de verschillende besluiten die erin zijn verwerkt [4]; dit voorstel laat de inhoud van de besluiten die worden gecodificeerd onverlet en beperkt zich er derhalve toe deze samen te voegen en daarin slechts de formele wijzigingen aan te brengen die voor de codificatie zelf vereist zijn. [3] Uitgevoerd overeenkomstig de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Codificatie van het acquis communautaire, COM(2001) 645 def. [4] Zie bijlage II, deel A, bij dit voorstel. 5. Dit voorstel voor een codificatie is opgesteld op basis van een voorafgaande consolidatie, in alle officiële talen, van Richtlijn 95/18/EG en het besluit tot wijziging daarvan, met behulp van een gegevensverwerkingssysteem van het Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen. Voorzover de artikelen zijn vernummerd, is het verband tussen de oude en de nieuwe nummering weergegeven in een concordantietabel die is opgenomen in bijlage III bij de gecodificeerde richtlijn. 95/18/EG (aangepast) 2004/0074 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (Voor de EER relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 71 , Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité [5], [5] PB C ... Gezien het advies van het Comité van de Regio's [6], [6] PB C ... 95/18/EG (aangepast) Overeenkomstig de procedure van artikel 251 van het Verdrag [7], [7] PB C ... Overwegende hetgeen volgt: (1) Richtlijn 95/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 juni 1995 betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen [8] is ingrijpend gewijzigd [9]. Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijn te worden overgegaan. [8] PB L 143 van 27.6.1995, blz. 70. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2001/13/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 75 van 15.3.2001, blz. 26). [9] Zie bijlage II, deel A. 95/18/EG overweging 2 (2) Bij de toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten in de sector van het spoorwegvervoer moet met de specifieke kenmerken van die sector rekening worden gehouden. 95/18/EG overweging 3 (aangepast) (3) Richtlijn 91/440/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap [10] voorziet in sommige toegangsrechten in het internationaal spoorwegvervoer voor spoorwegondernemingen en internationale samenwerkingsverbanden daarvan. [10] PB L 237 van 24.8.1991, blz. 25. Ö Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van 2003. Õ 95/18/EG overweging 4 (aangepast) (4) Om de uniforme en niet-discriminerende toepassing van de toegangsrechten tot de spoorweginfrastructuur in de gehele Gemeenschap te waarborgen, is de instelling van een vergunning voor spoorwegondernemingen noodzakelijk. 2001/13/EG overweging 4 (aangepast) (5) Omdat sommige lidstaten toegangsrechten hebben vastgesteld die verder reiken dan Richtlijn 91/440/EEG, lijkt het noodzakelijk de eerlijke, doorzichtige en niet-discriminerende behandeling van alle spoorwegondernemingen die in deze markt kunnen opereren te waarborgen door de vergunningsbeginselen uit te breiden tot alle ondernemingen in de sector. 95/18/EG overweging 5 (6) Het is wenselijk de werkingssfeer van Richtlijn 91/440/EEG, met inbegrip van de daarin vastgestelde uitzonderingen voor regionale, stads- en voorstadsdiensten, te handhaven, maar daarbij dient te worden bepaald dat ook de vervoersverrichtingen van de pendeldiensten door de Kanaaltunnel buiten deze werkingssfeer vallen. 95/18/EG overweging 6 (7) De geldigheid van de door een lidstaat verleende vergunning moet in de gehele Gemeenschap worden erkend. 95/18/EG overweging 7 (8) De communautaire voorwaarden voor toegang tot of doorvoer naar de spoorweginfrastructuur vallen onder andere bepalingen van de communautaire wetgeving. 2001/13/EG overweging 2 (9) Met het oog op een betrouwbare en adequate dienstverlening is het noodzakelijk via een gemeenschappelijke vergunningsregeling te waarborgen, dat de spoorwegondernemingen te allen tijde voldoen aan bepaalde eisen inzake goede naam, financiële draagkracht en beroepsbekwaamheid, dit om de klanten en derden te beschermen en om diensten van een hoog veiligheidsniveau te bereiken. 