|
7.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 302/39 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het „Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1228/2003 betreffende de datum waarop sommige bepalingen van toepassing worden op Slovenië”
COM(2004) 309 def. - 2004/0109 (COD)
(2004/C 302/10)
Op 11 mei 2004 heeft de Raad besloten om het Europees Economisch en Sociaal Comité, overeenkomstig art. 95 van het EG-Verdrag, te raadplegen over voornoemd voorstel.
De gespecialiseerde afdeling „Vervoer, energie, infrastructuur, informatiemaatschappij”, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies goedgekeurd op 10 juni 2004. Rapporteur was de heer Simons.
Het Comité heeft tijdens zijn 410e zitting van 30 juni en 1 juli 2004 (vergadering van 30 juni) het volgende advies uitgebracht, dat met 158 stemmen vóór en 2 stemmen tegen, bij 7 onthoudingen, is goedgekeurd.
1. Inleiding
|
1.1 |
Met Verordening (EG) nr. 1228/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende „de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit” wordt beoogd een echte interne elektriciteitsmarkt tot stand te brengen door een intensivering van de grensoverschrijdende handel in elektriciteit. In aanvulling op de bepalingen van Richtlijn 96/92/EG moeten eerlijke, kostengeoriënteerde, de vergelijking met efficiënte netbeheerders uit structureel vergelijkbare gebieden in aanmerking nemende, transparante en rechtstreeks toepasbare voorschriften met betrekking tot grensoverschrijdende tarifering en de toewijzing van beschikbare interconnectiecapaciteit worden ingevoerd, teneinde een daadwerkelijke toegang tot de transmissiesystemen te verzekeren en aldus grensoverschrijdende transacties mogelijk te maken. |
2. Inhoud van het Commissievoorstel
|
2.1 |
De Republiek Slovenië heeft de Commissie verzocht de elektriciteitsverordening zodanig te wijzigen dat het de exploitatie van zijn congestiebeheersysteem aan de interconnecties met Oostenrijk en Italië tot 1 juli 2007 kan blijven voortzetten. Momenteel wijst Slovenië de helft van de totale beschikbare capaciteit van de twee interconnecties op basis van dit systeem toe. De andere helft wordt op basis van een regeling tussen de betrokken transmissiesysteembeheerders door de Italiaanse en Oostenrijkse systeembeheerders toegewezen. Wanneer de totale vraag naar capaciteit de beschikbare vraag overschrijdt (congestie), wordt volgens het huidige Sloveense systeem de beschikbare vraag pro rato aan de capaciteitsaanvragers toegewezen. De capaciteit wordt gratis toegewezen. Een dergelijk systeem kan niet worden beschouwd als een niet-discriminerende, aan de markt gerelateerde oplossing in de zin van de elektriciteitsverordening. Het verzoek in dit geval toch een uitzondering te maken, wordt gemotiveerd met het argument dat het herstructureringsproces van de Sloveense industrie nog aan de gang is en dat Slovenië zich ook wat zijn elektriciteitsproductie betreft nog in een fase van aanpassing aan de nieuwe marktverhoudingen bevindt (hoge kosten ten gevolge van investeringen in milieubescherming). |
3. Algemene opmerkingen
|
3.1 |
De Europese Commissie baseert haar voorstel op artikel 95 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dat onderdeel uitmaakt van het hoofdstuk over de aanpassing van de wetgevingen. De feiten echter - Verordening 1228/2003 is tot stand gekomen na afsluiting van de toetredingsonderhandelingen en na ondertekening van het Toetredingsverdrag, zodat Slovenië niet kon deelnemen aan het goedkeuringsproces - rechtvaardigen alleszins een benadering vanuit het desbetreffende Toetredingsverdrag en de Toetredingsakte. |
|
3.2 |
Dit laatste kent bepalingen betreffende de toepassing van de besluiten van de instellingen en met name indien een nieuwe lidstaat niet aan de onderhandelingen over een besluit, dat genomen is tussen de datum van tekening van het Verdrag resp. de Akte en de daadwerkelijke toetreding op 1 mei 2004, heeft kunnen deelnemen. Dat nu is voor Slovenië in dezen het geval. |
|
3.3 |
In de geest van deze bepalingen is dan ook het verzoek te beoordelen van de Sloveense regering voor een uitstel tot 1 juli 2007 van de toepassing van artikel 6, lid 1, en de direct daarmee verband houdende bepalingen uit de bijlage bij de Verordening en daarmee ook het onderhavige Commissievoorstel. |
|
3.4 |
