|
18.2.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 43/3 |
Advies van het Comité van de Regio's over Grenswerknemers – Stand van zaken na tien jaar interne markt: problemen en vooruitzichten
(2005/C 43/02)
HET COMITÉ VAN DE REGIO'S,
GEZIEN het besluit van zijn bureau van 10 februari 2004 om overeenkomstig artikel 265, vijfde alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap de commissie „Economisch en sociaal beleid” te belasten met het opstellen van een initiatiefadvies over „Grenswerknemers – Stand van zaken na tien jaar interne markt: problemen en vooruitzichten”,
GEZIEN de geconsolideerde versie van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, in het bijzonder hoofdstuk 1 („De werknemers”), artikel 39 en 42, en hoofdstuk 2 („Het recht van vestiging”), artikel 43, van titel III („Het vrije verkeer van personen, diensten en kapitaal”),
GEZIEN de wet- en regelgeving inzake de coördinatie van de nationale socialezekerheidsstelsels die betrekking hebben op het vrije verkeer van personen en moeten bijdragen aan de verbetering van levensstandaard en arbeidsvoorwaarden,
GEZIEN Verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 tot wijziging en bijwerking van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71, in de gewijzigde versie,
GEZIEN Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap,
GEZIEN de uitspraken van het Europese Hof van Justitie over grenswerkers, het grensoverschrijdende beroep op medische voorzieningen, en de besluiten inzake arbeidsrecht en herintreding in het arbeidsproces,
GEZIEN de bijeenkomst van de Raad van de Europese Unie (Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken) van 1 december 2003, punt 3 van de agenda, een Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (herziening van Verordening (EEG) nr. 1408/71),
GEZIEN het gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 28 januari 2004 met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels,
GEZIEN het Besluit van de Europese Raad van Kopenhagen van 13 december 2002 inzake de toetreding van Estland, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije, Slovenië, Tsjechië, Hongarije en Cyprus tot de Europese Unie op 1 mei 2004, en het Besluit van de informele Raad van Athene van 16 en 17 april 2003 inzake de ondertekening van het toetredingsverdrag en inzake de Europese conferentie,
GEZIEN de volgende Europaovereenkomsten met de Midden- en Oost-Europese landen: van december 1991 met Hongarije en Polen; van februari 1995 met Roemenië, Bulgarije, Tsjechië en Slowakije; van februari 1998 met Estland, Letland en Litouwen; van februari 1999 met Slovenië; tevens de sinds 1964 met Turkije, de sinds 1971 met Malta en de sinds 1973 met Cyprus gesloten associatieovereenkomsten,
GEZIEN de toetredingsperspectieven die in juni 1993 door de Europese Raad van Kopenhagen nader zijn geconcretiseerd met de „criteria van Kopenhagen”,
GEZIEN het op 7 februari 1992 in Maastricht ondertekende Verdrag betreffende de Europese Unie („Verdrag van Maastricht”), dat elke Europese staat de mogelijkheid biedt om het lidmaatschap van de EU aan te vragen,
GEZIEN het door de commissie „Economisch en Sociaal beleid” op 30 april 2004 goedgekeurde ontwerpadvies (CDR 95/2004 rev. 1) (rapporteur: de heer LAMBERTZ, minister-president van de Duitstalige Gemeenschap, B/PSE),
overwegende hetgeen volgt:
|
1. |
Op grond van EEG-Verordening nr. 1408/71 wordt onder „grensarbeider” verstaan iedere werknemer of zelfstandige die werkzaam is op het grondgebied van een lidstaat en woont op het grondgebied van een andere lidstaat, waarnaar hij in beginsel dagelijks of ten minste eenmaal per week terugkeert. |
|
2. |
Het vrije verkeer van werknemers en hun gelijke behandeling wat betreft arbeidsvoorwaarden (salaris, ontslagbescherming, herintreding in het arbeidsproces, sociale en belastingvoordelen etc.) zijn vastgelegd in met name Verordening (EEG) nr. 1612/68. |
|
3. |
Het beginsel van gelijke behandeling geldt binnen de Europese Unie voor alle grenswerknemers (en migrerende werknemers) die in de Unie wonen en werken. |
|
4. |