95/18/EG overweging 10 (10) Met het oog op de bescherming van de cliënten en derden dient te worden gewaarborgd dat de spoorwegondernemingen voldoende verzekerd zijn tegen aansprakelijkheidsrisico's of gelijkwaardige regelingen daartoe hebben getroffen. 95/18/EG overweging 11 (11) Het is wenselijk in hetzelfde kader voorzieningen te treffen voor de schorsing of de intrekking van de vergunning alsmede voor de afgifte van tijdelijke vergunningen. 95/18/EG overweging 12 (aangepast) (12) Een spoorwegonderneming dient voorts te zijn gehouden tot inachtneming van de op niet-discriminerende wijze opgelegde nationale en communautaire voorschriften inzake de exploitatie van spoorwegdiensten die ten doel hebben deze onderneming in staat te stellen haar activiteiten op specifieke trajecten in alle veiligheid uit te oefenen. 95/18/EG overweging 13 (13) Het is met het oog op de efficiëntie van het internationaal spoorwegvervoer noodzakelijk dat spoorwegondernemingen de op dit gebied geldende overeenkomsten naleven. 2001/13/EG overweging 6 (14) Het is wenselijk ervoor te zorgen dat spoorwegondernemingen met een vergunning die internationaal goederenvervoer verrichten, de toepasselijke douane- en belastingvoorschriften in acht nemen, met name inzake douanedoorvervoer. 95/18/EG overweging 14 (15) De procedures voor het verlenen, het handhaven en het wijzigen van vergunningen voor spoorwegondernemingen moeten in de lijn liggen van het algemene streven naar doorzichtigheid en non-discriminatie. 2001/13/EG overweging 7 (16) Gelet op het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, zoals vervat in artikel 5 van het Verdrag, kunnen de doelstellingen van deze richtlijn - namelijk het vaststellen van de algemene beginselen voor de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en de wederzijdse erkenning van die vergunningen in de gehele Gemeenschap - onvoldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt wegens de duidelijk internationale dimensie van die verlening, en kunnen zij derhalve, vanwege de grensoverschrijdende implicaties, beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt. Deze richtlijn gaat niet verder dan hetgeen nodig is voor het bereiken van deze doelstellingen. (17) Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage II, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten, 95/18/EG (aangepast) HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: HOOFSTUK I 95/18/EG Doelstelling en werkingssfeer 2001/13/EG art. 1, punt 1 Artikel 1 1. Deze richtlijn betreft de criteria voor de verlening, verlenging of wijziging, door een lidstaat, van vergunningen voor spoorwegondernemingen die in de Gemeenschap gevestigd zijn of zich daar zullen vestigen. 2. De lidstaten kunnen van het toepassingsgebied van deze richtlijn uitsluiten: a) ondernemingen die uitsluitend spoorwegvervoersdiensten voor reizigers op een lokale of regionale, op zichzelf staande spoorweginfrastructuur exploiteren; b) spoorwegondernemingen die uitsluitend spoorwegvervoersdiensten voor reizigers in het stads- of voorstadsverkeer exploiteren; c) spoorwegondernemingen waarvan de activiteit beperkt is tot het verlenen van regionale spoorwegvervoersdiensten voor goederen en die niet onder de werkingssfeer van Richtlijn 91/440/EEG vallen; d) ondernemingen die uitsluitend goederenvervoer verrichten op een particuliere spoorweginfrastructuur welke enkel door de eigenaar van de infrastructuur voor zijn eigen goederenvervoer wordt gebruikt. 3. Ondernemingen waarvan de activiteiten beperkt zijn tot het verrichten van pendeldiensten voor wegvoertuigen door de Kanaaltunnel zijn uitgesloten van de werkingssfeer van deze richtlijn. 