Bij die beoordeling, onder het adagium „pacta sunt servanda”, kan slechts aan een afwijzing gedacht worden indien er bij inwilliging van het voorstel onherstelbare schade voor de Unie als geheel uit zou voortvloeien. |
|
3.5 |
De Commissie geeft echter in haar voorstel aan dat de overgangsperiode maar zeer kleine praktische gevolgen heeft voor de werking van de interne elektriciteitsmarkt. Deze verwachting kan het Comité volgen. Immers moeilijk kan worden volgehouden dat Slovenië in de gevraagde overgangstermijn zijn potentie van een niet onbelangrijke regionale draaischijf binnen de interne markt al kan omzetten in realiteit. |
|
3.6 |
Ook het op te werpen argument dat Verordening 1228/2003 er juist is gekomen om de internationale handel in elektriciteit eindelijk eens echt van de grond te laten komen (1) en dat het Sloveense verzoek daarop dan weer inbreuk zou maken, is, gezien tijdsduur, omvang en geografische beperking, niet zwaar genoeg om inwilliging tegen te houden. |
|
3.7 |
De op zich juiste constatering dat een faire mededinging onder meer tussen de Europese aluminium- en staalfabrikanten alsmede tussen de elektriciteitsproducenten essentieel onderdeel van de interne markt is, vermag eveneens in dezen niet te prevaleren. |
|
3.8 |
Daarnaast pleit het verzekeren van een veilig en betrouwbaar elektriciteitssysteem in Slovenië alsmede het mogelijk maken van milieu-investeringen gedurende de overgangsperiode, voor het aanvaarden van het Commissievoorstel. |
|
3.9 |
Aanneming van het voorstel dringt zich voor het Comité des te meer op, nu het in zijn advies (2) van 17 oktober 2001 over de Verordening 1228/2003 juist over de gevolgen voor de, toen nog, kandidaat-lidstaten het volgende heeft gezegd: „…De infrastructuur en de beheersmethoden zijn er vaak weinig concurrerend. Dit zou kunnen leiden tot een groot verlies van banen in de betrokken sectoren en dus tot enorme sociale spanningen, vooral in de kandidaat-lidstaten met een systeem van sociale zekerheid dat verschilt van dat in de lidstaten. De EU zou daarom de ervaring die zijzelf met de liberalisering van markten opdoet, met deze landen moeten delen en de modernisering van bedrijven financieel moeten ondersteunen. De liberalisering van de markten van de kandidaat-landen moet gepaard gaan met een herstructurering van hun energiesectoren, zodat de betrokken bedrijven in de kandidaat-lidstaten op voet van gelijkheid kunnen concurreren”. |
4. Samenvatting en conclusie
|
4.1 |
De in het Commissievoorstel aangevoerde argumenten om ten behoeve van Slovenië tot 1 juli 2007 de toepassing van artikel 6, lid 1 en de daarmee verband houdende bepalingen van de richtsnoeren van Verordening 1228/2003, handelend over de aanpak van congestieproblemen, uit te stellen, rechtvaardigen, louter gezien vanuit de invalshoek en het belang van een faire concurrentie in de interne markt, op zich nog niet een wijziging van genoemde verordening. |
|
4.2 |
De benadering van het Comité vanuit de feiten van het tijdstip van de totstandkoming van de verordening en de ondertekening van de toetredingsonderhandelingen doet dat wel. Nu er bij toestemming van de gevraagde korte overgangstermijn geen onherstelbare schade voor de Unie als geheel wordt veroorzaakt – integendeel: veiligheid en betrouwbaarheid alsmede milieu-investeringen in het Sloveense systeem worden verzekerd - en het Comité in zijn advies over de Verordening 1228/2003 (3) op het punt van concurrentie van de toen nog kandidaat-lidstaten, de Unie heeft aanbevolen de helpende hand te bieden, is het van mening dat bij de beoordeling beslissend moet doorwegen dat Slovenië geen onderhandelingen over Verordening 1228/2003 heeft kunnen voeren noch hieraan zijn goedkeuring heeft kunnen geven. |
|
4.3 |
Afgezien van de toelichting en de grondslag van het voorstel van de Commissie, die met de boven aangegeven invalshoek zouden moeten worden aangevuld c.q aangepast, adviseert het Comité dan ook het voorstel voor wijziging (uitstel van toepassing van Verordening 1228/03 tot 1 juli 2007) aan te nemen. |
Brussel, 30 juni 2004
De voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Roger BRIESCH
(1) Zie advies van het EESC over het „Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit”, PB C 36 van 8.2.2002, blz. 10.
(2) Zie advies van het EESC over het „Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en van de Raad betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit”, PB C 36 van 8.2.2002, blz. 10.
(3) Par. 6.6 van het EESC-advies, PB C 36 van 8.2.2002, blz. 10.