Wat betreft de sociale bescherming zijn EEG-Verordening nr. 1408/71 en de bijbehorende Toepassingsverordening nr. 574/72 van toepassing. Deze hebben tot doel de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten op elkaar af te stemmen. |
|
5. |
Op grond hiervan is de grenswerknemer in beginsel gebonden aan de wet- en regelgeving van het land waar hij werkt. |
|
6. |
Met de uitbreiding van de EU met tien Midden- en Oost-Europese landen ontstaat een nieuwe situatie met betrekking tot immigratie (migrerende werknemers) en het verschijnsel grenswerknemers enerzijds, en de verwachte gevolgen voor de Europese arbeidsmarkt anderzijds. |
|
7. |
Door de uitbreiding zijn vooral de landen aan de oostgrenzen van de EU (zoals Oostenrijk en Duitsland) geografisch kwetsbaar. Oostenrijk en Duitsland grenzen aan Slovenië, Slowakije, Hongarije, Polen en Tsjechië, en moeten in een eerste fase rekening houden met een aanzienlijke groei van het aantal grenswerknemers. De uitbreiding kan evenwel ook tot gevolg hebben dat momenteel illegale immigranten kunnen worden geregulariseerd en dat zij zich niet alleen op de grensregio's concentreren, maar op alle gebieden waar een tekort aan arbeidskrachten heerst. |
|
8. |
Als gevolg van de uitbreiding zal het verkeer van werknemers in de Europese grensregio's naar verwachting ook - naast en bovenop de problemen waarmee álle grensarbeiders binnen de Unie worden geconfronteerd - problemen van administratieve, juridische of fiscale aard gaan ondervinden; |
heeft tijdens zijn 56e zitting van 29 en 30 september 2004 (vergadering van 29 september) het volgende advies uitgebracht, dat met algemene stemmen werd goedgekeurd:
1. Standpunt van het Comité van de Regio's
HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
1.1 stelt vast dat
|
1.1.1 |
het begrip „grenswerknemer” per land verschilt naar gelang van de fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke criteria van woon- of werkland, en de vraag of de grenswerknemer actief dan wel inactief (niet in het arbeidsproces ingeschakeld) is. Derhalve bestaat er geen eenduidige begripsdefinitie die zowel de sociaalrechtelijke als de fiscaalrechtelijke en juridische aspecten dekt; |
|
1.1.2 |
er geen sprake is van enige coördinatie op EU-niveau tussen de diverse sociale en belastingregelingen voor grensarbeiders, ondanks Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71; |
|
1.1.3 |
er geen uniforme omschrijvingen bestaan van uitkeringsvoorwaarden omdat gemeenschappelijke definities ontbreken, zoals ten aanzien van het begrip „arbeidsongeschiktheid” en de beoordeling van de mate van invaliditeit, en er nog steeds verschillen bestaan in de systemen voor de berekening van de verzekeringsperiodes; |
|
1.1.4 |
het beginsel van gelijke behandeling van grenswerknemers op grond van het principe „in de Europese Unie wonen en werken” weliswaar is gewaarborgd maar niet altijd correct wordt nageleefd, ook al wordt in Verordening (EEG) nr. 1612/68 ook melding gemaakt van het beginsel van gelijke behandeling inzake arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden; |
|
1.1.5 |
grens- en migrerende werknemers bij de uitoefening van hun gegarandeerde rechten door nationale praktijken worden gehinderd, en derhalve het Europese Hof van Justitie – met name op grond van de artikelen 39, 42 en 43 van het EG-Verdrag – bij procedures van gediscrimineerde grenswerknemers tegen nationale besluiten en verordeningen de rechten van eerstgenoemden verdedigt en daarmee zorgt voor communautaire jurisprudentie op het gebied van het sociaal recht; |
|
1.1.6 |
Verordening nr. 1408/71 bijzonder omvangrijk, gecompliceerd en ondoorzichtig is geworden als gevolg van de vele aanpassingen die in de loop der jaren zijn aangebracht om op ontwikkelingen in de wet- en regelgeving van de afzonderlijke lidstaten in te spelen, specifieke bepalingen te verbeteren, leemten op te vullen of de rechtspositie van bepaalde groepen op het gebied van verzekeringen te regelen; |
|
1.1.7 |
er vanwege het ontbreken van gestandaardiseerde gegevens over de afzonderlijke lidstaten geen betrouwbaar statistisch materiaal bestaat op basis waarvan op communautair niveau een totaalbeeld inzake grenswerknemers kan worden verkregen; |
|
1.1.8 |