95/18/EG Artikel 2 In deze richtlijn wordt verstaan onder: 2001/13/EG art. 1, punt 2 a) «Spoorwegonderneming»: elke privaat- of publiekrechtelijke onderneming waarvan de voornaamste activiteit bestaat in het leveren van spoorwegvervoersdiensten voor goederen en/of reizigers, waarbij die onderneming voor de tractie moet zorgen; hiertoe behoren ook ondernemingen die uitsluitend voor tractie zorgen; 95/18/EG b) «vergunning»: een door een lidstaat aan een onderneming verleende vergunning waarbij haar hoedanigheid als spoorwegonderneming wordt erkend. De vergunning kan worden beperkt tot het verrichten van bepaalde categorieën vervoerdiensten; c) «vergunningverlenende autoriteit»: door de lidstaat aangewezen instantie die gemachtigd is vergunningen aan spoorwegondernemingen te verlenen; 95/18/EG (aangepast) d) «stads- en voorstadsvervoerdiensten»: vervoerdiensten die beantwoorden aan de behoeften van een stedelijk centrum of een agglomeratie, alsook aan de behoeften aan vervoer tussen dat centrum of die agglomeratie en de omliggende gebieden; e) «regionale vervoerdiensten»: vervoerdiensten die gericht zijn op de vervoerbehoeften van een regio. 2001/13/EG art. 1, punt 3 (aangepast) Artikel 3 Elke lidstaat wijst de instantie aan die voor het verlenen van vergunningen en voor het uitvoeren van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn verantwoordelijk is. De vergunningen worden verleend door een instantie die zelf geen spoorwegvervoersdiensten levert en die onafhankelijk is van instanties of ondernemingen die wel zulke diensten leveren . 95/18/EG (aangepast) HOOFDSTUK II 95/18/EG Voorwaarden voor het verkrijgen van de vergunning Artikel 4 1. Spoorwegondernemingen hebben het recht een vergunning aan te vragen in de lidstaat waar zij gevestigd zijn. 2. De lidstaten verlenen noch verlengen een vergunning wanneer niet aan de voorwaarden van deze richtlijn is voldaan. 3. Spoorwegondernemingen die aan de voorwaarden van deze richtlijn voldoen, zijn gerechtigd een vergunning te ontvangen. 4. Spoorwegondernemingen zijn niet gemachtigd onder deze richtlijn vallende spoorwegvervoerdiensten te verrichten, tenzij zij daartoe over de gepaste vergunning beschikken. Deze vergunning op zich geeft evenwel geen toegang tot de spoorweginfrastructuur. 95/18/EG (aangepast) Artikel 5 Een spoorwegonderneming moet, vóór het begin van haar activiteiten, ten aanzien van de vergunningverlenende autoriteiten van de betrokken lidstaat kunnen aantonen dat zij te allen tijde kan voldoen aan bepaalde, in de artikelen 6 tot en met 9 genoemde, eisen inzake goede naam, financiële draagkracht en beroepsbekwaamheid, alsmede dekking van haar wettelijke aansprakelijkheid. Voor de toepassing van de eerste alinea verstrekt de onderneming die een vergunning aanvraagt alle relevante inlichtingen. 95/18/EG Artikel 6 De lidstaten stellen de voorwaarden vast waaronder aan het vereiste inzake goede naam is voldaan, teneinde te waarborgen dat de vergunningaanvragende spoorwegonderneming of de bestuurders ervan: 95/18/EG (aangepast) a) niet zijn veroordeeld wegens ernstige strafbare feiten, met inbegrip van handelsdelicten; b) niet failliet zijn verklaard; c) niet zijn veroordeeld wegens ernstige inbreuken op specifieke wettelijke bepalingen op het gebied van het vervoer; 2001/13/EG art. 1, punt 5 (aangepast) d) niet zijn veroordeeld wegens ernstige of herhaalde inbreuken op verplichtingen die voortvloeien uit het sociaal recht of uit het arbeidsrecht, met inbegrip van verplichtingen uit de wetten inzake arbeidsbescherming, of, in het geval van ondernemingen die grensoverschrijdend goederenvervoer wensen te verrichten waarvoor douaneprocedures gelden, uit de douaneregelgeving. 95/18/EG (aangepast) Artikel 7 Aan de eisen inzake financiële draagkracht is voldaan indien de vergunningaanvragende spoorwegonderneming kan aantonen dat zij gedurende een periode van twaalf maanden haar op realistische onderstellingen gebaseerde, bestaande en potentiële verbintenissen kan nakomen. Voor de toepassing van de eerste alinea verstrekt de aanvrager van een vergunning ten minste de gegevens vermeld in deel I van bijlage I . 95/18/EG Artikel 8 1. Aan de eisen inzake beroepsbekwaamheid is voldaan indien: a) de vergunningaanvragende spoorwegonderneming beschikt of zal beschikken over een bestuurlijke organisatie en de nodige kennis en/of ervaring bezit om de operationele controle en het toezicht op de in de vergunning omschreven activiteiten veilig en betrouwbaar te kunnen uitoefenen; b) de voor de veiligheid verantwoordelijke personeelsleden, meer bepaald de locomotiefbemanningen, volledig gekwalificeerd zijn op hun gebied; c) het personeel, het rollend materieel en de organisatie van dien aard zijn dat de diensten op een hoog veiligheidsniveau kunnen worden verricht. 95/18/EG (aangepast) Voor de toepassing van de eerste alinea verstrekt de aanvrager van een vergunning ten minste de gegevens vermeld in deel II van bijlage I . 2 . Naveling van de kwalificatie-eisen moet worden aangetoond door overlegging van desbetreffende bewijsstukken. 95/18/EG Artikel 9 Een spoorwegonderneming dient voldoende te zijn verzekerd of gelijkwaardige voorzieningen te hebben getroffen om, ter toepassing van de nationale en internationale wetgeving, haar wettelijke aansprakelijkheid bij ongeval, met name ten aanzien van passagiers, bagage, vracht, post en derden te dekken. 95/18/EG (aangepast) HOOFDSTUK III 95/18/EG Geldigheidstermijn van de vergunning Artikel 10 2001/13/EG art. 1.7 (aangepast) 1. Een vergunning geldt voor het gehele grondgebied van de Gemeenschap. 95/18/EG 2. Een vergunning blijft geldig zolang de spoorwegonderneming aan de in deze richtlijn vervatte verplichtingen voldoet. De vergunningverlenende autoriteiten kunnen evenwel bepalen dat de vergunning ten minste om de vijf jaar aan een nieuw onderzoek wordt onderworpen. 3. Bijzondere bepalingen betreffende het schorsen of intrekken van de vergunning kunnen in de vergunning zelf zijn vervat. Artikel 11 1. Indien er ernstige twijfel bestaat over de naleving van de in deze richtlijn, in het bijzonder in artikel 5, vervatte verplichtingen door een spoorwegonderneming waaraan een vergunning is verleend, kunnen de vergunningverlenende autoriteiten te allen tijde nagaan of aan deze verplichtingen wordt voldaan. De vergunningverlenende autoriteiten schorsen de vergunning of trekken deze in wanneer zij constateren dat de spoorwegonderneming niet langer aan de in deze richtlijn, en meer bepaald in artikel 5, vervatte verplichtingen voldoet. 2. Wanneer een vergunningverlenende autoriteit van een lidstaat constateert dat er ernstige twijfel bestaat over de naleving van de in deze richtlijn vervatte verplichtingen door een spoorwegonderneming waaraan de autoriteit van een andere lidstaat een vergunning heeft verleend, stelt zij deze autoriteit daarvan onverwijld in kennis. 3. Onverminderd het bepaalde in lid 1, kunnen de vergunningverlenende autoriteiten in gevallen waarin de vergunning is geschorst of ingetrokken wegens niet-nakoming van de verplichtingen inzake financiële draagkracht, een tijdelijke vergunning verlenen voor de periode waarin de spoorwegonderneming wordt gereorganiseerd, op voorwaarde dat de veiligheid niet in het gedrang komt. De tijdelijke vergunning is echter slechts geldig gedurende een periode van maximaal zes maanden te rekenen vanaf de datum van toekenning. 4. Wanneer een spoorwegonderneming haar activiteiten gedurende zes maanden heeft gestaakt of tijdens de zes maanden na het verkrijgen van een vergunning geen exploitatie is begonnen, kunnen de vergunningverlenende autoriteiten beslissen dat de vergunning opnieuw ter goedkeuring moet worden voorgelegd of moet worden geschorst. Wanneer met de exploitatie wordt begonnen, kan de spoorwegonderneming verzoeken om een langere termijn, waarbij rekening wordt gehouden met het specifieke karakter van de verrichte diensten. 