naar schatting nog geen 0,5 % van de werknemers in de Europese Unie grenswerknemer is; |
|
1.1.9 |
een pro-actieve en gezamenlijke aanpak van de specifieke en extra problemen betreffende grenswerknemers die zich voor de nieuwe lidstaten naar verwachting zullen voordoen, ontbreekt. Er is meer te doen dan het voorlichtingswerk van de EURES-loketten; |
1.2 is van mening dat
|
1.2.1 |
de bij de Europese eenwording geboekte vooruitgang ook tot uitdrukking moet komen in het vrije verkeer van personen, hetgeen een prioritaire taak van alle lidstaten en de Unie moet worden; |
|
1.2.2 |
de vraag waarom er in Europa - na de voltooiing van de interne markt en de invoering van de eenheidsmunt - nog steeds zo weinig grenswerknemers zijn, relevant is; daarom pleit het Comité ervoor de informatie- en adviesverstrekking aan werkzoekenden en werkgevers te verbeteren om de mobiliteit van de werknemers en de transparantie van de Europese arbeidsmarkt te vergroten; |
|
1.2.3 |
hierdoor het streven naar een verenigd Europa aan geloofwaardigheid inboet; dit geldt met name in de grensregio's, die in het eenwordingsproces immers een voortrekkersrol moeten vervullen en de drijvende kracht moeten zijn; |
|
1.2.4 |
als gevolg van de uitbreiding met tien Midden- en Oost-Europese landen de kwestie van de grenswerknemers en de migrerende werknemers, met name in de huidige oostelijke grensregio's, in een ander licht komt te staan, waardoor verbetering van een pro-actief beheersplan van de verwachte ontwikkelingen dringend noodzakelijk is; |
1.3 verwelkomt
|
1.3.1 |
het initiatief van de Europese Commissie voor het verminderen van de belemmeringen ten aanzien van de mobiliteit van werknemers binnen de Europese Unie, en voor het waarborgen van een ieders recht op sociale verzekeringen, en kan zich vinden in de reeds doorgevoerde herziening van Verordeningen 1408/71 en 883/04 waardoor met name verbeteringen worden aangebracht betreffende de dekking van de ziektekosten en de gezinstoeslagen van grenswerkers; |
|
1.3.2 |
de door de Europese Commissie nagestreefde coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten, die ten goede moet komen van de Europese burgers en de opbouw van een sociaal Europa; |
|
1.3.3 |
Besluit nr. 189 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers van 18 juni 2003 tot invoering van een Europese ziekteverzekeringskaart ter vervanging van de formulieren die in toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad gebruikt worden in verband met de toekenning van verstrekkingen bij tijdelijk verblijf in een andere lidstaat dan de bevoegde staat of de staat van de woonplaats; |
|
1.3.4 |
het gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 28 januari 2004 met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels; |
1.4 meent dat
|
1.4.1 |
ook na de tenuitvoerlegging van deze voorstellen voor verbetering lang niet alle belemmeringen op dit terrein zullen zijn weggenomen; |
|
1.4.2 |
als gevolg van de uitbreiding van de EU nieuwe problemen, maar ook kansen op het gebied van het grenswerk kunnen ontstaan; |
|
1.4.3 |
de ontwikkeling van uniform communautair sociaal recht niet in de eerste plaats aan het Europese Hof van Justitie moet worden overgelaten, maar dat de lidstaten ook zelf actief moeten bijdragen aan het oplossen van de grenswerkproblematiek; |
|
1.4.4 |
juist grensregio's voor hun economische ontwikkeling het sterkst afhankelijk zijn van de grensoverschrijdende arbeidsmarkt, en dat dit na de uitbreiding van de EU met name ook voor de nieuwe grensregio's geldt. |
2. Aanbevelingen van het Comité van de Regio's
HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
|
2.1 |
beveelt de Commissie aan om alle informatie over problemen van grenswerkers aan een van de reeds bestaande organen te doen toekomen. Daarbij valt te denken aan de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers (Verordening (EEG) 1408/71) of het Deskundigencomité voor de intensivering van de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van vrij verkeer en werkgelegenheid (Verordening (EEG) 1612/68); |
|
2.2 |
stelt voor dat het orgaan dat deze taak op zich neemt |
|
2.2.1 |
de betreffende informatie verzamelt bij alle relevante beleidsinstanties en politieke instellingen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om informatie die: |
|
2.2.1.1 |
verband houdt met zaken die kwesties van het vrije verkeer van personen omvatten in niet alleen de lidstaten, maar ook de EFTA-EER-landen en landen waarmee de EU bilaterale overeenkomsten heeft gesloten, |
|
2.2.1.2 |
te maken heeft met de Benelux-overeenkomst, |
|
2.2.1.3 |
betrekking heeft op de thans verrichte inspanningen tussen lidstaten, |
|
2.2.1.4 |
verband houdt met de gemeenschappelijke overeenkomsten en regelingen, en de ervaringen van de Europese Commissie (DG V), |
|
2.2.1.5 |
betrekking heeft op de Werkgemeenschap van Europese Grensgebieden, |
|
2.2.1.6 |
gaat over actoren en organisaties die te maken hebben met grenswerkproblematiek en hiermee belast zijn, en die tot de eliminatie van belemmeringen voor het vrij verkeer van personen bijdragen; |
|
2.2.2 |
nagaat hoe – op basis van bestaande overeenkomsten – deze ervaringen kunnen worden gebruikt om de belemmeringen voor de mobiliteit van personen binnen Europa te verminderen en de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten te vergroten, en aldus – mede met het oog op de uitbreiding van de EU – de opbouw van een sociaal Europa efficiënter te realiseren; |
|
2.2.3 |
om overlappingen met activiteiten van reeds bestaande organen – zoals het agentschap voor migratievraagstukken of het Schengenbureau – te voorkomen, daarnaast ook nog de taak op zich neemt: |
|
2.2.3.1 |
de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen alle actoren in hoge mate te coördineren en te bevorderen; |
|
2.2.3.2 |
werk te maken van het op communautair niveau verzamelen van statistische gegevens over de aantallen grenswerknemers; |
|
2.2.3.3 |
een voorstel voor een uniforme sociaal- en fiscaalrechtelijke definitie van actieve en inactieve grenswerknemers en migrerende werknemers op te stellen; |
|
2.2.3.4 |
voorstellen te formuleren voor het verbeteren van de informatievoorziening en de voorlichting aan bevoegde instanties op het gebied van grenswerkproblematiek; |
|
2.2.3.5 |
voorstellen te formuleren voor het vereenvoudigen en complementeren van de desbetreffende verordeningen; |
|
2.2.3.6 |
de oprichting te bevorderen van regionale grensoverschrijdend opererende instanties voor grensoverschrijdende problemen, die op eigen initiatief tijdelijk begrensde en specifieke, met grenswerkers in de Europese grensregio's verband houdende problemen van kleine arbeidsorganisaties kunnen oplossen; |
|
2.3 |
stelt voor dat deze grensoverschrijdende regionale instanties voor grenswerkersproblemen: |
|
2.3.1 |
worden ondergebracht bij de grensoverschrijdend actieve territoriale overheden of de bestaande EURES-loketten; |
|
2.3.2 |
de specifieke situatie van de respectieve grensregio's en hun problemen in kaart brengen; |
|
2.3.3 |
ontwerpen van nationale of bi/multilaterale regelingen, akkoorden of wetten op verenigbaarheid met de migratiekwestie toetsen; |
|
2.3.4 |
bij de bevoegde (supra)nationale instanties in voorkomend geval de aandacht vestigen op de eventuele negatieve impact op migratie van in voorbereiding zijnde nationale of bi/multilaterale regelingen, akkoorden of wetten, en de betrokken partners oplossingen voorstellen; |
|
2.3.5 |
bij specifieke problemen tussen bepaalde lidstaten (bijv. betreffende verdragen ter voorkoming van dubbele belastingheffing, ziektekostenverzekering of kinderbijslag voor migrerende werknemers) de deskundigen van de bevoegde nationale ministeries (onder begeleiding van de lokale of regionale deskundigen), moeten inschakelen; |
|
2.3.6 |
bij de bevoegde ministeries op korte termijn bilateraal met bestuurlijke of wettelijke oplossingen komen en aan de tenuitvoerlegging daarvan meewerken; |
|
2.3.7 |
professioneel worden begeleid en beheerd; |
|
2.4 |
stelt verder voor dat, gegeven de taakverzwaring voor de territoriale lichamen of de bestaande EURES-loketten die de regionale grensoverschrijdende instanties voor grenswerkersproblemen beheren, een en ander door de EU wordt gefinancierd. |
Brussel, 29 september 2004
De voorzitter
van het Comité van de Regio's
Peter STRAUB