5. Ten aanzien van een spoorwegonderneming kunnen de vergunningverlenende autoriteiten beslissen dat de vergunning opnieuw ter goedkeuring moet worden voorgelegd bij een wijziging die invloed heeft op de rechtssituatie van de onderneming en meer bepaald in geval van fusie of bedrijfsovername. De betrokken spoorwegonderneming mag de exploitatie voortzetten, tenzij de vergunningverlenende autoriteiten besluiten dat de veiligheid in het gedrang komt, met opgave van de redenen daarvoor. 6. Wanneer een spoorwegondernerming haar activiteiten ingrijpend wil wijzigen of uitbreiden, dient de vergunning aan de vergunningverlenende autoriteiten met het oog op een nieuw onderzoek te worden voorgelegd. 7. De vergunningverlenende autoriteiten kunnen een spoorwegonderneming waartegen een rechtsvordering wegens insolventie of een soortgelijke procedure is ingesteld, haar vergunning niet laten behouden, wanneer zij ervan overtuigd zijn dat er geen realistische vooruitzichten zijn op een bevredigende financiële reorganisatie binnen een redelijke termijn. 2001/13/EG art. 1, punt 6 8. Wanneer de vergunningverlenende autoriteiten een vergunning hebben verleend, geschorst, ingetrokken of aangepast, dient de betrokken lidstaat de Commissie onverwijld hiervan in kennis te stellen. De Commissie brengt de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte. 2001/13/EG art. 1, punt 7 (aangepast) Artikel 12 1. Behalve aan de vereisten van deze richtlijn dient de spoorwegonderneming ook te voldoen aan de nationale wetten en voorschriften die verenigbaar zijn met de communautaire wetgeving en op niet-discriminerende wijze worden toegepast, met name met betrekking tot: a) specifieke technische en exploitatie-eisen voor de spoorwegvervoersdiensten; b) veiligheidseisen die van toepassing zijn op het personeel, het rollend materieel en de interne organisatie van de onderneming; c) bepalingen met betrekking tot de gezondheid, de veiligheid, de sociale voorwaarden en de rechten van de werknemers en de consumenten; d) vereisten die voor alle ondernemingen in de betreffende spoorwegsector gelden en bedoeld zijn om de consument voordelen of bescherming te bieden. 2. Een spoorwegonderneming kan te allen tijde aan de Commissie de vraag voorleggen, of de vereisten van het nationale recht verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht, alsook of die vereisten op niet-discriminerende wijze worden toegepast. Als de Commissie van oordeel is dat aan de voorschriften van deze richtlijn niet is voldaan, geeft zij een advies over de juiste interpretatie van de richtlijn, onverminderd artikel 226 van het Verdrag . 2001/13/EG art. 1, punt 7 Artikel 13 Spoorwegondernemingen dienen zich te houden aan de op internationale spoorwegvervoersdiensten toepasselijke overeenkomsten die van kracht zijn in de lidstaten waar zij hun activiteiten uitoefenen. Tevens nemen zij de ter zake dienende douane- en belastingbepalingen in acht. 95/18/EG deel V (aangepast) HOOFDSTUK IV 95/18/EG Slotbepalingen 95/18/EG art. 15 (aangepast) Artikel 14 1. De procedures voor het verlenen van vergunningen worden bekendgemaakt door de betrokken lidstaat, die de Commissie daarvan in kennis stelt. 2. De vergunningverlenende autoriteiten besluiten zo spoedig mogelijk, en uiterlijk drie maanden nadat alle vereiste inlichtingen, meer bepaald de gegevens vermeld in bijlage I , zijn verstrekt, over een aanvraag voor een vergunning, waarbij met alle beschikbare gegevens rekening wordt gehouden. Van het besluit wordt aan de spoorwegonderneming die de aanvraag heeft ingediend, kennis gegeven. Een afwijzing wordt met redenen omkleed. 3. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te waarborgen dat de besluiten van de vergunningverlenende autoriteiten onderworpen zijn aan een rechterlijke toetsing. Artikel 15 Richtlijn 95/18/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage II, deel A, genoemde richtlijn, wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage II, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht van de aldaar genoemde richtlijnen. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III. 95/18/EG art. 17 (aangepast) Artikel 16 Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . 95/18/EG art. 18 (aangepast) Artikel 17 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, op Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitter De Voorzitter [...] [...] 95/18/EG (aangepast) BIJLAGE I I. Gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede alinea 95/18/EG 1. De financiële draagkracht wordt onderzocht aan de hand van de jaarrekeningen van de onderneming en, voor ondernemingen die een vergunning aanvragen en deze jaarrekeningen niet kunnen overleggen, aan de hand van de jaarbalans. Voor dit onderzoek moeten gedetailleerde gegevens over met name de volgende elementen worden verstrekt: a) beschikbare financiële middelen, met inbegrip van bankdeposito's, toegestane voorschotten op lopende rekeningen en leningen; b) kapitalen en activabestanddelen die als garantie kunnen dienen; c) exploitatiekapitaal; d) specifieke kosten, met inbegrip van kosten voor de aanschaf van en voorschotten op voertuigen, terreinen, gebouwen, installaties en rollend materieel; e) lasten die op het vermogen van de onderneming drukken. 2. De aanvragende onderneming beschikt met name niet over de vereiste financiële draagkracht wanneer aanzienlijke achterstallige bedragen aan belastingen of sociale bijdragen uit hoofde van de activiteit van de onderneming zijn verschuldigd. 3. De autoriteit kan met name de overlegging van een deskundigenrapport en van passende documenten van een bank, een openbare spaarkas, een financieel commissaris of een beëdigd accountant eisen. Deze documenten dienen gegevens over de onder punt 1 genoemde elementen te bevatten. 95/18/EG (aangepast) II. Gegevens als bedoeld in artikel 8, lid 1, tweede alinea 95/18/EG 1. Gegevens over de aard en het onderhoud van het rollend materieel, met name wat de veiligheidsnormen betreft. 2. Gegevens over de kwalificaties van de voor de veiligheid verantwoordelijke personeelsleden en bijzonderheden over de opleidingsprogramma's voor het personeel. BBLAGE II Deel A Ingetrokken richtlijn met de wijziging ervan (bedoeld in artikel 15) Richtlijn 95/18/EG van de Raad // (PB L 143 van 27.6.1995, blz. 70) Richtlijn 2001/13/EG van het Europees Parlement en de Raad // (PB L 75 van 15.3.2001, blz. 26) Deel B Termijnen voor omzetting in nationaal recht (bedoeld in artikel 15) Richtlijn // Omzettingstermijn 95/18/EG // 27 juni 1997 2001/13/EG // 15 maart 2003 BIJLAGE III Concordantietabel Richtlijn 95/18/EG // De onderhavige richtlijn Artikel 1 // Artikel 1 Artikel 2, onder a) tot en met c) // Artikel 2, onder a) tot en met c) Artikel 2, onder d), eerste streepje // Artikel 2, onder d) Artikel 2, onder d), tweede streepje // Artikel 2, onder e) Artikel 3, eerste zin // Artikel 3, eerste alinea Artikel 3, tweede zin // Artikel 3, tweede alinea Artikel 4, leden 1 tot en met 4 // Artikel 4, leden 1 tot en met 4 Artikel 4, lid 5 // Artikel 10, lid 1 Artikel 5, leden 1 en 2 // Artikel 5, eerste en tweede alinea Artikel 6, eerste tot en met vierde streepje // Artikel 6, onder a) tot en met d) Artikel 7, leden 1 en 2 // Artikel 7, eerste en tweede alinea Artikel 8, lid 1 // Artikel 8, lid 1, eerste alinea Artikel 8, lid 2 // Artikel 8, lid 1, tweede alinea Artikel 8, lid 3 // Artikel 8, lid 2 Artikelen 9 // Artikelen 9 Artikel 10, lid 1 // Artikel 10, lid 2 Artikel 10, lid 2 // Artikel 10, lid 3 Artikel 11 // Artikel 11 Artikel 12, lid 1 // Artikel 12, lid 1 Artikel 12, lid 2, eerste zin // Artikel 12, lid 2, eerste alinea Artikel 12, lid 2, tweede zin // Artikel 12, lid 2, tweede alinea Artikel 13 // Artikel 13 Artikel 14 // _ Artikel 15 // Artikel 14 Artikel 16 // _ _ // Artikel 15 Artikel 17 // Artikel 16 Artikel 18 // Artikel 17 Bijlage // Bijlage I _ // Bijlage II _ // Bijlage III